Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
12 jul 2018
Ik loop weer!
29 jun 2018
Lavardeo Ultra Trail
25 jun 2018
STUNT100 2018
19 jun 2018
Zugspitz Ultratrail 2018
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
* December
* November
* Oktober
* September
* 19 sep 2010: De Run Winschoten 100 km
* 18 sep 2010: Elk eind is een nieuw begin.
* 17 sep 2010: Ultralopen, de zwaarste pure sport…….
* 15 sep 2010: Verslag 50 km Run in Winschoten
* 13 sep 2010: Ik ben nooit een gelukkige loper geweest, wel een blije winnaar
* 8 sep 2010: It’s a Bitch (but a lovely one)
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Oktober 2010
 
De Spartathlon 2010, ik heb er lang naar toe geleefd. Ik wilde hem uitlopen om een pakketje met het laatste restje van mijn minderwaardigheidscomplex aan de voeten van Leonidas neer te leggen. Geen gemakkelijke opgave maar dat was ook niet de bedoeling. Ik wilde voor mezelf bewijzen dat ik in staat ben om iets bijna onhaalbaars te doen. Niet voor niets komt er elk jaar maar ongeveer 1/3 van de starters aan de finish. De afstand, de tussentijdse limieten die ruim lijken maar dat allerminst zijn, de warmte, het voorbijrazende verkeer en het zware parcours maken deze race tot een hele zware. Hulp is alleen maar toegestaan op een aantal daartoe aangewezen posten, muziek en Nordic Walking stokken zijn verboden. Ook een mobiele telefoon is blijkbaar niet toegestaan want onderweg zag ik een deelneemster bijna uit de race worden gehaald omdat ze aan het bellen was. Gelukkig strijkt de official over zijn hart en laat haar doorlopen.

Wanneer je aan de start van een marathon of ultra staat wordt er voornamelijk over tijden en PR's gepraat. Bij de Spartathlon is dat alleen belangrijk voor supermensen als Jan-Albert Lantink. De andere deelnemers hebben het over het aantal keren dat men gestart is en vooral over het aantal keren dat men de finish binnen de tijdslimiet van 36 uur gehaald heeft. De finish halen was ook mijn enige doel. Daarvoor moest ik wel een lange weg afleggen, nl. ruim 246 km. Geen enkel weldenkend mens wil 246 km lopen en ik dus ook niet. Omdat er 75 verzorgingsposten onderweg zijn zou ik dus 75 etappes gaan lopen, variërend van ongeveer 2 tot 4,5 km. Op mijn trainingsparcours is 2 km van ons huis naar het witte bruggetje en 4,5 km is tot de t splitsing. Kleine behapbare brokjes.
Het plan was dat Henk en ik het eerste stuk samen zouden gaan lopen en Ferry wilde ook wel achter mij aan lopen. Maar al bij de start zag ik beide heren van me weglopen en pas veel later zag ik ze weer. Ik wilde niet te hard starten en ben dus niet achter ze aan gegaan. Zeker in het begin ben ik bijna op de limieten gaan lopen, de eerste etappes had ik niet meer dan 5 minuten speling. Maar zo wist ik zeker dat ik niet te hard van start was gegaan. Bij elke verzorgingspost keek ik hoever het was tot de volgende post en wanneer ik daar moest zijn. Vooral niet naar de afstand die ik had afgelegd en al helemaal niet naar de afstand die ik nog lopen moest. Kleine behapbare brokjes.
Tot zover de theorie maar hoe ging het nu in de praktijk? Omdat ik 75 etappes heb gelopen weet ik bijna niet wanneer ik waar was en kan dus weinig vertellen over afstanden en plaatsen wanneer bepaalde gebeurtenissen hebben plaats gevonden.

De eerste 20 km (voor mij dus 4-5 etappes) gaan dwars door de ochtendspits van Athene en dat is al een heel avontuur op zich. De politie heeft zijn handen vol aan de ongeduldige automobilisten. Er wordt gescholden en gevloekt (dat denk ik maar ik versta er toch niets van), een vrachtwagen haalt me in en slaat vervolgens vlak voor me af naar rechts, mij daarbij bijna van mijn sokken rijdend. Maar er zijn ook Grieken die ons enthousiast aanmoedigen. Bravo, bravo! Het is een hele hoop herrie en stank maar ik amuseer me prima.
Buiten Athene gaan bij mij mijn oogkleppen op. Het enige wat ik nu moet doen is lopen en niet nadenken. Het zal zwaar worden onderweg en ik moet me concentreren. Wat anderen doen moeten zij weten, ik moet naar Sparta met mijn pakketje. Ik voel me goed en heb er het volste vertrouwen in dat het me gaat lukken. Bij elke verzorgingspost zie ik dat ik steeds een minuutje voorsprong extra pak. Mooi zo, rustig aan, de weg is nog lang.
Jos is met de organisatie meegegaan naar Sparta. Eigenlijk zou hij mij gaan begeleiden maar begeleiding is op maar enkele punten toegestaan, heel anders dan in bijvoorbeeld Steenbergen waar hij me elke ronde kon helpen. Mocht ik hier onderweg kramp krijgen kan hij me niet helpen. 'Sorry schatje, je moet eerst 15 km verder lopen en dan zal ik je kuiten masseren.' Daar heb ik natuurlijk niets aan dus heb ik hem gevraagd of hij me op wil vangen in Sparta. Daar zal ik hem heel hard nodig hebben en is het dus prettig wanneer hij daar na een goede nachtrust fris en fruitig voor me klaarstaat. Deze tocht ga ik alleen doen. Op een paar punten heb ik kleding, eten en wat andere spulletjes neer laten leggen dus het moet lukken.
De bus van de organisatie stopt een paar keer onderweg zodat de meereizende supporters ons nog kunnen zien en dus kan Jos nog een paar foto's van me maken. Bij Hellas Can is het eerste punt waar de supporters de lopers mogen helpen. Dit is ook een belangrijke doorkomstpost. En het is ook de enige post die ik in mijn hoofd heb zitten en waarvan ik weet dat ik 80 km heb gelopen. Deze post wil ik in 9 uur bereikt hebben en dat lukt me prima. Ik ben een paar minuten sneller. Hier neem ik afscheid van Jos, hij gaat nu regelrecht verder naar Sparta. En ik ga na een vrolijk 'tot morgen!' verder.

De temperatuur gaat nu richting de 30 °C en dat voelt niet lekker want we lopen nu pal in de zon en hebben geen greintje verkoeling. Hier begin ik ook mijn kuit te voelen en krijg ik een beetje buikpijn. Niet bij nadenken, gewoon doorlopen. Er zullen nog wel meer pijntjes volgen. Maar na een paar etappes schop ik met mijn voet tegen een oneffenheid in het wegdek en schiet de kramp snoeihard in mijn kuit. Ik gil het uit en meteen staat er iemand van de organisatie naast me. Maar ik wil niet geholpen worden, weet niet eens of dat toegestaan is. Na wat knijpwerk in mijn kuit verdwijnt de pijn en wandel ik voorzichtig door naar de volgende post. Hier neem ik een extra portie ORS tot me en ga daarna weer heel voorzichtig lopen. De kuit voel ik niet meer maar 2 minuten later moet ik heel snel de bosjes induiken voor een eerste grote boodschap. De eerste van vele want deze is het begin van bijna een hele dag diarree. Een hele bijzondere want ik ontdek al gauw een soort van patroon en -raar maar waar- daar ben ik blij mee. Ik moet binnen het halve uur 3x de bosjes in en daarna is het weer ongeveer 2 uur rustig. Daarna weer 3x in een half uur en dan weer 2 uur rust. Zelf vind ik het wel grappig en maak er geen probleem van. Het is niet anders. Ik heb genoeg zakdoekjes bij me en weet onderweg ook nog in een restaurant een grote hoeveelheid toiletpapier te bemachtigen. Niet nadenken, focussen en doorlopen.
Op een pijnlijke bilspier na voel ik me verder nog steeds goed en heb steeds 45-55 minuten speling op de limiettijden. Alleen bij een diarree aanval wordt dat even minder maar daarna loop ik gewoon weer met een lekker tempootje verder en pak ik die speling weer terug. Het parcours is nu wel zwaar met zijn vele heuvels en tot overmaat van ramp gaat het 's nachts enorm regenen. Een paar posten daarvoor heb ik gelukkig een warm shirt en een jasje aangetrokken maar het voorkomt niet dat ik binnen een paar minuten volledig doorweekt ben. En, bofkont als ik ben, loop ik nu ook net op een stuk onverharde weg met diepe gaten. Het water stroom als een dikke bruine rivier over dit pad en ik stap regelmatig tot mijn enkels in zo'n gat. Ik kan helemaal niet meer zien waar ik loop. Wel zie ik Henk. Hij wandelt en klaagt over de kou en dat hij niet meer naar beneden kan lopen en zegt dat ie gaat uitstappen. Verdikkie, wat jammer. Zelf heb ik het ook koud maar ik heb verder geen problemen. Dat die tanden klapperen is jammer maar geen reden om te stoppen. Doorlopen, concentreer je, je moet naar Sparta!

Na de eerste bui volgen er nog twee, net zo nat en net zo koud maar nu loop ik gelukkig op een asfaltweg, Niet dat ik nu wel kan zien waar ik mijn voeten neerzet maar ik moet toch iets positiefs bedenken?
Diarree in de stromende regen is best bijzonder. Bijzonder lastig. Maar de kramp in mijn kuit is volledig verdwenen. Het geklapper van mijn tanden houd ook weer op en ik blijf een mooie speling op de limiettijden behouden. Ik ga het gewoon halen als ik maar niet in een gat stap en mijn enkel breek of in een greppel donder, verdwaal of straks van de Sangaspas afglijd. Maar daar ga ik niet aan denken. Blijf positief!
Tegen die Sangaspas zie ik al een hele tijd op en de weg ernaartoe is vreselijk zwaar. Kilometers lang klimmen, niet hardlopend te doen. Lang leve mijn wandeltraining! Ik wist dat ik er profijt van zou hebben. Met een snelwandelpas haal ik zelfs mensen in en dat voelt heerlijk. Eindelijk kom ik bij de pas uit en kijk omhoog. Prachtig! Een lang lint van lichtjes zigzagt omhoog. Het pad is nauwelijks een pad te noemen. Grote en kleine stenen waarover je je een weg moet banen. Langs het pad zijn lichtjes opgehangen en dat geeft een gezellige sfeer. Dit is mooi! En zonder na te denken begin ik aan de klim. Soms op handen en voeten, me vasthoudend aan struiken, wegglijdend en struikelend over de losliggende stenen. Het is een leuk geluid wanneer je ze hoort wegrollen. Geen moment ben ik bang. Ik zie soms rood-witte linten hangen en weet dat daarachter een afgrond gaapt. Maar omdat het donker is zie ik die toch niet. En dat is mijn geluk. Was het licht geweest had ik dit niet gedaan. Tijdens deze klim verlies ik maar 5 minuten van mijn voorsprong en dat is voor mijn doen een topprestatie. Boven aangekomen krijg ik een deken om mijn schouders en een stoel aangeboden. Wat moet ik daar nou mee, ik ga toch niet zitten? Als ik ga zitten kom ik niet vooruit. Dus geef ik de deken aan een ander, drink een beker cola en begin meteen aan de afdaling. Dat is tot mijn verbazing een anderhalf meter breed wandelpad, wel steil naar beneden. Het wandelpad ligt bezaaid met losliggende stenen en al bij mijn eerste stap glijd ik een stuk naar beneden. Om me heen hoor ik meer mensen glijden, vloeken en zelfs vallen. Ineens grijpt iemand me bij m'n arm. Hij zegt iets tegen me wat ik niet versta maar ik begrijp aan zijn gebaren dat we zo naar beneden gaan. En al snel begrijp ik ook waarom: glijdt hij uit dan houd ik hem tegen en glijd ik uit dan houdt hij mij tegen. Het zal me over een paar dagen een flinke nekpijn bezorgen maar dat weet ik nu nog niet. En alles is beter dan vallen en geblesseerd raken. Zo wandelen we gearmd als een getrouwd stelletje in een flink tempo naar beneden. De ene na de andere inhalend. Dit is pure humor! Jannet Lange die heuvelaf mensen inhaalt! Nog nooit vertoond, dit mag wel in de krant. Voorpaginanieuws.
In een half uurtje zijn we beneden en verdwijnt mijn tijdelijke echtgenoot in het donker. Voor mij is het weer tijd voor mijn eerste sanitaire pauze in de serie van drie.

Bij de volgende grote post heb ik schoenen, droge kleding, zalf, zakdoekjes, een nieuwe portie ORS en wat repen liggen. Maar de schoenen die ik aanheb zitten goed dus die houd ik aan. Wel doe ik mijn doorweekte jasje en ongebruikte lange tight in de tas. Mijn shirt met lange mouwen houd ik aan. De zalf is ook zeer welkom want ik ben behoorlijk opengeschuurd. Maar het goede nieuws is dat ik nog steeds 45 minuten speling heb op de limiet en dat ik me goed voel. Ik ga het gewoon halen, geen twijfel over mogelijk. Onderweg staan Mik en zijn begeleider Jacob. Mik vertelt me dat Jan-Albert tweede is geworden (joepie!) en dat ik de enige andere Nederlander ben die nog in de race is. Wat? Dat kan toch niet? Wat is er met die anderen gebeurd? Allemaal uitgestapt volgens Mik. Potverdikkie, dat betekent dus dat er maar 2 van de 10 Nederlanders gaan finishen. Want dat ik ga finishen is voor mij zeker. Als er niks geks gebeurt natuurlijk want je hebt de Spartathlon pas uitgelopen als je bij Leonidas bent.
De Sangaspas is helemaal niet het zwaarste gedeelte van de Spartathlon, dit komt nu pas. Na een stuk vlak beginnen we weer te klimmen, kilometer na kilometer. De auto's razen ons voorbij en het is zaak om goed op te letten en aan de linker kant van de weg te blijven lopen. Klimmen, klimmen, klimmen, er komt geen eind aan. In het begin waait het en miezert het zelfs nog maar om een uur of 10 's morgens wordt het warm. En warmer en nog veel warmer. Auto's toeteren continu en ik begin me niet lekker te voelen. Begin me nu slap te voelen. Elke slok of hap die ik neem maakt me misselijk en na een paar uur moet ik ophouden met eten en drinken om te voorkomen dat ik ga kotsen. Het is nu een waar slagveld. Ik zie mensen aan de kant van de weg zitten met diarree, er wordt volop overgegeven en mensen proberen de kramp uit hun benen te rekken.

Bij de één na laatste verzorgingspost voel ik me helemaal niet meer goed, ik ben misselijk en de hele wereld draait om me heen. Ik heb al een paar uur niet meer gegeten en gedronken, dat durf ik niet meer. Uitdrogen doe ik toch wel, of ik nu drink of niet. Bij drinken moet ik kotsen en verlies dus ook vocht en bij niet drinken verlies ik vocht door het zweten. Het enige wat ik doe is mijn mond spoelen met wat water en op een stukje banaan kauwen om het daarna weer uit te spugen. Maar nog steeds weet ik dat ik het ga halen. Door mijn wandeltraining verlies ik nog steeds geen tijd. Ik wandel zo snel mogelijk door, afgewisseld met stukjes joggen, nu wel heel voorzichtig en goed uitkijkend. Eén misstap en je ligt hier onder een auto. Een toeterende auto, dat dan weer wel.
En dan kom ik eindelijk in Sparta aan, nog 2,5 km wordt me verteld. Doorlopen, blijf in beweging, ga niet stilstaan want dan is het afgelopen. Ik sleep me nu voort. Plots staat Wilma midden op de weg met een groot spandoek. Ik zeg dat ik me niet goed voel en ze wandelt een stukje met me mee, op veilige afstand anders zou ik gediskwalificeerd kunnen worden. Ze zegt me waar ik naar rechts moet afslaan want hier staan geen pijlen. Of ik zie ze niet, dat kan ook. Daarna rent ze weg om Jos te gaan vertellen dat ik eraan kom. Ik weet dat ik nog een keer naar rechts moet maar waar dan? Een Japanner wijst me de weg en zegt dat het nog maar 300 meter is. Daar klopt niks van maar dat vergeef ik hem. En dan zie ik eindelijk vlaggen. Daar is het! Daarachter staat Leonidas! Mensen joelen en applaudisseren, ik zie de Nederlanders. 'Niet meer gaan hardlopen', zegt Jacob. Alsof ik dat nog kan. En waarom zou ik? Dit is geweldig. Laat ze maar voor me klappen, ik heb het verdiend. Ik wordt een trapje opgeholpen en dan zie ik eindelijk het beeld. 'Wat een klein mannetje', schiet het door me heen. Maar Leonidas is vele malen groter dan ik. Iemand ondersteunt me en dan leun ik eindelijk tegen zijn voeten aan. Het had niet veel langer moeten duren.
'Leonidas, hier is mijn pakketje. Ik hoef het niet terug, vernietig het alstublieft voor me'.

Ik ben er, het is gelukt! Maar ik ben te moe om het echt te beseffen. Ik ben totaal leeg en ik sta te wankelen op mijn benen.
Een lauwerkrans wordt op mijn hoofd gezet, ik krijg een plaquette in mijn handen gedrukt en er worden nog wat foto's gemaakt. Jos staat blij te grijnzen en ik wil alleen maar zitten. Een lieve mevrouw zegt dat ik even mee moet naar het hospitaaltje maar dat wil ik niet. Zeg dat ik alleen maar een beetje moe ben en dat het zo wel beter zal gaan. Maar na 5 minuten zitten word ik toch in een rolstoel gezet en naar het hospitaaltje gereden. Blijkbaar zie ik er niet goed uit.
Ik word met een grote boog op een massagetafel geslingerd, van mijn schoenen, sokken en kousen ontdaan, mijn voeten worden gewassen en ontsmet en daarna met een koud goedje besproeid. Vervolgens wordt er een deken over me heen gelegd en mag ik even een telefoontje plegen. Daarna rust, even liggen met de ogen dicht. Taak volbracht, mijn pakketje is afgeleverd.

Wanneer ik mijn ogen een kwartiertje later weer open doe zie ik tegenover me een soort van lijk aan een infuus liggen en naast me ligt iemand bij wie de blaren worden doorgeprikt. Hier wil ik niet zijn! En dus zeg ik tegen een verpleegster dat ik weg wil. 'Voelt U zich wel goed?', vraagt ze. Heeft ze het nu over mijn verstandelijke vermogens? Ik knik en zeg dat ik me goed voel. Dus helpt ze me overeind, doet een paar mooie, witte, zachte slofjes aan mijn voeten en zegt dat ik op mag staan. En dat lukt me al binnen 10 minuten. Met een taxi wordt ik naar het 500 meter verderop gelegen hotel gebracht. Op weg naar onze kamer ga ik bijna van mijn stokje, zo benauwd is het hier binnen. Maar dan kan ik me eindelijk neervlijen op een echt bed, toch beter dan een massagetafel. Hier blijf ik in mijn stinkende kleren meer dan een uur liggen, ik ben totaal niet meer in staat om me te bewegen. Ik heb er de kracht niet meer voor en alles doet me pijn.
Daarna sleep ik me richting douche om alle viezigheid van me af te spoelen. Mijn avondeten bestaat uit een toastje en een hap banaan, weggespoeld met wel twee hele slokken water. En dat is meer dan ik de afgelopen uren heb gehad.

Het is nu bijna een week later en ik heb nu eindelijk volledig door wat ik heb gedaan. Ik heb de Spartathlon uitgelopen! Nu ik dit stukje schrijf komen ook de emoties boven. En ik zal U eerlijk vertellen dat op dit moment de tranen over mijn wangen biggelen. En daar schaam ik me niet voor. Ik heb het geflikt! In één keer. Van de tien gestarte Nederlanders zijn er twee die het gehaald hebben. Jan-Albert Lantink heeft een geweldige prestatie geleverd door tweede te worden in de beste Nederlandse tijd ooit. Ik liep in de achterhoede en werd de laatste Nederlander. Maar ook de eerste Nederlandse vrouw die ooit de Spartathlon volbracht en daar is het mannelijke deel van ultralopend Nederland dan weer blij mee.
En ik? Ik ben trots. Trots op mezelf. Omdat ik het gered heb. Dat ik het niet opgegeven heb. Want het was niet alleen de 246 km lange weg van Athene naar Sparta, het was een heel lange weg om in Athene te komen. Langer dan menigeen zich voor kan stellen. Hoelang? Dat weet ik alleen.
De tweede helft van mijn leven leef ik met opgeheven hoofd. Het is goed zo.

Jannet Lange
http://jannetlooptlang.punt.nl 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
VERSLAGEN van September 2010
 
Ik heb het niet van de daken geschreeuwd dat de 100 km van Winschoten mijn grote doel was voor dit jaar. Sterker nog, ik had het maar weinig mensen verteld dat ik aan deze wedstrijd mee zou doen. Stond ik in begin van dit jaar nog onbevangen tegenover het ultralopen, dit was toch wel enigszins veranderd. Vooral mijn ervaringen in Stein en de halve JKM hadden mij terughoudender gemaakt. Desondanks had ik een trainingsschema gemaakt voor Winschoten, maar toen in Steenbergen bleek dat de zes uur toch ook niet zo eenvoudig is besloot ik om dit jaar nog geen 100 km te lopen. Eerst maar eens een goede zes uursloop en dan pas de volgende stap.

Wat deed mij dan toch weer van gedachten veranderen? Ambitie? Lef? Of was er sprake van terugkerend zelfvertrouwen? Nou, het kwam door een email van Marcel de Jong. Hij meldde mij nog voor dat hij in de zes uur van de Haarlemmermeer tot 67 km kwam doodleuk dat hij zich ingeschreven had voor de 100 km in Winschoten. Al voor zijn geslaagde zes uur liet hij mij weten dat het ongeveer 30 km verder zou zijn. Inmiddels heeft hij bewezen dat dit absoluut geen hoogmoed was. Nee, dit was dus ambitie, lef en zelfvertrouwen. Vooral dat laatste daar moest ik ook weer wat meer van krijgen. Ik gaf mezelf nog wat bedenktijd, maar na ruim een week was de geest er helemaal rijp voor en kon het trainingsschema voor Winschoten weer uit de kast.

Dat trainingsschema kon ik vrij goed volgen alleen over de gelegde accenten was ik uiteindelijk niet helemaal tevreden. Een geplande training van 70 km werd uiteindelijk slechts 28 km, omdat mijn lichaam duidelijk aangaf dat dit voor die dag het maximum was. Deze training inhalen was ook niet mogelijk en zo bleef het Rondje Amsterdam (61 km) mijn langste training voor Winschoten. Een training van 46 km met ruim 700 hoogtemeters in de omgeving van mijn vakantieadres in Frankrijk drie weken voor de Run was een laatste test. Deze verliep net als het Rondje Amsterdam goed en onder warme weersomstandigheden. Maar was het genoeg?

De laatste nacht voor mijn eerste 100 km verbleef ik in een hotel in Gasselte waar ook Marcel de Jong een kamer had met zijn vrouw en oudste kind. Van zenuwen had ik geen last en ik verwachtte dus snel in te slapen die nacht. De praktijk was echter anders, eerst hoorde ik nog veel geluiden van het personeel in het restaurant en vervolgens waren er nog wat andere hotelgasten, die er nog een gezellige boel van maakten in datzelfde restaurant. Uiteindelijk hadden ze zich om half twee ’s nachts voldoende moed ingedronken om zeer luid over de gang te roepen dat ze in kamer zeven zaten. In datgene wat nog resteerde van de nacht kon ik nog drie keer mijn talent als muggenjager bewijzen en met een score van 100 procent kon ik daar zeer tevreden over zijn. Gelukkig had ik in mijn vakantie het boek “Zandloper” van Abdelkader Benali gelezen. Hij beschrijft aan de hand van een nogal luguber voorbeeld dat het niet uitmaakt wat je de nacht voor een belangrijke wedstrijd ook doet, het heeft geen invloed op je eindresultaat in die wedstrijd! Nou is het bij Benali best moeilijk om het onderscheid tussen feit en fictie te zien, maar ik was er gelukkig van overtuigd dat mijn niet ideale nachtrust geen enkele invloed zou hebben op mijn lopen de volgende dag.

Na een stevig ontbijtje - ik meende bij Marcel iets te zien van “wat werkt die allemaal naar binnen, zeg!” - konden wij vertrekken naar Winschoten. Na enig zoeken in Winschoten naar de parkeerplaatsen snel naar de sporthal om ons klaar te maken voor de wedstrijd. Dan loop je de mooie wereld van hardlopers en ultralopers binnen. Vele estafetteteams die met hun briefing bezig waren, Ron Teunisse bij de ingang met zijn boek “De koerier die nergens bij hoort”, Veron Lust, Robert Boersma. Ultralopers waar wij eigenlijk alleen maar tegen op kunnen kijken, maar het toch niet hoeven doen, want dat is wel het laatste wat ze willen.

Dan 10.00 uur, de start. Van uit het niets is het vandaag ineens mooi weer, maar is het ook mooi weer om een 100 km te lopen? Het zal uiteindelijk 24 graden worden in Winschoten, we moeten veel drinken, toch ook voldoende koolhydraten binnen krijgen en het aanvullen van de verloren zouten kan ook wel eens belangrijk worden. In de eerste ronde hoor ik van iemand dat het niet toegestaan is met een navigatiesysteem te lopen. Meteen voor de eerste doorkomst de Garmin bij de kledingtent in mijn tas gedaan. Stel je voor er storten zoveel lopers in dat ik in de prijzen loop op het NK en ik mag dan mijn medaille inleveren, omdat ik mij niet aan de regels gehouden heb. De kans is klein, maar dat risico wil ik niet lopen.

In de tweede ronde de opgelopen achterstand op mijn medelopers, Herman (Ebbekink) en Marcel, weer inhalen. Het ging al iets te hard en nu dus helemaal. Het moet rustiger, maar het lukt niet. Marcel is al helemaal niet te houden en in de derde ronde loopt hij bij ons weg. Ik houd mijn hart vast, dat wordt of een supertijd of een hele lange 100 km voor Marcel. Voor mijzelf ben ik er echter ook niet helemaal gerust op, het moet langzamer, maar het hoofd heeft niet genoeg overwicht over het lichaam en dan zal uiteindelijk dat lichaam er wel voor zorgen dat het langzamer gaat. Gebrek aan ervaring. Herman komt uit Winschoten en kan leuke informatie over Winschoten, de Run en sommige andere lopers geven. Er loopt onder andere een 87 jarige op klompen mee, dit keer op de 50 km kijkt deze man hoe ver hij nog komt. RESPECT met hoofdletters, hoor! Het is gewoon gezellig we praten en lachen heel wat af. Een stel jongens van een jaar of tien fietsen stoer langs het parcours, ik verwacht eigenlijk geen aanmoedigingen, maar dan roept er een luid: “kom op, hè!” En dan is het even stil en zeer goed getimed: “mijn oma loopt harder!” Ik lig in een deuk van het lachen. Het is wat met die globalisering, Amsterdamse humor in Winschoten!

Herman heeft wel ervaring op de 100 km en bij het naderen van de helft kondigt hij aan wat gas terug te nemen. Ook Marcel halen we weer in, hij heeft het al zwaar en ik denk als hij maar niet gaat uit….wat was dat woord ook al weer? We hadden het allebei uit ons woordenboek geschrapt. Ik ga alleen door in hetzelfde tempo en kom door in 4.13 u op de 50 km en denk keer twee is 8.26 u, dat had je gedroomd, ja! Het overschrijden van de helft brengt wel een soort euforie bij mij te weeg en ik loop vervolgens binnen 25 min. naar het 55 km punt. Het moet echt langzamer. Dit lukt, maar het is alsnog een 10 km van net boven de 50 min. Het blijken de laatste stuiptrekkingen voor de inzinking te zijn. Dat ik die zou krijgen wist ik eigenlijk wel heel zeker en na 66 km moet ik mijn eerste meters wandelen. Oké, het is geen schande, maar ik vind het wel 10 km te vroeg. Doorkomst op 70 km in 5.59 u. Achteraf blijkt mij dat ik toen op een derde plaats liep van het NK, maar de uiteindelijke nummer drie, Wim Douw en de nummer vier, Dave Boone hebben hun inzinking eerder gekregen dan ik en zijn hem ook weer eerder te boven.

Een inzinking te boven komen, zo karakteristiek voor het lopen van lange ultrawedstrijden las ik eens van de hand van mede ultraloper Dik Jagersma. Dat zou ik ook mee willen maken, maar mijn zes uurslopen waren daarvoor te kort. Ik bleef daarbij in de inzinking waarin ik afgegleden was. En nu? Ik wandelde 100 tot 300 m en dan rende ik weer 2 tot 3 km. Dit deed ik in de hoop dat het stuk dat ik kon hardlopen langzamerhand weer langer zou worden. Het duurde lang en in de achtste en negende ronde keek ik een aantal keren in mijn woordenboek. Het begon toch met “uit” dat rotwoord, ik wist het zeker, maar ik kon het niet meer vinden. Wat ik ook wist was dat als ik de negende ronde zou lopen ik ook de tiende ronde zou doen.

Halverwege de tiende ronde, de laatste verzorgingspost, nog één keer bouillon, het smaakte me zo goed. Het stond er niet meer, maar razendsnel maakte de vrouw aan de andere kant van de tafel het klaar en het smaakte heerlijk. Ik ging weer rennen en zag op de klok dat ik bijna twee minuten bij de verzorgingspost had gestaan, maar het deed er niet toe……ik voelde iets. Ik was mijn inzinking te boven! Het ging weer na 28 lange kilometers, ik kon weer gewoon 11 km per uur lopen, yes! Het was te gek, ik zou nog een ronde kunnen lopen. Het maakte me niets uit toen na 98,5 km clubgenoot Richard van der Klis nog voorbij kwam. Hij liep zo sterk, ik kon daar ondanks mijn opleving niets tegen uitrichten en later zag ik dat hij zijn race zeer goed ingedeeld had daar kon ik nog wat van leren. Maar ik was mijn inzinking te boven en omdat ik mocht finishen en mijn hernieuwde energie nog een beetje kwijt wilde probeerde ik ook maar de tijd op die klok zo laag mogelijk te houden. Zodoende kon ik zowaar nog iets van een eindsprint laten zien, 9.06.47. Uiteindelijk was de tijd niet helemaal wat ik gehoopt had (sub 9), maar er was iets veel belangrijkers wat ik geleerd had: er zijn kilometers voor mij na de honderd!

Hans Jurriaans
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
100 keer finishen in een marathon of ultra, een klus die ik binnen de 5 jaar wou klaren. De laatste 10 wedstrijden waren zwaar al waren de prestaties steeds beter. Na de 100km van Hulshout, waar ik nog eens wou presteren (9u21'), stopte ik met lopen.

Het is genoeg geweest, mijn lichaam heeft afgezien en metaal was het zwaar. Na enkele weken niet lopen voelt alles al veel beter aan maar geen haar dat er aan denkt om nog zo'n afstanden lopend te overbruggen.

Tijdens die tocht leerde ik fijne mensen kennen, de ene al wat beter dan de andere. Mijn naam krijgt een plaatsje en iedereen heeft respect voor elkaar. Iedereen op zijn manier, soms gewoon om ter gekste. Zomaar alles laten vallen zou weer eens alles of niets zijn...

Daarom de beslissing om naar de 24 uur van Luik te gaan. Deze keer niet om te lopen maar om het goede doel te steunen en vooral andere lopers te begeleiden. Eén van die fijne mensen waar ik heel wat avonturen mee mocht beleven is Willy Jonkers, een andere luistert naar de naam Joeri Schepers. Joeri maakt zijn debuut op de 24 uur. Samen met Inge ga ik deze twee sympathieke lopers proberen 24 uur lang te begeleiden dat ze een mooi resultaat kunnen neerzetten.

Willy kent de knepen van het vak, Joeri is nog wat onwetend en vol met stress. De mannen gaan om 13 uur van start, het eerste rondje loop ik mee en zet me dan bij Inge om Joeri te begeleiden. Na enkele uren zet Willy ook zijn spullen bij ons.

Ik weet zeer goed wat en wanneer de mannen iets willen. Ook weet ik wanneer ik moet zwijgen en ze gewoon laten doen. Dan weer een rondje mee om hun over die dip te krijgen. Joeri krijgt al snel last van al de rommel die hij perse wou drinken, dat was te voorspellen en we geven hem veel water om die brok ongezonde dingen weg te spoelen. Hij voelt zich snel weer beter en waagt zich nu aan cola en water.

Willy loopt zeer egaal en weet exact wat Luik inhoud. Een niet te onderschatten parcours. De warmte van de eerste uren zal ook veel lopers de das om doen. Te snel starten is hier van den boze, verstandig lopen en sparen voor de nacht. Een loper bevoorraden is een hele bezigheid en geloof me dat het ook om moe van te worden is.

Joeri krijgt het lastig, de benen zijn al vermoeid en mentaal krijgt hij het zwaarder. Ik probeer hem wat op te peppen maar ook daar moet je voorzichtig in blijven. Als hij klaagt over duizeligheid en hoofdpijn dring ik niet aan en laat hem gaan slapen. Een pannenkoek en bed in. Willy heeft heel goed ingedeeld en blijft vlak lopen soms afwisselend met wandelen.

De sfeer is super en een hele groep jongeren begint Willy elke ronde aan te moedigen. Elke keer weer klinkt het "Willy, Willy, Willy... een hele nacht lang". Ik profiteer om ook even in de wagen te rusten, ik wil morgen fris zijn om te helpen bij de moeilijkste uren. Na enkele uren zie ik Willy nog altijd zijn rondjes afhaspelen, zijn 24 uur begint hier en hij kan plaatsen beginnen opschuiven. De nacht is koud geweest maar toch aangenaam lopen. De morgen was goed, niet te koud en ook wat bewolkt, ideaal om geen klop te krijgen.

Joeri voelt zich terug beter, hij trekt zich ook terug in gang. Ik probeer nog zoveel mogelijk te helpen, peptalk waar nodig en telkens weer vragen wat ze nodig hebben. Willy heeft het moeilijker en blijkbaar staat hij op de derde plaats. Ik beslis om me nu alleen nog op hem te fixeren. Samen lopen we wat uren naast elkaar.

Telkens weer slaagt Willy er in te lopen na een wandelpauze. Dikwijls loop ik iets voor hem om hem op gang te trekken. Van derde loopt hij naar de tweede plaats. Joeri heeft ook weer een mooi tempo en we lopen met drie wat rondje samen.

Het publiek is niet meer te houden en schreeuwt Willy naar de leiding. Een plaats die hij niet meer gaat afgeven, een staaltje van puur karakter. Een verdiende winnaar met 171,870km !!! Joeri was achtste met 136,890km.

Na afloop gaat iedereen nog uit de bol, Willy krijgt zijn beker en heel de zaal roept weer "Willy; Willy, Willy, ..." een prachtig moment dat altijd bij mij zal blijven. Ons team was af, onze mannen liepen een kei van een wedstrijd. Inge en ikzelf waren superblij dat we alleen maar positieve opmerkingen kregen.

Zo moet een ultraloop zijn, het gaat hem om de sfeer, het gevoel, mensen samen brengen. De prestatie is mooi meegenomen maar het allerbelangrijkste is dat we 24u lang gelukkig waren alleen met onszelf! Zo zeg ik dikwijls tegen de mensen, geluk kan je niet kopen, dat ligt dikwijls in je eigen tuintje.

Zelf liep ik 41,07km bij elkaar, gewoon door af en toe mee te lopen. Oef net geen marathon want ik... ik loop niet meer. Mijn volgende uitdaging is zwemmen, in 2012 probeer ik over het kanaal te zwemmen. Maar toch...ach....jullie weten wel beter. Tot ziens.

Paul Van Hiel
http://paulvanhiel.spaces.live.com/

Foto's van de 24 uur: http://picasaweb.google.com/110841954524504015038/24uLuik2010#


 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Bij AV Monnickendam, waar ik in 2007 met hardlopen ben begonnen, ben je al snel een ultraloper. Ook al ligt dit mooie plaatsje aan het IJsselmeer op loopafstand van Purmerend, waar AV Nea al heel veel ultralopers heeft voortgebracht is het bij AVM dat wanneer je meerdere marathons in een jaar loopt je al de bijnaam “ultra” krijgt. Het legioen ultralopers bij AVM bestaat uit Jim Fulkerson en ikzelf. Na mijn derde marathon wilde ik in juli 2009 nog een marathon lopen, het was moeilijk ergens een leuke marathon te vinden, en het werd uiteindelijk de 50 km van Assen. Hotel in Gasselte geregeld en de dag erna de 50 km. Hier moest ik uitstappen, met een temperatuur van boven de 30 graden na twee uur lopen rond het middaguur in combinatie met het gemis aan ervaring vond mijn lichaam het bij 37 km echt genoeg. Maar hier wel de sfeer kunnen proeven van het ultraloopwereldje. Ondanks dat ik na mijn uitstappen, anderhalf uur zonder wat te zeggen balend langs de kant heb gezeten, wist ik dit is mijn sport, dit is waar ik thuis hoor. Uiteindelijk ben ik dus terecht gekomen in Winschoten voor de 100 km. Met een enkele uitgelopen zes-uursloop in de benen ben ik het avontuur aangegaan.

Al vroeg dit jaar had ik me voorgenomen mee te doen aan de 100 km van Winschoten, Hans Jurriaans die ook in Monnickendam heeft gewoond had zich ook ingeschreven en via de email hebben we onze trainingsresultaten en andere evaringen uitgewisseld, en elkaar scherp gehouden tot het moment waarop het moest gebeuren. Allebei verbleven we in hotel Buxus in Gasselte, hetzelfde hotel als voor de 50 van Assen in 2009. Hans, die uit Limburg moet komen, kwam later in de avond aan. Samen onder het genot van een biertje (als slaapmutsje) wat gepraat aan de bar en om half elf ons bed opgezocht. De eigenaresse had om half acht een ruim gevuld ontbijttafeltje voor ons klaar gemaakt, waarna we vertrokken naar Winschoten. Het was even zoeken naar de parkeerterreinen maar om tien over negen kwamen we de sporthal binnen waar we ons konden omkleden. Vooraf kwamen we Veron Lust van AV Nea nog tegen, die echt blij was dat daar eindelijk weer een ex-Waterlander en een Waterlander aan hun debuut op de 100 km begonnen.

Om 10 uur was dan eindelijk de start van onze 100 km. Rustig gingen de 69 solo-lopers op de 100 km beginnen aan hun 10 rondjes Winschoten. Al snel in het begin vormden Hans, de plaatselijke held Herman Ebbekink en ik een groepje dat de eerste ronden samen aflegde. Ik was al eerder teruggeroepen door Hans omdat ik iets te snel liep, ondanks dat ik wist dat ik mezelf daarmee in de laatste ronden pijn zou doen liep ik toch op een gegeven moment weg van Hans en Herman. Het 50 km punt kwam ik nog mooi door op 4.17, maar daarna volgde een ronde met 6,5 minuut verval ten opzichte van de vorige ronde. Dit was ook de ronde dat Hans en Herman weer langs kwamen. In die ronden erna kon ik het verlies per ronde beperken tot een voor mij aanvaardbaar niveau. Bij 72 km kwam Veron nog een stuk met me mee lopen, met heel veel motiverende woorden. Maar toen wist ik al dat ik de finish ging halen. Vooraf via de mail hadden Hans en ik het woord ‘uitstappen” uit ons hardloopwoordenboek geschrapt, het was een afspraak van wat er ook gebeurt we lopen het uit. Bij 86 km werd het nog even spannend een blaar op m’n linker kleine teen, maar deze zat gelukkig aan de onderkant en was na een paar honderd meter stuk en deed niet meer mee. De laatste dertig kilometer, zwaar, (te)veel ingeleverd, maar wel met een brok in m’n keel over die finish. Mijn vriendin en oudste zoontje stonden er ook, prachtig was het, vlak voor de finish nog een handje van iemand van de organisatie en dan na 9 uur en 48 minuten finishen in je debuut op de 100 km.

Zeker een mooi moment, en tijdens een debuut verkeer je ook in een positie waarin je niet kan verliezen. Mezelf een kloothommel noemen dat bewaar ik voor later (smile) en commentaar hebben op het publiek dat zal ik nooit doen. Ik heb ook wel een sarcastische opmerking naar m’n hoofd gekregen, maar de ronde erna stond dezelfde beschonken jongen er en zei de jongen naast hem “maar hij gaat wel die 100 km uitlopen”. De mening van Willem Kramer deel ik voor het grootste gedeelte niet, ten eerste moet het publiek geen invloed hebben op je prestatie en daarnaast ik ben in Winschoten 100 km gedragen door het publiek en de estafettelopers. Er waren bepaalde punten in het rondje waar estafettelopers vroegen is dat jouw fanclub? Maar ik kende deze mensen pas sinds vanochtend, maar het was gewoon prachtig. Een geslaagd debuut, een tijd binnen de 10 uur en een clubrecord AVM (dat was uitlopen altijd geweest), en de bijnaam “ultra” nu echt waardig.

Het waren 10 mooie uren, dat het een zware editie van de Run Winschoten was had ik tijdens de race niet echt in de gaten, ik had nog geen gevoel bij een 100 km, dus dacht dit is nu hoe een 100 km voelt. Dat het uiteindelijk maar 32 lopers lukte om de finish (binnen de 12 uur) te halen geeft aan dat de omstandigheden dit jaar zwaar waren. Waar ik tijdens de wedstrijd wel even van baalde is dat ik tegen het 70 km-punt een tijd dicht bij de 9 uur voorgoed vaarwel moest zeggen. Ik was onder een gemiddelde van 11,11 km per uur gekomen en kon op dat moment ook geen snelheid van 11,11 km/uur meer uit mijn benen krijgen, Het balen was van korte duur want al snel overheerste weer dat gevoel van het gaat lukken, ik ga vandaag gewoon finishen! Na de finish kreeg ik nog een kaartje omgehangen met 3e plaats M40, na het douchen nog even getwijfeld of ik zou wachten op de prijsuitreiking. Maar ik wilde eigenlijk wel naar huis, en met zoontje Wesley van zeven erbij werd het wel tijd om naar huis te gaan. Achteraf een goede keus want dat kaartje was uiteindelijk niet voor mij bestemd maar voor een Duitse loper die vlak voor me was geëindigd. Uiteindelijk overall 15e van de 69 gestarte lopers. Hans Jurriaans is gefinisht in een tijd van 9.06.47 en was 8e overall en 2e in de categorie M40. Hierdoor stond hij ’s avonds trots met de winnaar Daniel Oralek, eerste M40, op het podium. Met de limiet voor de 120 van Texel in zijn sporttas, heeft hij thuis meteen een plekje op de boot naar Texel geboekt. Ik zal nog een jaartje moeten wachten voordat ik aan dat avontuur mag beginnen. Maar na zaterdag 11 september 2010 heeft Nederland er in ieder geval twee nieuwe ultralopers bij.

Ultralopen, de zwaarste pure sport….., , een uitspraak van Veron, en dat is wat het zo mooi maakt.

Volgend jaar, zeker weer Winschoten…….!


Marcel de Jong


 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]