Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
2 sep 2019
De Grand Raid: een serieuze uitdaging
17 aug 2019
Een geweldige etappeloop: de Holland Ultra Tour
13 aug 2019
Holland Ultra Tour, oftewel: uit in eigen land
1 jul 2019
Alvi Ultra Trail 2019
Verslagen in 2019
* September
* 2 sep 2019: De Grand Raid: een serieuze uitdaging
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van September 2011
 
Maanden heb ik me voorbereid op de RUN in Winschoten, de 100 kilometer. Marc Papanikitas schreef dit voorjaar in een soort van persoonlijke opdracht aan de binnenkant van de omslag van zijn boek dat een 100 kilometer ‘magisch’ is. Ik was hem dankbaar voor deze krabbel. En inderdaad: het is een magische afstand. Hoe weinig mensen kunnen zeggen dat ze ooit aan de start stonden van een 100 kilometer hardlopen? Ik deed het vorig jaar reeds en liep de wedstrijd uit (redactie: in 8.57.06). Ondanks mijn teleurstellende prestatie tijdens deze editie van 2011 weet ik bij voorbaat dat ik een bevoorrechte persoon ben; ik ben in staat om 100 kilometer hard te lopen. Niettemin ben ik teleurgesteld.

De afgelopen zomer heb ik mijn voor mijn doen als een beest getraind. Naast vakantiewerk in een slagerij ging ik meestal zes keer per week, dikwijls in de avonduren na het werk, op pad. De weken waren vermoeiend. De weektotalen kwamen steeds ruim boven de honderd kilometer. Een aantal weken veel meer dan dat. De piek lag half augustus: in tien dagen 240 kilometer. De vorm was zeer goed. De twee lange duurlopen ruim een week voor wedstrijd gingen fantastisch. En ik had mede door een goede wedstrijd over vijf kilometer enkele weken voor de RUN zelfs enig zelfvertrouwen. Ik was sneller dan ooit en had een enorm duurvermogen opgebouwd. Tegelijkertijd wist ik dat het zomaar mis zou kunnen gaan. De tactiek zou zoals altijd met enig risico gepaard gaan: relatief snel starten en dan het verval proberen te beperken in het tweede deel. Deze strategie kan goed uitpakken maar ook dramatisch. Daarnaast zijn weersomstandigheden altijd van grote invloed. Ik was bang voor het volgende scenario: een koele zomer, en dan in Winschoten warme, zware omstandigheden. Dit slechte scenario pakte helaas uit. Vanaf woensdag zag ik op teletekst dat het zwaar zou worden.

Op zaterdagmorgen was ik al vroeg in Winschoten. Rustig de startnummers ophalen en opspelden, een praatje maken en vooral ontspanning zoeken. De atleten van bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Ierland, Zuid-Afrika en België waren allemaal aan te raken in de sporthal naast de start en tevens finish. Een groot aantal atleten liep om de wereldtitel. Ik helaas alleen om de nationale titel – geen selectie afgedwongen. In de gymzaal nam ik plaats tussen een groot aantal atleten dat van start zou gaan op de 100 kilometer. Het was mooi om te zien dat Pieter Vermeesch, een Belgisch loopwonder die uiteindelijk een vierde plaats pakte op het wereldkampioenschap, een half uur voor aanvang van de wedstrijd plaatsnam aan een tafeltje om zich – waarschijnlijk – mentaal te preparen op wat er ging komen. Ikzelf probeerde voor wat afleiding te zorgen door naar een muziekje te luisteren.

Plotseling staat Henk Noor voor me! We hadden elkaar aan de vooravond van de RUN 2010 leren kennen tijdens de boekpresentatie van Ron Teunisse. Hij had foto’s van Ron en mij genomen en toegestuurd. Ik ben hem nog altijd dankbaar voor die dienst. Sinds enige maanden hebben we af en toe contact op Facebook. Hij liet een week voor de wedstrijd spijtig genoeg weten dat hij niet zou starten vanwege een blessure. Noor wenst me succes en vraagt om het rustig aan te doen vanwege de hoge luchtvochtigheid. Het is nog negen minuten tot de start als hij zegt dat we elkaar straks nog wel zullen tegenkomen – hij met een fototoestel in de aanslag langs het parcours, ik lopend.

Bij het wegzetten van mijn spullen in de kleedkamer kom ik Andy Roodenburg tegen. We hadden elkaar ontmoet tijdens de marathon van Leiden in 2009. We hebben regelmatig contact en komen elkaar af en toe tegen bij wedstrijden. Andy had ook een maandenlange voorbereiding achter de rug voor die ene wedstrijd die nu bijna op het punt stond van beginnen. We lopen samen naar de start, praten nog wat over de voorbereiding en wensen elkaar succes. We zouden elkaar misschien nog wel tegenkomen, aldus Andy. Nou en of! We troffen elkaar weer toen ik mezelf al was tegengekomen. Ik stond geparkeerd en op het punt van uitstappen. Hij zou uiteindelijk doorstomen naar een fantastische derde plaats op het Nederlands kampioenschap. Ik ben blij dat het hem wel gelukt is: hij heeft er veel voor moeten doen en laten. En dat betaalt zich een keer uit. Ik wacht en hoop ook op die ene keer dat alles op z’n plaats valt.

Het startschot klinkt en we zijn weg. Het is druk en het parcours in het begin smal. De voorsten trekken het veld gelukkig uit elkaar. Ik voel me dik in orde en besluit mijn strijdplan uit te gaan voeren. Niet rustig starten zoals Henk Noor me nog had geadviseerd, maar risico’s nemen. Ik kan gewoon niet anders, het is mijn manier van lopen. Het is gokken. Maar liever naar de klote dan op safe lopen. De laatstgenoemde tactiek is verstandig, zeker als het warm en vochtig is, en ik kan heel goed begrijpen dat anderen het wel doen, maar ik zou mezelf later betichten van lafheid. Als kleine jongen genoot ik bijvoorbeeld altijd enorm van de schema’s van schaatser Gianni Romme: wegknallen en kijken tot waar hij kon komen met lage rondetijden. Het waren altijd spectaculaire beelden bij de NOS en het leverde hem soms prachtige tijden op. Maar dikwijls vielen hem medelijden en terechtwijzingen ten deel als hij weer eens instortte: hoe stom kun je zijn! Maar ik bleef fan van Romme en zijn manier van schaatsen en indeling van races.

De 100 km van de RUN Winschoten bestaat uit tien ronden over een parcours van 10 km. Ik wilde zes ronden van ongeveer 45 minuten lopen en daarna het schema op laten lopen naar 50 tot 55 minuten per ronde. Misschien wat overmoedig, maar ik geloof op dit moment van schrijven nog altijd in deze tijden. Ooit loop ik ze!, al is het maar in een mooie droom. Nogmaals, ik voelde me prima al baarden de eerste straaltjes zweet na twee kilometer me wel zorgen. Het zou warm en vochtig worden, en daarmee een zware race – en ik ben geen warm-weer-loper. In een lekker tempo besloot ik plaats te nemen in een groepje dat voor een groot deel bestond uit atleten van het Oostenrijkse team. Elke 2,5 kilometer een bekertje water en goed eten onderweg. Vooraf krijg ik namelijk maar met moeite een hap door mijn keel. Eten moet dus vooral onderweg gebeuren. Al na negentien kilometer nam ik een gel van 90 gram. Een flinke maaltijd!

Om de vijf of tien kilometer nam ik kleinere gelletjes en tot ongeveer 40 kilometer ging dat allemaal prima. De chrono stond op 2.58 uur na 40 kilometer. Alles volgens plan. Langzamerhand moest ik voor dat lekkere tempo’tje gaan werken. Door het pakken van de gelletjes en het opbergen van mijn zonnebril – ik heb nooit begeleiding onderweg – heb ik me wat moeten laten afzakken uit de groep. Geen probleem: ik loop graag alleen.

Werken geblazen, maar dat is normaal na drie uur lopen. Maar bleef het maar bij arbeid alleen. Het ademhalen ging steeds moeizamer. Mijn longen leken in toenemende mate onder grote druk te komen staan. Dan maar kleine beetjes lucht pakken, de capaciteit verlagen. Onder de longen leek zich een soort steen te vormen. Ik werd misselijk. Wat kon dat nou zijn? Een overdaad aan gel genomen? In de verzorgingszone na 45 kilometer wedstrijd komt aan het licht wat de reden is. Ik neem een bekertje bouillon en het is nog niet leeg of mijn maag begint zich samen te trekken. Een eerste kwak braaksel op de straat. Ik schaam me dood. Ik kijk om me heen en verplaats me vliegensvlug naar de overkant van de weg waar een grasveld is. Hier kan ik rustig uitkotsten. Nog twee grote stralen. De pijn schiet door de onderbuik. Het is gênant. De verzorgers van de Italiaanse ploeg kijken toe. Waarschijnlijk meer mensen, maar alleen met de Italianen heb ik oogcontact. Ik schaam me nogmaals. Zij weten precies wat ik ook weet: dit is ultralopen, hard en vaak meedogenloos...Maar deze keer niet, ik voel hun deernis, hoewel op gepaste afstand. Het is bij tijd en wijle een eenzaam lijden zo’n 100 kilometer. Het hoort bij de sport: kotsen en gewoon doorlopen. Ik kom een minuutje bij en ga weer op pad. Uit de verzorgingszone had ik een gelletje meegenomen dat ik met moeite naar binnen werk. Het lijkt in eerste instantie lekker op te luchten; ik heb de ‘steen’ uitgekotst en kan weer lekker verder lopen in een goed tempo. Niet meer aan dat grasveld denken...

Een paar kilometer verder begin ik me echter slap te voelen. De misselijkheid komt weer terug. Ik neem wat water, maar niet van harte. Na de doorkomst op 50 kilometer gaat het steeds moeilijker. De ingewanden gaan weer pijn doen en ik weet dat het moeilijk wordt. De longen beginnen steeds meer op te spelen en de benen worden krachteloos. Ik ga wandelen en neem nog even plaats op een terrasje aan de straat alwaar een gezin me een bord bonensoep aanbied. ‘Nee dank u.’ Ik vervolg m’n weg. Eerst lopen, dan wandelen, weer opstarten, en dan weer wandelen.

Ik wordt ingehaald door een loper die ik eerder heb gedubbeld. Hij begint tegen me te praten alsof hij me al jaren kent. ‘Ja, in de Haarlemmermeer, daar liep ik ook mee.’ Tijdens die loop over zes uren nam ik na ongeveer vier uur lopen in gewonnen positie plaats op een stoel in de verzorgingszone. Stoppen leek toen eveneens een aantrekkelijke optie. De benen wilden niet meer; een week daarvoor had Sol Invictus me gesloopt tijdens een vijftig kilometer rond het Eemmeer. Nee, tijdens die zes uurloop zat het tussen de oren: toen een andere ultraloper me aanspoorde verder te lopen stond ik direct op en liep ik de wedstrijd uit. Ik kreeg achteraf nota bene geld voor deze vreemde vertoning. Het was mentale zwakheid geweest om plaats te nemen op een stoel.

‘Zou het tussen de oren zitten?,’ vraag ik aan de medestrijder in Winschoten, vlak voordat we Heiligerlee betreden. Daar begon in 1568 zoals wij allen weten de Tachtigjarige Oorlog. Zou daar mijn oorlog tegen de vijand, oftewel mijn lichaam, ook aanvangen? ‘Nee, het is de warmte. En je bent het gewend om lange afstanden te lopen, je weet wat het is…’, aldus de man. Het zit dus niet tussen mijn oren. Het lichaam wil gewoon niet meer. Ik ga weer wandelen en wens mijn consulent, die overigens zijn 100 kilometer heel rationeel in een 50 kilometer liet omzetten, succes. Ik probeer af en toe nog hard te lopen. Na 54 kilometer ga ik op een stoep zitten. Mijn schoenen moeten even uit. De voeten doen ook al zeer. Wat ben ik toch zwak! De veters willen niet los. Laat maar. Een verkeersregelaar die me gade heeft geslagen, dringt erop aan dat ik even op zijn stoel kom zitten. ‘Wil je wat drinken?’ Even een blikje sinas. Ik neem een paar slokjes en luister naar zijn anekdotes. Hij liep ook ooit de 100. Ik bedank hem en zeg tot volgend jaar. Ik ga ermee kappen. De nieren beginnen op te spelen en ik krijg steeds meer pijn in de onderbuik. Deze blessure aan de lies negeer ik al maanden. Na afloop vertelde een van de EHBO’ers dat het waarschijnlijk een liesbreuk is. Daar wil ik nog steeds niet aan. Ik hoop dat het slechts een blessure is.

Ik drink nog wat en overweeg zelfs nog even om de wedstrijd uit te gaan wandelen. Maar nog 45 kilometer wandelen? Dan zou ik buiten de tijd finishen. Ik moet mezelf in bescherming nemen. Voor de eerste keer. Want ik ben nog nooit uitgestapt. Ik heb altijd heel goed kunnen begrijpen dat anderen dat wel doen. Maar ik kan het niet. Ik zou mezelf een zwakkeling vinden en spijt krijgen. Maar Winschoten wordt wel mijn Waterloo. Over veldslagen gesproken!

Andy Roodenburg komt nog voorbij. Hij ziet me in eerste instantie niet en lijkt in trance. Ik roep en ga even naast hem lopen. Hij vervloekt de hitte. Ik deel hem mede dat ik ga uitstappen. ‘Of toch nog niet?!.’ Ik haak tientallen meters aan, maar dan schiet de pijn weer overal door mijn lichaam. ‘Wacht zo lang mogelijk met uitstappen!,’ roept hij nog. Dan weer wandelen. Na 58 kilometer moet ik hoognodig urineren. Ik wacht nog even zodat ik kan wateren op een rustig bospad zonder publiek. Een paar donkere druppels urine, dat is alles. Ik wandel weer verder en applaudisseer nog voor een Amerikaan die de stenen uit de straat loopt – ik heb ervan genoten om met zulke goede atleten op hetzelfde parcours te mogen lopen. Een van de mooiste momenten van de dag was het moment dat Giorgio Calcaterra voorbij kwam schieten. Ik leek wel stil te staan. Hij liep werkelijk weergaloos! 6 uur en 27 minuten!

Ik doe verstandig en stap uit. Toch schaam ik me. Maanden werk om zeep. Op dit moment van schrijven besef ik dat ik juist enorm veel geleerd heb afgelopen zomer en een veel betere loper ben geworden. Niettemin liepen de tranen over mijn wangen toen ik plaatsnam in de verzorgingstent. Het doek was gevallen, les jeux sont faits Een vriendelijke vrouw van de EHBO praat op me in. Ze vindt 60 kilometer al een knappe prestatie. Ik begrijp haar reactie en waardeer haar woorden, maar daar heb ik niet maanden voor getraind. Het is niet met woorden uit te drukken hoe graag ik deze wedstrijd had willen voltooien.

Was het alleen maar ellende? Zeker niet. Ik ben blij dat loopvriend Andy tot een mooie prestatie is gekomen. Hij had wel het geduld om zijn race rustig op te bouwen Daarnaast was het machtig mooi om te aanschouwen hoe hard die Italiaan Calcaterra liep! Hij was na de start à la Romme vertrokken en had vol overgave een voorsprong opgebouwd op de rest van het sterk bezette deelnemersveld. Een verdiende wereldkampioen!

Een 100 kilometer is niet niks. Anderen kunnen gemakkelijk roepen dat ik even een 100 kilometer ga lopen. Ik weet wel beter en zie huizenhoog op tegen de afstand. Loop het zelf maar eens, is mijn boodschap aan alle recensenten die vanuit hun luie stoel oordelen. Het is gewoon niet te vergelijken met een marathon. Het is ultra, dat wil zeggen extreem. Nadat ik afgelopen jaar zogezegd was toegetreden tot de ‘club van 100’ is het ontzag voor de afstand alleen maar groter geworden. Alle theorie over hartslag, snelheid, loopzones enzovoorts worden in mijn beleving na pakweg vier tot vijf uur lopen gereduceerd tot niet-relevante kletspraat; louter het lopen, het aanhoudend doorgaan, telt dan nog.

Ik doe volgend jaar weer een poging. De RUN in Winschoten is een prachtig evenement in een sfeervolle ambiance. In een restaurant in Hoogezand – slechts twintig minuutjes met de trein vanuit Winschoten – wisten ze niet eens dat er vlakbij een wereldkampioenschap had plaatsgevonden. De Italiaanse kok moest eens weten: een landgenoot wereldkampioen. Salute! Het is kennelijk een goed bewaard geheim – zelfs binnen de provincie Groningen! In de toekomst maak ik graag weer gebruik van dat mooie geheim.

Dave Boone
(daveboone88 <at>gmail.com) 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]