Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Nieuws actueel
27 okt 2019
Wereldrecord vrouwen van Camille Herron op de 24 uur
26 okt 2019
WK 24 uur over de helft
22 okt 2019
Backyards Ultra's, de nieuwe trend in het ultralopen
21 okt 2019
Uitslagen en wedstrijden weekend 19-20 oktober
Nieuws in 2019
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Nieuws in 2018
Nieuws in 2017
Nieuws in 2016
Nieuws in 2015
Nieuws in 2014
Nieuws in 2013
Nieuws in 2012
Nieuws in 2011
Nieuws in 2010
Nieuws in 2009
Nieuws in 2008
Nieuws in 2007
Nieuws in 2006
Nieuws in 2005
Nieuws in 2004
Nieuws in 2003
Nieuws in 2002
Nieuws in 2001
Nieuws in 2000
Nieuws in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
NIEUWS van April 2005
 
Het is een goede gewoonte om, als je een discussie hebt veroorzaakt, nog een keer te reageren op wat er los gekomen is. Bij deze dan.

Was het nodig om zo’n stuk te schrijven? Daar wordt dus verschillend over gedacht. Lopend op Texel zag ik in gedachten nog steeds gezichten voor me van lopers, die glunderden bij het horen van prikkelende en soms zelfs provocerende uitspraken van Ron Teunisse. Het deed hun zichtbaar goed. Al snel volgde een gedachtenassociatie met het menselijk lichaam, dat juist door regelmatige blootstelling aan virussen en bacteriën sterker wordt en weerstand opbouwt. Ik vroeg me af hoe het met onze geestelijke en mentale weerbaarheid gesteld was. Blijft die nog wel op peil door af en toe wat kritische prikkels? De recente ontwikkelingen gaven me geen optimistisch beeld. Bovendien kwam ik in Ultraland veel meer roddel en achterdocht tegen dan me lief was.

Ik heb met Quo Vadis vooral één vraag opgeworpen: is er in Ultraland en op UltraNed nog voldoende ruimte voor kritische discussie? Die vraag zou grotendeels beantwoord worden door het wel of niet plaatsen van mijn stuk. Ik kan dus gerust zijn, het werd geplaatst.

Toch vond redacteur Tom Hendriks het nodig om commentaar toe te voegen. Er zou een kampje zijn ontstaan, met als doelstelling het regelmatig tegen schenen schoppen, en het voeren van een kaboutermachtsstrijd. Op zulke achterdocht kun je alleen maar reageren als je er kennis van neemt. In dat opzicht dus een positief gevolg van mijn stuk. Zorgvuldige lezers (zijn die er nog?) zal het zijn opgevallen dat ik me vooral over de procedurele kant van ontwikkelingen en discussies heb uitgelaten. Achterdocht als die van Tom betreft vooral de inhoud, en eventuele loyaliteiten op het persoonlijke vlak. Laat ik op dat terrein dan ook maar duidelijkheid verschaffen.

Hinrick Klugkist ken ik persoonlijk. Na het verschijnen van zijn “Glijbaan der verval” heb ik hem laten weten dat ik niet zo gelukkig was met dat stuk, qua stijl, inhoud en timing. Ik had ook moeite met zijn visie dat Peter Stein op dat moment een geschikte kandidaat zou zijn voor de functie van bondscoach. Diens op dezelfde dag verschenen “Standortbestimmung” wekte vooral op het communicatieve vlak de nodige twijfels op. Volgens mij realiseerde Stein zich te weinig dat “de toon de muziek maakt”. Hoe je iets zegt (de verpakking) is vaak net zo belangrijk als de eigenlijke inhoud. Ik heb wel zo zorgvuldig mogelijk naar de noten van Steins compositie gekeken, en geconstateerd dat er ook heel zinnige dingen in stonden. Soms betoogde hij hetzelfde als Jan Knippenberg jaren ervoor. Anders dan Tom Hendriks vermoedt, heb ik geen personlijke contacten met Peter Stein. Ik heb nog nooit een woord met hem gewisseld. Pas achteraf hoorde ik dat hij afgelopen zaterdag in Diever was. Maar ik ken hem niet, en ben hem dus vaak als vreemde voorbij gelopen. Lid van “kamp Stein” ben ik zeker niet. Ik denk trouwens dat het niet eens bestaat, en hoop dat er ook geen “kamp Daventria” is. Wel heb ik veel van en over Stein gelezen, en veel over hem gehoord van talloze (ook minder getalenteerde) lopers die met hem gewerkt hebben. Ik heb de stellige indruk gekregen dat je in Nederland niet snel iemand zult vinden met zoveel kennis, inzicht en ervaring op het gebied van ultralopen. Het is een gemiste kans als daar niets mee wordt gedaan. Eén voorbeeldje: bij de laatste marathon van Rotterdam liep Jeroen van Damme in zware omstandigheden een dijk van een PR. Gedwongen door blessures had hij lange tijd vooral op omvang en veel minder op snelheid getraind, en toen ineens gemerkt dat de wedstrijdresultaten desondanks prima bleven. Dus is hij op die toer verder blijven trainen. Ik denk dat Peter Stein bij het lezen hiervan even heeft geglimlacht, “zie je wel?”.

Over Ton Smeets kan ik hetzelfde meedelen. Ik heb hem nog nooit persoonlijk gesproken, maar wat heeft die man me urenlang leesgenot en stof tot nadenken gegeven (dat geldt trouwens ook voor Martien Baars) . Misschien bestaan er ook weer misverstanden over het feit dat ik mijn stuk begon met vraagtekens over het vertrek van Ton uit de redactie. Daarom verduidelijking.

Als iemand na vele jaren uit de readaktie stapt, heb ik geen enkele behoefte om alle details daarover te weten. Waar mensen met elkaar samenwerken ontstaan wrijvingen, en die kunnen weer uitgroeien tot conflicten. Soms is het na een tijdje beter om uit elkaar te gaan. Maar ik vind het wel een eis van volwassenheid en fatsoen om iemand bij diens vertrek altijd nog even te bedanken voor alles wat hij heeft gedaan. Ook al heb je tegen het einde knetterende ruzie met elkaar, zo’n simpel bedankje moet je op kunnen brengen. Als dat er niet eens af kan, dan ervaar ik dit als in stilte afserveren, en dat vormt voor mij een hoge drempel om mezelf als nieuwe vrijwilliger aan te melden.

Het bracht me ook tot de vraag of ons wereldje eigenlijk wel zo sociaal is als vaak wordt beweerd. Jean-Paul Praet heeft op invoelbare wijze duidelijk gemaakt dat dit geromantiseerde beeld niet meer dan een mythe is. Het is ook triest, dat juist de herinnering aan zijn geleverde wereldprestatie hem nog zoveel pijn moet doen.

Voor mij was het dus niet nodig geweest om kennis te nemen van de eigenlijke inhoud van de frustraties bij Ton Smeets. Nu hij die wel naar buiten heeft gebracht, en daarmee verschillende reacties heeft opgeroepen, denk ik dat het kan werken als grote schoonmaak. Het lucht op als je de mensen, waarvoor je al die jaren in touw bent geweest, kunt laten weten wat je dwars zit. Voor alle betrokkenen geeft het de kans om, zeker met twee nieuwe redactieleden, een nieuwe frisse start te maken. Wel denk ik dat je er niet aan ontkomt om nog eens zoiets als een “redactiestatuut” op te stellen.

Toen ik nog niet eens loopschoenen had, was ik al een paar keer toeschouwer in Winschoten en Apeldoorn. Een constante factor in alle jaren dat ik het ultrawereldje volg, is de verzuchting dat ultralopers erkenning willen. Ze willen niet gezien worden als halve garen waar wat steekjes aan los zitten. Ultralopen moet behandeld worden als een volwaardige tak van sport. Daar valt wat voor te zeggen, maar men schijnt niet altijd te beseffen dat daar ook een keerzijde aan zit. Wetmatigheden die voor andere takken van sport gelden, krijgen dan ook werking bij ultralopen. Dat slaat o.a. op verantwoordingsplicht, en het op een controleerbare en overeenkomstige manier hanteren van limieten. Als ik kijk naar de praktijk, dan staat ultralopen bij ons nog in de kinderschoenen. Vooral gehanteerde selectielimieten zijn boterzacht, en met het oog op andere atletiekonderdelen bij de KNAU, moeilijk serieus te nemen.

Bij een publieke functie als bondscoach c.q. bondscoördinator, hoort dus een zekere informatie- en verantwoordingsplicht. Niet alleen intern naar de bondsbestuurders, maar zeker ook extern naar de betrokken achterban toe. Als je vindt dat de nationale vertegenwoordiging in jouw tak van sport iets voorstelt, dan hoort daar duidelijke informatieverstrekking en af en toe publieke discussie bij. Bondscoaches kunnen daar niet voor weg lopen, en het past ook niet om te roepen dat mensen die wat willen weten hun maar op moeten bellen. Zulke discussies hebben namelijk per definitie een publiek karakter. Het zijn geen privé-aangelegenheden.

Om het voetbal, waar we allemaal verstand van schijnen te hebben, nog één keer als voorbeeld te nemen: als een bondscoach opstapt, dan geeft hij aan de pers uitleg over zijn beweegredenen. In de media ontstaat vervolgens een discussie over het profiel van de nieuwe bondscoach, en gegadigden staat het vrij om hun interesse voor de baan kenbaar te maken. Als de bond eenmaal een keuze heeft gemaakt, wordt er ook duidelijk via de media uitgelegd waarom, en hoe men tot deze beslissing is gekomen. Vervolgens krijgt iedereen de kans om (zo dat nog nodig is) kennis te maken met de nieuwe coach en zijn ideeën.

Het rijtje aan feitelijke gebeurtenissen dat ik in mijn stuk heb opgesteld, illustreert dat de procedure voor de nieuwe ultra-bondscoach gekenmerkt wordt door gebrek aan openheid, informatie en duidelijkheid. Het roept allemaal veel vragen op. En in een open samenleving moeten die vragen publiekelijk gesteld kunnen worden. Ik heb echt geen enkele behoefte om die procedure over te doen. Gedane zaken nemen geen keer, en je kunt maar beter vooruit kijken. Dat Van Beek zich tot zijn formele aanstelling niet in discussies wilde mengen, valt te billijken. Maar het stoort me wel dat hij het nog altijd niet nodig heeft gevonden zich een keer fatsoenlijk aan ons voor te stellen (daar heeft hij echt geen toestemming van de door Hendriks opgesomde organisaties voor nodig). Bovendien begon hij met het niet nakomen van gedane toezeggingen over nadere publicatie (zie punt 5 van mijn stuk).

Er is hier en daar een opmerking gemaakt over de mate van (on)bekendheid van Ed van Beek. Elkaar vliegen afvallen op percentages lijkt me weinig zinvol. Er valt niets te bewijzen. Ik maakte in mijn stuk melding van de onbekendheid van Van Beek op het moment dat zijn naam voor het eerst naar buiten kwam. Maurice de Hondt heeft geen representatieve steekproef gehouden, maar stel dat we toen bij een ultraloop aan alle lopers pardoes de vraag hadden gesteld wie Ed van Beek was. Zouden we dan meer dan 10% naamsbekendheid hebben gehaald? Ik denk dat maar weinigen toen die naam zouden associëren met ultra-trainingsactiviteiten, of met een bijzondere geleverde ultra-prestatie. Zijn naamsbekendheid is inmiddels enorm gestegen. Nu de rest nog. Gelukkig heeft Jodi Kremer daar al een begin mee gemaakt. Ik denk dat Van Beek wel even heeft gebloosd bij het lezen van deze lofrede. Kremer moet wel tot diens intimi horen, anders kon hij dat allemaal niet weten natuurlijk.

De reaktie van Kremer illustreert ook dat de open samenleving waar ik voor pleit niet door iedereen wordt omarmd. Dat is geen nieuws. (Voor geïnteresseerde studiehoofden: zie bijvoorbeeld “The open society and its enemies” van Karl Popper). Voordat iemand publiekelijk zijn mening mag geven, moet hij van Jodi een rondreis langs allerlei personen en instanties maken. Het is niet voldoende je te baseren op wat al gepubliceerd is, en het is helemaal ongewenst dat je publiekelijk vragen gaat stellen. Wie al vragend tot wijsheid wil komen, moet er het zwijgen toe doen. Een uitermate beperkte vrijheid van meningsuiting dus. Ik geef de voorkeur aan een vrijere opvatting. Vragen staat vrij, van vragen wordt je wijs, en van een publiekelijk vraag- en antwoordspel wordt iedereen beter.

Kremer sluit zich volledig aan bij de achterdocht van Tom Hendriks over kampvorming. Dat presenteert hij zelfs als feit. In strijd met de waarheid dus. Heeft hij daarover contact met mij opgenomen, om dat te controleren? Nee dus. Het wederkerigheidsprincipe, dat je anderen geen normen moet opleggen waaraan je zelf ook niet wilt voldoen, zit niet in zijn basispakket. Bijbelvaste mensen spreken bij zoiets in termen van splinter en balk, taalvaardigen hebben het over pot en ketel. Moeten we ons daar druk over maken? Het lijkt me van niet. Zoiets hoort bij de vrijheid van meningsuiting. Ieder vogeltje mag zingen zoals het gebekt is. Het heeft niet ook zoveel zin, om anderen te verwijten dat ze toevallig vooraan stonden toen Onze Lieve Heer de ijdelheid uitdeelde, en even niet hebben opgelet toen logica aan de beurt was.

Eindelijk ook een positief geluid uit Groningen, zo bestempelt Jodi zijn eigen bijdrage. Misschien is kritiek voor hem per definitie negatief. Dat misverstand leeft bij meer mensen. Je kunt het ook anders bekijken. Laat ik een andere (import)Groninger aan het woord laten. Basketball-coach Ton Boot, onlangs door de Nederlandse sportcoaches uitgeroepen tot coach van het jaar. In het basketball-gekke Groningen, waar al 20 jaar niets was gewonnen, heeft hij meteen al de landstitel en de beker gepakt. Hij schrijft ook aardige columns, die onder de titel “Alles of niets” zijn verschenen. In het stukje “ontmoeting” beschrijft hij een gesprek met een bejaarde filosoof. “Je moet kritiek onderscheiden van negativisme. Het gaat bij beide om de intentie. De bedoeling van kritiek is opbouwend, namelijk veranderen, verbeteren, groeien. De intentie van negativisme is afbrekend, bijvoorbeeld iemand kwetsen. Kritiek is dus altijd positief. Dat de meeste mensen niet tegen kritiek kunnen, is dus eigenlijk vreemd, maar het is wel een gegeven”. Als je deze benadering overneemt, dan kan ik met de beste bedoelingen niet inzien hoe iemand mijn Quo Vadis negatief durft te noemen.

Gelukkig zijn er in onze loopwereld ook mensen die kritiek op waarde weten te schatten. Toen ik vorig jaar aan de organisatie van de Zuiderzeemarathon wat kritische puntjes ter verbetering toespeelde, kreeg ik bijna per omgaande bericht. Vrijwel alle suggesties werden overgenomen. Ik wist niet wat me overkwam. Gevolg was wel dat ik ook niet meer durfde wegblijven toen ik last van mijn keel kreeg. Ook voelde ik me moreel verplicht nog een verslagje voor hun site te schrijven. Hadden ze niets van zich laten horen, dan was ik lekker in bed blijven liggen. Mensen worden er meestal beter van, als ze kritiek als iets positiefs durven te zien.

Zoals ik het vanzelfsprekend vind om iemand bij zijn vertrek uit een functie nog te bedanken voor wat hij gedaan heeft, zo vanzelfsprekend vind ik het ook om waardering uit te spreken voor mensen die zich nog inzetten voor vrijwilligerswerk. Ik wens de redactie in de nieuwe samenstelling veel succes en sterkte toe. Voor de nieuwe mensen: sorry dat jullie start zo heftig is geworden. Bedenk maar dat je soms eerst door de branding moet om de kalmere zee te kunnen bevaren. Welke koers er daarna gevaren moet worden, ach, ik denk dat we daar met z’n allen wel uit komen.

Dik Jagersma, Groningen, 18 april 2005

 

 
[ top pagina ]