Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
13 apr 2018
Der Rheinsteig
2 apr 2018
Pfalztrail 3 daagse
25 mrt 2018
Lentemarathon Amstelveen 25-03-18
11 mrt 2018
100 km Rheine 10-03-18
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* 19 jul 2008: Dubbelslag in de Franse Alpen (op herhaling)
* 14 jul 2008: Mijn 76e marathon volbracht in het 49e land
* 13 jul 2008: Het grote werk zit erop.
* 9 jul 2008: Blokkie om
* 1 jul 2008: Eerste Enige Echte én Eenmalige Vughtse Marathon
* 1 jul 2008: 24 heures de Puttelange » « Pour Quentin » Les 28 et 29 juin 2008
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Juli 2008
 
Zoals inmiddels gebruikelijk de laatste jaren, had ik ook voor deze zomer mijn oog weer laten vallen op enkele bergtrails in de Alpen. Aangezien 2 wedstrijden binnen een week vorig jaar geen probleem was gebleken (http://www.ultraned.org/n_item/f3864_2007_08.php) besloot ik mezelf wederom te verwennen met een ‘dubbel’. De plannen werden al in de wintermaanden gesmeed en de inschrijvingen volgden rond februari.

Dat is heel vroeg, maar van enige spontaniteit kan op dit vlak geen sprake meer zijn. Het lopen van bergtrails wordt steeds populairder in Frankrijk, waardoor er weliswaar veel fraaie lopen zijn, maar deze meestal ook in rap tempo volgeboekt zijn (met Franse lopers, buitenlanders maken meestel slechts enkele % uit van het veld). Krankzinnig hoogte(?)punt was dit jaar de UTMB waarbij de grens van 2000 deelnemers binnen 9 (negen) minuten was bereikt!!!

Het begin van mijn loopjaar was nogal wisselend. Na de zeer teleurstellende afgelasting van de JKM, had ik als alternatief zelf Nederland doorlopen (http://www.ultraned.org/v_item/f4226_2008_05.php). Hoewel dit een geweldige belevenis was, begon ik hier aan met een kwakkelende gezondheid wat me aardig opbrak. Een tiental dagen daarna liep ik na lang twijfelen ook de Caracoles Celestes (100km trail) bij Namen. Ik had me al lang tevoren ingeschreven, en deze wedstrijden zijn altijd feestjes, dus ik besloot maar te zien waar het schip zou stranden. De eindstreep werd bereikt, maar door opstapelende vermoeidheid en de hitte op die dag moest ik erg diep gaan. De maanden hierna waren dan ook hard nodig voor enig herstel en bij aankomst in Frankrijk zag ik eerlijk gezegd een beetje op tegen wat er zou komen.

De eerste vakantieweek gaf kennelijk toch alweer veel rust, want toen ik bij het afhalen van mijn startnummer in Pralognan vernam dat de loop was ingekort vond ik dat nogal jammer. De organisatie van de Tour des Glaciers de la Vanoise (www.couriretdecouvrir.com/) had vanwege het dreigende onweer het parcours aangepast in lengte en hoogtemeters (66 naar 48 km, 3300m+/- naar 2500m+/-) en in moeilijkheidsgraad (minder trail, meer gravelwegen). Dat liet onverlet dat we op 6 juli om 6u00 werden weggeschoten voor een wedstrijd onder zware omstandigheden. De beginkilometers gingen zoals altijd hard. Iedereen wil bij zulke trails snel van voren lopen, want als het peloton de eerste smalle bergpaadjes opgaat is de mogelijkheid om nog posities te winnen minimaal. Ik kon het hoge aanvangstempo aardig volhouden en raakte goed in mijn ritme. Voorlopig scheen ook de zon nog flink op onze hoofden, en kijkend naar de strakblauwe lucht vroeg ik me af of Meteo France zich had vergist. Maar het weer in de Alpen kan heel snel omslaan, en de lange tight, regenjas, pet, handschoenen en thermoshirt zaten daarom zoals altijd bij het eten en drinken in de rugzak. Het parcours was technisch makkelijk, waardoor ik ook in de afdalingen goed meekon en ik had het erg naar mijn zin. Door het snelle parcours misten mijn vaste supporters Anne (dochter) en Monique (vrouw) me zelfs bij de 1e doorkomst in Pralognan na 28 km. Tijdens die doorkomst sloeg in ca. 5 minuten het weer radicaal om. De lucht werd heel donker, het begon ongelooflijk hard te regenen en bliksem en donder gingen tekeer vlak boven onze hoofden. Het tweede deel van de loop was veel lastiger (en leuker) maar vooralsnog zat het tempo er nog aardig in. In de stromende regen werd een steile klim genomen en daarna nog eens een vlotte afdaling. Daarna volgde een hele fraaie en pittige klim naar de Col de la Vanoise. Bij de briefing vooraf had ik alle informatie die in vlot Frans werd gegeven, niet helemaal goed geïnterpreteerd, want ik schatte de afstand naar de col te optimistisch in en kwam danig ‘leeg’ bij de ‘refuge’ aan. Vijf minuten (en 6 bekers thee met elk 3 suikerklontjes) waren echter genoeg om me weer vol in de laatste afdaling te kunnen werpen. Inmiddels was de zon ook weer tevoorschijn gekomen en ik bereikte flink vermoeid maar in opperbeste stemming de finish waar Anne nog 100 meter met me mee holde. Verbaasd stelde ik vast dat ik binnen 6½ uur was gearriveerd (95e plek van 500). De Fransman Ludovic Pommeret liep overigens nog bijna 2 uur sneller, Dawa Sherpa volgde op de 2e plek. In de uitslag weer bijna enkel Fransen, een paar Italianen en Duitsers, en dus 1 houterige laaglander. Ruim 80 lopers stapten uit.

De dagen na deze loop was het wederom schitterend weer, en ik vermaakte me met trainingen, wandelen, en wat klimwerk met Anne en Monique. De resterende tijd werd doorgebracht in de campingstoel of het zwembad. Door een bizar toeval stond Ton Peters met zijn gezin ook op deze camping in Briancon en we benutten dit uiteraard direct middels een gezamenlijke trainingsloop. Ton loopt het hele jaar al wat te tobben met zijn gezondheid (ondanks dat liep hij een prima Caracoles Celestes) en wil pas opnieuw wedstrijden lopen als hij zich weer helemaal goed voelt. Maar het kriebelde nu natuurlijk enorm bij hem. En als hij me er weer eens ouderwets vanaf heeft gelopen in een afdaling zegt hij dat dat komt door zijn betere schoenprofiel, maar we weten natuurlijk allebei wel beter.

De tweede loop op 13 juli was de Sky Race (http://www.trailserrechevalier.com/) die een tienjarig jubileum vierde met een extra lange en zware (69km, 3500m +/-) editie. Hier stonden 800 lopers aan de start, waaronder een 40-tal niet-Fransen. Opvallend was het grote contingent Belgen (15). Aan de start (1500m) was het druilerig weer. Het borstnummer bleek niet echt waterbestendig en vertoonde al de eerste scheur. Ook hier een zeer vlotte start, maar na een tijdje vond ik dat het te hard gaat en ik liet een 50-tal lopers passeren.. Omdat een flink deel van de lopers wandelstokken gebruikte (ik ook) kon het op de smalle paden wat dringen zijn, maar omdat ik redelijk voorin liep had ik weinig last van de drukte. We stegen geleidelijk en langdurig naar de Galibier (2680m), waar we enkele dagen terug nog met prachtig weer overheen reden. Nu regende het en de mist beperkte het zicht soms tot een meter of 10. De paden waren heel modderig maar goed te belopen. Een vrij eenvoudige daling naar La Charmette (1760m) volgde. Ook op en af de Col de Rochilles (2500m) gaf weinig problemen al was het hier veel technischer. Ik ging dan ook een keer hard onderuit en verstuikte beide enkels een keer flink. De lucht klaarde inmiddels op en de omgeving was echt schitterend. Bergen met gletsjers en puinhellingen zover het oog reikte, het was hier erg ruig. De weersomstandigheden wisselden nogal, en regelmatig ging de regenjas aan of uit. Af en toe werd het flink koud. Bij Chalette de Laval verzorgde ik mezelf uitgebreid want het zwaarste deel van de dag volgde. Het bleek desondanks toch nog tegen te vallen. Een zeer steile en moeilijke klim ging naar Col des Beraudes (2900m). Glibberige sneeuwvelden lagen steil overdwars (uitglijden betekent hier tientallen meters naar beneden glijden en hard op de rotsen klappen), los gruis, modder en grove puinwaaiers. Tijdens de beklimming moest ik enkele malen hijgend op mijn stokken hangen. Ik dacht aan Wouter Hamelinck, die mij deze loop aanbeval en het op dat moment ongetwijfeld nog zwaarder had. Hij liep in Colorado de 100-mijl van HardRock, met beklimmingen tot 4000 meter, waar ik ook had willen meedoen maar helaas werd uitgeloot (inmiddels weet ik dat Wouter ook gefinisht is in deze extreem zware trail, chapeau! - http://www.hardrock100.com/index.asp ). Toen ik op de top arriveerde was ik totaal uitgewoond, misselijk en duizelig. In de lastige afdaling was zowaar een touw gespannen. Daarna ging het over puinwaaiers wat op en neer naar de Col de Chardonnet (2640m). Het was hier zo ontzettend prachtig, maar helaas was het “pad” veel te gevaarlijk en ik te moe om hier echt van te genieten. De laatste klim naar de Col de Roche Noir (2700m) was vooral zwaar door de inmiddels forse vermoeidheid. De laatste afdaling was lang maar eenvoudig en ik kon hier weer goed tempo maken. De zon scheen weer stevig en het werd zowaar nog even warm. Vlak voor de eindstreep ging ik nogmaals hard op mijn gezicht, maar het mocht de pret niet meer drukken. Anne liep weer een stukje mee en ik vroeg me af wie er nu trotser was op wie. Uiterst tevreden overschreed ik de lijn als 168e in 9u51, weer een prima uitslag ondanks het gat van dik 3 uur naar de winnaar. Ruim 600 lopers haalden de finish, waaronder naast mij minimaal 1 loper die er ook vorige week bij was, want de winnaar van toen werd hier nog eens 6e! Nadat ik weer een beetje was bijgekomen, zag ik dat ik een mooi shirtje en een protserige medaille in handen had gekregen. Wat restte was de douche. Achter wat zeiltjes hingen 3 tuinslangen die het water kennelijk ontvingen uit de plaatselijke beek. Het was steenkoud. Even twijfelde ik nog, keek naar mijn lijf – met modder en bloed besmeurd – en onder het slaken van een oerkreet wierp ik mij in de laatste uitdaging van die dag.

Thijs Roest
info@thijsroest.nl 
 
[ top pagina ]
 

 
 
 
Rio de Janeiro marathon

Als je veel reist maak je veel mee zeggen ze en dat kunnen we bevestigen
Op jacht naar mijn doelstelling in 50 landen een marathon zijn we naar Brazilie gegaan voor de Rio de Janeiro marathon
De naam Brazilie komt van de boom de Brasil, die de Portugezen mee terug namen naar Portugal tijdens de kolonisatie van dit land.

Na een tussenlanding op Lissabon zijn we met TAP richting Rio gevlogen waar we in de nacht aankwamen.
Tot overmaat van ramp was de koffer van Mea niet op de band dus dat ook nog aangeven met veel papierwerk.
Gelukkig na 2 dagen was de koffer weer terecht en kon Mea zich ook voor bereiden op de halve marathon van Rio de Janeiro.
Na eerst het Christusbeeld te hebben bezocht en de Suikerberg zijn we met onze gids naar de startnummer uitgave gegaan ergens midden in de stad.
Voor alle buitenlanders was er een desk met Engels sprekende medewerkers dus we hadden snel onze startnummers.
Tijdens onze rondreis dor Brazilie zijn alleen de gidsen en receptionisten die Engels spreken, zelfs de medewerkers van de incheck balies van het vliegveld spreken alleen Portugees.
Zoals ze zeggen het Engels boek ligt op de tafel in school.

Nadat onze gids ons smorgens vroeg om 05.00 ur had afgezet bij de bussen op de dag van de start gingen we richting de Recreo beach 42 kilometer verderop.
Volgens mij had de chauffeur van de bus en hekel aan marathonlopers want het was een rit of ik in een botsauto heb gezeten en of de bus de APK heeft gehaald betwijfel ik ook, geen vering.
Gelukkig na 1 uur op de plaats van bestemming en gebroken.
Mea was met een andere bus vertrokken naar de helft van het parcours.
Het was een mooie dag en doordat het parcours alleen langs het strand liep was er steeds een koel zeebriesje aanwezig en dat is heerlijk bij een gemiddelde temperatuur van 25 graden die marathondag.
Met 1900 marathonlopers totaal gingen we om klokslag 08.00 uur richting Rio de Janeiro en op de halve verschenen er 3500 lopers die al om 07.30 waren wegeschoten.
Een prachtig parcours met oa de Copacabana en Flamengobeach en tienduizenden toeschouwers.
Perfect georganiseerd met elke 3 km water en in totaal denk ik wel 35 km aan hekwerk zodat wij veilig op onze eigen wegdek de loop konden volbrengen.

De eerste 8 kilometer gingen voor mij heel moeizaam zodat ik dacht ga ik nou zo langzaam of gaan hunnie zo hard.
Maar bij de 10 km klokte ik 50 minuten en dat zijn toch een beetje mijn tijden die als tussentijd loop.
Na een km of 25 zag ik al de eerste afvallers en wandelaars dus ik had het goed opgebouwd.
In een tijd van 3 uur en 44 minuten en 27 seconden kwam ik binnen waar ik een prachtige grote medaille kreeg met bidon, Tshirt en een etenspakket.

Mijn 76e marathon volbracht in het 49e land.
Mea was natuurlijk allang binnen in een tijd van 2 uur en 11 minuten en onze gids stond ook al klaar om ons naar het hotel te brengen.
's Middags zodoende nog lekker gelegen aan de Copacabanabeach en gesnorkeld.

De volgende dag met een binnenlandse vlucht waar we onze 1e doorstart tijdens de landing hebben meegemaakt zijn we naar de grootste watervallen van de wereld geweest, de Iguazu Falls.
Deze kan je bekijken op de Argentijnse zijde ( paspoort meenemen) dus ook aan de Braziliaanse kant, allebei even indrukwekkend.
Daarna door met een langdurige vlucht richting de Amazone voor 3 dagen waar we prachtige boottochten hebben gehad vanuit de lodge en toen richting Salvador aan de kust voor de laatste 5 dagen van onze vakantie.

Ons hotel lag ongeveer 500 meter vanaf een park waar elke dag wel honderden mensen aan het wandelen waren en hardlopen.
Dit park was gelegen als een rotonde waar ook honderden auto's, bussen en vrachtwagens hun weg vervolgden.
Je vraagt je dan af wat is gezonder trainen of niet trainen tussen al die uitlaatgassen.
Toch hebben Mea en ik meegetraind met de plaatselijke atletiek- en triathlonclub www.triaco.com.br van Salvador.
Leuke kontakten overgehouden en we ontvingen allebei ook nog een T-shirt van deze club.

Na de eerste dag Salvador te hebben verkend was onze conclusie dat dit een onveilige stad was.
Veel alcoholisten, drugsfiguren, snuivers enz dus 's avonds als het donker is niet meer de straat op.
De receptionist vertelde al in welke delen we niet moesten wandelen i.v.m. de gettovorming daar en criminaliteit.
Helaas het onvermijdelijke gebeurde ons en dat om 13.00 uur 's middags en op een toeristische locatie.
Vanuit het niets 3 criminelen waarvan 1 met een mes die op mij af kwam en 2 die Mea te lijf gingen.
Ze hadden het gemunt op onze rugzak met inhoud.
In een flits beslis je zoveel dingen en dat was eerst de arm vastpakken van de messentrekker zodat Mea kon vluchten.
Deze crimineel kon ik nog een klap geven in zijn gezicht en Mea was intussen al hard aan het gillen zodat ze kon ontsnappen en toen kreeg ik 3 man op mijn nek.
Ik dank Lieve Heertje nog steeds dat ik niet ben neer gestoken omdat ik 2x zijn steekbewegingen kon ontwijken.
Toen ik zag dat Mea veilig was heb ik mijn rugzag afgegeven die al gescheurd was evenals mijn polo en broek door mijn gevecht met deze lieden en mijn hand blauw van de klap en ook rug, knie en nek met bloed.
Maar Mea had gelukkig niets en ik zelf geen steekwond opgelopen en we zijn gelijk naar 2 agenten gerend die de achtervolging inzetten met een taxi!
Op de straat waar wij wachtten 3 politieagenten tegengehouden op de motor die ook gelijk naar de Favelja's gingen - de krottenwijken van deze buurt.
In korte tijd zijn er 17 agenten bezig geweest op deze locatie om de criminelen te pakken.
En wonder boven wonder binnen 1 uur waren ze terug met 2 criminelen waaronder de messentrekker die ze in de kofferruimte hadden gestopt en zelfs mijn rugtas terug met inhoud.
Wat daarna gebeurde zou echt niet in Nederland kunnen, de criminelen werden in een soort caravan geduwd en geboeid en helemaal total loss geslagen met knuppels.
Een agent had zelfs zijn stok kapot geslagen op deze figuren en dezen gingen dan ook onder het bloed richting het politiebureau waar wij de hele middag hebben gezeten i.v.m. het papierwerk.
Kortom op de verkeerde plek op de verkeerde tijd maar ik adviseer toeristen om niet naar Salvador te gaan.

De volgende dag heb ik 2 prachtige duiken gemaakt om zoveel mogelijk deze gebeurtenis te vergeten.

Na thuiskomst zijn we gelijk weer gaan trainen al heb ik nog pijn in mijn lijf maar de volgende maarthon staat alweer te wachten ivm mijn doelstelling het 50e land, Toronto in Canada.
Hieraan gekoppeld gered gereedschap en dan als hoogtepunt is dit tijdens de Soester Bosmarathon op 12 oktober waar een bus staat van gered gereedschap en waar ik met collega's zoveel mogelijk gereedschap hopen in te laden van alle hardlopers en toeschouwers die komen die dag, www.bosmarathon.eu

Jaap van den Berg
Soest
 
 
[ top pagina ]
 

 
 
 
Het grote werk zit erop.

Het grote werk zit erop, zo voelt het althans als Ultraloper, na de 50 km van Assen.
Als je voor de Ultracup gaat rest er, buiten Amersfoort, enkel nog wat marathonnetjes. Wat voor de overgrote lopende menigte het summum is word voor de echte ultraloper afgedaan als kinderspel. Want wat is nu 42 km als je al wedstrijden over 24 uur, 100 km en dies meer beslecht hebt. Assen is voor mij dan een beetje een keerpunt in dit ultra en marathonjaar. Reeds in de vakantie hier komen trainen wisten we dat het een bosrijke omloop ging worden. Vlak en dachten we toen (het regende wat) lichtlopend. Nu waren we, broer Gerald en ik, op zaterdag reeds afgereisd om rond twee uur al aan de atletiekbaan te staan klaar voor een tweedaagse vol plezier. Na de stad nog even bezocht te hebben werden de tenten opgezet. De laatste keer dat we in de tenten geslapen hadden was in Steenbergen en toen was het berekoud en kwam de koude via de grond de tent binnengeslopen. Dat euvel werd nu opgelost door een veldbedje mee te zeulen. De tent stond op en toen merkten we pas dat het veldbedje net iets te groot was om helemaal in de tent te passen.. Ik had dan nog een voortentje maar Gerald moest met zijn hoofd buiten slapen. De lol kon nu al niet op. Niet veel later kwam ook Eric de Kort zich bij ons voegen. Ook hij had zijn tentje nog nooit opgezet en we hielpen hem even. Net waren we klaar of we werden door de organisatie uitgenodigd om een koffie te komen drinken welke we natuurlijk niet afsloegen. Samen gezellig aan tafel op het terras. En dan kwam de volgende lichting atleten aangewaggeld. Een hele bende West-Vlamingen waarvan de meeste voor de estafette kozen maar Dora Vandewaetere zou voor de 50 km gaan. Dit gezelschap werd vergezeld door Renaat Moyson . Terug bij de tenten kwam ook Paul van Hiel zich bij ons vervoegen. Hij liep zijn derde wedstrijd in drie weken (100 km, 24 uur en nu de 50 km). Rond zes uur gingen we met hem en vriendin de stad weer onveilig maken om bij een plaatselijke pizzeria een stevige maaltijd te gaan genieten. Een stevige tip als je pizza bestelt, leer nooit de naam van buiten maar gebruik gewoon het nummertje dat er voor staat. Zeker als je de keuze hebt uit 75 stuks belegde ronde schijven. Nadien vond Pauls vriendin het zo nodig om onze ogen nog eens uit te steken door een ijsje te gaan eten, goed wetende dat atleten die aan de vooravond van een (al dan niet) zware prestatie staan geen ijs mogen eten. Onze wraak komt nog wel hoor!! Gek was dan nog dat we bij terugkeer nog eens op ijs werden getrakteerd door de organisatie. Tot tien uur ’s avonds bleven we op het terras geplakt om uitgebreid te bomen over stadsarbeiders en plastic opblaaspoppen. En dan het bed in. Van stress hadden we duidelijk geen last.

Na een rustige nacht, ontbijtje en koffie van Eric maakten we ons klaar om van start te kunnen gaan. Naarmate het startuur naderde werd het drukker Toch werd alles in goede banen geleid en konden de 100 deelnemers van start gaan. We stonden voor de mooie opdracht om 50 km lang te genieten van een prachtige omloop van 5 km uitgedokterd door ervaren ultralopers Nellie van der Made en Henk Doorten. En deze mochten we dan 10 keer aflopen. Altijd bos op een klein stukje klinkerweg en atletiekbaan na. Meteen na de start gingen de grootste kanshebbers op overwinning achter de estafettelopers aan die als een raket van start gingen. Lucien Taelman, de grootste kanshebber ging niet zoals gebruikelijk rustig van start maar ging meteen mee en nu al waren we zeker dat we nog enkel voor de ereplaatsen liepen. Ik kreeg het gezelschap van Renaat moyson die me ruim 35 km zou begeleiden. Beiden opteerden we voor een tempo van 4,15 minuten per kilometer om ongeveer op een eindtijd van 3,30 uur uit te komen. De eerste ronde gebruikten we als verkenningsronde en meteen voelde ik al dat het lastig ging worden. Het was warm, vochtig en de ondergrond bestond uit zandpaden die niet altijd even hard lagen. En vooral veel draaien en keren waardoor de toch wel lange omloop nooit ging vervelen. Een pluspunt waren de kilometerbordjes en de drankpost halverwege het parcours alsmede die op de atletiekbaan. Beiden werden gretig gebruikt. Maar vooral de 20 kleinere bordjes die op elke bocht stonden opgesteld hielpen me in het verder verloop van de wedstrijd om heelhuids door het bos te komen. Het telde gemakkelijker af dan die kilometerborden. Als je moe wordt zijn alle trucjes goedgekeurd om de wedstrijd te kunnen beëindigen. Nu volgde ik het spoor van Renaat. Naar mijn gevoel ging het te hard maar we kwamen wel telkens uit op het voorgestelde schema, 21 minuten per ronde. Dus eigenlijk perfect. De eerste drie ronden gingen soepel maar dan kwam reeds de vermoeidheid opzetten. Blijkbaar had ik de 100 km van Torhout nog niet goed verteerd en moest ik nu 2 weken later toch de tol betalen. Ik moest telkens een stevige versnelling inzetten om het spoor van Renaat te kunnen volgen. Telkens hij voelde dat ik achterbleef zakte zijn tempo maar zodra ik weer in zijn spoor zat ging het tempo weer de hoogte in. Meer een jo-jo effect dus. Dat kan je drie, vier ronden uithouden maar geen volle 50 km natuurlijk. Wel lagen we door dit tempo op plaats vier en vijf waardoor hij een podiumplaats liet schieten (de latere nummer 3, Andre Pelgrom, was ons reeds voorbij gesneld). Zonder mij had hij veel hoger kunnen scoren. Maar hij verkoos het om mij te helpen. 35 km lang liep ik naar zijn kuiten te kijken en wees gerust, ik ken nu elk spiertje en adertje in die enorme vleesmassa. Na 7 ronden vond ik dat ik hem genoeg opgehouden had en mocht hij van mij doorgaan op eigen tempo. Ik had het nu immers te lastig en zijn tempo kon ik onmogelijk blijven volgen zonder me echt in de vernieling te lopen. Ik had rond de 20ste kilometer reeds pijn in de knie gevoeld maar schonk er toen geen aandacht aan. Nu bleef het ook maar bij een zeurderige pijn, net niet lastig genoeg om er problemen van te maken maar bij thuiskomst bleek er een ontsteking te zijn ontstaan. Nu na 35 km stond ik er alleen voor en had het gevoel dat het tempo drastisch omlaag gegaan was. Maar nog steeds geen achtervolgers te zien en bij het bestuderen van het uurwerk rond de 40 km bleek ik een 10 km tijd van 43 minuten (in plaats van 42) te lopen. Dus het gevoel klopte niet echt met de realiteit. Dat werd me ook meegedeeld door de enthousiaste vrijwilligers langs de baan. “Je loopt nog soepel en het ziet er nog steeds goed uit”. Allemaal goed bedoeld maar het gaat op dat moment aan je voorbij. Het marathonpunt bereikte ik na 3,04 uur toch niet echt langzaam ook maar als alles vierkant draait kan je die knop in je hoofd moeilijk nog omdraaien. Ik begon nu meer en meer af te tellen; nog tot bochtbordje zoveel en dan ben ik bij de 1e km, dan dat en dat moeilijk stuk nog en ben ik bij km 2. Dan op weg naar de drankpost en dan is de derde km ook niet ver meer…. Dan nog tot bordje 19 en dan het moeilijke weide stukje en dan draaien we weer de piste op en dan mag ik gelukkig aan de laatste ronde beginnen. Ook de speaker liet zich niet ongeroerd en moedigde menig deelnemer aan. En dan ging voor mij de bel voor de laatste ronde. Ik strompelde het bos weer in als ik in de verte het enthousiasme van de speaker hoorde wanneer Lucien Taelman de eindmeet bereikte. Gelukkig had hij medelijden met me en heeft hij me niet gedubbeld. Hij zou 21 minuten voor me finishen. Zoals gewoonlijk is hij ijzersterk. Plaats twee ging naar een debutant, Martin Venhuizen. Een triatleet van origine. Naar eigen zeggen had hij slecht getraind maar ik had hem zaterdag al toevertrouwd dat je met een stevige basisconditie en een beetje karakter wel erg ver kon komen en dat bewees hij vandaag toch weer. Derde werd ook een Nederlander (Andre Pelgrom dus) net voor Renaat Moyson mijn compagnon voor 35 km. Ik maakte van deze laatste ronde zoals gebruikelijk de gelegenheid om de vrijwillige “werkers” hartelijk te bedanken voor hun inzet en kon ik zo zonder noemenswaardige problemen weer de baan oplopen en de vijfde plaats opeisen. Ik had er 3,42.03 uur over gedaan, (Een 10 km tijd tussen 40 en 50 km van 45 min) een tijd waar nog wat marathonlopers gelukkig zouden mee zijn dus wie ben ik dan om het niet goed genoeg te vinden. Gerald had minder geluk, na drie dagen griep kreeg hij rond de 25e km een spierverrekking en moest hij de strijd staken. Eric de kort moest ook jammer genoeg de strijd staken rond het marathonpunt en net ik naar de uitreiking van de prijzen geroepen werd kwam Paul van Hiel net onder de 5 uur binnen. Het was weer een prachtige loopdag geworden, een mooi maar beetje zwaar parcours maar het moet niet altijd te gemakkelijk zijn ook natuurlijk. Anders worden we te verwend. Nogmaals dank aan alle vrijwilligers, deelnemers, toeschouwers en drumbands, voor de prachtige en ontzettend gezellige twee dagen. We zien al uit naar de volgende editie. En Henk en Nellie, jullie zien we wellicht spoediger terug.
Nog even dit, Moeder was weer erg blij met de prachtige bloemen.

Kloek Patrick
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Een beetje maf is het wel. Komt er een fent helemaal uit Heerlen om bij ons een blokkie om te organiseren. Kenne we seker niet selluf. Affijn, het was mooi weer dus ik denk, weet je wat, denk ik, ik gaan ook. Kom ik bij de inschrijfing, heppie al een mooi kaartje voor me gemaakt met me naam er op en alles. Was ik effe blij dat ik me startnummerhelastiekie mee had. Konnie mooi an, die kaart.
Nou, negen uur staan we klaar met het groepie, segt die man: kijk uit hiero en daaro, en daar en daar sal staan ik om jullie drinke te gefe, en let op de pont. En daarna segtie: klaar af. En toen ware we weg.
‘T was al lekker warrum dus ik denk, ik mot niet te hard renne want dat is nie goed voor me hart. Dus ik kijk steeds op me klokkie, want daarop sie je me hartkloppinge, en astie te hoog wordt, me hart bedoel ik, dan gaan ik een tandje terug. Nou die andere types hadden óf geen klokkie of een ander hart want die ginge me bijna allemaal foorbij. En ik maar denke: la je niet opnaaie. As je maar ankompt, dat is de kloe.
Kom ik bij de Amstel, sien ik Albert fietse. Dat moest ook, dat hadde we afgesproke. Albert was, seg maar, me waterdrager. Flessies met kraanwater en flessies met fantomalt water (is me geheime wape). Harstikke handig. Hep ik dorst, krijg ik water, hep ik honger krijg ik fantomalt. Loop as ‘n trein so.
Nou, in Bosplan staat die fent weer bij ‘n tafel waar se groene drankies schenken. Staatie iedereen te kieke. Ja, segt ie, nou sijn jullie nog fris. Ken ie nog mooie plaatjes make. Straks sijn we allemaal verlepte flodders. Dat geeft rare portrette.
Affijn, we lope over het sluisie, langs ’t nichtencruise-andje, om Sloten, langs Osdorp en om Geuzenveld, so naar Sloterdijk. Liepe we langs (we ginge natuurlijk niet sjoemele met de trein), was een scheinbeweging. Ofer het industrieterrein, kom ik langs een gebouw, roepe se: hier is de drankpost. Ja, mooi niet, ik moet de pont hale. Folleges Albert sou ’t nie meer lukke maar ik denk, ik kijk wel. Komp er gesellig ’n dame naast me lope. Denk ik, nou, denk ik, effe een tandje er bij. Dus wij kletse. En onse waterdragers kletse (sij hat ‘r ook een). Kijke we op ons klokkie: te laat voor de pont. Kome we vlak bij, is tie dr nog. Dus wij sprinte. En ja hoor, gehaald. Dat was massel natuurlijk.
Wij van de pont en hup weer lope. Stukkie langs het Noordseekanaal, Saandam in en toen een gotsklere stijle trap op naar de brug. Sere bene man! En gloeiend heet. Dat was het trouwes allang, so heet. Foor een loper dan, niet foor de musse, die sate nog frolijk op ’t dak.
Kom ik in Oostzaan bij de sporthal, segge se dat ik de fierde ben. Ik denk, hoe ken dat nou? Ik maar weer lope. Door het Twiske en Landsmeer, lange rechte weg en alweer een pontje. Ken je lekker effe staan. Mooi foor je hart maar slecht foor je pote, godsamme wat deed de start weer seer.
Loop ik naar Sunderdorp hoor ik: he Irene, thuiswedstrijd he. Was ’n collegaatje. Klopt want ik liep vlak langs me huis. Niet gestopt hoor. Folgende drinkpost, krijg ik een hand van een wandelaar. Gaatie nog renne om me te kieke ook.
Nou weer soon marteltrap de brug op, langs de camping naar de Nesciobrug. Toen font Albert het wel genoeg. Is ook best moeielijk hoor, so langsaam fietse. En foor mij was het nog maar een klein stukkie.
En toen was ik er. Terug in de kantine. Krijg ik een hand van die fent. En van nog een ander fent. Hep ik een soepie gegeten, en nog een soepie, en een paar koppies thee. Kreeg ik een officieel papier met me foto er op en nog een foto van mijn en Albert. De afstand hattie dr ook op geschrefe: 61,5 kilometer. Dat was een flink blokkie om.

Liefe meneer Willem: dat hebbie goed gedaan! Dat was harstikke leuk en klasse georganiseerd. Soon blokkie om ken ik iedereen aanbefele. En dat er soms feel mense uitvalle omdat het so heet is: ken gebeure. Niet om treure. Seker blijfe doen hoor.

Dank je wel voor de Ronde om Amsterdam. Me eige Mokum.

Irene van Wijk 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]