Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
12 feb 2018
Brocken Challenge
4 feb 2018
03 februari 2018 Blauwbekmarathon Oostwold
1 feb 2018
Vandaag Sri Chinmoy Marathon Amsterdam 27-01-18
25 dec 2017
De dag dat het moest gebeuren, de Spartathlon
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
* December
* Oktober
* September
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* 22 apr 2002: Verslag La Louvière 2002
* 22 apr 2002: Met de bus mee in Rotterdam
* 2 apr 2002: Leidsche Rijn marathon (NED) 01-04-2002
* 1 apr 2002: Patrick Kloek in de 48u van Brno
* Maart
* Februari
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van April 2002
 
20 APRIL, LA LOUVIÈRE, 6 UREN

Op donderdag was op UtraNed te lezen dat er slechts 22 voorinschrijvingen waren waarvan 4 uit Nederland afkomstig. De Ultracupklassering en nieuwsgierigheid naar wat La Louvière te bieden zou hebben, deden Jos Hopman en ondergetekende besluiten naar het diepe Belgische Zuiden af reizen. Om 6 uur al, je weet het immers nooit met die abrupte Belgische verkeersaanduidingen, reden we richting Antwerpen en Brussel. Er waren wat vlaagjes mist voorspelt, maar het leek erop dat het beperkt uitzicht de hele dag zou duren. Ruimschoots op tijd arriveerden we op de ‘Ecole Communicale’, een school die de noodzakelijke voorzieningen, zoals het wedstrijdsecretariaat, kantine, kleedlokalen en toiletten herbergden. Nou alles! Douches waren niet te vinden. Omdat mijn schoolfrans niet begrepen werd, kon ik uit gebarentaal opmaken dat er buiten een tentje stond waarin gedoucht kon worden. Na de wedstrijd bleek dat men zich die moeite had kunnen besparen, er kwamen immers gewoon enkele koude druppels water uit de provisorische installatie. Zou het een school zijn voor de jongste leerlingen van het basisonderwijs vroeg ik me af toen ik van het toilet gebruik maakte, De deuren konden o.a. niet gesloten worden en alles leek in madurodam formaat gebouwd te zijn, maar dan vóór de 2e wereldoorlog uitgevoerd.

Heel plezierig is dat je alvorens naar de start gaat, je tijdens de koffie en het innemen van de laatste koolhydraten, je steeds dezelfde mensen ontmoet. Zo kom je nog eens wat te weten. Dat de jonge Dirk Thys een vriendin heeft die voor haar werk 2 jaar naar Australië wordt uitgezonden. Dirk de bofkont, kan zijn ultraprestaties daar voortzetten.

Er stonden toch nog 40 atleten aan de start, waaronder 7 Nederlanders. Om 10 uur was de mist nog niet opgetrokken, het was kil, maar de zon zou doorbreken, dus even kleumen in korte broek en T-shirt. Het parcours bestond uit een ronde van 2365 meter. Omdat het vele keren moet worden afgelegd, ben je heel nieuwsgierig hoe het eruit ziet. Daarover waren de meningen sterk verdeeld. Sommigen vonden het een fijn parcours. Ik en nog diverse anderen beweerden het tegendeel. Er was veel hoogteverschil, vooral na het kilometerpunt. Dat moet 20 keer en meer ronden overbrugd worden. De rechterkant van de weg was met pionnen afgezet zodat je in het gunstigste geval met tweeën naast elkaar kunt lopen. Je moet niet wagen midden op de weg te lopen, want het nogal drukke verkeer claxoneerde je terug naar de smalle strook, in tegenstelling tot de enige rolstoeldeelnemer die van de automobilisten voorrang kreeg. In het laatste gedeelte liep je door het kleine centrum. Daar stonden de supporters en natuurlijk de vertrouwde citroën van Ton Smeets en Wilma die weer voortreffelijk werk verrichtten bij het uitoefenen van onze hobby’s. Het centrumkerkje werd alsmaar kleiner omdat er een imposant groot kruisbeeld voor stond, met ernaast een man en een vrouw die niet uitgekeken raakten op de man aan het kruis, i.p.v. dat ze op ons, moedige doorzetters, hun blikken richtten.

Al in de 2e ronde vlogen er atleten langs me heen. Hoe was dit mogelijk? Ben ik nu al gedubbeld? Nee hoor, er waren veel estafettelopers die om beurten in de hoogste versnelling liepen. Een van hen was een vrouw die ik al een tijdje probeerde bij te houden. Ze had zich zonnig gekleed en was daarom een welkome afwisseling in mijn uitzicht. Helaas, dat was maar van korte duur. Jezelf opblazen om steeds maar tegen een achterwerk aan te kijken, had ik er niet voor over. Na ongeveer een uur wedstrijd zag ik dat Paul Bekkers was uitgestapt. Was dat niet de wereldkampioen die enkele weken geleden in Tjechië op een baantje van 250 meter 48 uur lang ongeveer 400 km gelopen had? Voor 6 uur zou hij eigenlijk zijn hand niet moeten omdraaien, maar een liesblessure als gevolg van zijn inspanningen op de 48 uur, maakte er na 11 km een einde aan. Ik liep een tijdje samen met Roger Neckebroeck. Het was zijn eerste ultra na een vervelende operatie van 4 weken geleden. Ik vertelde hem dat ik mijn linkerknie weer voelde opspelen. ‘Uitkijken, rustig lopen en niks forceren’, zei de man met ervaring. Het was zijn 41e 6 uur loop. Knappe prestatie voor iemand die pas met zijn 53 jaar begonnen is. Bovendien had hij 50 keer de 50 km gelopen en 12 keer de 100. Als mijn knie me niet in de steek laat, dacht ik toen, ben ik al blij als ik één keer de 100 zou kunnen lopen.

Na enkele uurtjes brak de zon door, heerlijk. En Wilma maar in de auto onze rondjes tellen. ‘Het is bikiniweer’, riep ik, ‘laat je maar aflossen’. Even later zag ik haar in tegenovergestelde richting een rondje lopen, maar in trui en lange broek. Het koelde namelijk behoorlijk af. Na 3.45 u hoorde ik Ton zeggen dat ik 16 rondjes gelopen had. ‘Is dat 40 km?’, vroeg ik. ‘Zoiets’, antwoordde hij. Ik ging aan het tellen maar was te optimistisch geweest. Het was beslist nog geen 40 km. Plotseling kreeg ik last van mijn rechterbovenbeen. De spieren waren duidelijk voelbaar. Geen wonder, we liepen rechts van de weg en omdat die meestal een bolle vorm heeft en mijn rechterbeen even lang is als mijn linker, vangt het rechterbeen de meeste klappen op. Dan maar op de linkerhelft van het trottoir lopen, wat alleen maar mogelijk was in het centrum, of aan de linkerkant van de weg. Na een uurtje wat geslalomd te hebben trok de pijn langzaam weg. Ook had ik na 45 km geen last meer van mijn knie, die was (lekker!) warm gedraaid. De verzorgingspost was rijkelijk gevuld met dranken, banaan, koek, chocolade (ja, we zijn in België), rozijnen en suikerklontjes. Een heel ander aanbod dan in de meeste marathonwedstrijden. Ik zag dat steeds dezelfde loper mij zeker een tot twee keer per uur voorbijliep. Aan zijn shirt kon ik zien dat hij goed moest zijn. ‘Wereldrecord 6 uur 90 km’ stond erop. Wel in ’94 gelopen maar nog lang niet opgebrand. Het bleek de winnaar Lucien Taelman te zijn die vandaag 84.675 km zou lopen.

Aftellen in een wedstrijd doe ik nooit, je weet waar je aan begint, het is hobby, maar als het laatste uur aanbreekt geeft het wel een lekker gevoel. Jos had me verteld dat als we 21 ronden gelopen hadden, we er 50 km op hadden zitten. Dat was bij mij na 5.06 u, bijna een half uur langzamer als in Stein. ‘Je kunt op onze leeftijd niet alles evenaren of verbeteren, dan ga je voor de bijl’, herinnerde ik me een uitspraak van Jos op de heenreis. Een cameraploeg van een locaal televisiestation maakte opnamen. De man met de microfoon kwam me nagelopen en stelde een vraag. ‘Je suis Neerlandais’, was alles waarmee ik hem van dienst kon zijn. Op dat moment dacht ik waarom we na de eenheidsmunt van de euro ook niet kunnen toewerken aan slechts één Europese taal. Het signaal tot beëindiging van de wedstrijd ging een minuut te vroeg af. Ik stopte, maar lopers achter mij riepen: ‘doorlopen, we hebben nog een minuut’. Nee, ze waren niet blij met het stopteken, er is 6 uur afgesproken, dus gaan ze door tot de volle 100 procent. Misschien verbazingwekkend voor de toeschouwers, maar karakteristiek voor duursporters. Het tweede signaal werd natuurlijk niet genegeerd. We vroegen ons af hoe de restmeters zouden worden berekend. Op een geheel andere manier dan het schoollokaal vanmorgen deed vermoeden. Ultramodern zelfs. De cameraploeg kwam langsgereden, fotografeerde iedere deelnemer op borstnummer en registreerde tegelijkertijd de meters.Wat stijf maar dik tevreden ging ik me omkleden. De hete barbecue- en hamburgerlucht kwam je al snel tegemoet. Ze zullen er ieder geval meer klanten mee getrokken hebben dan de koude douche, die alleen door de ‘hardliners’ gebruikt werd. Op 40 meter na (had ik de laatste minuut maar vol gemaakt) had ik er 57 km opzitten. Als eerste 60 plusser kon ik een standaard en T-shirt als herinnering aan een mooie en vooral gezellige wedstrijd mee naar huis nemen.

De organisatie van La Louvière heeft er alles aan gedaan om ons een fijne en sportieve dag te bezorgen. Op de terugreis zei Jos dan ook terecht: ‘Ik heb een echte vakantiedag gehad’.


Vincent Schoenmakers
vincentschoenmakers@hetnet.nl
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Ook dit jaar waren Rotterdam de vrolijk dansende ballonnen te zien van een aantal ‘pacers’. Voor de derde keer alweer had Runner’s World ervoor gezorgd dat een aantal ervaren marathon- en ultralopers het juiste tempo aangaven voor een ieder die dat tempo wilde volgen. Er waren een zestal groepen geformeerd van 3.15, 3.30, 3,45, 4.00, 4.15 en 4.30 uur. Clubgenoot en tevens loopmaat Ad Voortman had mij al enige tijd geleden gevraagd om samen met hem de 4:30 groep te hazen. Zijn collega-pacer van vorig jaar, Rob van den Hoek, wilde wel eens voorloper zijn van een iets snellere groep. Ik hoefde daar niet lang over na te denken. Ik vind Rotterdam een leuke marathon, met veel enthousiast publiek langs de kant. Omdat ik jaren in Rotterdam heb gewerkt vind ik het heerlijk om weer eens in deze dynamische stad te zijn. En eigenlijk vond ik het ook wel een eer om voor een dergelijke, toch wel verantwoordelijke taak te worden gevraagd.

Op de marathonzondag haal ik Ad ’s ochtends al vroeg op. Het is nog erg rustig op de weg en we zijn dan ook ruim op tijd in het casino, de verzamelplaats voor pacers en volgers. We hebben met een aantal mensen al kennisgemaakt in het zgn. Praathuis, een virtuele ontmoetingsplek op Runnersweb, de site van Runner’s. Het blijkt erg leuk en ook wel verrassend om de mensen die we al kennen uit het Praathuis, in het echt te zien. Van twee medewerkers van Runner’s World krijgen we onze startnummers uitgereikt, evenals een speciaal Pacers-shirt en een ballon. Iedere groep heeft zijn eigen kleur ballon, wij krijgen elk een gele ballon toebedeeld. Het zwarte Pacers-shirt is zwart en heeft achterop de tekst: ‘Runner’s World Pacing Team’. Er zijn alleen grote maten beschikbaar en het valt bij mij, voorzichtig uitgedrukt, ietwat ruim. Hetzelfde geldt voor pacer Tom Hendriks, die bepaald geen XL-figuur heeft. ‘Kan-ie niet even in de droger?’ suggereert hij, maar een dergelijke faciliteit is in het casino helaas niet voorhanden.

Het casino blijkt ook maar één toilet beschikbaar te hebben en er vormt zich al snel een lange rij wachtenden. In die rij bevinden zich nogal wat lopers van onze groep, zodat Ad en ik tegen kwart voor 12 de laatsten zijn die met onze groep het casino verlaten. Ach, waarom ons ook haasten als je nog 4.30 uur voor de boeg hebt? Onze groep bestaat uit zo’n 35 lopers, voor een groot deel debutanten. Heel erg spannend dus voor hen.

Als het startschot is gevallen duurt het nog een ruime zes minuten voordat we de finishlijn passeren. We kunnen daarna wel vrijwel meteen in ons eigen tempo doorlopen. Al snel zitten we prima op ons schema. Natuurlijk zijn er altijd lopers die denken dat ze het beter weten en voor ons uit lopen danwel van links naar rechts over het parcours zwalken. Van de twee vorige keren heeft Ad geleerd dat het weinig zin heeft om dergelijke lopers voortdurend terug te fluiten, vaak is het gedrag onverbeterlijk. En komen deze lopers zichzelf onherroepelijk tegen in de loop van de marathon. De meeste lopers doen echter erg hun best om ons tempo zo goed mogelijk te volgen. De eerste 20 kilometer gaat het prima, er wordt nog volop gepraat, gelachen, geplast, allemaal zonder problemen. Dan beginnen de eerste het moeilijk te krijgen. Het is toch wel erg warm, de drinkpauzes zijn hard nodig en een paar gemene klimmetjes zorgen ervoor dat diverse lopers het moeilijk krijgen. Ad en ik kijken zo nu en dan even om om te kijken of iedereen er nog is, maar het blijkt ondoenlijk om dat goed in de gaten te houden. En we kunnen moeilijk achter een ieder aan gaan lopen die stuk zit. We kunnen weinig meer doen dan het tempo aangeven, hier en daar wat mentale steun geven en hopen dat de groep het kan volgen.

Grappig is te merken dat er zich ook spontaan lopers aansluiten. Zo is een eenzame loopster dolgelukkig dat we haar inhalen en haar opnemen in de groep. Haar loopmaatje, die het tempo zou aangeven, heeft moeten afhaken en ze ziet er enorm tegenop om de rest alleen te moeten lopen. Geen probleem natuurlijk, loop maar mee. Even later komt een jongen meelopen die meteen naar zijn loopmaat gebaart: ’Kom op joh, stap ook in de bus. Zo’n lekker tempo, het gaat bijna vanzelf!’ Met dan wel de nadruk op ‘bijna’, want het wordt warmer en warmer en onze lopers krijgen het zwaar. Sommigen komen zich keurig afmelden: ‘Ik laat me zakken hoor!”, anderen zijn we opeens kwijt. Na het 25km punt nemen we iets gas terug en trekken we ook wat meer tijd uit voor de o zo belangrijke drinkpauzes. De drankposten blijken helaas slecht voorbereid op het warme weer. Soms moeten de lopers wachten op vrijwilligers die nog bezig zijn met het volschenken van bekertjes. Blijkbaar hebben niet alleen de lopers het moeilijk met de sterk oplopende temperatuur. Het wordt steeds stiller in de groep, men heeft alle adem nodig voor het lopen. Vanaf de 30 kilometer lopen we steeds meer wandelende deelnemers achterop, het lukt slechts een enkeling om weer te gaan dribbelen en zich aan te sluiten. De warmte eist zijn tol. Bij de 35 kilometer is er nog maar een handjevol lopers over van onze oorspronkelijke groep. Een klein aantal is vooruit gelopen, de meesten hebben het tempo echter niet kunnen volgen.

Na 4 uur, 29 minuten en 19 seconden precies komen Ad en ik over de finish. Onze missie, overkomen in 4 en een half uur, is geslaagd. We schudden de handen van een aantal lopers die ons bij hebben kunnen houden, en wachten dan nog enige tijd op lopers van onze groep die het aan het einde niet meer bij konden houden. Van een dankbare echtgenoot van één van de loopsters, die haar debuutmarathon heeft afgelegd in 4 uur en 38 minuten en volledig kapot over de finish komt, krijgen we beiden een feestelijk flesje champagne. Wij zijn helemaal perplex, en moeten even slikken als we zien dat bij beiden de tranen in de ogen staan.

Daarna wandelen we moe maar tevreden terug naar het casino. De dag wordt afgesloten met een gezellig etentje met de pacers en de mensen van Runner’s World, De ideeën om het volgend jaar nog beter te doen vliegen over de tafel. Ik vond het een geweldige en dankbare ervaring, en als het aan mij ligt ben ik er volgend jaar weer bij!

Gerry Dumont
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
ZONNIGE LEIDSCHE-RIJN MARATHON

Volgens het Atletiek magazine is april de maand van de grote marathons. De Leidsche-Rijn marathon in Midden Nederland beet op 1 april 2e Paasdag de spits af. Tevens werd het clubkampioenschap van atletiekvereniging Veteranen Nederland gehouden. Vorig jaar ging het niet door vanwege gevaar voor verspreiding van het schadelijke MKZ-virus.

Samen met mijn loopmaatje Wil, die in Apeldoorn nog 2.49 liep en er als 2e veteraan finishte, reden we ’s morgens optimistisch en enthousiast richting Utrecht. Immers het beloofde eindelijk eens lekker weer te worden. Geen handschoenen, maar korte broek en t-shirt, wat een opluchting na al dat winterse gedoe. Bij de parkeerterreinen merkte je al meteen dat het een massa marathon zou worden. Met bussen werden we naar de start gebracht waar juist een helicopter aan het dalen was. Olympische schaatsvedette Jochum Uijtenhaghe stapte in. Hij had zojuist het startschot gegeven voor een skaterace. In het promodorp waren alle faciliteiten heel centraal ondergebracht. Alles lekker dichtbij: toiletten, kleedruimte, koffie, afhalen startnummers enz. Zit je aan de koffie dan kom je altijd bekenden uit de ultrasportwereld tegen. Nu was het Jos Hopman. We maakten meteen een afspraak om samen naar La Louviére te rijden om deel te nemen aan de 6 uur op 20 april. Wil had zijn eigen gebruikelijke ceremonieel: inlopen, rekken, insmeren, toiletbezoek. Ik hou het enkel op wat licht rekken. Vanaf augustus wordt dit mijn 10e marathon, ik begin ervaring te krijgen. Inlopen vind ik maar energie verspillen die je in de wedstrijd hard genoeg nodig zult hebben.

En dan het startschot. Al meteen een pittoresk brugje over en lekker langs het water lopen. Bij km punt 4 hoorde ik iemand achter me zeggen: ’19.28 dit is de goede snelheid, we liggen op het schema van 3.30’. Ja, er zijn mensen die wat af cijferen en rekenen en alles tevoren uitgedokterd hebben, maar alleen de wedstrijd telt en dan komt het op de uitvoering van al dat cijferwerk aan. Op dat moment kreeg ik toch wel respect voor Wil die nooit een horloge draagt en op gevoel loopt. Wat is Harmelen mooi! Een groot natuurgebied met veel water wordt afgewisseld met een prachtige alleenstaande villa’s (zou dit het Wassenaar van Utrecht zijn?). Het 10 km punt lag bij Vleuten waar wij dwars door de kern liepen. Er was een heuse, snel door buurtbewoners in elkaar gezette fanfare geformeerd, zodat heel Vleuten van onze inspanningen op de hoogte werd gebracht. We gingen weer terug richting de Meern, waar de deelnemers aan de halve marathon hun laatste kilometers volbrachten. Via het buitengebied van Utrecht voerde het parcours naar Haarzuilens. Er was veel belangstelling. In diverse voortuinen waren terrasjes gemaakt en moedigde men de lopers aan.

Zo rond de 25 km passeerde me iemand en riep: ‘He, wat heb jij een nep t-shirt aan’. Hij keek om en lachte (me uit). Nee, dat tussen haakjes waren míjn gedachten. Hij had namelijk hetzelfde shirt aan als ik droeg, gekregen op de 6 uur van Stein waar op bedrukt staat ‘100 km Dutch Championships’. Hij bedoelde, nog niet de afstand gelopen, maar wel net doen alsof. Daar zullen ze in Stein niet wakker van liggen, er is niets mooiers dan reclame maken voor hun prachtige evenement, zullen ze daar denken. Later aan de finish zag ik de man met hetzelfde shirt. Het was Rob Tielemans, de winnaar van de 6 uur van Wijdewormer een week geleden. Tussen de 26 en 27 km lag het keerpunt. Zo warm was het nou ook weer niet dacht ik toen ik las wat er op het keerpunt geschreven stond: ‘Irma Heeren loopt zonder kleren’. Ik had niet gehoord dat Irma mee zou doen, maar het rijmt wel lekker, of het lekker loopt??? Vlak daarna was weer een drinkpost. Ik had een hongerig gevoel en vroeg of ik ook een stukje banaan kon krijgen. ‘Helaas mijnheer, we hebben alleen maar water’. Dan maar hopen op de volgende post. Enkele minuten later zag ik een begeleider, bepakt met volle rugzak, met een loper meefietsen. Zou ik hem kunnen vragen of hij iets te eten voor me heeft, vroeg ik me af. Ik zat lekker in de race, voelde me kiplekker, alleen wat hongerig. ‘Mijnheer’, vroeg ik beleefd, ‘mag ik u wat vragen. Hebt u een stukje banaan of koek voor me, ik barst van de honger’. ‘Jammer, maar ik heb niets te eten bij me’, was zijn antwoord. Waar of niet waar, ik kreeg er geen volle maag mee, maar dacht er het mijne bij. Op dat moment verlang je naar een ultraloop, daar is altijd wat te eten. Gelukkig waren er bananen bij de volgende post. Ik heb even stilgestaan en enkele stukken naar binnengewerkt. Op het 30 km punt 2.33. Nog steeds veel belangstelling langs het parcours. ‘Dat ziet er goed uit’, hoorde ik regelmatig. Ik probeer altijd soepel te blijven doordraaien en het applaus van de mensen te belonen door te blijven lachen en een duim op te steken. Dan zie ik vlak voor me een loopster die een hond aan de riem heeft. Al 35 km lang? Nee, want een begeleidster volgt haar met een mandje achterop. Wat zal dat beestje een prachtige 2e Paasdag gehad hebben! Het heeft zijn baasje in moeilijke momenten gehaasd.

Bij km 39 applaudisseert iemand en roept: ‘nog een kwartiertje genieten’. Hij begrijpt tenminste waarom die lopers zo geobsedeerd zijn door de marathon. In 3.41.11 kom ik over de finish en ben daar dik tevreden mee. Tussen de 10 en 30 km heb ik flinke pijnscheuten gehad in mijn linkerknie, dat is het laatste jaar in iedere wedstrijd zo, ik raak eraan gewend en weet dat het na de 30 km minder wordt. Voor het overige ging het me heel gemakkelijk af, eigenlijk ook geen vermoeidheidverschijnselen, zal wel aan het stralende weer gelegen hebben. Wil had deze keer echt op zijn gevoel gelopen. Hij was een half uur langzamer dan in Apeldoorn, maar hij had genoten van de omgeving. Zo’n groots opgezette wedstrijd organiseren vergt niet alleen veel tijdsinvestering maar je moet er ook de mensen voor hebben. Dat waren zo’n 300 vrijwilligers. De organisatie heeft het slim aangepakt door scholen of verenigingen 230 euro te geven als ze 15 vrijwilligers konden leveren, las ik op de internetsite. Elke extra vrijwilliger krijgt 14 euro. Deze beloning verdienen ze als tussen 10.00 en 17.00 uur helpen. Dat was nieuw voor mij. Wie weet is Utrecht de voorloper van de betaalde vrijwilliger. Een goede sponsor is dan onontbeerlijk.

De Leidsche-Rijn Marathon was een perfect georganiseerde wedstrijd op een prachtig parcours.

Vincent Schoenmakers
vincentschoenmakers@hetnet.nl


__________________________________________________________________

De marathon voor wedstrijdatleten heet de OSKAM marathon; de uitslag voor de recreanten op de marathon vindt u onder de benaming IDA marathon.

De uitslagen van de Leidscherijnmarathon (zowel OSKAM als IDA) kunt u raadplegen op: http://www.leidscherijnmarathon.nl/lrm2002/index_uitslagen.html

Anton Smeets
smeets-pauptit@hetnet.nl

 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
World Cup 48 uur Nonstop Indoor BRNO (Tsjechië)
(onofficieel Wereldkampioenschap)
Op Vrijdag 22 maart wordt in het Tsjechische stadje Brno een race over 48 uur georganiseerd. Daar het mijn eerste maal is dat ik zulke extreem lange wedstrijd ga lopen ben ik nog wat voorzichtig. Ik ben echter in gezelschap van een ervaren man. Paul Beckers, regerend Europees kampioen 24 uurloop en wereldrecordhouder over deze 48 uur op de weg. Ook hij vindt dit andere koek. We arriveren ruim drie dagen voor de wedstrijd in de stad en verkennen deze in die tijd. Verder besteden we aandacht aan het voedsel die we dienen te bereiden om zoveel mogelijk brandstof te hebben voor de wedstrijd. Ons is er wel op gewezen dat er een kookploeg aanwezig is maar lopers hebben toch zo hun eigen gewoontes en eten bij zich. Dan op de laatste avond voor de wedstrijd is er een bijeenkomst in ons hotel, de organisatie en de atleten zitten samen rond de tafel te eten. Het heeft iets van een laatste avondmaal... Vierendertig atleten tel ik snel, waaronder vier vrouwen. Na het maal snel slapen want de volgende dagen komt er niet veel van.
De volgende ochtend zijn we reeds vroeg de veren uit en om acht uur worden we naar de start gebracht. Een ronde koepel met daarin een parcours van 250 m lang. Een cirkelvormige ring van puur betonnen ondergrond met om de tien meter een witte pilaar. Het is er nu nog koud maar eens in beweging gaat het nog wel. We haasten ons naar de tafels en kiezen de laatste twee voor ons uit en installeren zorgvuldig de voeding. Sommige deelnemers delen de tafels met drie omdat ze te weinig bij hebben en rekenen zo op de organisatie. Nu kunnen we de andere deelnemers wat taxeren. Vooral Oostblokkers zoals Tsjechen, Polen, Slovenen, Hongaren en Russen. Verder zijn er 1 Zweed, 1 Joegogoslaaf, twee Duitsers, 1 Oostenrijker en twee Belgen.
De start wordt gegeven en ieder kiest zijn eigen tempo. Ik hou het op een kleine 9,5 km/uur terwijl Paul weggaat tegen 10 gemiddeld. Meteen neemt de Rus Abzazlilov de leiding en loopt tegen 15 km/u. Veel te hard vindt ook Paul. Hij loopt zo op een 13e plaats terwijl ik me rond de 25e plek begeef. Rustig lopen we ons tempo, rondje na rondje terwijl ik me opwerk tot de 17de positie. We zijn dan ruim zeven uur onderweg. Paul ligt nu derde. Hij is in strijd gewikkeld met de Rus en de Tsjech Dvoracek, terwijl achter hem de Russische Reutovich zich 5e heeft genesteld. Om de vier uur wordt er gewisseld van looprichting en dat baart ons in het begin wat last maar gaandeweg lukt het ons toch nog ons te concentreren. Ik strijd nog steeds met de Rus Falkov, de Pool Pospisil en Sipos, de Hongaar. Deze laatste is de eerste die er af moet. Hij verdwijnt uit de wedstrijd na ruim 19 uur koers. Hij haalt nog 139,5 km. Ook rond dit punt heb ik het moeilijk en ga over in snelwandelen. De Rus en de Pool lopen van me weg maar gaan geregeld slapen zodat ik steeds in de buurt blijf. Paul is echter doorgestoten naar de eerste plaats en heeft enkel nog te vrezen van Dvoracek. Abzalilov krijgt zijn te verwachten klop en kan het tempo niet meer aan. Paul loopt als eerste de grens van de 200 km voorbij (19,56.59 u). Zienderogen heeft hij een gat geslagen met Dvoracek en Reutovich, die nu tweede en derde zijn. De eerste dag sluiten Paul en ik af met respectievelijk 233 km en 161 km (voor mij amper 4 km minder dan mijn besttijd in Welden). Dan krijg ik het ook moeilijk, na 28 uur wedstrijd kan ik mijn knie niet meer plooien en schuif met de rechtervoet over de grond. Ik moet verdergaan op wandelen en haal nauwelijks 3,5 km/uur aan. Ik ga even een kwartiertje rusten. Het kwartiertje doet me goed en ik hou het nu enkel op wandelen. Tegen een 5 km/uur schuifel ik over het parcours. De voet nog steeds over de grond. Paul heeft het ook moeilijk en gaat na 32 uur wedstrijd slapen. Hij heeft een voorsprong van ruim 8 km. Na een uur komt hij terug en merkt dat hij tot zijn vreugde de leiding nog heeft. Dan breekt voor mij weer het noodlot toe, twee bloedblaren die ik maar openprik. Het bloed spuit eruit, gelukkig is er water bij zodat het wel weer gaat. Op het moment dat ik weer op de baan verschijn verlaat Paul even de race om voor de vijfde maal naar het toilet te gaan. Hierdoor verspeelt hij het wereldrecord indoor. We zijn inmiddels 37 uur ver en mijn knie doet te lelijk, op aanraden van Paul ga ik slapen. Ik realiseerde me dat ik amper vooruit ging, 5 rondjes op een uur (1,250 km). Ik rust gedurende drie uur, probeer het nog eens maar loop haast tegen elke paal op. Het heeft geen zin. Ik verlaat weer de baan om het voor gezien te houden. Nu neem ik de tijd om de overige blaren te verzorgen. Dan doe ik met de ogen toe. Ik word weer wakker, voel dat de knie het beter doet en probeer recht te komen. Paul loopt nog steeds onbedreigd aan de leiding en ook ik maak mijn eerste wankelende passen weer op het parcours. Het heeft me weer drie uur gekost maar nu we het 44e uur naderen wil ik niet meer van het parcours af. “Al loop ik me dood”, neem ik me voor. Ik ga zoveel mogelijk naar de buitenkant lopen om de snellere atleten niet te hinderen. Met zo nu en dan een vingertje omlaag wijs ik hen dat ze de binnenbaan krijgen. Het wordt in dank aanvaard. Ultralopers zijn een grote familie merk ik snel. Na een tijdje moeten we weer draaien en klappen alle deelnemers in elkaars hand, goede of slechte loper, het smeedt een band. In het volgende uur leg ik 2,250 km af maar dan zit er verbetering in. Uren 46 en 47 worden beide in 4,5 km afgelegd. Gedurende het laatste uur merk ik dat ik nog voorbij de 230 km kan komen en dat lukt me nog ook. Nu ga ik verder naar de 235 km. Ik heb nog iets meer dan een heel uur te gaan en pers er dan ook alles uit wat mogelijk is. Alles doet zowat pijn maar opgeven doen we nu niet meer. Paul komt me nog steeds regelmatig passeren en ik zie ook aan hem dat het een helse tocht aan het worden is. Hij geeft ook alles nog wat in hem zit om nog voorbij de 400 km te gaan. Met nog een kwartiertje te gaan haal ik mijn 235 km. Nog enkele minuten meer te gaan en Paul loopt met de nationale driekleur naast me en laat me mee genieten van zijn triomf. Foto’s worden geschoten en alom lachende gezichten. Onderweg begin ik ook de andere deelnemers te feliciteren tot het laatste schot valt. Ik strand op 236,273 km (2e 24 uur: 75,523 km), maar Paul is de nieuwe wereldkampioen. Hij heeft een totaal van 392,372 (2e 24 uur:159,372). Nu rest er nog enkel in te pakken en de ceremonie. In afwachting daarvan begin ik de chocolade die ik nog over heb uit te delen aan de kinderen die in de hal rond lopen. Ze verstaan me wel niet maar weten toch wat ik bedoel. Onbewust en onbedoeld zal dit me de prijs opleveren van “de meest sympathieke mannelijke atleet”. Weer in ons bed begint de tweede lijdensweg. Er wordt gekreund en gekermd zodat het lijkt of er een heel bejaardentehuis vol met 100jarigen in de kamer is neergestreken. Het zijn echter alleen Paul en ik die de pijnscheuten bij elke draai weer door ons lichaam voelen stromen. Morgen wandelen we de pijn er wat uit en dan gaat het wel weer. Ondertussen lees ik de uitslagen nog even door en merk dat ik 22e gefinisht ben met twee persoonlijke records: van de 100 mijl (24.00.45 u) en het 48 uurrecord (236,273) Beiden voor verbetering vatbaar.

Conclusie:
+ Een voortreffelijke organisatie, goede sfeer en altijd goed weer...
- Het parcours, altijd maar draaien, geen meter recht, met de betonnen ondergrond en de pilaren die maar op je af komen.

Kloek Patrick

Van Jos Cleemput vernemen we nog dat :
1) Paul Beckers reeds wereldrecordhouder 48u op de weg was met 410,022 km
2) de Russische vrouw Reutovitch met 373 km haar eigen indoor wereldrecord verbetert met 6 km, maar nog 5 km verwijderd blijft van het wereldrecord op piste dat sinds 1997 op naam staat van de Amerikaanse Sue Ellen Trapp.
3) hij van Paul Beckers een kaartje kreeg met volgende tekst :
"Voeten kapot
"diarree lek zot
"nooit meer begot,
"ne zot"

Jean-Paul Praet
jp.praet@pandora.be
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]