Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
14 aug 2018
Monschau Ultrarun nieuwe start
5 aug 2018
Kladno Sri Chinmoy 48 uur
3 aug 2018
Gross Glockner Ultratrail 110 km
26 jul 2018
Dappere renners gaan de snikhete Bokemei Run aan in het Westerpark!
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
* December
* November
* Oktober
* September
* 21 sep 2007: Oranjeglazenhuissluismarathon, een gulle marathon
* 17 sep 2007: Een lesje in nederigheid.
* 14 sep 2007: Winschoten “THIS IS HELL” de run
* 14 sep 2007: Een nieuw PR op de sprint
* 13 sep 2007: Mijn 10e Mergelland Marathon
* 10 sep 2007: Limburgse vlaai, de doping voor lopers
* 10 sep 2007: Winschoten - mijn uitslag stond van te voren al vast.
* 10 sep 2007: Dat loopspook is nóg niet uitgedreven. Maar ik werk er hard aan. Op naar de volgende loop.
* 10 sep 2007: Et maintenant, que vais-je faire. Vers quel néant glissera ma vie ...?
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van September 2007
 

Daar in Roelofarendsveen weten ze wat organiseren is. En nu hebben ze ook door hoe je het weer moet regelen, want voor het vijfde jaar op een weer rij prima omstandigheden.
Dit jaar was er dus weer een ‘One and only’. En wat voor één. Na de start langs het water van de Brasemmermeer, dan een sluisje over, om een paaltje en weer terug, onder start en finishdoek door en hup de kas in. 27 graden C en een luchtvochtigheid van bijna 100%. Dan weer om een paaltje en terug naar het sluisje. En dat 17 keer. Dus 34 maal keren om een paaltje, 17 keer de kas in (totaal bijna 4 km!) en 34 keer het sluisje over. Met de 59? Sololopers en de 54! estafetteteams was het gezellig druk op het 2,4 km lange parcours.
In 2005 was de Oranjebovenbootmarathon mijn laatste marathon. En in 2007 wilde ik daar, na alle ellende, weer mijn ‘eerste’ marathon lopen. Terugkomend van onze verregende vakantie in Noorwegen ging het lopen in eerste instantie echt goed. Voor mijn doen mooie tijden op de 10 km en lange duurlopen tot 30 km. Maar daarna ging het bergafwaarts. Duurlopen kon ik niet meer volbrengen en ook het tempo viel terug. Vandaar dat ik me voor Oranjeglazenhuissluismarathon geen illusies maakte. Ik had me ingeschreven, dus zou ik lopen en zou wel zien hoever ik zou komen.
Voor de start veel bekenden. Ben, Lies, Micha en Hans zouden me in ieder geval moreel bijstaan. Marijke zou dat ook doen en de eerste ronde met me meelopen.
Na de start liep ik al snel achteraan. Voor mij toch wel een gekke gewaarwording. Voordeel is wel dat je alles goed kunt overzien. Al voor ik het sluisje over was kwam de eerste estafetteloper me al tegemoet. Die hadden het tempo er goed in. Ook mijn tempo was niet verkeerd, zelfs iets te snel. Na het klimmetje over het sluisje naar het paaltje, er om heen en weer terug. De eerste keer valt alles mee, dat draaien om zo’n paaltje ook, maar na een keer of 15 begint het toch op te breken. Dan de kas in, alsof je zo de jungle induikt. Mijn bril besloeg onmiddellijk en het leek wel of iemand me bij mijn strot had. Ook hier weer een voordeeltje, als je de kas uitkwam voelde het buiten heerlijk koel aan.
Rondje na rondje legde ik af. Mijn achterstand op de rest groeide gestaag, maar toch was ik tevreden met mijn tempo. Maar na zes ronden voelde ik mijn krachten afnemen. Nog twee rondjes en toen hield ik het voor gezien. Acht rondjes, bijna 20 km in een voor mijn doen lekker tempo, ik was allang tevreden.
Daarna kon ik de rest gaan aanmoedigen. Lex liep alsof hij 40 jaar was ipv 60, Ben liep een lekker tempo en Jack en Jannet liepen steeds kletsend voorbij. Micha had een groepje gevormd met Ineke en Dick en Marijke liep nog steeds lekker door. Maar na een tijdje kon ik toch wel aan de koppies zien dat deze Oranjeglazenhuissluismarathon geen ‘makkie’ was. Allengs werd er minder gepraat en kwamen er minder antwoorden op mijn aanmoedigingen.
De eerste oranje helmen verschenen op het parcours, ten teken dat men de laatste ronde inging. Eerst natuurlijk een aantal estafettelopers, maar dan al snel ook de snelle sololopers, met Dennis van Berkel voorop, gevolgd door Rob Kerkvliet en Frans Woerden.
Steeds meer helmen verschenen op het asfalt, tot ergernis ven hen die nog een aantal rondjes moesten lopen. Ook Marijke kreeg het nu zwaar, heel zwaar. Twee rondjes voor het einde wilde ze stoppen. Maar gelukkig kreeg ik haar weer aan het lopen, daarin gesteund door Theo Cloosterman, die beloofde de laatste rondjes met haar mee te lopen. Dat werkte (bedankt Theo). En na bijna vijf uur mocht/moest Marijke ook de oranje helm op.
Het siert de organisatie dat ze zich ook voor de laatste lopers inzetten. Zo kreeg Marijke als laatste loper een fietser mee om het parcours publiek vrij te maken. En ook bij de finish was er nog voldoende aandacht voor haar. Prima!
Ook prima was de fles wijn met speciaal voor mij gemaakt etiket die ik kreeg van Ben, Hans en natuurlijk Micha. De tranen sprongen me in de ogen. Mannen, bedankt.
En dan, daarna, dat was echt te gek. Omdat het de vijfde editie van deze One and Only gelopen werd was er gratis drinken en overheerlijke hapjes, stoelen om uit te rusten en lekker na te praten. We zijn om 11.00 uur gestart maar pas om 19.00 uur vertrokken, dus dat zegt wel wat over de sfeer.
En wat mijzelf betreft het blijven ‘blote knieën en bloedige vuisten’. Aan één kant tevreden dat ik weer loop, maar aan de andere kant nog steeds dat gevoel dat mij onrecht is aangedaan. Misschien wil ik wel te snel en te veel, maar dat is de aard van het beestje. Natuurlijk heb ik bij tijd en wijle grote twijfels of ik ooit weer een marathonafstand in één keer kan uitlopen. Maar daar blijf ik voor knokken. We zien straks in Amersfoort wel weer verder.

Theo de Jong (ex-ultraloper)
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Om alles in perspectief te zien gaan mijn gedachten terug naar april 2006. Thijs vraagt me of ik zin heb mee te gaan naar de Eemmeerloop en tot mijn eigen verbazing zeg ik ja. Ik heb dan al enige tijd het gevoel dat wedstrijden lopen voor mij over en uit is, maar waarom dan deze ingeving? Van schrik ga ik serieus trainen en een paar weken later loop ik een heel redelijke 50 kilometer. Het wakkert de lust tot lopen aan en het leidt tot een mooie serie: 6 marathons, de zestig van Texel. De resultaten mogen er zijn, ik verbaas me met name over de marathons. De zestig van Texel is jaren de enige loop geweest waar ik nog aan meedeed, maar deze keer kom ik beslagen ten ijs: 4u 33 minuten voor een 50 jarige is gewoon goed. De uitslag doet me besluiten in het najaar mee te doen aan de run van Winschoten.
In eerste instantie wil ik behoudend lopen, en starten op een tijd rond de 9 uur. Maar als de voorbereiding lekker gaat en ik de monnikentocht met gemak loop, besluit ik toch na te rekenen wat mogelijk moet zijn. 50 minuten per ronde van 10 kilometer lijkt haalbaar, 12 per uur. 27 minuten langzamer als op Texel over 60 kilometer. Een hartslag tegen de 140. En dan maar hopen dat de laatste 40 goed gaan
Ik ben bang voor mijn strijdplan, het leidt tot een tijd rond mijn pr. Toen was ik 35, nu 51. Ik denk aan Ubels woorden: En nu over op plan B, uitlopen. En ik besluit dat het zo moet zijn. Proberen en dan maar zien. En niet uitstappen, al wordt het kruipen.
2 dagen voor de wedstrijd wordt ik gebeld door de organisatie of ik geïnterviewd wil worden door een filmploeg van de IAAF, voor een promotiefilm. Het is een leuke gebeurtenis, die me echter nog gespannener maakt.
Op de dag van de wedstrijd ben ik als een veer. Ik vertel eigenlijk zelden iemand wat ik echt van plan ben, dat houdt ik voor me. Ze zien het vanzelf wel. Ik vertel wel iets over opties, maar het uiteindelijke plan van aanpak is voor mezelf.

Na de start vind ik heel snel mijn ritme, 12 per uur en ik kom in 49. 50 door. Ik voel me geweldig, mijn hartslag klopt precies, 139. Ronde na ronde gaat op deze manier en ik voel mijn zelfvertrouwen groeien. Ik passeer de marathon in geschat 3u27 en niets wijst op verval. Ik praat met Tom en Henk. Ook zij zien er goed uit. Het weer is ook prima.
In de zesde ronde valt het groepje Italiaanse dames, bij wie ik in de buurt loop uit elkaar. Ik blijf nog bij de koploopster van het stel en denk: Voor de anderen ging het te snel. Dan loopt opeens de koploopster dramatisch snel bij me weg. Ik denk nog dat ze flink versnelt, maar dan komen de andere Italiaanse dames mij ook voorbij, en ik realiseer me opeens wat er aan de hand is. Zojuist heeft de Noorse dondergod zelf de hamer naar mij geworpen.
Als ik bij Huib kom, die de verzorging voor zijn rekening neemt, wissel ik van schoenen, wat even tijd kost en ga verder. Nog maar 40 kilometer, ik kom door in een ronde van 57 minuten, deels door de schoenen, dat lijkt nog niet slecht. Maar ik weet beter, de kilometertijd ligt opeens boven de 6 minuten. Er is nog maar een devies: ontspannen en doorlopen. Lex komt me voorbij, en Gerrit. Ik kan dat moeilijk hebben, maar kan er niets aan doen.
Wie wel eens echt kapot gegaan is weet ook dat je veel kunt accepteren als je die ene optie maar uitschakelt: uitstappen. Als ik even wandel bij de verzorgingsposten is het alsof de grond golft. Mijn achillespees begint pijn te doen. De snelheid daalt steeds meer. Ik vecht ook niet meer voor snelheid, ik denk alleen maar aan doorlopen.
Thijs loopt een stukje mee. Van 82 tot 89 kilometer. Dan neemt Huib het over hij probeert me nog te motiveren. Langzaam tel ik de kilometers af. Deze ronde komt het halve deelnemersveld me voorbij. Zo kan het gaan. Adri, Sjoerd en vele anderen. Ik heb spijt van mijn hoogmoed jongens, heb medelijden. Als ik door de finish kom staat daar de filmploeg klaar om me weer te interviewen. Alle spijt vervliegt. Ik heb het gehaald. Ik ben vandaag ook een winnaar, geen verlies voor finishers. En uiteindelijk valt de tijd, 9.46 me nog mee. Jacquelien kust me voor de filmploeg.

Achteraf kan ik van alles bedenken waarom het zo ging. Veel mensen proberen me duidelijk te maken dat ik te snel ben weggegaan. Dat weet ik ook, maar wat voor schatting had ik dan moeten maken?starten op 11 per uur was beter geweest, maar de vraag is natuurlijk of ik dat van tevoren had kunnen weten. Marathon tijden zeggen niet veel over een 100, een zestig misschien een klein beetje. Wat had ik mogen verwachten na mijn 4.33 op texel?
In ieder geval was wijs geweest om iets rustiger weg te gaan, en later eventueel iets te versnellen of te consolideren.

Gek genoeg kan ik de dagen erna al snel weer hardlopen, geen blaren, achillesproblemen of zere enkels. Aan het herstel af te meten is het niet zwaarder geweest als een snelle marathon. Ik ben nog lang niet uitgepuzzeld over deze honderd!

Jaap Vis.
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Mijn eerste 100 km en dat in het Oranje. Winschoten is dit jaar EK, Worldcup en WK voor masters naast het NK dat het elk jaar is. Met een helaas incompleet mannenteam en een driekoppig vrouwenteam, de bondscoach Ed van Beek en de doorgewinterde verzorgers Jan en Dirk zullen we de Nederlandse eer proberen te verdedigen in al het landengeweld.
Na een fotosessie op vrijdagavond waar nagenoeg alle 38 aanwezige Mexicanen en een gedeelte van de Japanse delegatie perse met mij op de foto wilde, zit de sfeer er al goed in. Ik, als debutante, krijg de Nederlandse vlag in handen gedrukt en het feest kan beginnen.

Na een korte teamsessie op zaterdagochtend, waar de TIP VAN DE DAG: Start voorzichtig, wordt gelanceerd, is het eindelijk zo ver.
De eerste kilometers zijn met name zoeken naar het goede tempo. Ondanks het oefenen op langzamer lopen als het beoogde tempo, “je moet tenslotte ook rekening houden met het stresshormoon:”, gaat het gelijk flink rap. Na verwoede pogingen om het juiste tempo te vinden, leg ik me bij 20 km neer bij het feit dat 57 minuten per 10 km vandaag niet haalbaar is.
Ik krijg van Ed TIP 2 VAN DE DAG: Geniet ervan. Kijk aan daar kan ik wat mee, die neem ik mee naar de finish en loop op de ontspanning verder. Dat pakt niet verkeerd uit, het gaat steeds sneller.

Bij gebrek aan mijn vaste fietser Joos (mag niet), neemt Jodi al lopende de honneurs waar en houdt mij reeds in de eerste ronde de lamsbout met rozemarijnportsaus voor, wel wat vroeg het is nog geen 11 uur, toch begin ik al te watertanden. Ongeveer 10 uur later, zit ik in het Macedonisch restaurant inderdaad aan de erg lekkere lamskoteletjes. Leuk gebaar van het restaurant is dat ik nog een lekker flesje wijn mee naar huis gekregen heb, ter vergroting van de feestvreugde. Die lamskoteletjes zijn heel wat anders dan wat ik mezelf laat voorzetten tijdens de wedstrijd. Het was wel even schrikken voor de verzorgers toen ik met twee volle kratten kwam aanzetten. Voor elke 5 km een bevoorradingstas, met water, sportdrank of cola, banaan of koek en een gel. De routine van Ed en Jan in aangeven en ook mijn eigen handigheid in het naar binnen werken van de zooi gaat met de ronde omhoog. Dit alles ondersteunt met het “Geniet ervan” van Ed en de opzwepende peptalk van Jan (ja het is toch wel doorgedrongen), blijft het lekker lopen.
Met muziek loop ik niet, maar ik kan me er voor een wedstrijd wel enorm mee oppeppen: “This is hell” en “You tripped at every step” (beide van Elvis Costello). Hoe tegenstrijdig deze teksten ook zijn, het werkt wel!

Het herlezen van de Flanagan’s run (beschrijving van een voetrace in Amerika van Los Angeles naar New York, door Tom McNab) heeft ook geholpen om in de stemming te komen. Hierin wordt 3000 mijl in 60 dagen gelopen.
Hoogtepunt in de voorbereiding, qua kilometers, maar ook qua input in ultrawijsheid, is een weekendje in Ortho geweest in het chalet van Ton Smeets. Een huisje vol met doorgewinterde ultralopers, een goede kok en twee prachtig uitgezette marathon parcoursen, hebben de ideale basis gevormd voor een bom zelfvertrouwen.

De al dan niet lopende Fanclub Majet heeft 100 km lang haar longen uit het lijf geschreeuwd en daarmee zoveel energie verbruikt, dat helaas op één plaatsje na het podium in de categorie “estafette teams overig” werd gehaald. Het is fantastisch om zoveel eigen fans te hebben, naast alle die andere enthousiastelingen, met ratels en toeters. Daarnaast heb ik zowaar kunnen genieten van de top 10 van Nederlandse smartlappen. Je kan er overigens prima op lopen. Ondanks de concentratie tijdens het lopen heb ik toch de volgende KRAKER VAN DE DAG gehoord: “Daar is er één getroffen door een lokale stortbui”. Ik hou van nogal primitieve koelsystemen, het liefst gewoon zo nu en dan een emmer water over mijn hoofd heen, maar ik heb me moeten behelpen met de restanten van de waterflesjes.

DE FINISH: Wanneer kwam de beslissing om met een sprong over de finish te gaan? Op het moment dat ik me realiseerde dat een radslag waarschijnlijk niet zou lukken, en een koprol waarschijnlijk een falen van het tijdsregistratiesysteem zou veroorzaken. Dit kwam zo rond het 80-85 km punt, waar de kilometers wel wat voelbaar werden. Helaas, schrok het fototoestel van Joos zo van deze actie, dat dit moment niet is vastgelegd. (Wie o wie heeft wel gelukte foto’s van de finish, net als van de prijsuitreiking trouwens). Wie kan Joos leren foto’s maken, van een bewegende Majet?
En dan was daar nog een roos van een geheime bewonderaar. Joos was een klein beetje jaloers, maar Ed heeft hem nu wijsgemaakt dat ie van de dorpsgek komt. De roos staat er nu nog net zo stralend bij als ik toen het volkslied voor mij (en Veron) gespeeld werd.

Helaas, is er toch een kleine kater. Ik loop natuurlijk ook voor mezelf, maar toch hoop ik op mijn manier bij te dragen aan het volwaardiger worden van de ultraloop. Maar zolang trainers van wedstrijdgroepen zeggen, zelfs binnen mijn eigen vereniging met ultralooptraditie AV Triathlon, dat het niet nodig is om ranglijsten hiervan bij te houden, omdat de prestaties op de ultra niet de moeite waard zijn in vergelijking met de wereldtop, kan mijn prestatie op de de marathonlijst ook maar beter geschrapt worden. Mijn 100 km is namelijk relatief gezien beter dan mijn beste marathon ten opzichte van de wereldtop.
Ik vind het jammer dat we niet als Nederlandse team gefinisht zijn. Hopelijk gaat dat op korte termijn wel lukken, zo mogelijk ben ik er graag weer bij.

Eén van mijn dromen is werkelijkheid geworden! Ik moet nu wel meedoen aan de 120 km op Texel in 2009. Het zal een gevecht worden met mijn voormalig 6 uurs haas Mik Borsten. De billen versus de borsten, of toch andersom? (Als je dit wilt snappen, zal je terug de analen in moeten. Verslag 6-uursloop Amersfoort 2006 http://www.ultraned.org/../v_item/f3500_2006_10.php). Hij kijkt er al met angst en beven naar uit.
Ik daag Joos en Jodi nu reeds uit tot het verzinnen van een origineler gerecht. Voor degene die wint, zal ik eigenhandig het gerecht bereiden.

Wordt Texel de ULTIEME HELL?


Majet Spoelder
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Ik las laatst (ik weet niet meer waar) de volgende typering van Belgische en Nederlandse ultralopers: bij de Belgen gaat het om de prestatie, bij de Nederlanders meer om de sfeer en het plezier. Tekent dit de invloed van ons grote voorbeeld Knippenberg, die lopen geen sport vond? Zelf benader ik het lopen inderdaad ook meestal als reiziger, maar af en toe beleef ik ook wel plezier aan het neerzetten van een zo goed mogelijke prestatie, met mezelf als voornaamste tegenstander. De RUN in Winschoten beschouw ik daarvoor altijd als een goede gelegenheid.

De voorbereiding
De vorige keren in Winschoten liep ik steeds een PR: tijdens de aflevering van 2003 maakte ik mijn debuut met 9:55:26 en in 2005 liep ik nog 19 seconden sneller. Ook vandaag hoop ik een PR te lopen, maar liefst zou ik er deze keer iets meer vanaf willen halen. Dat is niet bij voorbaat onmogelijk, omdat ik de vorige keren door blessures niet optimaal getraind aan de start stond. Helaas heb ik ook nu weer minder kunnen doen dan ik eigenlijk had gewild. Voor een goede prestatie moet ik naar mijn eigen idee toch wel minstens drie maanden stevig trainen, met op het hoogtepunt een flink aantal weken een omvang van ongeveer 120 km.

Na het Pieterpad en de Marathon van Leeuwarden was ik echter eerst even toe aan een herstelperiode. Gelukkig waren mijn pijnlijke achillespezen na een paar weken weer zonder pijn normaal belastbaar, maar toch lukte het me niet om weer wat aan snelheid te doen en de omvang weer op te schroeven. Door deelname aan evenementen als 'Een dijk van een loop', de O-o-o course en de Dodentocht lukte het me gelukkig nog wel om een aantal weken van rond de 100 km te maken. Na de Dodentocht deed mijn rechter achillespees weer pijn, dat werd dus weer een paar dagen stilzitten en drie keer per dag ijsmassage. De donderdag na de Dodentocht was de pijn weer weg en wilde ik op mijn manier eens een 'snelheidstraining' gaan doen: een duurloop met tempowisselingen. De snelheid testte ik vervolgens de zaterdagmiddag daarna tijdens een halve marathon: die ging boven verwachting in 1:28, terwijl ik 's morgens ook al twee uur met mijn trimclub had gelopen. De volgende dag had ik alweer energie voor een duurloop van ruim 3 uur, waarmee mijn weektotaal op bijna 100 km kwam. Ik was niet moe meer, mijn achillespezen doorstonden alles wat ik deed, met andere woorden: ik was weer uit het dal gekropen. Helaas was het toen nog slechts drie weken tot de RUN.

Aan het eind van mijn laatste trainingsweek liep ik tijdens een familiebezoek in Zweden als test nog de marathon in Landskrona in een tijd van 3:15. De laatste keer dat ik een marathon sneller heb gelopen was in 2000 (2:58 in Rotterdam). De laatste twee weken waren voornamelijk rust. Van Ton Smeets hoorde ik, dat het bij een 100 km wel goed is, om een week te voren een derde van de afstand in het beoogde wedstrijdtempo te lopen, dus de 33 km van de monnikentocht was daar geknipt voor. Al met al dus voldoende basis voor wat zelfvertrouwen, al had ik graag nog een paar weken langer getraind. Met een marathontijd kun je een prognose maken van je prestatie op de 100. De vuistregel is: 100 km is 3 keer de marathon, wat in mijn geval 9:45 betekent. Die marathon liep ik echter in een trainingsweek van 105 km, terwijl ik nu volledig uitgerust aan de start sta, dus mag ik ook op een nog iets beter resultaat rekenen, laten we zeggen tussen de 9:35 en de 9:40. Ik maak echter de uitdaging voor mezelf nog wat groter door me te richten op 9:30. Wie weet heb ik toevallig een goeie dag en niet geschoten is altijd mis.

De wedstrijd
Op de startlijst staan heel veel bekenden, maar het is zo druk dat ik maar weinigen zie om even een praatje te maken. Op de 50 km starten maar liefst drie clubgenoten: Albert Heikens, Sjaak Schipper en Menno Oomkens, het ultralopen zit in de lift bij ATC'75! Ik zoek en vind bij de camper van Henk Doorten een plaatsje voor mijn spullen: drie bidons met half water, half cola en een snufje zout, daarnaast een trainingjack voor als het heel koud en nat wordt. Voor de rest van het drinken en eten vertrouw ik op de organisatie. Ik wordt vandaag niet zoals in 2003, gefilmd door RTV Drenthe, maar wel door mijn collega Ben Defilet.
Onderweg naar Winschoten miezerde het een beetje, maar de bij start om 10:00 uur is het droog en absoluut niet koud, ik schat een graad of 18. De latere kortstondige perioden met motregen komen dan ook als een aangename verfrissing.
Zoals een marathon pas begint bij 30 km, begint een 100 pas bij zo'n 60 à 70 km, dus de eerste ronden is het gewoon wat om je heen kijken, met deze en gene een praatje maken en wachten tot het later wordt. Je enige zorg is het juiste tempo te kiezen, maar juist daarmee lijk ik wat moeite te hebben: ik wil 57 minuten over een ronde doen, maar het ene moment ben ik te snel, het andere moment weer te langzaam. Misschien kijk ik gewoon te vaak naar mijn stopwatch. Ik loop een rondje mee met Majet Spoelder, maar bij de finishdoorkomst zie ik, dat ik toch duidelijk harder loop dan gepland en haak ik af. Het is ook niet slim om mee te lopen met iemand die over betere papieren beschikt. Zo verstrijken de eerste vijf ronden zonder echte problemen, de marathon gaat nog binnen 4 uur. In de loop van de zesde ronde wordt het langzaam iets minder gemakkelijk, de gevreesde dip van rond de 60 km dient zich aan.

In de zevende ronde zakt het tempo in, mijn benen voelen slap. Ik probeer wat meer met mijn armen te zwaaien, maar ook daar heb ik geen kracht meer in. Ik wandel, plas, eet, drink en eet nog wat en probeer langzamerhand de draad weer op te pakken. In de "orange street" komen twee kinderen recht op mij af stormen, het is een wedstrijd wie mij het eerst een spons kan aanbieden, ze snappen niet dat een loper heel af toe ook wel eens even géén spons nodig heeft. Ternauwernood weet ik botsing te voorkomen; er hier is trouwens toch al steeds veel publiek óp het parcours in plaats van langs de kant.

In de volgende ronden komt er weer wat meer tempo in, maar zoals vóór de dip wordt het niet meer. Bij elke verzorgingspost eet ik nu een stukje banaan en dat kost tijd. Achteraf bezien had ik daar eerder mee moeten beginnen. Bij het ingaan van de laatste ronde komt Dick Jagersma voorbij, hij doet dit als training voor de Spartathlon. Ik zie later in de uitslag dat hij de eerste negen ronden in 58 minuten loopt en de laatste nog even afraffelt met 12 km/uur. Ook ik doe er nog een tandje bij, maar zijn tempo benader ik bij lange na niet. Jutta Jöhring, die lang de kant staat, roept me toe dat ik nog iemand kan inhalen, maar ik versta de naam niet. Het blijkt Sjoerd Slaaf te zijn, die zal wel weer ergens last van hebben, want anders loop ik hem niet voorbij. Een eindje verderop zie ik ineens Jaap Vis lopen, ik kan mijn ogen niet geloven, want ik had nooit verwacht dat ik voor hem zou eindigen. De laatste kilometers zijn zoals gewoonlijk loodzwaar, gelukkig kom ik nog in een redelijk tempo over de finish.

Ten slotte
Ik kan mijn klokje stilzetten op 9:39:42, dus ondanks de dip nog binnen de te voren berekende realistische marge en ruim een kwartier sneller dan mijn oude PR. Door de goede weersomstandigheden worden er trouwens heel wat PR's gelopen.
Ik heb nu zes 100 km wedstrijden gelopen en ik begin het steeds leuker te vinden. Het is een fysieke, mentale en intellectuele uitdaging, maar niet moeilijker dan te pogen om een marathon-PR te verbeteren. Ik ben nu heel blij met mijn nieuwe PR, maar ik zie nog steeds kansen voor verdere verbetering, als ik een volgende keer mijn hele training volgens plan kan uitvoeren en bovendien tijdens de wedstrijd geen fouten meer maak met het juiste tempo en het eten. Jaren geleden, ik deed nog lang niet aan ultralopen, stond er in de Volkskrant een artikel over de RUN, waarbij de 100 km werd omschreven als 'de sprint onder de ultralopen', omdat dit nu eenmaal het kortste officiële nummer is. Ooit hoop ik dus nog eens een goede sprinter te worden.

Adrie van Dijk
http://www.ultratrimmer.nl
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]