Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
30 apr 2017
Rietveld natuurmarathon - 29 april
25 apr 2017
Texels best
23 apr 2017
Enschede Marathon - 23 april 2017
23 apr 2017
De volgende keer kies ik een loop rond een kleiner eiland
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
* December
* Oktober
* September
* Juli
* Juni
* Mei
* 19 mei 2002: Verslag van le Trail de Menhirs
* 18 mei 2002: Raf Inghelbrecht in de 50km van Kluisbergen
* 17 mei 2002: Edwin Lenaerts in de Trail des Menhirs
* 7 mei 2002: Verslag Maasmarathon 2002
* April
* Maart
* Februari
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Mei 2002
 
Twee weken geleden liep ik mijn 100-ste (ultra)marathon in Vise (B) en nu was het tijd voor de Trial de Menihrs. Een Trial door de Belgische Ardennen over 100 km en 600 meter. Tijdens deze trial krijg je drie drankposten met alleen water en voor de rest moet je zelf zorgen. De route is aangegeven met rood-witte blokjes op bomen, palen etc. Er waren 140 deelnemers. Voordat we om 3 uur s'nachts naar Bomal sur Outhe in Belgie vertroken (een uurtje rijden van Maastricht), keek ik nog even naar Ultraned en zag er het verslag staan van Edwin Lenearts. Ik ken Edwin van de ultra's (100 km Torhout en Trials) en hij is een heel stuk sneller dan mij dus ik was al aan het rekenen wat ik bij mijn tijd zou moeten tellen gezien zijn verhaal. In Bomal aangekomen moesten we met de auto nog een heel stuk bergop voor we aan het vertrekpunt waren. Het was al erg druk en we werden vriendelijk ontvangen door de organisatie die we kenden van de La Fagna Trial vorig jaar ook over 100 km. We waren met z'n vieren, Willem Mutze,Jo Pfeifer, Theo Kock en ik zelf Henk Sipers. We hadden van te voren besloten bij elkaar te blijven en de trial samen te lopen om de moed erin te houden en het verkeerd lopen te beperken. Vorig jaar hadden we inplaats van 100 km, 110km gelopen, wat heel frusterend is op zo een lange afstand.Na de start volgde een lange en vaak steile afdaling in het donker (de start was om 05.00 u en de organisatie had aanbevolen een lamp mee te nemen) hetgeen met vele valpartijen gebeurde. Daarna volgde na elke afdaling bijna meteen weer een steile beklimming. Er waren maar weinig vlakke stukken. Het weer was goed bij de start maar na een tijdje begon het te regenen en dat was lekker fris maar maakte het parcour spiegelglad. De beklimmingen in een trial worden meestal gewandeld gezien de lange afstand maar deze beklimmingen waren steil en glad plus over keien en rotsen. In totaal moesten we een hoogteverschil van 2000 meter overwinnen. De natuur in de Ardennen is prachtig, ik weet helaas niet de namen van de plaatsen, maar zeker de moeite waard om zo eens te gaan bekijken. Zo moesten we een burcht beklimmen via steile trapjes met daarna een geweldig uitzicht. We liepen door Durbuy maar alles sliep er nog, het kleinste stadje van Belgie. s'Middags liepen we weer door Durbuy en het was er ontzettend druk, de mensen informeerden wat we aan het doen waren. Enkele ruige motormensen stonden ons toe te schreeuwen en na uitleg van een begeleidende fietser begonnen ze te aplaudiseren voor ons.
Willem was ondertussen achter gebleven met een bevriend Duitse ultraloper, zijn tempo was in het begin te laag voor ons en we wilden iets sneller lopen. Voor mij was dit tevens de voorbereiding voor de Nacht van Vlaanderen over 4 weken, waar dit jaar het WK 100 km gehouden wordt. Op 57 km was de tweede verzorging en vulde ik mijn Camelbak bij. Er waren hier al veel mensen uitgestapt en het was nu al reeds afzien. Van ons drieen liep ik het moeilijkst maar ik kon blijven volgen. Toen we het keerpunt naderden konden we zien wie voor ons lag, hoeveel en na het keerpunt wie achterons lag. Willem bleef maar een stukje achter ons maar we wisten dat ondanks dat het nu al afzien was het nog erger zou worden. De steile afdalingen werden nu in omgekeerde richting steile beklimmingen en andersom. Guus Smit haalden we ook in, hij had zich enkele malen verlopen, maar herpakte zich en haalde ons weer in. Jo was ondertussen al 3 maal gevallen en we hadden alle drie last van open tenen. Je moest steeds je tenen optrekken tijdens het afdalen om blauwe nagels te voorkomen en onze schoenen en sokken waren vanaf de eerste regenbui al door en door nat. Op moelijke punten stonden mensen van de organisatie en wezen ons de weg. Ze waren erg enthousiast en moedigden ons aan hetgeen je weer wat moed gaf om door te gaan. Het aantal wandelstukken nam toe, ik was finaal kapot en kon eigenlijk niet meer. Ik was blij dat er geen bekenden aan de kant stonden anders was ik uitgestapt. Ik wou maar een ding stoppen en slapen. Uiteindelijk kwamen we in Bomal sur Ourthe en het was nog 2 km tot de finish. De laatste kilometer was bergop en weer zo steil dat je alleen maar kon wandelen met je handen duwend op je boven benen om die te ontlasten met klimmen. Aan de finish kregen we een fantastisch aplaus van de aanwezigen en werden we door verschillend mensen gefeliciteerd. Na afloop kregen we na inlevering van ons startnummer een heerlijk bord spaghetti en een mooi en kwalitatief goed T-shirt. Dit alles inclusief de inschrijving, net als vorig jaar weer GRATIS. ORGANISATIE VAN HARTE PROFICIAT EN BEDANKT
http://ibelgique.ifrance.com/lescoureurscelestes/
Onder het genot van een pilsje werd alles nog eens doorgesproken en iedereen zei dat het loodzwaar was en er waren maar weinigen die zoiets al eens hadden mee gemaakt. De regen had het loodzwaar gemaakt maar we wisten ook dat als het droog was gebleven en het weer was zoals de dag ervoor met 25 graden C, dan was het nog zwaarder geweest. Ik heb 3 Camelbaks leeggedronken (totaal 6 liter), met 25 graden was ik waarschijnlijk zwaar in de problemen gekomen qua vocht.
Onze eindtijd was 12 uur en 35 minuten, Willem met vriend 13 uur en 1 minuut. De uitslag was nog niet bekend maar volgt nog.

 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Verslag Ultramarathon Kluisbergen 50 km (12/5/02) door Inghelbrecht Raf (47ste plaats)

Voorwoord


Vooreerst wil ik jullie feliciteren met jullie prachtige site. Een ware steun voor de ultralopers en ultralopers in wording ! Dankzij het verslag van Jan Vandendriessche van vorig jaar ( weliswaar op de nog bestaande site van Jean-Paul Praet http://users.pandora.be/ultra ) heb ik mijn eerste ultraloop succesvol uitgelopen. Met mijn verslag wil ik dan ook de vele marathonlopers aanmoedigen om ook deel te nemen aan ultralopen.
Aangezien dit voor mij de eerste ultramarathon was, even mezelf voorstellen. Toen, nu ruim 6 jaar geleden, de weegschaal op 100 kg bleef hangen vond ik het welletjes genoeg. Een beetje meer beweging zou me goed doen. Ik liet me inschrijven bij de plaatselijke loopclub “De Molenlopers” uit Bekegem ( deelgemeente van Ichtegem ). Na enkele maanden trainen kon ik m’n eerste wedstrijd van 10 km lopen met als resultaat een voorlaatste plaats voor ruim 1 uur zwoegen. Heel geleidelijk kon ik de trainingskilometers opdrijven. Mijn conditie ging er flink op vooruit en mijn gewicht daalde fors. 3 jaar later en 20 kg lichter liep ik mijn eerste halve marathon in 1uur38’. Het jaar daarop liep ik de 4 chimes van Herve ( 33 km in 2u55’ ). In 2000 kwam mijn eerste marathon (Nacht van Vlaanderen) eraan in 3u35’. Vorig jaar kon ik mijn tijd op dit parcours, die voor eigen deur passeert te Eernegem, naar 3u26’ aanscherpen. Vooral bij de laatste marathon had ik het gevoel dat ik niet echt sneller kon lopen maar aan de aankomst nog wel reserves overhad.
Onze club telt ook enkele ultralopers : Yvan Vanpraet (10 x de 100 km van de Nacht), Rudy Vercruysse ( de 100 km van de Nacht, talrijke 6-uren lopen, Kluisbergen 2001 en vorige week nog een 40ste plaats in de Maasmarathon ), en Cedric Proot die op z’n palmares ook de Nacht en verschillende 6-uren lopen staan heeft. Dankzij hun ervaringen begon bij mij de idee te rijpen om de marathonafstand te overtreffen. Toch was de twijfel groot. Op het internet kwam ik op de site van Jean-Paul Praet terecht, waar ik het uitstekende verslag van Jan Vandendriessche las over de 50 km van Kluisbergen van vorig jaar. Ik wist het meteen, dit wilde ik ook meemaken ! Eerst was het de bedoeling om samen met broer Rik naar Kluisbergen te gaan. Gezien het zware parcours vond hij het te riskant op blessures want z’n hoofddoel is de marathon van de Nacht van Vlaanderen. Er zat dus niets anders op dan alleen richting Kluisbergen te trekken.

Zondag 12 mei.

Om 5 uur vroeg uit de veren want de start is reeds om 8 uur en Kluisbergen ligt nu ook niet bepaald dicht bij de deur. De ganse nacht heeft het fel geregend en het ziet er niet naar uit dat dit de eerste uren niet zou veranderen. Bij het naderen van Kluisbergen zie ik de nevel in het indrukwekkende Kluisbos hangen. Om 6u45 stond ik op de parking, precies een uur na mijn vertrek. De bagage had ik tot een minimum herleid en in een rugzakje gestopt, want deze parking ligt op ongeveer een km van de sporthal van Kluisbergen. De inschrijving is bovenop de Kluisberg. Die moet je dus eerst nog te voet omhoog ! Een stevige wandeling van 15 à 20 minuten brengt je bij de inschrijving. Opwarmen zal straks al niet meer nodig zijn ! Dankzij een prachtige organisatie loopt alles gesmeerd. Een informatiebundel waarop het parcours geschreven staat leert mij dat de omloop in tegengestelde richting gelopen wordt van wat ik in het verslag van JVDD gelezen heb. 3 zware bosstroken, de Hotondberg, de Korte Keer, de Koppenberg, de Waaienberg, de Patersberg, de Oude Kwaremont en de Kluisberg zullen geserveerd worden. Reeds op dit vroege uur is er een massa volk op de been en loopt de sporthal langzaam vol. Het is dan ook één van de grootste wandelorganisaties van België. Meer dan 10000 deelnemers aan de verschillende omlopen is hier geen uitzondering. Voor het omkleden hebben we een gans zwembad voor ons. Het gerief kunnen we in de kastjes opbergen en het sleutelnummer wordt op de bovenarm geschreven. Een laatste passage bij de WC is meteen de laatste zittende beweging voor deze voormiddag. Een bidon cola op de rug en mijn hartslagmeter zijn zowat de enige attributen die ik meeneem. 7u50 : het begint weer te regenen. Eénmaal bij de startplaats vraagt ik me af : waar begin ik nu aan ? Aan de start toch enkele bekenden : Rik Goethals, die last heeft van de hamstring ( voor alle duidelijkheid : het betreft hier een beenspier ). Voorts zijn de Roadrunners van Torhout talrijk aanwezig, waaronder Ronny Platteeuw en Robert Sans. Als favorieten duidt Rik mij volgende personen aan ; Danny Van Lancker, Geert Breynaert (meervoudig winnaar) en Lucien Taelman. Bij de vrouwen zijn Annie Vermeulen en Karin Bakker de favorieten. Ikzelf wil vooral de finish bereiken en als het kan onder de 5uur.
Precies om 8 uur gaan of beter lopen we van start met een 118-tal ingeschreven deelnemers. De eerste 2 kilometers dalen we de Kluisberg af (van 140 m hoogte naar 20 m ) naar een relatief vlak stratengedeelte richting Amougies (km 7), waar de eerste bevoorrading (water) voorzien is. Even stoppen om een bekertje water binnen te kappen. Ik ben ondertussen in het gezelschap gekomen van Ronny Platteeuw, die mij de nodige raad geeft om deze helletocht tot een goed einde te brengen. Even later worden we keurig gefotografeerd op een kasseistrook waar zelfs Johan Musseeuw met de fiets niet rechtop kan blijven. Alles ziet er nog netjes uit, zelfs de kleur van de loopschoenen is nog duidelijk. De eerste 10 km passeren we in 52’. Aan km 13 starten we de beklimming van de Folderstraat naar Heynsdal, de beklimming duurt een 3-tal km en het hoogteverschil is een 100m. Dat lukt nog vrij aardig. Ronny volgt op een honderdtal meter. Dan nemen we de eerste bosstrook . Even omhoog kijken. Langs een slingerend paadje gaan we erg steil omhoog. In de bossen is het goed opletten dat je niet verkeerd loopt, gelukkig is de wegmarkering prima. Aan het einde van het bos is de tweede bevoorrading. Een logische keuze, als je weet dat je vervolgens aan km 16 op de 150 m hoge Hotondberg moet. Hopende even te kunnen recupereren op de berg worden we vervolgens de slijkhel van het Collina-bos ingestuurd. De 4de dame in de wedstrijd Annie Vanbutsele heeft mij ondertussen vergezeld. Modderhellingen en modderafdalingen van 30% of meer zijn nu geen uitzondering meer. Met de beentjes alleen gaat het niet meer, duwen op de knieën als je nog vooruit wil geraken. Zoeken naar stenen en boomwortels in de modder is hier de boodschap, anders raak je gewoonweg niet omhoog. Gelukkig staan er heel wat bomen zodat ik mij bij de afdalingen van de ene naar de andere boom kan laten vallen. Geheel ongevaarlijk is het allemaal niet. Bij iedere stap zakken m’n schoenen tot diep in de modder. De onderbenen en loopschoenen zijn nu veranderd in modderklompen. Bevoorrading 4, sinaasappelstukken. Zoals bij iedere bevoorrading even stoppen en nu eet ik 3 stukken sinaasappel. Wat drinken, de hartslag op 150 slagen laten komen en dan weer vooruit. Ondertussen zitten we 20km ver (1u50’, net geen 11km per uur). Op naar de Hoogberg richting Zulzeke waar we het Spijkerbos en Elenebos nemen. Ook hier geploeter en gesakker. Km 24 bevoorrading 5 : peperkoek. We zitten bijna halfweg wedstrijd (2u25’). Mathematisch kan de 5 uur gehaald worden, maar ik zit kapot. De laatste 10 km waren dan ook loodzwaar. Ik heb het gevoel dat de snelheid afneemt, mijn hartslag verhoogt naar 165. Even stoppen, de hartslag laten zakken en de peperkoek helemaal naar binnen werken samen met flink wat cola uit mijn bidon. Dan volgt de lange klim naar de Korte Keer. Doseren is hier de boodschap. Van 20m gaat het omhoog naar 100 m in 2 km. Hard labeur. Met een groep van 6 gaan we de Korte Keer op. Hierbij Gery Cornette (69 jaar !!!). Bovenop de Korte Keer bevoorrading 6. Op naar het Koppenbergbos. Gelukkig geen moddertoestanden en geen regen meer. Op de kasseien zien we allerlei namen van renners geschilderd, de Koppenberg kan niet veraf meer zijn. Het groepje wordt uitgedund naar 3 man, de 69er is er vandoor met Annie Vanbutsele. Zo dalen we de heraangelegde Koppenberg af langs de bekendste Belgische kasseistrook. Het afdalen ( ik schat een 600m) is minstens zo lastig en pijnlijk, want je moet constant afremmen op je dijspieren. Bovendien zijn de kasseien door de regen glad. Eénmaal aan de voet van de Koppenberg kijk ik nog eens achterom. Onwaarschijnlijk ! Hoe kan een renner hier nu bovenop geraken. Bevoorrading 7 (km33). Door de afdaling is de hartslag tot 150 gedaald en voel ik me weer een stuk beter. Even verder het bord van 35 km (3u15 tempo 10.8 km/u). Op dit moment loop ik op een +60ste plaats. Vanaf nu weet ik het zeker, ik kan de wedstrijd uitlopen. Er volgt nu een vlak stuk van een goeie 6 km waar we voor ons de elektriciteitscentrale van Ruien zien. We lopen, nog steeds met z’n drieën, zeker aan een goeie 13 km/u. Samen met m’n 2 metgezellen starten we de klim van de Waaienberg (km 39). Ik besluit het laatste stuk wandelend af te leggen, aangezien de hartslag boven de 170 gaat. Even verder dalen we de Patersberg af. De eerste metgezel kan ik makkelijk terug bijbenen, de andere zou ik pas terugzien onder de douche. Nog even voorbij het Paddenbos om vervolgens de Oude Kwaremont op te lopen (km 45). Aan 15 à 20% omhoog. De derde dame met de 69-er steek ik voorbij. Ook hier doe ik het laatste stuk wandelend en laat de hartslag zakken tot 160. De ervaren ultradame roept nog doorlopen, maar ik luister liever naar m’n hartslagmeter. Ze steken me weer voorbij. Eénmaal de Kwaremont gepasseerd weet ik dat nog enkel de Kluisberg te beklimmen valt. In geen tijd haal ik de 2 weer bij en loop ik nu voluit de laatste 5 km. Ik voel dat ik hier zeker sneller dan 13 km/u loop. In dit laatste stuk passeer ik zeker nog een 10-tal lopers. De laatste km is de Kluisberg (140 m) aan de beurt en dit langs het erg steile stuk. Ook hier moet ik een gedeelte wandelend doen, om vervolgens de laatste 200 m lopend door de finish te gaan, aangemoedigd door het publiek. Op de klok lees ik 4u23’ 39”. 47ste plaats. Een fantastisch gevoel gaat door me heen. Het is me gelukt.
Na een deugddoende warme douche krijg ik in de tent van de ultralopers nog spek met eieren, belegde broodjes en natuurlijk een paar Affligems. Als blijvende herinnering krijgen we een leuk T-shirt met hierop de slogan “niet zagen, de 50 km wagen”. In ieder geval een geweldige ervaring, en een aanrader voor iedere marathonloper die toch even de grens van de 42 km wil overschrijden. Het komt er op aan om te doseren en niet tot het uiterste te gaan zodat je kunt recupereren. De volgende grote afspraak is over een 6-tal weken bij de marathon van de Nacht. Hoe verging het Rik Goethals, mijn dorpsgenoot ? Die kwam zwaar ten val tijdens km 40. Langs deze weg wil ik Rik een spoedig herstel toewensen. Van de 118 ingeschreven deelnemers kwamen er volgens de uitslag slechts 81 door de finish.

Raf Inghelbrecht
r.inghelbrecht@compaqnet.be

Nota van Jean-Paul Praet : Kluisbergen is nu wel niet het aangewezen parcours voor een ultra-debuut, maar : wie het daar kan, kan het overal !
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Trail des Menhirs : finisher zonder aanwezigheid !

De trail des menhirs van 18 mei 2002 zou mij opnieuw de gelegenheid geven om me nog een keer “ te geven “ in onze mooie Ardennen. Familiaal droef nieuws besliste er anders over en zo zit ik zaterdag in een uitvaartplechtigheid in plaats van in de groene natuur. De drang om kennis te maken met deze trail was echter van die aard dat ik besloot het er op mijn eentje op te wagen.
Zo vertrok ik donderdag 16/5 richting Bomal. Na 2 flesjes drank gedeponeerd te hebben bij de brug over de Ourthe, waar ik na 16.5 km passeer, trek ik me rond 7.30h op gang met een rugzak en 2 liter drank. De start geeft al een voorsmaakje wat nog te wachten staat, want de helling omhoog dwingt me dadelijk om al te wandelen. De initieel gemakkelijke afdaling verandert beneden in een modderpoel en daar ik lang onderweg zal zijn, probeer ik mij al wandelend en springend zo modderloos mogelijk te houden. Rond km 3 en km 8 gaat het telkens flink bergop waarbij ik rond km 10 de rotsen van Sy ( mooi uitzicht ) bereik . Er volgt een gevaarlijke afdaling richting Ourthe die ik via een parallelweg volg tot Bomal. Hier ruil ik mijn 2 lege flesjes om en zoek de volgende beklimming op richting Tohogne. In Durbuy klauter ik richting “Belvédère” waarna een steile afdaling richting Barvaux volgt. De volgende 5 km moet ik weer zo’n 200m hoogte overwinnen om zo om 11.00h “Pierre Haina” te bereiken. Het betreft hier een witte menhir die boven de rotsen uittorent en vanaf waar een mooi uitzicht op de vallei rond Wéris is. Ik begeef me naar Erezee alwaar ik voor 12 uur hoop te zijn om zo zeker te zijn dat ik mijn rugzak terug wat kan bijvullen. Om 1 voor 12 stap ik de plaatselijke Spar binnen ( open tot 12.30), en voorzie me van een grote fles water, een doos appelsap en 2 bananen. Op het gezellige dorpspleintje met kiosk vlei ik me even op een bankje in de zon, die al goed aan ‘t opwarmen is. Ik trek een kwartiertje uit voor de lunch. Ik maak me de bedenking dat er al een marathon opzit en om 12.15 schiet ik weg richting Hotton alwaar het keerpunt is. Groot is mijn verbazing als ik enkele kms verderop de 3 organisatoren van deze trail tegen het lijf loop. Alain heeft nog een brede smile, Louis blijkt iets meer moeite te hebben en Philippe volgt zo goed als hij kan op de mountainbike. Hij verklaart me kompleet gek om dit helemaal alleen te willen voltooien en vraagt me mijn gelopen tijd door te mailen. “Iedereen gelijk” stelt hij. “Ook gij verdient een souvenir en T-shirt en ik zorg ervoor dat ge in de uitslag staat”. Ik antwoord dat dit niet nodig is daar ik dit niet als een wedstrijd bezie maar eerder als een lange duurloop waar ik toch mijn tijd voor neem, maar Philippe is onvermurwbaar. De korte babbel deed toch wel deugd want de volgende kms vliegen vlug voorbij en om 13.45 doe ik inkopen in Hotton in alweer een Spar. Een suikerwafel, een banaan en een grote fles water en om 14.00 ben ik weer op pad. Enkele kms verder weer een aangename verrassing. Op een verlaten wegje diep in het bos passeer ik een jong naakt stel dat minstens even fel verschoot als ikzelf. Wat kan de Ardense natuur toch afwisselend en mooi zijn. Onderweg naar Erezee waar ik weer shop, kruist er nog een 40 cm lange, slingerende geel-groene slang over de weg. Na Erezee volgt nog een felle afdaling en een klim waarna ik om 16.30 op km 77 Refuge de Brocard bereik.(hoogste punt) Vanaf hier is het een relatief gemakkelijk stuk tot Barvaux waarbij de route loopt langs menhirs, dolmen en megalieten. Na een laatste tankbeurt in Barvaux en een verschrikkelijk steil stuk via Thier Saint-Antoine kom ik terug bij het uitzichtpunt over Durbuy. Vanaf hier is het nog goed 10 kms. Alhoewel ik het gevoel heb dat ik nog redelijk goed vooruitga haal ik nog amper een gemiddelde van 7.5 km/h. Zo bereik ik na de laatste klim richting mont-des-pins de aankomst om 19.27. Met stijf doch zeker niet ontevreden gevoel keerde ik na afloop weer naar huis. En Philippe,…die informeerde vandaag al voor mijn eindtijd.

Edwin Lenaerts
qclab@fortum.com

Nota van Jean-Paul Praet : Dit is iets dat je alleen in de ultrawereld aantreft : iemand die zodanig zin heeft in een bepaalde wedstrijd dat , als hij onverwacht niet kan deelnemen, ze op zijn eentje gaat lopen, ver van alle belangstelling of beloning. Geen enkele andere ultraloper zal er bezwaar tegen hebben dat Edwin in de uitslag opgenomen wordt. Bedankt Edwin voor je verslag en innige deelneming voor het sterfgeval in je familie.
Over Edwin kan je nog meer te weten komen op http://users.pandora.be/ultra/cvs/Lenaerts.htm

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
ZEER NATTE EN KOUDE MARATHON VAN VISÉ

Er was tevoren via internet en folders al veel informatie verstrekt over deze 4e Internationale Marathon, de grootste van België, gelegen in het hart van de Euroregio. Een grensoverschrijdend parcours waar gelopen werd vanaf het Franstalige Visé, dwars door het centrum van Maastricht met zijn vele historische gebouwen en via Eijsden weer terug. Het vlakste parcours van Europa zou ons langs jaag- en fietspaden leiden, dwars door dorpen en velden met bijna voortdurend zicht op de Maas. Nergens zouden we gehinderd worden door auto’s. Begeleiders op de fiets waren toegestaan vanaf het 13e kilometerpunt als ze vooraf een rugnummer hadden gereserveerd tegen betaling van € 3. Zo’n 15 orkesten en blaaskapellen zouden onderweg de animatie verzorgen. Ook de mogelijkheid om na het 30 kilometerpunt een blikje bier te proeven bewees dat de organisatie er alles aan gelegen was, het alle lopers naar hun zin te maken.

Wil Boudewijns, Jos Hopman en ondergetekende vroegen zich tijden de heenreis al af wat ons lopers toch bekoorde, om zo’n 100 kilometer naar het zuiden te rijden om daar in kou en regen een marathon te gaan lopen. Wil hield het op zijn eigen gedrevenheid, waarin weersinvloeden een ondergeschikte spelen. Jos, de man met de meeste ervaring, zei erover: ‘het is toch prachtig als je vanmiddag kunt zeggen dat je met dit pokkenweer een marathon gelopen hebt. De meeste mensen zitten nu binnen’.

In een grote tent waren alle organisatorische faciliteiten ondergebracht. De taalverschillen zullen er wel debet aan geweest zijn dat het even duurde voor je het juiste borstnummer had. Dan het kledingprobleem. Ik wilde een lange tight dragen. Iemand zei: ‘als je na enkele kilometers met een zeiknatte broek nog enkele uren verder moet, zul het zwaar krijgen.’. Hij overtuigde me, ik besloot mijn korte broek aan te doen. Aan de start stonden we te kleumen van de kou. Wil riep nog: ‘heb je er zin in Vincent?’. ‘Ik zie er vreselijk tegenop’, was mijn antwoord. Na een lusje door Visé kwamen we al snel bij het water terecht. Het woord water was wel bepalend voor de komende uren. Van alle kanten werden we hiermee geconfronteerd. Van boven de regen, op de grond de plassen en het uitzicht was al niet anders, de Maas. Iedere kilometer was met een groot paneel aangegeven, zodat men al van verre de vele ballonnen kon zien die deze aanduiding opsierden. In het begin liep ik een groepje van een man of acht. Dat was niet meer leuk want steeds hoorde je iemand roepen: ‘uitwijken, plassen’. Het vergde nogal wat behendigheid je kousen droog te houden. Of uitwijken in de ook al natte berm, of het groepje laten gaan zodat je zelf meer zicht kreeg op de weg. Ik besloot tot het laatste. Na enkele kilometers was je al door-en doornat, ook mijn handschoenen. We liepen door mooie dorpjes bestraat met echte Belgische kinderkoppen, wat een glad wegdek tot gevolg had. Na het 14 kilometerpunt kreeg ik een licht pijntje in mijn rechterbovenbeen, een gevolg van het schuin aflopende wegdek in La Louviére. Een sportmasseur had me deze week nog wel een uitstekende behandeling gegeven. De animatie onderweg bestond uit een eenmansorkest. De man deed uitstekend zijn best maar kon natuurlijk in zijn eentje de muziekkapellen niet vervangen.

In Maastricht liep ik samen met iemand die zijn vrouw als fietsbegeleider had meegenomen. ‘Moet je wat drinken’, vroeg de vrouw. ‘Ja water’, antwoordde de man, ‘of doe toch maar isostar’, voegde hij toe. ‘Nee, drinken heb ik helemaal niet nodig, geef maar een (plastiekske?)’, verbeterde hij zich. ‘Ja maar ik heb plastiekskes vloeibaar of gewoon’, zei de vrouw. ‘Waar ga je dan verdomme voor mee’, zei de man geïrriteerd, ‘ik wil ze alle twee. Ik word zo moe van jou, je gaat toch mee om mij te helpen!’, besloot hij, nog steeds met lege maag, het tweegesprek. Prestaties kunnen door allerlei factoren tot stand komen, dacht ik op dat moment. Bij zonnig weer zou het prachtig lopen geweest zijn zo midden door het centrum van Maastricht. Nu waagde zich slechts een enkeling op straat. Bij het halve marathonpunt kwam ik door in 1.48. Dat gaat lekker, dacht ik, want meestal heb ik in het tweede gedeelte heel weinig verval en zou een tijd van rond 3.40 er wel inzitten. Bij het 25 kilometerpunt werden de spieren in mijn rechterbovenbeen steeds pijnlijker. Bij de 30 kilometer zag ik het niet meer zitten. Ik kwam nog wel door in 2.37 maar het ging steeds moeilijker. Ik gaf niks meer om de mooie vergezichten en was op dat ogenblik eventjes het centrum van de wereld. Mijn tempo moet drastisch omlaag, realiseerde ik me. Ik sukkelde naar het 35 kilometer punt maar maakte geen gebruik van de uitstekende verzorgingspost (banaan, rozijnen, sinaasappelen, peperkoek, isotone dranken), bang als ik was niet meer op gang te raken als ik zou moeten wandelen. Mijn spieren verstijfde door het water en de kou. De spierpijn werd steeds heviger. Nog nooit ben ik uitgestapt, maar nu twijfelde ik hevig. Door alleen maar te dribbelen blijf ik wel aan de gang en kan ik niks kapot lopen, dacht ik. Op deze manier moet het lukken de finish te halen, sprak ik mezelf moed in. De laatste 5 km ging in 34 minuten. Vanaf 40 kilometer liep het omhoog en dat was pijnlijk. Toch herinner ik me nog dat ik toen tegen mezelf zei: ‘het vlakste parcours van Europa! Volgens Belgische begrippen zullen ze bedoelen’. Op de 40 km 3.43. Gelukkig nog vóór de 4 uur binnen. Inderdaad, het was 3.57.22. Toch was ik trots op mezelf dat ik had doorgezet. ‘Op de marathon krijg je niets cadeau, pijnlijden, doorgaan als het tegenzit’, heb ik eens ergens gelezen. Voor mij was dit de eerste keer dat ik dit meemaakte, ik heb altijd ontzettend genoten van mijn marathons en hoop dit ook voor de toekomst. Wil liep 2.56.25 en was met deze prestatie niet geheel tevreden. Bij hem sloeg bij de 35 km de kramp toe. Vele lopers klaagden erover. Jos liep zonder problemen een mooie 4.10.

In de feesttent was het een drukte van jewelste. Er werd een entertainment programma afgewerkt. Danseressen in overvloed. Trotse moeders met hun gezin namen bezit van de feesttent om te zien hoe hun dochters de show stalen. Voor de lopers was er helaas weinig plaats.

Jammer dat het weer voor de tijd van het jaar niet meewerkte. Visé heeft een prachtig parcours, dat zelfs autovrij door de binnenstad van Maastricht voerde. Door het uitstekende werk van de vele vrijwilligers ontbrak het onderweg aan niets bij de verzorgingsposten. Vele lopers zeiden dan ook na afloop: ‘als het weer meewerkt, kom ik volgend jaar terug.



Vincent Schoenmakers
vincentschoenmakers@hetnet.nl


 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]