Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
12 sep 2017
Geloven in een wonder
12 sep 2017
UTMB 2017 Genieten van bijna winterse tocht met een zonnige ontknoping!
30 aug 2017
Een overzicht van de 24 uur lopen door Henk Harenberg
3 aug 2017
Eiger Ultra Trail en Swiss Irontrail
Verslagen in 2017
* September
* 12 sep 2017: Geloven in een wonder
* 12 sep 2017: UTMB 2017 Genieten van bijna winterse tocht met een zonnige ontknoping!
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van September 2017
 
´...want als je niet in wonderen gelooft, waar moet je dan in geloven...´. Beter dan dat kon het niet gezegd worden. Dank voor de zalvende woorden Endymion Kasanardjo!

Het stond er niet best voor met de conditie dit jaar. En ik wist het maar al te goed. Ik wist dat het beter was om een keer niet van start te gaan. Maar ja, hoop doet leven, en ik ben soms geweldig eigenwijs. Hopen in een wonder en dus hopen dat de finish tot de mogelijkheden zou behoren. Want een behoorlijke tijd, dat zou het sowieso niet worden, want ook dat wist ik maar al te goed. In tegenstelling tot wat buitenstaanders soms denken: een 100 kilometer is niet alleen maar een mix van een goede conditie met een berg doorzettingsvermogen. Het lopen van een goede tijd, in mijn geval net boven of net onder de acht uur, kan alleen als de conditie uitmuntend is, de omstandigheden goed, de dagvorm uitstekend, het tussen de oren helemaal goed is, als de voeding goed aanslaat, als er geen tegenslagen zijn onderweg, en nog veel meer factoren. Een 100 kilometer is vreselijk ingewikkeld, en soms net zo onbegrijpelijk voor de ervaren atleet die het zelf regelmatig doet, als voor de buitenstaander. Voor de marathonkenners, die de vergelijking op een of andere manier altijd willen maken: een gewone marathon is, en dat is niet hooghartig bedoeld en met alle respect, gewoon kinderspel vergeleken bij een snelle 100 kilometer. Alle signalen moeten op groen staan, anders wordt het niks. En dikwijls slaat dat ‘niks’ om in helemaal lege handen, en ben je zomaar naar de andere kant van het land afgereisd, zonder enkel resultaat. Maar naar Winschoten ben je nooit voor niks geweest. Het feest van de Run, het festival der duurlopers, is zelfs een genoegen voor diegenen die de finish niet gehaald hebben. En zo was het ook afgelopen zaterdag.

Dit jaar was het lopen van een fatsoenlijke tijd geen optie. De finish halen zou al een wonder mogen heten. En met die kansen in het achterhoofd ben ik toch met enig optimisme afgereisd naar het noorden van het land. Na drie rijke hardloopseizoenen in 2013, 2014 en 2015 zijn de jaren 2016 en 2017 simpelweg jaren die ik looptechnisch snel moet vergeten. Diverse blessures, met name aan de lage rug, en gebrek aan tijd en energie om te trainen spelen me simpelweg parten. De dagen dat ik een groot deel van de tijd in een bureaustoel zat, zijn helemaal voorbij. Die hebben plaatsgemaakt voor een hectische baan, waarbij ik een groot aantal uren van de dag aan het rennen en vliegen ben, de hele dag op mijn benen sta, en ook nog een deel van de dag fysiek keihard aan het werk ben. Waar ik vroeger in de avonduren eindeloos kon trainen en ik me bevrijd voelde van een hele dag in een stoel zitten, ontbreekt het me nu in de avond gewoon aan energie. Kort gesteld: ik kom na lange werkdagen gesloopt thuis en heb dan geen trek meer om me dan ook nog eens het apezuur te trainen. Lastig combineren met ultralopen op deze manier.

Met nieuw schoeisel was ik aan het begin van de zomer best optimistisch over mijn kansen weer eens een goede 100 kilometer te lopen. Na een korte, maar prima trainingsperiode had ik de vorm weer aardig te pakken, zonder last te hebben van de rug. De lange duurlopen deed ik een aantal keer op mijn vrije dagen, maar ik merkte dat ik vaak wel wat te moe was om een lange duurtraining te doen. Toch deed ik het in de hoop wat recht te kunnen zetten na de DNF afgelopen jaar. De vijf kilometer ging snel weer in zeventien en een halve minuut een ook tijdens de lange duurlopen kon ik hier en haar prima doorversnellen. Achteraf gezien waren de trainingen te weinig frequent en de aanslag op het lichaam te groot. Ik wist gewoon niet hoe ik het moest combineren met onregelmatige werktijden en drukte op het werk.

Door extreme drukte op het werk in combinatie met een relatie die jammerlijk naar de knoppen ging, kwam er in augustus niks meer terecht van trainen. Normaal zet ik gedurende de maand augustus de turbo aan, maar dit jaar kwam er helemaal niks van terecht. Daar ik een erg emotioneel karakter heb, was ik gedurende de eerste drie weken van augustus óf in bed, óf op het werk. Ik kreeg geen hap door mijn keel en collega’s vroegen of het wel goed ging. ´Nee´, was dan het antwoord in alle eerlijkheid. Op dat soort momenten drink ik liever de gifbeker leeg in plaats van windowdressing. Emoties kunnen wat mij betreft dan beter stromen, dan ze opkroppen waarmee het verwerkingsproces nog langer gaat duren. Ik heb er nog voor gestreden, maar dat mocht helaas niet baten. In de laatste week van augustus kon ik het leven weer wat oppakken en was het tijd om weer leuke dingen te doen. Ik voelde me helaas nog niet fit genoeg de schoenen weer aan te trekken voor een lange duurloop.

De conditie werd broos en de spierkracht nam behoorlijk af, wat ik overigens al merkte op het werk. Het zag er al met al dus vrij bescheten uit, in de week in aanloop naar Winschoten. Maar toch boekte ik het hotel en toch besloot ik de uitnodiging van Henri Thunnissen aan te nemen. Ik wilde er per se bij zijn. Hopend op een wonder, en anders genietend van een prachtige race vanaf de zijlijn.

Normaliter werk ik tot en met de vrijdag, maar dit jaar had ik een dag extra rust, na vier extreem drukke dagen waarbij ik mijn werk moest overdragen aan een opvolger. Een overplaatsing naar een andere supermarkt - ik ben supermarktmanager in opleiding - heeft heel wat voeten in aarde als je het een en ander goed wilt achterlaten. Het was een hectische week inclusief een examen, waardoor de gedachten aan de Run eigenlijk pas op gang kwamen toen in de trein instapte op vrijdagmorgen. Na een regenachtige treinreis en een heerlijk diner in de binnenstad van Winschoten kon ik de slaap zonder zenuwen vatten; wat was er immers dit jaar van mij te verwachten?! Bij het ophalen van het startnummer op de avond voor de Run had ik dat ook nog aangegeven bij Henri, de beste racedirector ter wereld. De uitnodiging bleef wat hem betreft voor altijd, en dat is iets dat ik niet kan weigeren.

Na een goede nachtrust en een prima ontbijt met Rombout Breedveld en zoon, was daar als altijd de kleine reünie in de sporthal naast de start. Leoni Ton en Jan de Wilde trakteerden me op koffie, en daarnaast werd er driftig handjes geschud en geknuffeld met tal van atleten die bijna elk jaar acte de presence geven in Winschoten. Wat dat betreft blijft Winschoten een warm bad. Harm Sengers, de Nederlands recordhouder op de 50 kilometer, gaf ook aan wat gas terug te hebben moeten nemen door drukte op zowel het vlak van privé als werk. Er is meer in de wereld dan hardlopen en races...

Kort voor de start werd er nog even geschuild onder de start- en finishboog. Want het kwam werkelijk met bakken uit de lucht. Pluvius trakteerde ons dan ook op een geweldige bui tijdens het eerste kwartier van de wedstrijd. Dat betekende helaas niet alleen maar veel zuurstof in de lucht, maar ook direct natte voeten. Daar waar plassen normaal ontweken worden door de atleten, leek iedereen her en der een vijver meer te pakken, omdat die voeten toch wel nat zouden gaan worden. Het resulteerde uiteindelijk overigens maar in twee hele grote blaren, wat erg meeviel.

Het strijdplan, voor zover daar sprake van was, was om de eerste 50 kilometer rustig rondjes in 50 minuten te lopen om daarna per ronde te gaan inleveren, en het grote instorten zo lang mogelijk uit te stellen. Na een diepe val in rondetijden zou de finish dan eventueel aan te wandelen zijn; zolang de finish maar gehaald zou worden. De eerste ronde verliep zoals alle jaren vlekkeloos, en dat mag ook niet anders zijn tijdens een 100 kilometer. Na de eerste passage bemerkte ik wel enige spierpijn in de bovenbenen. En later in de race zou dat ook de grootste problematiek blijven. Het is vrij normaal dat het lichaam kortstondig pijntjes aangeeft in het begin van de race, maar zodra ik warm gelopen ben, zijn de pijntjes ook weer weg. Op hetzelfde scenario hoopte ik ook toen ik na ongeveer 15 kilometer - al na 15 kilometer! - pijn begon te krijgen in de bovenbenen. De spieren stonden volledig strak en door een ongelukkige manoeuvre, waarbij ik poogde de spieren te rekken, zette ik mijn linkervoet ook nog eens volledig verkeerd neer op het asfalt, waardoor er achter de linker knieschijf ook nog eens een probleem ontstond. Tijdens dit schrijven heb ik er nog steeds last van, en lijkt er sprake van een ontsteking achter de knieschijf.

Naarmate de kilometers vorderden realiseerde ik me steeds meer dat ik erg gas moest geven om simpelweg onder de vijf minuten per kilometer te blijven. Dat is voor mij toch buitengewoon en deed me erg druk maken over het verdere verloop van de race. De benen kwamen vaster en vaster te zitten, en ook de liezen zaten volledig in verkrampte toestand. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan bij de gedachte dat ik in de weken voor de Run, toen ik dus niet sportte, simpelweg vergeten was om de spieren op te rekken. Ik heb van nature te korte spieren, dus sporten en rekken zijn min of meer noodzakelijk om te grote spierspanning te voorkomen. Nu stonden de spieren na 20 kilometer zo strak als kabels, en volledig vast. Hoewel kabels niet de juiste formulering is; het waren eerder aangetrokken elastiekjes. Dom dom dom, ik kan er achteraf bezien niets anders van maken. Ik ben gewoon vergeten de spieren te rekken...

Na twee vlakke rondes liep de derde ronde al richting het uur, en dat is iets dat niet mag gebeuren tijdens een 100 kilometer. Steeds moeizamer raapte ik de kilometers op en urineerde ik eindeloos vaak langs het parcours. Elke keer weer rekte in de bovenbenen, maar het gehoopte effect bleef uit. De pijn werd groter en groter en door gebrek aan spiermassa, waar ik toch al niet om bekend sta, liepen de kilometertijden steeds verder boven de zes minuten op. Wandelen afgewisseld met stukjes rennen werd het nu, en steeds in gesprek met mezelf. Ik had gehoopt liefdesverdriet en andere problematiek thuis te laten, maar dat speelde steeds weer op. Ultralopen gaat soms niet over rennen, maar over wat er plaatsvindt tussen de oren. Als ik nu eens tot het einde kon wandelen, dan kon ik wellicht dat pakketje verdriet definitief achter me laten?

Na 31 kilometer ging het al de verkeerde kant op en werd er een stuk gewandeld. Dick Abee, voorzitter van AV Aquilo, pakte mijn hand en samen wandelden we hand in hand verder. Ik moet toegeven dat ik broos was en Dick, die ik in eerste instantie voor een ander aanzag, zag dat. Dan kan ik niet anders dan dankbaar zijn, dat zo iemand de tijd laat lopen om je te helpen. Hij praatte op me in en liet het publiek en de vrijwilligers me toespreken om in de race te blijven. Hand in hand kameraden, en dat voor een supporter van Ajax. Nee, die was geen wedstrijd voor mietjes, maar hier hielp een atleet een ander die in moeilijkheden was. Ik heb hem na afloop helaas niet kunnen bedanken voor deze kilometer hulp.

Na 35 kilometer werd ik opgepikt door Arjan van den Berg en Silvio Teunissen. Zij nodigden me uit, en met tranen in de ogen kon ik deze uitnodiging niet afslaan. En daar liepen we dan een stuk op. Beide heren de inspanning relativerend en lachend om het publiek, het weer en de dag in het algemeen. Ik deed mijn best vrolijk te worden, maar toch rolden er tranen. De heren offerden zich op, en die eer was me als zwalkend atleet eigenlijk te groot. ´Er loopt hier voor een miljoen kilometers bij elkaar, maar niemand die dat hier weet’, aldus Arjan, en beter kon hij het niet verwoorden. Want als de vorm er niet is, en je je niet mengt in de strijd aan de kop van de wedstrijd, dan kan zo’n race heel anoniem zijn. En gelukkig maar, want dat neemt ook een hoop druk weg. We waren er om de finish te halen, en dit jaar niet voor de medailles. Maar de finish halen was op dat moment eigenlijk alleen nog maar een utopie. Maar Arjan en Silvio hielpen me nog even om in die droom te blijven. Daarnaast was het een prima gelegenheid om weer even bij te kletsen; we zien elkaar eigenlijk maar een keer per jaar. Arjan was als training bezig voor de Spartathlon, de enige echte wedstrijd, en had geen grote haast dit keer. Hij kon de training uiteindelijk helaas niet volbrengen, maar spaarde zich in aanloop naar die heilige race tussen Athene en Sparta.

Na zes kilometer moest ik Arjan laten gaan en nam ik me voor het beloofde rondje in ieder geval af te maken. Dat zou me tot halverwege de wedstrijd brengen, en een nieuw evaluatiemoment bezorgen om te kijken of ik door zou kunnen schuifelen en wandelen tot de eindstreep. Ik nam het me voor om de strijd aan te gaan, en me de negatieve gedachten te laten welgevallen. Steeds zette ik wat aan en liep ik stukjes hard, afgewisseld met rekken en wandelen. In dit tempo zou ik het kunnen halen, rekende ik uit. Maar het rekenen begon de geest moe te maken, in combinatie met allerlei negatieve gedachten in de privé-sfeer.

Hartverwarmend bleef de steun van andere atleten en het publiek. Zelfs Wouter Decock, Pascal van Norden en Gert Mertens zagen de hopeloze strijd en trakteerden me op zalvende woorden. En dat is waar Winschoten ook zo om bekend staat, en waarom atleten er zo vaak terugkeren: er is aandacht van het publiek voor de individuele atleet, broederschap tussen de atleten onderling en een organisatie die er alles aan doet om het de deelnemers zo comfortabel mogelijk te maken in een wedstrijd die vreselijk zwaar is. Winschoten liet zaterdag weer zien waarom dit eigenlijk de beste 100 kilometer wedstrijd ter wereld is.

Na de passage van de 50 kilometer was ik er nog helemaal niet klaar mee. En dat tekende ook de strijd in mijn gedachten; aan de ene kant willen stoppen, maar aan de andere kant mentaal niet in staat zijn om nog een keer op te geven, zoals vorig jaar. Ik bleef rekken, maar de pijn in de benen, liezen en achter de linker knieschijf werd steeds heviger. Ik calculeerde een verdere daling van het tempo en realiseerde me zittend op een stoepje voorbij het punt van 51 kilometer dat het er een beetje hopeloos uitzag. Het publiek bood me daar zittend eten en drinken aan, massage, een telefoon en wat allemaal nog meer, maar mededogen was genoeg. Ik was er ineens klaar mee, maar heb nog een kwartier getwijfeld. Een zinloze strijd, wat me de kans op een fatsoenlijk herstel zou belemmeren, en steeds zekerder wetend dat ik wellicht het checkpoint van 20.50 uur op 90 kilometer niet zou kunnen halen. Schuifelen en wandelen ging te langzaam. Als ik nou 20 kilometer verder was geweest, dan had ik het zeker gedaan. Maar de tijdsmarge was nu toch echt te klein. Met tranen in de ogen wandelde ik terug en kon zelfs Gert Mertens me niet tegenhouden en overtuigen om nog een rondje door te doen. Het was genoeg. Ik was te moe, mentaal niet goed genoeg, te mager, en gewoon niet klaar voor de Run. Het geloof in een wonder was te sterk geweest om de harde realiteit niet te kunnen zien. Als ik mijn verstand had gebruikt, was ik nooit gestart. Maar achteraf gezien heb ik er absoluut geen spijt van om toch een poging te hebben gedaan.

Naast alle kommer en kwel op looptechnisch gebied was er toch ook weer het nodige te genieten in Winschoten. En na een bad en wat eten kon ik dat ook inzien. Als altijd was het fantastisch om de uitlopers binnen te halen en te feliciteren in de sporthal naast de finish. Rombout Breedveld pakte na jaren trainen eindelijk zijn persoonlijke record onder de magische acht uur. En hoe! 7.45 uur was de indrukwekkende tijd. Leonie Ton kwam net tekort voor een nieuw persoonlijk record, maar finishte toch in een waanzinnig goede tijd en pakte haar tweede Nederlandse titel. Pascal van Norden, een van de meest sympathieke lopers in het ultrapeloton, deed dat laatste uiteraard bij de mannen. Sylvia Verhoeven pakte de derde plaats bij de vrouwen voor het Nederlandse kampioenschap en finishte in een tijd die genoeg is om te starten op de 120 van Texel. Met haar liep ik ooit een stukje op tijdens mijn eerste ultraloop in 2010 en het was geweldig om te zien dat ze, na fysieke ongemakken, helemaal terug is. Joris Wulfert, van de Erasmus Roadrunners, kende een moeilijk tweede deel van de race, maar verbeterde zijn pr naar een tijd van 8.20 uur. Robert Boersma lag op een mooi schema, kreeg het zwaar, maar wist toch de finish te bereiken in een keurige tijd. En dit is slechts een kleine greep uit alle prestaties die geleverd zijn. En na afloop werd er nog het nodige bijgepraat en informatie uitgewisseld over toekomstige wedstrijden, en het leven in het algemeen.

Na twee keer niet finishen in Winschoten zou ik kunnen denken aan een relatiecrisis met deze liefde. Echter wil ik de moed niet opgeven, en zal ik meer m´n best moeten gaan doen om de verstandhouding te redden. Ik ben inmiddels afgezakt naar een middelmatige hardloper, en om m´n positie en respect in het peloton weer een beetje terug te winnen, zal er eerst hard getraind moeten worden. Het komende jaar zal ik gaan uitvogelen hoe ik dat met mijn drukke baan ga combineren. Maar het is de investering waard, en ik zal mijn best blijven doen om m´n relatie met de 100 kilometer van Winschoten te redden. Volgend jaar dus weer een start, en hopelijk dan ook weer eens een finish. Ik hoop dat ik dan weer welkom ben, maar met Henri Thunnissen, Henk Noor en Liesbeth Jansen vertegenwoordigd in een of andere rol bij de Run, zal dat zeker goedkomen. Bedankt!


Dave Boone
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Vrijdag 1 september, even voor 18.00 uur. Place Traingle de l’Amitié. Met nog 2536 andere ultratraillopers in het startvak. De start van de race is uitgesteld tot 18.30, maar het lijkt alsof iedereen gewoon op de oorspronkelijke tijd klaar is verschenen. Wat ga je ook nog doen tijdens die 30 minuten uitstel? Er volgen nog extra waarschuwende woorden over de kou in de bergen: Niet rusten op de toppen, zo snel mogelijk naar beneden, de temperatuur kan in de nacht dalen tot -9 ⁰ C. Iedereen kijkt naar de dreigende wolken die over de toppen van de Mont Blanc neerdalen. Maar de laatste boodschap die door de luidsprekers schalt, is eigenlijk waar het om gaat: “but remember the UTMB is a lot of fun, enjoy it!”

Het is een bijzonder startvak. Veel grote namen, heel veel. Kilian Jornet, Francois d’Heane, Jim Walmsley, Xavier Thevenard, Sage Canaday, Zach Millar, Dylan Bowman en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar goed, de strekking is duidelijk. Op diverse internet sites wordt deze versie van de UTMB dan ook aangekondigd als “the best ever”. Mooi om daarbij te zijn!

In al dat geweld sta ik dan met mijn eigen doelstellingen. Ik hoop dat het voor mij ook “the best ever” wordt. In 2015 werd ik 290e in 34 uur en 53 minuten. Daar moet ik dus onder om dat waar te kunnen maken. Ook zou ik graag als eerste Nederlander over de streep komen. Voldoende inspiratie om voor te lopen, zeker na het noodgedwongen afzeggen in 2016. Een slepende hamstringblessure verhinderde mijn deelname.

Ik kies voor een behoudende tactiek. De les die ik in 2015 leerde is dat de UTMB pas echt begint met de beklimming naar de Grand Col Ferret. Courmayeur lijkt halverwege, maar het traject daarna is langer en de hoogtemeters talrijker. De tijdsuur is dus ook een stuk langer. Als je de kracht niet meer hebt in de benen, kun je flink stilvallen. Rustig Chamonix uit is niet zo lastig, daar wordt je toe gedwongen, maar jezelf in toom houden op de Delevret, door Saint-Gervais en tegen de Bonhomme op is moeilijker. De klimmen en afdalingen zijn niet al te technisch, de benen voelen nog goed en het opzwepende publiek is talrijk.

Mijn tussentijden zijn een half uurtje langzamer dan in 2015, maar dat mag in deze fase. Goed opletten in de regen en natte sneeuw dat je niet teveel afkoelt, dat is nu veel belangrijker. Regenjas en regenbroek aan. Voor het eerst gebruik ik die regenbroek. Hij zat al vaker in de rugzak, maar ging altijd ongebruikt weer mee naar huis! De hele nacht blijft het af en aan regenen en de koude wind snijdt op de toppen door je botten.

In de afdaling naar Courmayer zit ik ondertussen op mijn 2015 schema en de zon komt op. Er zitten zelfs gaten in het wolkendek. Deze afdaling is niet zozeer technisch maar wel erg steil. De eerste vermoeidheid in de benen wordt extra onderstreept door de klappen die ze opvangen door het dalen. De rust in Courmayeur is dan ook zeer welkom. Ik krijg de tas van de organisatie die ik de dag daarvoor heb ingeleverd, met daarin andere kleding. De regenkleding uit, schone kleren en nieuwe schoenen aan en een bord pasta zorgen voor een (bijna) hernieuwde start.

De klim die direct vanuit Courmayeur volgt, naar Rifugio Bertone is steil en ik heb moeite om weer in het ritme te komen. Ik verlies ook weer wat tijd ten opzichte van 2015. Op de golvende vlakte naar Bonatti pak ik weer wat tempo op en in de afdaling naar Arnouvaz zijn mijn benen er weer. Nadeel is echter de natte sneeuw die begint te vallen. Mijn kleding begint al snel doorweekt te raken. Nu stoppen om de regenkleding weer aan te doen? Of toch maar even door naar Arnouvaz? Het gaat nu net weer zo lekker! Dus door naar het dal!

Aangekomen in de tent in Arnouvaz lijkt de setting wat op een groep drenkelingen van een scheepsramp. Onder de aluminium dekentjes, met soep in de hand rond de kachel gedrukt. Veel medisch personeel, in gesprek met diverse lopers. Hier moet ik niet te lang blijven. Ik heb al gezien dat de Ferret in een grote sneeuwwolk gehuld is. Beter wordt het toch niet. Regenkleding aan en ik lepel een bakje soep naar binnen tijdens het omkleden.

Vorige maand het ik de Ferret nog beklommen tijdens de training. Het eerste stuk is steil, daarna even vlakker. Bij het bruggetje zit je op 1/3e van de klim. Dan een steil stuk, totdat je bij de ruïne rechstaf gaat. Dat is 2/3e van de klim. Dan rechtdoor naar de top. Deze wetenschap maakt de klim geen meter lager, of minder steil, maar het feit dat je weet wat er komt, helpt mij. Ik ben binnen 10 minuten weer buiten. Te lang in deze tent blijven hangen, leidt er alleen maar toe dat je uiteindelijk naar buiten gaat om in de bus naar Chamonix te stappen.

Kenmerkend van de Ferret is misschien wel de andere kant, de hele lange afdaling naar La Fouly. Ik kom goed over de top en pak al snelritme in de die afdaling. Het tempo gaat omhoog en in La Fouly ben ik “plotseling” 40 minuten sneller dan in 2015. Wel lig ik nog een half uur achter op de eerste Nederlander in koers, Hendrik Schram. Na La Fouly het stuk vals plat en de steile klim naar Champex Lac. Ik haal steeds meer andere lopers in. Ik was 379e in Saint Gervais, maar kom als 255e binnen in Champex. En ik voel dat ik nog over heb!

Bij de binnenkomst in Trient bemerk ik dat ik ook de eerste Nederlander in de wedstrijd ben. Dat geeft nog een extra boost als ik richting de 2e zonsondergang van deze race ga. Als ik op de 213e plek in Vallorcine binnenkom ben ik al 1,5 uur sneller dan in 2015. Nu de laatste klim op. Het is donker en koud. De mist wordt dichter en het hoofdlampje geeft bijna net zoveel last door de weerkaatsing van de bundel dan dat je er profijt van hebt.

Het zicht is maar enkele meters en vlak bij la Flegère zie ik van alle kanten hoofdlampjes zoeken naar de top en het Aid Station. Uiteindelijk loop ik met nog twee anderen richting een lintje en we weten weer waar het parcours is. Onderaan de klim waren we nog met z’n achten. Waar de anderen afgehaakt zijn is me ontgaan. Snel wat suikers nemen in de tent en dan op naar Chamonix. Ik verlaat de top zo’n 2 uur en 15 minuten sneller dan in 2015 en ik lig ruim voor op de 2e Nederlander.

De afdaling blijft mistig en daardoor gevaarlijk. Geen gekke dingen doen Arjan, de afdaling wordt vanzelf minder steil en de wolken hangen ook niet tot in het dal. Hoop ik. Een aantal lopers halen me in en ik begin de vermoeidheid te voelen. Concentratie vasthouden en blijven opletten. Ik denk aan de harde val twee jaar eerder in deze afdaling. Dat wil ik niet nog een keer. En zoals altijd, ook nu, er komt toch ”vanzelf” weer een eind aan. De lichtjes van Chamonix woerden zichtbaar!

Het is heerlijk om de bebouwde kom binnen te rennen, de straten zijn bekend. Op 500 meter van de streep staat mijn verzorger Harry, hij dribbelt mee en we kletsen wat. Een heerlijk ontspannen gevoel maakt zich van me meester en ik voel de vermoeidheid opeens een stuk minder. Het laatste rechte stuk en daar is de finish! Mijn 2e UTMB start, mijn 2e finish! Nu op de 215e plek en bijna 3 uur sneller dan in 2015! Tevens kan ik zeggen dat ik in de UTMB van 2017 als eerste Nederlander gefinisht ben!

Overigens is mijn tijd van 32 uur en 4 minuten volgens mij de 2e UTMB tijd ooit door een Nederlander gelopen. Maar goed dat is voor de statistieken.
Achter de finish kom je in de rust, even weg van het gejoel van de feestende jeugd die de laatste paar honderd meter lieten merken dat ze nog lang niet van plan waren om te gaan slapen. Prima! Maar nu even lekker zitten. De croissants die mijn moeder heeft gekocht bij de nog open zijnde horeca smaken prima, de koffie ook! Zo wordt je weer een beetje mens.

Na een slordige 2 uur slaap en 4 maaltijden in drie uur ga ik terug naar Chamonix. Noodzakelijk om de “Courmayeur tas” op te gaan halen,maar ook omdat het leuk is om andere finishers aan te moedigen. Nu wel in de zon, had ik maar iets beter weer gehad tijdens de race, dan had ik nog wel een uur harder gelopen, of zelfs onder de 30 uur…. Zinloze gedachten op dat moment. Dat is iets voor volgend jaar, als ik weer de kans krijg. Voor nu eerst nagenieten, herstellen en op naar de prachtige afsluiting van dit seizoen, Diagonale des Fous op het eiland Réunion.


Arjan van Binsbergen
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]