Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Nieuws actueel
28 nov 2019
Wetenschappelijk onderzoek naar maagdarmklachten bij hardlopers
27 nov 2019
10th Belgian Coast Total Run 01-02-2020
27 okt 2019
Wereldrecord vrouwen van Camille Herron op de 24 uur
26 okt 2019
WK 24 uur over de helft
Nieuws in 2019
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Nieuws in 2018
Nieuws in 2017
Nieuws in 2016
Nieuws in 2015
Nieuws in 2014
Nieuws in 2013
Nieuws in 2012
Nieuws in 2011
Nieuws in 2010
Nieuws in 2009
Nieuws in 2008
Nieuws in 2007
Nieuws in 2006
Nieuws in 2005
Nieuws in 2004
Nieuws in 2003
Nieuws in 2002
Nieuws in 2001
Nieuws in 2000
Nieuws in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
NIEUWS van September 2005
 
Winschoten op herhaling

Misschien is de eerste honderd wel eenvoudiger dan de tweede. De eerste keer ben je on-bevangen, heb je geen idee wat je te wachten staat. Oké, het is ver, maar als anderen het kunnen, moet het jou toch ook lukken. Hard trainen, goed uitrusten, goed eten, en lopen maar. Simpel.

Zo ging het vorig jaar. Onbevangen en optimistisch begon ik toen aan de tien rondes van de Run. Ik haalde de finish, maar wist niet dat je na afloop van een wedstrijd zó moe kon zijn. En dat honderd kilometer zó ver kon zijn.

Dit jaar is dat anders. Ik weet wat me te wachten staat, ik weet inmiddels precies hoe ver het is. En daarbij, ik mag dit jaar in het oranje lopen, ik zit in het Nederlands dames-ultrateam. Niks onbevangen of vrijblijvend, en maar zien waar het schip strandt. Ik voel de druk op mijn schouders om te finishen, en liefst nog in een redelijke tijd ook. Vorig jaar liep ik 10 uur en vijftig minuten, dit jaar moet ik binnen de 10 uur dertig kunnen finishen. Maar een honderd kilometer is lang en onvoorspelbaar, en ik ben maar een mens, geen machine.

De voorbereiding gaat goed. Ik loop trainingsmarathons, doe duurlopen die even lang zijn als een normale werkdag, en kom ook modderige driedaagse van Dieverbrug ongeschonden door. In de week voor Winschoten voel ik een lichte keelpijn opkomen, maar die zakt geluk-kig snel weer weg. Oef!

De avond voor de Run gaan we met de ploeg uit eten. Naar de Italiaan uiteraard. Zonder nadenken bestel ik een vegetarische pizza, vol groente, en dus ook vol uien. Bondscoach Ed van Beek kijkt bedenkelijk, en ik begrijp pas waarom als de pizza al helemaal verorberd is. Te laat, de uien zitten al in mijn maag… Ach, vorig jaar at ik couscous de avond voor Winschoten, ik heb eigenlijk nooit last van mijn maag.

De volgende dag begint met het gebruikelijke ritueel van ontbijten, omkleden en klaarmaken. Het omkleden is wel bijzonder, in plaats van het normale Laac-rood of Tao-zwart trek ik nu een blauw/oranje loopsetje aan. De kleding is van de KNAU en moet straks weer ingeleverd worden. Intrigerend vind ik, want welke atleten zouden dit setje allemaal al hebben gedra-gen? Liep dit setje misschien vorige maand door het stadion in Helsinki?

Dan de nummers opspelden, één voor en één achter, het haar in een staart, de tenen goed insmeren en op naar de start. Niet meer nadenken, nergens over twijfelen, de voorbereiding was goed, ik voel me goed, de zon schijnt, vooruit, lopen!

De eerste ronde begint rustig. Teamgenotes Lydia Doornbos, Karin van Eck en ik lopen ge-zusterlijk naast elkaar. Er wordt voor ons gezongen: ‘Hup, Holland, Hup!’ We hebben heel wat bij te praten en daar is tijdens de eerste kilometers alle gelegenheid voor. ‘Kom op da-mes, het is hier geen theekransje, jullie moeten afzien!', roept een toeschouwer ons toe. Hij hoeft zich geen zorgen te maken, dat afzien komt echt wel, maar nu nog even niet.

Lydia versnelt tijdens de tweede ronde, Karin en ik blijven samen over. We praten over onze voorbereiding, onze ambities, werk, gezin, relaties. Zo gaan de rondes vanzelf voorbij. Het wordt warmer, maar ik heb er niet veel last van. Er is genoeg schaduw en verzorging onder-weg. Vlak voor de doorkomst in de Klinker rijken Ed en Frans onvermoeibaar cola en sport-drank aan; bij het vijf kilometerpunt staan Wim Epskamp en Krijn Kroezen. Na ruim vier uur bereiken we vrijwel ongemerkt de marathonafstand. Het gaat nog prima. Karin versnelt een beetje, tenminste, dat denk ik. Later blijkt dat ik het tempo juist wat laat zakken. Ik loop in mijn eentje verder, maar vervelend is dat niet, er is genoeg te zien onderweg. De versierde straten, het publiek, de andere lopers…en om de vijf kilometer natuurlijk de verzorgingspos-ten met de opbeurende en stimulerende woorden van de verzorgers.

In de loop van de middag wordt het warmer en warmer. Als ik bij het 55 kilometerpunt kom, drukt Krijn me op het hard om vooral rustig te blijven: ‘Gerry, het wordt een veldslag door de warmte, doe geen gekke dingen, blijf vooral verstandig lopen!’

Bij de volgende doorkomst blijkt dat Lydia heeft moeten opgeven. Jammer, ze begon zo veelbelovend. Maar als je geen water meer binnen kunt houden, heb je geen keuze. Ook teamgenoten Janneke Cazemier moet het een ronde later opgeven. Karin en ik zijn als enige oranje-dames nog over, en dat betekent geen landenklassering. Jammer! Frouwkje Herder, Jenni de Groot en Ineke Scheffer zijn nog wel in de race; er zullen uiteindelijk vijf van de acht Nederlandse dames finishen. Heel wat meer dan bij de heren, waar meer dan tweederde uitvalt. Krijn krijgt gelijk, het wordt een afvalrace.

Ik voel me na acht rondes nog steeds goed, alleen zit er geen versnelling mee in. Ik zie mijn rondetijden langzaam oplopen en ik kan er helemaal niets aan doen. Ik probeer soepel te blijven lopen, dat gaat soms een kilometer goed en dan weer een tijdje minder. Bij de 83 kilometer knapt er opeens een blaar bij mijn linker grote teen. Even voel ik een felle pijn en dan verspreidt zich warm vocht door mijn sok. Gelukkig kan ik gewoon doorlopen. De pijn zakt af, ik vergeet het incident al snel weer, de schade neem ik later wel op.

Bij de laatste doorkomst komt Ed even bij mij lopen. ‘Nu doorgaan, het is je laatste ronde, geniet ervan!’ Ik doe echt mijn best te genieten van de laatste ronde, maar ik heb de energie niet meer om te zwaaien en te lachen. ‘Nou, die is ook chagrijnig!’, hoor ik een jongen zeg-gen. Welnee joh, ik ben niet chagrijnig, ik ben gewoon doodmoe. Ik heb zelfs geen energie meer om nee te schudden als kinderen vragen of ik een spons wil. Met als gevolg dat ik te-gen heel wat goedwillende uitgestoken handen met daarin een drijfnatte spons aanren. Sorry kinderen, ik kon er niets aan doen en jullie ook niet.

De laatste kilometers lijken eindeloos. 96 kilometer, het kronkelweggetje, de weg over, rechtsaf het fietspad op, 97 kilometer, de bocht naar links, de succes-wensen in alle talen, 98 kilometer, dan naar rechts, even later links het park in, over het slingerpad, 99 kilometer, de scherpe bocht naar rechts, de verzorgingsposten, de speaker in de verte, Ed die nog even mee rent, de laatste slalom door de hekken… en dan eindelijk de finish. Ik krijg een deken omgehangen, Frans reikt cola aan, ik krijg gelukwensen en dan mag ik eindelijk zitten. ‘Ik ben nog nooit zó moe geweest!’ verzucht ik. Precies zoals vorig jaar.

Gerry Visser
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]