Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
19 jun 2018
Zugspitz Ultratrail 2018
15 jun 2018
Ultra Fiord 2018
3 jun 2018
GTLC 105 km 2018
31 mei 2018
Keufelskopf Ultra
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* 29 apr 2011: Texel vanaf de zijlijn
* 29 apr 2011: Vijf-twaalf
* 28 apr 2011: Texel 2011 nabeschouwing van Pieter Mans
* 26 apr 2011: De 120 van Texel
* 26 apr 2011: Een reis met een tijdslimiet
* 22 apr 2011: Limburg's Zwaarste: Lopers zijn net normale mensen !
* 13 apr 2011: 2011...
* 4 apr 2011: De barmhartige Samaritaan
* 3 apr 2011: God is een Limburger
* 3 apr 2011: Limburgs Zwaarste 100km op 2 april
* 3 apr 2011: Eco Trail de Paris is een aanrader, maar Limburgs Zwaarste is een must!!
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Mei 2011
 
25 april 2011 - Vandaag een wedstrijd op mijn limiet gelopen. De strijd met de sluitingstijd speelt in laatste deel van de tweede ronde een hoofdrol. Gelukkig vindt mijn lichaam de nodige adrenaline voor een extra inspanning en wordt er zelfs beter van. Ik ken de tussentijden nog niet maar mijn laatste 15 km zijn zeker niet verkeerd.

De wedstrijd
De 120 km wedstrijd is gelimiteerd door toelatingsvoorwaarden en met de finish limiet van 13 uur zijn die daarmee zeker in verhouding. Het is daarbovenop nog een wedstrijd met natuurelementen die kunnen helpen of behoorlijk dwarszitten maar ideaal is eerder uitzondering dan regel.
De 120 km wedstrijd is dit jaar gekenmerkt door meer atleten die afzeggen nog voor de start dan gestarte atleten die opgeven tijdens de wedstrijd. Met 2 dames ( = 100% ) en 16 heren (van de 23) zijn er zowaar 18 finishers binnen de tijdslimiet.

De helden van de dag
Bij de heren degradeert Jan-Albert Lantink zijn collega’s tot figuranten. Gelukkig dat de Belgen (Palmans – Stynen – Leysen) meededen anders was JAL al gedoucht en thuis aangekomen vooraleer de tweede de finish bereikt. Wat een prachtige winnaar (1958) die daarbij de avond voor de start nog een lezing geeft. Een man met een missie eind september in Griekenland. Al in de startronde op de wielerbaan liep JAL weg. Er was een stevige groep met de rest van de favorieten achter hem om samen te werken. Het werd eerder een onderlinge strijd voor de ereplaatsen.

Bij de dames heb ik de eerste prikken live meegemaakt. We zaten samen met een stevige groep mannen zonder topambities toen Léonie van den Haak samen met Richard van der Klis erbij kwam. Even later kwam ook Sharon Gayter (GBR) erbij, dame met reputatie maar 1 nadeel: ze liep een 6 daagse met 750 km in Athene pas 2 weken geleden. De opwarmingsronde duurde niet zo lang want de Engelse verliet alleen de groep met een woordspeling van Mik Borsten erbovenop. De vuurtoren in De Cocksdorp, waar Mevr. Hanna Knippenberg op het vroege ochtenduur de atleten terug een warm hart toewenste, gaf Léonie de nodige vonk om in het tegenoffensief te gaan. Op een gegeven moment lag de Amsterdamse zelfs op kop en daarna was er een wedstrijd tussen de dames om van te snoepen. De jonge Léonie heeft duidelijk toekomst maar moest uiteindelijk een klein verschil toegeven.

Het parcours
Het rondje is mij bekend door deelname in 2009 (120 km) en 2003 (60 km) maar het was weer anders dan voordien. De ingrediënten waren dezelfde namelijk zand , zeewater, dijken, wind en de zon. Het recept van de taart was in 2011 anders maar wel lekker, zelfs iets pittigs erin en met heerlijke nasmaak. De chef van de taart heeft gespeeld met de getijden en het zand voorverwarmd en korrelig gemaakt. Ik heb er mijn beenspieren lam op gekneed, wat een taaie deeg. Dik Jagersma, langs de vloedlijn als een kenner, vertelde achteraf dat hij me geen kans meer gaf om te finishen binnen de tijdslimiet. Voor de gevoelige lens van Bjorn en Arco hield ik de schijn hoog. Gelukkig waren de deelnemers van de 60 km een supergezelschap. Ik was er namelijk dit jaar in geslaagd om voor de start van de 60 het keerpunt te halen. De meute kwam lekker overgewalst en korte over en weertjes brachten me terug op de Hors. In colonne en aan elkaar gerijgd als een paarlemoerkrans probeerde ik ergens mijn pinkje tussen te steken. Na een paar mislukkingen had ik ene Herman (?) gevonden. Hij bepaalde mijn tempo, hem had ik uitgekozen via het lot. Het werkte en na de laatste duinovergang kon het alleen maar beter worden. Ik kreeg het er warm van. Met nog 30 km voor de boeg begonnen de deelnemers aan de 60 km ook door hun koolhydraten voorraad te zitten. Hoe moe je ook bent maar inhalen is altijd leuker dan gepasseerd worden. Terug zag ik Ernst Daniël iets voor De Cocksdorp zoals in 2009, het lijkt alsof hij hier op me wacht. Dank aan Ernst om door te zetten en mij niet met de rode lantaarn te trakteren.

Rekenwerk
Het ultrawerk houdt mijn lijf in de ban, de hellingen gingen allemaal lopend en niets wees op verval. Tot het moment dat ik mij afvroeg hoe laat het eigenlijk was want mijn Garmin was vlugger leeg dan de atleet. Eerst dacht ik dat 16u30 de aankomst limiet was en dan kwam ik zeker tijd tekort, daarna nog 5 min extra want het was 17u35 ipv 17u30. Het vermogen om na te denken lijkt te verminderen met de toename van de loopuren. Na elke 5 km aanduiding herbegon dat rekenwerk en uiteindelijk stonden er ook nog per km borden in de laatste 5 km te gaan dus het werd steeds gekker. De Hoge Berg leek minder hoog vanwege de tijdsdruk. Uiteindelijk viel het nog mee met een overschot van 22 minuten maar je bent pas zeker onder het spandoek van de finish.

JKM – Spartathlon – Texel
Van de 3 wedstrijden heb ik geproefd en nooit eerder had ik last van de tijdsdruk of vooral de stress erdoor. Dan was dat de persoonlijke meerwaarde van de 120 km van Texel 2011. Het begrip Grand Slam is naar voor gebracht door Carel Schrama. Ondertussen blijft mijn serie verder duren. Wie nu de moeilijkste van de 3 is ligt waarschijnlijk persoonlijk verschillend. Van Texel zijn de omstandigheden zoals het getij, de windsnelheid en de temperatuur heel bepalend. Deze factoren wegen het eerst bij de atleten zoals mij, met minder snelheid en daarom is Texel een risico. Dit jaar is Ronny Samuel 6de met een tijd van 12 u 20. Doe daar 17 minuten bij dan kom ik aan de beurt met een 16° plaats (incl de dames) in 12 u 37. Dat betekent 11 lopers op een dotje van slechts 17 min op een wedstrijd van 120 km, terwijl JAL hier wint met een voorsprong van 66 minuten. Ga 1 plaats achteruit met de 7°plaats van Sharon Gayter in 12u24, dan komen 10 atleten binnen met een spreiding van 13 min. Het is wel een duiding van het risico-profiel voor 2/3 van de finishes, opgave en buiten de tijd aankomsten nog niet meegerekend. Van de JKM lijkt mij de limiet iets minder strak maar Noordenwind is dan wel heel bepalend. De Spartathlon gaf me voorlopig de beste resultaten, al is de tijdslimiet na 81 km voor sommigen ook niet zo gemakkelijk.

Respect voor de organisatie Texel
Texel vormt de meerwaarde voor het ultralopen in NL en B. Iets internationaler zou het orgelpunt vormen en dit jaar is daar progressie in gemaakt. Gegroeid in de jaren en werkend met een limiet aan inschrijvingen op de estafette en de 60 km. Wat een luxe ! Uniek parcours die sprekend is. Pracht van een eiland. Waardering voor zijn lopers. Vooral ook een team van organisatoren die respect uitstraalt en bereikbaar blijft voor de deelnemers. Zoveel medewerkers op de dag zelf, de maanden voorbereiding en tot slot een uitstekende nabeschouwing in de vorm van bewerkte artikels en statistieken. Ere wie ere toekomt !

Luc de Jaeger-Braet
(luc.de.jaeger-braet <at> pandora.be)

PS In kleine letters dan nog dit, voor mij hoort Texel in de M&U Cup.

Reactie van Martien: de Texelse organisatie heeft er voor gekozen om het geld dat anders aan de Cup betaald zou moeten worden, als donatie aan de provider van Ultraned te geven. Want Texel heeft in verleden en heden ongelooflijk geprofiteerd van Ultraned als podium om artikelen over De Zestig te publiceren. 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
VERSLAGEN van April 2011
 
Toen bij mij op Tweede Paasdag om 5 uur de wekker ging, besefte ik mij terdege dat de lopers van de 120 km al onderweg waren. Zelf heb ik zo’n vroege start altijd als heel prettig ervaren. In de tachtiger jaren startte de RUN van Winschoten om 5 uur ‘s ochtends en zijn we zelfs wel eens met nachtvorst begonnen. In deze tijden van global warming is zo’n vroege start zeker een voordeel, want dan loop je in ieder geval de eerste helft nog in de relatieve koelte. Ik carpool samen met Huib Nieborg en Jaap Vis naar Texel. Met Huib ben ik in 1988 nog eens samen met Ede Staal (PR 7.56.42) naar Torhout gereden. Dat is alweer 23 jaar geleden besef ik mij, ik word oud! Huib heeft vroeger samen met Jaap Vis bij Peter Stein getraind en was zelf een goed hardloper die Texel 2 keer heeft gelopen. Hij heeft officieus de beste tijd staan op de laatste etappe van 15 km op Texel, die hij binnen het uur liep. Hij fietst ook samen met Jaap in een fietsclub en weet me te vertellen dat Jaap niet alleen een ‘aardige’ zestig van Texel kan lopen, maar ook onbetamelijk hard kan fietsen. De combinatie fietsen/triathlon is sowieso een goede, zoals ook later op deze dag zou blijken. Jaap Vis en Huib Nieborg fietsen vandaag mee met respectievelijk de nummer 2 bij de mannen en de nummer 1 bij de vrouwen. Ikzelf mag het eerste deel van de dag mee met fotograaf Erik van Echten om later op de dag te helpen bij het opvangen van de lopers bij de finish.

Op Texel aangekomen word ik meteen ingezet als tijdelijk verkeersregelaar. De 120 km lopers komen langs en ik zie o.a. Jan Nabuurs langskomen. Daarna ga ik samen met Erik van Echten op pad voor de eerste fotoshoot van de 60 km op de Hors. Op de weg daar naar toe komen we de staartlopers op de 120 km tegen die nog niet halverwege zijn: Erwin Borrias, Léonie van den Haak samen met Richard van der Klis, Sharon Gayter, Luc de Jaeger-Braet, Hans Jurriaans, Henk Geilen en Marco Stijnman als allerlaatste. Henk en bij mijn weten ook Marco zijn bij 60 km gestopt. We rijden mee in een oldtimer Landrover van Ruud die gymleraar is op de middelbare school in Den Burg. We vinden een fotogeniek plekje en wachten de lopers op. We staan op de overgang van het hele mulle stuk door de zandduintjes, naar het vlakke stuk. De bandensporen die Ruud net met zijn Landrover gemaakt heeft worden door de meeste lopers dankbaar gebruikt. Voordat de meute 60 km lopers langskomt, komen eerst nog de 120 km lopers Jan Nabuurs (negende), Ernst Daniel (tiende), Giel Joziasse (elfde), Ron Bakker (twaalfde), Piet Abma (dertiende), Ronny Samuel (veertiende), Erwin Borrias (vijftiende) en net voor de koplopers van de 60 uit John Bouwens (zestiende). Bij de 60 km komen Mark Papanikitas en Luc Krotwaar als eersten langs, gevolgd door Mark Vanderlinden, Pascal van Norden, Aart Peter Baan, met daarachter een groepje met Jan van der Marel, Elbert Voogt, Olivier Jacques en Pieter Mans. Ronnie Duinkerken volgt kort daarop. Bij de vrouwen loopt Anita Joziasse een paar meter voor Annette Voets, met daarachter in een mannengroepje Inge Smit en Chantal van der Geest. Op plek 5 Petra Domhof, gevolgd door Marjolein Bil, Marit Janse en daarachter Hermina van Dijk, Gerry Visser en Majet Spoelder. Het ligt allemaal nog dicht bijelkaar en het stuk wat volgt is nog zwaar. Ook de overige 120 km lopers komen langs, die hun eigen tempo lopen maar wel steun kunnen vinden bij de langzamere 60 km lopers. In volgorde komen Niko Adam, Sharon Gayter, Léonie van den Haak en Richard van der Klis, Mik Borsten, Luc de Jaeger-Braet en Hans Jurriaans langs. Henk Geilen en Marco Stijnman zijn op de 60 km gestopt.

We besluiten om een stuk verder op het parcours te kijken op het eind van het eerste strandstuk, maar als we daar zijn zijn de koplopers van de mannenwedstrijd er al langs. Bij de vrouwen zien we Anita Joziasse als eerste langskomen, gevolgd door Chantal van der Geest, Annete Voets, Marjolein Bil, Petra Domhof, Inge Smit en Hermina van Dijk. De verschillen zijn groter geworden er loopt een kilometerslang lint langs zee. Het is vloed aan het worden en dat betekent dat het beloopbare stuk langs zee maar heel smal is. Bovendien helt het stuk behoorlijk. Het is leuk om te zien hoe de lopers hun weg kiezen. Sommige lopers kiezen hun geheel eigen weg en lopen niet langs zee, maar over de bandensporen en schelpenbanken, of juist door de zee. Op de heenreis naar Texel had Jaap Vis al gezegd dat hij altijd zijn eigen weg kiest en zich niet laat leiden door de route die de anderen kiezen. Door de goede lijnen te kiezen kan je energie sparen en tijd winnen. Als zo’n beetje alle lopers langs zijn gekomen besluit Erik om met zijn eigen auto naar de Waddenzeekant te gaan om daar de volgende reeks foto’s te maken. Als je die foto’s bekijkt (http://www.een-foto.nl/) kan je ook mooi het verloop van de wedstrijd bekijken.

Ik rij met Ruud naar de verzorgingspost in de Nederlanden. Ook daar zijn de koplopers van de 60 en 120 km al langsgekomen, maar ik zie wel een loper als Pat Leysen die later vierde werd op de 120 km. En ik zie Marjolein Bil langskomen die voor mij verrassend voorin de wedstrijd loopt. Ik had haar niet als kanshebster staan omdat ik ‘slechts’ een marathon van 3.31 van haar had gevonden. Niet goed gezocht dus, want ze werd een paar weken voor de zestig van Texel zevende vrouw in de 50 km lange Eco Trail de Paris in een veld van 250 vrouwen. Bovendien doet ze aan triathlon, toersnowboarden, alpinisme, sportklimmen, wedstrijdzwemmen, waterpolo en skiën. Een all-round sportster dus met een prima mentaliteit. Het is te hopen dat deze 25-jarige studente Diergeneeskunde in de toekomst ook ultrawedstrijden blijft lopen. Ze is lid van triathlon vereniging Hellas, waar ook winnares Chantal van der Geest lid van is. Het pad met houtsnippers richting de verzorgingspost in de Nederlanden is droog en zanderig en in het duin is het behoorlijk heet. Op de verzorgingspost valt me op dat nogal wat lopers weinig tijd nemen om te drinken. Veel lopers pakken maar 1 bekertje. Lees het verslag van Mark de Boer (Vijf-twaalf) er eens op na. Een goede verzorging kost misschien wat tijd, maar betaalt zich later dubbel en dwars uit.

Gezien de tijd word ik door Ruud naar de finish in Den Burg gebracht waar ik zal gaan helpen bij de opvang van de lopers. Ik tref daar Jaap Vis die pech met zijn fiets kreeg. Dat zal je met lopen niet gebeuren! De eerste loper die binnenkomt is Jan Albert Lantink die binnenkomt in een gezien de zware omstandigheden mooie 9.43.02. Na zijn finish gaat hij er eens lekker bij zitten en neemt uitgebreid de tijd voor zijn interview. Een loper met een enorme inzet, maar ook een nuchtere, reeële benadering van het ultralopen. Een reclame voor het ultralopen! De volgende die binnenkomt is Luc Krotwaar die de 60 km wint in 4.14.08. Ook Luc gaat er lekker voor zitten bij zijn interview en neemt alle tijd om de vragen te beantwoorden. Hij vertelt dat hij ontdekt heeft dat je bij ultralopen een dip kan overwinnen, waar je dan bij een marathon gezien bent. Luc is een aanwinst voor het ultralopen. Wat we niet moeten doen is nu heel veel druk op hem leggen met de verwachting dat hij de ‘redder’ van het Nederlandse ultralopen is. We moeten hem de kans geven om in zijn eigen tempo het ultralopen te leren beheersen en dan kunnen we heel veel aan hem hebben. Op de tweede plaats komt een verrassend fit ogende Pascal van Norden binnen in 4.16.33 voor Olivier Jacques (4.18.27) die zijn krachten goed heeft ingedeeld. Vierde wordt Pieter Mans die een moedige poging had gedaan om de wedstrijd naar zich toe te trekken, maar moed wordt niet altijd beloond. Hij schreef daarover zelf een verslag wat op Ultraned staat. Hij blijft Jan van der Marel die vijfde wordt net voor. Op grote afstand van Jan Albert Lantink worden de Belgen Peter Palmans (10.49.55) en Geert Stynen (10.52.10) tweede en derde op de 120 km. Beide zijn goede lopers die graag in Nederland lopen. Het wordt steeds drukker bij de finish. Omdat het zo warm is besluiten wij om direct achter de finish stoelen neer te zetten waar lopers even kunnen zitten en de lopers direct na de finish drinken aan te bieden. Bij de dames komt Chantal van der Geest als eerste over de streep in 5.33.39, gevolgd door clubgenote Marjolein Bil in 5.44.40 en Hermina van Dijk in 5.55.36. Een verrassend podium, maar ik laat mij altijd graag verrassen. Loopsters als Anita Joziasse, Annette Voets, Inge Smit en Petra Domhof hebben wel geprobeerd om de wedstrijd naar zich toe te trekken maar dat is niet gelukt. Petra stapte na ca 30 km uit met een oude blessure. De zware omstandigheden waren in het voordeel van trailloopsters als Chantal, Marjolein en Martine die vierde werd. Martine Hofstede was een van de weinige lopers/loopsters die een negatieve split wist te lopen, net als Mark de Boer. Bij de dames op de 120 kilometer weet Sharon Gayter (12.24.03) Léonie van den Haak (12.30.35) nipt voor te blijven. Een knappe prestatie van Sharon als je bedenkt dat ze net 2 weken geleden een 6-daagse beeindigde waarin ze 750 km liep. Voor dames een zelden gelopen afstand! Maar ook van Léonie is dit een puike prestatie. Wat een lef en doorzettingsvermogen heeft ze, en dat zijn goede eigenschappen voor een ultraloopster. De kansen om de Spartathlon in 2012 uit te lopen zijn met de ervaring in deze 120 km voor haar weer een stuk dichterbij gekomen.

Ondanks dat er dit jaar veel uitvallers zijn is het aan de finish hard werken om alle lopers en loopsters goed op te vangen en van drinken te voorzien. Ik word daarbij geholpen door Sanna, de dochter van Mark de Boer. Ik zie veel bekenden, maar ze zien mij niet allemaal. Logisch als je als loper net redelijk kapot over de finish komt en daar iemand staat die je niet op die plek verwacht. Bovendien hebben veel lopers familie en vrienden achter de finish staan, waarmee het bereiken van de finish gevierd moet worden. Het is wat dat betreft leuk dat sommigen helemaal uit hun dak gaan. Dat levert soms hele mooie en emotionele momenten op. Ik denk daarbij aan de finish van Léonie van den Haak/John Bouwens en aan die van Luc de Jaeger-Braet. Niet alleen topprestaties zoals die van Jan Albert maken onze sport mooi.

Direct na het sluiten van de finish moet ik helaas weer richting huis. Er wacht ons nog een lange reis terug naar het verre noorden. Ik heb een prachtige dag meegemaakt. We mogen in Nederland trots zijn op wedstrijden als Limburgs Zwaarste, Texel/JKM en Winschoten. Of ik nu meehelp of zelf loop, ik krijg er altijd een kick van en ben er na afloop nog dagen mee bezig. Dat ik niet de enige ben blijkt wel uit de stortvloed van verslagen die op de diverse sites, waaronder Ultraned, staan.


Henri Thunnissen


 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Enkele jaren geleden maakte ik de keuze om mij meer te richten op het geven van trainingen. De consequentie was dat zelf gericht trainen over was. Al mijn energie gaat naar de talenten van onze MiLa-groep van CAV Energie en naar de bedrijven waarvoor ik via mijn bedrijf training geef. En daarnaast kost mijn rol in het Ultraplatform ook de nodige tijd.
En ik wil niet zomaar training geven, ik wil weten hoe ik beter training kan geven dan andere trainers. Vanwege mijn achtergrond probeer ik de wetenschappelijke kant van de sport te begrijpen. En die insteek kost zoveel tijd dat naast het training geven zelf trainen amper lukt. Maar meters maak ik, met alle groepen tijdens de warming-up en cooling down, met bedrijvengroepen op de weg, met heen en weer lopen naar mijn werk of de training. En, als je acht trainingen in de week geef, dus ook heel veel losmaakoefeningen!
Maar je kan nog zoveel wetenschappelijke ideeën lezen en doorvertellen, zelf ervaren is natuurlijk beter. Zo ben ik al een tijdje gecharmeerd van de onderzoeken die in Zuid-Afrika worden gedaan door de groep van Tim Noakes. Die kennis, en dan met name de onderzoeken naar de oorzaak van kramp, verwerk ik in mijn trainingsadviezen en pas ik zelf toe in mijn eigen trainingen. Een andere onderzoeker waar ik veel van heb opgestoken is Asker Jeukendrup. Jeukendrup is een Nederlander die onderzoeken leidt aan de universiteit van Birmingham. Tot mijn grote genoegen was hij aanwezig tijdens het trainingsweekend op Texel enkele maanden geleden.
Asker Jeukendrup doceerde op Texel zijn ideeën over opname van koolhydraten. Volgens mij één van de sleutels tot het succesvol presteren op een ultraloop.
Ik ben met zijn gegevens aan het trainen gegaan. Jeukendrup gaf aan dat je ongeveer 90 tot misschien wel 105 gram koolhydraten per uur kan opnemen. Daarmee vul je je verlies nog niet aan maar het is al meer dan het vroegere advies van 60 gram. De winst zit in een combinatie van glucose en fructose.
Als tempomaker tijdens de marathontrainingslopen van mijn club in de voorbereiding op de Rotterdam Marathon heb ik zes gelegenheden om zelf mijn lange duurlopen af te werken en te experimenteren met mijn eetpatroon. De trainingslopen gaan in 5.12 per kilometer en dat is een tempo wat ik ook op mijn ultralopen moet kunnen lopen. Met heen en weer lopen van huis naar de start van de trainingslopen kon ik de afstanden wat verlengen. Zo kwam ik in de laatste twee trainingslopen aan respectievelijk 44 en 52 km. De eerste keer wist ik 90 gram koolhydraten naar binnen te werken. Dat is elke 20 minuten een gelletje en bij de drankposten veel energiedrank. Dit werkte prima. Geen enkel last van mijn maag of darmen. Want dat was de eerste vraag, kan ik het wel verdragen? Opvallend was dat ik de wielerwedstrijd op tv die middag kon volgen zonder in slaap te vallen. En dat de vele trainingen die week gewoon geleid konden worden. Het herstel ging veel sneller dan voorheen.
De tweede test was de 52 km training. Bij deze training kwam ik boven de 130 gram koolhydraten uit, wederom zonder problemen. Nu is 130 gram overdreven maar de test was geslaagd. Ook lopend op een wat hoger tempo ging de opname goed merkte ik op een trainingsmarathon in Diever. Dat in de laatste fase het tempo opgevoerd kon worden van 4.15 per kilometer naar 3.45 per kilometer was volgens mij mede het gevolg van de aanwezigheid van voldoende suikers voor mijn spieren.

En dan Texel. Na Diever liep het moeizamer en had ik wat gas terug genomen. De opbouw in kilometers was misschien wel iets te veel geweest en de snelle kilometers in het laatste deel van die marathon hebben ook hun spoor nagelaten. Al denk ik daar nu, na Texel, weer anders over. De dag na Diever fietste ik met mijn zoon 70 km waarvan een deel in de kou. Een matig herstel was het gevolg. Gelukkig was er een week voor Texel een baantraining waarin ik voelde dat het gewoon vanzelf ging. Dit gevoel werd zes dagen voor Texel bevestigd op mijn vaste route van het werk naar huis. Die liep ik zomaar ineens sneller dan normaal. De enige keer dat ik sneller was, was in april 2008, een week voor mijn marathon p.r.... Supercompensatie op het juiste moment?

Dit Paasweekend was het natuurlijk prachtig weer. Voor de toeschouwers. Als gezin konden we ons geen mooier uitstapje wensen. Het warme weer was wel een uitkomst voor de voorbereiding. Lang zag het er naar uit dat het op maandag wat minder zou zijn. Er was dus tijd om te wennen aan de hoge temperatuur. Om het wennen te bespoedigen ging ik dan ook midden op de dag trainen rondom de Hoge Berg. Zweten, voelen, mopperen op het weer. Maar bovenal leren! Net als zondagochtend, om 11 uur op De Hors. Wederom zweten, voelen en met name kijken. Hoe ligt het erbij, wat ga ik ervaren? Zondagmiddag, met vrienden en gezin lekker lunchen bij Paal 17, maar ook zien hoe het strand was. En niet alleen het gebrek aan loopbare stukken, maar ook de honderden toeristen en de tientallen zandkastelen.

Op de vraag wat wil je lopen kon ik makkelijk antwoord geven 5.12. Want 5.12 per kilometer zit ingebakken in mijn gestel na al die winters trainingen voorlopen in dat tempo.
Maar om 5.12 te lopen moet het tempo wel wat hoger liggen want op het strand viel heel veel tijd te verliezen. Die 5.12 is niet zomaar een tempo, dat is een minuut langzamer dan mijn marathontempo in beter getrainde tijden. Dus een wedstrijd als Texel openen in een hoger tempo is dan ook geen extra belasting. En mede om die reden startte ik op mijn marathontempo, om op De Hors een pas op de plaats te kunnen maken. De eerste prikkel die mij in de laatste fase van de wedstrijd op de been hielp was de opmerking van een hardlooptrainer langs de kant tussen de start en De Hors. “Jij gaat te schnell”, riep hij. Niet “goedemorgen”, of “succes Mark”, nee, alleen die opmerking. Ik ging niet te hard, ik liep volgens planning. Een andere reden om lekker mee te gaan in de eerste kilometers was omdat ik gewoon stiknieuwsgierig was wat er vooraan zou gebeuren. En dat kon ik op die manier goed volgen.
De Hors lag erbij zoals verwacht, veel loszand. Het was zoeken naar de juiste route. Een route die er gewoon niet was. Gelukkig kwam Erik van der Velden voorbij. Een loper van het eiland die hopelijk de juiste keuze maakt over het strand. Zijn spoor werd de mijne.

En zo gebeurde het dat ik in 52.28 doorkwam op de eerste 10 km, een half minuutje langzamer dan het 5.12 schema.

In de Dennen vond ik bij de drankpost mijn eerste bidon met drie nieuwe gelletjes. Rustig 500 milliliter SiS energiedrank gedronken en mijn gelletjes bij mij gestoken.
Bij 20 km was het verschil opgelopen naar 48 seconden en op 30 km naar 85 seconden. Maar ach, het strand was achter de rug. Gelukkig maar want het lopen op het schuine strand irriteerde mijn linkerhamstring en er ontwikkelde zich een vervelende blaar onder mijn rechtervoet.
Op de rest van het eiland hoefde ik mij ook geen zorgen te maken over zandkastelen en kuilen.

Nu was het zaak het hoofd koel te houden. Bij elke drankpost nam ik een SiS energiegelletje en twee bekertjes sportdrank. Op de 15, 30 en 45 stond steeds een bidon met nieuwe gelletjes en 500ml SiS energiedrank. Alles volgens plan opgenomen. Omgerekend was het de gewenste 90 gram koolhydraten per uur.

De tijd die ik verloor bij de drankposten liep ik gedurende de vijf volgende kilometers weer in.
Omdat ik samen met Henk Derks kwam te lopen haalde ik mijn “verloren” tijd rap in. Op het 40 km punt was het verschil nog maar 28 seconden. Henk liet ik gaan, hij liep mij net iets te hard. Vanaf dat moment vergezelde mijn vrouw mij op de fiets. Of zij daar veel plezier aan beleefde weet ik niet. Ik liep erg geconcentreerd en wilde dat zo houden. Zij begreep het en zei alleen het nodige. Op de warmste punten reikte zij mij water aan om te koelen. Op de drankposten dompelde ik mijn petje keer op keer in de bak met sponzen. Jammer voor de lopers na mij maar voor mij was dit de enige juiste manier tot koelen.
Een goede indicatie van het 50 km punt kreeg ik niet, volgens mij stond het bordje niet goed. Want een 5 km tijd van 33 minuten leek mij onmogelijk. En om daarna een 5 km tijd te klokken van nog geen 21 minuten was ook niet reëel. Ik loop zonder gps en was daarom aangewezen op de 5 km markeringen. Alhoewel het tempo goed bleef gaan was het wel langzaam maar zeker een helletocht. De warmte en de vermoeidheid werden voelbaar. Mijn irritatiegrens werd bereikt en ik voelde dat goed. Het lukte mij om mij van de buitenwereld te isoleren en geheel te focussen op het vasthouden van het tempo. Meer dan tien meter vooruitkijken deed ik niet. Mijn vrouw gaf op verzoek aanwijzingen waar ik heen moest lopen. Want kort keren was pijnlijk doordat de blaar onder mijn rechtervoet bij elke draai erg veel pijn deed. Alleen rechtdoor lopen was goed te doen.
Het 55 km punt passeerde ik in 4.47.21, 80 seconden boven mijn 5.12 richttijd. Maar de Hoge Berg had ik al stevig hard op gelopen tijdens mijn training op zaterdag en ik besloot dat ik dat nog wel kon. Maar ik moest daarvoor wel in een andere soort van flow komen. Ik werd boos, nog meer geïrriteerd, en dat wilde ik delen met de rest van de wereld. Dat werkte. Het 50 km bordje wat niet klopte, de opmerking over mijn tempo in het begin van de wedstrijd, de mensen langs de kant met de opmerking dat ik er bijna was. Ik moest verdomme nog 5 kilometer! En ik was al zo moe. Eéntje die het juist niet verdiende kreeg de volle laag. Fotograaf Bjorn Paree kreeg te horen dat hij zijn kop moest houden en opzouten. Bjorn, bij deze nogmaals mijn excuses. Maar het luchtte wel op!
Voor de Hoge Berg kon ik het opbrengen om te versnellen. Net als in Diever durfde ik het aan om op het einde het tempo op te voeren. De finish was niet ver meer en in tegenstelling tot eerdere ultralopen voelde ik geen krampverschijnselen.
Zo verliepen de laatste drie kilometers in 4.30 per kilometer en was de achterstand van 80 seconden op de streep omgezet in een voorsprong van 33 seconden.
Mijn dochtertje, die haar roeping had gevonden in het aangeven van bekertjes cola aan zwetende hardlopers, zag ik amper staan. Geheel kapot zocht ik een stoel. Lang niet zo diep gegaan als in deze wedstrijd. Mijn zoon zag mijn gejank en kwam bezorgd vragen wat hij kon doen. Cola en zijn steun deed wonderen.

Terugkijkend ligt de winst in de trainingen op “Texeltempo”, en allemaal op mijn lichtgewicht Saucony Kinvara's, op het verkennen van de route en op het consequent innemen van mijn voeding. Voor mij veel belangrijker dan een drinkregime. En daarnaast het ruim van te voren accepteren dat het strand er waardeloos bij lag en dat het warm was. Aan beide zaken kon ik tenslotte erg weinig veranderen. En wat je niet kan veranderen, moet je accepteren. In de hele wedstrijd is er geen moment geweest dat ik meer dan 90 seconden van mijn gewenste streeftijd af zat.

Er zullen wel Duitse kindertjes met het beeld naar huis gaan dat lompe Hollanders domweg over zandkastelen denderen en er zullen fietsers zijn die zich afvragen waarom zij geen voorrang kregen maar ja, helaas. Ik had een superdag op Texel en daar moesten anderen maar voor wijken.


Mark de Boer 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Bij de inschrijving ruim een half jaar geleden was het nog een abstract begrip. De zestig van Texel. Een rondje om het eiland. 60 kilometer hardlopen. Over strand, door duinen en een lange dijk naar het eind met bijna altijd wind tegen. Tot het ineens 25 april is, en ik tussen andere ultralopers mijn concentratie voor de wedstrijd probeer te vinden. Hoe kan ik een dergelijke wedstrijd visualiseren? De 60 van Texel meelopen, wat houdt dat nu eigenlijk in? Ik probeer me er een voorstelling van te maken. Het enige tipje van de sluier zijn de andere lopers. Sommige tot de tand bevoorraad, anderen licht als een veertje. Lichamen die gewend zijn aan presteren zonder te eisen. Stuk voor stuk zien ze eruit als trotse lopers, ogenschijnlijk ontspannen op deze zonnige ochtend. Bovenal proef ik een zweem van respect in de lucht, afgedwongen door het eiland zelf. Texel is het Colosseum, ik ben een gladiator. Met opgeheven hoofd storten we ons in het zand.

Ik bedenk me dat dit een wedstrijd wordt met drie typen tegenstanders. De omstandigheden, mezelf en de andere lopers. Ik besluit ze één voor één aan te pakken. Tactiek: de eerste helft zoveel mogelijk drinken, lopen komt op de tweede plaats. Ten tweede: na het strand zo goed mogelijk het juiste tempo en ritme zien te vinden, vertrouwen krijgen in mijn lijf en fit de vuurtoren aantikken. En ten slotte kijken of ik nog iemand om me heen kan vinden die ik snot voor de ogen kan lopen..

Tot stap twee loopt het aardig. Ik kom goed over het strand, drink me het apezuur en heb weinig last van de warmte. Misschien loopt het té aardig. Ik voel me opperbest en sterk in de benen. In de duinen naar de vuurtoren vind ik een lekker ritme. Onverwacht duikt Marc op, die zijn dag niet heeft. Een teken aan de wand? Even verder passeer ik ook Pascal en het dringt tot me door dat ik tweede loop in de wedstrijd, vlak achter luc. Ik zeg hardop dat ik niet op de andere lopers let, wil mezelf dwingen niet met de wedstrijd te gaan bemoeien, nu nog niet..

Maar hé, het is de zestig van Texel! En ik loop in het kielzog van Luc Krotwaar, vooraan in de wedstrijd! Daar train ik toch voor? Voor dit moment, om hier te laten zien wat ik waard ben! Waar al die vermoeidheid, blaren en kapotte nagels, verzuring, pijnlijke massages, blessureleed en sociale verwaarlozing voor diende?! Juist! Dus hup met dat tempo, de benen willen wel. Het hoofd op hol.

En wat voelt dat lekker. Slingerend door de duinen. Langs de vuurtoren. 35 kilometer op de teller en benen die fluisteren: Sneller! Sneller! Sneller! Hoogmoed voor de val. Dravend over het asfalt langs de dijk ontstaan de eerste twijfels. Teveel euforie, teveel van het goede. Dat bestaat niet in ultraland. In deze extreme sport bestaat geen extreme vreugde zonder extreme pijn. Hard is de werkelijkheid wanneer je ermee geconfronteerd wordt. En de werkelijkheid stond geduldig te wachten bij Oosterend om bezit te nemen van mijn lichaam, van mijn benen, die zo gewillig over Texel draafden.

15 kilometer van aftakeling, verzwakking en mentale beproeving. Het stuur is overgenomen, mijn lichaam onder curatele gesteld. Wat is er over van die geweldige benen? Als ik niet zo’n pijn had zou ik er melancholisch van worden. Een onvermoede poging om het tempo weer op te voeren wordt bestraft met kramp. Luc is allang uit beeld, verdwenen naar oorden waar ik alleen maar van kan dromen, Pascal stuift voorbij als een overclockte superprocessor. Ook Olivier passeert me met zijn fluweelzachte tred.

En ik? Ik sleep me de laatste heuvel over en passeer de finish. En vlak voor het eind zweeft die zweem van respect mijn gedachten weer binnen. Wat een eiland! Wat een strijd! En in de laatste meters voel ik trots opkomen. Alsof Texel zelf mijn kin een beetje optilt, een klein schouderklopje geeft, en vervolgens weer uitkijkt naar de volgende finisher. Misschien was dat Jan Knippenberg wel.

Pieter Mans 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]