Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
2 sep 2019
De Grand Raid: een serieuze uitdaging
17 aug 2019
Een geweldige etappeloop: de Holland Ultra Tour
13 aug 2019
Holland Ultra Tour, oftewel: uit in eigen land
1 jul 2019
Alvi Ultra Trail 2019
Verslagen in 2019
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
* December
* November
* Oktober
* September
* 28 sep 2008: Een lopend praatje van zes uren in het Amsterdamse Bos
* 25 sep 2008: ULTRA TRAIL MILES MARATHON
* 23 sep 2008: Grand Raid Pyrénées 2008
* 23 sep 2008: Spartathlon 2006: één levensgroot probleem… die vervloekte Sangaspas!
* 20 sep 2008: Gezegend op pad
* 17 sep 2008: Oranje Midway Beach Marathon : een heus strandfeest!
* 17 sep 2008: Tevreden met anticlimax
* 16 sep 2008: Mergelland marathon
* 16 sep 2008: Trail Côte d’Opale (en pas de Calais) 54 km
* 15 sep 2008: Kwartier minder slecht als Voorne
* 11 sep 2008: 9e Maas en Waalse Dijkenloop: ‘Soms gaat het een beetje harder’
* 7 sep 2008: Trainen in de tuin.
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van September 2008
 
Grand Raid Pyrénées 2008

Wat ging eraan vooraf

In het verlof van 2007 in de Alpen in Les Menuires kwamen we tijdens één van onze wandelingen een koppel tegen, dat al lopend het bergpad afliep. Ik heb altijd graag en vaak gelopen maar door het werk en een fietsongeluk bleef dit de laatste jaren beperkt tot enkele trainingen per week.
Ik was vol bewondering over hun behendigheid en de snelheid waarmee ze naar onder liepen.
Het raakte me diep in mijn lopershart.

Begin 2007 verhuisde ik van werk van Genk naar Flémalle vlakbij Luik. Daar trof ik enkele lopende collega’s aan en éénmaal per week gingen we s’middags in de bossen van Seraing lopen. Eind vorig jaar vertelde mijn collega tijdens één van deze trainingen, dat zijn club dit jaar in maart naar de ‘Trail du Petit Ballon’ in de Vogezen (48 km en 1200M +) zou gaan. Als je nog een plaats hebt dan ga ik mee : het kwam eruit voor ik het wist. En ja, 3 weken later was mijn plaats in de bus gereserveerd.

Het lopen zat al enkele jaren op een laag pitje . Nu moest er werk van gemaakt worden : regelmatig trainen en de overtollige kilo’s door aangepaste voeding laten wegsmelten. De wedstrijd zelf in de Vogezen zelf was prachtig : 24 km aan één stuk bergop en na de top van de Petit Ballon via een parallele route weer naar beneden met aan de top een ijzingwekkende wind en hagel.
Al meteen de eerste kapitale beginnersfout. Vroeger heb ik al heelwat marathons gelopen op s’werelds continenten en als geharde marathonloper was het motto „Doorbijten tot aan het einde“. Na de eerste serieuze hellingen zag ik het merendeel der lopers wandelen. Dit kan toch niet. Ik hield de eer aan mijzelf en slaagde erin de top al lopend te bereiken. De calvarie die me naderhand wachtte kon ik toen nog niet inschatten. Na een afzink over dikke onstabiele graszoden met een snijdende wind in het gezicht, en zichtbaarheid bijna nul door mijn behagelde brilleglazen, werden we eerst in een veld met rotsblokken gestuurd en vervolgens in een steil zigzaggend pad, doorgroeid met scherp uitstekende dennewortels.
Mijn bovenbenen die toch al wat vermoeid waren van de klim begonnen allerhande pijnlijke signalen te geven. Om het geheel nog een extraatje te geven was er vlak voor het einde nog een steile afdaling op keiharde beton tussen de wijnvelden. Mijn quadriceps stonden op springen.
Doseren en wandelen als het te steil bergop gaat net zoals de anderen, de eerste belangrijke les in trail. Zo zie je maar : zelfs na je vijftigste zijn er nog dingen waar je geen benul van hebt.

Zoals het altijd gaat met een loper : aan de aankomst zeg je nooit meer en na een week heb je de smaak weer te pakken en kijk je uit naar een volgende uitdaging. Alweer mijn vriendelijke collega’s van het werk die me op het juiste spoor zetten : de site van ‚Coureurs Célestes’. Blijkt er in mei een mooie trail in de Ardennen van 101 km en 3000 m + te zijn.
Alweer heelwat nieuwe uitdagingen voor de boeg : een nooit gelopen afstand en tijdsduur, het vroege vertrekuur (4 uur s’ochtends) en lopen met een lamp. De dag van de wedstrijd slaat de eerste grote hitte van de het jaar toe en zal ons allen extra op de proef stellen.
Rond km 55 is de vermoeidheid groot en wandel ik. Plots komt er een dame voorbij. Ze moedigt me aan om te lopen : dit is normaal dat je een moeilijk moment hebt, iedereen heeft dat, daarna zal het weer gaan om te lopen. En inderdaad in een afdaling begin ik weer op een drafje te lopen.
Alweer een belangrijke les : een inzinking krijgt iedereen op zulke afstand en het is maar hoe je ermee omgaat.
Een prachtige ervaring in het trailen erbij. Prachtige organisatie van de ‚Coureurs Célestes’.

In de weken erna, nog nagenietend van het avontuur, zit ik een Frans trail boekje te lezen en mijn oog valt plots op een Ultra Trail, de „Grand Raid des Pyrénées“ 150 km en 9000 m + . Als in een flits zie ik weer de trailers in de Alpen voor me lopen. Plots lijkt ook dit voor mij mogelijk.
Na overleg met mijn wederhelft krijg ik een GO en beslissen we om het jaarlijks verlof in de Pyreneen door te brengen. Voor mij een eerste kennismaking, voor haar een jeugdherinnering aan een zeer gevarieerd en prachtig berglandschap.

Inschrijven via de site, storten van het bedrag, bezoek bij de huisdokter (in 3 jaren niet gezien) voor een medisch attest en bang afwachten tot je inschrijving een OK krijgt op de site. Na 14 dagen is het eindelijk zover.

Maar nu : hoe moet iemand van een streek waar het grootste hoogteveschil 30 mM bedraagt zich voorbereiden om dergelijke variaties in hoogte aan te kunnen.
Als een gek stort ik me op de beschikbare literatuur en raadpleeg de franstalige sites van UFO en Kikourou.

Eerst het al dan niet lopen met stokken. Na het bekijken van de vele foto’s van de UTMB dan toch maar. Om te wennen werd er nu elke dag met stokken gelopen. Veel vragende blikken onderweg : wat zit die hier nu met stokken te lopen. Weer een nieuwe rage na Nordic Walking ?

Welke camelbag moet je kiezen ? Wat allemaal meenemen ? Tijdens de 100 km in de Ardennen kon je elke 25 km een zak met gerief afgeven. In de GRP slechts 2 zakken. Hoe moest je je voorzien op de verschillende mogelijke weersomstandigheden (sneeuw, koude regen, mist op de toppen, hitte met hoge temperaturen in de valleien, temperatuursdalingen s’nachts,....).
Daarnaast moest je ook voldoende voedsel meehebben want op sommige stukken moest gedurende 6 uur zelfbedruipend zijn.
Veel, veel vragen

Drie weken voor de GRP een laatste test, de trail de Val d’Heure waar Henk Geilen zulk een mooi verslag op jullie site gezet heeft. Toevallig hebben we een hele in elkaars buurt gelopen. Ik herinner me nog levendig zijn dondervloeken tijdens de spekgladde afdaling van de eerste terril. Op bepaalde ogenblikken waren je schoenen dubbel zo breed van de modder die eraan bleef plakken.

Half augustus het vertrek naar Bagnères de Luchon in de vallei naast die van Veille Aure, de startplaats van de GRP. Gedurende 2 weken elke dag wat de Fransen zo mooi noemen „Rando-Course (Lopen en Wandelen)“ in de valleien van Hospice de France, Lys, .....
Al snel werd me duidelijk dat snel afdalen niet synoniem was het een hoog uurgemiddelde. Wanneer je achter je computer alle mogelijke scenario’s van eindtijd, tussentijden, stijg- en daalritmes simuleet, heb je voor een parkoers inde bergen slechts een vage benadering van de realiteit.
Als laaglander reken je in het aantal km per uur dat je aflegt. In de bergen wordt je afgerekend op het aantal hoogtemeters dat je klimt per uur.
Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik rond de 900 m per uur klom. Op moeilijk terrein (de stukken na een top met meestal veel rotsblokken en steile afdalingen) daalde ik in een ritme van 70% van mijn klimtijd, anders ongeveer op een ritme van 60%
Nu drong het pas echt tot me door waarom het voorziene wedstrijdgemiddelde tussen 3,5 en 5 km per uur lag.
In al mijn naïviteit dacht ik nog dat men ons toch niet de hele wedstrijd op zulke lastige paden zou sturen. Ondertussen ben ik al weer veel wijzer.

De wedstrijd

De start was voorzien om 10u00 s’avonds en de startnummers konden vanaf 16u00 afgehaald worden. Om 14u00 vertrok ik vanuit Bagnères de Luchon via de Col de Peyresourde naar Vielle Aure, want om naar een nabijgelegen vallei te rijden heb je al snel anderhalf uur nodig.
Aan de inschrijving werd ik aangeklampt voor een interview in de plaatselijke krant. Eerste vraag meteen raak : „Waarom doen jullie dit, meer dan 30 uur lopen ? Wat bezielt jullie ?“.
Rationeel kun je daar geen zinnig antwoord op geven : meer dan een etmaal je afbeulen om afgepeigerd en doodmoe, met allerhande pijnlijke spieren en gewrichten aan te komen.
De innerlijke vreugde over het verleggen van je eigen grenzen ??

Na afhalen van het nummer en de controle van je rugzak (water, voldoende voeding, fluitje, pet, overlevingsdeken,...) ga ik wat bijslapen in de auto met wat zachte achtergrondmuziek van de CD speler.

Om 18u00 uur naar de feestzaal van het dorp voor een avondmaal. Wat pasta, groenten en een appelflap. Rondom hoor je allerhande gesprekken van deelname aan ultra trails over de hele wereld : geloof in jezelf en laat je niet van de wijs brengen, pep ik me op. Ik heb niet veel te vertellen en eet zwijgzaam mijn eten op.
Om 20u00 uur in dezelfde zaal briefing van de organisatie. Een speech van de burgemeester die ons eraan herinnert dat we door de mooiste gebieden van de Pyreneen gaan lopen. Politieke uitspraken moet je dikwijls met een korrel zout nemen, maar deze keer was het de nagel op de kop.
Degenen die het parcours uitgezet hebben geven ons wat inlichtingen. Op het parcours zijn om diverse redenen (chargerende stier, privé domein,...) wat wijzigingen aangebracht : een wijziging op een parcours waar je nog nooit geweest bent is moeilijk te vatten.
Plots werd ook de GSM nr doorgegeven die kon gebeld worden bij problemen. En daar zit ik al in de problemen wat mijn GSM lag nog in de auto.

Het weer is ons gunstig gezind. De verwachting voor de volgende dagen : zonnig met temperaturen tot 30°C in de valleien overdag en rond de 10°C s’nachts op de bergtoppen. Zaterdag kans op onweer in de namiddag en de ultieme vertrektijd in de laatste post in La Mongie zou eventueel met 2 uur vervroegd worden. Twee dagen ervoor waren er in Vielle Aure nog overstromingen na een onverwacht onweer.

Dan is het bijna zover. Er heerst een drukke zenuwachtigheid op het vertrek aan het gemeentehuis. Om 22u00 een luide knal en de meute zet zich onder een regen van fotoflitsen in beweging. Na een vlak aanloopstuk van 1,5 km begint de 13 km lange beklimming 1400 m hogerop naar de Col de Portet. Met 216 starters is de groep al flink uitgerekt als we het bospad opdraaien. Het is al meteen wandelen geblazen. Hogerop volgen er wat vlakkere stukken waar weer wat gelopen kan worden. Verschillende houten trapjes over afsluitingen moeten op en af gelopen worden.
Ik ben in kniebroek vertrokken daar het nog behoorlijk warm was en werd pijnlijk geconfronteerd met mijn beslissing toen we door een netelveld gejaagd werden.
Na de parking van Espiaube, halfweg de beklimming, werd het plotseling heel steil: we zaten op een eindeloos lange skihelling. Een lint van waggelende lichten tegen de berghelling Heel wat lopers kregen het lastig. Het leek wel of er geen einde aan de klim kwam.

Aan de eerste bevoorrading was het een helse drukte : wat soep drinken, zak met water vullen, jasje aan en weg wezen. In zig zag ging het op een brede weg naar onder. Daarna versmalde de weg en zaten we op een smal bergpadje. Ik liep achteraan in een klein groepje en het kostte me veel moeite om het snelle tempo over deze paden vol met rotsblokken en smalle, vertikale ruggen van schiefers aan te houden. Aan een kruising liepen we naar links. In al mijn moeite om de groep te volgen was mijn aandacht voor de reflecterende linten volledig verdwenen. Plots stokte het tempo : we hadden al een poos geen linten meer gezien. Rechtsomkeer en terug, onderweg een hele reeks lopers oppikkend. Volle moed aan de kruising het andere pad op.
In volle vaart werd er weer naar onder gelopen : s’nachts zeker geen makkie met enkel een lamp op je voorhoofd om alle obstakels tijdig te identificeren en uit weg te gaan. Na een kwartier veranderde het pad plots in een beek : springen op de stenen om geen natte voeten te krijgen. Hogerop de berg beseften we dat we weer verkeerd zaten. Bellen naar het opgegeven noodnummer ging niet : we moesten uit het dal recht naar boven lopen om een signaal te kunnen ontvangen. Klauteren over rotsblokken, wegzinkend in hoge bosbessenstruiken, natte voeten door in het water te stappen. Na een half uur bereikten we een open vlakte bij een meer. Eindelijk konden we bellen maar de verbinding viel regelmatig uit : na heelwat gepalaver werd ons aangeraden richting noord te gaan. Gelukkig had iemand een kompas op zak. Wat verderop zat een kudde schapen in een in kraal vlakbij een berghut : honderden schitterende schapenogen in het licht van mijn koplamp. In de hut zat een hond te blaffen, maar verder ws er niemand.
Heel de vallei zat vol met lichten van verdwaalde lopers. Ik kan je vertellen dat je het op dat ogenblik niet meer goed ziet zitten. Nog maar 15 km gedaan, nog 135 km af te leggen, je weet niet waar je bent, de nachtelijk kou begint aan je te knagen, een klim die flink in de benen gekropen is. Veel had ik voorzien maar dit was nu wel het allerlaatste waar ik aan gedacht zou hebben.
Plots zagen we in noordelijke richting op een bergtop een licht flikkeren. Vooruit dan maar en Eureka we vinden zowaar een markering, we zitten terug in de wedstrijd. Na een helse klim bereiken we de top van de Hourquette Nère (2465m).
In de afdaling besluit ik in mijn eigen tempo te lopen. Het is me te gevaarlijk om als een gek naar onder te donderen. Ik vraag me af hoe deze gasten dit over een afstand van 150 km volhouden. We zullen het maar houden bij gebrekkige techniek : na een tijdje merk je dat de kunst erin bestaat om op de blokken te lopen en niet ertussen. Als je dit niet gewend bent is dit vermoeiend en het risico op een misstap met een verzwikking loert steeds om de hoek.
Daar zit je dan alleen in de nacht op de GR10. Op de briefing had men ons gezegd dat op de GR route de linten verder uit elkaar zouden geplaatst worden. Dan bekruipt je plots weer de twijfel : zit ik nog wel op het juiste pad. Terug naar boven gelopen, niets te zien van een afplitsing, dan maar gewacht op het volgend groepje lopers, wat overleg en dan toch maar verder op hetzelfde pad verder gelopen : ditmaal zonder erg.
We bereiken na 31 km de volgende bevoorrading in Tournaboup. Heerlijk warme soep, wat zoute koekjes, waterzak bijvullen en daar gaan we weer moederziel alleen op pad.
Via een verharde weg gaat het in een flink tempo bergafwaarts. Weer hangen de linten om de 300 m. De twijfel komt weer opzetten en bij elk lint dat je ziet hangen slaak je een diepe zucht van opluchting. Dit constant opletten vergt een serieuze inspanning van je. Plots kom ik op de openbare weg. Geen lint te bekennen. Vermits we in de afdaling naar Luz zitten besluit ik maar om verder te dalen. Ik zie een dorp in de verte, maar geen lint. Zucht na 500m weer een lint. We zitten nu in Barèges op 1260 m. Halverwege het dorp via een klein steegje aan linkerkant terug het bos in voor de volgende klim naar Artiguette.(1460m).
Bergop is het tempo prima en haal ik meerdere lopers in. Wat babbelen en verder in eigen tempo omhoog. De dag begint, de koplamp uit en in de rugzak. In de diepte (800 m lager) verschijnt Luz St Saveur. De zon liet ondertussen snel de temperatuur oplopen en ik dwong me om om de 10 minuten enkele stevige slokken te drinken. Het wa een helse afdling over paden tussen varens, losse stenen en beken tot in de vallei. We liepen waar we ons staande konden houden.
In Luz St Saveur zelf (km 45) staken een weg over en aan de andere kant moesten we een straatje in met een pijl in en een pijl uit. Je kwam op een pleintje zonder uitgang. Links van me stond een gebouw met een poort. Een paar keer op en af gelopen en maar geen uitgang te vinden. Plots kwam een andere loper aan en zei me dat we de poort van het gebouw in moesten : het was het bevoorradingspunt in Luz. Anders had ik deze post gemist.

Ik zat nog vrij fris, maar er waren al wat lopers in moeilijkheden na deze eerste nacht. Zelfde ritueel en de tijd genomen om een vers paar kousen aan te trekken. Op naar de beklimming van de Col de Riou op 1945 m : weer een klim, nu van 1260 m.
Het klimmen ging me nog steeds prima af en regelmatig stak ik iemand voorbij. De temperatuur liep ondertussen wel al flink op. Vlakbij het ski station van Luz Ardiden ging het GR pad steil omhoog dwars door S bochten van de weg.
Welgekomen bevoorrading met water en cola (zelfbediening) op de parking in Bederet (1670 m). In volle zon via de skihellingen naar de top van Col de Riou. De enkele lopers voor je waren een mikpunt zodat je niet altijd achter die linten moest uitkijken. Even genieten aan de top en dan in een groepje naar onder lopend tot in Cauterets, 1400 m lager. Onderweg begon ik wat zeurende pijn in mijn linkerkuit te krijgen. Het verontruste me niet al te erg. Dan zou ik maar afwisselend wandelen en lopen in de volgende afdaling.
In Cauterets (63,4 km) een uiterst vriendelijke ontvangst door de helpers en een uitgebreide bevoorrading in het gemeentehuis.
Vol moed starten we aan de beklimming van Cabaliros op 2300 m, 1400 m hoogteverschil te overbruggen op het warmste moment van de dag. Petje uitgehaald en bij elke beek (uiteindelijk maar 2) ondergedompeld : heerlijk fris. Eénmaal uit bos moest je in zig zag steil de helling onder een genadeloze zon omhoog. Maar het was prachtig dit heidelandschap in volle bloei. Steeds meer lopers kregen het moeilijk.
De laatste bochten waren in zicht, we waren er bijna. Maar na de laatste bocht wachtte ons de volgende verrassing : een houten bord met die o zo vervloekte tekst : „Sommet Cabaliros à 45 min“.
Verderop overal langs het pad lopers in het gras, uitgeteld, doodop, aan het slapen.
Ik kreeg het serieus moeilijk om dat laatste steile stuk te overbruggen.
Boven op de Cabaliros was het panorama gewoon adembenemend : 360° uitzicht op zowel de vlakte aan de voet van de Pyreneeën als de bergtoppen van de hoge Pyreneeën op de grens tussen Frankrijk en Spanje. Niet dralen en weg waren we. Afdalen dwars door de hoge graszoden, steeds weer zoekend naar die vervloekte linten. Na 3 km kwamen we weer op een open vlakte zonder markeringen. We waren met enkele lopers aan het zoeken in alle windrichtingen. Na 10 minuten zegt iemand een markering en waren we weer vertrokken op weg naar de bevoorrading in Turon de Bene.
Tot mijn grote verbazing ben ik op dat ogenblik 64 ste op de 216 gestarte deelnemers. Voor het sluiten van de tijdsbarrière in Luz waren er daar uiteindelijk 164 deelnemers vertrokken : dus nog 100 deelnemers die de calvarieweg op de Caliberos moesten gaan.
„Direct loop je in het bos en in de schaduw“, monterden de vrijwilligers ons op. Alleen duurde het een eeuwigheid voor we aan het bos waren. Bijna 1900 m diende gedaald te worden vanaf de top van Cabaliros tot in Pierrefitte. Ook hier weer deze zeer steile afdalingen vooraleer Pierefitte te bereiken. Om het verkeer te mijden in Pierrefitte, had men een ommetje voorzien met op het laatste een zeer steile afdaling. Dit had ik nog onthouden van de briefing. Een gewaarschuwd man is er twee waard. Zeer voorzichtig naar beneden, maar ik bleef achter een stok hangen en ging in duikvlucht naar onder met mijn bezweet lijf neerploffend in het stof. Enkel stoffelijke schade Nog een kilometer en aankomst in Villelongue, de eerste grote bevoorradingsplaats.

Ondertussen was het al 19u30. Wat verse kleren aangetrokken, spaghetti met kaas gegeten, cola gedronken, waterzak vullen en iemand gezocht om samen mee de volgende nacht in te gaan.
Niemand van de lopers die ik vroeg wou nog vertrekken. Ik zat met een probleem : zou ik hier nu moeten opgeven ?. Naar buiten gewandeld en daar zag ik 2 lopers Pascal en Edouard zich gereed maken om te vertrekken. Ik vroeg hen om 5 minuten te wachten en onder de aanmoedingen van de toeschouwers vertrokken we om 20u10, 10 minuten na de tijdsbarrière.
Ik was me helemaal niet meer bewust van die tijdslimieten en bleek dus dat ik door het oog van de naald was. Meteen besefte ik dat de 100 deelnemers die na mij nog op het parkoers zaten in Villelongue uit de wedstrijd zouden genomen worden.

Een klim van 1400 m naar de Hourquette d’Ouscouaou voor de boeg. Edouard had geen stokken mee en kreeg het moeilijk om het tempo bergop te volgen. Af en toe een kleine pauze zodat hij weer kon aansluiten : we geraakten vrij snel vooruit. De tweede nacht was ingegaan en de hoofdlampen werden weer aangestoken. Op enkele honderden meters van de top werden we ingehaald door de vrijwilligers van de verderliggende bevoorradingspost. Ze moedigden ons constant aan in de beklimming naar de top waar we om 23u45 aankwamen. Daar kreeg Pascal het moeilijk en besloot om een uiltje te knappen tot 1u00. Ik was niet echt moe maar kon niets anders dan wachten. Alle veldbedden in de tent waren bezet : dus maar achter het stuur van de bevoorradingscamionnette gekropen. Een dutje van 30 minuten en ik was als herboren. Om 0u50 werd iedereen gewekt. Uiteindelijk waren we met 6 lopers om te vertrekken en 2 begeleiders uit Barèges die het parkoers hadden uitgezet.
Ze liepen achter ons aan om de markeringen te verwijderen.
Na 20 minuten lopen verzwakte het licht van mijn hoofdlamp. Ik besloot om mijn reservelamp uit de rugzak te halen. Het hele maneuver duurde maar enkele minuten, maar de groep was ondertussen volledig uit zicht in het donker verdwenen. Terug kon niet meer want de markeringen waren verdwenen. In zeven haasten de achtervolging ingezet en uiteindelijk na 10 minuten de groep weer bijgebeend.
We zaten nu in de laatste 50 km die als de technisch zwaarste aangekondigd waren. Een understatement zou je kunnen zeggen. Een nacht met 4 zeer zware beklimmingen (Col de Bareilles, Col d’Aoube, Col de la Bonida (met een stijgings% van 30% over 1,5 km) en Col de Sencours), helse afdalingen op los puin en paden op steile kliffen langs diepe meren.
Aan de foto’s te zien van de deelnemers van de korte trail van 75 km overdag gelopen op hetzelfde parcours, moet het een prachtig landschap geweest zijn. Wat mij betoverde waren de duizenden fonkelende sterren aan een pikzwarte hemel.
Als groep bereikten we uiteindelijk bij dageraad de verversingspost op de Col de Sencours. Een zeer hartelijk onthaal. Ik was zonder problemen de 2de nacht doorgekomen, een hele opluchting. Daarna volgde een lange afdaling richting het skistation van La Mongie : samen met Pascal begonnen we in een flinke draf aan de afdaling. Na enkele kilometers tijdens het springen op de rotsblokken voelde ik plots de huid onder de hiel van mijn linkervoet loskomen. Gedurende 10 minuten een stekende pijn en ik had alle moeite van de wereld om Pascal te volgen. Nog wat klimwerrk en anderhalf uur later waren we in de La Mongie.
Wat drinken en eten, mijn zak met vers gerief gehaald en naar de verpleger voor verzorging van mijn reuzeblaar. Toen ik mijn schoen uitdeed, bleek ik een kanjer van een opgezwollen linkervoet te hebben. Ik voelde nattigheid, maar kon de verpleger ervan overtuigen dat ik enkel een stram gevoel had bij het lopen en niet het wandelen. : voet 10 minuten in het ijs, blaar gedesinfecteerd, andere kleren aangetrokken en om 9u30, 30 minuten voor de tijdsbarrière, vertrokken Pascal en ik voor de laatste 30 km. We schatten tussen de 8 en 10 uur nodig te hebben. Het zou alweer een snikhete dag gaan worden en we waren toch al 35 uur onderweg.
Na meerdere kilometers op een smal pad langs een bergflank begon de loodzware klim naar de Barrage de Castillon. De vermoeidheid begon nu echt zwaar door te wegen en van lopen was er geen sprake meer.
Na de barrage was het gedurende meerdere kilometers springen over de granietblokken langs de prachtige bergmeren. Nog een korte klim naar de Refuge de Campana en daar wat tot rust komen in de schaduw en water bijvullen.
Nog 2000 m zei de vrijwilliger om ons wat moed in te spreken. Een mokerslag, de moed zonk me in de schoenen : dit kon toch niet, bijna aan de meet en nog 2000 m hoogteveschil te overwinnen.
Gelukkig een misverstand : hij bedoelde nog 2000 m tot aan de top van de Col de Bastanet (2507 m en hoogste punt van de wedstrijd) en ongeveer 300 m te klimmen.
Nog 2 km over rotsblokken tot aan de top waar we aangemoedigd werden door 2 vrijwilligers : nog enkele kilometers tussen de rotsblokken en dan lopen jullie op een vlak GR pad, onmiddellijk na de volgende Refuge.
Zeer gevaarlijke afdaling op los puin en laveren op en tussen rotsblokken gedurende enkele kilometers vooraleer de Refuge de Bastan te bereiken. Water bijvullen aan de kraan en een kort gesprek met enkele vissers. Forellen van 40-45 cm in de meren : straffe verhalen vind je in elke hobby.
Na de Refuge snakte ik naar dat vlakke pad waar we uiteindelijk op terecht kwamen. Na een kilometer een grote ontgoocheling. We werden op een zijpad vol met losse stenen gestuurd. De marteling onder mijn voetzoelen herbegon.
Na een half uur werd het terrein vlakker toen we op de skipistes kwamen. Het leek wel eindeloos te duren en de zon brandde ongenadig op onze lichamen. Uiteindelijk nog een klim van 100 m, een bocht en we bereikten de laatste verversingspost op de Col de Portet. Nu kon het niet meer misgaan. Je voelde dat je het ging halen. Pascal even de vrouw bellen om zijn verwachtte aankomsttijd door te geven.
Toffe bende daar om ons te helpen. Door het geringe aantal finishers waren ze ook niet echt overwerkt. Er stond nog voldoende water om een zwembad mee te vullen.
Nog 1400 m dalen over een afstand van 11 km onder een brandende zon. Pascal had het laatste stuk nog willen lopen maar het vet was bij beiden van de soep. In de volgende kilometers verloren we geen hoogte en ik begon te vrezen voor een loodzware afdaling in de laatste kilometers. Zoals gevreesd ging het plots bijna loodrecht naar onder, eerst dwars door de varens en later op een verharde weg. De bovenbenen waren nog in een verwonderkijk, goede staat maar die laatste afdaling was het echt doorbijten en afzien voor de quadriceps.
Eindelijk Vieille Aure in zicht en dolgelukkig liepen we naast elkaar de laatste meters tot over de eindstreep, verwelkomd onder luid applaus van de toeschouwers.
Een droom in vervulling gegaan, een onbeschrijflijke herinnering aan de prachtige landschappen van de Pyreneeën, je eigen grenzen verlegd.

Dank aan de organisatoren, de vele vrijwilligers, de verpleger in Mongie, die het voor ons mogelijk gemaakt hebben om dit prachtige avontuur te beleven in een werkelijk uniek decor.

Hoe kijk ik er achteraf naar ?

Positieve punten

zeer selectief en prachtig parkoers in een buitengewoon mooi landschap.
zeer goede bevoorrading in de stopplaatsen. Ruime keuze en zeker voldoende.
enthousiaste vrijwilligers
goede medische verzorging
geen afval onderweg. Respect voor de natuur

Punten voor verbetering

de briefing. Uitleg over wijzigingen aan een parkoers waar je nog nooit geweest bent is voor mij verloren moeite.
Je kan niet verwachten dat alle deelnemers vooraf een verkenning van het traject gemaakt hebben

de bewegwijzering van het parkoers. Enkele tips vanuit wandelwedstrijden :

* 30 m na een splitsing wordt langs de ingeslagen weg een nieuw lint gehangen. Je weet
dan onmiddellijk dat je juist bent
* op 100 m voor de bevoorrading hand je een bord op. In een vreemde stad is je niet
meteen duidelijk welk gebouw (school, gemeentehuis) je moet binnengaan
* uniforme aanduiding en uniforme aanduiding (via een mal) van de symbolen op de
grond . De oranje cirkels van de 2de nacht waren groter en anders van kleur. Ik wist niet
of ze van een ander evenement waren of niet

Op één van mijn trainingen op de GR10 heb ik rond 2200 m in een miezerige mist gelopen met een zichtbaarheid van max. 20 m. Het liep mis toen ik op een plaats kwam waar 15 parallelle paden van schapen liepen over een breedte van 50 m. Onmogelijk om het GR teken op de rotsen te vinden. Ik ben moeten terugkeren. Met een dergelijke zichtbaarheid en zo weinig markeringen zou ik nooit het GRP parkoers kunnen beëindigd hebben.

de eerste grote bevoorrading moet niet in Villelongue zijn maar in Cauterets. Na een nacht en ochtend zwoegen is het fijn om rond de middag jezelf in verse kleren te kunnen steken

Tot slot

Een must voor iedere ultra-trailer. Een echte challenge om het einde te halen. Geen gedrum op het parkoers. Een uniek decors. Enthousiaste vrijwilligers en een keuze bij de bevoorrading die niets te wensen overlaat.


Theo Leroy 
 
[ top pagina ]