Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
9 dec 2017
42 kilometer (en een beetje) in 42 landen (door Albert Meijer)
4 dec 2017
Bertlicher Straßenlaufe - 3 december 2017
3 dec 2017
BTS 100 Ultra 2017 (DNF, 102KM(+5936m), 23:10:53, 115KM gestopt)
26 nov 2017
Van Abcoude tot Kampen
Verslagen in 2017
* December
* November
* Oktober
* 30 okt 2017: Van Barchem tot Etten-Leur
* 25 okt 2017: Lange reis, korte race….
* 24 okt 2017: Drenthe doet wat met je
* 13 okt 2017: SPARTATHLON
* 11 okt 2017: Marathon Eindhoven 10-10-17
* 9 okt 2017: Lang – Langer – Langst, Goldsteig 661
* 1 okt 2017: Winterswijk-Dwingeloo-Duiven-Spartathlon ...
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Oktober 2017
 
De doelstelling volgende maand mijn 200ste finish op een marathon en ultra te volbrengen vordert gestaag. Eerlijkshalve moet ik wel bekennen dat mijn linker achillespees niet bepaald happy meer is. Te dikke pees met als gevolg veel op de hak lopen.

Maar niet getreurd. Weer drie keer gefinisht na de marathon in Eindhoven.

De eerste finish na Eindhoven was in Barchem. Een thuiswedstrijd voor me. De start is op de Lochemse berg. De eerste tien kilometer lopen we op de Berg. Het parkoers is gewijzigd t.o.v. de eerste edities. Nu mogen degene die van een trail houden, langer genieten. Vervolgens lopen we richting de prachtig natuur in de nabije omgeving van Vorden. De laatste twee keer heb ik gezegd hier niet meer te starten omdat ik weinig zie. Deze keer draag ik een bril. Al snel loop ik in de achterhoede met als gevolg dat een paar fietsers me begeleiden. De dame is wel erg enthousiast. Al haar blessures zijn me inmiddels bekend en dat ze een te laag suikergehalte had. Gelukkig kan ik een paar lopers passeren zodat ik in alle rust kan genieten van de omgeving. De laatste kilometers zijn niet echt gemakkelijk omdat deze weer op de Lochemse berg zijn. Fijn gefinisht te zijn omdat ik er vooraf als een berg tegenop zag. Oh ja deze marathon verdient meerdere deelnemers op de marathon.

De week er op staat de Balloerveldmarathon op het programma. De marathon is niet uitgezet. Gelukkig krijg ik van de organisatie een GPS ter beschikking. De benen voelen niet lekker aan. De eerste van vier lussen loop ik achter een paar man. De tweede ronde is heel bijzonder. Sowieso een mooie ronde waar we o.a. langs een schaapskooi en een hunnebed lopen. De derde lus is ook bijzonder omdat ik nogmaals de tweede lus voor een groot deel afleg. Waarom? Omdat ik na de schaapskooi richting fietsknooppunt 67 had moeten lopen maar het pad rechts volgde. Het telefoongesprek met Ronald biedt geen soelaas. Ronald vraag waar ik ben. Tja ergens op een fietspad tussen Rolde en Barlo. En er staat een oude man naast me. Hij is uit zijn huis gekomen omdat ik stil stond. Hij vraagt of ik een lekke band heb. Nee omdat ik geen fiets bij me heb maar met de benenwagen ben. Hij vraagt nog waar ik vandaan kom. Eigenlijk heb ik wel andere dingen aan mijn kop maar antwoordt uit de Achterhoek, dichtbij Borculo. De man is al een beetje op leeftijd. En zegt dat ie in Sibculo geschilderd heeft. Ik ga er niet verder op in en zeg dat ik verder moet.

Vervolgens loop ik op een weg waar een fietspad langskomt. Verrek ik zie lopers die me tegemoet komen. Fijn een teken van leven te zien. Ik loop veel te veel kilometers. Toen ik Ronald belde gaf hij me aan naar het 26 kilometer punt te lopen maar ik was al bijna drie uur en een kwartier onderweg. Nou dan hoef ik toch niets meer uit te leggen.

Na de schaapskooi voor de tweede keer gepasseerd te zijn, zie ik de twee lopers die 1 tot twee kilometer voor me liepen.

Uiteindelijk finish ik toch.

Oh ja en we hebben vandaag mazzel gehad omdat er niet teveel regen is gevallen.

Inderdaad eindtijden heb ik bovenstaande marathons niet vermeld. Ik zie het als trainingen.

Vandaag staat de marathon in Etten Leur op het programma. Even terug in de tijd. 25 oktober 1991 (inderdaad 16 jaar geleden) liep ik mijn derde marathon. Na mijn debuut op de marathon in Enschede in 1990 wilde ik in Etten Leur mijn p.r. aanscherpen met een eindtijd onder de drie uur. In 1990 leefde ik nogal bourgondisch waar een biertje sowieso bij hoorde. Om het doel onder de drie uur te finishen te realiseren nam ik de beslissing de alcohol voor minimaal een aar te laten staan. Dan zou het toch moeten lukken. De eerste 1/2 marathon verliep prima in Etten Leur. Een hoge 1 uur en 19 minuten. Uiteindelijk liep ik er een p.r.. Echter slechts twee secondes sneller dan een jaar er voor. Ik was er klaar mee en zat na afloop '-s avonds in de plaatselijke kroeg met een paar stijve poten een paar biertjes te drinken. Ik was er helemaal klaar mee. Vervolgens heb ik ruim tien jaar geen marathon meer gelopen.

Etten Leur was vandaag mijn derde deelname in Brabant. Vorig jaar verliep naar tevredenheid en dit jaar nog beter. Zelfs met een negativ split. Er stond wat wind en er viel wat regen maar het had veel slechter gekund. Het viel mij mee. Daarnaast scheen de zon regelmatig. Wat ik ook als prettig heb ervaren dat de start niet zo akelig vroeg in de morgen is. Starttijd 11.45 uur. Naast het feit dat ik geen vroege vogel ben, vind ik het ook niet prettig om in het weekend om 06:00 uur op te staan om ergens een marathon te lopen.

Deze marathon wil ik mijn eigen tempo lopen. Me niet laten gek maken door anderen zoals in Eindhoven recent. De achillespees heeft geen keus en moet met de rest van het lichaam mee. De eerste kilometers lopen we door Etten Leur en vervolgens naar het buitengebied. Het tempo voelt goed. Elke vijf kilometer sportdrank (van goede kwaliteit aangeboden door de organisatie) gedronken. De bananen waren niet zo keutterig (is Achterhoeks voor klein) zoals in Eindhoven. En de schil zat er nog om. Doorkomst na de 1/2 marathon in 02:03:45. Vervolgens haal ik een paar lopers in tussen de 22 en 25 kilometer waarna er nog meerderen volgden. Ik wil niet forceren maar een tempo lopen wat bij mijn mogelijkheden op dit moment past zodat ik niet zoals in Eindhoven de laatste zeven kilometer het wel goed vind omdat mijn fysiek een duidelijk signaal afgeeft. Uiteindelijk finish ik volgens de uitslagenlijst in 04:06:10. Prima en tevreden.

En nu maar hopen (wellicht tegen beter weten in) dat die achillespees morgen niet protesteert en volgende weekend mee wil. Moet toch goedkomen?!


Sportieve groet,

Henk Harenberg 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Het is vrijdagochtend, 04.10 in de bergen van het eiland Réunion als ik het me realiseer. In mijn 16e Ultra wedstrijd komt mijn eerste “DNF”. Na 40 kilometer in de Diagonale des Fous weigert mijn rechterachillespees om me nog verder de bergen op te loodsen. Ik ben vervallen tot strompelen. Wat is dat balen. Nog een paar woorden schieten door m’n hoofd, die zal ik maar in mijn gedachten laten.

Het jaar 2017 was het jaar geworden van mijn terugkeer na het blessurejaar 2016. Met een prima uitslag in de Trans Grancanaria, maar vooral in de UTMB was het jaar al geslaagd. De Diagonale des Fous zou de kers op de taart worden.

Na de UTMB was de moraal uitstekend en de benen eigenlijk ook. Het herstel ging supersnel, na 2 weken kon ik weer lekker trainen. In de 4e week kreeg ik wat last van m’n hamstring en begon ik aan een vroege tapering. In week 7 na de UTMB stond ik op Réunion, klaar voor de start. De hamstring genezen en zin in een bijzondere seizoensafsluiting.

Ik had een schema van tussentijden bij me wat me naar een tijd van 38 uur zou moeten leiden. De topvorm van de UTMB (32 uur) had ik niet, dus ik gaf mezelf wat extra tijd. Genieten en finishen was het voornaamste doel. Met een positieve vibe de winter in. De muziek voor de start droeg daar aan bij, tropische klanken en nog lekker even liggen op het gras in het startvak. Eén uur voor de start komt iedereen in beweging om via de uitgang van het grasveld het echte startvak in te gaan. Dat duurt dan nog 45 minuten voordat dit daadwerkelijk gebeurt. Via heel veel duw en trekwerk, met een valpartij links en rechts van me, draait het hele pak de doorgaande weg op richting de startstreep.

De start is op deze manier een echte verlossing, eindelijk wat ruimte om te bewegen! De benen zijn snel los, geen last van de hamstring. Volop aanmoedigingen en vuurwerk leiden ons Saint-Pierre uit. De eerste klim begint na 7 kilometer en ik kan aardig wat plaatsen pakken. Goed ritme, totdat een paar kilometer verder er wat steken in mijn rechterachillespees komen. Geen ultrarun zonder pijntje, dus rustig verder, denk ik. Na 25 kilometer heb ik al door dat dit geen “gewoon”pijntje is wat vanzelf over gaat. Nog maar even rustig doorlopen, kleine pasjes verlichten de pijn, afzetten doet zeer.

Op de verzorging na 39 km even zitten, wat extra rust pakken. Eten en op het kaartje kijken hoe het volgende segment er ook al weer uitziet. Opstaan, weer ritme pakken en rechtsaf naar boven. En daar houdt het op. De achillespees weigert te bewegen. Elke stap is een pijnscheut. Hoe nu verder, met nog 125 km te gaan? Nou niet dus Arjan. Hier stopt jouw seizoen…..

Terug naar de verzorgingspost, nummer afdoen en op zoek naar iemand die me naar beneden wil brengen. Ik realiseer me dat ik geen idee heb wat ik moet doen. 15 starts en evenveel finishes. Maar wat moet je doen als je uitvalt? Ik bel mijn vrouw en ze begrijpt waar ik ben. De bus van de organisatie rijdt niet naar beneden, maar tot halverwege de berg. De buschauffeur zet me af op een parkeerplaats en gebaart me van welke kant mijn vrouw zal komen. Niet zo moeilijk, er is maar 1 weg naar boven.

Het daglicht en de opkomende zon verwarmen mijn lichaam als ik haar aan zie komen rijden. Ik plof in de auto en weet dat het jaar erop zit. Gedachten als: “Dit had ik niet verdiend”!”, “Ik had er toch alles aan gedaan om fit aan de start te verschijnen?” en “Had ik dit kunnen voorkomen?” horen bij de onvoorspelbaarheid van je lichaam. De ene keer is het positief, de ander keer negatief.

Mijn vrouw doorbreekt mijn hersenspinsels: “Vanavond pizza!”. Ik moet lachen. Ja, het seizoen is klaar. Ik had verwacht om nog een uurtje of 30 te rennen, nu ben ik plotseling toerist. Het had op een slechtere plaats kunnen gebeuren.

Terug in Nederland bevestigt de fysiotherapeut de juistheid van mijn keuze op Réunion. Vocht in de achillespees. Een week of 3 niet hardlopen, balen. Maar geen zware beschadigingen, dus op naar 2018!


Arjan van Binsbergen 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Ik heb de deurkruk al in mijn handen, als Jan-Willem, mijn onvolprezen fysio, me vraagt of ik nog plannen heb voor de komende tijd. Ik voel me betrapt, en dat is me kennelijk aan te zien, want hij heeft meteen door dat het antwoord 'ja' moet zijn. Blessure of geen blessure, ik wil toch nog graag een loop van 100 kilometer doen in 2017. Door een langdurige hamstring-/bilblessure, of eigenlijk: vanwege het voornemen er nu eindelijk werk van te maken om van die blessure af te komen, heb ik weinig lange afstanden gelopen dit jaar. In januari liep ik een 50 kilometer, in maart een marathon, daarna 5 maanden niets (langs), eind augustus weer 50 kilometer en in september dan nog een 57 in de bergen. Dat laatste vraagt een heel andere manier van lopen – want bergop vrijwel alleen maar wandelen – maar heeft als voordeel dat je wel lang onderweg bent voor relatief weinig kilometers. En dan nu een 100 kilometer. 102,4 om precies te zijn. Is het verstandig? Geen idee.

Op het menu staat de Indian Summer Ultratrail – vooral omdat Hannah die ook gaat doen, ikzelf ben afgehaakt bij een ander gezamenlijk plannetje, en we het toch fijn vinden weer eens samen te lopen. En, detail, het lijkt me trouwens wel een leuke loop ook. "Waar begin je aan?" appt Matthew, "100 min of meer vlakke kilometers." Inderdaad ja, waar begin ik aan?

Net als veel andere lopers zetten we op vrijdag onze tentjes op op de camping waar ook start en finish zijn, in Rolde. Lekker makkelijk. De weersvoorspellingen waren niet top, maar dat het vanaf ergens in de middag non stop zou blijven regenen, hadden we nou ook weer niet verwacht. Ik ben een groot kampeerliefhebber, maar moet toegeven dat op deze manier kamperen toch wat minder romantisch is. Ik kook mijn potje pasta nog onder de tarp van Hannah, maar vlucht daarna snel de kantine in voor een kop thee. Het regent gestaag. Soms hoost het even. Ergens in de loop van de nacht wordt het droog. De laatste keer dat ik m'n tent uit ga om te plassen, is er opeens een heldere sterrenhemel, met hoofdrollen voor de Grote Beer en Orion (nou ja, dat zijn toevallig zo ongeveer de enige sterrenbeelden die ik ken). Bosuilen jagen in de verte.

Wat een luxe om op 10 seconden lopen van de start te overnachten. De start is om 6 uur, mijn wekker loopt af om kwart voor 5, en dan nog heb ik ruim de tijd. Anderen zijn om 2 uur vertrokken vanuit Zeeland, hoor ik later. Het gebruikelijke gedrentel voor de start, begroeten van een paar bekenden, verder wat in mezelf gekeerd voelen dat ik helemaal geen zin heb. Nooit het fijnste onderdeel van een wedstrijd, maar als we eenmaal lopen, komt het allemaal wel weer goed. De etappes zijn lang vandaag, langer dan ik van loopjes in Nederland gewend ben. Alleen de laatste (van de 5 die ik er loop) is korter dan 20 kilometer, de rest is allemaal iets langer.

We lopen al snel het Balloërveld in. Het mag dan donker zijn, maar dat wil niet zeggen dat het niet mooi is. Het heeft iets magisch, zo in het donker in de natuur. Een lekker veilig gevoel ook, op deze manier, met al die andere lopers om je heen. Hannah en ik praten wat bij met Jannet – hoewel: zo spraakzaam ben ik niet op dit moment, dus ik laat het praten graag aan anderen over. Groepjes vormen zich, en lossen ook vanzelf weer op. Mijn lichaam stribbelt nog wat tegen. De benen moeten er nog een beetje inkomen, mijn maag lijkt het ontbijt er graag weer uit te willen werken (dat blijft de hele dag zo – zodra ik iets gegeten heb, wat toch wel handig is om te doen zo nu en dan, begin ik het op te boeren), en mijn darmen, nou ja, mijn darmen... stelletje ellendelingen zijn het. De markering is geweldig, toch lukt het ons om een keer het grote pad naar links te volgen, waar we rechtdoor een smal paadje in hadden gemoeten. We zijn de enigen niet die ons op dat punt vergissen. Ons levert dat een bonus op van, naar schatting, 800 meter. Niet lang daarna zijn we bij de eerste verzorgingspost. Mooi, de kop is eraf.

We gaan snel weer door. In mijn hoofd lopen de bospaden, de heidevelden, de Drentsche Aa (of hebben we nog meer riviertjes gezien?), de vennetjes en vooral, dat vooral, de kleddernatte modderstukken een beetje door elkaar heen. Van dit stuk weet ik me dan ook niet meer zoveel specifieks te herinneren. Mijn benen hebben zich er inmiddels bij neergelegd dat het weer zo'n dag schijnt te moeten worden, en gedragen zich voorbeeldig. Bijna voorbeeldig, want een paar keer ga ik op mijn snufferd, waarvan de tweede keer pal in een modderplas. We zijn net bij een soort recreatieboerderij, als Hannah zegt dat ze gaat plassen. Huh, hier? Maar zij heeft gezien wat ik niet heb gezien: er zijn toiletten! Ha, komt dat even goed uit. Vanwege de mopperende darmen, maar ook kan ik mooi even mijn smerige modderhanden wassen. Als we weer opstarten, zie ik in de verte voor ons Jannet lopen. Die zien we na de finish pas weer terug. Nog een paar kilometer, en we zijn bij de tweede post. Cola! Bouillon! En ook verder zout en zoet door elkaar. Ook staan hier wat estafettelopers die we nog kennen van de eerste etappe. Gezellig. Dat blijft bij elke post zo.

Hannah en ik hebben in de aanloop naar vandaag tegen elkaar op zitten bieden wie van ons het slechtst zou zijn voorbereid op deze 100 kilometer (Hannah heeft zich weliswaar ingeschreven voor de 127, lang geleden, maar is allang niet meer van plan om te proberen die ook daadwerkelijk te lopen). Ik vind dat ik het hele jaar heel weinig gedaan heb, Hannah heeft vooral de laatste maanden voor haar gevoel weinig gedaan. Oké, in de derde etappe begint het erop te lijken dat zij deze battle wint. Ik loop grote stukken voorop. Elke keer wanneer we op een breder pad komen, houd ik me in, zodat Hannah naast me kan komen, maar ze blijft achter me lopen. Wat is er aan de hand? Dit ben ik niet gewend. Bijna altijd loop ik achter haar aan te ploeteren, maar vandaag lijken de rollen omgedraaid. Ik loop verrassend lekker, en heb zelfs het gevoel dat ik wel wat sneller zou kunnen. De derde post is op 65 kilometer. Hier liggen onze gearbags – de rode tasjes met de provincieslogan: "Drenthe doet wat met je." Ik heb in mijn tas onder andere een paar droge sokken, en als ik mijn smerige en doorweekte schoenen en sokken uittrek, zie ik dat Drenthe in elk geval iets met mijn voeten doet. Het ziet er natuurlijk allemaal niet zo fris en fraai uit, maar goed, ook al heb ik wat pijn zo hier en daar, en een hele zwik blaren, zoals achteraf blijkt, ze doen het toch maar weer mooi!

Hannah bekijkt per post of ze doorgaat of stopt. Hier besluit ze om in elk geval door te gaan naar post 4, maar wat langzamer te gaan lopen en mogelijk meer te wandelen. We spreken af dat ik mijn eigen tempo ga lopen. Nog lang blijft ze niet ver achter me lopen, en als ik nog maar eens de bosjes induik, loopt ze me weer voorbij. Daarna kunnen we nog een stukje samen oplopen, voor ik definitief wat op haar uitloop. Het gaat heerlijk, werkelijk waar. Ik geniet met volle teugen – niet alleen van het lopen, en het lichaam dat het zo goed doet, maar ook van de omgeving en van de route. Het is prachtig, de hele dag al. Vrijwel geen asfalt, heel veel smalle paadjes, zoveel afwisseling in omgeving en ondergrond. Die herfstkleuren! Ik ben echt niet voor het eerst in Drenthe, maar ben toch nog aangenaam verrast. Ik vind eigenlijk álles mooi. En we boffen dan ook nog eens enorm met het weer. Vanmorgen heeft het eventjes geregend, een half uurtje of zo, maar verder is het droog en 's middags komt de zon er zelfs zo nu en dan door. Wat een genot. Nou ja, tot een kilometer of 80 dan. Dan begin ik toch wel te merken dat het lichaam dit een beetje ontwend is. Of misschien ís het ook gewoon best ver.

Stijfjes arriveer ik bij de laatste post, het natuurkampeerterrein Borger, op 85 kilometer. Weer eet en drink ik van alles door elkaar. Onderweg eten gaat moeizaam, maar bij de posten lukt het gelukkig goed. Ik krijg een warme pannenkoek, en voor de niet-vega's zijn er ook knakworstjes. De sfeer is er gezellig, maar ik ben toch vooral met mezelf bezig nu. Ik krijg twee magnesiumtabletten van een estafetteloper (v) – of het het lopen in die laatste etappe ten goede komt, kan ik niet zeggen, maar ik heb achteraf niet heel ernstige spierpijn; wie weet, heeft het geholpen. Een van de fotografen vindt dat ik te lang bij de post blijf hangen, als ik nog maar 17 kilometer hoef te lopen. Wat? Maar ik ben er net! Toch trek ik het me aan, en ik zet me maar weer in beweging. Ik hoop zo ver mogelijk te komen bij daglicht.

De laatste etappe kent nog wat uitdagingen. De eerste is een stuk van het mountainbikeparcours van Gieten. Grrrmpf. Normaal zou ik dit leuk vinden, maar nu weet ik het niet helemaal op waarde te schatten. Zelfs wandelend lukt het me niet mijn voeten hoog genoeg op te tillen, en ik struikel dan ook geregeld. De nog frisse estafettelopers die mij hier inhalen, rennen al kletsend de heuveltjes op. Zij wel. Ik wandel omhoog, volg braaf alle lusjes en weersta de verleiding om iets af te snijden. Eeuwige calvinist. Er volgen wat stukken waar de markering opeens wat minder royaal lijkt te zijn aangebracht. De herfstkleuren en de invallende schemering maken het ook wat lastig om de oranje lintjes te zien hangen. Eerder dan strikt genomen nodig is, doe ik mijn koplamp weer aan, omdat de reflectie makkelijker te zien is dan het oranje. De volgende uitdaging is een knollenveld (bij anderen lees ik dat het een aardappelveld is - ik herken de witte uitsteeksels niet als zodanig). Sorry voor m'n taalgebruik, maar wat een klotestuk! En dan moeten we ook nog een greppel zien over te steken. In dit stadium! Ja hallo zeg, weet je wel hoe moe ik ben?! De verkeersregelaars die aan het eind van het knollenveld bij de weg de niet aanwezige auto's staan tegen te houden, zijn zich van geen kwaad bewust en ik val hen maar niet lastig met mijn gemopper. Ik doe het mezelf aan, tenslotte. Altijd blijven lachen.

Goed, wat verder nog? Drie (3!) overstaphekken. Uiterst langzaam hijs ik mezelf omhoog, uiterst langzaam laat ik me weer zakken. De lichaamscoördinatie is niet optimaal. Mijn gps-ontvangst staat op eens per 60 seconden, wat maakt dat de geregistreerde kilometers te laag zijn (maar de batterij het wel tot het eind toe volhoudt). Elke keer probeer ik weer een inschatting te maken van het resterende aantal kilometers. Het duurt eindeloos (maar dan ook echt eindeloos) voor ik het bordje 100km passeer. Mijn gevoel is een rare mengeling van het veel te zwaar vinden, het stiekem ook wel gaaf vinden om zo in mijn eentje in het donker door het bos te dwalen (de nu weer geweldige markering helpt daarbij enorm), en toch ook tevreden over mezelf zijn dat ik blijf dribbelen. Geen moment kom ik in de verleiding om te gaan wandelen, al is dat dan ook alleen maar omdat deze lijdensweg dan nóg langer duurt. De laatste 2,4 kilometers lijken er minstens 5, maar zelfs daar komt uiteindelijk een eind aan. Ik finish mooi binnen de 14 uur, wat ik van tevoren als een hopelijk haalbare tijd had ingeschat. Officieel ben ik tweede vrouw op deze afstand (de échte tweede vrouw stond ingeschreven voor de 127 kilometer en doet daarom niet mee voor de prijzen – over Leonie Ton heb ik het maar niet), zodat ik naast winnares Jannet Lange op het podium beland, dat overkomt me ook niet elke dag. Ik krijg een startbewijs voor volgend jaar – kijk, dat komt nou goed uit, want ik wil hier graag nog een keer lopen.

Hannah is inmiddels ook alweer een poosje binnen, en oogt aanmerkelijk fitter dan ik me voel. Maar hoe kapot ik ook ben, man man man wat ben ik blij. Wat een mooie tocht, wat een mooie dag. Wat is het toch een schitterend spelletje, dat maffe geloop, en wat voel ik me bevoorrecht dat ik dit kan doen. Was het verstandig? Geen idee. Alles doet pijn, maar ik voel me gelukkig.


Jacolien Schreuder
(binnenstebuiten.me) 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Ik ben in Griekenland geweest. Ik heb daar op 29 en 30 september de 246 km van Athene naar Sparta gelopen. De start is met zonsopgang, 7 uur, aan de voet van de Akropolis. En de finish is het aanraken van het standbeeld van Leonidas. De finish sluit de volgende dag met zonsondergang, 19 uur, dus 36 uur na de start.

In 2011 heb ik de Spartathlon uitgelopen. Vooral dankzij de steun van Susameepan zonder wie ik het anders niet had gered. Zowel Susameepan als ik vonden het een mooie ervaring en we hebben allebei de wens uitgesproken dit nogmaals te willen doen. Ik weet nog zijn enthousiasme toen ik hem mijn inschrijving heb aangekondigd. Helaas is Susameepan ziek en is hij niet in staat mij te ondersteunen. Begin september kwam ik er verder achter, dat het te laat is om nog een begeleider aan te melden; bleek ik al in mei te hebben moeten doen. Waarbij het me niet duidelijk is of ik mijn begeleider moet inschrijven incl. hotelovernachting. Wat onhandig is als deze in Athene woont. Het gevolg is dat ik de loop zonder begeleider moet volbrengen. Wat ik heb is mijn herinnering aan 2011. En het feit dat een aantal mensen innerlijk met me meelopen; Susameepan, mijn vader Roel, die in juni is overleden, en uiteraard Sri Chinmoy.

Op dinsdag 26 september vertrek ik naar Athene en slaap ik in een hotelletje vlakbij de Akropolis. Het is daar lawaaiig en stinkend warm. Gelukkig slaap ik de nachten daarna beter in het Emmantine hotel van de organisatie; die ligt aan zee. Al snel ontmoet ik de andere lopers en aanhang. We zullen onder elkaar een sterke band hebben. Woensdag is de dag om water en bananen voor de dropbags te kopen en donderdag is de dag om ze te vullen. 30 halve liters water die ik meng met wat ORS, himalaya-zout, magnesium-zout. Het vullen van de 27 dropbags neemt meer tijd in beslag dan gedacht. De volgende keer moet ik ook tape meenemen om ze te sluiten.

Er zijn 75 posten en op 27 daarvan laat ik een dropbag achter. Na afloop wordt het restant weer terugbezorgd. Ik heb al mijn spullen weer teruggekregen. Tijdens de loop weet ik op alle posten of ik daar wel of niet een dropbag heb liggen. Als dropbag gebruik ik de donkergroene Dilmah-tassen van mijn werk; duidelijk herkenbaar op de posten. De volgende keer kan ik met minder toe en er hoeft geen zout in het water op de posten die ik na middernacht aandoe. Een label op de fles is ook genoeg. Op 5 posten heb ik een schoon shirt, sok, plastic poncho, pleister, extra eten, evt een jack etc. Zelf stop ik geld, tissue, poncho en de tracker in mijn broekzak.
De tracker is een mooie uitvinding welke we te leen kregen van Stef Schuermans, organisator van de Legends trail. De Nederlandse en Belgische deelnemers en enkele gastlopers hebben met deze tracker gelopen. Hiermee kan het hele thuisland precies volgen waar we uithangen. Wat voor tempo we lopen en bij vermissing kunnen ze ons opsporen. Als alle 390 deelnemers met zo’n tracker lopen wordt het voor het thuisfront een chaos, omdat je niet diep genoeg kan inzoomen. Helaas is het ding groot, past het net in de broekzak, en kan het nergens aan vast kleven. Maar het apparaat heeft de toekomst. En het thuisfront vond het fantastisch om direct te kunnen zien, waar we op het traject van de 246 km lopen.

Vrijdagmorgen 4.30 gaat mijn wekker af. Ontbijt om 5.30 uur. Bus vertrekt om 6 uur. En om 6.30 uur staan we aan de voet van de Akropolis. Nog gauw de laatste dingetjes; teamfoto, we wensen elkaar succes. Even voor 7 uur worden we vanuit een drone gefilmd en dan om 7 uur de grote start. En rennen we omlaag naar de ochtendspits van Athene. Met het verkeer gaan 390 lopers in een steeds verder uitgestrekt lint op weg eerst naar de havenstad Piraeus. Na 9 km lopen we langs de snelweg; lelijkste stuk van de tocht. Ik ben benieuwd wat Pheidippides hiervan vindt als hij in deze tijd dat stukkie had moeten lopen. Gelukkig wordt het na 19 km veel en veel beter als we de afslag naar Elefsina mogen nemen en we langs de Egeïsche-zeekust lopen. In de zee zien we een gezonken 100 meter lange boot op zijn kant liggen; lag er in 2016 ook al!

Dit jaar is het weer ons zeer gunstig gezind. Met 23 graden cool weer, droog, maar wel harde wind. Ook cool. Hoe ik ook mijn best doe, hoe meer ik ga wandelen. Het tempo blijft 10 km/uur. Na 4 uur 16 sta ik in Megara op het marathonpunt. Sneller dan mijn vorige deelname. Ondanks een ander voornemen. Maar uit eerdere lopen weet ik dat het altijd anders gaat als dat je tevoren hebt geplant. In Megara staat een grote zee van auto’s langs de weg geparkeerd. Dit is dan ook de eerste plek dat de helpers de lopers mogen begeleiden. Toevallig staan de helpers van Eric Ariens precies naast deze post. Dit is mijn eerste shirtwissel en kijk ik of ik nog wat meer verrassingen in de dropbag heb gedaan. Het is eten, drinken en verder lopen.
Tussen km 55 en 70 staan de posten steeds op ruim 4 km afstand. Dat is ver op het gedeelte tot Korinthe, wat in een hoog tempo moet worden gelopen. Misschien dat juist hierdoor veel lopers juist hier in de problemen komen. Ik toen in 2011. En ook nu voel ik voor het eerst de maag. Maar ik kan blijven rennen en het mag langzamer. Ik kom met 3 Engelsen te lopen. We praten over het Sri Chinmoy Marathon Team. De 24 uur in Tooting Bec, Londen, waar zij, en ik ook, met veel plezier hebben gelopen. En we hebben het over de winkel “Run and Become” in Londen

Na 8 uur en 35 minuten steek ik het Kanaal van Korinthe over, 80 km. Ik ben nr 253. Deel 1 (van de 3) van de Spartathlon zit er op. Doorlopen overdag is gedaan. Zaak is hier te eten, drinken (veel sinas). Ik word geholpen door Daan en Caroline Van der Veldt. Terwijl ik hier zit, zie ik Wilma, Tom en Arjan voorbij komen. Na Korinthe ga ik eerst een stuk wandelen om het eten te verteren. Ik zit nog steeds ver voor op schema. Hier word ik gepasseerd door Ryan Cooper. Ryan komt uit Colorado en hij woont in Arnhem voor 2 jaar. Zijn vrouw Lori en hun 2 kinderen zijn dan niet ver weg. Als ik weer ren kom ik Ryan weer tegen en we praten gezamenlijk een stukje. Volgend dorp is Ancient Korinthe. Hele mooie opgravingen die ik toen niet heb kunnen bewonderen, maar nu wel.

Na 11 uur en 35 minuten passeren Ryan en ik het 100 km punt. Op de volgende post heb ik een grotere dropbag met shirtwissel, verlichting en reflecterende sokken. Hier staan veel kinderen die een handtekening willen hebben. Niet zo handig, want je wil niet stil staan. Verderop zijn de kinderen slimmer; ze rennen mee. Onderweg kom ik Alex Michiels tegen. We praten wat en gaan ons eigen tempo verder. Nu wordt het donker. Volgens mij is dit het mooiste stuk van de loop. Dunner bevolkt. Alleen jammer dat je er niets van ziet. Wel hoor je continu het getsjirp der krekels. Mooi en rustgevend.

Verderop word ik ingehaald door de camper van Eric. Met aanmoediging. Vlak voor Nemea kom ik Arjan van der Berg tegen. Hij moet omhoog wandelen en kan verder rennen. Na 123 km is (Ancient) Nemea het volgende punt op de route. Half-way. Naast de verzorgingspost staat een kerkje. Het blijkt dat hier John Foden wordt herdacht, 1927-2017. Hij was in 1982 de eerste organisator van de Spartathlon en hij heeft lang de organisatie op zich genomen. Op deze post tref ik de familie van Tom Van de Veldt. Tom is misselijk en moet pauze maken. Van Daan hoor ik waar de andere Nederlanders zitten. Wilma 6 km voor, Giel 11 km. Frank van der Gulik en Eric Ariens 10 km achter ons. Ik zit 1 uur 40 voor de cut-off. Ik voel me goed, een klein beetje misselijk.

Ik ga verder. Ik hou van het lopen in het donker en ik geniet van de krekels die onvermoeibaar doorgaan. Hier zijn ook stukjes zandweg. Links van me ontwaar ik een groot verlicht dorp. Nog steeds weet ik niet welk dorp dat is, wij moeten juist meer naar rechts. Na 18 uur lopen land ik in het dorp Lyrkia, 145 km, 1 uur ‘s nachts. Dat is exact gelijk aan 2011. Nu kunnen we de 101 km naar de finish gaan aftellen. Op deze post heb ik een plastic tas met een jack en reserve-batterijen staan. Dat is veels te vroeg, want nu moet ik deze dingen handmatig verder dragen.

Even verderop begint het stijgen naar de Sangaspas. Eerst 500 meter in 8 km. Daarna 300 meter in 3 km over een geitenpaadje. Oohlalala het begint te regenen, miezerregen, precies hier. Ik pak de poncho uit de broekzak. Nog een mooi dorpje in de klim. Even verder sta ik op de post ‘Base of the Mountain, 159 km, 3.15 ’s nachts, koud”. Nr 203. Poncho uit, jack aan, poncho aan. Kop soep en klaar voor de klim. Naar de Sangas-pas waar de God Pan aan Pheidippides is verschenen. God Pan had goed nieuws: “De Goden staan op de hand van de Atheners”. De berg is ruim verlicht met led-lampjes en lichtpijlen. Onderweg staan er vrijwilligers van de lokale bergbeklimvereniging voor het geval dat …………… Maar het gaat goed en we komen boven. Het blijft regenen met koude wind. Omlaag zigzaggen via een vergelijkbaar geitenpad. Veel stenen, modderig en glibberig. Na een haarspeldbocht regen en wind tegen; na de volgende haarspeld weer alles mee. Gelukkig komen we beneden in een rustig bergdorpje. De post is een verademing. Kop thee en wat eten. Vanaf hier lopen we weer op asfalt. En de regen houdt ook op.

Op 172 km wacht de volgende grote dropbag. Na 22 uur en 40 min. lopen, 5.40 uur Op deze post wissel ik shirt, jack en ook de sokken en schoenen die vies zijn; souvenir van de Sangas-pas. Deel 2 en de nacht is voorbij, nu op naar de laatste fase en de nieuwe dag. Op weg naar Tegea krijg ik het te zwaar en moet ik toch overgeven. Gelukkig kan ik toch in hetzelfde tempo door. Ik loop ietsje voor op 2011.

Rond 9:15 uur begin ik aan de 49 km lange heuvelachtige provinciale weg naar Sparta. Ik ben nr 149. Hier begint het altijd warm te worden ook door weerkaatsing van de zonnestralen op het asfalt. De auto’s rijden hard, bovendien rijden ze ook naast de vluchtstrook. Laatste loodjes. In 2011 had ik het idee dat de weg voornamelijk omhoog loopt. Het is wel een mooie weg langs vele bossen en met mooie uitzichten. Nu gaat dit stuk veel soepeler. Ook omdat het minder warm is. Zelfs omhoog kan ik nog rennen. Ik haal hier veel lopers in.

Na 212 km de laatste shirtwissel en ik ga met frisse moed over het hoogste punt gevolgd door de lange afdaling naar Sparta, 700 meter lager gelegen. Op de posten vraag ik thee of soep. Meestal willen ze dat ik even ga zitten, wat lastig is, als je in zo’n flow bent en je een eindtijd kan lopen, die je hier nooit meer zal lopen. Wat me in deze Spartathlon vooral is opgevallen, is de hele lieve ontvangst van de vrijwilligers op alle posten. Zeker op het laatste stuk. Geweldig.

Ik passeer onderweg Steven Schenkels. En op de post 10 km voor de streep zie ik Peter Palmans zitten. Omdat ik me zo goed voel, ga ik liever alleen door. Sorry Peter. Beneden in Sparta worden we opgewacht door vele kinderen die klappen en een stukje meefietsen. Even achter mij blijkt een lokale Spartaan te lopen. Hij krijgt een erekolonne met veel auto’s en getoeter achter zich aan. Verkeer moet even wachten en omdat ik voor hem loop, loop ik in een lege straat. Eerst over de brug met veel foto’s uit de Spartathlon en daarna de bocht linksaf Sparta in. In de bocht de laatste post. In 2011 gooide ik hier per ongeluk de schaal met fruit op de grond (vermoeidheid); in 2017 ligt hier weinig fruit. En gelukkig heb ik mezelf ook beter onder controle. Ik loop door lege straten. Met achter me getoeter voor de lokale Spartaan.

In Sparta wordt de weg door marshals gewezen; ik weet dat ik 2x naar rechts moet. Gebeurd ook. En dan loop ik op de boulevard naar het standbeeld van Leonidas. Hier veel lawaai van de medelopers en hun helpers die aan de vele terrasjes zitten. Ik ontwaar ook Wilma en Tobias.
En na 32 uur en 34 minuten sta ik als nr 96 bij het standbeeld van Leonidas. PR dankzij het koele weer. Tobias, Wilma, Giel en Tom lopen de Spartathlon ook uit. Evenals Stefaan D’Espallier, Luc de Jaeger, Jan Spitael, Steven Schenkels, Peter Palmans en Joeri Schepers. Er zijn in totaal 265 uitlopers. Onder de finishers ook een Patriarch in zijn donker gewaad! En ook een blinde loper uit de VS. Topprestatie!!

Triomfantelijk tik ik de voeten van Leonidas aan. Daar ontvang ik van 2 dames een souvenir, ik word gekroond met een olijventak en ik mag drinken uit een kelk met water. En gelijk word ik weggeleid en worden de voeten in een koud water gezet. Ik blijk één blaar aan de zijkant te hebben, die wordt gelijk behandeld.
Daarna zie ik Jan en Stefaan zitten, ik ga bij ze zitten en we bespreken de tocht.
En dan naar het hotel welke op 200 meter afstand is. De organisatie wilde me per taxi brengen, bang voor ongelukken. Maar ik weet uit ervaring dat ik dat stukje wel kan lopen. Met plezier loop ik over die boulevard naar het hotel. Die avond dineer ik aan de boulevard en eet ik verderop een ijsje met Ryan en zijn familie. Hij is helaas uitgevallen. Daarna heb ik 10 uur geslapen.

De volgende dag hebben we met de burgemeester van Sparta in een restaurant vlakbij geluncht en zondagmiddag zijn we weer teruggegaan naar Athene. Een bustochtje van 4 uur, waarin ik nogmaals kan bekijken waar ik al die 32 uur en 34 minuten heb uitgehangen. Ik zit naast Arjan met wie ik de tocht bespreek, zijn uitvallen en ik laat hem mijn groeten aan Annemarie overbrengen.
Op maandag spreek ik Frank van der Gulik overdag. Hij is na een wandeltocht van 210 km uitgevallen, maar hij weet nu wat te doen. We blijken een vergelijkbare sportbeleving te hebben. Maandagavond is er nog een gala-avond met prijsuitreiking ergens in het centrum van Athene. En de dinsdag heb ik genomen om van de stad en de zon te genieten.

Ik heb de Spartathlon veel beter verteerd dan in 2011. Dat blaartje aan de finish. En de eerste 48 uur waren de voeten uitgezet en jeukten ze even gigantisch. En verder de gebruikelijke harde bovenbenen, die coach Ann Zonneveld weer heeft weggemasseerd.

De voorbereiding was niet makkelijk, maar met steun van het thuisfront; de lessen van Susameepan en het meelopen van mijn vader en Sri Chinmoy heb ik deze toch opnieuw mogen volbrengen.

Tweemaal is een mooi aantal, maar een oneven aantal is beter dan een even aantal. Daarom heb ik er graag een derde bij; dat staat bij mij hoger dan zo’n 100% score. Het beste kan ik me voor komend jaar weer aanmelden; ik moet toch de loting in. In geval van uitloten ga ik me lekker uitleven op die Sri Chinmoy 24 uur in Tooting Bec midden september.

Heel veel Foto’s, uitslag en informatie over de Spartathlon staat op de website!
http://www.spartathlon.gr/en


Nitish Zuidema
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]