Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
14 aug 2018
Monschau Ultrarun nieuwe start
5 aug 2018
Kladno Sri Chinmoy 48 uur
3 aug 2018
Gross Glockner Ultratrail 110 km
26 jul 2018
Dappere renners gaan de snikhete Bokemei Run aan in het Westerpark!
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
* 25 jan 2003: KWALITEIT
* 21 jan 2003: Marathon op prachtig parcours in het Belgisch-Limburgse Genk
* 7 jan 2003: IJsdrank op laatste Fat Ass Fifty 50 kilometer Soerendonk
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Januari 2003
 

Donderdag 23 januari konden we genieten van de eerste column van Ron Teunisse. Hopelijk zullen er velen volgen. De strekking van het verhaal is dat die maffe hardlopers in andermans ogen niet goed wijs zijn, om in ongure weersomstandigheden toch het lichaam blijven afbeulen. Heerlijk, lopers zijn geen mensen van de middelmaat, maar houden van extremen. Het psychologische effect van volhouden, doorbijten, nooit opgeven, kennen ze als geen ander. Door lopen leer je discipline op te brengen die je in je werk of waar dan ook, goed van pas komt. Wij willen ons leven kwaliteit bieden.

Lopers die de 100 kilometer in 13 uur afleggen zouden hiermee geen prestatie, dus geen kwaliteit geleverd hebben, begrijp ik uit de column. Ik denk dat vele ultralopers, waaronder ikzelf, het hier niet mee eens zijn. In mijn ogen is ultralopen grenzenverleggend, in extreme omstandigheden zoals de Spartathlon, een vorm van overleven. Ik heb 2 jaar geleden voor de ultrasport gekozen, omdat ik het gevoel kreeg dat presteren niet op de eerste plaats kwam. Bovendien worden in geen enkele andere tak van sport de veteranen prestaties herleid tot senioren prestaties. Het equalizer systeem waarbij prestatie en leeftijd uitgangspunt vormen is uniek. Ik ben ook opa, mijn tijden lopen terug, maar dankzij dit systeem heb ik nog heel goed gepresteerd in de Ultracup. Een marathon lopen onder de 4 uur, de 50 kilometer binnen de 5 uur geven me enorme voldoening. In tegenstelling tot de traditionele lopen waar ik vroeger veel aan deel nam en waar alles op prestatie gericht was, heeft de (ultra)marathon me het echte loopplezier bezorgd. Het landschap, de omgeving, de kletspraat onderweg, de filosofische overpeinzingen in je hersenpan, hebben mijn leven verrijkt. Maar we leven in het ik-tijdperk. Velen willen het beter doen dan de anderen. Ze vissen naar complimentjes, schouderklopjes. Ze zijn prestatiegericht zowel in de sport als in het werk. Meer salaris, meer status, en dus meer presteren. Als ze worden aangesproken op sportprestaties willen ze horen dat ze het zo goed doen. Ze blijven zich inspannen om als beste te presteren. Kwaliteit is dan een toverwoord geworden, aangewend om de ander te imponeren.

Ultralopers zijn anders, althans de meeste. De wereldkampioen 100 kilometer Jean-Paul Praet heeft me enkele maanden geleden een geweldig compliment gegeven: ‘Als ik je verslagen lees, ben jij nu reeds meer echte ultraloper dan ik ooit geweest ben, ondanks de vele 100 kilometer wedstrijden, want bij mij stond de prestatie voorop’. Hopelijk vind je mij geen opschepper, ik ben kritisch genoeg om reëel naar mezelf kijken, ik ben echt nog maar een kleintje met mijn 35 (ultra)marathons. Toch heb ik in de afgelopen 2 jaren enorm veel vreugde zien uitstralen, ook en misschien wel vooral bij de wat minder snelle loper.
Ze beschouwen ultralopen niet als een kwaliteit op zichzelf, nee, ze genieten ervan.


Vincent Schoenmakers
 

 
[ top pagina ]
 

 
 
 
2E LOUIS PERSOONS MEMORIAL

Weinig websites geven zoveel volledige informatie als die van atletiekclub de Demer in Genk. Binnen enkele minuten weet je alles over de jeugdatletiek, marathons in binnen- en buitenland en natuurlijk alle informatie over hun eigen marathon. Dit alles is heel logisch gerangschikt, zodat een onhandige internetter zoals ik, zonder krachttermen de muis kon hanteren.

Boven verwachting was het zondagmorgen half acht droog toen Jos en ik vanuit Eindhoven vertrokken. We spraken elkaar moed in door te zeggen dat we al blij zouden zijn als we het eerste uur droog zouden lopen, want er was de hele dag regen voorspeld. Jos had er vorig jaar ook de marathon gelopen, maar toch verdwaalden we in het centrum van Genk. Op zondagmorgen is er weinig verkeer, dus kwamen we toch nog ruim een uur voor aanvang op de plaats van bestemming. In de ruime kantine druppelden de deelnemers binnen, vooral ultralopers. Zij beseffen dat een praatje maken, samen wat eten en drinken, de saamhorigheid en gezelligheid van het evenement verhoogt. Jack, Patrick, Lex, Sjoerd, Henk, Gijs, Carrie en Ben, zij waren weer van de partij. Carrie had Willy Jonckers weer meegebracht die 5 januari zijn debuut op de 50 kilometer maakte, zonder ooit een marathon te hebben gelopen. Dat deed hij vandaag. Zijn tijd mocht er zijn: 3.34.50. Ook Han en Henry waren er. Zij en ik gaan in mei de Ronde van Aruba lopen (75 kilometer), dus werd er gekscherend gesproken dat wij de atleten uit het Caraïbisch gebied eens een poepie zullen laten ruiken. Peter Suikerbuijk, Tom Hendriks, Wim Epskamp, Simon Pols en Peter Adriaans gaan er ook naar toe.

In de kleedkamer heerste twijfel over de aan te trekken kleding. Blijft het droog of niet. Ik heb mijn regenjack toch maar aangetrokken. Vanuit de kantine vertrokken de 90 deelnemers (vorig jaar 37) naar de start die een kilometer verderop lag. Daar kregen we te horen dat Louis Persoons, degene naar wie de marathon is genoemd, anderhalf jaar geleden veel te vroeg is overleden. Er werd een minuut stilte gevraagd. En het was ook echt stil, we stonden immers niet op een voetbalveld. Hierna kregen we uitleg over het parcours dat bestond uit een aanloopstuk van 4,4 kilometer en 7 ronden van 5,4 kilometer. Anders dan in andere marathons werd hier begonnen met de 195 meter, dat normaal het laatste stukje is. Hierna werden we weggeschoten, om ongeveer tien over tien. Ik maar denken wat het verschil zou kunnen zijn tussen 195 meter bij de start en 195 meter op het eind, een marathon is toch een marathon. Na 195 meter was ik er achter, op een bordje stond 0, dus wel lekker als je 41 ziet staan, dan is het ook echt 1 kilometer. Eigenlijk moet je zoiets niet denken als je nog maar net gestart bent. Je doet het omdat het je hobby is, je doet het om onderweg lekker ontspannen te kletsen, je doet het voor de mooie omgeving van het parcours, maar je weet ook dat je bijna iedere keer op het laatste stuk moet afzien, en dan 195 meter mooi meegenomen.

Ik loop het liefst waar ik nog nooit ben geweest Alles is dan nieuw en je bent benieuwd wat de organisatie je voorschotelt, zeker als je 8 keer dezelfde ronde loopt. Een fietspad tussen de bossen. Een stukje openbare weg tussen de villa’s van rijke Belgen (of Nederlanders?) waar we geen hinder hadden van het verkeer. Dan weer een mooi fietspad tot we anderhalve kilometer voor de doorkomst in een soort recreatiegebied terechtkwamen. We liepen langs Hemellichamen. Er was een pad dat naar Mars voerde. Ongeveer honderd meter verder was je al bij Jupiter, of de Aarde. In mijn gedachten zat ik al op Mars, mijn krachten te meten met de levende wezens die daar wonen. Na mijn dood zal dit ongetwijfeld gebeuren door andere ultralopers. Ik werd uit mijn concentratie gehaald door een hoge groene skibaan even verderop. Er werd geen gebruik van gemaakt. Dat leek me duidelijk, op een groene skibaan sport je alleen maar in de zomer. Elke kilometer werd exact en duidelijk aangeduid. Na de doorkomst zat er een venijnige klim van zeker honderd meter in het parcours, een kilometer verder vals plat. Een zwaar parcours, hoorde ik om me heen zeggen. Het waren leden van de eigen vereniging, die er wekelijks liepen.

Om 11 uur startte de halve marathon, het was gezellig druk. Voor me liep een jongeman met een jack aan waarop New York marathon bedrukt stond. In de veronderstelling dat hij daaraan deelgenomen had, zei ik: ‘wat een verschil hé, de drukke New York marathon en de rust hier’. ‘Ik ben niet naar New York geweest’, antwoordde hij, ‘heb ik op de markt gekocht, bij de solden (Belgisch voor uitverkoop)’. Rond het 18 kilometerpunt tikte Patrick me op mijn rug, hij had me al gedubbeld en liep nog lekker soepel. Toch liep ik goed. Op de halve afstand kwam ik door in 1.52. Er was een bevoorradingspost waar je in elke ronde kon kiezen uit water, cola, warme thee met suiker, rozijnen, honingkoek en bananen. Ik neem altijd ruimschoots de tijd om me goed te verzorgen en waardeer het zeer als er ook iets te eten is, wat we helaas in vele marathons missen. Met nog 3 ronden te gaan staat plotseling Lex bij de bevoorrading naast me. ‘Lex, kom op, je kunt veel sneller, gaat het niet?’, vroeg ik hem. ‘Ik had nieuwe schoenen aan en kreeg blaren. Gelukkig had ik mijn oude bij me en heb ik in de kleedkamer gewisseld. Dat kost tijd’, aldus Lex. Het ging nu stukken beter, want met nog 16 kilometer te gaan, finishte hij toch nog 14 minuten voor mij.

Om 1 uur ging de 10 kilometer van start. Opvallend veel jongeren deden mee, vooral vrouwen. Het weer was goed, dus droegen er velen een korte tight. Ze startten vlak voordat ik doorkwam en daardoor had ik een goed uitzicht op de winterse melkflessen en zonnebankbenen. Aardig om die verschillen te zien. De melkflessen waren sneller dan de zonnebankbenen. Waarschijnlijk anders getraind. In de laatste ronde liep ik in een groepje van de 10 kilometer. Heel belangstellend vroegen ze alles wat met marathonlopen te maken had. Leuk zo’n nieuwsgierige en geïnteresseerde jeugd, dat belooft wat voor de toekomst. Ik vertelde dat ik het een nogal zwaar parcours vond. Ze adviseerden me in november naar Herve te gaan, een loop van 33 kilometer, vreselijk zwaar. In de laatste 500 meter passeerde Gijs me nog in een fikse sprint. Het is zijn specialiteit om in de tweede helft sneller te lopen, de zogenoemde negatieve split. Ik finishte heel tevreden in 3.52.50. Op mijn leeftijd geeft het extra voldoening om binnen de 4 uur binnen te komen.

Onaangenaam waren de koude douches. De man van de organisatie die overal tegelijk aanwezig moest zijn Micha Havreluk, vertelde dat er verderop wel warm water was. Er waren geen geld- en naturaprijzen te verdienen. Helemaal niet erg, want het alternatief was dat nu iedere deelnemer voor de 10 euro inschrijfgeld een gratis kop soep en een belegd broodje kreeg. Daarbovenop kreeg je nog een gratis consumptie naar keuze. Heel goed aangevoeld van de organisatie, dat in een marathon iedereen zijn eigen prestatie levert. In Genk waren het allemaal winnaars. Dames en heren van de organisatie, bedankt.


Vincent Schoenmakers


Redactionele toevoeging:
Op http://www.addemer.com/Gust.doc kunt u ook het verslag van Gust Maes lezen. 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
‘Ik haal de route bewijzering er nu voor de laatste keer af. Volgend jaar zitten we mogelijk in Eijsden’, zei organisator Ton Smeets na afloop. Op de manier waarop hij deze woorden uitsprak kon je opmaken dat het hem speet de mooie omgeving van Oost Brabant vaarwel te zeggen. De lopers zullen het daarmee eens zijn, want ondanks de vele marathons die zich in dezelfde streek afspeelden, liepen we altijd over prachtige gevarieerde parkoersen. Toch zagen we in een bericht van 20 december op UltraNed dat de omgeving Budel, Soerendonk en Cranendonck nog niet voor de ultrasport verloren is.

Een nieuw jaar, nieuwe kansen. Voor de een kan het niet beter gaan als hij terugkijkt op het afgelopen jaar, voor de ander móét het juist beter als gevolg van blessures of andere ongemakken. ‘Vorig jaar moet ik maar gauw vergeten’. ‘Al presteer ik maar tachtig procent van afgelopen jaar, ik doe het er voor’. Deze en soortgelijke uitdrukkingen waren te horen in de kantine van manege ‘de Boschhoeve’. Het leek wel een Nieuwjaarsreceptie. Op de eerste ultra van het jaar werd de balans opgemaakt en heerste er een gezellige drukte.

We kregen weer het bekende aantrekkelijke parcours voorgeschoteld van een ronde van 6 kilometer gevolgd door zes grote ronden van elk 7 1/3 kilometer. Een stukje bosbad, fietspad en mooie verharde wegen in het buitengebied, van alles wat. Het was koud, de temperatuur lag onder het vriespunt. Met drie thermo shirts, een jasje, twee lange tights, twee paar handschoenen en een muts moest ik er tegen bestand zijn. Onderweg in de problemen komen vanwege de kou zoals in het Retourtje Marathon van vier weken geleden, probeerde ik met alle mogelijke middelen te vermijden. Toch realiseerde ik me dat het voor Christien Okkersen, die de doorkomsten registreerde, en daarom aan enkele vierkanten meters gebonden was, moeilijker zou zijn dan voor de actieve loper.

De eerste 20 kilometer liep ik samen met Ben Mol. Van hem hoorde ik dat er vandaag ook nog een marathon in Kevelaer georganiseerd werd, wat mogelijk een oorzaak kon zijn waarom er zo weinig Duitsers aanwezig waren. Het leuke van ultralopen is dat het niet blijft bij een babbeltje vóór en na de wedstrijd, maar dat je een paar uurtjes samen lopen wat meer van iemand te weten komt. Ben had vroeger fikse hartproblemen en is pas in 1991 met de loopsport begonnen. Vanaf die tijd heeft hij er 369 marathons op zitten. Dan besef je pas dat ultralopen niet alleen een fijne hobby is, maar ook een uitermate krachtig geneesmiddel voor je fysieke gesteldheid. Doktoren hebben soms hun twijfels over de intensiteit waarmee wij onze sport beoefenen, maar zoals Ben het uitdrukte: ‘als je hun adviezen altijd opvolgt, lopen er maar weinig’. Jeffry Oonk, nummer drie in de Spartathlon, dubbelde ons al in de derde ronde. Hij maakte nog een ontspannend praatje met Ben en leek op weg naar de overwinning. Later hoorde ik van Tom Hendriks dat hij te voortvarend van start was gegaan, wat hijzelf uitermate goed besefte, en daarom met een derde plaats genoegen moest nemen.

De eerste vier ronden na 29 kilometer kwam ik door op 2.40. Het ging lekker. Mijn bedoeling was net onder de vijf uur te finishen. Op elke ronde twee verzorgingsposten vind ik persoonlijk van grote waarde. Ik sla ze nooit over, zelfs niet als de mars aan je gebit blijft plakken. Je kunt dan nog enkele kilometers nagenieten. Na enkele uurtjes was ook ik lekker warm gedraaid, zeker als de zon zich nog laat zien. Maar dat was van korte duur. In de vijfde ronde begon het te sneeuwen. ‘Wat een prachtig gezicht hier in de bossen’, hoorde ik diverse lopers zeggen. Dat vond ik ook wel, maar vanaf het witte kerkje met nog ongeveer anderhalve kilometer te gaan vond ik het eng. De weg was geplaveid met kleine steentjes, die bedekt met een sneeuwlaagje, extra glad werden. Ik paste mijn tempo aan en compenseerde dit door op het andere stuk wat harder te gaan. Van de kou heb je geen last meer. Toch vroor het flink. Dat was te merken aan de bekers sportdrank en water die al enkele uren op dezelfde plaats stonden. Je moest eerst door een ijslaagje heen, alvorens je een teug van dit koude vocht in je warme lichaam kon gieten. Een dure reis naar de ijs-run in Lapland is daarom overbodig. Zo zie je maar, de Nederlandse ultra kalender staat ook dit jaar garant voor een gevarieerd programma.

Met nog een ronde te gaan wees de klok 4.09. Ik liep samen met debutant Willy Jonkers. Zijn langste afstand in wedstrijdverband was tot nu toe de halve marathon. ‘En dan nu de marathonafstand overslaan en meteen een ultra lopen, je durft’, zei ik tegen hem. ‘Ik wilde het eens proberen. Als voorbereiding heb ik vorige week een duurloop van 30 kilometer gedaan’, antwoordde hij. Op het laatste stuk dacht ik alleen maar aan de gladde steentjes. Heel rustig aan, zei ik tegen mezelf. Het lukte zonder onderuit te gaan. In de laatste 100 meter ging Willy me nog voorbij, maar ik was dik tevreden met de mooie tijd van 4.55.25. In vergelijking met vorig jaar (4.44) heb ik wel wat moeten inleveren, maar daar zaten dan ook 22 wedstrijden tussen.

Regina Geene maakte ook al haar ultradebuut, terwijl het voor Theo Cloosterman zijn eerste 50 kilometer wedstrijd was. Twee jaar geleden was het mijn debuut. Het lijkt wel of de Fat ass Fifty de kweekvijver is in het ultralopen, dus hou hem op de kalender.

In hartje winter een 50 kilometer lopen met alle entourage erom heen, zoals de nieuwjaarswensen, het gebabbel onderweg, de sneeuw in het mooie landschap en niet te vergeten de ijsdrank, maken deze Fat ass Fifty tot een veel goeds voorspellend begin van het nieuwe sportjaar. Ton, Christien, bedankt en tot de volgende editie, waar dan ook.


Vincent Schoenmakers
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]