Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
25 jun 2017
Vechtdal Trail 44 km - 24 juni
22 jun 2017
De magie van de zes uren. Die na vier uurtjes altijd over was…
18 jun 2017
Veluwzoomtrail
12 jun 2017
Maasdijkmarathon 11 juni 2017
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* 21 jun 2000: Elf dorpen, Vijf lopers
* 5 jun 2000: Terug naar Den Briel, na 50 jaar en na 50 km (Rondje Voorne 1998)
* 5 jun 2000: De column van Ton
* Mei
* April
* Februari
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Juni 2000
 
Elf dorpen, vijf ultralopers en een respectabel aantal vrijwilligers. Dat is zo ongeveer de eerste indruk die ik om een uur of acht s’ochtends in Westerbork opdeed. Tot mijn verbazing stonden maar 5 lopers aan de start van de 75 Km en naar ik hoorde was voor de marathon ook niet veel animo. Op zich jammer, daar een tocht als deze die in een schitterende bosrijke omgeving plaats vindt meer animo verdient. Maar ja, Torhout, de Comrades en Den Haag in hetzelfde weekend dan is een nieuwe tocht niet direct iets waar men voor warm loopt.
Even voor de start wordt er een heuse briefing gehouden en het blijkt dat er ondanks de geringe ervaring met ultralopen toch goed nagedacht is. Om precies kwart over acht wordt het startsein gegeven en de groep bestaande uit Ubel Dijk, Jan-Willem Dijkgraaf, Veron Lust, Sjoerd Slaaf en ondergetekende gaat op weg. Ubel werd door zijn vrouw op fiets begeleid en koos voor een eigen tempo. De overige 4 gingen al lachend en kwebbelend, op de fiets begeleid door Veron’s vrouw en Cees v.d Woude, op kop.
Ik was aanvankelijk wat bezorgd over de route en had het hele traject de week ervoor al met mijn zoon op de fiets verkend. Tijdens deze verkenning bleek het op sommige punten lastig de bedoeling van de organisatie te doorgronden en werd het een 90 Km in plaats van een 75 Km tocht. In ieder geval wist ik nu wel ongeveer hoe het parkoers liep. Al tijdens de eerste kilometers bleek dat mijn vrees totaal ongegrond was, want de route stond die dag echt perfect bepijlt. Zelfs de meest wegdromende ultraloper moest wel heel erg ver heen zijn om deze pijltjes te missen.
Al met al vlogen de eerste kilometers in gezellig samenzijn voorbij en kwamen wij de bij de eerste stempelpost. Dat was wel even wat anders dan bij de elfstedentocht, geen nerveuze atleten, geen gestreste stempelaars, gewoon enkele lokale 65 plussers die het er een dagje van namen en met een tafeltje langs de weg zaten. De bekertjes nog in het plastic het stempeltje nog ingepakt. Na een korte uitwisseling van beleefdheden en uiteraard het eerst stempel toog de groep weer richting tweede post. De temperatuur was zeer aangenaam en het zonnetje belichte het Drentse landschap op schitterende wijze. Al snel kwamen we in Orvelte – een soort dorp in de vorm van een openlucht museum – waar het tweede stempeltje op de kaart gedrukt werd. Ook hier weer dezelfde rust en gemoedelijkheid. Op weg naar Wezup besloot Jan-Willem om het tempo iets te laten zakken en even later besloot ook Sjoerd zijn eigen tempo te kiezen.
Samen met Veron en onze twee begeleiders passeerden we Wezup en Wezuperbrug. De rust overal was steeds weer iets wat ter sprake kwam, het was inmiddels al ruim twee uur later en het leek wel of heel Drenthe elders zijn heil had gezocht. Na wezuperbrug moest ik mijn begeleider missen, daar Cees zelf aan de Marathon deelnam en dus op tijd weer in Westerbork aanwezig diende te zijn.
Vanaf dit punt begon ook het meer bosrijke deel van de tocht en al snel liepen wij in de schaduw van een schitteren bos. Al pratend en lopend passeerden wij post na post en onderweg bleek dat ik weer eens aardig gemazzeld had met zo’n begeleiding. Veron was aardig van proviand voorzien en het moet dan ook voor de schaarse passanten een vreemde vertoning zijn geweest: Twee hardlopers begeleid door een fiets, kauwend op snijkoek, krentenbollen en zoute drop. Bij Schoonloo aangekomen moesten we voor het eerst echt zoeken naar onze stempelpost. Daar we wat doelloos over de weg liepen kwam er een ober uit een van de etablissementen en vroeg aan welke tocht wij deelnamen. Na de vermelding “elf dorpen” bleek dat dit DE post was. De vrijwilliger die moest stempelen had ons echter nog lang niet verwacht en reageerde dan ook geheel in lokale stijl “ach mien jong, wat snel, ik had oe nog lang nie vewacht” we keken elkaar aan en hadden moeite niet in schaterlachen uit te barsten. Was de goede man bijna ook nog zijn stempeltje kwijt, maar na enig oponthoud kwam alles toch nog goed. We kregen nog een blikje drinken “voor onderweg” in de hand gedrukt en onder wederzijdse dankbetuigingen vervolgden wij onze weg. FOUT! Hier hadden we dus even het pijltje rechtsaf gemist en kwamen aan het eind van het dorp tot de conclusie “dat er iets niet goed ging”. Dan maar terug, nog net op tijd om Sjoerd wel de goede weg in te zien slaan. Na een minuut of vijf lopen we weer even gedrieën en proberen Sjoerd ervan te overtuigen dat hij een stukje gemist heeft. Sjoerd trapt er echter niet in en al lachend gaan we weer uit elkaar. Veron besluit dat hij na precies 4 en een half uur gaat versnellen en even later loop ik alleen en hou hetzelfde tempo.
Ik geniet nog even anderhalf uur van de omgeving en maak op de laatste stempelpost zo’n 5 Km voor de finish nog een praatje met een van de daar aanwezige vrijwilligers. Het gesprek ging ongeveer als volgt: “Goh, red U het nog wel?”; “Ja hoor, nog een klein stukje”; “Heeft U echt dat hele stuk gerend?”; “Ja zeker”; “Sjonge, dat is me wat!”; “Loopt U ook wel eens een marathon?” Ik schiet in de lach antwoord “jawel” en ga er vandoor.
Na een minuut of 20 ben ik weer bij af, hoef niet naar de gevangenis maar krijg ook geen tweehonderd gulden. Ik feliciteer Veron en we praten nog wat na met de organisatie. Terug kijkend moet ik concluderen dat deze met ultralopen relatief onbekende organisatie een schitterende tocht op de ultrakalender heeft gezet. Het enige minpuntje – de verzorgingsposten – werd ruimschoots gecompenseerd door de uitstekende inzet van de organisatie en zal volgende editie ongetwijfeld opgelost zijn. Ik ben er dan ook van mening dat de 2e Elfdorpentocht zeker meer deelnemers verdient dan deze 5 pioniers.
Misschien volgend jaar (16 Juni) een mooie voorbereiding, in een werkelijk schitterende omgeving, voor de 100 Km van Winschoten, dat volgend jaar twee weken erna plaatsvindt.

Tom Hendriks

 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Mogelijk werpt de datering van het volgende verslag van Martien Baars vragen op. De inhoud is echter van dien aard dat dit naast een papieren publicatie (in 1998) alsnog een elektronische verdient, temeer als vooruitblik op zondag 27 augustus 2000, met de 5e editie van het Rondje Voorne. De redactie van UltraNed


New York 1990! - Berlijn 1998?
In 1990, een jaar zonder grote oceaanexpedities, deed ik mee aan de New York City Marathon, onder het mom van ‘ik heb misschien maar 1 keer voldoende tijd om voor een marathon te trainen, dus dan moet je de mooiste doen’. Die 4 november werd één grote feestdag, met dat uitzinnige miljoenen-publiek langs de kant. En ook de voorbereiding was zalig, om te merken dat je ‘onmogelijke’ afstanden de baas wordt als je de duurlopen rustig uitbouwt. Eind 1997 kreeg ik weer de kriebels. Want 1998 werd weer een jaar zonder vaartochten en ook zonder de intensieve organisatie van ‘De Zestig van Texel’. Dus probeerde ik clubleden enthousiast te maken om naar een andere prachtige massamarathon te gaan, de 25e editie van Berlijn op 20 september. Blessures, verbouwingen en tijdgebrek reduceerde het aantal serieuze gegadigden tot twee, Piet Bakelaar en ik. Maar Piet ging zo fanatiek bezig dat in de loop van de zomer een lopersknie roet in het eten gooide. Dus Berlijn was uitgesloten, in plaats daarvan misschien op 25 oktober naar Etten-Leur?

Rondje Voorne
Op vakantie in de Franse Jura had ik intussen mijn lange duurlopen verder uitgebouwd, en ging de laatste al over 32 km in een rustige 10 km/uur. Met nog ‘zat‘ energie over, maar wel werd mijn linkerenkel - enige weken eerder ‘s nachts op het strand verzwikt in zo’n Duitse kuil - na afloop twee keer zo dik als de andere, en een lichte paniek sloeg toe. Veel blijven bewegen bleek te helpen, en na 2.5 dag kon ik al weer een herstelloopje doen. In mijn schema had ik heel driest een duurloop van 50 km vier weken voor Berlijn gepland: de Monnikentocht van Ter Apel naar Winschoten op zaterdag 22 aug. Dat avontuur durfde ik met die enkel nog niet aan maar het herstel ging zo voorspoedig dat toen eenmaal duidelijk werd dat we niet naar Berlijn gingen, ik het plan opvatte om dan op zondag 30 aug. het Rondje Voorne te proberen: 50 km van Den Briel naar Den Briel, mijn geboorteplaats 50 jaar geleden! En dan ook Etten-Leur als training te lopen voor het bereiken van mijn ‘fantasiedoel’: het volbrengen van een privé-60 van Texel ergens in november, rond de sterfdag van Jan Knippenberg drie jaar geleden.

Den Briel 08.30
Zoekend rondrijdend in het stadje klamp ik een vuilnisman aan die me de kortste weg - tegen de éénrichting in, de straatjes zijn nog leeg - naar de school wijst. Er staat een rij bij de na-inschrijving solo en ik besluit een WC in te duiken om me eerst te verkleden. Hans van ‘t Hof stapt binnen, en we maken verheugd kennis, we hadden al wel eens telefonisch contact in verband met de ultrakalender. ‘Goh, was toch al gisteravond gekomen, je had bij ons thuis kunnen slapen’ tekent meteen de gastvrijheid van de organisatie. Mik Borsten komt een laatste plasje doen, herkent mij verrast en ik zeg stoer dat ik vandaag ‘debuteer op de ultra’. Snel inschrijven en na een slok koffie op een drafje naar de start binnen de wallen. Ik dring me naar voren om het startveld, met de markante toren van Den Briel op de achtergrond, op de foto te zetten: jawel, ik heb net als in New York weer zo’n kleine eenmalig camera bij me om onderweg wat plaatjes te maken! Ik schud de hand van de Hoofddorpers Wim Epskamp en Hans Pleijster, eveneens verrast door mijn aanwezigheid in looptenue met solo-nr 128, en herken ook een zeer bruine Cees Verhagen.

Start 09.00
Een bonte stoet van skeelers, skaters, rolschaatsers, estafette- en duo-lopers, ultra’s en veel begeleidende fietsers gaat Den Briel uit, en al na een paar bochten lopen we heerlijk in het open veld, langs camping De Meeuw richting Brielse Meer. Met mijn eerste halve liter Isostar in de hand (daar heb ik op getraind), mijn Nauta-De Zestig 1997 petje op, en mijn waterflesjes en cameraatje in mijn Streak Vest, voel ik me al helemaal senang. Ik loop lekker achteraan en maak kennis met Wout van Wiering uit Spijkenisse, die al voor de derde keer meedoet en wil proberen om binnen de 5 uur te finishen. Dat is mij iets te snel, want van ‘coach op afstand’ Oskar van Rijswijk mag ik beslist niet harder dan 10 km/uur. Oskar is zeer enthousiast over dit Rondje Voorne en begeleidde hier vorig jaar zijn Toos op de fiets maar kwam toen zo lelijk te vallen dat hij tot op heden nog steeds niet goed zijn ultratraining heeft kunnen oppakken. Even verder passeert ons de bezemwagen, met Hans en zowaar nog een organisator, Henk Dekker. De kern van de organisatie van het Rondje bestaat uit een trio van Voorne Atletiek, maar alleen Gerrit Hijbeek rijdt in de auto op kop. De andere twee blijven de hele dag in het achterveld rondcrossen, wat een luxe voor de hekkensluiters onder de lopers!

Heenvliet 10.00
Er heerst een ongelooflijke rust op zondagmorgen hier op de brede fietspaden langs het water, met veel vogels, en een enkele visser of wandelaar met hond. Door de hoge bossages is van de industrie van Europoort niet veel te zien. Wout van Wiering heb ik laten gaan maar toch passeert het 5 km punt in 28.30, iets te snel maar dat komt door de start. Het gaat nu door Zwartewaal en hier staat de eerste verzorging. Mijn halve liter fles is al bijna leeg en als laatste loper mag ik alle bekertjes Isostar die nog op de kraam staan in mijn bidon gooien. Die procedure blijf ik volgen, tussendoor lekker nu en dan lurken en op de posten even bijtanken, ideaal. Het begint zachtjes te motregenen, heerlijk. We komen Heenvliet binnen, en ik wuif naar een paar jochies in pyjama achter een bovenraam. Dit is weer zo’n prachtig plaatsje, met klinkerstraatjes, bruggetjes en mooie gevels. Na de tweede kraam komt het 10 km punt, en uit de tussentijd van 31.00 (incl. 2 bijtankstops) blijkt dat ik prachtig op schema loop.

Oudenhoorn 11.00
Na de passage van Abbenbroek gaat het op Zuidland aan. De 5 km punten en de pijlen zijn in blauw op de weg geschilderd (daar krijgen we op Texel geen toestemming voor!), en geven de route zo goed aan dat er eigenlijk helemaal geen posten nodig zijn. Toch staan ze bij alle kruisingen, die vrouwen en mannen in hun fel-kleurige hesjes. Van allerlei atletiek- of sportverenigingen uit de regio laat ik me door Hans en Henk vertellen. Zij vinden het jammer dat dit jaar de deelname van de ultra wat lager is dan vorig jaar, terwijl de nieuwe datum van twee weken voor Winschoten toch ideaal is voor een laatste training met verzorging. Of heeft ook die eenmalige Konmarathon vandaag in Den Haag voor concurrentie gezorgd? Ik ben reuze blij dat ik HIER loop, lekker in prachtig buitengebied en met alle aandacht en zorg die een hekkensluiter zich maar kan wensen. De 15 km passeer ik na precies 30 minuten en dan gaat het via weer zo’n prachtig fietspad over een dijkje naar Oudenhoorn. Het lijkt wel een lange, rechte, rode kunststofbaan, en het loopt heerlijk. Nu en dan passeert een fietser en sommigen moedigen ons aan. Een blonde, charmante meid op racefiets roept me zelfs toe dat ik een kanjer ben, die kende kennelijk de folder: “... en je bent een kanjer als je het uitloopt. De limiet is 6 uur.”. Nog geen idee of dat gaat lukken maar voorlopig gaat het lekker. En van 15 naar 20 km ging in 31.36 (weer incl. 2x bijtanken), dus nog steeds in het goede tempo. Er verschijnt nu ook ontbijtkoek (net als op Texel) op de kramen.

Haringvlietdam 12.00
Na Oudenhoorn gaat het richting Hellevoetsluis. Hans en Henk staan attent op een paar moeilijke punten te assisteren als de lopers een stukje ‘grote weg’ moeten volgen voordat ze hoog boven het water over de dijk naar de voormalige marinestad mogen koersen. De zon is gaan schijnen en op tal van balkonnetjes van de residentie-flats hier langs het water genieten de bewoners van een kopje koffie. Ze wuiven vriendelijk terug op mijn groeten. Een meisje met leuke hond probeer ik te verleiden of het beest niet met me mee mag naar Den Briel voor de gezelligheid maar dat vindt ze toch wat te ver. In het stadje wordt het 25 km punt in 30.20 bereikt en draaft Henk een stukje met me mee om me te gidsen over de sluizen. De koplopers van de skaters, die met 23 km/uur rond razen, hadden een paar uur geleden hier de pech dat ze voor een open sluis moesten stoppen. Ik heb mazzel want pal na onze passage gaat de sluisweg ook weer dicht. Buiten de stad blijft het mooi fietspad, en heel rustig. Wat een verschil met het fietspad vanaf de Slufter naar de vuurtoren bij ons op Texel op Tweede Paasdag, want daar moeten onze lopers vaak de berm in vanwege het fietsverkeer! We lopen nu langs een gigantisch bungalowpark met kitscherige rieten daken, en ook dat roept associaties met Texel op. In de verte zie ik Wout lopen en de blinkende windmolens van de Haringvlietdam komen steeds dichterbij. Na het 30 km punt, in 31.40, komt de dam, en Henk informeert zorgzaam hoe het gaat want zij crossen niet over het strand maar rijden om naar het 40 km punt. Optimistisch antwoord ik dat voor mij nu het onbekende begint (> de getrainde 32 km) maar dat ik het marathon-punt wel zal halen. Een meisje, dat staat te posten bij de afslag naar het tunneltje onder de damweg door naar het strand, is zichtbaar blij als ik vertel dat ik de laatste loper ben en haar taak er op zit.

Autostrand 13.15
Via een klinkerweggetje bereiken we het strand bij Rockanje. Het uitzicht is prachtig, het strand echter zacht en schuin. Bij de waterlijn ligt een vlak, nat stuk en ik besluit om mijn linker-enkel te sparen door dat op te zoeken, dan maar natte poten. Maar ‘mooi vlak’ is toch anders, die venijnige stroom-ribbeltjes voel ik meteen in mijn enkel. Dus terug naar het hogere, zachte stuk. Tjeetje, als dat zo 10 km blijft ben ik gesloopt. Ik zie Wout in de verte al wandelen en volg zijn voorbeeld. In de lange duurlopen heb ik daar al een paar keer op geoefend, bv 13 min hardlopen + 2 min wandelen. Hier over het duin ligt het Quackjeswater, één van onze mooiste en oudste Natuurmonumenten, maar vanaf het strand zie je daar niets van. Ik kom tegelijk met Wout bij de post op ongeveer het 35 km punt. De laatste 5 km ging in 35.20, dus de ‘schade’ door het wandelen valt nog te overzien. Op de tafel ligt nu ook banaan en ik laat Wout achter me. Het strand lijkt eindeloos en maar weer een stukje wandelen om de krachten te sparen. Wout haalt me in en slaat als eerste van ons twee ‘de hoek om’. Het lekkere noorden-briesje pal tegen geeft me weer vleugels en het strand wordt nu gelukkig veel harder en vlakker, zo ben ik het van Texel gewend! De Noordzee is hier bij Oostvoorne een binnenzeetje geworden en in de verte blinkt het blik. Want daar is het enige stukje strand van Nederland waar je met de auto op het zand mag parkeren, een vreemd unicum. Ik neem de kortste weg door wat prieltjes naar de verzorgingstent en laat Wout weer achter me. Hier heeft het vriendelijke senioren-plus echtpaar dat de kraam bemant zelfs lekkere chocolade-koekjes en ik mag mijn bidon bij hen achterlaten want ik ben flauw van al die Isostar (en die laatste 10 km kan ik nu toch wel zonder). Van 35 naar 40 ging in 35.00, dus het verval wordt niet groter. Henk en Hans zijn er ook weer, en helemaal opgetogen dat ik aan een inhaal-race bezig ben, want de nummer twee-na-laatst zie ik ook al in de rug. Dus ‘rap’ het Sipkesslag over, terug in de bewoonde wereld.

Kruiningergors 14.00
Hun optimisme is wat misplaatst want hier over de ‘heuveltjes’ richting Strandweg Boulevard ga ik al die afgelegde km’s toch wel voelen. En wordt het nog eens wandelen geblazen, dus haalt Wout me weer in. Eindelijk is daar het marathonpunt, na vier en een half uur precies (dus mooi volgens het advies van Oskar), en bluf ik tegen Hans en Henk dat die laatste ruk naar Den Briel nog wel zal lukken. Hier begint weer zo’n prachtig kunststof-rood fietspad, met rechts nog steeds het binnenduin-landschap van Oostvoorne maar links het ‘Groene Strand’, weer een uniek stukje natuur maar nogal verbost sinds de aanleg van de Maasvlakte. Na wat haakse bochten komen we terug in het boerenland en ga ik weer voorbij Wout, we jojoën wat af vandaag. Henk heeft mijn cameraatje ontdekt en verleidt me tot een korte stop om met Hans bij hun bezemauto te poseren, maar Wout loopt door. De laatste kraam sla ik over, en van 40 naar 45 ging in 36.40, het wordt nu een kwestie van volhouden. Op de Heindijk langs Kruiningergors heb ik moeite om een vlak stukje asfalt te vinden en begint mijn linker-enkel weer te protesteren. Voor me uit zie ik al de toren van Den Briel maar dat is nog een klereneind weg. Op de hoek aan het begin van de lange Hoonaardweg staat het aardige meisje te posten die vanmorgen vroeg ook al vlak buiten de andere kant van Den Briel stond. Ze is blij dat we mekaar weer zien, geloof ik, en montert me op als ze voorbij fietst op weg naar de verdiende consumptie bij de finish.

Finish 14.28
Wout is een eind voor mij weer aan de wandel en ik wil wat aanzetten om te proberen samen te finishen. Maar dan begint er kramp in mijn rechterkuit te ontstaan en ga ik à la Ronceiro in Rotterdam even rekken. En schakel daarna wat tandjes lager: beter de boel heel houden dan in het zicht van de haven te moeten uitstappen. Heel, heel langzaam wordt de toren van Den Briel groter. Eindelijk is daar de laatste bocht en het bruggetje naar de poort door de wallen. De gemene keitjes van de binnenstraatjes voel ik nauwelijks, want daar in de verte zie en hoor ik spandoek en muziek van de finishlocatie. Je ruikt gewoon de gezelligheid en met beide armen in de lucht ga ik onder het doek door en stort me in de armen van de schoonheid die mij de medaille om de nek hangt. Ik zak door mijn knieën en kus de straatstenen, na 50 km terug in mijn geboorteplaats! Moeizaam kom ik weer overeind, plof in een stoel op het terras en Gerrit vraagt wat ik wil drinken: “Een kopje koffie en een shaggie”. Dat eerste komt hij heel attent brengen, dat laatste wijselijk niet. Ik krijg mijn cameraatje en zelfs mijn bidon terug. Mijn eindtijd is 5.28.22 (dus die laatste moeizame 5 ging in 38.14 ...) en de dame van de finishregistratie laat me zien wat numero 1 had: 3.35.22 (Mik Borsten), bijna twee uur sneller! Met Wout schuifel ik terug door een nu heel drukke hoofdstraat. Er is zondagmarkt en het publiek kijkt ons wat glazig aan, onze medailles blinken op onze borst maar van het verhaal er achter hebben ze geen enkele sjoege. U nu wel, dat staat hierboven ....

Terugblik
Dit Rondje Voorne is echt één van de mooiste lopen van Nederland! Dank Hans, Henk, Gerrit en al die anderen in de organisatie die deze tocht ogenschijnlijk zo soepel en ontspannen tot een perfect evenement hebben gemaakt! Wat ik dan niet begrijp is waarom al bij de 1e en 2e editie steeds zo’n vijftig ultralopers hebben meegedaan en nu bij de 3e in 1998 er maar 27 aan de start stonden. Terwijl de Monnikentocht 52 km (vooral de eerste 31 km moet daar heel mooi zijn, die wil ik volgend jaar doen) en de Testloop Gouda 50 km ook in 1997 al plaatsvonden - zij het twee weken eerder, nu 1 week eerder. Dames en heren ultralopers, en ook zij die een keer verder dan de marathon willen, dit Rondje Voorne moet je echt een keer doen! En hoe kijk ik nu op mijn ‘debuut’ terug? Wel, ik ben verre van een natuurtalent voor de ultramarathon, en mijn trainingsomvang was duidelijk te weinig om 50 km mooi vlak in 10 km/uur te doen, maar wat heb ik genoten! En als zelfs ik zo’n ronde kan volbrengen binnen de limiet, moet dat toch zeker voor het gros van de reguliere marathonlopers gelden! Er was geen moment dat je het gevoel kreeg dat op ons langzame sjokkers werd neergekeken: wederom een pluim voor de organisatie en helpers! Wat heb ik ervan geleerd voor onze eigen “De Zestig van Texel”? Nou misschien rij ik Paasmaandag 1999 zelf in de bezemwagen - als de anderen in de organisatie dat toestaan - om die achterhoede op te monteren en de posten en verzorgers te bedanken!

Martien Baars, De Koog, Texel
(Bron: Clubblad AV Texel, nr 14-4, sept.98, enigszins ingekort)

Naschrift 5/6/2000
Het wrange aspect van het verslag hierboven is de wetenschap dat Hans van ‘t Hof eind januari 1999 aan kanker overleed. In zijn lopersleven heeft hij bijna 150 marathons en ultramarathons volbracht. Ik voel me bevoorrecht dat ik met deze markante en toegewijde loper/organisator nog eind augustus '98 heb mogen kennis maken. Het Rondje Voorne leeft voort, en Marian van ‘t Hof heeft de rol van haar man overgenomen: zij is het inschrijfadres voor de lustrum-editie van het Rondje Voorne straks op zondag 27 augustus 2000. Zie de kalender. 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Wedstrijden over vaste tijdsduur zoals de 6, 12 en 24 uur hebben behoorlijk wat voordelen ten opzichte van wedstrijden over vaste afstanden zoals 100 km of 100 mijl. Als organisatie hoef je maar enkele wegen af te sluiten om een verkeersvrij parcours te creëren voor alle lopers. De lopers komen elkaar regelmatig tegen, ook al lopen ze niet in dezelfde ronde. Het aantal vrijwilligers kun je beperken, zo hoeft er veelal niet meer dan één verzorgpost te zijn. De lopers kunnen makkelijker van kleding wisselen als het weer omslaat. En zo kunnen we nog wel even door blijven gaan. Maar er zit ook een groot nadeel aan die kleine rondjes. De rondetelling wordt moeilijker naarmate de ronde korter wordt en er meer deelnemers zijn. Elk jaar weer hoor je atleten die twijfelen aan de rondetelling bij een of ander evenement. Dit soort lopen staan of vallen dan ook met name bij een goede rondetelling. Nu is er een fijne oplossing, namelijk de ChampionChip. Automaten worden niet moe en verliezen de concentratie niet; ze hebben 's nachts ook geen last van slaap. Ideaal dus, zeker voor de langere wedstrijden. Maar er kleeft weer een addertje onder het gras. Een loper die wil frauderen kan makkelijk zijn chip aan een andere deelnemer meegeven en zelf een rondje uitrusten. Dat valt zelfs minder op dan het parcours verlaten om een deel van een ronde af te snijden.
Nu zult u denken "maar dat doe je toch niet". Nu, laat ik dat hopen, maar afsnijden (en niet een paar metertjes in een bocht) is in het verleden ook gebruikt om te frauderen, dus waarom zou dan niet gefraudeerd worden door chips aan een ander mee te geven of te verwisselen. Hadden we het vorig jaar niet een tweeling in de Comrades, die elk slechts de helft van de afstand liepen? Gelukkig viel het iemand op toen naderhand foto's gepubliceerd waren, dat het horloge gedurende de wedstrijd van de ene pols naar de andere was verhuisd. Zo kwam bij stom toeval de aap toch nog uit de mouw. De bijna ideale fraude, want de ideale fraude kennen we geen van allen.
Maar ook bij het gebruik van de ChampionChip komen dus de verdenkingen van fraude weer naar voren. Nu hoeft dat niet, want een goed juryteam kan altijd op overtuigende wijze nagaan of er wel of geen sprake was van fraude. Zo staat er bijvoorbeeld in het IAU handbook dat naast de normale doorkomstregistratie er altijd nog "double control sheets" handmatig bijgehouden moeten worden. Met deze controlemogelijkheid is fraude vrijwel uitgesloten. Dat wil zeggen dat als een atleet twijfels heeft en die aan de jury mededeelt dat de jury dan in staat moet zijn om of de fraude eenduidig boven tafel te krijgen of overtuigend kan weerleggen dat er gefraudeerd is. Het IAU handbook voorziet namelijk al in die mogelijkheid. Bovendien kan het altijd gebeuren dat door omstandigheden de ChampionChip niet meer functioneert Vorig jaar nog tijdens de World Challenge in Chavagnes gebeurde dat nog. Dat was wel al na ongeveer negen uur wedstrijd, toen door onweer en hevige regenval de stroom voor langere tijd uit was gevallen. Maar door de dubbele registratie konden de uitslagen zonder problemen allemaal worden voortgezet, inclusief alle doorkomsttijden.
Wat ronderegistratie bij lopen over vaste tijdsduur betreft is de zes uur van Stein een uitstekend voorbeeld geweest door de jaren heen. Van begin af aan heeft men daar altijd met drie systemen gewerkt. In de eerste jaren had men halfautomatische ronderegistratie en handrondetellers die de double control sheets bijhielden. Als je duizenden doorkomsten moet registreren, dan zou je verwachten dat er wel eens een foutje gemaakt kan worden door beide systemen tegelijk. Ook al is die kans klein, helemaal uitgesloten is dat niet. Daarom had men als derde methode nog eens een videocamera lopen die de doorkomstzone gedurende de hele wedstrijd vastlegde. Wellicht wat omslachtig om op video heen en weer te moeten spoelen met bandjes, maar in geval van nood de ideale oplossing. Sinds twee jaar heeft Stein de ChampionChip er bij. Volautomatisch dus en daarom feillozer dan alle andere systemen waar nog menselijke tussenkomst bij nodig is, maar daarom ook fraudegevoeliger zoals nu al door atleten wordt gesignaleerd. De double control sheets blijven nodig om te anticiperen op calamiteiten, maar een simpele video bij de matten van de ChampionChip kan de fraude makkelijk boven water krijgen als daar sprake van is.
 

 
[ top pagina ]