Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
2 sep 2019
De Grand Raid: een serieuze uitdaging
17 aug 2019
Een geweldige etappeloop: de Holland Ultra Tour
13 aug 2019
Holland Ultra Tour, oftewel: uit in eigen land
1 jul 2019
Alvi Ultra Trail 2019
Verslagen in 2019
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
* December
* November
* Oktober
* September
* 28 sep 2008: Een lopend praatje van zes uren in het Amsterdamse Bos
* 25 sep 2008: ULTRA TRAIL MILES MARATHON
* 23 sep 2008: Grand Raid Pyrénées 2008
* 23 sep 2008: Spartathlon 2006: één levensgroot probleem… die vervloekte Sangaspas!
* 20 sep 2008: Gezegend op pad
* 17 sep 2008: Oranje Midway Beach Marathon : een heus strandfeest!
* 17 sep 2008: Tevreden met anticlimax
* 16 sep 2008: Mergelland marathon
* 16 sep 2008: Trail Côte d’Opale (en pas de Calais) 54 km
* 15 sep 2008: Kwartier minder slecht als Voorne
* 11 sep 2008: 9e Maas en Waalse Dijkenloop: ‘Soms gaat het een beetje harder’
* 7 sep 2008: Trainen in de tuin.
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van September 2008
 
Bron: http://www.karelpardaens.be/?pg=triatlonfront-full&newsid=110

30.10.2006 » De Spartathlon: het walhalla van de ultralopers

Leo Pardaens, broer van mijn vader Jos en 62 jaar jong, nam dit jaar voor de tweede opeenvolgende maal deel aan het officieuze, maar eigenlijke WK voor de ultralopers. De opdracht luidt al even simpel als uitdagend: de 246 km van Athene naar Sparta al lopend zien te overbruggen in een tijdsspanne van 36 uur. De Spartathlon is het oudste evenement in zijn soort, en vindt zijn roots ergens ver weg in onze geschiedenisboeken. Het kan inderdaad in meerdere opzichten de vergelijking doorstaan met wat de Ironman van Hawaii is voor triatleten. Straffer nog: je komt er niet in als je niet aan een aantal vereisten hebt voldaan, en een kwalificatie via triatlon-artefacten als “age-groups” bestaat niet. Het is heel eenvoudig: alleen de – fysiek én mentaal – taaiste gaat met de lauwerenkrans lopen. Controleren op EPO is overbodig, in een evenement wars van commercie, met weinig of geen media-aandacht: er is geen cent te verdienen. Hier wil elke sterveling zich voor zichzelf naar de onsterfelijkheid lopen. In mijn optiek zijn eigenlijk niet alleen alle finishers, maar zelfs alle starters Winnaars!

Ik laat mijn nonkel aan het woord. Hieronder volgen de meest frappante passages van zijn wedervaren in 8 delen (origineel 22 blz.!). Zet je effe schrap of leun rustig achterover, en droom weg...

Deel 1. De reis naar de race van de waarheid

Woensdag 27 september 2006
Na een vlucht van 2u 55’ met Virgin Express, Zaventem – Athene, landde ik om 19u50 (Griekse tijd) bij zwaar bewolkt weer en een temperatuur van 24°C, op de moderne, kleinschalige en nieuw aangelegde luchthaven (tegen de OS-2004) ‘Marco Polo’ te Athene.
Griekse bodem betekent voor mij de eigenlijke start van het Spartathlonavontuur !

Donderdag, voorbereidingsdag…
Heus een fulltime job voor wie het ernstig meent en enige kans op succes wil vrijwaren !
(...) Vooral tijdens de maaltijden verzeilde ik bij onze landgenoten en zoals het ‘goede buren’ past, ook bij onze Noorderburen, de Nederlanders. Wij vormden een groep van 7 starters, zij waren met evenzoveel inschrijvingen. Bij de Belgen waren de oud-gedienden en al minstens éénmaal finisher, de 53-jarige Linternaar (chef bij de NMBS) Josef Buteneers (dertiende deelname, éénmaal gefinisht),de 54-jarige Wilson Dammekens uit Galmaarden, ooit een oog verloren, en dus extra moeilijk in het gebergte en bij duisternis, maar toch reeds driemaal Sparta gehaald en nu maar half voorbereid, door familiale omstandigheden, aan zijn vijfde poging toe. Alain Poncelet, 40 jaar, uit Flémalle, werknemer in een kaasfabriek (Kraft), was de enige Waal in het ons vaderlandse midden, toch ook goed voor 2 aankomsten, probeert het nu voor de zevende keer. Vader en zoon Verdonck uit Beveren, een onafscheidelijk duo… of toch niet, vader William, 62 jaar electrabelbediende en gepensionneerd, al goed voor 6 lauwerkransen, met een rijkgevulde voetbalcarrière in eerste nationale en 25 internationale ultraloopprimussen achter zijn naam, blijft proberen en… hoopt om er nog eens een krans aan toe te voegen. De dertiende keer zal hij morgen starten. Zoonlief Philip, op zijn twintigste de jongste finisher ooit (!), nu al 34, heeft 4 trofeeën, en moest vorig jaar voortijdig opgeven met maagproblemen. Hij hoopt dit jaar gespaard te blijven van lichamelijk ongemakken, maar kopzorgen nu, nav een prille relatie, baarde hem hier, meer dan zorgen. De nieuwkomer, een totaal onbekende in het ultrawereldje, was Kamiel Gysenbergs. Deze 60-jarige gepensionneerde apotheker uit Kozen (Nieuwerkerken bij St-Truiden) had wel al uithoudings- en avonturen’races’ in verschillende werelddelen tot een goed einde gebracht, maar vreesde nu wel de ‘wedstrijd’ op zich en de ‘tijdsdruk’ hieraan verbonden. (...) Wij keken met z’n allen met spanning, gretigheid en gemengde gevoelens uit naar morgen, vrijdag 29 september!
Ik kroop ‘tijdig’ dwz om half tien, onder de wol om voldoende uitgerust de extra-lange tweedaagse aan te kunnen. Ik sliep dun die nacht , het waren meerdere ‘hazeslaapjes’, met toiletbezoek...

Deel 2. Het avontuur kan beginnen … ‘D’-day !

Vrijdagochtend 4u50
De gsm-wekker van één der kamergenoten sloeg alarm toen ik me al een 5-tal minuten half-wakend, half-slapend had toegespitst op ontwakende hotelgeluiden.
‘Alles’ lag instapklaar ! Ieder deed gedisciplineerd zijn ding.Geen aanschuiftoestanden in de enge badkamer met WC, de ordening was perfekt, mijn organisatie liep gesmeerd !
Mijn ontbijt-als-naar-gewoonte, zelfbereidde muesli-pap ging ik beneden in de refter op het gelijkvloers aanvullen met yoghurt.
Om 5u45 vertrokken we naar de voet van de Acropolis in hartje Athene. De dag gloorde, grijze schimmen bewogen behoedzaam en gedempte stemmen stegen zacht hemelwaarts tussen de bosjes en struikjes bij een schaars verlicht, grotesk, in marmer gehuld, historisch kader. De massa zwol aan, trappen nodigden uit opwaarts te gaan naar een groot plein… de ‘voet’ van de Acropolis. De stemming werd ‘heviger’, klanken weerklonken scherper, geluiden omhulden de menigte, lopers en sympatisanten. Zenuwachtigheid werd troef. Nervositeit gaf prikkels aan het lichaam, het vertaalde zich in ‘ontlasting’. Menig atleet verdween stiekem in het struikgewas, zelfs bij bosjes streken ze er neer.

7 uur stipt, het laatste nachtelijke grijs vervaagde, een immens uitgebreid kleurenpalet
lachte ons vrolijk toe, de start van de 24ste editie van de Spartathlon was een feit.
Met 268 (volgens de organisatoren – 246 volgens de papieren) liepen we in gestrekte, voorzichtige vaart de brede trappen afwaarts, naar de drukke Avenues die ons op de kortste tijd richting Corinthe moesten loodsen. Van bij de start, op de schotse en scheve stenen en in de putten, de gewone wegobstakels, werd al menig deelnemer slachtoffer van een valpartij.

“De eerste pasjes.”
Athene kende eens te meer haar dagelijks, nu wel abnormaal, verkeersinfarct ! Wij stoorden er ons niet aan, wij hadden andere dingen om het hoofd. De zon was al vroeg van de partij. De baan golfde op en neer. De weg was stofferig, vuil. Uitlaatgassen verontreinigden de lucht, wij ademden gelijkmatig, oppervlakkig en liepen gewoon door... De checkpoints volgden mekaar vlotjes op, eerst om de vijf, later ongeveer om de drie kilometer. Aan punt 3, na 15,2 km passeerde ik in 1u17’, ik had een bonus van 8 minuten opgebouwd.

Ik liep met een T-shirt van Runnersworld, daaroverheen een splinternieuw singletje van Spiridon-Leuven, speciaal voor deze gelegenheid bewaard. Daaronder een hemelsblauw, ‘versleten’, maar gemakkelijk zittend loopbroekje. Om mijn lenden had ik een grijsblauw tasje van Spiridon-Leuven-Belgium gegespt, en, eerst op de rug, later, gemakkelijkheidshalve op de buik, droeg ik in een houder, een halve-liter drinkbus. Voor het eerst in gebruik, nog een verjaardagscadeau gekregen van mijn vrouw en de kinderen enkele jaren geleden ! Vanbij de eerste, stekende zonnestralen had ik, het door mijn zus Chris gestikte hoedje-met-voile opgezet.

Ik cijferde niet, ik piekerde niet, ik genoot van het landschap en trachtte me sommige plaatsen, waar ik vorig jaar passeerde, nog te herinneren. Zo ook de steile afdaling langs het water waar ik vorige editie door mijn linkerknie zakte… Maar alles trok zo fel op mekaar,
Ja , hier moest ik toen al stappen. Leo-zaliger, mijn compaan van toen, vermaande me ‘dat is te vroeg’ en ook dacht ik telkens aan Leo als ik wateren moest. Hij had me toen geleerd en gedemonstreerd hoe je al lopend, zonder tijdsverlies, plassen kan… Een techniek die ik nu goed onder de knie heb, ‘steeds’ – gezien de omstandigheden – toepaste en me heel wat tijds’winst’(en soms ook een natte broek) bezorgde. Een item waar Leo erg gevoelig voor was. Altijd lopen, niet treuzelen, was zijn slogan – een advies dat ik steeds probeerde toe te passen! Eén minuut in elke post geeft 75 minuten stilstand in de eindafrekening, zo rechtlijnig redeneerde Leo… en hij, onder de Belgische ultralopers, “mister Spartathlon” genoemd, met 9 aankomsten aub (!), sprak met kennis van zaken en… gezag, hij kon het weten!

De ‘ancient wall of Hellas Can’ km 81, checkpoint 22, het eerste derde was volgemaakt!
Ik liet me neerzakken op de een klaarstaande stoel. Er heerste een gezellige drukte, naast mij vroegen een groep schoolmeisjes uit het hoger middelbaar naar mijn nationaliteit. Ik verorberde een potje gezoete rijstpap, dronk gulzig een bekertje water, en toog weer op pad. Ik had een bonus van één uur en een kwart bij mekaar gesprokkeld… Een zachte avond kondigde zich aan, de Peloponnesos lachte me toe. Het tweede derde van het Spartathlontraject kon beginnen.

Reikhalzend keek ik uit naar de post met nummer 27, bij Mrs Screechs villa, waar ook druiven worden gepresenteerd. Al geruime tijd maakte ik uitvoerig gebruik van de aangereikte emmers met sponzen om mijn hoofd nat te maken en aldus af te koelen, ook hier was dit weer het geval. Ik vulde er mijn bedon met de klaarliggende energiepoeder met zout, bij elke post met een nummer dat veelvoud is van drie, of zoals je verkiest, deelbaar is door drie – een gewezen wiskundeleraar kan ook nog tellen in zijn pensioen en maakt hier handig gebruik van zijn weleer vaak aangeleerde methoden – had ik dus zo een plastiek zakje laten afgeven, nog een halve liter water erbij en daar gingen we weer op naar de volgende post en zijn tussenliggende ‘obstakels’. (...) De duisternis ‘viel’ in vrij korte tijd, hoe dichter bij de evenaar hoe plotser de nacht invalt. Mijn attente begeleiders staken me mijn koplamp toe.

Halkion village, checkpoint 32, km 113,1
Hier gaf ik er vorig jaar, noodgedwongen, de brui aan. Ik had een dikke knie, zelfs normaal stappen lukte me niet meer. Alles komt me glashelder voor de geest. Het is 19u30, mijn bonus loopt op tot 1u50’, vorig jaar zat ik hier als een geslagen hond, ’t was toen 20u45.
Het kan verkeren. Ik prees me gelukkig als een prins en dankte de hemel voor deze overwinning, dit was mijn moment van binnenpretjes en innerlijke triomf. (...) Ik liep nog soepel en gezwind en ik had een moreel om ‘ijzer te breken’! De maan ‘hing’ aan haar laatste kwartier, ‘ze zat op haar gat’ en lachte, krekels sjirpten hel en scherp alom. De nacht ontwaakte in al zijn aspecten. Honderden, wellicht duizenden, piepkleine vliegjes speelden dartel in het schemerlicht van de stralenbundel van mijn koplamp, voor het eerst in gebruik, op de vooravond van mijn vertrek, als geschenk van Joost gekregen, om het nachtelijk avontuur ‘zichtbaar’ en zonder averij door te komen ! Mijn lamp danste mee, op en neer, op het kadans van mijn looppas. Onderaan mijn gezichtsveld verscheen telkens een zwarte rand, het leek als het ware of ik een bril droeg… Dikwijls poogde ik de bril wat hoger te schuiven… Het deed raar, ‘hallucinaties’ vroeg ik me af ? (...) Ik loop het benzinepompstation binnen waar checkpoint 35 geïnstalleerd is. Maar oh wee, een heuse betonnen drempel doet me struikelen en ik val, als een bloemzak, languit op het beton. Knie, schouder, broek en elleboog hebben enige averij. Het medisch team ter plekke, lapt me op. Hopelijk is het een ‘aksident’ zonder gevolgen. Ik eet intussen wat rijstpap, drink cola en water, pik mijn W-cup energy gel op, deponeer het in mijn buideltasje, en stoom weer verder.

Middernacht, Malandreni village, km 140,2
De verrassing van mijn tocht, zoonlief Wouter meldt zich met een brede smile. Dat had ik nooit verwacht. Wouter was namelijk, na zijn werkweek, op weg van Athene naar Leonidio, zijn week-end thuisbasis. Een klein ommetje en een juiste inschatting van afstand, tijd en loopvermogen van vader, brachten ons hier en nu, in het holst van de nacht, midden in de Peloponnesos, bij mekaar. Van een toevalstreffer gesproken ! (...) Dit gaf me extra vleugels, voor een poosje althans. Intussen wist ik dat al de Belgen waren gestopt.

Met bevoorradings- en hoofdcontrolepost aan km 148,5 werd het plaatsje Lyrkia bereikt. Eric, van mijn begeleidingsteam, zei dat er hier massage mogelijk was, ik accepteerde. Twee Griekse ‘schonen’- kinésisten?- namen me ‘onder handen’. De toenemende stramheid was toch nog aanwezig, vooral mijn dijspieren waren hard en stijf. Het moet rond 1 uur geweest zijn dat ik het gebergte introk op zoek naar de voet van de Sangaspas.(...) Verdiept en onder de indruk als ik was, vergat ik tijd en plaats, en voor en achter mij was er geen levende ziel meer te bespeuren. Voor het eerst heb ik me een klein beetje ongerust gevoeld. Ik zag nergens nog helrode spartathlon-pijlen, er was maar één weg, maar had ik soms een eerdere afslag niet gemerkt en gemist? Goddank doken er plots, achter een flauwe bocht, recht voor me uit, na de volgende haarspeldbocht, drie schaarse koplampjes op. Ik verademde, dit is wel degelijk de enige, echte weg naar ‘the base of the mountain’, de Sangaspas !

Km 159,3 checkpoint nr 47
Het is 3 u 35 nog een bonus van een kleine 2 uur. Rond plaats 40 of 50 ?
Ik trek mijn training overaan, eet nog wat rijstpap, drink nog eens goed en dan ben ik er weer klaar voor. “Op naar de top”, zeg ik tegen mezelf.

Deel 3. Het Keerpunt

Op handen en voeten, me vastklampend aan een schaarse bloem of dwergstruik, doorn-achtigen vermijden, vorder ik met mondjesmaat op het dunverlichte ‘pad’ in haarspeldbochten slingerend naar boven. Rood-witte plastieken linten markeren de diepten. In een wankel evenwicht probeer ik, voor mij uit, de weg te volgen, manoeuvrerend van de ene steen naar een andere ‘vastere’ stek. Van deze klauterpartij krijg ik het warm, dat trainingspak hoefde niet echt. Eindelijk zag ik de top, het was een hele opluchting. 124 zouden er deze top overschrijden, dat is, op één na, de helft van het deelnemersveld ! Ik schatte me in de buurt van plaats 60. Het moet ongeveer iets voor half vijf geweest zijn, bij dit checkpoint 48 aan km 161,1.

Bij de eerste stap ‘downhill’ sloeg de schrik me om het hart en in mijn benen. Ik blokkeerde, dit werd het keerpunt in mijn race, mentaal brak de veer. Wanneer alles tot hiertoe zo goed was gegaan, was het, alsof de wereld waarmee ik bezig was, in één klap als een pudding in mekaar stortte. (...) Steeds weer kreeg ik het warm en koud, rillingen langsheen mijn rug, ik riep de hemel ter hulp… meermaals riep ik op mijn moeder-zaliger… Hier geraak ik nooit beneden, verbeelde ik me, dit was voor mij ‘de hel’! Hoeveel medelopers en -loopsters ik zien komen en gaan heb, weet ik niet precies, maar ik schat op een 25 à 30-tal…
“Do you need some help ? “ of “Can I do something for you ?” ... “You need salt, ask for it “ ! Raad en dienstbaarheid in, ook voor hen, die al zover waren gekomen, moeilijke omstandigheden. Fierheid, rechtvaardigheid en zelfrespect bedankten de uitgestoken handen (waar ik achteraf heel, heel veel spijt heb van gehad en me misschien wel de eindstreep hebben gekost !?) Na een kleine 2 uur stapte ik gehaast Sangas binnen. Tegen de muur naast de kerk was er bevoorrading in checkpoint 49, km 164,3. Het was tegen zes uur in de ochtend, zaterdag 30 september. Na een 100-tal lange, bange minuten, over een traject van 2,7 km, was het moeilijkste stuk van de Spartathlon voorbij. Maar er was een nieuw gegeven, mijn ‘wereldbeeld’ was op 5 kilometer afstand en in een tijdspanne van iets meer dan 2 uur, verandert van ‘een hemel’ in ‘een hel’ !
Ik heb om chips en water gevraagd, mijn drankje bereid en al mijn moed bij mekaar gepakt en ben weer op pad gegaan! Aan tijdsbonus had ik bijna niets meer over, zo voelde ik het aan en aan een ‘goede plaats’ dacht ik al lang niet meer. Zwarte gedachten overheersten, ik dacht alles is toch voorbij en ik stapte maar… tot ik na een 500-tal meter plots de knop omdraaide en me moed insprak : “Allé Leo probeer weer te lopen”. Ik zette aan en als bij wonder lukte het me ook nog, weliswaar hoekig en met pijn, maar… ik was weer op loop naar… Sparta !

Deel 4. Een anticlimax… de opgave !

Ik naderde checkpoint 52, Nestani village square ! km 172 “Gij hebt nog een bonus van een half uur”. Ach zo, nu wist ik echt ‘hoe laat het was !’ Ik tankte bij, at chips en dronk cola en water, maar vergat mijn hoofdlampje af te geven. (...) Ikzelf stopte, vanaf nu, met Leo’s techniek, om al lopend te wateren. Nu nam ik wel de tijd om een plasje te maken ‘langs de kant van de weg’ want een natte onderbroek irriteerde me, het ‘pikte’. Mijn urine tekende licht roze - water met bloed vermengd - maar toch maakte ik me niet ongerust, want met regelmatige tussenpauzen kon ik mijn afvalstoffen kwijt, mijn nieren bleven het goed doen, en daarenboven was ik blij even te kunnen stoppen bij zo’n plasmoment… vage tekens van een toenemende vermoeidheid ! (...) Het vaste ritme van voor de pas was houterig geworden, elke stap die ik zette veroorzaakte pijnscheuten in de voorste dijspieren en ook mijn paslengte krimpte en werd korter van stuk, mijn snelheid taande ! (...) Ik rekende, het verstand kreeg de bovenhand. Ik liep links, op de boord, tegen het drukke verkeer in. De baan slingerde zich op en af - duidelijk meer op dan af - doorheen het ruige, groene, rotsachtige landschap. Ik liep op de vlakke stukken en bergaf, en toch keek ik uit naar… bergop, om te ‘mogen’ stappen. Fysiek ging elke looppas moeizaam en was pijnlijk voor de dijspieren. Ik liep gebogen en had de neiging naar rechts te hellen, de zon klom hoog en prikte.(...) Rechts van de weg reed, aan lage snelheid, een wagen van de organisatie, hij hield halt bij tussenpozen. De twee inzittende dames volgden me met argusogen. De medische staf, dacht ik, die komen zeker controleren of alles motorisch nog goed zit.

Vanaf toen liep ik laatste, 99ste, naar ik later vernam. “Zouden ze me uit de wedstrijd nemen?”, die gedachte spookte door mijn hoofd. Eigenlijk hoopte ik het heimelijk, dan was ik uit deze ‘lijdensgang’ verlost. Ik voelde me namelijk mentaal murw en ‘rijp’ om gesloopt te worden. Mijn lijf smeekte me om te stoppen, maar mijn wil, nog sterk genoeg, dikteerde me de wetmatigheid: “Lopen Leo, daarvoor ben je hier, laat je niet kennen, laat zien dat je nog lopen kan.” En weer trok ik me nog maar eens op gang…

Lopend bereikte ik Manthyrea,km 202,1, post 62. Henk Harenberg, reeds eerder uit de wedstrijd gestapt, en nu met de laatste bus ter plekke, briefde me onmiddellijk rechtlijnig, afgemeten en correct : “Leo, je bent 12 minuten buiten tijd, maar zojuist zijn er nog 2 Koreanen nog mogen vertrekken, jij mag ook nog als je wil, maar dan moet je dadelijk doorgaan. De volgende post ligt 4 kilometer verder en daarvoor krijg je 45 minuten !” Klare taal van een bezorgde, meevoelende Nederlander. De verantwoordelijke dame, goedlachs en gemoedelijk gaf volmondig toestemming. Toch voelde ik dat het ‘over’ was, maar ik wou niet opgeven – kampioenen geven nooit op! – da’s voor ‘slappelingen’, ik klampte me vast aan die laatste strohalm, - misschien kom ik er weer bovenop – dacht ik tegen beter weten in… Helaas, de wil was er nog wel, maar mentaal was ik gebroken en fysiek voelde ik me te moe. Het werd een kat en muis spel, stappen, lopen, stappen, lopen,… Plots stopte weer de volgwagen. De dames stapten uit en staken de drukke baan over naar de linkerzijde, mijn stapzijde. Ik voelde aan wat er komen ging... “Zou het niet beter zijn dat je stopt ?” was hun retorische vraag ! Dus ik moest nog niet stoppen… in feite wou ik niet stoppen. Ze lieten me beleefd de keuze. Mijn hart zei nee, maar mijn verstand zei ja. Ik wierp de handdoek en gaf me over.

Checkpoint 63, km 206 – 13u15 ... 20 minuten over de deadline, dus buiten tijd (53’ over de laatste 3,9 km). Alhoewel ik nog ‘maar’ 39,3 km te gaan had en ik hiervoor nog ‘een zee van tijd’ kreeg (5 u45’) was voor mij ‘game over’… gestrand in het zicht van de haven !
Diep van binnen schreide ik bitter, maar ik had geen tranen meer. Op een stoel gezeten, liet ik gelaten mijn borstnummer afspelden, leverde mijn identiteitsbadge in en… ondertekende mijn vonnis : opgave ! Ik nam mijn plaats in de volgersbus in. Ik had geen oog voor de anderen, ik wou alleen gelaten worden en likte mijn wonden.

Deel 5. De ontknoping met apotheose

Alle Belgen hadden voortijdig de strijd gestaakt. Jef, al eerder vermeld, hielp me onderhands onderweg, hij was de eerste opgever. Alain en Wilson hadden, gehaaid als ze zijn, aan km 81, de eerste bezembus, Sparta-en-direct genomen ! Philip Verdonck had een hele poos in Corinthe in’t ziekenhuis verpleegd moeten worden.
Geplaagd door diarree en overgeven, betekende een leeg en uitgeput lichaam …tot km 113 had hij het uitgehouden. Vader William had er al 3 kilometer eerder de brui aan gegeven . En tenslotte Kamiel, wel die was tot halfweg gekomen, hij had 124 km rond gemaakt. Hij flirte voortdurend met de sluitingstijd … Kamiel zag er goed uit en stond, samen met zijn vrouw Lieve, ons aan de inkom van het hotel op te wachten.
Zij waren voor mij één en al bekommernis en hulpvaardigheid. Zij leenden me hun hand of arm en hesen me trap op of hielpen me trap af.

Ik deelde de kamer met twee Polen, beiden finishers. Met de 34-jarige Piotr Kurylo maakte ik eerst kennis, hij was klein van stuk, had een superkorte bros en een rond en gaaf gezicht. Hij eindigde 18de. Een echt gesprek was onmogelijk. Zijn maat daarentegen, de 52-jarige Zbigniew Malinowski, een robuste, stevige bonk met zwart krullend haar en paardenstaartje, had wel enige kennis van de engelse taal. Hij realiseerde met 3 deelnamen evenzoveel finishen. Hij vergezelde als 19de zijn landgenoot bij de aankomst. Dappere kerels wist ik bij mezelf ! Laatstgenoemde gaf me tips voor een volgende keer, 3 massagebeurten van telkens 10 minuten had hij gekregen in de ‘main’ checkpoints en … hij demonstreerde hoe ik bergaf moest leren lopen.

De lichamelijk schade viel al bij al nogal mee. Een dikke bloedblaar onder de nagel van linker dikke teen en een stekende eksteroog aan de linker kleine teen, ook een lichte schaafwonde aan de elleboog en de rechterknie als gevolg van mijn val in Nemea.

Deel 6. Onze weg terug, de keerzijde van ‘onze medaille’, een metamorfose

De Spartathlon is en blijft ‘een rare wedstrijd’ die zijn geheimen niet zomaar prijs geeft !
Otmar Witzko, vaalblond, met snor en ovaal gezicht, van het Duitse Würzburg, had nog nooit in een wedstrijd opgegeven, ook nu niet. Deze Spartathlon was voor éénmalig gebruik, hij finishte 68ste. Zo ook in een 24uursrace, éénmaal, meer dan 200 km en daarmee uit ! Wel had deze 49-jarige Duitse bediende (op het ministerie van financiën) reeds 100 maal een 100 km wedstrijd tot een goed einde gebracht, en dat in 25 verschillende landen. Het was een praatwaterval met schelle stem en guitige, prettige oogjes. Wat hem meest typeert is dat hij al die wedstrijden loopt met in zijn rechterhand een plastiek zak… Rare wedstrijd, speciale mensen, zoals ik al zei !

Al van bij het ontbijt, na een nachtje slapen, was de stemming : ‘Dat nooit meer !’gekeerd.
Het was alsof we het hele gebeuren door een andere bril bekeken. Schoorvoetend biechtte de ene na de andere op, “Ik weet nog niet !”, ja - er knaagt wat - … “Ik denk …”
Henk, Kamiel en ook ikzelf dachten plots in een andere, maar dezelfde richting. In de loop van de dag was de euforie bij het ‘feest’ van de voorbije avond weggeëbd, de gesprekken kanaliseerden zich en mondden uit in een kritische benadering en analyse van ‘wat’, ‘waar’ en ‘wanneer’ het was misgelopen. We sloegen een mea culpa, ons ‘akte van berouw’!

Hoe meer we Athene naderden des te meer waren we rotsvast overtuigd van onze ‘wederopstanding’. We werden strijdvaardiger dan ooit ! Eénieder zocht en bedacht zich een aanvaardbaar en haalbaar alibi om volgend jaar te kunnen en te mogen terugkeren, en ook ik grabbelde gretig in die ton ! Voor de debuterende Kamiel was het al eerder op de dag een bijna uitgemaakte zaak. Simon bleef stoïcijns op de vlakte. Henk wou eerst zichzelf bewijzen in een 24-uursloop en zou dan beslissen. Ik overwoog ernstig van terug te komen, maar ‘hoe ga ik dat thuis verkopen’, want reeds tweemaal was het de enige en de laatste keer, ook ik moet hier op ‘goodwill’ rekenen en voor volgend jaar had ik trouwens andere plannen... Waar ik het meest tegen opzie, is de voorbereiding van zo’n ‘wedstrijd’: ellenlange kilometers, ‘beestenwerk !’ Toch zal ik niet rusten voor ik mijn doel heb bereikt ! Dat stond als een paal boven water! William, die alleen was kordaat, “voor mij is het hier op”. Ook een dronkemanseed zo zou vlug blijken, want één week na thuiskomst kreeg ik een mailtje van hem, dat ook hij er ernstig over dacht, ‘indien hij de winter goed doorkomt’, het nog maar eens te proberen !

Deel 7. De verbroedering en het afscheid

Ik mediteerde wat ‘in de duinen’ en maakte aantekeningen en schoot ‘kiekjes’. Toen ik terugkeerde naar het hotel werd mijn aandacht getrokken op, en was mijn verwondering groot, toen een joggend viertal me passeerde … Vier ‘spartathlonatleten’, waaronder de winnaar liepen hun stijfheid weg ! Dat inspireerde me en na de maaltijd trok ik eveneens mijn loopplunje aan en… probeerde hetzelfde te doen. Een tweehonderdtal meter heb ik het volgehouden en voor de rest heb ik eens ‘flink’ doorgestapt.
Terug in ons hotel ontmoette ik Simon, Henk’s maat. Ik liet hem Henk de groeten doen, met de boodschap, dat ik al met de voorbereiding – de eerste loopmeters !- van de Spartathlon 2007 was gestart. Ook had ik op mijn lippen, maar kon me nog net bedwingen, om hem voor te liegen, dat ik me al had ingeschreven voor 2007. Het zou van mijnentwege een ietsje te cynisch geweest zijn ! Maar Simon deed nog straffer, die blies alles op wat achter hem lag … dumpte zijn gekregen polo-hemdje en verscheurde zijn – vooraf gekregen – diploma : “Daar heb ik niets meer mee te maken !” was zijn resoluut commentaar. En Henk ? Wel die was op zijn eentje gaan uitwaaien aan zee… Hij had de ganse dag zijn wonden ‘gelikt’ en schemata gebrouwd die zijn voorbereiding op de Spartathlon 2007 moesten optimaliseren. Als een volleerd trainer liet hij me fier zijn ‘proefschrift’ zien !

Deel 8. Bezinning en refleksie naar de toekomst

Op woensdag 5 oktober loodste Virgin Express me weer naar de heimat, België.
Onderweg en ook de twee dagen voordien had ik tijd zat om alles te herkauwen. Ik dacht veel en diep na, de occasie leende me de tijd… Deze opgave is geen nederlaag, maar een menselijke zwakheid in een levensproces – een leerproces – naar ‘goddelijkheid. Gingen we niet voor ‘eeuwige roem en onsterfelijkheid’?
Als het van mij afhangt, wel dan ga ik terug, dat was zeker. Maar alles moet dan meezitten, uiteraard en toch blijft er dan nog één levensgroot probleem… die vervloekte Sangaspas !
Buiten dat is er nog iets dat me verontrust, mijn leeftijd! Van de zeventien zestigplussers aan de start haalde er slechts één, een 66-jarige Duitser, de eindstreep… Ja mijn leeftijd heb ik tegen! Mijn biologische klok tikt onverbiddelijk verder… de verkeerde kant op, in mijn nadeel dus! Mijn 66-jarige Nederlandse ultramaat Vincent Schoenmakers drukte het gevat uit: “Hoe ouder, hoe harder en dus hoe langer je moet trainen en… hoe meer je moet rusten… voor een lager rendement en een steeds geringer resultaat !” Ja Vincent, tot het op is en het niet meer kan. En ‘op is op’, en… een dag telt voor jou en mij, voor ieder van ons ook maar 24 uren !

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk… God schrijft recht op kromme lijnen !
Als het God-belieft en mijn frele, tengere, vege (oude) lijf het me toelaat, en ik het fiat en de zegen krijg van mijn thuis, dan probeer ik het in 2007 opnieuw, en sta dan gegarandeerd aan de start van de 25ste Spartathlon… Op hoop van succes… ‘That my dream comes true !’, namelijk, Sparta en Leonidas, als Goddelijke boodschapper, al lopend, na 246 km en binnen de 36 uren, te bereiken !
Daar alleen, en voor niets minder, daar ga ik voor !
“Ik heb gezegd en geschreven…!”

Getekend,
Leo Pardaens

Link: http://www.spartathlon.gr

Nawoord van Martien Baars. Bij de originele publicatie staan nog de nodige foto’s en illustraties.
Bij de editie van 2006 wist van de 7 Nederlanders en 7 Belgen alleen Paul Kamphuis de finish te bereiken. Hij finishte als allerlaatste en zijn relaas stond indertijd uitgebreid op UltraNed: http://www.ultraned.org/n_item/f3522.php
Leo Pardaens startte ook in de Spartathlon van 2007 maar moest wederom opgeven. Van de Belgen wist alleen Johan Bogaert de eindstreep te halen en bij de Nederlanders finishten Dik Jagersma, Carel Schrama en Simon Pols. 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]