Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
2 sep 2019
De Grand Raid: een serieuze uitdaging
17 aug 2019
Een geweldige etappeloop: de Holland Ultra Tour
13 aug 2019
Holland Ultra Tour, oftewel: uit in eigen land
1 jul 2019
Alvi Ultra Trail 2019
Verslagen in 2019
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* 30 apr 2014: De UTMF, een reis rond Mount Fuij
* 30 apr 2014: Verslag van mijn Marathon van Antwerpen 2014
* 30 apr 2014: Helipad, where trail meets tarmac
* 29 apr 2014: Van Castricum naar Wernigerode
* 20 apr 2014: Halve Jan Knippenberg memorial 2014
* 20 apr 2014: De Jan Knippenberg memorial 19-04-2014
* 20 apr 2014: Verslag 59km JKM strandrun 2014!
* 13 apr 2014: Limburgs Zwaarste 2014 "misschien binnen 100 jaar"
* 12 apr 2014: Pijn doet het altijd
* 9 apr 2014: 5-4-2014: Limburgs Zwaarste (100 km)
* 9 apr 2014: Country Club at last
* 9 apr 2014: Over een comeback
* 8 apr 2014: Achtste editie van Limburgs Zwaarste goed verlopen
* 6 apr 2014: Elsi wint de 100 km van Callela
* 1 apr 2014: 6 uur te Loos
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van April 2014
 
Een wedstrijd begint nooit bij de start. De weg er naartoe is de start. In Februari 2011 zag ik een filmpje van de UTMF, de eerste editie. Het bracht een aantal dingen bij elkaar die ik graag wilde. Een reis naar Japan, een 100 mijler en een prachtige trail. Die 3 dingen waren genoeg om een kruisje op mijn Bucketlist te zetten achter de UTMF.

Dit jaar zou ik 50 worden. In oktober besloot ik dat het een mooi cadeau zou zijn. De combinatie van die 3 dingen, een prachtige vakantie in het land van de rijzende zon en dat afsluiten met de UTMF. Het startsein was gegeven toen ik bericht kreeg dat ik mee mocht doen in November 2013.

In januari ging ik naar Afghanistan, dat moest een mini trainingskamp worden van 3 maanden. Het was immers rustig daar en ik zou tijd genoeg hebben om veel te kunnen sporten. Hoe anders liep dat, ik had heel weinig tijd om te sporten en werkte weken van 72 uur. Maar ik had een doel en deed wat ik kon doen. De uurtjes over werden spinnen en krachttraining en de langste duurloop werd 33 km. Twijfel alom, moet ik er überhaupt wel aan beginnen. Ik liep de 2 weken die ik thuis was begin april een 42 km en 60 van Limburgse zwaarste.

9 april was ik in Japan. Alles loslaten en genieten van een geweldige vakantie. Daar een aantal prachtige loopjes gedaan en in ieder geval wat hoogtemeters gemaakt. De mindset simpel gemaakt. Gewoon lopen van post naar post en proberen de finish te halen, cutoff times voorblijven en als je het niet haalt vergaat de wereld niet, simpel. Dan heb je je best gedaan. Kleine stemmetjes in je hoofd weg drukken. “Het slaat nergens op, 169 km is zo ver dat ik het haast niet kan overzien." "Bijna 10.000 hoogtemeters, hoe hoger kan het nog?" "Gekkenwerk!" "Wat als ik over al mijn grenzen ga omdat ik niet op wil geven omdat ik toch een eind ben gekomen.” Die stemmetjes ploppen op vooral de dagen voor de wedstrijd. En toch is er iets in mij die zegt dat ik het kan. De twijfel zit hem vooral in het fysieke, hoe reageert mijn lichaam op een afstand als dat waar het niet klaar voor is.

Het is D-day, twijfel weg, en lopen voor wat je waard ben. Op iedere post kijken hoe het is. 169 km en 9750 hoogtemeters. Jeanet gaat mij volgen al die tijd met de bus van de organisatie, ook een serieuze big time job. We spreken af dat ik haar in elk geval zie op de post van 53 km. Tot daar neem ik genoeg eten mee. Dat vul ik daar weer bij.

Voor de start sta ik daar met mijn blonde hoofd tussen al die donkerharige Japanners, wat toespraken en dan worden we weg geschoten. Een bizarre start van 1500 traillopers. Het is zo druk en smal dat je een soort wordt opgetild door de menigte en vooruit wordt geduwd. Maar je voelt de ontspanning en dus is er niemand die rare dingen doet in een samengepakte menigte. Overal high fives en gejoel van alle mensen die er staan, wat een start.

De reis is begonnen. We lopen de eerste kilometers langs het pad rond het meer. De brug over, het dorp door en dan komt de eerste klim. Bijna gelijk is het volledig stil. Daar waar je normaal het getik van alle stokken hoort is het nu stil. Stokken zijn verboden, ik mis ze gelijk maar zal het ermee moeten doen. Het zal wel wennen. Naarmate we stijgen is er een prachtig uitzicht op het meer en op Mount Fuji. De wedstrijd is echt begonnen en ik begin aan een reis die ik niet snel meer zal vergeten.

Het is 15 uur als we starten en lang zal het niet licht zijn, 19.30 gaat de zon onder. Als ik op de eerste post kom na 18 km staat Jeanet daar plotseling. Ik ben verrast, klets even, eet noodles en ga weer verder. Eigenlijk moet ik plassen maar er staat een rij van ongeveer 50 man bij de toilet. Je mag hier niet openbaar plassen en niemand doet dat. Bijzonder. Om nu in zo’n lange rij te gaan staan gaat me iets te ver. Ik loop verder en 1.5 km verderop zie ik een toilet bij de brandweer. Met mij 3 anderen en netjes staan we in de rij maar nu maar met 4 mensen. Ik spreek met Jeanet af dat ik haar zie bij de volgende post op 43 km als ik daar voor 21.30 uur ben, anders zie ik haar op de 53 km post. Ik denk dat ik dat wel haal maar ik kom vast te zitten. Hier en daar zijn wat opstoppingen. Ondertussen is het donker geworden en is de wereld klein geworden door mijn hoofdlamp. Bij de afdaling van Shakushiyama had men gezegd dat het erg rotsachtig en steil was, oppassen dus.

Het stroopt weer op maar dit keer zit er echt geen schot in. Het duurt en het duurt en ik sterf van de kou. Iedereen trekt alles aan wat hij in zijn tas heeft ongeveer. Stil staan is echt funest, ik sta soms te klappertanden. Na 1.5 uur ben ik door een stukje van 200 meter heen schat ik. Later hoorde ik dat er wat gebeurd was en er iemand van de trails gehaald moest worden. Men anticipeert wel goed op de situatie want de cutt off time wordt met een uur verlengd. Dat stuk blijkt ook echt heel lastig te zijn. Grote klim en klauterpartijen. Regelmatig hangen er touwen waar je jezelf in ieder geval redelijk normaal naar beneden kunt krijgen. Ik hanteer de abseil methode en de Japanners in mijn buurt doen dat uiteindelijk ook.

Veel later dan gedacht kom ik ergens in de nacht bij post 53 km aan. Ondanks een heel zwaar begin stuk voel ik mij goed. Opvallend is dat ik al veel mensen zie wandelen en er zeker al 5 heb zien staan overgeven. Jeanet heeft een plekje bij de kachel gevonden ik eet en drink wat op een kleedje. Het gevoel van tijd begin ik al kwijt te raken. Het doet er allemaal niet toen. Van post naar post en zolang ik voor de cutt off times ben is tijd maar een gegeven. Het is heerlijk om weer in het donker te lopen. Ik hou ervan. Je wereld wordt zo klein en toch zie je dingen die anders zijn. Ik ren op veel single tracks en een groot deel staat vol met lage bamboestruiken die wit/ groene bladeren hebben. Dat geeft een bijzonder effect als je hoofdlamp erop schijnt. Ook ren ik door een stuk wat hoog ligt waar plotseling allemaal hosta’s staan. Die zien er ineens heel groen uit zo in het donker.

In de vroege morgen begin je het licht te zien worden, en dan is het ook net of ineens het licht aangaat. Eerst wat schemer, een rode lucht en dan is het ineens licht. Rond 5 uur is het licht. De nacht is koud maar zolang je in beweging bent is het prima. Ik heb 3 laagjes aan en dat is ruim voldoende. Na een afdaling volgt er een stuk langs een weg. Asfalt, het is gelukkig zo vroeg dat er geen auto rijdt maar ik voel wel gelijk mijn voeten branden. Het is een bizar gezicht want er lopen wat Japanners te slaap wandelen. Af en toe roep ik eens want ze zwalken heen en weer. Zou toch lullig zijn als je dood wordt gereden tijdens een trail. Tussen deze posten heb ik echt ontzettend veel lopers ingehaald. Ik bedenk me dat veel lopers die ik zie het niet gaan halen. Het zorgt er voor dat ik een half uur te vroeg op de post A7 van 80 km ben. Ik sms Jeanet en die zit nog in de bus. Die is er om half 8. Ik wacht wel even. Vul bij, eet wat en ga in het zonnetje liggen. Het is fris maar de zon warmt voorzichtig op. Naast mij ligt een jongen te kotsen, die is niet zo fris meer.

Rond 7.40 vertrek ik weer. Nog steeds voel ik me goed en ik ben blij dat we beginnen aan een prachtig stuk single track wat op en neer gaat. Ik ren alsof ik net begonnen ben en haal weer ontzettend veel lopers in. Het is zo prachtig stuk, Mount Fuji ligt in al zijn schoonheid vlak bij en laat zich volledig zien. Wat een prachtig moment om te koesteren. De singletracks zijn waanzinnig en heb het gevoel of ik vlieg. Zo’n moment van ultiem lopers geluk. De posten waar Jeanet niet is ga ik redelijk snel door, bijvullen wat eten en weg. Langzaam begint wel al het zoete spul me wat tegen te staan. De posten zijn echt perfect, maar toch veel zoet. Broodjes met zoet spul erin, andere hapjes waar ik geen idee van heb wat het is maar ik prop het naar binnen, ik moet eten om mijn energie op pijl te houden. De japanners moeten steeds erg lachen als ik een stuk banaan tussen een broodje doe. Waarschijnlijk kennen ze dat niet.

Na 20 uur ben ik op het 105 km/ A8 punt. Gek genoeg voel ik me nog steeds opvallend goed, vooral mijn bovenbenen doen het extreem goed. Het zorgt dat ik sterk afdaal. Natuurlijk begint alles stijf te worden maar dat hoort erbij. Ik zie er ook nog goed uit volgens zeggen. Mijn benen voelen goed en echt slaap heb ik ook nog niet. Maar dit is wel het punt waar uitgebreid voor gewaarschuwd is. Hierna volgt een deel van 18 km die cruciaal is of je race gaat finishen of niet. Het advies is, neem hier rust, eet en ga pas daarna aan de tocht door de Tenshi Mountains Range beginnen. Ik heb het gevoel dat ik blaren heb en trek mijn schoenen uit. Wel hele weke voeten en maar 1 blaar. De tijd gebruik ik gelijk om mijn voeten te luchten. In de grote sportzaal is er een grote groep chiropractors aanwezig en het lijkt me een goed idee om mezelf te laten behandelen. Ik moet 10 minuten wachten maar daarna word ik uitgebreid doorbewogen. Dat voelt erg ontspannen allemaal. De vrouw adviseert om erna even te gaan liggen. Ik probeer te slapen maar het lukt niet. Mijn heupen lijken te verkrampen als ik op de grond lig. Na een paar pogingen geef ik het op, ik eet nog wat noodles met gember en vertrek aan wat later bleek, een helletocht.

Als ik de post verlaat worden mijn spullen gecheckt en mijn tas gewogen. Hij weegt 5.8 kg, waarvan 2.5 liter water. Men waarschuwde dat je echt genoeg water mee moest nemen voor dit stuk. Later bleek dat er mensen in de problemen waren die niet genoeg water hadden. 18 km lijkt niet zo veel maar de toplopers deden over dit stuk 3 uur, tel uit je winst. Dan ga ik op pad en begint de eerste klim. Ik klets nog met iemand uit Japan, India en een Japanner die in België woont en zijn favoriete bier Karmeliet is, hoe bestaat het. Maar het kletsen vergaat ons snel. De klim is zo enorm stijl en lang. Mijn benen gaan volledig stuk. Overal zie je mensen tegen een boom staan uithijgen of op een stronk zitten met het hoofd in de handen. De moed zinkt in mijn schoenen. Mijn gps heeft het ondertussen begeven en ik heb geen idee hoe hoog en hoe ver nog . Misschien maar beter.

We klimmen en klimmen en mijn benen willen niet meer. Ik ga zitten en denk, ik kap ermee. Maar hoe kom ik van deze berg af? Ik denk, ik bel de organisatie en zeg dat ik mijn been heb gebroken. Stuur maar een heli, als die komt gaan er gelijk meer mee want iedereen is naar de klote. Zo zit ik even en probeer mijzelf bij elkaar te rapen. Ik sta op en klim verder, dan gaan we afdalen, en klimmen en afdalen, het stopt niet meer. En alles is zo steil omhoog en naar beneden. Bijna niet te doen. Alles doet me zeer. Het duurt zo eindeloos. Ik heb nergens meer oog voor. Ik hoor kraaien schreeuwen, het lijkt net alsof ze lachen, ik denk, ze hebben groot gelijk, het is ook lachwekkend om hier te lopen, welke gek doet dat. Of ze lachen want ze hebben zo een maaltijd, omdat er straks mensen neervallen hier. En zo dramatiseer ik nog even verder.

Als ik na 5.5 uur bij post 128 km kom ben ik volledig kapot. Jeanet zegt dat ik het snel gedaan heb. Zo voelde het zeker niet. Maar er zijn lopers die bij mij liepen die er 7 tot 8 uur over gedaan hebben. Ik was in ieder geval blij dat ik dit stuk nog net in het licht heb gelopen. Jeanet had ondertussen wat anders te eten geregeld. Ik wordt steeds overspoeld door golven van misselijkheid bij een slok van sportdrank of cola. Al die zoete troep komt mijn neus uit. Komkommer, tomaten en yoghurt smaakte heerlijk. Het is alweer bijna donker en ik maak me op voor de tweede nacht. 128 km gelopen, onwaarschijnlijk. Nog 46 km te gaan. Als Jeanet zegt dat ik nog zeker een uur of 8 moet lopen, denk ik alleen maar, godallemachtig, 8 uur. Dat zijn er zeker 10 of 12. Niet aan denken, stap voor stap. Maar eindelijk weten we beide dat opgeven nu geen optie is. Niet na zoveel km. En niet omdat ik er doorheen zit. Opgeven kan pas als ik echt niet meer kan lopen nu, niet na 128 km.

Ik ga weer op pad en al snel moet de hoofdlamp aan. Weer een nacht in, en ik heb nog steeds niet geslapen. Gek toch waar een lijf toe in staat is. Er volgen in dat stuk weer 4 klimmen en ik probeer er maar niet over na te denken. Ik weet niet op welke km punt ik ben, hoe hoog en ergens zullen de klimmen weer stoppen. Afdalen is altijd mijn favoriet maar dat kan ik nu ook niet meer zeggen, ze zijn soms zo steil dat het meer van boom naar boom is. Opvangen en volgende boom. Het is een godswonder dat ik al met al maar 2 keer ben gevallen. Het laatste stuk naar de post wordt ik zo overmand door slaap. Ik slaapwandel bijna. Schrik steeds wakker en probeer te focussen wat niet lukt.

Ik kom aan bij post 138 km/A10 en wat ben ik blij dat Jeanet daar is. Ik kan niet goed meer nadenken en wil liggen. Jeanet vertelt me later dat ik er belabberd uitzag daar, dat dat het eerste moment was waar ik er echt moe uit zag. Ondertussen is de 91 km race ook gestart en die doen alleen het tweede deel van de UTMF. Dus het is plots weer druk op de posten. Er is een slaapruimte en Jeanet brengt me erheen, ik ga liggen en kan niet meer. Ze dekt me toe, organiseert mijn rugzak en vult alles aan. En toch lukt het niet om te slapen. Het is net of er steeds kramp in mijn heupen schiet. Ik probeer wat thee te drinken, val wat weg en schrik weer op. Uiteindelijk slaap ik misschien een kwartiertje. Maar als weer vertrek voel ik me een stuk beter. Nog 30 km te gaan. Ik zie Jeanet weer bij de finish, wat een heerlijk idee.

Als je de post uitkomt zie je voor je een lange lint lichtjes naar boven gaan. Maar eerst rennen we nog een km of 5 door zwart mul zand, door rivierbeddingen en door een bos. Dan komen de klimmen weer. Ik loop eigenlijk weer aardig en haal ook nu nog wat lopers in. Je ziet lopers van de 91 km die er volledig doorheen zitten. Dat geeft de burger moed, als ik die nog kan inhalen is mijn staat nog niet zo rot. Het is koude maar ongelooflijke heldere nacht. De hemel staat vol sterren. Als ik beneden ben volgt er nog een stuk van 12 km vals plat. Eerst een deel Forrest road en dan tot post 157 km is een weg asfalt, wat een klote stuk zeg. Het duurt eindeloos en ik word weer overmand door slaap. Weer val ik steeds weg. Het is gek hoe je dan ook dingen ziet die er niet zijn. Je ziet een tent en het is gewoon de vangrail van de weg, sleepmonsters all over. Je voelt jezelf een soort zwalken en probeert te focussen. Dat lukt dan even maar daar gaan zitten om te slapen is ook geen optie. Het is te koud en bovendien mag het niet. Stel je voor dat je gediskwalificeerd wordt daar, die helderheid van geest heb ik dan nog wel.

Uiteindelijk kom ik aan bij post 157. Een buitenpost. Er liggen kartonnen dozen en dekens, en veel mensen die slapen. Ik ga erbij liggen. Als ik even een powernap kan doen knap ik wel weer op. Ik ga liggen en voel dat iemand nog een paar dekens over mij heen legt, ik lig te rillen. Het is een koude nacht. Het is net licht geworden maar nog serieus koud. Ik slaap misschien een kleine 10 minuten maar knap er echt van op. soms heb je maar even een kort powernnapje nodig om er weer te zijn. Ik drink een kop thee en vul mijn bidon met hete thee. Met alles aan ga ik op pad voor de laatste 11.5 km. Ik kijk op het kaartje en zie 2 kleinere klimmetjes. Nog maar twee te gaan. En eindelijk is die klim een gewone klim. Die je lekker kan doorstappen en zelfs kan dribbelen. Als ik naar boven loop zie ik weer Fuji liggen in al zijn schoonheid, mijn moment van kippenvel, zo rot eind gelopen en daar worden we voor beloond. Geen wolk te bekennen. Ik maak een foto en de fotograaf die daar zit neemt een foto van mij en zegt dat het uitzicht boven nog veel beter is. Hij heeft gelijk. Ik klim nog een uitkijkpunt op, alle lopers zien dat punt niet eens. Maar ik wil mijn laatste blik op Mount Fuji zien! De trap oplopen gaat niet soepel maar het is wel een mooi uitkijkpunt! Als ik na 2 klimmen boven ben zie ik het meer beneden liggen. Tsjonge, daar ben ik gestart 160 km geleden, ongelooflijk!

Ik sms Jeanet euforisch dat ik on my way ben. Tegelijkertijd bedenk ik me dat die woorden op het graf van mijn vader stonden. Ik schiet vol, mijn emoties gaan overal heen.

De laatste afdaling begint, uiteraard ook nog stiekem wat op en neer. Maar dat maakt ook niet meer uit. Ik ren nog steeds. Tenminste, iets wat op rennen lijkt. Als ik beneden kom staat Jeanet daar om het laatste stukje langs het meer mee te fietsen. Zodra ik op asfalt ben doen mijn voeten echt pijn. Op de trails is het dragelijk maar stenen zijn niet fijn. Even verbijten en dan kom ik op het stuk waar mensen staan. Alle Japanners roepen en geven high fives. Ik heb alleen maar een grote glimlach en geef high fives aan alle uitgestoken handen.

Het laatste stuk loop ik met uitgestrekte armen aan beide kanten om alle uitgestoken handen aan te raken, wat een geweldige finish! Ik ga over de mat en zie een man met uitgestoken armen staan! Ik val in zijn armen. Ik heb geen idee wie het is. Maar hij omhelst me en feliciteert me. Het blijkt de race dokter te zijn. Later bedenk ik me dat Japanners dat niet doen, die knikken maar vallen elkaar niet in de armen. Nou ja who cares.

Dan word ik gefeliciteerd door een geweldige sportman, Tsuyoshi Kaburaki. De race directeur die zelf 3 x in de top 3 stond van de UTMB. Hij kijkt op mijn startnummer waar ik nu toch vandaag kom. Netherlands??? Dat is hartstikke vlak! Hij is onder de indruk van mijn prestatie, a girl from the Netherlands doing these mountains… We praten even over de race. Ik vertel dat ik het serieus een zwaar en technisch parcours vond. Hij beaamt het, zegt dat het veel technischer is dan de UTMB en dat dat het een stuk zwaarder maakt.

Dan val ik Jeanet in de armen en samen staan we te janken! Wat een race en wat een prestatie. Ik kan het zelf niet geloven eigenlijk. Wat een rollercoaster van emoties. Wat was ik blij dat jeanet er was, vooral de laatste 45 km. Het is zo fijn dat iemand dan dingen van je overneemt op de posten. Ik neem mijn race finisher vest in ontvangst. die zal ik met heel veel trots dragen.

Een onvergetelijke reis van 169 km, aan Japan en Mount Fuji zal ik altijd met een grote glimlach terug denken. Het geeft de prachtige vakantie een gouden rand! Het was ook bijzonder om de vele vele reacties op facebook te lezen. Velen hebben de race gevolgd. Sommige hebben mij zelfs live zien finishen midden in de nacht. Hartverwarmend!

Waarschijnlijk vergeet ik nog een heleboel te vertellen, maar voor nu is dit wat het is. Nothing is impossible! Voor de statistieken, ik kom binnen na 41 uur 09 minuten en 58 seconden. Ik word er ook nog 409 ste finisher en 44 ste vrouw mee.


Martine Hofstede

NB. Op haar eigen weblog staat hetzelfde verhaal met foto's: http://www.runtodream.com/trailrunning/de-utmf-een-reis-rond-mount-fuji
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Een week na mijn 4 daagse training op en rond de Koppenberg, had ik weer een druk loopweekend. Donderdag 3 x de Crokytoer van 9,700 km waarvan 1 maal snelwandelen, waar ik mijn snelwandel-record van het Crokytoer verbeterde (58’29”06). Ik ben van plan om dit jaar voor de eerste maal aan het Belgisch kampioenschap 100 km snelwandelen deel te nemen.

Vrijdag nam ik deel aan de Vives-Rembertcorrida te Torhout (10km). Met een tijd van 43’29”992 werd ik 124e op 376 aangekomenen en winnaar in mijn categorie M+60.
Zaterdag liep ik op mijn 62e verjaardag de Gingsteloop (10km). Hier werd ik 43e op 96 aangekomenen en 3de in mijn categorie M+55 in een tijd van 43’54. Na 2km slaagde ik er in om bij Joost Coudenijs, een beter lopende Croky-boys, te komen. Maar toen hij wat versnelde moest ik hem lossen. Naar het einde toe kwam ik weer wat terug maar ik geraakte er niet meer bij. Joost werd 36e in een tijd van 42’37, Proficiat!

Zondag liep ik in Antwerpen mijn 110e Marathon en 201e Marathon en ultrawedstrijd. Daar ik redelijk goed getraind was hoopte ik op een tijd van onder de 3u44’, mijn beste tijd van 2013. Ik was van plan om te starten achter de hazen van -3u30’. Maar doordat deze boks praktisch vol was startte ik achteraan in de boks van -3u15’. Ik liep mijn eigen tempo zonder de hazen van -3u15’ te volgen. Na een tijdje volgde ik een groep die voor een tijd van 3u20’ liep. Na 18km vond ik hun tempo wat te snel en ik liep een wat rustiger tempo. Na 21km kwamen de hazen van -3u30’ bij me die ik volgde tot aan +- 25km. Toen kreeg ik het wat moeilijk en liep maar een tempo van 10 a 11km per u meer. Ik werd toen door enkele lopers ingehaald. De laatste 10km kwam ik er weer door en ik haalde terug weer lopers in, vooral de laatste 2km. Ik kon nog eindigen in een tijd van 3u35’47. Met die tijd werd ik 621e op meer dan 2.000 deelnemers en 4de in mijn categorie M+60. Daar dit mijn beste tijd is in de laatste 4 jaar ben ik daar heel tevreden mee. Ik ben dus op mijn 62 jaar toch nog niet helemaal versleten en zie hoopvol uit naar mijn volgende Marathon. Rudy Van Bruwaene won in de categorie M+60 in een mooie tijd van 2u59’29 waarmee hij 96e werd, proficiat Rudy! De Keniaan Moses Mwarur won de marathon in 2u15’10.

Tussentijden marathon: 10 km 47.31, halve marathon 1.43.15, 30 km 2.30.16, marathon 3.35.47). Op de uitslagenlijst http://prod.chronorace.be/Classements/ListeRapports.aspx?eventId=243129508691975&redirect=0 is een aankomst video te zien.


Luc Maes

 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Een meeting van duracell konijnen op koningsdag. De plek des onheils was een cirkel rondom het Drielandenpunt B-NL-D. Ons excuus: het Hertog Limburgpad, niet meer dan een vage omschrijving uit een stoffig boekje dat een update behoeft, door ene Willem Mucher geüpgradet (zo schrijf je dat volgens mij echt) naar een trail/tarmac-‘hybride’. 147 km met een start en finish in het Belgische Limbourg.

De duracell konijnen: Wilma’s Dierx & Visser, Erwin Borrias, Renske & Ernst Jan Vermeulen, Nicole Maalsté en ik, zei de gek. En Willem natuurlijk, die naast racedirector, initiator en vrijwilliger ook nog eens solo aanmoedigpubliek en communicatiemanager was. Een solo organisatie uit het hart gegrepen. Veel woorden om een kleinschalige loop te omschrijven.

Van wedstrijd kwam weinig terecht, daarvoor was het te gezellig. Maar een boeiende ervaring werd het zeker.

Het Helipad (Hertog Limburg pad, HLP) is een lap asfalt waarvan een trailloper terplekke een hartstilstand krijgt. Verder is het vanuit trailoogpunt wat te vlak. In de beleving van kilometervreters als Erwin Borrias of Wilma Dierx is het echter iets totaal anders. Zij werden op het HLP niet goed van die eindeloze klimmetjes door uitgestrekte wouden en graspollenpaden die een aanslag vormen op enkels. Een uitdagende combi dus, voor niet-hybride lopers. Het deed me sterk denken aan de Grand Trail du Nord, een trail over asfalt, de mini 100 mijler van Duinkerken naar Lille. Typisch ook dat Erwin en Wilma zich daarvan de eindeloze kilometers ingewikkelde grasdijkjes herinnerden, terwijl bij mij van dat Noord- Franse avontuur alleen nog de 90 km saai en meedogenloos asfalt op het netvlies staat gebrand. De GTN en het HLP zijn van alles wat.

Na 50 km houdt Nicole’s knie het voor gezien. Willem haalt haar op ergens tussen Aken en Kerkrade, bij het begin van de avond. We zijn dan een uur op zeven onderweg, na een eerste ravito (Willem in een ijssalon) in Vaals na dik 30 km. Het is spijtig dat Nicole ons verlaat, we lopen al een stevig aantal uren in groepsverband en het gaat er gemoedelijk aan toe.

Met zes man gaan we de nacht in. Na een rondje door Duitsland komen we na 75 km op de tweede ravito (Willem en Nicole met haar moeder) in een scoutinghonk in Kerkrade. De verzorging is prima, en tot Kerkrade was er een overleefbare verhouding asfalt/trail, al was het gekift over wat nu asfalt was en wat trail niet van de lucht. Volgens Erwin liepen we al over een trail als er een boom naast een weg stond. Voor mij begon dat traildeel pas daar waar het niet meer mogelijk was om regelmatig te lopen. We leken wel een stel oude wijven.

Wilma Visser gooide de handdoek in de ring in het Kerkraadse. De intervaltraining van de dag ervoor en de ad hoc beslissing om deel te nemen bleken niet de juiste voorbereiding voor dit tochtje.

Rond middernacht verlieten we het scoutingnest in een zuurstofrijke regenbui. Een sadistische hoeveelheid asfalt over de plateaus van het Limburgse en Duitse heuvelland volgde, om in Mechelen (NL) in de achtertuin van Sjef uit te komen. Sjef’s voor de gelegenheid opgeruimde schuur was een mooie derde ravito op 100 km. Wilma en Erwin trokken ons treuzeltempo niet meer en vertrokken eerder richting de laatste ravito in Val Dieu, voorbij de Voerstreek, nabij Aubel. Een dik kwartier na het vertrek uit Mechelen van deze langeafstandsspecialisten (dat ben je toch als je af en toe dwars door Frankrijk loopt, een Spartathlon loopt, of binnen 24 uur 220 km weet af te raffelen) haakte ik aan bij de Vermeulens om de aanval op de twee koplopers in te zetten. Het tempo lag voor een amateur als ik gruwelijk hoog.

De Vermeulens zijn een verhaal apart. Ze beginnen iets myhtisch te krijgen, met hun snellle aaneenschakeling van loperijen, uit angst om over een paar jaar achter een rollator voort te bewegen. In april liepen zij naast dit HLP ook Limburgs Zwaarste (100km) en de JUNUT (230km). Hoezo, ‘enigszins doorgeslagen’? Inhumane praktijken, vind ik het maar.

Ik ben blij dat Ernst Jan mij helpt om Renske wat te temperen in snelheid. Samen lukt het ons om haar redelijk in toom te houden. Ergens op de Nederlands-Belgische grens wordt het dan spoorzoeken in een bosje. Het is een uur of vijf in de ochtend en erg helder zijn we niet meer. Het GPS lijntje volgen wordt een uitdaging op zich. Op enig moment zien we twee bewegende straatlantaarns in het bos. Het blijken geen hallucinaties, maar Wilma en Erwin. Erwin zit stuk. Te trail, te gedoe, te laat in de nacht, uit vorm, gebroken. Ik geef hem een cafeïne gel en we praten Erwin op weg. Met hangen en wurgen komen we bij het krieken van de dag op ongeveer 120 km aan bij Val Dieu, waar Willem in zijn auto met mobiele ravito een kwartiertje slaap probeert te pakken. Inmiddels heeft hij bij het radioprogramma ‘Vroege Vogels’ zijn verhaal mogen doen, vanuit zijn bolide. Eigenlijk was het meer het verhaal van een late vogel, maar dat werd hem door de radiomakers vergeven. Erwin haakt af in Val Dieu. Ik ben enigszins onder de indruk. Als zo’n Spartathleet op deze asfaltvlakte sneeft, wat heb ik hier dan te zoeken? Erwin ziet het anders. Zoveel obstakels op zijn pad is best vermoeiend. In de Transgaule zijn die onverharde stukken op 1200 km teruggebracht naar een kilometer of vijf. Dat stemt een loper als Erwin vrolijk. Voor mij zijn het verhalen van een andere planeet.

Dan het laatste stukje. Nog 30 km als toetje. Inmiddels is het goed ochtend en ontwaakt België. De zon voelt gelijk als heet aan, we zijn allemaal brak van een nachtje zonder slaap en de kilometers hebben hun effect. Bij resterende mannen dan toch vooral. Renske en Wilma lopen soepeltjes alsof ze een traininkje afwerken. Bij Ernst Jan is het duidelijk dat hij aan zijn derde stevige loopje binnen vier weken bezig is. Zelf schakel ik langzaam maar zeker over op de ‘survival modus’. Ik neem slechts het noodzakelijke waar en probeer mijn krachten efficiënt te gebruiken. Het doet pijn. Alles doet pijn. Ik ben stijf als een plank. Ik tel de kilometers af. Dit is het boeiende deel van al dat geloop. Hier doe je het voor. Ik noem dit voor mijzelf de ‘ultra-fase’. Het stuk waar je voorbij jezelf gaat. Eigenlijk hield mijn HLP op waar Erwin in de auto stapte bij Willem. 120 km is een mooie loperij, tenslotte. Tot daar was het vrij ver, maar te behappen. Van Val Dieu naar Limbourg loop ik door een ‘twilight zone’. Mijn geest wil niets, is uitgeschakeld, accepteert het noodlot. Mijn lijf maakt kenbaar dat het bestaat. Meer dan me lief is. Ik wandel, strompel, dribbel, hink en wandel weer wat. Kilometers trekken als mijlen voorbij. Ik bén, zoveel is duidelijk, maar meer dan dat is er niet. Spiritueel haast. Mijn schenen trekken en staan op instorten. Ergens word ik opgewacht door een net iets te frisse Wilma. Waar haalt ze de energie vandaan? Het is of ze de hele nacht in bed gelegen heeft en net haar loopschoenen heeft aangetrokken. Alsof ze niet al een kleine 24 uur onderweg is. Ze zingt een vrolijk liedje. Over eendjes of zoiets. Zot wijf. Renske kweelt mee. Ik denk aan Joe Simpson die in Touching the Void na een bijna fatale val uit een ijswand hoog in de Andes na een lange omzwerving met een gebroken dijbeen kruipend over het pad terugkeert in het basiskamp (dwars door de latrines van het kamp tijgerend). Joe verliest vlak bij zijn redding half zijn bewustzijn en hoort in een droom/hallucinatie een nummer van Boney M (het is lang geleden) en denkt: ‘Neeeee!, bespaar me dit! Ik wil niet sterven met muziek van Boney M!’

Maar ik kan zoveel woorden niet eens meer bij elkaar verzinnen. Het turbo Wilma wezen drijft me op. Slavendrijfster! Ze spoort me aan te lopen tot een volgende boom langs de weg, een volgende hek en nog een verkeersbord. Het verstand zegt ‘nee!’ De schenen schrijnen, scheuren en ontploffen. Het asfalt boezemt angst in, iedere stap is een pijnlijke schok op mijn knieën, mijn heupen, mijn enkels. ‘Mijn god, welke geesteszieke beul bedacht ooit dat rennen op asfalt uit het Wetboek van Strafrecht moest worden gehouden. Dit staat bijna gelijk aan genocide….’. Ik benader de snelheid van de drie beulen. Even.

De laatste 3 kilometer naar Limbourg duren eindeloos. Het tempo is teruggezakt naar een getal onder nul, mijn medelopers zijn een stuk vooruit. Ik hoop dat ze lekker doorlopen naar de finish van deze hel, en me in mijn sop laten gaarkoken. Maar nee! ‘Het HLP laat je de gifbeker helemaal leegdrinken’, merkt Ernst Jan op, nadat het drietal me weer heeft opgewacht. Hij heeft gelijk. Ik zie alleen nog drie huppelende wezens om mij heen op het laatste stukje naar de meet, hoewel ik me achteraf niet kan voorstellen dat niet ook zij wat leed in de benen moeten hebben gehad. Punt. Limbourg.

Het bruggetje over en dan is het klaar. Na 1d.1u.24m. mogen we ons rugnummer inleveren. Bij wijze van spreken dan.

Na een douche in de gymzaal naast de finish praten we even na met wat vloeibare en vastere koolhydraten op een historisch pleintje in het oude stadje. Het HLP, Helipad of Hertog Limburgpad gaat een tweede versie krijgen, dat staat wel vast. Hoe en waarom zal komende maanden duidelijk worden. Kleinschalige initiatieven als dit zijn mooi en enerverend. Autonomie, creativiteit en volhardendheid in combinatie met een directe band tussen lopers en de organisatie. Lopen in een zeer pure vorm. Willem en alle anderen die erbij waren: bedankt!

Epiloogje: De dag na het HLP strompel ik door Parijs, waar ik bij een uitgever een contract onderteken voor een boek. Over iets heel anders dan lopen, gelukkig. Dinsdag heb ik in Parijs dan een ontmoeting met Fabien, de Franse Canal Plus filmman, die mij volgde in de Barkley, een maand geleden. We flashbacken Tennessee naar ons Parijse terrasje. Alsof we al jarenlang een emotie delen. Als Fabien even weg is denk ik terug aan het HLP. ‘Wat een afstand’, denk ik in meerdere dimensies tegelijk. En word twee seconden heel emotioneel. Twee seconden. Maar heel emotioneel. Even later omhels ik een beduusde Fabien, neem afscheid en hink naar de metro.


Michiel Panhuysen
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Mijn debuut bij deze loop georganiseerd door Willem en zijn vriendin en de LAT. Vanwege deze laatste club heb ik de lat vandaag voor mezelf niet te hoog gelegd. Genieten staat voorop. Mede omdat we alle tijd hebben en omdat op het werk de lat al hoog ligt. Na een overnachting in Egmond aan Zee kom ik redelijk uitgerust aan in Castricum. De start is ook redelijk rustig omdat we gelijk mogen klimmen. Wel grappig niets in je ritme komen maar gelijk een vette hoop zand mag je overbruggen.

Vervolgens even op adem komen en gelijk genieten van de pracht omgeving. Ik loop redelijk relaxed. Hoop daarnaast dat ik vlot alleen kom te lopen omdat het lopen voor me toch in het teken staat van het in mezelf keren zonder gekwebbel. Er wordt wat afgekwebbeld over bij bijvoorbeeld de a.s. wedstrijden van Jannet Lange. Ik loop kort achter de dame en heer maar houdt wijselijk mijn mond omdat ik vrees onderdeel te worden van een gesprek waar ik geen zin in heb. Vervolgens wordt het issue Spartathlon nog benoemd zoals kwalificatie-eisen. Tja daar kan veel over gepraat worden maar deze cowboy (facebook-term) wil er niet over praten. Volgens mij is het wat deze race betreft meer doen dan praten.

Bij een wagenstop pak ik snel wat en probeer de weg solo te vervolgen wat redelijk lukt. We lopen door de pracht duinen en mogen zelfs een lekker stuk over het strand voortbewegen. Het strand ligt er goed bij. Vervolgens goed op letten op het juiste moment het strand te verlaten. Dus niet zoals een gros aantal jaren geleden tijdens de 120 van Texel waar ik in eens ter hoogte van een kazerne liep. Geen hond en loper te bekennen, alhoewel één sukkel wilde weleens zijn eigen plan trekken met alle gevolgen van dien...

Voor het 29,5 km punt haal ik een dame met krullen in. Goh ze loopt ietwat stijf en wandelt bij de afdaling. Wat blijkt ze is inmiddels twee keer vies gevallen. De goede zorg op de helft van de wedstrijd verlicht haar pijn. Na deze verversingpost mogen we een paar honderd meter tegen een mogelijk hoop zand proberen hard te lopen. Dat gaat het dus niet worden. Vervolgens lopen we een groot deel door een bosrijke omgeving en kunnen we genieten van bloemenvelden welke volop in kleur staan. Een ietwat, met respect oudere loper, komt naderbij. Het zal niet waar zijn, zijn mobiel gaat af. Ik roep 'ie hebt volk aan de telefoon'. Vervolgens hoor ik gemompel de lijn is verbroken, haha. Daarna hoor ik niet te complimenteus hem zeggen 'het is hier wel stil zeg'. Nou volgens mij kunnen we met zijn allen lastig omgaan met stilte. De stilte wordt onderbroken door vogels en verrek de twee lopers welke ik achter me laat, passeren me. Het gesprek gaat nu over een collega die erg druk is. Ik laat ze maar gaan. Wat ik trouwens als prettige onderbreking van de stilte ervaar is de trompettist op het strand en in het laatste deel. Ik vraag hem positief waarom hij trompettert waarop hij antwoordt 'ik ben aan het oefenen'. Echt een unieke en sympathieke vent.

Kort er op staat Willem te zwaaien: pudding-time. Heerlijk vanillevla. Eerlijk gezegd heb ik dit nog nooit gegeten tijdens een loop maar het smaakt verrukkelijk. Willem je hebt vandaag een prima organisatie neergezet maar ook de complimenten aan de LAT. Terug lopen we lekker door de duinen tussen iets wat op koeien lijkt in een heerlijk weertje. Het genieten is helaas over omdat de 60 km er gevoelsmatig te snel er op zit.

Met een fijn gevoel rijd ik terug en loop de dag erna een middag met circa tien kilometer uit. Het voelt goed.


Na Castricum (150 week-kilometers) volgt een week van 175 km waarbij in het weekend wederom dezelfde aantal weekend kilometers gelopen worden als in het weekend van Castricum. Zelf heb ik het idee dat wanneer je traint voor een echte ultra-wedstrijd je wedstrijden welke je als training loopt niet wekelijks moet plannen maar dat je ultra-afstanden beter solo, in je training, kan afleggen omdat je dan meer je eigen tempo loopt en daarnaast een portie mentale hardheid traint.

Afgelopen weekend tevens mijn debuut bij de 51 km Harzquerung Wernigerode-Nordhausen in de Harz in Duitsland. Of het zwaar wordt, lijkt me mee te vallen omdat we niet meer dan 1.200 hoogtemeters hoeven te overbruggen. Nou dat meevallen valt het eerste half uur vies tegen omdat het gros van de lopers (inclusief mezelf) genoodzaakt zijn te wandelen. Echt de klim is te heftig. Mijn ademhaling is helemaal niets omdat ik niet rustig in mijn tempo kom. Jemig wat is het druk. We staan echt letterlijk stil. Het is nog drukker dan op de Autobahn. Op dit smalle bospad mogen iets meer dan vijfhonderd lopers zich proberen voort te bewegen.

Achteraf heb ik deels spijt achterin het peloton gestart te zijn. Het lijkt wel een hondenkennel waar ik tussen start. Allemaal lopers die met honden de route afleggen. Na een uur passeren we een groot binnenmeer. Gelukkig heb ik mijn tempo kunnen vinden waardoor ik redelijk wat lopers achter me laat. Het is vandaag wederom prachtig weer. De zon schijnt wat wil je nog meer! Om de circa tien kilometer een prima verzorgingspost. Het parcours is niet echt een trail omdat we over veel bospaden lopen. De vergezichten zijn mooi maar toch dien ik me te concentreren op de ondergrond. Zelf vind ik het prettig wanneer de klimmen lang zijn en de afdalingen idem dito. De afdalingen zijn bij deze loop te doen en niet te heftig naar beneden zoals bij la Magnetoise.

Na verloop van tijd passeren snelle lopers me. Volgens mij zijn dit de vijfentwintig kilometer lopers. Tevens passeer ik veel wandelaars waarvan vele vergezeld met stokken. Het bospad wordt ook steeds lastiger. Een beetje glibberig. Het lijkt wel een klei ondergrond. Toch is het wel te doen alhoewel de klimmen lastiger beginnen te worden. Zelf heb ik voldoende over om de laatste tien kilometer om en nabij het uur te voltooien.

Na afloop vlot douchen waarna een bus ons terugbrengt van de finishplaats Nordhausen naar Wernigerode. De busrit duurt bijna een uur. Een bijzondere busrit. Mijn buurman zijn hond zit voor de eerste keer in de bus. Die hond moest een boertje laten. Mijn ander buurman gaat bijna van zijn stokkie en wordt horizontaal naast de hond in het gangpad gelegd. Mijn achterbuurman is zijn autosleutel kwijt waarbij hij vermoedt dat degene die op het gangpad ligt, op zijn autosleutel is gaan liggen. Velen in de bus zoeken naar die autosleutel. Vervolgens roept ie na een half uur 'entschüldigung', je raadt het nooit, exact zijn autosleutel zit in zijn broekzak.

Voldaan naar huis gereden waarna zondag een marathon als training lekker is afgelegd. Tevens de Enschede marathon op TV Oost bekeken. Hoe kun je het verzinnen, het is een ultra geworden. Blijkbaar is de afstand zestig meter verder. Oorzaak volgens mij iets van een te ruim gemeten bocht. Toch leuk om een thuiswedstrijd te bekijken waarbij een 'oud'-trainingsmaatje uit de vorige eeuw (niets meer en minder dan een kennis) het Nederlands record verbrak in de klasse V50. Ingrid chapeau.

De afgelopen week in alle rust 180km gelopen zonder noemenswaardige problemen maar bij mij begint regelmatig de lichamelijk ellende bij rusten zoals deze week. De lichamelijke kwalen zijn deels verdwenen door te stoppen met de stoeptegeltraining o.i.d. (sorry Wilma) wat nog niet voor me is weggelegd maar lucky ik ben nog jong...

Groeten,

Henk Harenberg
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]