Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
9 dec 2017
42 kilometer (en een beetje) in 42 landen (door Albert Meijer)
4 dec 2017
Bertlicher Straßenlaufe - 3 december 2017
3 dec 2017
BTS 100 Ultra 2017 (DNF, 102KM(+5936m), 23:10:53, 115KM gestopt)
26 nov 2017
Van Abcoude tot Kampen
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* 27 jun 2015: BALTIC RUN NON - STOP, Meine Erfahrungen
* 26 jun 2015: 100 mijl van Sint-Annen, Bedevoart noar Bethlehem.
* 25 jun 2015: 100 mijl van St Annen, een recreatieve landschapsloop, ja ja...
* 23 jun 2015: Zugspitztrail
* 23 jun 2015: 100 Mozart
* 14 jun 2015: Phuket marathon
* 13 jun 2015: Via Belgica Marathon
* 9 jun 2015: Etappeloop Vorden-Maastricht
* 7 jun 2015: Toch maar weer een verslag…… (Stockholm Marathon)
* 1 jun 2015: Grand Trails du Lac
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Juli 2015
 
Ik begon ernaar te verlangen weer eens een échte trail te lopen. De Sallandtrail en Limburgs Zwaarste waren hartstikke leuk, ze waren mooi en zwaar zat, maar op de een of andere manier voldoen ze toch niet helemaal aan het beeld of het gevoel dat ik bij een echte trail heb. Limburgs Zwaarste heeft daarvoor wat te veel asfalt, de Sallandtrail te weinig hoogtemeters, en is voor een echte trail wat te, tja, te gewoon, te Nederlands of zo. Een snob ben ik, ik weet het. De spierpijn na Limburgs Zwaarste was bovendien van dien aard dat wat meer gewenning aan serieuze afdalingen geen overbodige luxe zou zijn met het oog op een mogelijk bergloopje later dit jaar.

Een blik op de kalender, en de keuze is snel gemaakt. De Ardennes Mega Trail wordt eind juni gelopen, en die wil ik wel. Daarvoor laat ik met plezier de zes uur van Haarlemmermeer, op dezelfde datum, schieten, en desnoods ook het Rondje Amsterdam, dat een week later gelopen wordt, al staat dat laatste al een paar jaar op mijn wensenlijst, en stond het dit jaar voor het eerst echt op de planning. Aanvankelijk denk ik aan de échte Ardennes Mega Trail, een loop van 93 kilometer en ik weet niet hoeveel hoogtemeters. Ik realiseer me echter al vrij snel dat een dergelijke afstand trainingsopbouwtechnisch gesproken vermoedelijk iets te vroeg komt, en schakel voor mijn doen vrij makkelijk over naar het idee om dan de kortere afstand te gaan lopen, de Roc la Tour, van 54 kilometer en 2800 hoogtemeters. Beschouw het als een goede oefening om niet altijd per se het stoerste te willen doen (lees: de stoerste te willen zíjn). Dan maar wat minder stoer, who cares.

De Roc la Tour it will be, dus. In Edwin vind ik een partner in crime, en vanaf de carpoolplaats bij Maarheeze rijden we samen naar Les Hautes Rivières, in de Franse Ardennen. Startnummer halen, tentje opzetten op het grote veld bij het sportcentrum, beetje bier, een paar borrelnoten, een pizza aux quatre fromages bij het enige eettentje in het dorp dat zijn deuren nog niet voorgoed gesloten heeft, en op tijd ons nest in. Niet dat ik veel slaap, maar ook als je niet slaapt, rust je toch, zeggen ze. Het is benauwd en plakkerig, en de pizza ligt zwaar op m'n maag. Gelukkig zijn de bosuilen ook wakker, dat schept een band.

De start is om 5 uur en het is nog net niet helemaal licht. Vlak voorbij de startstreep staan aan beide kanten van de weg vrijwilligers met fakkels. Even verderop een doedelzakspeler. Dat zijn van die dingen waar ik gevoelig voor ben. We zijn op weg. Tenminste... Even later staan we stil. De eerste helling, en het is meteen filelopen. Dat houdt nog wel even aan. Ondanks het lusje waar de loop mee begint, en dat vermoedelijk als doel heeft het loperslint wat uiteen te trekken, hebben we zeker een uur te maken met opstoppingen. Gelukkig heb ik, afgezien van de wedstrijd uitlopen, voor vandaag geen greintje ambitie. Denk ik.

Het onweer van de afgelopen nacht heeft de boel nauwelijks opgefrist – nog steeds is het vochtig en benauwd. De bergen in de Ardennen mogen die naam dan weliswaar nauwelijks waardig zijn, toch zien we meerdere malen beneden ons in het dal het wolkendek liggen. Later komt de zon erdoor, en dan ben ik blij dat de route grotendeels door het bos voert. Edwin en ik lopen samen, tot ik voor een sanitaire stop een zijweg insla. Ik verwacht hem bij de eerste ravito (nou ja: waterpost – de Ardennes Mega Trail is semi-zelfvoorzienend, wat betekent dat er op de verzorgingsposten geen eten en luxe drankjes verstrekt worden), niet al te veel verderop, wel terug te zullen zien, maar als ik daar aankom, is Edwin al vertrokken. Prima, al merk ik wel dat ik het prettig vind zo nu en dan in het Nederlands een woord met iemand te kunnen wisselen, en mis ik dat vandaag als Edwin niet in de buurt is. Het is niet bepaald de Trail des Fantomes, waar volgens mij het merendeel van de deelnemers uit Nederland afkomstig is, en anders wel uit Vlaanderen; deze Mega Trail is een uiterst Franse aangelegenheid, zo schijnt mij toe.

Als ik zo die beboste heuvels zie liggen vanuit het dal, denk ik dat ik het niet eens zo'n prachtig mooi gebied vind, maar nu ik de ganse dag door die bossen heen mag dwalen, blijk ik het wel degelijk prachtig mooi te vinden. Ik ben niet iemand die tijdens zo'n loop uitgebreid gaat staan genieten op de diverse uitzichtspunten, ik ben ook niet iemand die foto's neemt tijdens het lopen, maar dat wil niet zeggen dat de schoonheid van de omgeving me ontgaat. Ik dompel me erin onder en het doet me goed.

De hellingen zijn talrijk en de meeste van die hellingen zijn steil. Ik heb bewondering voor de lopers zonder stokken, maar benijd hen niet. Natuurlijk, het kán, en zij hebben vandaag, the day after, vast minder spierpijn in hun armen dan ik, maar ik had dit loopje niet graag zonder stokken gedaan. Niet alleen omhoog bewijzen ze hun diensten, maar ook steile stukjes bergaf doe ik veel minder angstvallig mét dan zónder stokken. Ik neem dan maar voor lief dat ik natuurlijk ook stukken ren (later: dribbel) met van die vreselijk irritante stokken in mijn vreselijk irritante zweethanden.

Veel bos dus, soms lopen we in dat bos een poos in de buurt van een stroompje. In de buurt van Bogny en Monthermé zijn er wat meer open stukken. Vlak voor Bogny komen we langs het beeld van de vier heemskinderen, en ik realiseer me later dat de estafetteversie van vandaag daarnaar genoemd is: Les quatre fils Aymon. Dat mijn eigen loopje genoemd is naar een klimrots had ik al bedacht. Die rotsen passeren we natuurlijk ook, en twee keer mogen we een ministukje klauteren. Het mag geen naam hebben, maar het is genoeg om me voor de zoveelste keer af te vragen waarom ik toch nooit meer klim. Zó leuk! Verder is in het parcours opgenomen een tunnel, die onder water staat, maar waar je nét over een droog randje naast dat water kunt lopen, zodat je je voeten droog houdt. Het pad eindigt in een modderbad over de volle breedte van de tunnel. Dág mooie frisse kleurtjes van mijn nieuwe schoenen! De tuinslang van de mevrouw die na de tunnel op een stoeltje zit, laat ik desondanks voor wat hij is – ik zal met deze schoenen nog weleens vaker door de modder gaan, mag ik hopen.

Vlak voor post 3, op 36 kilometer, loop ik Edwin achterop. Die heeft net in een café een blikje cola gekocht en biedt mij de laatste slok aan. Lekker. Hij mist de cola bij de posten erger dan ik doe, ik krijg nog wel sportdrank en eten weg, terwijl hij eigenlijk niks meer naar binnen krijgt. Vanaf dat punt gaat het bij mij ook wat moeizamer. Maag en darmen zijn nu wat van slag, en ik eet niks meer. Van de sportdrank ga ik enorm boeren, maar ik blijf het toch drinken, zodat ik niet alleen vocht, maar ook nog wat zouten en mineralen en zo binnenkrijg. Ik heb er verder geen verstand van, maar dat lijkt me handig. Vanaf dat punt lopen Edwin en ik deels weer samen, maar uiteindelijk loop ik toch iets bij hem weg. We wandelen veel, maar als ik het op kan brengen om te dribbelen, wil ik dat niet laten. Ik hoop dat Edwin kan volgen als hij mij ziet gaan, maar kennelijk raakt hij de aansluiting toch kwijt. Met een eindtijd ben ik niet bezig, maar als ik op het laatste stuk nog een paar vrouwen voorbij ga, vind ik dat dan toch wel weer aardig. Toch een beetje ambitie dus.

De Maas zijn we onderweg een paar keer overgestoken, maar dat ging over bruggen. Bij de kleine beekjes die we tegenkwamen, kon je via wat stapstenen ook makkelijk met droge voeten de overkant halen. Op het allerlaatst van het parcours staat er echter toch nog een rivierdoorwading op het menu, zoals bij een échte trail hoort. De Semois is best breed, en zo diep dat ik mijn korte broek niet droog houd. En dan is er vlak voor je er weer uitstapt ook nog best een beetje serieuze stroming. Altijd weer lollig, dit.

Als ik het water uitkom, zie ik de finish al min of meer liggen. Nog even proberen aan te zetten op het laatste stukje asfalt. Zere poten, maar blij. Ik had het niet makkelijk, maar het is aardig goed gegaan, al met al. Ik had het naar mijn zin. De organisatie is geweldig. Het is een pittige loop, zoals ik al verwachtte. Ik deed er 10 uur en ruim 7 minuten over, dat betekent een gemiddelde snelheid van 5,33 km/u. 2800 hoogtemeters is geen kattenpis op zo'n afstand, dat wist ik al, en achteraf kan ik dat alleen maar beamen.

Een behoorlijk echte trail, die Roc la Tour.

Een uurtje eerder lopen Edwin en ik samen weg bij de laatste post. We halen een wandelaar in, die volgens mij ook iets met de organisatie te maken heeft. We groeten in het voorbijgaan. Hij roept ons achterna waar we vandaan komen. Les Pays-Bas. Of het onze eerste keer is. La première fois, oui. Hij roept nog iets. Ik vang iets op van prochain, quatre-vingt-treize en mieux. Het is duidelijk wat hij bedoelt. Ik zal erover denken.

Jacolien Schreuder
http://binnenstebuiten.me
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
VERSLAGEN van Juni 2015
 
Op 23 en 24 mei heb ik deelgenomen aan de Baltic Run Non-Stop. Een loop van 234 km van Bernau naar Usedom oftewel een reis van Berlijn naar de Oostzee.

De naam van de loop roept wat verwarring op. Ten eerste wordt er maar in één land gelopen, nl. Duitsland. Niet in Polen of in één der Baltische staten. Ik neem aan dat de Baltische zee gewoon een andere benaming voor de Oostzee is. Ten tweede is er verwarring met de Ultrabalaton, 220 km in Hongarijë. Die is een week later en daar hebben Léonie en Jan-Albert wáááán-zin-nig snel gelopen. Nee de Baltic Run gaat niet om een meer heen, maar gaat naar het noorden. Onderweg hebben we wel heel veel meertjes gepasseerd.

In het verleden was dit een etappeloop van 5 dagen vanuit Berlijn helemaal naar de zee, ruim 300 km. Nu is het een non-stop loop vanuit Bernau, een voorstad van Berlijn, naar Usedom, een eiland aan het begin van de Oostzee. We zijn op het eiland gekomen via een brug, maar verder hebben we geen zee gezien. Grof gezegd kan je Usedom met Flevoland vergelijken. Al is het geen polder en helemaal geen eiland opgebouwd uit opgedroogde zee.

De eerste non-stop editie was in 2014. Henk Harenberg en Jannet Lange hebben hier gelopen en genoten van de omgeving. Jannet heeft het uitgelopen, Henk helaas niet. En nu vonden ze dat ik er ook maar aan moest geloven. Ze mochten toen lopen in 30 graden; Dat weer ken ik uit Kladno. Dit pinksterweekend heel wisselend weer, droog, geen reden tot klagen. Je moet je er wel aan (blijven) aanpassen.

Dit jaar ben ik samen met Henk naar Bernau gegaan. Henk koos voor de loop als herkansing. Voor mij is het een lange tocht om vooral van de omgeving te genieten. 16 Jaar terug ben ik hier met de Peace Run in Mecklenburg Vorpommern geweest. Het grote bosrijke gebied heeft me zeer verrast. Dit is het stilste hoekje van Duitsland.

Vergeleken met de 24 uur in Turijn die ik 6 weken eerder liep, ben ik voor deze loop veel meer ontspannen. In Turijn had ik het gevoel iets te moeten neerzetten, dat is hier van generlei belang. Ik zag niet tegen de afstand op, ook niet tegen het feit dat ik veel langer dan 24 uur mag lopen. Daar kan ik gezien mijn ervaring wel op vertrouwen. We mogen hier lekker langzaam lopen en dat nog afwisselen met wandelen.

Ik ben samen met Henk op donderdag naar Bernau gereden. Daar hebben we 2 nachten overnacht in een hotel. We hebben donderdag gereden, zodat we ten eerste vrijdag een rustige dag hebben en ten tweede omdat we ons konden herinneren dat er op vrijdag heel veel file-leed op de AutoBahn is. Vooral bij Hannover kan je uren verliezen.

Op vrijdag heb ik de dropbags gereed gezet. Er zijn onderweg 31 verzorgingsposten en voor zeg 20 posten kan je een plastic tas met kleding, drank, etc. afgeven. Na afloop krijg je de tassen weer terug. Vrijdagavond is er een pasta-party en een briefing. Hier is verteld dat je door het rode licht mag lopen, maar dat je überhaupt geen gesloten spoorweg-overgang mag überqueren. Op straffe van diskwalificatie; je naam wordt genoteerd en doorgegeven aan andere organisaties.

Ik heb voor onderweg 7 dropbags neergelegd. Tenslotte zijn de verzorgingsposten heel uitvoerig. Op 100 km in Prenzlau en op 162 km in Eggesin staat een gymzaal. Hier is ook nog een warme hap, kan je je omkleden etc. Naast de 234 km is er ook een 100 km en een 162 km. Ieder start om 7 uur ’s ochtends in Bernau. Je weet zelf wel waar je moet finishen.

De starttijd stond voor ons Hollanders verwarrend op de website genoteerd. Sonnabend 7. Volgens mijn Germaanse vriend Wouter is de start ’s avonds 19 uur. Dat vind ik minder, want dan moet je gelijk in het begin een nacht missen en in het donker zie je ook minder van de omgeving. Maar gelukkig; het is toch 7 uur ’s ochtends. Weer wat geleerd. De Ultratour du Leman die ik afgelopen september liep, begon eveneens op zaterdagmorgen 7 uur en zelfs de Spartathlon start om …….. .

De Organisator is Jörg Stutzke. Ondersteund door een hele grote groep vrijwilligers; meer dan 1 per loper. Ik ken Jörg ook van het bestuur van de Deutsche Ultra Verein (DUV), waar ik al 15 jaar lid van ben. Vooral vanwege hun mooie tijdschrift Ultramarathon, 4x per jaar. Henk is geen DUV-lid en daarom krijgt hij bij zijn aanmelding het tijdschrift. Ik niet, want Jörg weet wie van de deelnemers DUV-lid is. Ook kan Jörg zo onze ultraresultaten opzoeken, want de DUV heeft een perfect statistisch systeem, waarin alle resultaten van alle ultralopen zijn opgeslagen.

Pinksterzaterdag, 23 mei, 7 uur ’s morgens is het grote moment da. In het centrum naast de stadspoort van Bernau worden we opgewacht. Alle namen worden genoemd, opdat een ieder ter plekke is. En dan gaan we los. Een horde enthousiaste lopers loopt langs de oude stadsmuur van Bernau. En vanzelf ontstaan er groepjes. Uiteraard begin ik rustig achterin het veld en laat de 100 km lopers onderling hun strijd voeren. Vanaf het begin lopen we door mooie groene paadjes; wel over brede wegen. Ik kan me nog een hondenbegraafplaats herinneren. Uiteraard heel rustig (af)gelegen. Gelijk passeren we de eerste vennetjes en beekjes. En buiten lopers hoor je alleen de vogels. Na 10 km de eerste verzorgingspost. Kort gestopt en alleen wat water en fruit gepakt. Op de post staat ook iemand de nummers te noteren. Een ritueel, wat we 30 x gaan herhalen.

Er werd me verteld dat er in het begin wat heuvels zijn, maar volgens mij zijn de klimmetjes over het gehele gedeelte. We lopen afwisselend over asfaltwegen, fietspaden, zandwegen, zandweggetjes. Bos, heel veel bos.

In het begin is het ongeveer 18 graden. Klinkt als goed loopweer, maar het is wel vochtig warm. Dus gelijk zweten. In het begin vele bosweggetjes. Brede asfaltwegen, brede zandwegen. Slechts een enkele auto gezien. Na 30 km komen we in Finow. Allemaal vacantiehuisjes, daarna een brug en we gaan verder langs het kanaal. De weg is zo stil, dat ik bang ben verkeerd te lopen. Gelukkig zien we even later weer een oranje-pijl. De weg is overigens heel goed gemarkeerd. Spoorzoeken zit er gelukkig niet in. Ook ben ik blij dat het niet per GPS gaat; alleen al omdat na 12 uur de batterij op is; oftewel je hebt voor deze loop 3 horloges nodig.

Na 5 uur lopen gaat het piepje van mijn SMS, ik kijk op de telefoon en krijg van mijn vriend Kees de melding dat het gaat motregenen. Maar je zei gisteren nog dat het droog zal blijven? Helaas en jawel: gelijk slaat het om en inderdaad ……… Ook iets meer wind en minder warm. Ik laat het tempo wat zakken tot 7.5 km per uur. En wandel stukken als herstel; we zitten nog maar op een kwart, maar ik voel me wel fit. Lange rechte wegen door bos. Je kan ver vooruit kijken (en achteruit). Na 55 km in Glambeck is de eerste dropbag, waar ik van shirt wissel, wat eten pak en even rustig zit. Jaja, op alle posten staat een stoel gereed; er is aan alles gedacht. Ik ben nooit iets te kort gekomen. Ik kan alles eten, want ik heb nooit last van de maag gehad.

Op de post van 70 km in Stegelitz, ontmoet ik organisator Ecky Broy. Ecky heeft een luide stem en hij is ook speaker. Hij vertelt me dat dit de geboorteplek is van Angela Merkel. Of ik haar ken? Jawohl. Ze vragen wat ik wil eten. Ik zie ze aan de pasta en vraag of er meer is. Op tijd realiseer ik me, dat het met vlees is en ik weet het op tijd af te zeggen. Ik geef aan vegetariër te zijn. Blijken ze op deze post ook nog vegetarische balletjes te hebben. Er is echt aan alles gedacht.

Ik haal een Amerikaanse loper in, die zijn eerste ultra loopt. Zijn zoon en vrouw fietsen mee en ik feliciteer hem alvast, omdat hij niet ver van zijn doel is, de 100 km. Na 90 km een lastig stuk. We moeten tegen de koude wind in lopen. Open en uitzicht op een groot meer. Maar de vochtige warmte van de ochtend is om 18 uur vervangen door koude tegenwind. Prenzlau is in beeld. Ik word gepasseerd door een (oudere) man op de fiets, die vraagt wat ik aan het doen ben en ik vertel dat ik 234 km aan het lopen ben. En ook dat ik Hollander ben. Hij zei dat het hier net zo vlak is, als in Holland! Huh, vindt hij het hier vlak? Nou, wij niet hoor.

Na 12 uur lopen, 7 uur ’s avonds, sta ik in Prenzlau op het 100 km punt. Ik loop naar binnen, kleed me om in de gymzaal en ontdek net op tijd dat er een maaltijd is. Nee, dat gaan we zeker niet overslaan. Ik praat wat met de aanwezigen; finishers op de 100 km, helpers van lopers en organisatie. Daar vraag ik wie uit de Bundesliga zijn gedegradeerd? Wordt me keurig meegedeeld. Als ik verder wil, is de route moeilijk te vinden. Ik dacht dat ik terug naar de ingang van het terrein moest, maar er blijkt nog ergens een zij-ingang te zijn. Organisator Lutz Raschke wijst me de richtige Weg. (het correcte pad). Lutz is getrouwd geweest met een Nederlandse vrouw; hij spreekt nog onze taal, hoewel hij dus geen goede herinneringen aan het Nederlands heeft!

Vanaf nu wordt de tocht een stuk rustiger. De 100 km lopers zijn gefinishd en zowel voor mij als achter mij loopt er niemand. Vanaf nu ben je alleen en afhankelijk van de markering; welke gelukkig heel goed is!!! De wind is weer gaan liggen, zodat het nu lekker aanvoelt. Op de eerstvolgende post in Schönwerd, 108 km, vraag ik om de groeten aan Henk over te brengen. Kees heeft me per SMS doorgegeven dat zijn doorkomst na 64 km een uur achter me was. Verder hoop ik dat het hem verder goed gaat. Ik weet helemaal niet wat er voor of achter me gebeurt.

Op de volgende post tref ik liefst 4 lopers, helaas 2 uitvallers. Vanaf nu heb ik weer gezelschap. Behalve het moment dat er net voor me een spoorwegovergang dicht gaat en een goederentrein in alle rust voorbij-kachelt. Het wordt donker en fris. Ik pak een lamp en een jack uit de rugzak. De organisatie heeft onder de markering nog een blauw reflecterend punt geplaatst, zodat het goed opvalt als je je lamp aanzet. Echt, ook in het donker is alles te herkennen.

Ik heb weer een paar lopers voor me als richtpunt. Ik loop een hoger tempo, maar als ik wat wandel komen ze weer terug. En zo is er nog gezelschap. Ook de IJsheiligen komen langs, want het is afgekoeld tot 2 graden. Later hoor ik van Henk dat er deze nacht in de Achterhoek zelfs nachtvorst is geweest. Wel is het in het donker heel mooi. Want omdat het een open stuk is, mogen we het hele melkwegstelsel rustig bekijken. Ook de bijbehorende stilte ………………….

Ik kom bij de volgende dropbag op 132 km. Veiligheidshalve heb ik hier een lange broek in gedaan, voor als de nacht heel koud zou zijn. En inderdaad is dit één van mijn zeldzame (nacht)lopen dat ik een lange broek moet aantrekken. Op de post wordt me verteld dat Zweden het Eurovisie Songfestival heeft gewonnen. Je hebt geen krant nodig op de Baltic Run. Ik schiet in de lach als ik het plaatsnaam-bord van de volgende plek zie: HOLLÄNDEREI. (145km). Jammer dat Henk net voor deze plaats moet opgeven.

Om 3 uur zijn de eerste flitsen van de nieuwe dag, 24 mei. Vogels fluiten al. Het wordt langzaam lichter. Helaas mis ik nu een afslag. Dit omdat het zo licht is geworden dat de reflectie onder de pijl niet meer opvalt. Samen met een andere loper keren we om en controleren we iedere afslag tot we de plek vinden, waar we in de fout zijn gegaan. Helaas duurt het even; Het hoort er eenmaal bij. Niet hopeloos worden. We naderen de andere grote post in Eggesin. Voor een enkeling de finishplek. Hier is een gymzaal en kan je evt slapen.

Ik bereik Eggesin, 163 km, na 21 uur lopen, 4 uur ‘s nachts. Ik kleed me om, geen lange broek meer nodig. Goed eten en nog beter drinken. Tijd voor de volgende dag. Ik loop weer iets harder en wandel minder. Het is goed licht. Eerst naar de post in Ueckermünde. En daarna is Mönkebude aan de beurt. Terwijl ik op de post zit, praat ik met de vrijwilliger. Hij vertelt me dat ik de eerste loper sinds lange tijd ben. Klinkt komisch als je je bedenkt dat ik er net nog een paar heb ingehaald. De koploper kwam om middernacht voorbij. Nu is het 7 uur. Hij heeft hier al de hele nacht gezeten en het is nog steeds koud. Ik krijg een lekker ontbijtje met mijn favoriete fruitsap.

Nu komt misschien wel het mooiste gedeelte van de Baltic Run. We lopen langs een groot meer (zag later op de kaart dat dit al de binnenzee is) met aan de andere kant een dijk met hoge bomen. En veel vogels, heel veel ganzen met dito gegak. Dit is open en vol, vol in de zon; nu is het plotseling warm geworden. Ik kan nog extra genieten van de volgende post verzorgd door Team Hanka; te herkennen aan hun roze hoed. Ze zijn heel enthousiast en het is een vrolijk gesprek wat ik met ze kan voeren. Daar hoor ik dat de vorige loper 1 uur 40 voor me ligt. Achter me is niemand meer in het open gebied te bekennen.

Helaas moet ik deze mooie plek verlaten en ga ik verder naar Anklam. Het blijft wel open, dus nu zitten we vol in de warme zon. Ik heb de hele tijd genoeg gedronken en voel me goed en heb nergens last van. En dat terwijl de eerste 200 km er opzitten. Nog 34 te gaan. In de briefing hadden ze het over Bau-werken, maar gelukkig kan je er makkelijk omheen. De volgende post is in Relzow, al van verre zien ze me aankomen. Ik pak mijn laatste dropbag, maar eigenlijk heb ik niets nodig. De verzorging heeft alles. Nogmaals goed drinken en wat eten. En wat praten; ze vinden dat ik er goed uitzie.

Daarna op naar de post van Günther en Christa Bruhn, 6 km verder. Ze zijn al op de hoogte van mijn komst en hij staat klaar met zijn fototoestel. Ik blijk zowaar 30 minuten op mijn voorloper te zijn genaderd. Ook zij vinden dat ik nog snel loop. Ik drink wat en Günther vertelt me, dat hij dit jaar ook al deze afstanden heeft gelopen. Hij is één der ultralopers die zich als vrijwilliger heeft aangemeld! Ik bevind me 16 km van de finish en nog maar 4 km van de brug naar het eiland Usedom. Dit geeft me het gevoel dat ik er al bijna ben. Ik loop door. Nu op een fietspad langs een drukke weg. Even later wordt het fietspad vervangen door een zandbank. Dit is een verhoging van 2 meter uitsluitend bestaande uit zand. Het asfalt voor het fietspad is er nog niet gelegd. Dit voor ongeveer 2 km in de hete zon. Denk maar aan het strand met hoogwater!

Maar het mag de pret niet drukken, want daarachter is de brug en ga ik het water over. En op het eiland een rustige zijweg in. Ik loop over een weg, waarvoor ik door Jannet ben gewaarschuwd Een wegdek vol met gaten (Leerdammer weg). Omdat het stil is, ga ik middendoor, gewoon midden op straat. Misschien wel de juiste plek. En op naar de laatste post. Ik heb een foto gezien, waar koploper Benjamin Brade in de mist (en kou) in de vroege ochtend voorbij kwam. Welnu om 12.20 uur is het heet en zwaar zonnig. Tsja, dan is het aftellen naar de finish. Over plattelandwegen. Ik zie eerst de kerk boven de horizon en daarna de rest van het dorp. Ik passeer wat verbaasde toeristen op gehuurde fietsen. Maar ik concentreer me op de finish. Op een gegeven moment passeer ik het bordje Usedom; Yes ik bevind me in de plaats van het doel. Plotseling ontwaar ik een loper voor me. In het centrum loop ik André Lange nog voorbij. We feliciteren elkaar, want we zijn op 1000 meter van de finish.

Na 31 uur en 16.53 minuten passeer ik als 10-de heer de finish. Blijkbaar snel genoeg om zonder loting mee te doen aan de Spartathlon (als er in 2016 gelijke kwalificatie-eisen zijn), al hebben we ons hier helemaal niet mee bezig gehouden. Gelukkig heb ik nog een half jaar om te beslissen of ik in Griekenland ga lopen.

De Baltic Run is een iets kleinschaligere loop dan bv de Ultrabalaton. Vergelijken kan ik het niet, omdat ik niet in Hongarijë heb gelopen. Hier is in ieder geval veel bos, natuur, rust en stilte. Ik kan de Baltic Run van harte aanbevelen. Vooral vanwege de band tussen de lopers en de vrijwilligers. In 2016 is het weer in etappe-vorm, 5 dagen. Maar wel eind juli, kan dus heel warm zijn. Het heeft wel mijn interesse, omdat ik nog nooit een etappeloop langer dan 3 dagen heb gedaan. Blijkbaar gaat 2017 weer Nonstop.

Website: http://www.baltic-run.de

Nitish Zuidema
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Zaterdag 20 juni iets voor 09:00 uur. Een dozijn pelgrims verzamelen zich bij de klokkenstoel in Sint-Annen. Normaal luidt de klokkenstoel drie keer per dag. Om 8 uur (paptijd), 12 uur (noenmaal) en 6 uur (avondmaaltijd). Vandaag gaat hij een keer extra luiden. Om 09:00 uur de start van de 100 mijl van Sint-Annen. Maar vooraf tellen de lopers gezamenlijk af, 10,9,8,7,6,5,4,3,2,1 en dan luidt de klokkenstoel. De pelgrims gaan op pad, vier ronden van elk ongeveer 25 mijl. Elke ronde heeft een religieuze plek als keerpunt. Plekken die historisch verbonden zijn met het vroegere cisterciënzer klooster van Sint-Annen en een tweetal bedevaartsoorden. Het laatste keerpunt bevind zich in Bethlehem, vandaar ook “Bedevoart noar Bethlehem”.Op elk keerpunt is ook verzorging. De eerste is een kofferbakverzorging en bij de overige keerpunten in een verzorgingskist geplaatst bij iemand in de tuin. Om aan te tonen dat je bij het keerpunt bent geweest moet je een sleutelhanger meenemen uit de verzorgingskist. Aangezien we op bedevaart zijn naar Bethlehem zitten de drie koningen in de eerste drie verzorgingskisten. In de vierde kist zit, als bedevaartsouvenir, de “Ik was in Bethlehem” sleutelhanger.

De eerste ronde gaat naar Aduard. Hier stond vroeger een cisterciënzer klooster waar het klooster van Sint-Annen mee was verbonden. Aduard was dan ook een logische keuze als keerpunt. Het eerste deel van de 100 mijl wordt rustig gelopen en tot aan de verzorging in Aduard blijven alle lopers dan ook bij elkaar in de buurt. Echter na de verzorging valt het veld uiteen en gaat elke loper in zijn eigen tempo op weg naar de centrale verzorging in Sint-Annen. Het gaat niet hard maar na 5 uur en een kwartier zijn toch alle lopers al weer terug in Sint-Annen. De eerste 41 kilometer zijn gelopen.

Wat eten en drinken en dan gaat het verder. Op naar "De Bedroefde Moeder van Warfhuizen". In 2001 werd in de voormalige hervormde kerk in Warfhuizen een kluis met bijbehorende kapel gesticht. Hier is in 2003 een levensgroot Spaans processiebeeld geplaatst en is de kapel langzamerhand een bedevaartsoord geworden. Een bijzonder gebruik bij de "Bedroefde Moeder van Warfhuizen" is het "ruilen van de zakdoek." Maria draagt in Warfhuizen een witte zakdoek om haar tranen mee af te drogen. Gelovigen vragen om die zakdoek in ruil voor een nieuwe die ze zelf meebrengen of ter plaatse kopen. Ze schenken Maria's zakdoek vooral aan zieken, of ook wel aan mensen die voor een moeilijke opdracht (zoals examens) staan. De moeilijke opdracht voor de lopers van de 100 mijl is het halen van de finish. Voor wie het niet lukt om de 100 mijl te lopen is er dan ook een witte zakdoek. Deze kan voor de volgende 100 mijl bij de "Bedroefde Moeder van Warfhuizen" worden geruild voor een zakdoek met haar tranen.

Er zijn nu nog maar elf lopers. Angela Schulingkamp loopt namelijk alleen ronde 1 en gaat in ronde 4 Dick Abee begeleiden. Vier kilometer later alweer aan kandidaat voor een zakdoek. Ed van Beek valt uit door een blessure. De tien resterende mannen bereiken allemaal Warfhuizen. De eerste vier, Bennie de Vries, Dick, Rienk Scholtemeijer en Chris Dol lopen elk hun eigen wedstrijd. Marco Hartman, Johan Wander, Aede Bakker en ik lopen deels samen. Silvio Teunissen neemt een alternatieve route en op laatste plek dieselt Sjaak Schipper. Rustig zijn eigen tempo met maar een doel voor ogen, 100 mijl lopen! Na Warfhuizen valt het veld nog weer verder uit elkaar en lopen de meesten eenzaam hun kilometers. Bij Winsum loopt ik Chris en Silvio achterop en lopen samen verder naar de centrale verzorging in Sint-Annen.

Als we daar aankomen zijn Dick en Rienk al vertrokken naar bezoekerscentrum van het voormalige cisterciënzer klooster Yesse in de buurtschap Essen. Bennie is er nog. Hij is, tot ons aller verrassing, gestopt bij 50 mijl (85 kilometer). Het ging niet. Na Chris, Silvio en mezelf komen achtereen volgens Marco, Johan, Aede en Sjaak binnen. Chris, Aede en Johan weten het zeker. Voor hen geen ronde 3, 85 kilometer is voldoende vandaag. Marco gaat even slapen en besluit later toch te stoppen. Ook Silvio stopt maar gaat nog wel wat 4 mijl rondjes lopen om te komen tot een totaal van 100 kilometer ver. Ik ga ook ronde 3 in. Na een kilometer gaat het mis. Een oude blessure steekt de kop op. Pijn in mijn lies. Ik kan echter nog wel gewoon “hobblend door het Groningse land”. Doel was vandaag binnen de 24 uur te lopen, maar dat laat ik voor wat het is. Met deze lies is finishen het nieuwe doel geworden. Sjaak is intussen ook terug, uit ronde 2, in Sint-Annen. Hij neemt de tijd bij de verzorging en gaat vervolgens onvermoeibaar ronde 3 in. Op naar Essen.

Na ronde 2 zijn er acht witte zakdoeken uitgedeeld en vier man zijn op pad in ronde 3. Dick, Rienk, Sjaak en ik. Zo blijft het ook de vierde ronde. De vierde ronde gaat naar Bethlehem. In naam een ver bedevaartsoord maar vanuit Sint-Annen op loopafstand en kan dan ook niet ontbreken als keerpunt. In ronde vier loopt ook Angela weer mee, ze begeleidt Dick op zijn laatste 34 kilometer. Deze laatste ronde krijgt Dick nog vleugeltjes en loopt weg van Rienk. Zodat Dick uiteindelijk, zondagochtend 06:18, met een voorsprong van 1 uur en 18 minuten op Rienk, als eerste over de finish komt in Sint-Annen. Ik word, zondagochtend 10:47, derde en Sjaak wordt, zondagmiddag 12:43, vierde.

Dick en Rienk leveren een prima prestatie met hun gelopen tijd. Dick heeft zelfs ruim onder de kwalificatie limiet, 100 mijl binnen 22:30, van de Spartathlon gelopen en Rienk zit er maar 6 minuten boven. Maar ook speciale aandacht voor onze nestor Sjaak. Met een leeftijd van 67 jaar loopt hij vandaag zijn eerst 100 mijl. Chapeau!

De winnaar, Dick, krijgt als eerste prijs een beeld van engel Gabriel. Gabriel was het ten slotte die de herders aanspoorde om naar Bethlehem te gaan. Daarnaast was er voor alle vier de finishers een echte Sint-Anna pelgrims-medaille. Een medaille waar je zuinig op moet zijn want hij is bedoeld om te worden voorzien van accessoires de volgende keer dat je finisht in de 100 mijl van Sint-Annen.

Voor meer informatie over de 100 mijl van Sint-Annen zie: http://de100mijlvansintannen.nl/



Gerik Mik
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
De tweede etappe leidt ons naar Warfhuizen. De laatste kilometers naar dit keerpunt zijn ook de eerste voor de terugtocht. Daarna vervolgen we een andere route terug naar Sint Annen. Als ik Warfhuizen binnen kom begint Bennie de Vries net aan de terugtocht. Hij kijkt me verbaasd aan: "Hé, moi Dick!"

Bennie ligt aan kop van deze recreatieve landschapsloop. Door een korte stop na de eerste etappe, een puddingbroodje van Wim Scholtens heb ik altijd snel naar binnen, ben ik blijkbaar zo maar op de tweede plek terecht gekomen. Ed van Beek en Silvio Teunissen heb ik niet meer gezien, vreemd, ze zijn echt voor mij de tweede ronde ingegaan. Tjee, ik ben nummer twee. Door het weidse landschap in het Noord Groningse kun je kilometers ver weg kijken, maar Bennie zie ik niet weer terug. Hij gaat voor een tijd binnen de 18 uur! Enkele oudjes zitten in de eenzaamheid van het gebied samen voor een huis. "Hebben jullie ook een andere hardloper gezien?" vraag ik. "Ja, die loopt heel ver voor jou!"

Het motiveert me om lekker te genieten van de omgeving en om me niet met Bennie of met een tijd bezig te houden. Over deze 161km wil ik ongeveer 24 uur doen, dat moet kunnen als er geen gekke dingen gebeuren. Ongeveer 15 kilometer verder zie ik Bennie toch in de verte. Ik voel echter een weeïg gevoel in de maag. Het is inmiddels warm geworden en de enige manier om dit tegen te gaan is eten en drinken. Al wandelend neem ik een speltbrood kokosolie en jam. Die gaat er nog redelijk in, maar de krentenbol krijg ik niet weg. De mond is gortdroog. Met veel water lukt het om de helft op te eten, de andere helft gooi ik weg. Bennie zal inmiddels al wel op een half uur voor me zitten. Ongelooflijk wat die gaat doen, in 18 uur ruim 160 rennen, superknap! De maag knapt toch op door het voedsel en ik ren lekker verder. Bedum neem ik op mijn gemakje, ik ken dit stuk van de route. Na Bedum kun je in de verte het viaduct naar Sint Annen zien liggen, het is in totaal dan nog ongeveer 5 kilometer. Bennie zal daar al lang voorbij zijn. De bomenrij langs de weg onthoudt mij van het zicht op de weg. Wel blijf ik naar het viaduct kijken. Goh wat ligt hij ver voor!

Plotseling zie ik door de bomen echter iets roods en een paar seconden later nog een keer. En dan, ik zie Bennie, hij loopt heel dicht bij me! Ik kom twee minuten na hem binnen. Hij vertelt over zijn maagproblemen en hij staakt de strijd na 85 kilometer. We proberen hem om te praten, hij zal spijt krijgen van dit besluit, maar hij weet het zeker: hij stopt. Inmiddels is Rienk ook binnen gekomen. Hij oogt moe. Samen gaan we de derde etappe in. We spreken af dat we deze ronde bij elkaar blijven. Als hij teveel gaat wandelen ga ik niet op hem wachten, dat is de afspraak. De vierde ronde is ieder voor zich.

In die derde ronde wordt het donker. We ontsteken onze lichten en verworden tot eenzame nachtelijke dwazen, dwalend door een zwart landschap. Rienk beperkt zich tot een ja of nee op vragen van mij, hij heeft het zwaar. Ik begin me te beseffen dat ik deze enige 100 mijl loop in Nederland als eerste af ga sluiten. Ik heb nog nooit een prijs gewonnen, weet niet eens wat dat is. Mijn prijs is altijd het genieten van een loopje, ik ben een liefhebber zonder klokje. Voor dit evenement heb ik een garmin apparaatje gekocht die me de route wijst. Hoe lang we onderweg zijn, hoe ver het nog is, het zijn allemaal vragen die ik onderweg niet kan beantwoorden en die ik eigenlijk ook niet wil weten. Ik heb namenlijk nooit een wedstrijd. Maar nu, nu merk ik de competitiedrang, misschien zelfs voor het eerst.

Uiteindelijk komen we weer terug in Sint Annen. Rienk is uitgewoond! Angela zit inmiddels klaar om na de eerste etappe van vanochtend, oh nee, gisterochtend want het inmiddels 02.00uur, samen met mij de laatste etappe aan te gaan. Ik neem een bord pasta, een pannenkoek, koffie en chocolademelk en ben er weer klaar voor. Rienk gaat net als mij stram omhoog en maakt zich ook klaar. Hij gaat met ons mee op pad. Moeizaam kom ik in looppas en Rienk loopt ongeveer 10 minuten lang enkele meters voor ons. Daarna zijn de spieren weer gewend aan dat wat ze al een half jaar doen: soepeltjes werken. Ik kom in mijn pas en we gaan Rienk langzaam, maar zeker, voorbij. Even later verdwijnt zijn lampje achter ons. Ik kan me ruim 30 kilometer voorbereiden op een overwinning van een 100 mijl wedstrijd! Het genieten is inmiddels begonnen. Angela heeft stevig de pas er in gezet en ik heb moeite om haar te volgen. Maar aangezien we toch ver voor liggen vraag ik haar om het rustig aan te doen. Ik word toch moe en Rienk is ver uit beeld! Ongeloof komt in me op, trots, maar ook de beperktheid van alles. Er waren 12 mensen aan de start, inmiddels zijn de toppers uitgevallen. Er zijn nog vier in de race, een soort "best of the rest".

Regelmatig maak ik nu gebruik van rustpauzes. Even wat drinken, een stukje wandelen, een bruggetje langzaam over steken. Stilstaand nogmaals naar de garminkaart kijken: we nemen alle tijd. Op enig moment lopen we over een lange oprijlaan naar een boerderij. Inmiddels wordt het licht. De boerin is in de keuken gaan slapen om ons gedag te kunnen zeggen. Ze heeft de garage ingericht met een brandend kaarsje, een paar stoelen, een heleboel lekkers en heerlijke warme dekens. Vanaf deze plek is het nog ongeveer 14 kilometer naar Sint Annen. Ik verheug me op de eindstreep maar geniet nu uitgebreid van de stoel, het eten en de gastvrijheid.

De boerin maakt net een foto van ons als we een geluid horen. Het zijn voetstappen. Goh, de boer komt er ook bij denk ik nog. Maar daar staat Rienk in de deuropening. Ik kijk hem stomverbaasd aan. Shit! Dom dom dom dom dom Dick!!! De beer en de huid en ook onderschat nooit je tegenstander!!! Ik baal enorm van mezelf en vraag me af hoe dit kan, maar ook hoe dit verder moet gaan. Blijkbaar is Rienk over het dode punt heen. Hij oogt fit. Er komt een buisje uit zijn rugzak en deze zet hij voor de mond. Mmm, doping... Hij pakt een grote bidon met poeder er in en vraagt de boerin om het aan te lengen met water. Shit, hij heeft toverdrankjes en ik loop op droog brood. Doordat Angela en ik rustig aan hebben gedaan en ik helemaal ontspannen ben ga ik deze strijd alsnog verliezen. Lichte paniek maakt zich van me meester. Ik gooi de warme dekens af en sta op. Ik wil hier weg, ik wil eerste worden! Ik laat dit toch niet meer door de vingers glippen? Maar hij is zo dicht bij gekomen... Angela kijkt me aan, ze begrijpt me. Bijna onmiddellijk kom ik in looppas. Dit gaat me niet gebeuren! De lange oprijlaan weer af, rechts af en ik kijk achterom. Ik zie Rienk nog niet. Even later kijkt Angela achterom, ze meent iets te zien. Inmiddels is het licht en we doen de ruglampjes uit. We hoeven Rienk geen extra instrument te geven om zich op te kunnen richten. Inmiddels gaat ons tempo omhoog en ik hoor Angela steeds sneller ademen. Met regelmaat kijken we achterom, maar er is niets te zien. We houden het tempo een kilometer of acht vast. Onderweg hijg ik naar Angela dat mocht Rienk ons met dit tempo nog inhalen, hij de overwinning echt verdient. Ik kan niet harder. We lopen na 150 kilometer 11-11,5 per uur.

In het laatste dorpje voor Sint Annen staat een ANWB bordje: nog 5 km te gaan. We kunnen heel ver achter ons kijken. De weg is leeg, net als ik zelf. Angela heeft over, zelf ben ik er wel klaar mee, af en toe rennend, regelmatig dribbelend en af en toe wandelend bereiken we het laatste viaduct voor St Annen. Vanaf dat moment kan ik de looppas vol houden. Na 21 uur en 18 minuten bereiken we de finish.

Rienk komt een uur en 18 minuten later binnen, onze lange sprint was totaal overbodig…

Dick Abee
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]