Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
2 sep 2019
De Grand Raid: een serieuze uitdaging
17 aug 2019
Een geweldige etappeloop: de Holland Ultra Tour
13 aug 2019
Holland Ultra Tour, oftewel: uit in eigen land
1 jul 2019
Alvi Ultra Trail 2019
Verslagen in 2019
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
* 28 jan 2016: Le Trèfle à Quatre Feuilles van Olne: een fraaie loop door een winterwonderlandschap
* 24 jan 2016: Rond Callantsoog komt de maan door, wat een sprookje
* 19 jan 2016: NEPAL 2016
* 7 jan 2016: Bromo Tengger Semeru 100 Ultra, 2015, 170K (DNF ~100KM,+5218m, 23:00:00?)
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Januari 2016
 
In Olne, een landelijk gelegen dorpje ca 25 ten zuidoosten van Luik, wordt sinds jaar en dag een alleraardigst loopevenement georganiseerd: le Trèfle à Quatre Feuilles, oftewel het Klavertje Vier. Het parcours bestaat uit vier ronden van 12, 11, 10 en 9 km in de vorm van een klaverblad. Lopers zijn vrij om te bepalen hoeveel ronden (boucles, in het Frans) ze gaan doen. Dus er is voor elk wat wils. Het parcours is grotendeels onverhard en gaat over smalle paden en boerenlandweggetjes. Ook gaat het parcours diverse malen door eeuwenoude diep weggesleten paden in het heuvellandschap. Bij regenval zijn deze paden tegelijk beeklopen waardoor het onvermijdelijk wordt om schone en droge schoenen te houden. Reken er maar op dat je af en toe tot aan je enkels in de smurrie loopt. Maar ach, dat is de charme van een trailachtig parcours en een doorgewinterde trailer is met trailschoenen daarop berekend.

Olne is een vrij regelmatig terugkerende marathon op m地 loopkalender. Ik had deze loop al vijf keer eerder gedaan: in 2006, 2009, 2011, 2012 en 2015. De 2016-editie zou anders worden dan alle voorgaande. Volgens de weerberichten lag in de Ardennen een dik pak sneeuw. Dat beloofde wat. Ik zag al een dikke laag sneeuw voor me, waar we als hardlopers doorheen zouden moeten ploegen. Voor de autorit naar Olne nam ik sneeuwkettingen mee en heb daarmee zelfs nog even geoefend op de reserveband van m地 auto. Om in een dichte sneeuwjacht uit te moeten vinden hoe je zo地 ketting moet aanbrengen, zag ik niet zitten. Tijdens de rit naar Olne viel het met de sneeuw geweldig mee. De sneeuwkettingen konden in de box blijven.

Wat de 2016-editie ook bijzonder maakte, was dat we met een grote groep op pad waren gegaan. We waren met ruim 30 man/vrouw. Dit is voor onze hardloopvereniging een absoluut record. Drijvende kracht hierachter was Joos, de onvermoeibare organisator en planner van allerlei looptrips. Joos had ook in 2006 onze eerste looptrip naar Olne georganiseerd. In de loop der jaren is wel een en ander aan de Trèfle veranderd. Het deelnemersveld was in het begin nog heel bescheiden. Het zullen om en nabij de 100 lopers zijn geweest. Inmiddels waren het ruim 750 in 2016. Ook het sportgebouw bij het sportveldencomplex heeft een complete metamorfose ondergaan. Vijf jaar geleden stond er nog een houten barak met enige spartaans uitgeruste doucheruimtes. Nu staat er een groot, modern sporthallencomplex waar een dorp als Olne goed mee voor de dag kan komen. Wat wel onveranderd is gebleven, is gemoedelijkheid tussen de lopers en het trailachtige parcours met zijn vele sluip-door-kruip-door-paden.

Om even na tien uur in de morgen was de start. Het beloofde een prachtige dag te worden. De lucht was op dat moment nagenoeg wolkenloos. Ook was het vrijwel windstil. De temperatuur lag nog net onder het vriespunt. De omstandigheden om te gaan hardlopen en te genieten waren ideaal. Bij enkele fotomomenten van het parcours, wil ik even stilstaan.



De eerste ronde van de Trèfle

De eerste ronde heeft van alle vier de ronden alle superlatieven in zich. Het is de mooiste, de langste, de zwaarste maar ook door de diverse glibberpartijen heuvelafwaarts, de meest enerverende. Kort nadat we Olne achter ons hadden gelaten, maakte we een scherpe afdaling naar het eerste dal. Vanaf de heuveltop was een wijds uitzicht op glooiende heuvelruggen waar weilanden en houthakkersbossen elkaar afwisselen. Midden in het weiland voor ons stond een eenzame, noestige appelboom waarvan de kruin was vergeven van groene maretakbollen. De maretak is een parasitaire plant die zich via uitwerpselen van vogels op boomtakken verspreidt en zo een nieuwe gastheer vindt. Een andere bijzondere boom betrof een oude eik die ik met maximaal tegenlicht heb gefotografeerd. De silhouetten van de takken worden dan extra benadrukt. Elk twijgje, hoe dun ook, wordt dan zichtbaar. Eenmaal beneden in het dal aangekomen, liep het parcours om de muren van een oud kerkhof heen om vervolgens over ruim een kilometer lengte te gaan stijgen. Bovenop de heuveltop was een fraai uitzicht op het omliggende land. Uit het noorden kwam bewolking opzetten. In het begin was het nog een sporadische wolk, maar al gauw werd het een compact wolkendek met laaghangende sneeuwwolken. Zouden we sneeuwbuien krijgen? Dat zou een bijzondere ervaring worden. Vooral als er zware sneeuwval zou komen met maar een paar meter zicht. Probeer dan maar al spoorzoekend op de route te blijven. Ergens verheugde ik me al op zo地 spoorzoek-editie. Wat kleding betreft was ik op alle weersomstandigheden berekend. Ik had ook een muts en handschoenen bij me en zou me daarmee prima kunnen redden. Kort na de verzorgingspost van de eerste ronde volgde de lange afdaling over het gras van een weiland. Het dreigende wolkendek bleek toch niet zo dik als aanvankelijk leek en na een kwartier kwam de zon weer terug. Nu volgde het parcours over een sterk dalend modderpad tussen de struiken. Dat pad lag ook nog vol met keien. Voor mij zag ik een rij lopers heel voorzichtig naar beneden stappen, beducht om uit te glijden. Maar bij iedereen ging het goed.

We passeerden het dorpje Nessonyaux en gingen via een ander diep uitgesleten glibberpad weer omhoog. Tussen de bomen zag ik een herder lopen met zes geiten: vier witte en twee zwarte. De herder liep in een donkere jas met capuchon en had een dunne, manshoge staf bij zich. Ik was verrast om dit tafereeltje hier te zien. In Griekenland was ik bij m地 trails wel enige malen geiten- of schaapherders tegengekomen, maar in Olne nog niet. Ik wilde de herder vanachter een bomenrij fotograferen. De foto werd anders dan ik bedoelde. De lens van m地 fototoestel focuste zich niet op de herder met geiten, maar op de bomentakken waardoor de doornachtige takken haarscherp in beeld kwamen. De herder met zijn kudde staan wat wazig op de achtergrond. Per saldo werd het onverwachts een prachtige plaat. Deze fotoactie kostte bijna m地 fototoestel. Ik keek nog naar de herder toen ik weer begon te rennen en zag op de grond niet een grote vastzittende kei zitten. Ik struikelde over de kei en kwam languit in de modder te liggen. 鉄ufferd! dacht ik, 適ijk ook dan voor je!. Ik had gelukkig nog wel de tegenwoordigheid van geest om het fototoestel zo veel mogelijk beschermd in m地 linkerhand te houden, zodat die niet in de modder verdween. Per saldo viel het allemaal mee. Er waren hoogstens wat modderspatten op de achterkant van de camera gekomen, maar de lens en sluiter waren gelukkig schoon gebleven. Er volgde nog een lang recht pad tussen de weilanden waarvan het laatste stuk een grote zuigende modderzooi was geworden. Tsja, dit is het lot van de wat langzamere loper. Daarna kwam ik weer bij de sporthal van Olne waar de centrale verzorgingspost was ingericht. Bij de verzorgingspost klokte ik 1:44:51.


De tweede ronde

Wat een groot verschil met de eerste ronde! Ik had opeens alle ruimte om me heen om te lopen. Ik genoot van het winterse landschap. De mooiste richting om foto痴 te nemen was geheel met de zon mee. Dan zijn de kleuren het sterkst. Op de grond zag ik een wit sneeuwdek en in de verte allemaal donkere silhouetten van bomen en struiken. En in de azuurblauwe lucht dreven dreigende laaghangende wolken die aan de bovenzijde wit en aan de onderzijde muisgrijs waren. Het bijzondere was dat de wisseling tussen zon en schaduw heel snel verliep. Scheen de zon weer, dan was de dreigende atmosfeer meteen weer verdwenen. Ongeveer halverwege de tweede lus kwam ik Jeroen en Petra tegen en kort daarna nog een groep roadrunners. Het parcours passeerde weer een dorp (Saint-Hadelin) en vervolgde over een heuvelrug vanwaar je een wijds uitzicht hebt over een langgerekt dal met de volgende heuvelrug aan de overzijde. Bij een vlak, hooggelegen weiland maakte ik nog een foto die fraai is door zijn eenvoud. Ik fotografeer nu recht tegen de zon in. Gewoonlijk raakt een foto dan overbelicht, maar door een dunne wolk voor de zon was dit nu niet het geval. De lucht was grotendeels open met alleen aan de horizon nog enkele wolkenbanden. Links op de foto staan enkele kale knotwilgen waarvan de takken en twijgen een verfijnd contrast vormden met de lucht daarachter. Vlak voor het einde van de tweede ronde kwam ik Jeroen en Petra nogmaals tegen en dit was nog niet eens voor het laatst. Vlak voor de verzorgingspost bij de sporthal stond een uitgelaten groep roadrunners de nog lopende roadrunners te supporteren. Een sympathiek troepje was dat. Ook huisgenoot Leon stond daar en wel in zomerse outfit, dat wil zeggen in t-shirt en korte broek. Dat stak enigszins af ten opzichte van de kleding van de anderen, die allemaal waren gehuld in dikke winterjassen. Bij de verzorgingspost trof ik ook nog Joos aan. Hij liep een ronde voor op mij. Als ik onze foto zo zie, dan hebben beide heren van de 100-plus marathons het prima naar de zin.


De derde ronde

De derde rond was een compleet verlaten vallei. Dat wil zeggen: ik heb vrijwel geheel alleen gelopen. Af en toe zag ik een loper voor of achter mij. Het was een mooie ronde met aardige doorkijkjes en vergezichten. In de bossen lag verassend weinig sneeuw, maar op de open akkerbouwlanden des te meer. Een wat moeilijk punt was de passage van een snelstromende beek van ruim een meter breed. Gewoonlijk zou ik met droog weer met een sprong de beek zijn overgestoken, maar nu waren beide schuine, modderige oevers erg glibberig. Ik dacht aan m地 camera en besloot daarom een droge schoen op te offeren. Met een grote stap stond ik midden in het water en met een tweede grote stap stond ik al op de overkant. Kort na deze passage volgde een lange stijging omhoog. Bovenop de heuvelrug zag ik een prachtig schouwspel. Ik keek uit over een recht, schuin omhoog lopend weiland met aan de zijkanten enige bomen met mooie symmetrische kruinen. De lucht was nu strakblauw en aan de horizon dreven drie grote laaghangende wolken, die door de laagstaande zon zijwaarts werden aangelicht. De wolken hingen dermate laag alsof het leek dat ze over de grond kropen. Heel fraai allemaal. Andere mooie fotomomenten betroffen paarden in de sneeuw met op de achtergrond de fijne paarskleurige twijgen van een bos in een diep dal en kort daarna zag ik een groep wat verweesd uitziende paarden bij een hooivoederbak. Bij het voltooien van m地 derde ronde kwam ik weer het uitgelaten troepje roadrunners tegen. Bijna iedereen van de roadrunners was gefinisht. Alleen de rennende fotoreporter had nog een laatste ronde voor de boeg.


De vierde ronde

De vierde ronde is de kortste en ook de makkelijkste ronde. De heuvels zijn minder hoog en er zijn ook geen sterk aflopende paden die tegelijk ook beeklopen zijn. Een bijzonder bouwwerk is de watertoren van Olne. Het is een ronde toren met een hoogte van ongeveer 15 meter en een diameter van 7 - 8 meter. Bovenop het dak is een scherpe spits gebouwd waardoor de toren een wat kasteeltorenachtig aanzien krijgt. Een ander aardige fotoshot is die van een Japanse kwee. Dit is een ca 2 meter hoge struik met kale, lange rechte takken. Aan de kale takken zitten grote rood-roze bloemen met lange gele meeldraden. Tussen al de sneeuw die ik die dag had gezien, leefde ik in een soort zwart-witfilm. Om dan opeens iets roodbloeiends te zien, is een prettige gewaarwording. Een ander markant punt betreft de oversteek van een kale maïsvlakte. Gewoonlijk is het klunen over de kleverige hompen klei, maar de vorst had de grond nu hard gemaakt. Bovendien vormde de sneeuw een prima afdeklaag op de klei. De oversteek van het maïsveld was ditmaal goed te doen. Hierna ging het parcours door het dorpje Soiron, waarna nog één heuvelrug bedwongen moest worden. Dan was de klus geklaard.

Om 16.46 uur passeerde ik de finishlijn bij de sporthal. Ik zat ver in de achterhoede van het deelnemersveld. Maar ach, wat deert het. Het belangrijkste is dat je lekker buiten bezig bent en geniet van alles wat je ziet. 鼎ourir pour le plaisir is de slogan van Le Trèfle à Quatre Feuilles. En daar kan ik me helemaal in vinden.



Raymond Barkman

NB. De link naar de fotoreportage die Raymond maakte is: https://onedrive.live.com/?authkey=%21ALPOf%2DBZEWTR%5FfY&id=71101E3F30474EA9%2115502&cid=71101E3F30474EA9 Als je de link Kopieert dan werkt het.
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Aanloop
Vanaf begin december ben ik overgestapt op bijna alleen strand-trainingen, dit om zoveel mogelijk voorbereid te zijn op deze nachtloop. Ook probeer ik met zo min mogelijk kleding mijn korte training te doen om goed aan de kou gewend te zijn. Ik heb met Renata afgesproken om de loop samen te gaan doen. Ik heb de 50 km al 1 maal uitgelopen, in 2014. In 2015 moest ik uitstappen bij 25 km. In 2015 liep Renata de 25 km met windkracht 8 tegen. We hebben al eens samen de Amsterdam Marathon gelopen en we lopen ongeveer het zelfde tempo. Samen met Renata heb ik 3 weken voor de loop al de lagune bij Camperduin en het stuk bij Petten bekeken zodat we niet verrast worden in het donker. Weken voor de 22e controleer ik de weersvoorspellingen al. De laatste week gaat de temperatuur nog onder het vriespunt, zou dit nog roet in het eten gaan gooien? Maar net op tijd stijgt de temperatuur weer en zelfs de regen zal na middernacht overgetrokken zijn.

De Nachtloop
Rond 21:00 uur verzamelen bij Hotel Wienerhof in Den Helder samen met Marcel die vannacht mee gaat. Renata is er ook al bezig met haar voorbereiding. Veel bekende gezichten kom ik tegen zowel onder de lopers als het verzorgingsteam. François is inmiddels al vertrokken nadat hij hier zijn verzorgingspost heeft gehad tijdens zijn 100 mijl die is vanmiddag om 14:00 bij de noordpier in IJmuiden gestart en heeft al zo地 60 km gehad. Rond 22:00 vertrekken de lopers van de 100 km en de 75 km en op dat moment is het nog niet helemaal droog. Rond 22:15 kijk ik nog 1 maal buiten rond, het is droog, en ik besluit om zonder regenjasje te starten. Samen met Renata start ik achterin de groep van de 50 km. We lopen op de dijk voor mijn gevoel in de 3e grote groep. Al snel groeit de groep uit tot een man of 12. Een loper met het startnummer 112 doet het meeste kopwerk. Aan het einde van de dijk besluit ik snel het strand op te gaan terwijl velen voor me nog hoog blijven lopen.

Lampjes uit
Eenmaal op het strand verkies ik de vloedlijn samen met Renata. Velen volgen ons. Het is een leuke groep waarmee we lopen en er wordt veel gekletst. Tot Julianadorp lijkt de wind tegen te staan, maar daarna voel ik het eigenlijk niet meer of de wind is gedraaid naar het westen. Rond Callantsoog komt de maan door, wat een sprookje. Ik loop inmiddels al zonder lampje en vele doen hun lampje ook uit om nog meer van de omgeving te genieten. Vlak daarna is ook de eerste ster te zien. Ik neem af en toe een gelletje en een banaan. We lopen inmiddels al 2 uurtjes, maar de tijd is omgevlogen. Ik laat de groep even los voor een plas pauze, redelijk makkelijk kom ik weer terug bij de groep. Wel zie ik nu dat de loper met 112 die het kopwerk op de dijk deed een stukje achter loopt. Bij Petten kijk ik al uit naar de grote berg waar Rinus moet staan met de verzorgingspost. Omdat het bergduin nog niet in zicht is pak ik toch maar weer drinken uit mijn rugtas. Dan lopen ik en Renata beetje bij beetje bij de groep weg. Misschien wel omdat we de verzorgingspost zien staan. Ook Chris staat hier op het strand, hij zegt dat we even naar boven toe moeten. Op de trap voel ik wel even mijn benen vol lopen. Boven staan Rinus en Linda met de verzorging. Goed geregeld maar we moeten door want ik krijg het koud bij het stil staan.

Langs de Hondsbossche Duinen
Samen met Renata ga ik het strand weer op. Waar de rest van de groep is weet ik niet. We lopen over het nieuwe strand, voor ons lopen we het ene lichtje naar het andere voorbij. De omstandigheden zijn eigenlijk perfect, 8 graden met volle maan en sterrenhemel. Ik voel me nog steeds sterk en Renata ziet er ook sterk uit. Rond Camperduin staat Marcel vlak voor de lagune. Hier drink ik wat cola en vul mijn bananen en repen aan. Ook sturen we een aantal lopers links langs de lagune. Voorbij de lagune komt een loper met geel jasje bij ons lopen en we kletsen nog steeds heel wat af. Het is nu nog 7 km naar Bergen , dan 5 naar Egmond en dan weer 7 naar Castricum. Het stuk naar Bergen toe is erg taai, het is een beetje een donker gat waar je naar toe loopt. Dan ineens is daar toch het bekende huis wat in de duinen staat. En een grote verrassing: Chris staat hier naast een jeep met een kampvuurtje. We krijgen zelfs thee aangeboden. Geen idee welke mensen hier midden in de nacht een verzorgingspost hebben geregeld maar het is ontzettend leuk. Overigens stonden deze mensen hier in 2014 volgens mij ook al.

De laatste loodjes
Dan door richting Egmond. Inmiddels beginnen mijn benen een beetje te kraken. De soepele tred is eruit. Ik bedenk me dat de halve JKM nog verder is dan 50 km. Maar de vuurtoren komt dichterbij. Inmiddels wijst Renate mij erop dat ik niet meer zo veel praat. Na de vuurtoren probeer ik De Deining te zien. In de verte zie ik wel IJmuiden liggen. Dan eindelijk zie ik de hoge mast op het strand. Volgens Renata is het nu nog 4 kilometer. Wat een tegenvaller, nog 4km? Wel zie ik de eerste vallende ster. Voor ons loopt een groepje van 5 lopers, maar we komen niet echt dichterbij. Jammer genoeg hebben we vannacht geen zeehond op het strand gezien. Dan eindelijk de Deining inzicht. Maar is het nu nog 2 km of nog maar 500 meter? We blijven hobbelen en net boven de 6 uur lopen we De Deining binnen.

Onze finish
Niemand te zien?? Weer buiten horen we dat we binnen rechts door een deur moeten. En ja hoor daar zit iedereen. Rinus en Linda ontvangen ons met een medaille. Aan een tafel zit Peter Mooij, hij moet zo direct nog 50 km verder. Ik heb respect voor hem , want ik zou het niet meer kunnen. Renata en ik hebben ons doel gehaald. Binnen even lekker doorwarmen bij de openhaard en wat eten en drinken. Er zitten aardig wat mensen binnen. Peter Mooij vertrekt weer richting de Pierenwaai. Na het nagenieten kleden we ons om voor de terugrit naar huis. Om 6:30 uur schuif ik mijn warme bed in.

Rinus en het Dutch Coast Ultra Team bedankt. Marcel en Chris bedankt voor de ondersteuning en Renata bedankt voor het kletsen onderweg. We hebben het gehaald!!

Groet,
Matthieu Magielsen
(mp.magielsen <> quicknet.nl) 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Ik ben in Nepal geweest en heb deelgenomen aan twee lopen. De Kathmandu Ultra op zaterdag 2 januari en de Batase Trail op zaterdag 9 januari. Door de week heb ik met mijn Nepalese vriend en ultraloper Upendra Sunuwar een mooie tocht gemaakt in het district Sindhuli, waar ik nog onderwerp van een ceremonie ben geweest. Nepal is een land, dat me zeer aantrekt. Allereerst vanwege de schitterende natuur en de hoge bergen. Maar ook de vele tempels en de oude schatten die het land rijk is.
Helaas bevindt het land zich in een crisis. Niet alleen vanwege de 2 verwoestende aardbevingen van 2015. En het wegblijven van de toeristen, waardoor er ook nog eens minder inkomsten zijn. Maar er speelt helaas nog iets, wat in onze lage landen minder bekend is. Er is een grensboycot aan de Indiase grens met als gevolg dat er geen goederen vanuit India naar Kathmandu komen. En dus is er een groot tekort aan bepaalde dingen. In de eerste plaats brandstof, daarna medicijnen. En dat terwijl er velen gedwongen zijn de winter in tenten door te brengen. En de nachten zijn zeer koud, brrrrrrr. Gevolg is natuurlijk een houtkap; er is geen andere keus. De oorzaak van de grensboycot is natuurlijk een heel lang politiek verhaal. Het lijkt er op dat 滴indoe波rootmacht India haar Hindoe-buurland dieper in de crisis probeert te duwen.

KATHMANDU ULTRA, 75km, ruim 4000 hoogtemeters

Ook mogelijk 50km, 30 km en 12km. In de week voor deze loop heb ik me rustig gehouden. Oa 1 nacht doorgebracht in Nagarkot op 2000 meter om aan de hoogte te wennen en de besneeuwde bergen van 7000 + te bewonderen. Verder verbleef ik in het Dev Guesthouse in Lalitpur. Het ligt iets hoger (1200 meter) dan Kathmandu met haar stof en smerige uitlaatgassen. (Ondanks de boycot wordt er veel benzine op de zwarte markt verhandeld). Dev Guesthouse is een mooi en netjes pension met een hele aardige eigenaar. Ik heb er een aantal keren genoten van de Dal Bhat.
Oorspronkelijk zou de loop gehouden worden in het Shivapuri park ten noorden van Kathmandu. Maar helaas is er geen toestemming van de eigenaar gekregen, waardoor organisator Richard Bull gedwongen is de loop te verplaatsen naar plan B in Godawari, 1400 meter hoog, ten zuid-oosten van Kathmandu. Ook het alternatief is een mooie tocht geworden. Misschien een paar km minder, maar wel gecompenseerd met extra stijgingen. Gemiddeld lopen we op een hoogte van 2000 meter. Echter voor Richard en zijn team heel veel extra werk, oa vanwege de markering.

Zaterdag 2 januari zijn we om 4.30 uur gestart. De eerste 2 uur pikdonker. Gelukkig heb ik een goede koplamp. Ik heb er nog wat mee geoefend in de bossen van Driebergen, waar ik van coach Ann Zonneveld nog wat goede adviezen heb meegekregen. We beginnen de loop over een beetje glooiende jeep-road; brede weg met veel zand, keien en kuilen. Na 10 km volgt er een pittige klim over een smal trail-paadje. Omhoog tot 2100 meter. Omlaag moeten we even de weg zoeken. Ik loop in een groepje van een man of 7 uit landen als Indonesië, Maleisië, Thailand, China. Even later maakt het paadje een sprong van zeg 150 cm naar onderen. We schieten keihard in de lach en daarna hebben we elkaar ondersteund om omlaag te komen. Blij dat ik in een groepje zit.
En dan aan de linkerkant een mooi uitzicht naar de hoge besneeuwde bergtoppen. Dit kleurt bij zonsopgang rood, terwijl de rest van de berg nog donker is. We pauseren even en we maken een groepsfoto met elkaars camera. Even later is er de verzorging op 16 km met een zoute snack en banaan.
Na de post loop ik verder met Hong Jiang uit Shanghai. We hebben elkaar de dag tevoren al uitgebreid gesproken. De weg loopt over een jeep-road omlaag. En vergezichten over rijstvelden. En een Hindoetempel. Na 24 km en 3 uur 50 minuten lopen de volgende verzorging op 1500 meter hoogte. Bijtanken, want nu komt de grote en lange klim.

Liefst 8 ½ km verderop ligt de berg Pulchowki, 2750 meter hoog. De weg is afwisselend steil en beloopbaar, langs bossen en open stukken. Een stukje over bevroren ondergrond. Af en toe even uitpuffen om de ademhaling rustig te laten worden. En om het uitzicht te bekijken. Je moet op zo´n klim niet deemoedig worden, omdat ie zo lang blijft duren. Mijn ervaring is, dat eenmaal als je boven bent en je even pauzeert dat dan de energie weer terugkomt.
Ik arriveer na 6 uur en 5 minuten lopen op de Pulchowki-berg. Waar gelijk een bord met noodles in mijn hand wordt gedrukt. Op de top is een militaire basis en de soldaten zijn er ook present. Ik praat wat met de verzorgers, maar we zitten net niet helemaal op de top. Daarom vraag ik, tot vermaak van iedereen, of ik helemaal naar boven mag. Dit kan onder begeleiding van een soldaat. Helemaal boven heeft hij met mijn camera een foto van me op de top gemaakt. Met het uitzicht naar de Himalaya, waar ook de Everest zich heeft getoond. Als ik boven ben, dan wil ik er wel even van genieten.

We gaan weer omlaag over een jeep-road. Tot mijn verrassing springt er van links uit het struikgewas een aap op de weg, steekt de weg over, en verdwijnt weer aan de rechterkant. Einde aap. Even verderop is er een splitsing en slaat mijn 75km linksaf, waar de 50 km rechtdoor gaat. Vanuit de tegenrichting komt de 30 km omhoog geklommen. Zo loop ik Joop Terwiel tegen het lijf. Ik was van de week nog bij Joop en zijn vrouw Nellie langs geweest in hun hotel. We kennen elkaar van de vorige tocht in Nepal. Joop zei achteraan te zullen lopen, maar ik kwam nog veel lopers na hem tegen. Zij steil omhoog ik idem omlaag. Over trappetjes in een mooi bos.
Beneden op 40 km is de volgende verzorging. Zij zitten op de grond in een tent. Daar heb ik een drop-bag met eten en kleding. Ik kleed me om en geef de kleding retour. Even later passeer ik nog een reuze-standbeeld van een blauwe Shiva. De god kijkt uit over een vallei. Helaas heb ik geen ideale posite gevonden om hem goed op de foto te zetten.

Tot de 50km is de weg makkelijk te belopen, waarbij ik wel zo stom ben om te vallen (zonder gevolg). Maar dan mogen we steil omhoog over een bergpaadje een mooi dennenbos in. Lekker beschut en nog net een uitzicht op het dal. Rennen is uit den boze, want daarvoor is het paadje veels te smal. Maar ik kan ook in de wandelpas flink uit de voeten. Na 56km een verzorging midden in het bos. De mannen zitten hier al de hele dag.
Na de post 4 km continu omhoog. Het zwaarste gedeelte van de loop, want ik had geen flauw benul hoe lang het klimmen is en dan zijn 4 km heel veel en duurt het hééééél erg lang. Zeker als de zon laag staat. We lopen omhoog over een afsnij-paadje van een jeep-road. Gelukkig komt ook aan deze klim een eind en worden we verrast met een extra verzorgingspost. Ik denk dat de post de functie heeft om eventuele afsnijders te betrappen. (op alle posten worden onze startnummers en doorkomsten genoteerd). 60 km in 12 uur 30 minuten.

Nu mag ik omlaag over het volgende bergpaadje. Wel met de lamp op, want het is weer eens donker. Vanuit de rugzak hoor ik dat de batterij van de telefoon bijna op is. Hoe kan dat nou? Want aan de start was ie bijna vol. Het blijkt dat op grotere hoogtes het bereik niet overal even sterk is en dan moet de batterij veel meer werk verrichten en loopt ie dus sneller leeg. Weer wat geleerd. Na 65 km de laatste checkpost, die me vertelt dat ik 9 km van de finish ben, voornamelijk omlaag. Dat scheelt weer. Ik realiseer me dat ik ruim 6 uur geen lopers meer ben tegen gekomen. De laatste kilometers loop ik met een tevreden gevoel omlaag wetende dat ik na 3x eindelijk een loop in Nepal mag uitlopen. Dat er nog een stuk van 2 km met smalle bergpaadjes tussen zit, maakt me echt niets meer uit. Het enige zorgpunt is de markering. Later hoorde ik dat velen verkeerd zijn gelopen en dat sommige pechvogels Helaas een vervelende situatie, als gevolg van het vele extra overwerk waar de organisatie mee te maken heeft gehad.
Ikzelf heb vanaf de Pulchowki berg geen enkele markering gemist. Oftewel over het gedeelte, dat ik alleen heb gelopen. Als je alleen loopt, ben je waarschijnlijk wat meer alert. Na 15 uur 26 minuten en 23 seconden zit deze mooie dag er op. 75 km ruim 4000 hoogtemeters. De eerste 2 uur en de laatste 2 uur in het donker gelopen.

Uitslag
https://docs.google.com/spreadsheets/d/1Womx1t2xoInVwX2F3S1ueNBqpMg4DyryBeL0sDckrnQ/edit?pref=2&pli=1#gid=84019320

SINDHULI

In 2013 heb ik 4 dagen in Langtang gelopen met Nepalees ultraloper en skyrunner Upendra Sunuwar. Upendra is een gepassioneerd ultraloper. Hoe hoger en hoe moeilijker het paadje hoe beter. Zo heeft Upendra de etappeloop van Annapurna Base Camp naar Everest Base Camp gewonnen. Een loop van gigantisch veel kilometers met verscheidene passen boven de 5000 meter. Als ik met hem praat over rennen dan voelen we de gedeelde interesse run, run, run. Up, up, up. Ik heb Upendra de opdracht gegeven een mooie locatie uit te zoeken en daar een paar dagen te lopen. De keuze is gevallen op zijn thuisdistrict Sindhuli. Het is daar niet zo hoog, maar er zijn daar veel paadjes en het is er hardstikke groen. Als basis kozen we de woning van zijn zus in districtshoofdstad Sindhulimadhi. Ook zijn ouders wonen hier.

De busrit Kathmandu-Sindhulimadhi is een mooie rit van 4 ½ uur over een weg van hele goede kwaliteit. Weinig gehobbel. De weg is 15 jaar geleden gebouwd namens de Japans-Nepalese betrekkingen. Voor deze weg er was, reed je tussen deze 2 plaatsen wel 3x zo lang! Upendra heeft me ook laten zien hoe ze in Nepal leven. Je ziet hier een heel andere kant van het land, dan wat je op de beroemde (toeristische) trekkings-routes ziet. Ik heb in 4 dagen dan ook geen enkele niet-Nepalees gezien. Enig nadeel is dat mineraal-water niet overal verkrijgbaar is. Maar gelukkig kunnen we dat combineren met thee. Hoewel het (berg)water hier beter is dan in Kathmandu, mag ik het absoluut niet nemen.

Op de eerste dag hebben we eerst 15 km gerend, waarna we zijn overgegaan in de wandelpas. Upendra heeft al geconstateerd dat ik wel kan doorwandelen. In totaal overbruggen we deze dag liefst 45 km. Omdat we lang op 500 meter hoogte zitten, is het vandaag flink warm geworden. 22 graden, mijn warmste dag in Nepal. Ook veel zon gevangen. Mooie route langs rijstvelden, oude bomen. In de middag komen we veel kinderen tegen die van school naar huis lopen. Ze kijken me heel verlegen aan en er komt een lachje als ik 創amasté tegen ze zeg.
We eindigen de dag in een dorpje, 10 huizen, op een pas van 1100 meter, even hoog als Kathmandu. Vanaf hier is er een mooie zonsondergang boven het dal te zien, maar ik vergeet hier op te letten. In de lodge zitten we aan een vuur met een man of 10. Ik leg uit dat Nederland geen bergen heeft, aan de zee ligt en dat er zelfs gedeeltes onder zeeniveau liggen. De reacties zijn eensgezind: 砺ery dangerous country. Ik raak in gesprek met politieman Soman, die me vertelt dat hij iedere morgen om 5 uur een bad neemt in de rivier (beek), brrrrr. Ik heb zijn aanbod om mee te gaan toch maar afgeslagen. Ik eindig deze dag met dal bhat en meer dan 1 liter thee.

De volgende dag vertrekken we om 7.30 uur en vandaag is het up, up, up. Met hele mooie vergezichten. En diep onder ons een riviertje. Oooops, we mogen dat riviertje oversteken en daarna lekker stijgen naar een veel hogere plaats. We stijgen samen met een Nepalees gezin, dat gevijfen ook omhoog moet. Hun tempo is gelijk aan mijn tempo. Om 11.30 uur arriveren we in het laatste bergdorpje voor ons einddoel de Phikkal, berg met uitzicht. Omdat er bewolking is, besluit Upendra te wachten tot de volgende dag en de berg bij zonsopgang te beklimmen. In dit dorpje zie ik de akkervelden en op de achtergrond de laatste klim. Een paar huisjes over een grote afstand verspreid. Ik ben helaas de naam van het dorp vergeten; ik kan het op geen enkele kaart (of Google maps) terugvinden, ook Wikipedia levert geen resulltaat op.
Ik zie een groep mensen onze kant opkomen. Blijkt het dat ze naar mij komen. Ik ben namelijk de eerste toerist die de Phikkal gaat beklimmen. De Nepalese regering heeft een project opgestart om het toerisme in Sindhuli te bevorderen. Daarom wordt er op de Phikkal een uitkijktoren van 20 meter gebouwd. Het dorp gaat dit merken, vanwege meer ontwikkeling en dus ook meer toeristen. Ik krijg een Thikka, oranje stip, op mijn voorhoofd en een drietal bloemenkransen omgehangen.
Daarna worden we in de school uitgenodigd en spreek ik met de leraren, van wie een aantal Engels spreken. Ik praat wat over de kinderen die ook les krijgen in broken English. De jongste klas krijgt les in een tent, omdat hun klaslokaal onveilig is als gevolg van de aardbeving. De gong gaat en de dag zit er op. Alle kinderen komen tevoorschijn en gaan naar huis. Sommigen moeten nog anderhalf uur omhoog lopen.
De avond is gevoelsmatig de koudste avond die ik Nepal mag meemaken. Bij het eten loop ik te rillen van de kou. Ook leraar Dev is hierbij aanwezig, hij is een vriend van de broer van Upendra. Op de plek waar we overnachten, heeft hij ook een kamer. Het dorp heeft voor mij voor deze nacht wat extra dekens georganiseerd. Echt heel aardig. Er is een schitterende sterrenhemel. Zoals bijna overal in Nepal zodra je Kathmandu verlaat.

Op donderdag 7 januari is het zover. Om 6 uur vertrekken we. We nemen een kop thee en we krijgen brood en eieren mee. Tesamen met een lokale bewoner gaan we met zijn drieën omhoog. Ik had me op een langere klim voorbereid, maar na 30 minuten staan we al boven. Met fantastisch uitzicht op de hoge bergtoppen. Het mooiste is de Gauri Shankar. Ook de Everest is in beeld, maar niet de top, want die zit in de cloud. Aan de andere kant kan je tot in de terrai van India kijken. En opzij een bergkam met wat dorpjes. Als je boven bent, dan moet je er ook even van genieten. We zijn een uur gebleven. De mooiste maand om deze plek te bezoeken is maart als de bloemen rood bloeien. Upendra heeft het al over een ultraloop naar de Phikkal.
Al met al is het een mooie tocht geweest. Ik kan een ieder die naar Nepal gaat Upendra van harte aanbevelen. Je krijgt een geïnspireerde ultraloper mee. En als je wil afwijken van de toeristische routes, neem je de Phikkal.

BATASE TRAIL, 31km, 1300 hoogtemeters

Ook mogelijk 24 km en 10 km. Als laatste in mijn verblijf in Nepal, heb ik meegedaan met de Batase Trail op zaterdag 9 januari. Met 31 km is deze loop veel en veels te kort voor een ultra. Wel verwacht ik er beduidend langer over te doen dan de 3.18 die ik 3 maanden terug in de Amsterdam Marathon heb gelopen. Maar de voornaamste reden waarom ik het in dit verslag heb opgenomen, is omdat het weer een heel ander soort loop is. Hele andere sfeer, hele andere organisatie.
Het begint met een gezamenlijke bustocht. Kathmandu-Batase 4 uur. Bus is stampvol en dan kan er best nog wel een muziekgroep bij, aangevuld met de beroemde Nepalese artiest Krishna Kaushal. Ik wist dat Joop, Nellie en Cinta Groos meegingen. Blijken wij de enige niet-Nepali te zijn. En dat maakt het juist heel erg leuk. Omdat Upendra en ik nog op de weg terug waren uit Sindhuli, zijn we in Melamchi in de bus gestapt. Om Melamchi te halen, hebben we op het dak van de volle lokale bus moeten zitten. Helaas door de crisis een situatie die vaak voorkomt. Ik vond het een leuke ervaring, Upendra was er niet blij mee.
Wat we hebben gemist, is dat de Batase-bus onderweg is gestopt en dat er hoog in de bergen is gezongen en gedanst. Om 20.30 uur arriveren we in Batase. Het is een project van Take on Nepal, een Australische organisatie van vrijwilligers die bezig zijn met de wederopbouw. Ze hebben al een aantal mooie gebouwtjes neergezet. En een school, mooi en ruim gebouwd. Een belangrijke rol binnen Take on Nepal is weggelegd voor Som Tamang. Hij komt uit Batase en hij woont nu in Australië. Batase is een dorp op 1600 meter hoogte, met uitzicht op een diep dal.

De loop is een mooi groot geheel, waaraan veel kinderen aan meedoen. De opbrengst gaat naar de wederopbouw. De start is zaterdagmorgen om 7 uur. Cinta, Joop, Nellie en ik kijken onze ogen uit hoe een ieder al druk bewegend een warming-up aan het doen is. Waarna de jeugd al heel gretig aan de startlijn gaat staan. Wij gaan rustig van start en al gauw hangen de buitenlanders achteraan. Het eerste deel mogen we genieten van een mooi uitzicht. In de dorpjes staan vele mensen te kijken. Na 7 km gaan we via short-cut-paadjes steil omlaag naar Melamchi. Daar is een verzorging met reep, snikkers, zout, banaan. Helaas geen mineraalwater. Die koop ik onderweg. Dan de jeep-road naar Talamaran. Na 19 km gaan we verder in de droge rivierbedding. We lopen een lang stuk over grote stenen. Ik heb het geluk een vijftal lopers voor me te hebben. Cinta en Joop hebben dat geluk niet, zij moeten in de stenen de weg zien te vinden.
Gelijk daarna wordt het nog leuker. We slaan linksaf en over 2.5 km moeten we 700 meter naar boven. Wel een mooi paadje en boven leuk uitzicht naar beneden. Ik blijk het tempo van die 5 lopers te hebben, we gaan gezamenlijk omhoog. Af en toe even tot adem komen. De 2.5 km gaat in 40 minuten en ik ben na 3.30 uur boven, 24 km. De winnaars van de 31km zijn al lang binnen. Upendra ook. Boven zit ook Nellie. Ik neem even de tijd. Omkleden, eten en drinken.
De laatste 7 km zijn niet lastig. Eén km sterk stijgen en 6 km dalen. Vooral psychologisch werkt dat goed. Ik krijg onderweg nog gezelschap van een lokale bewoner, die 1 km met me meerent tot onze route een afslag maakt. Met een goed tempo weet ik te finishen in 4 uur 48. Om 12 uur ´s middags. Cinta en Joop hebben vandaag 24 km gedaan.
Waar wij de stenen in de rivierbedding vervelend vonden, vindt Upendra dit juist het mooiste. Helaas is hij fout gelopen en heeft hij 1 ½ km teveel gelopen. Hij is niet tevreden met de 3.10. Wij vinden het een geweldige tijd. Winnaar is Tamang in 2 uur 43.

Na afloop is er een entertainment-programma verzorgt door Krishna en de muziekgroep. Sfeervolle muziek, gelukkig geen Bollywoodmuziek. Het hele dorp is uitgelopen om het (op gepaste afstand) mee te maken. Verder met speciale gasten toploopster Mira Rai (wereldtop) , Minister Shanta Manavi en Manu Humagain, (vrouwenrechten). Op het moment dat we ons willen gaan opfrissen, krijgen we te horen dat we op het podium worden verwacht. Krishna wil met ons gaan dansen. En zo geschiedde het, zeer tot vermaak van het grote publiek. Krishna zingt in het Nepali, geen idee wat, maar men vindt het heel amusant. Ben benieuwd of er filmpjes hiervan zijn.
Nog net voor het donker gaat de bus weer terug naar Kathmandu. De meest memorabele bustocht ever. Drie uur rijden over jeep-road met al dat zand keien en kuilen hoog in de bergen. En meer mensen dan zitplaatsen. Vanuit het raam kan je diep naar beneden kijken. En jawelhaarspeldje, scherp en steil omlaag ... de bus is veel langer. Eerst probeert de chauffeur met zijn 2 bijrijders wat uit, maar helaas. We moeten uitstappen. En dan rijdt de bus eng ver naar (rechts)voren, als het zand onder de wielen gaat schuiven..brrrrrrrr. Uiteraard komt er een briljante oplossing. De bus rijdt zover mogelijk naar (midden)voren en gaat dan achteruit verder omlaag. Gelukkig is er 300 meter weer een haarspeld, waar we dezelfde grap gaan uithalen. Na de tweede haarspeld mogen we weer instappen en gaan we weer vooruit verder. En we hobbelen weer heerlijk verder omlaag.
Aan de andere kant van het gangpad naast me blijkt Krishna te zitten. Op een gegeven moment krijgen we een mandarijn. En voor we het weten gooien we vele malen een mandarijn tegelijk naar elkaar. En voor ik het doorheb, blijkt de halve bus ons spel te bekijken. Leuk. Om 9 uur arriveren we in Kathmandu, een mooie tradionele ervaring rijker.

Tsja, ik heb Nepal van een hele nieuwe kant mogen beschouwen. Uiteraard heb ik ook de verschrikkelijke gevolgen van de aardbeving gezien. En ik weet dat er nog steeds 3 districten in puin liggen, oa Gorkha. Wat ik vooral wil benadrukken is dat er nog heel veel schoons is te zien. En dat de Nepalezen ons graag zien komen.

Nitish Zuidema
(nitishz <> zoho.com) 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Ongeveer twee jaar geleden zag ik de BTS100 (Bromo Tengger Semeru 100 Ultra) in de kalender van de DUV (Deutsche Ultramarathon Vereinigung) staan. Een 100 mijl op Oost-Java, Indonesië? De nieuwsgierigheid was gewekt en ik ben naar meer informatie gaan zoeken op het internet. Niet veel te vinden. Wat filmpjes op Youtube, een paar foto's en wat verslagen. Maar een echte indruk van het parcours gaf dit niet. Ook de site van de BTS100 bevat maar weinig informatie om een goede indruk te krijgen. Informatie die daarbij ook nog tal van tegenstrijdigheden bevat en verouderd is. Zelfs de datum van de volgende editie is niet op de site te vinden. Daarom contact opgenomen met de organisatie. Na drie mails dan eindelijk antwoord. De editie van 2015 staat gepland op 6,7,8 november met voor de 170 kilometer de start om 17:00 uur op vrijdag 6 november. Ondanks de weinig beschikbare informatie toch, eind 2014, het besluit genomen om de BTS100 te gaan lopen en begonnen met het organiseren van de reis. En zoals elk jaar het lopen weer combineren met vakantie.

De BTS100 wordt gelopen in het Nationaal park Bromo Tengger Semeru. Dit park kreeg zijn naam door twee bergen, Mount Semeru (de hoogste berg van Java +3676m), Mount Bromo (bekendste? vulkaan op Java) en de Tengger stam, de bewoners van het gebied. Mount Semeru is een van de actiefste vulkanen op Java. Ongeveer elke 20 minuten komt er een wolk uit de vulkaan als teken dat er weer een kleine eruptie is geweest. Mount Bromo is een toeristische trekpleister met meer dan 500.000 toeristen per jaar. De top van de Bromo is bij een van de laatste erupties geëxplodeerd en uit de daardoor ontstaande krater komt een constante stroom aan rook. De Bromo bevind zich in het midden van een caldera ( krater van een vroegere vulkaan). De caldera heeft de naam "Sea of Sand" en de oppervlakte bestaat uit fijn vulkanische zand en heeft een doorsnee van 10 kilometer. Aan de rand van de caldera liggen een aantal dorpen waarvan Cemoro Lawang de bekendste is. Hier is ook de start en de finish van de vier ( 30K, 70K, 102K en 170K) afstanden van de BTS100.

Omdat de informatie op de site van de BTS100 niet altijd volledig/duidelijke is, vooraf verschillende mails verzonden naar de organisatie. Verschillende adressen. Allemaal met hetzelfde resultaat. Geen antwoord. Alleen van de betaling van het inschrijfgeld heb ik een bevestiging gekregen. Direct op deze mail een reply met mijn vragen. En ja hoor, zoals te verwachten ook hier geen antwoord. Ofwel de enige informatie die beschikbaar is staat op de site. Deze roept echter een aantal vragen op en bevat informatie van het jaar er voor. Zelfs startdatum en dergelijke zijn niet overal aangepast op de site. Bij het verplichte materiaal staat dat je de gedetailleerde kaart van het parcours moet uitprinten en meenemen tijdens de wedstrijd. Op de hele site is echter geen gedetailleerde kaart te vinden. Zo zijn er nog wel een aantal voorbeelden te noemen. Bijvoorbeeld het aantal hoogtemeters. Op de site staan twee getallen. Zowel +12000m als +10000m vind je terug in de tekst en plaatjes op de site. Een van mijn vragen aan de organisatie was een GPX track van het parcours. Omdat het van de kant van de organisatie zeer stil bleef, bij de ITRA International Trail Running Association de GPX track opgevraagd. Bij de BTS100 zijn namelijk UTMB punten te verdienen dus heeft de BTS organisatie een track moeten opleveren aan de ITRA ter controle. Deze track geeft echter weer een andere getal voor de hoogtemeters. Te weten +8600 maar dan wel weer op een net even ander parcours dan op de site van de BTS100 staat. Kortom geen communicatie en onvolledige informatie. Laten we het maar houden op een jonge organisatie!

Op de website van de BTS100 staat ook een lijst met verplichte materialen. Naast het standaard materiaal staat er ook als nummer 13 "Gaiters to prevent from sand insert to your shoes". Deze nog nooit eerder nodig gehad dus aangeschaft. Het werden de "Raidlight Desert Gaiters". Om deze te bevestigen op de schoen moet er rondom, direct boven de zool, klittenband worden bevestigd. Een klusje dat is uitbesteed aan de plaatselijke schoenlapper. De constructie vervolgens getest tijdens een tweetal trails. Eerst tijdens de RunForestRun in Gasselte en daarna nog een keer tijdens de Beartrail in Voeren. Beide keer hadden ze het gewenste effect. Geen zand, steentjes of andere rommel in mijn schoenen. De Beartrail was daarbij ook goed voor één UTMB punt zodat ik weer voldoende punten heb om mee te doen in de UTMB verloting voor 2016.

Een kleine week voor de wedstrijd zijn we vertrokken uit Nederland. Via Jakarta naar Surabaya. Vandaar direct door naar Tertes voor een midweek acclimatiseren. Ons hotel ligt op +840 meter. Hier nog een aantal oefenrondjes gelopen. Zowel wandelen als hardlopen. Ik kan hier ook de nodige hoogtemeter maken om het klimmen weer eens te trainen. Als je wil kan je hier tot ver boven de 3000 meter klimmen (Gunung Ardjoeno, +3339m) maar ik heb me beperkt tot +1200m.

Op donderdag naar Nationaal park Bromo Tengger Semeru. We hebben een hotel in Cemoro Lawang aan de rand van de caldera op 400 meter van start en finish. Ideale plek blijkt, voor uitzicht op de Bromo en de wedstrijd. De vulkaan zelf kunnen we helaas niet op, lezen we. Door verhoogde activiteit van de vulkaan is het binnen een straal van 1 kilometer verboden gebied. Hier loopt echter ook een deel van het parcours! Heeft dit gevolgen voor het parcours? Blijkbaar niet, want zo nu en dan zien we mensen op de kraterrand lopen. Vandaag ook direct "check-in & race number pickup". Over de dropbag zijn nog wat onduidelijkheden. Maar na wat doorvragen krijg ik een witte plastic draagtas (dezelfde die je in Nederland bij de Chinees krijgt :-). Met een zwarte viltstift wordt mijn startnummer (3008) erop gezet. Ook wordt nu duidelijk dat er twee checkpoint zijn waar je de dropbag kan laten plaatsen. De volgende dag krijgen we meer te horen over parcours, checkpoint ed. Er is dan om 14:30 een briefing voor de 170KM. Na de "check- in" nog wat gesproken met andere lopers en de hand geschud met Luc Hapers. Vooraf had ik een paar keer via de mail contact met hem gehad. Via de uitslagen van de 2014 editie (Hij was 1ste op de 102KM) had ik zijn naam gevonden en contact met hem gezocht voor meer informatie over de BTS100. Ook veel nieuwe contacten opgedaan. Omdat je een van de weinige niet-Indonesiërs bent wordt je regelmatig aangesproken. Waar kom je vandaan, welke afstand loopje, .... Veel Indonesiërs blijken een link naar Nederland te hebben. Van de één praat de Oma nog Nederlands, de andere is net nog in Nederland op familiebezoek geweest en de ander gaat binnenkort weer naar Nederland voor zijn opleiding.

Vrijdag 14:30 briefing! Het wordt iets later en blijkt niet alleen voor de 170KM te zijn maar voor alle deelnemers? Bosbranden op de route naar Mount Semeru en de straal van 1 kilometer verboden gebied blijkt nog steeds van kracht voor de Bromo. Gevolg het parcours wordt drastisch aangepast. De bosbranden en de verhoogde activiteit van de Bromo is al een tijdje bekend maar alle informatie die beschikbaar is voor de lopers laat nog steeds het originele parcours zien. Briefing verloopt chaotisch. Helaas spreekt maar één van de beide sprekers basic "Basic English" (simplified language Basic English, Charles K. Ogden, 850 woorden) en doet dit, met zeer zachte stem, voor een groep van 100+. Gelukkig neemt een van de deelnemers van het vorige jaar het woord en worden de lopers die niet Indonesisch verstaan ook voorzien van informatie. Uiteindelijk blijken de aanpassingen niet zo moeilijk. Op de juiste plekken opletten dan is verkeerd lopen niet mogelijk. Daarbij staan er op de plekken waar de route afwijkt vrijwilligers die de weg wijzen. Wel een teleurstelling dat de naamgevers van de wedstrijd een ondergeschikte rol krijgen. Mount Semeru gaan we niet heen en Mount Bromo gaan we niet op. Tijdens de briefing komt ook weer een nieuw feitje te voorschijn. Bij een aantal checkpoints krijg je een armbandje om te bewijzen dat je er bent geweest. Voor de 170 kilometer moet je er vier verzamelen. Mij is onduidelijk op welke checkpoint je een armband krijgt. Dus bij elke checkpoint maar vragen om een "bracelet". Verzorging onderweg bestaat uit water, water en water. Per post krijg je één liter. Volgens de rules van de organisatie mag je echter de post niet verlaten zonder 1,5 liter water. Niet te veel drinken dus onderweg? Altijd een half liter overhouden en pas drinken na je post hebt verlaten! Op sommige posten zijn er ook bananen en sinaasappels! Gelukkig heb ik een voorraad Gels bij me. Mocht het nodig zijn heb ik dus altijd brandstof bij me. Daarnaast zijn er langs het parcours ook nog warungs (winkeltjes) waar je eten en drinken kan kopen. Pas op het 100 kilometer punt verstrekt de organisatie iets te eten. Er is dus verzorging maar het neigt naar zelfvoorziening. Handig om te horen een uur voor de start! Laten we het maar houden op een jonge organisatie!

Iets na 16:30 naar de start. De start is maar 400 meter verder. Maar wachten in het hotel begon te vervelen. Bij de start nog even sfeer proeven. Nu nog meer dan bij de "check-in & race number pickup" wordt je aangesproken. Veel van de deelnemers van de andere afstanden komen kijken naar de "Monsters" die straks starten op de langste afstand. Er worden veel foto's gemaakt van de deelnemers. Soms komen ze zelfs naar je toe om te vragen of ze een foto mogen maken. Vlak voor de start nog een dame van de krant met een aantal vragen. Hoe heb je getraind voor de BTS100? Doe je dit voor de UTMB punten? En meer van dit soort vragen. Niet echt dingen die me nu bezighouden. Met nog een paar minuten te gaan staan we klaar op de startlijn. Ongeveer 20 lopers. Precieze aantal weet ik niet want in de uitslaglijst staat zeker één loper op DNS waarmee ik een stuk heb samengelopen. Kunnen er dus ook meer zijn! Voor ons staat een meervoud aan fotografen. Zeker vijftig! Of ze allemaal foto's hebben gemaakt? Ik betwijfel het. Na de race is er namelijk weinig foto materiaal te vinden op internet. Iets voor 17:00 begint het aftellen. De mensen in het startgebied tellen enthousiast mee en juichen en schreeuwen ons het parcours op. De 170 kilometer race is begonnen. Rugzak vol met het verplicht materiaal. Helaas geen gedetailleerde kaart maar dat heb ik opgelost met de GPX die ik heb gekregen van de ITRA. Voor de rest alles bij me! Vooraf is er echter geen controle geweest en ook onderweg geen controle op het verplichte materiaal! Laten we het maar houden op een jonge organisatie.

Start om 17:00 betekend hier "nog even en het is donker!" De kilometers tikken langzaam weg. Eerste kilometers gaan langzaam omhoog. Daarna de afdaling in de caldera (+2100m). Vervolgens een stuk door de caldera. In dit deel van de caldera vormen de uitlopers van Pasir Berbisik (Whispering Sands) en Bukit Teletubbies (Teletubbies Hills) een stoffige savanne. Beter te lopen dan verwacht. Bij 6 kilometer dan de eerste klim maar de eerste waterpost (W1) op
+2550m. Ik loop op mij gemak ergens in de achterhoede en neem lekker de tijd voor de beklimming. Tijd is even onbelangrijk.

November is regenseizoen. Daar is echter weinig van te merken. De grond is droog en de "Sea of Sand" is meer een "Sea of Dust". En niet alleen de "Sea of Sand" is "Dust". Overal is stof. Alles zit onder een laag stof. Fijn stof, zeer fijn stof. Het ziet er uit en voelt ook als Portland cement. Alleen iets minder compact. Ook zijn er overal brandjes. Veel aangestoken door de bewoners maar ook een aantal spontaan ontstaan door de droogte. De brandjes aangestoken door de bewoners is vaak om afval te verbranden. Vooral verpakkingsmateriaal wat ze langs de weg vinden.

Hoofdzakelijk plastic, en dat ruik je, aangevuld met wat bladeren en takken. Ondanks al die afvalbrandjes is de leefomgeving in Indonesië helaas vergeven van de afval. Vooral plastic. Je merkt ook direct dat je weer in de buurt komt van een plek waar regelmatig mensen zijn. Zie je afval? Dan zien je ook zo weer een hut, warung of dorp. Tijdens de klim uit de caldera komen we ook weer door een van de brandjes. Deze lijkt spontaan ontstaan, veel rook, verschroeide aarde en hier en daar gloeiende graspollen. Zelfs af en toe nog een vlammetje.

Het afval verschijnt! Dan kan het niet ver meer zijn tot de waterpost. Toch heel jammer dat je dat op deze manier kan voorspellen! Waterpost W1 is bij Puncak B29, één van de viewpoints om de zonsopkomst ze zien. In het hoogseizoen verzamelen zich hier in de ochtend honderden mensen, voornamelijk locals, die hun steentje bijdragen aan de vervuiling. Bij Puncak B29 is een warung waar mensen eten en drinken kopen. Verpakkingsmateriaal wordt later op de grond gegooid en verspreid zich vervolgens rondom Puncak B29.

Na de klim uit de caldera kom ik weer in Portland cement. Door het klimmen loop ik nu in de wolken. De koplamp is te fel en belemmerd mijn zicht. Gelukkig heb ik twee lampen bij me. Mijn koplamp en een fietslamp die ik op heuphoogte aan de rugzak heb geklikt. De koplamp doe ik uit. De fietslamp geeft net voldoende zicht in de mist. Het Portland cement bak waar ik in loop blijkt een motorbike spoor te zijn. Met aan beide kanten en bovenkant struiken en boomtakken. Bovenkant op motorbike hoogte gesnoeid. Ik ben helaas iets groter. Het is een wonderlijke gewaarwording hier op de rand van de calendra. Dichte mist. Zo dicht dat water van de bomen drupt. Dikke druppen op een kurkdroge bodem. Huilende bomen! De mist condenseert ook op mijn hoofd. Water loopt in straaltje over mijn hoofd. Een dikke meter lager staan mijn voeten in het kurkdroge stof en elke stap die ik zet geeft stofwolken tot boven knie hoogte. Een kilometer of zeven gaat dit zo door. Hoofd naar beneden, maar een paar meter zicht en tot knie hoogte opwaaiende stof. Soms is het pad wat breder en kan ik rechtop lopen. Regelmatig zak ik tot boven de enkels weg in de stof. Het motorbike spoor is op veel plaatsen flink uitgesleten en heeft zich daar gevuld met stof. Echt lekker loopt het hier niet. En dan krijg je ook nog een tegenligger. Een motorbike! Even later nog een verrassing. Een doos met flesjes water. Wat attent van de organisatie. Extra verzorging. Kilometer verder nog twee dozen water. We worden echt in de watten gelegd hier! Half uur later weer tegenliggers. Motorbikes! Met elk drie dozen water achterop. Bedoeld voor de verzorgingspost op Puncak B29. Nu is me ook duidelijk waarom er drie dozen water naast het pad lagen. Verloren lading van de eerste motorbike. Niks extra verzorging!

Aan het einde van het pad is het opletten. Het originele parcours gaat hier linksaf. Nu moeten we echter rechtdoor. Een stuk dat we anders pas na 130 kilometer bereiken. Volgende waterpost is nu W5A. Normaal het 132 kilometerpunt en waar je weer moet afdalen in de calendra. Op dit moment niet. Ook hier nu rechtdoor om dan een paar kilometer later alsnog af te dalen in de calendra. Mooie geleidelijke afdaling en daarna kilometers lang over de bodem van de calendra. Prima beloopbare paden in een stoffige savanne. Loopt heerlijk. Paar meter omhoog, paar meter naar beneden. Zo nu en dan haal ik zelfs iemand in. Enige wat het moeilijk maakt is de mist. Hierdoor zijn de parcoursmarkeringen niet te zien. Bij splitsingen moet ik dan ook regelmatig terug om het andere pad te nemen. Zie na een tijd links van mij een koplamp dwalen op de savanne. Hij heeft mij blijkbaar ook gezien want komt naar me toen lopen. Hij bleek al een tijdje aan het dwalen op de savanne en kon het parcours niet terug vinden. Het deel dat we nu lopen is een aangepast deel van het parcours, vanwege de bosbranden bij Mount Semeru en de verhoogde activiteit van de Bromo, en brengt ons weer naar Puncak B29 voor een tweede beklimming.

De klim naar Puncak B29 weer in alle rust. Zelfs weer iemand ingehaald. Bij waterpost W1 ziet het er nu heel anders uit. De mist is weg en de verzorging ook? Wel staan er nog dozen met water maar er staat niemand bij. Blijkt dat er achter het gebouwtje van de verzorging een tentje staat. Hierin ligt iemand van de organisatie om ons te registreren. Ik had het niet gezien maar een van de andere deelnemers wees me het tentje. De tweede keer over de rand van de caldera totaal anders. Was het de vorige keer een tocht door een grijze massa nu zag je hier en daar licht branden en blijken er complete dorpen aan de linkerkant te liggen. De koplamp kan nu dan ook aanblijven. Dit keer ook geen tegenliggers en door het betere zicht gaat het lopen een stuk eenvoudiger en beland ik nog zelden tot mijn enkels in het stof. Echter de stofwolken blijven en ik merk dat er stof in mijn schoenen. Tijdens het testen van de gaiters is dit nooit gebeurd! Waarom nu wel? Is het stof zo fijn dat het door de gaiters heen komt?

Bij de splitsing nu wel linksaf en naar Ranu Pane(W2). Het pad naar W2 is breed en wisselend onverhard en verhard. Hier en daar een paar meter asfalt. Dan weer gaten opgevuld met stenen of gewoon gaten. Opletten waar je je voeten zet en prima te lopen. Afwisselend rennend en wandelend bereik ik W2. Ik verwachte hier alleen water en bananen. Maar er is ook koffie en als je wil chocolade muffins. En hier ook de eerste "bracelet", een blauwe. W2 is in het

originele parcours kilometerpunt 18 en zo staat het hier nu ook allemaal aangegeven. Ik vraag voor de zekerheid nog even na en ja hoor, dit is het 18 kilometerpunt. Is het parcours aangepast? Nee, geen idee hoeveel kilometer dit is in het nieuwe parcours. Blijkbaar is de communicatie naar de vrijwilliger net zo goed als naar de deelnemers! De laatste kilometers naar W2 ben ik opgelopen met Chee Pheng Lim (staat als DNS in de uitslaglijst) en als we aankomen zitten er ook nog een aantal andere deelnemers. Aan de achterkant van het deelnemersveld zitten we blijkbaar dicht op elkaar.

Na chocolade muffins, koffie, bananen en het aanvullen van de watervoorraad weer op pad. Zelfde soort pad als naar Ranu Pane. Breed en afwisselend onverhard en verhard. Hier en daar een paar meter asfalt. Dan weer gaten opgevuld met stenen of gewoon gaten. Opletten waar je je voeten zet maar prima te lopen. Afwisselend rennend en wandelend gaat het langs akkervelden en door dorpjes. Route is redelijk goed aangeven. Ook de aanpassing in het parcours is hier duidelijk. Een militair die het originele parcours blokkeert en de juiste richting wijst. In de verte voor mij zie ik steeds de lamp van een deelnemer. Dat helpt ook als oriëntatie. Natuurlijk wel zelf blijven opletten want de gene voor je kan natuurlijk ook verkeerd lopen. De loper voor mij krijgt het blijkbaar moeilijker. Zijn lamp komt steeds dichterbij. Weer een inhalen, dat gaat lekker! De afstand wordt snel kleiner. Snel wordt duidelijk waarom. Hij is weer op terugweg. Eindje verderop stop de weg en nergens is nog een markering. Samen lopen we terug opzoek naar markeringen. Paar honderd meter terug blijkt de markering te staan die we hebben gemist. Aan de rand van een uienveld staat een pijl naar rechts. Het uienveld in. Geen pad, alleen een richting.

Dit stuk parcours naar W5B blijkt geen pad! Ooit is hier een doorgang gemaakt door de jungle voor het leggen van een buis. Lijkt erop dat voor de BTS100 de doorgang weer gangbaar is gemaakt. Hier is namelijk recent flink gehakt om het weer gangbaar te maken. Hier is het lopen met handen en voeten. Bergop gaat dit nog wel, gewoon rustig omhoog en de juiste plaats zoeken voor je voeten. Alleen jammer dat de buis dicht onder de oppervlakte zit. Gevolg regelmatig geen grip. Plastic buis is glad ook in de jungle! Samen met Takashi Furukawa worstel ik me door dit stuk. Daar waar nodig helpen we elkaar en regelmatig schijnen we elkaar bij. Bergaf is een nog grotere opgave. Weinig houvast. Stokken hebben ook geen nut. Die verdwijnen regelmatig volledig in de bodem. Blijkbaar is de plastic buis hier niet in de grond maar op de grond gelegd. Vervolgens zand overheen en in de loop van de jaren heeft zich links en recht van de buis een luchtige massa van takken en bladeren verzameld. Niet overal is het hakken grondig gedaan. Meerder keren prikken takken in mijn hoofd of stoot ik mijn hoofd tegen dikkere takken. Een keer doet een botsing met een dikkere tak me even duizelen. Mijn hoofd blijkt sterker en de tak breekt af. Liggend , zittend, hangend en glijdend wordt de afkorting naar W5B overwonnen. Takashi Furukawa is een stuk behendiger bij de afdaling en is uit het zicht verdwenen. Vorig jaar deed hij ook de BTS100. Helaas toen een DNF. Hij heeft zich voorgenomen dit jaar de finish te halen. Heeft daarvoor goed getraind en is de nodige kilo's afgevallen.

Wat nu volgt is een mooi stoffige zandpad. Na enige tijd ook weer het onvermijdelijke plastic langs het pad. De jungle wordt verlaten en we lopen weer langs uienvelden. Door het licht van onze koplampen en de ochtenddauw ontstaat een wonderlijk gezicht. De uienplanten lijken zilverkleurig en hebben een "glow in the dark" effect. Hier ook even de weg kwijt. Nu niet omdat ik een markering mis maar omdat er te veel markeringen zijn. De markering wordt gedaan met rood wit lint. De boeren hier gebruiken hetzelfde lint op hun land. Bij splitsingen zie ik nu zowel linksaf als rechtsaf markeringen. Dit zorgt voor een klein oponthoud. Daarna weer een mooi stoffig slingerend zandpad langs de terrasvormige akkers. Om 4:00, na 11 uur onderweg dan eindelijk Ngadas(W5B, 53 kilometer). Cutoff is hier 07:00. Ruim op tijd binnen. Ook hier net als bij Ranu Pane(W2) een verzameling lopers. Takasi Furukawa is er al niet meer. Die is alweer op pad. Die heeft vandaag maar een doel. Snel naar de finish!

Naast het beloofde water en bananen hier ook sinaasappels, chocolade wafels, chocolade muffins, koffie en zelf iso drank! Nu ook tijd voor wat persoonlijke verzorging. Schoenen en sokken uit om het stof te verwijderen. En stof zit er in, niet zuinig. Vooraf heb ik mijn voeten ingesmeerd met voetencreme om blaren te voorkomen. Dit had ik beter niet kunnen doen. Nu de voeten vettig zijn blijft het stof er aanzitten. De eerste blaren zijn al zichtbaar en door de gaiters is ook alles zweteriger dan normaal. Vervolgens uierzalf smeren om schuurplekken te verzachten en voorkomen. Veel van de verzorgingsposten zijn bemand door militairen geholpen door locals. Daarnaast vaak nog een handvol locals die nieuwsgierig zijn komen kijken wat er aan de hand is. De meeste weten niet wat we aan het doen zijn en zitten breed grijzend te kijken naar dat er allemaal gebeurt. Nu weer een kerel die midden in de nacht met ontbloot bovenlijf staat. Zelf zitten ze bij het vuur, jassen aan en mutsen op. Cold?, Cold? roepen ze vragend. Nou nee, na 11 uur rennen, klimmen en klauteren bij temperaturen rond de 20 graden heb ik het niet koud. Zeven banaantjes eten heeft een nog groter effect als ontbloot bovenlichaam. Zes mannen, gehukt rond het vuur, lachen en grijzen in mijn richting, hilarisch roepend pisang, pisang.

De verzorging onderweg is minimaal, er zijn posten waar ze alleen basah indonesian of een lokaal dialect spreken maar de manier waarop je wordt ontvangen maakt veel goed. De mensen bij de posten zijn altijd vrolijk en behulpzaam. Wat ze hebben aan verzorging moet je haast wel aanpakken. Altijd breed lachend staat ze je op te wachten en vragen wat je wil hebben. Terwijl je bezig bent met je banaan, houden ze al weer een chocolade muffin omhoog of wordt je de copi (koffie) aangereikt die ze net voor je hebben gemaakt. Je zet je wandelstokken ergens neer, loopt een paar meter om een sinaasappel te pakken, staat er al weer iemand naast met je stokken. Please don't forget! De organisatie mag dan jong zijn maar dit hebben ze al goed geregeld!

Vanaf Ngadas (~2100m) is het eerste een stuk dalen tot ~1500 meter met daarna een klim naar Jarak Ijo (W5C) op 1950 meter. Mooie gelegenheid om weer wat tijd te winnen. In dribbel pas omlaag en warempel weer twee inhalen! Het gaat over een asfaltweg. Mooie gelegenheid om de voeten de kans te geven om te luchten. Ritsen van de gaites open, zodat zweet uit sokken en schoenen kan ontsnappen. Voordeel van asfalt is ook geen stof. Nog wel regelmatig rook. Meestal ruik je het alleen, een enkele keer zie je het ook echt branden. Zoals ook nu. Het lijkt alsof er een stuk van een helling in de brand staat maar als ik dichterbij kom blijkt het een boom. Hij staat van onder tot boven in de lichterlaaie. Alleen de boom brand alles er omheen is blijkbaar al verbrand. Een vuurkegel van een meter op tien. Weer een van de wonderlijke dingen die ik hier tegenkom.

Afdaling gaat lekker en het parcours blijft over asfalt. Ook de klim naar Jarak Ijo gaat over asfalt. De BTS100 is onderdeel van Asia Trail Master. Asia Trail Master ziet de BTS100 als de zwaarste van hun trails. "A race for heroes. Arguably the toughest ultra trail on the ATMS calendar with its 170km in length and 10.000 height meters" zoals ze het omschrijven. Helaas heeft deze trail ook op een aantal plekken asfalt. Zoals bijvoorbeeld dit stuk tussen Ngadas en Jarak Ijo. 7,5 kilometer. Maar stiekem ook wel even lekker! De klim naar Jarak Ijo gaat prima, loopt net zo lekker als de afdaling vanuit Ngadas. Ondertussen begint het weer dag te worden en krijg ik een ware traktatie aan vergezichten. De één nog mooier als de andere en allemaal overgoten met een oranje gloed van de opkomende zon. Opzuigen van de sfeer, genieten van de omgeving en lachend omhoog. De dorpjes gaan ook weer leven en elke ontmoeting met een local is weer van beide kanten een brede lach op het gezicht. Bij Jarak Ijo wordt zelfs voor ons geklapt en gaat er een duim omhoog. Verzorging W5C zit op een centrale plek in het dorp en heeft de nieuwsgierigheid gewekt van de dorpelingen. De paar die waker zijn weten blijkbaar ook wat we aan het doen zijn.

Waar laat je al die afval die ontstaan bij een verzorgingspost? Bij Jarak Ijo zag ik de oplossing. Vuur! Dacht ik bij de vorige posten dat het vuur steeds was om je te warmen, bij Jarak Ijo zag ik ook de andere functie. Lege flesjes , wikkels van de chocolade wafel, verpakking van chocolade muffin, schillen van de banaantjes en sinaasappels. Ze verdwijnen allemaal in het vuur. Opgeruimd staat netjes. De organisatie heeft naast de verplichte "Gear and equipment" ook een set "Environmental protection rules" waarvan nummer 5 zegt "Absolutely no littering along the course". Blijkbaar valt afvalverbranding hier niet onder en is dit voor de organisatie zelfs de manier om aan regel 5 te voldoen. Zo zien je maar weer, andere landen andere interpretatie.

Bij W5C in Jarak Ijo weer een klontering van lopers. Terwijl ik mijn schoenen en sokken weer uitklop komt ook Takashi Furukawa aan bij W5C. Hij liep toch voor mij? Blijkt dat hij onderweg even een dutje heeft gedaan. Heeft hem goed gedaan zegt hij lachend. Water voorraad weer aanvullen en nog wat chocolade wafels voor onderweg. Koplamp in de rugzak en dan ben ik er weer klaar voor, op naar W8 (69,3 KM). Opzuigen van de sfeer, genieten van de omgeving en lachend verder! Nog een kilometer over het asfalt en dan gaat het weer onverhard. Nog steeds een breed pad maar stoffig en met uitgesleten motorbike sporen. Nog even mooie vergezichten op Mount Semeru en dan verdwijnt het pad tussen de heuvels. Intussen wordt het steeds drukker op het pad. Regelmatig komen groepen motorbikes me tegemoet.

Lopen gaat hier beter dan rijden op de motorbike, maar met flink bijsturen, flink gas geven en voeten aan de grond lukt het de meeste om in het spoor te blijven. Resultaat is wel stofwolken. Een enkele keer blijft een motorbike vast zitten in het spoor. Meer gas, en natuurlijk meer stof, helpt dan vaak. Op dit pad krijg ik het voor het eerste moeilijk. Het opzuigen van de sfeer is veranderd in het opzuigen van nog meer stof, genieten van de omgevingen is omgeslagen naar lichte irritatie. Te veel motorbikes, te veel stof en klimmen gaat even niet lekker. De lach is dan ook even verdwenen.

Een splitsing met zowel links als rechts wit rode lint. Wat nu? Gelukkig popt er iemand van de organisatie te voorschijn om me de weg te wijzen. Rechtsaf hier want links gaat het weer naar beneden de caldera in. Hier ben ik gisteravond al geweest. Dit was het ~16 kilometerpunt waar we voor de twee keer richting Puncak B29 gingen. Na de splitsing is het een prima te lopen pad. Paar meter omhoog, paar meter omlaag. Allemaal geleidelijk, lijkt bijna vlak! Lopen gaat weer prima. Haal zelfs weer lopers in. Eerst William Beanjay en vervolgens Chee Pheng Lim. Maar dat is de afgelopen uren wel vaker gebeurt. Bij verzorgingsposten zijn we vaak even samen. De één loopt direct weer door, de andere doet even rustig aan en soms lopen we even samen.

Ik kom als eerste van ons drieën aan bij W8. Naast het eten en drinken nu ook steeds elke post de schoenen en sokken uit. Stof verwijderen en blaren negeren. Terwijl ik nog bezig ben met schoenen en sokken komen William Beanjay en Chee Pheng Lim ook aan bij de W8. W8 ligt op de rand van de caldera. Vanaf de bemande splitsing naar W8 zijn we dus ongemerkt een 150 meter gedaald. Vanaf nu wordt het even echt vlak. Het gaat nu een dikke 4 kilometer door de "Sea of Sand" met daarna een klim van een 250 meter naar W9 (75,6 KM).

William Beanjay en ik gaan bijna gelijktijdig de "Sea of Sand" in. We lopen dan ook snel samen door het mulle zand. Route is blijkbaar uitgezet op de motor. Het bestaande pad wordt regelmatig verlaten om ons door nog meer mulle zand te laten lopen. Door de "Sea of Sand" loopt een doorgaande weg. Nou ja, weg is een groot woord. Er loopt een spoor. Elke ochtend rond 04:00 gaat vanuit de dorpen op de rand van de caldera een verzameling landrovers, met toeristen, naar viewpoint 1 of viewpoint 2 om de zonsopkomst te zien bij de Bromo. Na de zonsopkomst gaat het dan in colonne, via de "Sea of Sand" naar de voet van de Bromo. Daar bevind zich de volgende toeristische attractie. Een trap die naar de kraterrand van de Bromo gaat. Het einde van onze dikke 4 kilometer door de "Sea of Sand" eindigt op de plek waar het spoor begint naar de Bromo. We gaan echter de andere kant op en klimmen omhoog langs de afdaling die de landrovers nemen van de viewpoints naar de trap aan de voet van de Bromo. Maar dat doen ze niet alleen in de ochtend blijkt. Naar boven moet ik de weg delen met landrovers en natuurlijk de onvermijdelijke motorbikes.

Veel verkeer gaat richting de caldera maar ook gaan er landrovers en motorbikes de caldera uit. Zodra het spoor de caldera verlaat wordt het een asfaltweg. Met vangrails en rotswand aan de zijkant. Ofwel Links en rechts van de weg zijn weinig mogelijkheden om in de berm te lopen. Hier weer een van de stukken die niets te maken hebben met traillopen. Klimmen op een asfaltweg en de weg delen we met landrovers en motorbikes. Een kleine martelgang begint. Naar Jarak Ijo ging het nog lachend en fluitend omhoog. Nu fluiten en gieren mijn longen terwijl de echte klim nog moet beginnen. De vrolijkheid is weg. Hier wordt niet meer gelachen, hier wordt gezweet, hier is het afzien. De motorbikes zien hier direct mogelijkheden. Een van de manieren om geld te verdienen is toeristen meenemen achter op de motorbike. Nu ze daar iemand lopend de caldera uit zien komen ruiken ze het geld al. Zeker als ze zien dat het niet zo soepel meer gaat. Bij de eerste bocht heb ik al één naast me. Taxi, Mister? Beste man ik ben met een wedstrijd bezig! Bedoeling is lopend de finish te bereiken! Dus nee, geen taxi. Normaal kijk ik iemand aan als ik antwoord geeft, maar dit keer blijf ik naar de grond kijken. Aankijken is even te vermoeiend. "No" blijkt voldoende. Direct wordt gas gegeven en spurt hij omhoog mij achterlatend in een wolk van uitlaatgassen. En bedankt. Dit herhaald zich nog een paar keer tijdens de klim. Motorbike naast me, Taxi Mister?, No, wolk uitlaatgassen, en bedankt. Halverwege is er ruimte aan de linkerkant. Hier even een tijdje bijkomen. De hartslag weer naar beneden daarna weer verder. Dan eindelijk W9. Eten, drinken, voeten ontstoffen maar vooral even zitten. Helaas zijn de verzorgingsposten nogal spartaans. Vaak niet meer dan een tent, dozen water, doos banaantjes, doos sinaasappelen en wat muffins of wafels. Voor zitten moet je dus zoeken. Steen; boomstam of zo. Die zijn er voldoende maar echt lekker zit dat niet. Bij W9 hebben we het echter luxe. Er is een muur om op te zitten. Eten en drinken staat naast me, maar ik laat het eten en drinken even voor wat het is, zitten is even belangrijker.

De laatste kilometer in de "Sea of Sand" is William Beanjay achterop geraakt. Maar zoals zo vaak komen we elkaar weer tegen bij de verzorging. Ook Chee Pheng Lim komt er weer bij. William praat met de mannen van de verzorging en hoort dat er twee lopers zijn gediskwalificeerd. Ze zijn van de andere kant bij W9 aangekomen. Ze hebben waarschijnlijk ergens aan de rand van de caldera een verkeerde afslag genomen. Het blijken Luc Hapers en Celian Baup. Beide liepen op dat moment samen aan kop. Dan is balen. Loop je op kop en neem je de verkeerde afslag.

De muur zit wel lekker maar er moeten nog kilometers worden gemaakt. Schoenen zijn weer leeg, sokken weer uitgeklopt, watervoorraad aangevuld dus het kan weer verder. Hartslag is weer normaal, longen zijn stil en het volgende stuk is weer trail. Gelukkig weg van de het asfalt. Lekker een smal pad de wildernis in. Er volgt nu een zeer mooi stuk, mooi uitzichten over de caldera, heuvel op, heuvel af, "rolling hills", allemaal mooi geleidelijk. Geen mens voor me, niemand achter me. Heerlijk. Ritme komt weer terug en de kilometers gaan snel voorbij. Acht kilometer loop ik helemaal alleen. Geen storende geluiden, alleen geluiden uit de natuur. Heerlijk! Laatste stuk zie ik af en toen een loper voor mij. Lijkt Takashi te zijn maar kan het niet echt goed zien. Hij is te ver weg. Tijd vliegt voorbij en daar is dan opeens Kandangan (W10). Twee mannen in de "middle of nowhere". Ze zijn op de motorbike omhoog gereden en hebben zich genesteld in een bamboe hutje. Ik voel me prima en aan echte rust geen behoefte. Dus watervoorraad aanvullen, banaantje naar binnen en verder. Weer een kilometer door de natuur en dan opeens weer mensen. Helaas! Ze zijn beneden in het dal aan het werken in de akkers. Even later zien ik ook weer bebouwing. Einde wildernis, jammer.

Gelukkig duurt het nog even voordat we in het dorp zijn. Eerste nog een lus door het bos. Het dorp is niet meer dan een verzameling verspreid liggende hutten. De loper voor me blijkt inderdaad Takashi te zijn. Net voorbij de eerste hutten kom ik weer naast hem. Samen lopen we het stuk langs de hutten. Af en toe een groet van de akkervelden. Hello Mister. Gelukkig hebben ze geen motorbike. Aanbod van "Taxi, Mister" blijft dan ook achterwege. Een echt dorp wil het maar niet worden. Het blijft een verzameling verspreid liggende hutten. Pas een uur na de eerste hutten komen we in een dorp. Hier wordt het ook iets drukker. Er lopen mensen door het dorp en voor de huizen zitten mensen in groepjes bij elkaar. Af en toen een grijns of groet. Een keer hoor ik zelf een oude man met Achterhoeks accent "Goei'dag" zeggen. Ik zal wel te lang onderweg zijn! Hij heeft vast iets gezegd wat er op lijkt. Vanaf de eerste hutten hebben we op een weg gelopen. Een weg, breed genoeg voor een auto. Na het dorp verlaten we de weg en komen weer op een stoffig zandpad. Links en recht weer akkervelden. Daarop regelmatig mensen aan het werk. De markering is hier niet overvloedig. Spaarzaam hangt hier en daar en lint. Sommige zijn als een vlinderdas om bomen en palen gebonden. Zijn dit markeringen of is dit een creatieve uiting van iemand? Takashi is een stukje uitgelopen. Bij de bochten verdwijnt hij even uitbeeld maar op de rechte stukken kan ik hem zien. Ik kan zien dat hij twijfelt. Zit ik nog wel goed? En zoals vaker komen we weer samen te lopen. Hij denkt dat hij het herkend van vorig jaar. Ik ben niet zo zeker. Waar we nu lopen moet het originele parcours zijn dus mijn GPS kan helpen. Duurt even voordat hij heeft gevonden waar we zitten. Maar dan heb ik zekerheid. We zitten inderdaad goed.

Het afgelopen uur hebben we regelmatig een bui gehad. Formeel is de regentijd al begonnen maar de afgelopen periode is het droog gebleven. Zeer droog. Te droog. Iedereen zit hier te wachten op regen. De planten kunnen het gebruiken. Alles begint hier langzamerhand te verdorren. De buien die we hadden waren steeds kort maar voldoende om nat te worden. Regenjas is dan ook regelmatig gebruikt echter zodra het droog is ook direct weer uit. De locals mogen het dan koud hebben, ik vind het te warm om hier rond te rennen in een regenjas. Tegen het stof helpt de regen helaas niet. De grond blijft droog en bij elke stap vormen zich nog steeds stofwolken.

Het stoffige zandpad begon ook langzaam te klimmen. Eerst geleidelijk maar vervolgens steeds steiler. Het eerste stuk was ook een stil pad. Hier en daar iemand bij een hut, dat was het. Bij het steiler worden komen er ook weer meer mensen te voorschijn. Gewoon zitten in het veld of aan het werk op de akkers. Ook de motorbikes melden zich weer. Je ziet ze niet maar je hoort ze weer aankomen. Tussen de akkers overal motorbike sporen. Alles wat naar en van de akkers moet komt op de motorbike. Personen, 4 man kunnen makkelijk op een motorbike. Gereedschap, links en rechter hangt het eraan. De oogst, hier ook weer links en rechts. In grote zakken. Indien nodig kan er ook nog een zak of twee achterop. Zo ook hier. Motorbike komen afgeladen naar beneden. Het is maar een smal spoor. Als er weer een tegemoet komt is het uitkijken en een stap opzij doen. Soms gaat het mis en loopt de motorbike vast in het spoor. Motorbike plat en vracht op de grond. Je voelt je dan even op de verkeerde plek. Gelukkig blijft de bestuurder lachen. Dit zal wel vaker gebeuren. Maar echt ontspannen loopt het hier niet. Komt nog bij dat het klimmen moeilijk gaat. Vanaf Jarak Ijo ( W5C) gaat dat eigenlijk al niet meer lekker. Steeds meer moeite kost het om de meters omhoog te maken. Zeker hier op het stoffige, mulle pad. De longen beginnen weer geluid te maken en het plezier is weer weg. Het afzien is begonnen. Tergend langzaam gaat het omhoog. Het voornemen om in 22 uur bij het 100 kilometerpunt te zijn lijkt ver weg. Intussen wordt ik ook weer belaagd door motorbikes.. Lege motorbikes komen van achter en beladen motorbikes komen naar beneden. Ze zijn beladen met zakken meststoffen. Vrachtwagens worden vaak in hun geheel gelost op een plek naast de weg. Daarna komen de motorbike is actie. Via smalle sporen worden de zakken naar de akkers vervoerd. De motorbike is het werkpaard van de familie. Overal goed voor. Hij brengt je waar je wilt, haalt spullen van en naar de akkers en als het even kan pikt hij ook nog een toerist op en zorgt zo voor wat extra Ruphia. Ik ben hier een beetje aan het sterven en heb even geen oog voor wat er om mee heen gebeurt. Maar achteraf gezien was dit een prachtig stuk. Heerlijk smalle paden tussen de akkers. Midden tussen de bedrijvigheid van het dagelijkse leven. Ik loop hier voor mijn lol te zweten terwijl om me heen word gezweet voor het dagelijkse bestaan. Dat laatste is blijkbaar een stuk beter voor je. Ik zie ze plezier hebben, ik zie ze leven terwijl bij mij steeds meer irritatie ontstaat en ik beetje voor beetje sterf.

Verderop zie ik zakken met meststoffen staan. De vrachtwagen is tot daar gekomen. De weg kan dus niet ver meer zijn en waar het zandpad de weg bereikt is ook de volgende verzorgingspost. W11 (95,5 kilometer + 2450 meter). Hier hetzelfde gevoel als bij W9, waarschijnlijk nog een tikje erger. Helaas is W11 weer een Spartaanse verzorging. Twee mannen in uniform. De verzorgingsposten worden voor het grootste deel bemand door militairen. Ook weer een tent, dozen water, doos banaantjes, doos sinaasappels en wat wafels en muffins. Ik wil eigenlijk alleen maar zitten. Ik krijg weer alles aangereikt en pak alles gelaten aan. Te moe om duidelijk te maken dat ik eigenlijk alleen even rust wil. Water, banaantje en sinaasappel. Stokken zet ik even weg. Zandpad komt uit bij een bocht. In de bocht betonblokken langs de weg. Bedoeld om de berm niet te gebruiken. Het gaat daar ook direct een behoorlijk stuk naar beneden. Zo'n betonblok is een prima zit plek. Eten en drinken leg ik naast me neer. Even rust. Schoenen en sokken weer uit, stof er weer uit. Ze zijn weer behoorlijk volgelopen op het zandpad. Ik heb intussen ook de oorzaak gevonden. In de zool zijn een aantal gaten om water uit de schoenen te persen tijdens het lopen. Deze gaten zijn afgedekt met een fijnmazig membraan. Fijnmazig genoeg om tijdens de testlopen het zand buiten de schoenen te houden. Echter het stof hier komt zonder problemen door het membraan, gevolg schoenen vol stof. Ik heb net een schoen uit en daar is er al weer één. Een motorbike! Hij ruikt een kans en stopt. Where do you come from? What are you doing here? Twee vragen als inleiding naar de belangrijkste vraag. Taxi, Mister? Ik kijk hem aan als een boer met kiespijn. Een van de militairen heeft het van een afstand gevolgd. Hij roept iets tegen de motorbiker. Geen idee wat het was maar voor de motorbiker was het duidelijk. Die ging er als een haas vandoor. De militair komt naar me toe en brengt me de stokken. Geruststellend zegt hij "Don't be affraid mister, we are Indonisian army, we will protect you! Ik wist niet dat ik in gevaar was geweest. Kan natuurlijk ook zijn dat een boer met kiespijn hier wordt gezien als angst.

Op naar de volgende verzorgingspost, Pananjakan. Ze hebben beloofd dat dit een echte zal zijn. Er is zelf warm eten beloofd. Moeizaam zet ik me weer in beweging. Helaas begint het met asfalt en dat zal ook zo blijven. Zelfde soort klim als uit de caldera naar W9, alleen 4 keer zolang! Weer naar een viewpoint. Dus ook weer verkeer. Niet alleen motorbikes maar ook auto's. Niet te veel nadenken en gewoon lopen. Knop op dom. Is nog maar 5 kilometer en 320 meter klimmen. Zijkant van de weg opzoeken, hopen dat het verkeer me ziet en omhoog naar Pananjakan. In het stuk naar W11 was het al afzien. Longen deden pijn, voeten deden pijn en gedachten van stoppen kwamen hier voor de eerste keer. De rust bij W11 heeft hier niet veel aan veranderd. Pijn loop je door heen, rare gedachten verban je. Maar wat doen je aan te weinig lucht? Het wordt een moeizame tocht omhoog. Lopen is bijzaak. Na elke bocht is er weer een bocht. Verkeer wordt gelukkig steeds minder. Het uitzichtpunt bij de toegangspoort van Nationaal park Bromo Tengger Semeru is dan ook verlaten. Een enkele warung is open maar er zijn geen klanten meer. De uitbaters zitten buiten op de grond. Alle souvenirs stalletjes zijn dicht en verlaten. Morgenochtend rond 04:00 wordt het hier weer druk. Honderden toeristen die komen genieten van de zonsopkomst en het uitzicht op de Bromo. Ik heb nog even naar rechts gekeken. Inderdaad mooi uitzicht op de Bromo en "Sea of Sand". Even een glimlach maar dan weer doorlopen en niet te veel nadenken. Nadenken is ook lastig als er steeds iemand iets in je hoofd roept "Volgende verzorgingspost stoppen, 100 kilometer is genoeg." Ik probeer de stem te negeren. Tevergeefs.

Bij vorige bezoeken aan Indonesië een paar keer nare ervaringen gehad met loslopende honden. Blaffen, grommen allemaal niet zo erg. Maar achter je aan komen en je willen bijten is toch minder. Ik neem dan ook altijd een paar steentjes in mijn handen als ik ga lopen in Indonesië. Dit keer de stenen nog niet nodig gehad tot nu. Loop je op laatste adem naar Panajakan, gezicht naar de grond, kijk je even op om de volgend bocht te zoeken. Komen er vijf half verwilderde honden op je af. Naast elkaar lopend nemen ze de hele weg in beslag. Voelt als een scene uit een film. Gelukkig komt ik net zo bedreigend over. Stokken naar voren en schreeuwen. Ze verbreken hun formatie en passeren me aan de andere kant van de weg. Opluchting. Even! Opeens rechtsachter me grommen, blaffen en janken. Schrik om het hart en snel omdraaien. Stokken weer klaar als wapen! Opluchting! Ze hebben het met elkaar aan de stok. De agressie moest er blijkbaar uit.

De laatste kilometer naar Pananjakan is een heen en terug stuk. Een loper komt me tegemoet. Het dus niet ver meer. Minder dan een kilometer. Het blijkt Takashi te zijn. Even spreken we met elkaar. Hij wil verder. Geen tijd te verliezen. Nog steeds bezig met zijn missie. Als ik hem duidelijk maakt dat ik van plan ben om te stoppen pakt hij mijn beide handen vast. Hij wenst mij sterkte. Blijkbaar een moment van herkenning. Een flashback naar zijn vorige editie!

Eindelijk, eindelijk Pananjakan. De bebouwing begint. Niet meer dan honderd meter. Aan het einde dan eindelijk W12. Het 100+ kilometerpunt. De verzorging staat klaar in een gazebo (verhoogd terras met overkapping). Twee locals heersen hier. één spreek mondje vol Engels. Koffie wordt voor me opgehaald maar eerst moet de bracelet om. Een groene als bewijs dat ik dit punt heb bereikt. Ik was de bracelets helemaal vergeten. Ik zit op de rand van de gazebo wezenloos voor me uit te kijken. Geen idee hoelang ik daar heb gezeten. 1 kop koffie, 2 banaantjes en een sinaasappel? Of was het nog langer. Gazebo staat op een plein voor een grote warung blijkt. Heeft even geduurd voor ik dat door had. Binnen blijkt een hele verzameling lopers te zijn. De meeste zitten, een enkeling ligt. Ik ga erbij zitten. Tijd voor stof verwijderen uit sokken en schoenen. Vermoeiend langzaam. Daarna weer richting de gazebo voor mijn stokken. De local is me echter voor. Hij begrijpt wat ik wil doen en voordat ik acht stappen heb gezet geeft hij mij mijn stokken. Snel weer naar binnen want het begint weer te regen. William Beanjay en Chee Pheng Lim kwamen net voor de regen binnen. Chee Pheng ploft op de grond en sluit zijn ogen. William zoekt een tafeltje in de warung een besteld een uitgebreide maaltijd. Chee Pheng herpakt zich naar een tijdje en gaat ook voor een warme hap. De snelle variant "Pop Mie".

Ga ik verder of stop ik. De twijfel is er nog. Geen lucht meer, veel last van het stof in de schoenen, vanaf nu is het alleen nog maar wandelen, nog tijd genoeg om de finish te halen, hoe kom ik weer bij het hotel?, ........ Ik informeer bij William. Hoe kom ik weer bij de start als ik nu stop? Hij praat met een van de aanwezig militairen. Naast de twee local zijn er nog een handvol militairen. Deze coördineren deze verzorgingspost. Veel werk hebben ze niet maar ze zijn zeer behulpzaam. Drinken wordt gehaald, eten maken ze voor je warm of halen het uit de warung. Regelmatig lopen ze even langs en vragen of we nog iets nodig hebben. Nu komt de militair naar me toen. "You want to stop ?" Ik twijfel nog maar geef toe en zeg "Yes". Maar hoe kom ik terug? Daar blijk een oplossing voor. Een van de locals wil me wel naar het hotel brengen op zijn, hoe kan het ook anders, motorbike. Kost me wel 150.000 ruphia. Yee Chuan Teh probeert me nog overhalen te om door te gaan maar de beslissing is gevallen. Ik stop.

De regendruppen hebben zich intussen geëvolueerd tot een regenbui. Die vervolgens veranderd in een stortbui. De afdak waar we onder zitten begint op een aantal plekken te lekken. Lichte paniek. Modder begint binnen te stromen en door het lekkende dak komt water op t-shirts en andere souveniers die hier te koop liggen. Steeds meer modder komt binnen en de bezems en scheppen komen te voorschijn. Vegen en scheppen. De modderstroom is kleine 5 centimeters dik. De lopers hebben geen hinder van de modder. We zitten op een verhoogd stuk in een zijtak van het gebouw. Ben ik blij dat ik onderdak zit. Yee Chuan en Anthony Mark Alindada hebben pech. Ze zijn een kwartier geleden weer vertrokken. Door de regen zijn de paden tijdelijk even veranderd in beekjes waardoor lopen, zowel omhoog als omlaag, riskant is. Hopelijk hebben ze één goede schuilplek kunnen vinden.

Laurent Tuffi besluit nog even te wachten, Arief Wismoyono draait zich nog een keer om, William is nog aan het eten en Agus Sukaryat heeft ook geen haast. Yee Chuan vind het hier ook prima. Hij heeft ook nog even bij mij geïnformeerd hoe ik dat geregeld had met de terugreis. De stortbui heeft hem even doen twijfelen. Later blijkt dat de lopers die zich op dat moment bij W12 bevonden nummer 3 t/m 8 te zijn van het klassement. Yee Chuan is nog uitgevallen maar de rest heeft het allemaal gehaald.

De terugtocht achter op de motorbike blijkt een avontuur op zich. In de schemering over, door de stortbui, natte wegen. Nou ja, wegen. Asfalt met opgevulde gaten of gewoon gaten en dan ook nog met veel haarspeld bochten. Hij wil me dan wel terugbrengen naar het hotel maar, bij de toegangspoort van Nationaal park Bromo Tengger Semeru, blijkt hij niet voldoende benzine te hebben. Benzine is echter op veel plekken onderweg te krijgen. Want ook met benzine wordt een zakcentje verdient. Benzine pompen zijn vaak op grote afstand. Ze gaan dan op de moterbikes met een aantal jerrycans naar de benzine pomp. Thuis wordt het dan in literflessen gedaan en vervolgens te koop aangeboden langs de weg. Ook hier bij de toegangspoort van Nationaal park Bromo Tengger Semeru zijn een aantal winkeltjes waar je benzine kan kopen. Na het tanken veranderd niet veel. Haarspeld bochten, natte wegen en veel gaten. In het stuk naar de toegangspoort komt ons nog een loper tegemoet. Volledige in het plastic. Hoe luide regel 12 van het reglement ook al weer? "Waterproof rain jacket with hood & rain pants (both made of waterproof and breathable membrane such as Gore-Tex or something similar; seams must be seam-sealed)." Dat Gore-Tex or something similar zit natuurlijk onder dat plastic! Na het tanken ook nog twee lopers in het plastic. Gore-Tex or something similar zal wel weer onder het plastic zitten.

De motorbiker blijkt een echte racer. Linkerkant, rechterkant van de weg maakt hem niet uit! Auto's wordt moeiteloos ontweken. Veel auto's toeteren maar dat is hier niet vreemd. Toeteren is hier een soort spiegels kijken. Elke 5 a 8 seconden even toeteren anders doe je het niet goed. Echter sommige auto's blijven wel heel lang toeteren. Duurt een tijdje voor ik door heb waarom. We rijden zonder licht. Dat links en rechts rijden is dus bedoeld om tegemoet komende auto's te ontwijken. Komt er weer een auto ons tegemoet gaan we weer rechts (Indonesië rijden ze links). Het eerste stuk naar beneden is naar W11. Daarna een onbekend stuk maar na een tijdje meen ik de omgeving te herkennen. Zijn we net W9 voorbij gegaan? Zitten we nu in de afdaling naar de "Sea of Sand". Gaan we op de motorbike door de "Sea of Sand"? Gaat dan goed?

Overgang van asfalt naar zand gaat niet ongemerkt. Motorbike begint te slingeren. Bestuurder gebruikt beide benen als steun om overeind te blijven. Het mulle zand trekt aan het stuur. We slingeren heen en weer. Maar we blijven overeind. Daar gaan we in het donker, zonder licht, slingerend door de "Sea of Sand". Van achteren komt een toeterende landrover. De moterbiker gaat zoveel mogelijk aan de kant. Maar de landrover heeft andere bedoelingen. Hij komt naast ons rijden, snijd de weg af en dwingt ons tot stoppen! Het blijkt een landrover van de organisatie te zijn. Een moterbike zonder licht, met loper achterop, over het parcours van de BTS100. Verdacht! Is hier iemand ongeoorloofd bezig. "A racer may be disqualified or penalized at any time during the race for the following reasons: #6. Cheating (e.g. using other means of transportation, using substitute runners, and other unlawful actions)". Er volgt een gesprek tussen de motorbiker en de mannen van de landrover. Alles blijkt in orde want we mogen weer verder. Alleen is het zeer lastig om weer op gang te komen. De wielen zitten diep in het stof. Na een aantal pogingen komen we toch weer op gang en vervolgen we onze reis naar het hotel in Cemoro Lawang.

Volgende dag een paar keer naar de finish gelopen. Yee Chuan Teh zien finishen als derde. Tijd? Is eerst even onduidelijk. Organisatie heeft namelijk de klok verwijderd! Eindje van de finish staat een tafel waarop de registratie word bijgehouden. Maar voor een finishende loper is dat niet duidelijk. Je komt onder de finish door en dan is er niemand. Niemand die je ontvangt. Niet duidelijk hoe nu verder na 170 kilometer! Zo zijn er meer van dit soort onvolkomenheden! Je moest een beker meenemen als verplicht materiaal. Al het drinken bij de verzorging zat in flesjes! Laten we het maar houden op een jonge organisatie!

Tijdens een van de bezoeken aan de finish ook nog gesproken met Luc Hapers. Blijkt dat hij en Celian Baup helemaal niet fout zijn gelopen. Ze zijn door de verzorging van W8 de verkeerde kant op gestuurd! De route op van de 100 kilometer. Bij W9 hebben ze toen nog geprobeerd de organisatie te bereiken maar helaas onbereikbaar. Onbereikbaar? Dat komt me bekend voor! Toen hebben ze zelf maar besloten om te stoppen. Doorrennen en daarna alsnog een diskwalificatie krijgen was voor hen geen optie. Ze zijn wel als enige DNF deelnemers die in de uitslag staan met een tijd? Toch enige erkenning voor beide koplopers?

Hoe is het Takashi vergaan? Ik heb hem helaas niet meer gesproken maar van Yee Chuan Teh hoorde ik dat het weer een DNF is geworden. Net als ik, achterop de motor terug naar het hotel. Met de woorden van Yee Chuan "He was brought back on a motorbike, by a number of men with guns, but they were very friendly."

Helaas dus een DNF. Dat vraagt om revanche en die komt er. Bedoeling is 2017 hier weer aan de start te staan. Deze DNF is een mooie verkenning geweest. Zowel van het parcours als van de inzet van organisatie. Om het parcours te overleven is een ding belangrijk win van het stof! Dus dichte schoenen met goede gaiters en mondlappen voor het stof! Wat betreft de organisatie, verwacht niet te veel. Die heeft nog veel te leren. Op papier lijken er veel dingen geregeld maar in de praktijk is het anders. Het beperkt zich tot, startgeld innen, route uitzetten, verzorgingsposten met minimale verzorging inrichten en slordige uitslagen. Daarnaast is de informatie voorziening van de zaken die er wel toe doen minimaal. Maar goed dat is nu duidelijk voor de volgende keer. De jonge organisatie is dan ook vast en zeker iets volwassener geworden.

Nu, kleine twee maanden later, nog steeds geen volledige uitslagen. Ik wil graag weten wat mijn tijd was bij het binnenkomen op het 100+ kilometerpunt. Op dat moment niet aan gedacht. Te moe! en hoofd was met andere dingen bezig. Dus gevraagd aan de organisatie. Maar net als vooraf, geen antwoord. Geen van de adressen.


Gerik Mik

NB. Op de website van Gerik staat het verslag met foto痴: http://trailrenner.nl/hardverslag/BTS1002015/bts1002015.htm
 
 
[ top pagina ]