Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
9 dec 2017
42 kilometer (en een beetje) in 42 landen (door Albert Meijer)
4 dec 2017
Bertlicher Straßenlaufe - 3 december 2017
3 dec 2017
BTS 100 Ultra 2017 (DNF, 102KM(+5936m), 23:10:53, 115KM gestopt)
26 nov 2017
Van Abcoude tot Kampen
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* 26 apr 2006: Eerste Marathon Plus Loop
* 26 apr 2006: Trail du Val d'Heure
* 25 apr 2006: Geen haas(t), D(ankzij) NS
* 18 apr 2006: De Jan Knippenberg Memorial als bijzonder avontuur.
* 16 apr 2006: Vier dagen genieten in Translorraine
* 16 apr 2006: De 24 uur van Stein kan niet zonder vrouwen
* 13 apr 2006: De Translorraine, een vierdaagse etappewedstrijd over 145 km
* 13 apr 2006: Rotterdam, Stein en de JKM
* 11 apr 2006: Rotterdam 2006
* 10 apr 2006: Op het tandvlees na snelle start
* 9 apr 2006: Ook in de Rotterdamse marathon gelden de ijzeren wetten!
* 5 apr 2006: Killing the “black beast”!
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van April 2006
 
Over de naamgeving van deze wedstrijd is door initiatiefnemer Ton Smeets goed nagedacht. Mogelijk wil hij hierdoor de aandacht vestigen op het enige vakblad in de ultrasport dat nog bestaat. Met de uitgave van het afgelopen winternummer 2006 bestaat Marathon Plus 10 jaar. Het heeft de opkomst van de Internet storm overleefd. UltraNed, IAU en de nu heel veel bekeken en terecht hoog gewaardeerde ‘ultraloper weblog’ van André v d Vliert, worden door de echte ultrafanaten dagelijks bekeken. Een overaanbod op de online-edities is er gelukkig niet bij. Heeft de opkomst van de weblogs de spelregels van de traditionele vakbladen overbodig gemaakt? Nee, zeker niet. Kijk naar vakliteratuur als: Runner’s World, Atletiek Magazine en literair hardlooptijdschrift 42. Alle atletiekverenigingen hebben een website, maar ook een maandelijks clubblad. De papieren vakbladen blijven als een van de uitingsvormen van bestaande, vertrouwde hardloop literatuur. Het fenomeen vakbladen zal niet verdwijnen. Het is wel duur, de verspreiding is kostbaar en het nieuws is vaak achterhaald. Door het produceren van aantrekkelijke inhoud voor zo’n 300 tot 400 Belgische en Nederlandse ultralopers zal Marathon Plus net als al die andere atletiekbladen zijn bestaansrecht dubbel en dwars waard zijn.

De Wedstrijd
Want daar ging het toch om zaterdag 22 april. De Marathon Plus loop is de vervanging van de Fifty/Fifty. Het enige verschil is dat het een 5 uur loop geworden is en een klein gedeelte van het parcours gewijzigd. Na een aanloopstuk van 375 meter volgen 5 ronden van elk 7.686 meter en vervolgens 2 ronden van elk 1695 meter waarmee de marathonafstand kompleet is. Na het volbrengen van de marathonafstand kan men tot 5 uur extra ronden van 1695 lopen. Er hadden zich 11 personen vooringeschreven. Toch staan we met 22 lopers aan de start, waarvan Bert de Jong en Gijs dit morgen in Enschede nog eens dunnetjes overdoen. Herman is er na de JKM en Utrecht van afgelopen week, ook nu weer bij. Ook België is goed vertegenwoordigd. Ze komen met 2 volle auto’s. Susanne, Jacques en Ghislain, de laatste twee hebben de 24 uur nog net als ik in de benen zitten. Micha met een echtpaar dat ik niet ken. Als altijd Jos Hopman, Hans Buis en de drie Limburgse musketiers Math (de nieuwe NK kampioen), Jo en Han. Bovendien hadden we nog een heel belangrijke supporter. Theo de Jong, hij voelt zich vandaag uitstekend en komt een praatje maken. Dat is echte liefde voor de sport, prachtig dat iemand die de laatste tijd zoveel lichamelijke ellende heeft doorgemaakt zijn loopmaten niet vergeet.

Er is mooi weer beloofd 20º, maar volgens Belgische Jacques leggen ze dat in Nederland uit als 10º vóór en 10º na de middag. Ton heeft geen hulp, hij doet vandaag alles zelf: bevoorrading, de klok en start plus rondentelling en einduitslag verzorgen. Al na 500 meter wordt het meteen pittig, diepe karrensporen. Een kilometer verder duiken we het weiland in. Gelukkig geen hoog gras zoals andere jaren, slechts goed balanceren om overeind te blijven. Langs een smal riviertje vervolgen we de weg over vlakke bospaden, waar links en rechts mooie, fraaie vennetjes opduiken. Na een verhard fietspad moeten er zo’n 500 meter voor de doorkomst nog over karrensporen gesprongen worden. Geen snel, wel een mooi en afwisselend parcours.

De eerste kilometers klitten we nog wat met een groepje bij elkaar. Ik ben al blij als ik de wedstrijd rustig zonder pijntjes kan uitlopen, want tijdens de 24 uur is bij 2 tenen de huid eraf geschuurd en het vel is nog broos. Toch wil ik sneller want ik voel me goed. Ik haak aan bij Hans die heel vlak loopt. Ik kan drie ronden in zijn kielzog blijven hangen. Hans vindt het lekker loopweer. Ik heb het koud, mijn handen worden spierwit. Gijs heeft hetzelfde euvel. Vier ronden gaan in 45 minuten, alleen in de laatste moet ik een minuut prijsgeven. Dan nog twee kleine rondjes van rond de 10 minuten, zodat mijn marathonafstand in 4.09 gaat. Bijna iedereen stopt na de marathonafstand. Ik loop samen met Ghislain die de 50 km al gepasseerd is, nog vier rondjes, waarbij ik het tempo behoorlijk laat zakken, omdat de spieren in de bovenbenen opspelen. Volgens eigen berekening (uitslag is nog niet gepubliceerd) heb ik in 4.55.17 uur, 48,975 km gelopen.

Het dagje Soerendonk is weer bij iedereen uitstekend bevallen. De stoelen worden bij elkaar gezet en bij een hete open haard in de kantine van de manege wordt er met of zonder palm, bier of frisdrank heel wat afgelachen. Dat is de charme van kleinschaligheid. Het zou een gouden greep zijn soortgelijke wedstrijden te organiseren als het Nederlandse volk in juni vanwege het WK voetballen, in totale hysterie gedompeld is. Dat is toch veel interessanter.

Vincent Schoenmakers
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Precies 10 dagen rust waren voldoende om mijn kuitverrekking te laten herstellen. 2 dagen voor de wedstrijd kon ik een uurtje pijnvrij lopen en dat geeft voldoende vertrouwen om op zondag 23 april naar Ham-sur-Heure af te zakken voor een 46 km lange trail met 1190 m hoogtemeters. Onder de 60 vertrekkers slechts enkele bekende gezichten en dat had veel te maken met de locatie waar gelopen werd, nl. het ‘verre’ Henegouwen. Eén van de bekende was Amar Cherchari, een Waremmenaar die ik al enkele wedstrijden “bekampte” met wisselend succes. Een goede maand terug in Hamois trok hij nog aan het langste eind tijdens de 50 km trail. Ik was niet van plan om me in te houden en vanaf de start bij het mooie kasteel van Ham-sur-Heure maak ik deel uit van de kopgroep. Zoals meestal spatte die bij de 1ste klim al uit elkaar. Ik verzeil in zowat 10de positie. In de klim hijgen enkele taaie 50-ers mij gezwind voorbij. “Hebben die het nog niet geleerd”, denk ik bij mezelf. Ik speel wat haasje over met de grijsaards maar na een km of 5 kan ik ze toch afschudden. Ik loop met Amar en een withemd “Belgium” een strak tempo in de achtervolging op een 5-tal leiders. Het withemd loopt wat uit en wat later ook verkeerd. Of ons geroep hem veel geholpen heeft, betwijfel ik want we hebben hem niet meer gezien. In een lange goed beloopbare klim na 15 km wedstrijd komt een 2-tal ons voorbij. Ze hebben al gauw 20 m en Amar heeft geen zin om aan te pikken. Ik heb nog wat reserve en sluip langzaam naar hen toe. Amar zie ik pas bij de aankomst terug. Hij zal nog zo’n 3’ prijsgeven.

Km 24: passage in het kasteelpark waar de enige bevoorrading plaatsvond.
Ik had 2 bidons klaargezet en in mijn heuptasje zaten wat vijgen om eventuele dipjes op te vangen. Door mijn snelle pitstop loop ik een kilometertje, nl. een plaatselijk ronde in het park, vóór mijn voorgangers van daarnet. In de eerstvolgende klim worden de rollen weer omgedraaid. Ik blijf zo constant op geringe afstand volgen. Ook het onvermijdelijke riviertje staat weer op het programma. Enkel doorlopen is een optie. Op km 30 staat één van de koplopers met krampen en wat verder wordt mij toevertrouwd dat ik 5de loop. Dat geeft weer wat extra energie. Energie die bij 1 van mijn 2 voorlopers op is, want hij begint te wandelen en in geen tijd volgt hij op geruime afstand.

Ik loop nu 4de en zal dat ook blijven, want mijn 10 km lange jacht op nummer drie levert geen resultaat op. Telkens als ik de prooi bijna beet heb, weet hij weer wat te versnellen. Het kopduo komt over de streep in 3h29, de derde in 3h48 en ik volg een minuutje later, ruim tevreden met deze zeer ontspannen alweer perfect georganiseerde en heel gevarieerde loop met een fijne ambiance.

De volledige uitslag vind je op http://users.skynet.be/fa042229/classement2006.pdf

Edwin Lenaerts
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
De meeste loopverslagen op internet zijn succesverhalen. De persoon in kwestie heeft lekker gelopen, in een tijd die op zijn minst meevalt. Zoiets bezorgt mensen een gevoel van grote tevredenheid. Thuis wordt die belevenis zo goed mogelijk onder woorden gebracht, en het resultaat wordt als leesvoer aan het lopersvolk aangeboden. Het valt te begrijpen dat men bij tegenvallende prestaties wat minder snel geneigd is om uitgebreid verslag te doen. Toch is dat jammer. Dat kan namelijk ook leerzame en leesbare stukjes opleveren. Een hoogtepunt in dit genre vind ik nog altijd de wijze waarop Marc Papanikitas ons deelgenoot maakte van zijn falen bij de Zeeuwse Kust Marathon (oktober 2004: “Hoe kan je een marathon prachtig noemen als je er na 30 km volledig leeg uitstapt? Awel, ik kan dat”).

Afgelopen zondag werd ik er weer eens aan herinnerd dat er nog een andere verhaalcategorie is. DNS. Dat is een categorie waar men meestal in belandt door blessureperikelen of nog ernstiger zaken (denk maar aan Theo de Jong en Cees van der Woude). Ik heb afgelopen weekend ervaren dat ook deze categorie gevarieerder is dan je je doorgaans realiseert.

Ik zou dus naar Enschede. Toen Herman Holterman me een tijdje geleden vroeg om daar de 3.30 groep te pacen, moest ik wel enige aarzeling overwinnen. Enschede was een week na de Jan Knippenberg Memorial, en die had ik als piekmomentje in mijn programma opgenomen. Zou ik dan al weer voldoende hersteld zijn? Ik had even tevoren nog bedankt als pacer voor Utrecht, want dat was al twee dagen na de JKM. Natuurlijk weet ik ook wel dat er bosjes ultralopers zijn die zulke gedachten maar slap gedoe vinden, omdat een beetje ultraloper elke week aan de bak moet kunnen. Maar ik ben niet zo’n held, en heb ook niet zoveel ambitie om me onder het legioen van chronisch geblesseerden te scharen. Voldoende rust heb ik altijd als een belangrijke training beschouwd, en dat motto is na het passeren van de vijftig alleen maar belangrijker geworden. Ik heb me er inmiddels wel bij neergelegd dat echte ultra’s hiervan niet te overtuigen zijn. Hoe vaak heb ik niet tegen clubgenoot Sjoerd Slaaf gezegd dat rust ook een vorm van training is? Die glimlachte dan minzaam, en liep door, ook al werd hij gekweld door een bonte verzameling lichamelijke ongemakken. In het clubblad schreef hij boeiende verhalen over dit lopersbestaan.
Herman wist me over de streep te trekken. Hij had een prima loper als duo-pacer, dus als ik niet ongeschonden uit Den Helder zou komen, was er nog geen man overboord. Maar toen raakte die beoogde collega geblesseerd. Een vervanger bleek moeilijk te vinden, en er kwam zelfs een oproep op UltraNed.

De week na de JKM heb ik veel rust genomen. De spieren een keer los gefietst, en een testloopje van 10 km gedaan. Gelukkig had zich ook nog een mede-pacer aangemeld, Jodi Kremer. Maar was dat niet de loper die het DNS-repertoire onlangs nog had verrijkt, door in Rome in een verkeerd vak te gaan staan? Toch voelde ik de lichte druk van verantwoordelijkheid meteen al een stuk minder worden. Ik stond er niet meer alleen voor. Je moet namelijk niet denken dat pacen niets voorstelt. Het plezier van veel mensen hangt voor een deel af van de prestaties van de pacers. Al haalt slechts een handjevol de finish in de beoogde tijd, ook de afvallers laten merken dat ze er veel aan hebben gehad om lange tijd in zo’n tempogroep mee te gaan. Voor mensen die rekenen op pacers is het lullig als zulke hazen er voortijdig de brui aan geven. Iemand als Edwin van der Loop neemt dat pacen dan ook heel serieus. Soms sleurt hij de snelste groep in z’n eentje naar de meet, met tussentijden die in een spoorboekje niet zouden misstaan.

Zaterdag heb ik lekker uitgeslapen, en ’s avonds slechts één biertje gedronken. Toen mijn oudste zoon zag dat ik de sporttas ging inpakken, vroeg hij verbaasd: “Wat, ga je nu al weer een marathon lopen?” Het bevestigende antwoord leidde tot een hoofdschuddende reactie: “Dik Slaaf”.
Monter stond ik zondagochtend om kwart voor zes op voor mijn Marathondag. Met de eerste trein uit Groningen zou ik 10.04 uur in Enschede zijn. De start (11 uur) was vlak bij het station, dus ik kon me zelfs een vertraging van 40 minuten veroorloven. En treinreizen is heerlijk ontspannend. Lekker lezend, en af en toe wat drinkend, zoef je naar je bestemming. Toch?
Op station Zwolle, waar ik moest overstappen, werd mijn roesje wreed verstoord. De stem van een jonge heer las op hakkelende wijze een bericht voor. Zo te horen was aan hem geen groot acteur verloren gegaan. In groep acht van de basisschool zou meester hebben gezegd: “Nee Jan Peter, zo is het niets. Haal een keer diep adem, en begin helemaal overnieuw”. Maar deze voorleesblooper stond al op een bandje, en werd keer op keer herhaald. De inhoud ervan begon langzaam tot me door te dringen. “Een trein ontspoord, of een botsing van een werktrein, tussen Zwolle en Olst. Reizigers naar Arnhem/Nijmegen geadviseerd via Utrecht te reizen. Tussen Zwolle en Olst worden bussen ingezet”.

Blijkbaar verstaat de NS onder inzet iets anders dan de gemiddelde Nederlander. Ruim een kwartier zaten we te wachten in een luxe touringcar, terwijl buiten iemand druk in een mobilofoon aan het praten was. Even later reden we in een sukkelgangetje Zwolle uit. Als veteraan voelde ik me ineens deelnemer aan een bejaardenreisje. Bij Wijhe reden we het dorp in. De buschauffeur moest aan trouwe kerkgangers vragen waar het station was. Achter mij vroegen enkele dames zich af of de chauffeur wel eens van TomTom had gehoord. Bij het station aangekomen bleek dat er niemand uit hoefde te stappen. Het NS-personeel ter plaatse had ook geen opstappende reizigers voor ons. De bus moest op moeizame wijze keren, om het idyllische plaatsje weer te kunnen verlaten. Toen enkele passagiers opmerkten dat dit wel een geweldig tijdverlies was, antwoordde buschauffeur Verdonk: “Ik moet de dienstregeling uitvoeren, zo zijn de regels”.
Ik begon me af te vragen waarom er geen enkel telefonisch contact tussen chauffeur en NS-mensen plaats vond. Kleuters van vijf hebben tegenwoordig al een mobiel om met leeftijdgenoten te communiceren, en in uithoeken van Friesland en Groningen kunnen buschauffeurs elkaar draadloos waarschuwen dat ze overstappers voor halte Doodstil hebben. In Olst zag onze chauffeur gelukkig wel de bordjes staan die naar het station wezen. Tot onze opluchting kregen we, rijdend langs het spoor, door de voorruit van de bus een gele trein in het vizier. Die opluchting sloeg om in verbijstering en boosheid, toen we doorkregen dat de trein ineens begon te rijden…

De NS-functionaris ter plaatse meldde in opperbeste stemming dat de treinen zoveel mogelijk volgens de dienstregeling blijven rijden. Wanneer vertrekt de volgende dan volgens die dienstregeling? Over een uur. Waarom kon die trein niet even wachten? Tja, we weten niet precies wanneer er weer een bus aan komt. Waarom hebben jullie dan geen contact met de bus via mobilofoon of telefoon? Dat is veel te ingewikkeld, er zijn drie bussen ingezet, dus reken maar uit hoeveel telefoonnummers we dan moeten noteren.
Het kostte me weinig moeite om uit te rekenen dat ik nooit meer op tijd in Enschede zou kunnen zijn. Ook al vertrok er binnen het kwartier al een trein, dan was er in Deventer geen aansluiting meer. Er zat niets anders op dan Herman te bellen dat ik niet meer kon komen. Die reageerde heel nuchter, en opperde dat één van de 3.15 pacers mijn plaats nog kon innemen.
Ik ging even later met een rechtstreekse (!) bus terug naar Zwolle, waar nog steeds de haperende stem van het jongmens over de perrons schalde. De intercity naar Groningen was net vertrokken, maar een half uur later ging al weer een stoptrein. De conducteur bekeek mijn kaartje met veel argwaan. Nu al op de terugweg met een dagretour Enschede? Inderdaad meneer, mijn marathon is drie minuten geleden van start gegaan.
Thuis gekomen zag ik nog net de laatste kilometers van Deena Kastor, en het enerverende slot bij de mannen in Londen. Na een bakje troost besloot ik dat er maar één manier was om de smaak van deze ochtend weg te spoelen. Ik had de loopkleren toch nog aan. Beschenen door een matig zonnetje liep ik even later in het fraaie Reitdiepgebied. Kijkend naar het middeleeuwse kerkje van Oostum, merkte ik dat mijn gedachten nog steeds in Enschede waren. Ik keek op mijn horloge. Over twee minuten zouden we over de finish zijn gegaan…
’s Avonds op internet nog even naar de uitslagen gekeken. Tom en Jodi hadden bijna op de seconde 3.30 gelopen, en Edwin had (waarschijnlijk in z’n eentje) weer precies het spoorboekje van 3.15 gevolgd. Prestaties waaraan de NS nog een puntje kan zuigen.

Dik Jagersma  

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Onder redelijk ideale weersomstandigheden gingen afgelopen zaterdag 50 hardlopers/sters in Den Helder van start om te beginnen aan en bijzondere tocht over 80 km langs de Noord-Hollandse kust.
De sfeer vooraf was ontspannen,ook al omdat veel deelnemers elkaar kenden en de laatste restjes spanning werden weggepraat.
Ondergetekende stond er met de nodige tegengestelde emoties bij door het verlies van een trouwring.
M,n zinnen verzetten en me concentreren op JKM dat was de kunst die dag.
Toch kon ik wel genieten van de gesprekjes en de begroetingen van o.a. Martien Baars en Hanna,de weduwe van Jan.

Alhoewel ik niet goed kon zien wie de start verzorgde(Jonathan?)was het wel een bijzondere start.
Er kwam een belletje aan te pas om ons in beweging te krijgen vanaf het terrein van de FC Den Helder.
Deze keer geen genutraliseerde start zoals twee jaar geleden toen de eigenlijke start pas bij de veerhaven van Den Helder plaatsvond.
Nu ging de route via Fort Kijkduin en over de dijk langs de vuurtoren Lange Jaap naar de veerhaven om vervolgens dezelfde weg als twee jaar geleden te volgen.
Bij de bossen van Schoorl werd wel wat eerder afgebogen richting strand.
Een fraaie route over fietspaden langs en over duinen en zeeweringen met lange stukken strand waarvan het altijd maar weer afwachten is hoe die er bijliggen.
Overigens kan het parcours volgens sommigen hier en daar nog iets moeilijker gemaakt worden daar waar de weg vlak is. Maar goed,wat er nu is,is ook voldoende.

De weersomstandigheden waren gelukkig uitnodigend om het zaterdag met een korte broek te proberen en ik had een windjackie om mijn middel gebonden voor de wind,die uit het zuidoosten kwam en dus in het eerste deel van de tocht op bepaalde stukken tegen was.
Zo af en toe brak de zon wat door maar te warm werd het er niet door.

Mijn persoonlijke doelstelling was om zonder naar anderen te kijken mijn eigen tempo te lopen,om de tijd te nemen om mijn eigen flesjes bij de verzorgingsposten te nuttigen en toch rond de 8 uur 30 uit te komen.
De eerste 40 km in gemiddeld 10 km per uur en de laatste rond de 9 km per uur.
Hoe het ook zou uitpakken,relaxed blijven lopen.
Wel veel toeristen en tourfietsers op de paden,dus dat was goed uitkijken.
In de bossen en duinen was het sowiezo goed uitkijken omdat de door de organisatie aangebrachte tekens op en langs de route deels waren weggehaald door Staatsbosbeheer.

Eenmaal op het strand deed zich een dergelijk probleem niet meer voor en door het lage water was het eerste gedeelte van het strand prima te lopen.Hier en daar wat sroomribbels,maar ach.
Uiteraard wel altijd uitkijken voor muien en zwinnen om geen extra meters te moeten lopen.
Na de Hondsbosse Zeewering werd het strand echter minder.
Opgespoten strand wat door een kudde paarden was stukgelopen met hier en daar loslopende honden van toeristen op het strand bezorgde een moeilijke tocht met een teruglopend tempo.
Ik kon echter helder in het hoofd blijven en geconcentreerd blijven lopen ondanks een korte krampaanval in de linker hamstrings die snel bezworen werd.
Ook moest er een omtrekkende beweging op het strand gemaakt worden vanwege werkzaamheden waardoor de doorgang was versperd.
Op een gegeven moment werd het strand weer goed en kon er weer vaart gemaakt worden.
Heel geleidelijk begon trouwens het water weer te wassen ,maar dat bleek niet hinderlijk te zijn.
Komisch was de situatie waarbij iemand naar mij stond te zwaaien en ik terugzwaaide en doorliep. Kwam daar iemand aanrennen om mij te vertellen dat ik op dat punt van het strand afmoest om de laatste kilometers door de duinen richting de finish af te leggen.
“Goh,ben ik er nou al?”was mijn reaktie.

De laatste kilometers werd ik begeleid door een fietser van de organisatie en kon ik nog een beetje kletsen en mij genoegen over de tocht te laten blijken.
Tevreden finishen in 8 uur en 33 minuten,wat ik had me meer kunnen wensen.
Een mooi t-shirt,gevervde paaseieren,narcissen,een warme douche,vriendelijk mensen,een goede verzorging en…..een bijzondere tocht waren afgelopen zaterdag ons deel.

Wat rest is te vertellen dat ik maandag de spieren in de marathon van Utrecht in 4 uur 20 heb losgelopen en dat ik hoop-en ik denk velen met mij-dat de oude JKM in ere wordt hersteld.
Niets ten nadele van de organisatie in Den Helder,waar vele organisaties een puntje aan kunnen zuigen, maar de traditie lonkt.

Herman Euverman
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]