Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
25 jun 2017
Vechtdal Trail 44 km - 24 juni
22 jun 2017
De magie van de zes uren. Die na vier uurtjes altijd over was…
18 jun 2017
Veluwzoomtrail
12 jun 2017
Maasdijkmarathon 11 juni 2017
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
* December
* Oktober
* September
* Juli
* Juni
* 18 jun 2002: 115 kilometer lopen in Den Haag
* 12 jun 2002: Verslag Leiden marathon 2002
* 12 jun 2002: Elf steden en stapels dorpen
* Mei
* April
* Maart
* Februari
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Juni 2002
 
Het is zaterdagochtend 15 juni 2002 de wekker gaat om 06:00 uur en met een suf hoofd sta ik op en maak, zoals ik eerder beloofd had, mijn zevenjarige dochter wakker en gaan we samen ontbijten. We nemen beiden wat cornflakes en ik zoek mijn laatste spulletjes bij elkaar. Snel spring ik in de auto en besef heel goed dat de komende dag een erg lange dag zal zijn.
Onderweg van Breda naar Den Haag eet ik een boterhammetje en rij zeer ontspannen op een erg rustige weg naar de Randstad. Ik kom lekker op tijd aan bij Haag Atletiek en weet mijn auto nog op het terrein te parkeren, iets wat later niet meer kan.
Bij het aanmelden kom ik Carrie van de Beek tegen en ik mag mijn tas die dag bij zijn vrouw leggen. Toch wel prettig dat mijn spulletjes bewaakt worden en ik hoef niet moeilijk te doen als ik iets wil gebruiken.

Om 09:00 uur valt het startschot en start ik met nog negentien twaalfuurslopers aan de wedstrijd. Een groot aantal estafettelopers start ook samen met een groep zesuurslopers die ook om 09:00 uur starten. Een tweede groep zesuurslopers start om 11:00 uur.
Het is nu zaak om niet te hard te gaan en het tempo van de zesuurslopers over te nemen, de estafettelopers lopen veel harder. Het verschil is erg duidelijk. Ik heb de neiging om erg snel te starten en moet bewust met de rem erop gaan lopen om zo rustig te wennen. Het lichaam moet gewoon wennen aan 12 uur rondjes van 1851 meter lopen.
Het valt op dat het niveau van de lopers onderling niet veel verschilt en we blijven dan ook urenlang in dezelfde ronde lopen. Het zonnetje laat zich af en toe zien en na verloop van tijd wordt het lekker warm, met een pittig zeewindje erbij is het prima uit te houden. Ik loop een aantal rondes samen met Jan Maaskant uit Baarle Nassau en hij boeit mij met verhalen over triatlons. Jan heeft een aantal dubbele en één drievoudige triatlon gelopen. Dat is nog eens wat anders dan een twaalfuursloop.
Na drie uur lopen besluit ik te gaan lunchen. Een paar slokken bouillon, twee boterhammen met kaas en als toetje een flinke slok cola. Snel vervolg ik mijn pad want ik mag niet te lang stilstaan van mezelf. Het parcours blijkt precies lang genoeg te zijn voor mij, het verveelt geen moment.

We zijn vier en half uur onderweg en ik word voor de eerste keer gelapt door Rob Tieleman. Helaas kan Rob de wedstrijd niet uitlopen en moet na ruim zeven uur wedstrijd met rugklachten uitstappen. Hij blijft nog wel om ons aan te moedigen. Op het moment dat Rob Tieleman is uitgestapt blijkt dat ik op een tweede plaats in de wedstrijd loop. Sjoerd Slaaf ligt nu duidelijk op kop. Erg knap van hem. Nog geen week geleden heeft Sjoerd de elfstedentocht, een monstertocht over 210 km, gelopen in ruim 23 uur. Sjoerd vertelt me later dat hij erg graag, net als vorig jaar, wil winnen in Den Haag. Natuurlijk gun ik hem die eerste plek, hij ligt bijna een ronde voor en ik heb er vooralsnog geen zin in om te versnellen en voor de eerste plek te gaan. Je loopt dan toch het risico om jezelf over de kop te lopen. Lekker uitlopen vind ik belangrijker.
Nummer drie in de wedstrijd, Jan Hendrik Elhorst uit Noordkop, blijkt vlak achter mij te lopen en zorgt voor constante dreiging. Ik voel me opgejaagd en laat op advies van ondermeer Rob Tieleman Jan Hendrik voorbij gaan en ga mijn eigen wedstrijd lopen.
Dit blijkt later een goede beslissing te zijn.

Na tien uur wedstrijd heb ik de honderd kilometer in het zicht en voel me erg sterk. Na een twintigtal minuten komt mijn broer Joost vanuit Schiedam even kijken. Joost is erg verbaasd om te horen dat ik al honderd kilometer heb gelopen en derde in de wedstrijd ben. Hij heeft me zeven jaar geleden zover gekregen dat ik de marathon van Rotterdam ging lopen. Zelf had hij toen al meerdere marathons gelopen. Tegenwoordig houdt hij het bij halve marathons.
Nog anderhalf uur te gaan, zou het lukken om de 110 km te bereiken? Volgens mijn berekeningen moet het lukken. Ik zie plotseling de nummer twee in de wedstrijd, Jan Hendrik Elhorst, vlak voor me lopen en besluit op dat moment dat ik voor de tweede plaats ga. Ik loop op hem in versnel en zorg dat ik direct een gat sla zodat hij niet aan kan sluiten. Ik blijf maar tempo maken. Aangekomen op de atletiekbaan kan ik mooi het verschil zien. Ik weet de tweede plaats vast te houden en wordt door diverse lopers aangemoedigd om vooral die plaats niet meer uit handen te geven. Vlak voor het eindsignaal besluit ik rustig uit te wandelen en zodra ik mijn concurrent in het zicht krijg ga ik weer hardlopen om zo mijn tweede plaats veilig te stellen.

Uiteindelijk weet ik 115,423 kilometer te lopen in twaalf uur. Een nieuw pr. Mijn tweede pr in 2002, het jaar kan al niet meer stuk. De 12 uur estafette van Den Haag is een wedstrijd die ik zeker kan aanbevelen. De organisatie doet er alles aan om de (solo)lopers zo prettig mogelijk hun rondjes te laten lopen. Voor het eerst in mijn loopcarriere word ik gehuldigd met een tweede plaats. Trots verlaat ik Den haag om rond 00:15 uur weer thuis aan te komen. Wat een dag!
De volgende morgen staat mijn dochter om 06:30 uur naast mijn bed, het is vaderdag en ik moet op staan. Met benen die niet echt fijn aanvoelen (ze doen gewoon pijn) sta ik op, ga een hapje eten en bewonder de vaderdag-knutsels van mijn dochter.
‘s avonds een vent…


Rob van den Hoek – UltraNed
robvandenhoek@wanadoo.nl

 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
GEBOORTESTAD VAN REMBRANDT WAS 9 JUNI MARATHONSTAD

De microfonist van de marathon ‘waar de loper centraal staat’ kon het niet vaak genoeg benadrukken dat ze met www.marathon.nl een unieke website aankondiging hebben, specifiek bestemd voor Leiden. Je krijgt bij het intikken van deze naam geen informatie over andere loopevenementen, nee Leiden heeft het alleenrecht. Reclame voor hun marathon om trots op te zijn. En niet alleen tijdens de marathondag maar al maanden daarvoor kon je de uitgebreide informaties op internet bezoeken. Er kwam zo’n veelheid van informatie op me af dat het duizelde in mijn hoofd. Ondanks dat ik me intensief verdiepte in de belangrijke mededelingen, kwam ik er maar niet achter op welk tijdstip de marathon zou starten. Dus snel een mailtje naar de organisatie gestuurd. Vrijwel onmiddellijk daarna berichtte ze mij dat ze even schrokken (een foutje?), Maar dat ik onder de rubriek afstanden had moeten kijken, Dus mijn eigen schuld, het zal wel met mijn leeftijd te maken hebben. Waarschijnlijk zitten er in de organisatie reclame adviseurs of heeft men die in de arm genomen, want de teksten logen er niet om: Leiden heeft een zeer speciale marathon – Leiden staat op 9 juni op zijn kop – de stad waar de loper centraal staat. Zelfs de kinderopvang is er gratis geregeld. En inderdaad hebben ze in Leiden wel gevoel om de loper te verlekkeren en te verheugen op zijn of haar komst. Bij het online inschrijven kreeg je meteen de bevestiging. Twee dagen voor de marathondag kreeg ik een vriendelijk mailtje dat Leiden al gonst van de marathon en dat het op die dag altijd mooi weer is. Dus alle reden om in de nacht van 8 op 9 juni geen oog dicht te doen, maar in gedachten voorstellingen te maken over de spetterende dag van morgen.

Onder een warme zon liepen Jos Hopman, die vandaag zijn 280e marathon zou lopen, en ik, die daar schril bij afsteekt met mijn 20e marathon, vanaf het station naar de Groenoordhallen. Een loper voelt feilloos aan dat de opgegeven 400 meter in werkelijkheid de dubbele afstand is, wat mij de uitspraak ontlokte: ‘Jos, als ze de marathon op dezelfde manier hebben opgemeten lopen we weer een ultra. Alle faciliteiten die bij zo’n groot evenement horen waren heel gemakkelijk bereikbaar (afhalen startnummers, koffie, veel en ruime kleedkamers met douches).

De 10 km vertrok een kwartier eerder. Daar waren ontzettend veel deelnemers op af gekomen. Toen die vertrokken sloten wij aan. Vijf minuten voor de start kwamen we er achter dat we tussen de deelnemers van de halve marathon stonden. Iemand wees ons over de afzethekken naar voren te gaan waar de wedstrijdlopers aan de marathon stonden opgesteld. Ik klom iets te snel en hoorde mijn broek scheuren. O God het zal toch niet waar zijn, dacht ik, nu terug naar de kleedkamer voor een andere broek. Gelukkig was het alleen de naad van een broekspijpje. De edele delen werden nog goed afgeschermd. Exact 12.15 u het startschot. Zo, dacht ik op dat moment, nu eens lekker rustig Leiden bezichtigen. Ik was er nog nooit geweest en dit was bij uitstek een gelegenheid om zonder gehinderd te worden door gemotoriseerd verkeer een kijk op de stad te krijgen. In de 6 uur van La Louviére (april) heb ik een blessure aan de adductoren en quadriceps opgelopen. De 2 wedstrijden van vorige maand verliepen dan ook rampzalig, ik heb onvergetelijk pijn veel pijn geleden, maar gelukkig niks kapot gelopen. Al enkele weken krijg ik fysiotherapeutische behandeling en langzaam kom ik de blessure te boven. Op voorwaarde dat ik mijn snelheid zou aanpassen en voor een tijd van rond de 4 uur zou gaan kon ik meedoen.

Zeker als je start met de grote groep is het zaak de handrem te gebruiken. Na 1 km hoorde ik iemand zeggen: ‘nog 41 km en 195 meter. ‘Dat moet je zo niet zeggen’, riep ik terug. Ik ging bij hem lopen en vroeg met welke bedoelingen hij de marathon ging lopen: ‘begin je nu al af te tellen of wordt het lekker een middagje ontspannen sporten!’. Daar had hij nog niet over nagedacht maar het resultaat was voor hem het belangrijkste. ‘Zo doe ik het altijd’, zei hij. ‘Succes ‘, was dan ook het enige wat ik hem kon toewensen. Tot de 10-11 km liepen de halve en hele marathon samen. De verzorgingsposten waren er goed op voorbereid. Aan weerszijden van de weg kon men ruimschoots de dorst lessen, wat wel nodig was, want de zon scheen volop. Een toerist moet in Leiden met minder indrukken genoegen nemen dan de marathonloper. Het parcours liet zowat alle delen van de stad zien, de grote gebouwen waarvan ik de namen vergeten ben, de volksbuurten waar men de huizen versierd had en veel en harde muziek draaide, de mensen die aan het water woonden met hun bootje in de achtertuin maar op afstand aanmoedigden en applaudisseerden en de toeschouwers die zich speciaal rond het parcours hadden opgesteld om veelvuldig te roepen: ‘knap hoor, fantastisch, je ziet er nog fris uit, het gaat goed’. Zo rond het 12 km punt liep Rob v d Hoek met iemand die ik niet kende, me voorbij. ‘Wat is dat nou’, riep ik, ‘je had al kilometers voor me moeten zitten’. Hij keek me aan, lachte, en zei: ‘ik ben sociaal, hij is recreant en ik ben samen met hem gestart’. Zo, daar had ik niks op terug. Rob zal deze marathon ongetwijfeld gebruiken als warming-up voor de 12 uur die hij zaterdag in den Haag gaat lopen. Wat hebben ze in Leiden toch veel water en als je dat moet oversteken zit er voor het bruggetje altijd wel een venijnig klimmetje in. Deze leuke en prettige variaties in het parcours maken de 42 km afwisselend en bezienswaardig. Op het water zou je toch wat roei- en kanofanaten verwachten maar de krachtsinspanningen waren slechts voor de marathonlopers weggelegd. Het waterverkeer is ook al gemotoriseerd. Met zoveel afleiding gaat het lopen vanzelf. Op de halve afstand kwam ik door in 1.52. Zeker niet versnellen, zei ik tot mezelf, denk aan je blessure. Na het 25 km punt kwamen we in Zoeterwoude. Volgens het succesmailtje van de organisatie is Leiden zondag gemobiliseerd voor de hardlopers, maar op dat moment hadden ze niet aan Zoeterwoude gedacht. Muziekbandjes, veel mensen op de been die enthousiast met ons meeleefden en ons zo dicht benaderden dat we enkel door een smalle pijp verder konden, om een kick van te krijgen. Mensen boden niet alleen water aan maar gunden ons een biertje, wat aan de finish wel welkom zou zijn. Geen stadsmarathon zonder ludieke creaties: een man met een kinderwagen gevuld met 2 heuse echte kinderen. Een stunt van een paar kilometer of toch…, nee dat haal je niet in 5 uur.

Bij het 34 km punt passeerde Gijs Honing. ‘Nou Gijs’, zei ik , ‘je hebt nog kracht genoeg over’. ‘Het gaat goed vandaag’, antwoordde hij. Even later passeerde me Carrie v d Beek die ook al vertelde dat het hem lekker afging. Dat zijn de echte ultralopers, een marathon beschouwen ze als training, want 6 dagen wacht hun de 6 of 12 uur.Als je in Leiden aan je laatste 200 meter begint, brullen en klappen de toeschouwers je toe alsof je een topprestatie geleverd hebt. Dat is hartverwarmend, zeker als je er bij de finish nog een biertje bij kunt drinken. Ik finishte in 3.56.29. Dankzij de fysiotherapeut heb ik nergens last van gehad, hoewel daags na de marathon een lichte pijn voelbaar was. Na het douchen zag ik een jongeman van een jaar of 25 de trap opkomen, nee, hij kroop op handen en voeten, ondersteund door zijn vriendin. Kreunend vroeg hij aan mij of ik ook aan de marathon had meegedaan en of ik hem uitgelopen had. ‘Ja, en jij toch ook’, zei ik. ‘Voor de eerste keer’, antwoordde hij trots, ‘wat was het mooi’. ‘Je bent nog jong, je kunt nog veel lopen’, zei ik. ‘Veel pijnlijden zul je bedoelen’, zei zijn vriendin. ‘Nee, genieten van je prestatie, dat gevoel overheerst’, kon ik de vriendin nog net vertellen toen ze haar zwaar vermoeide vriend op de volgende traptrede duwde.

De duizend medewerkers en nog eens duizenden toeschouwers hebben ons een prachtige loopmiddag bezorgd. Persoonlijk vond ik het jammer dat men aan de infobalie niet wist wie de 3 winnaars waren in mijn categorie. Een uur na binnenkomst moeten deze gegevens toch beschikbaar zijn. Uitslagen waren enkel op internet te zien. Zodoende kwam ik er pas laat achter dat ik in mijn leeftijdscategorie 2e geworden was.

Mijn reisgenoot Jos Hopman, had, met de 50 km Bunschoten van vorige week nog in de benen, een mooie 4.06 gelopen. Binnen 2 weken zal hij weer een prestatie moeten leveren maar dan op de 100 km in Torhout. ‘Wat gaat zo’n prachtig loopdag toch snel voorbij, volgende week duurt het wat langer’, aldus de immer optimistische Jos. Het gaat hem ongetwijfeld lukken.


Vincent Schoenmakers
vincentschoenmakers@hetnet.nl
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Het is Vrijdag middag halftwee. De Elfsteden kriebels beginnen nu aardig op te spelen. Eerst even begeleider en loopmaat Cees van der Woude ophalen om vervolgens af te reizen naar Leeuwarden. Het is nog wat vroeg, maar dan hebben we, indien het verkeer meezit, nog wat tijd om de start en finish te verkennen.
En het verkeer zit mee. Al leuterend over van alles en nog wat rijden we prompt verkeerd en kunnen we ook nog even een stukje van het parcours in Bolsward verkennen. Zelfs met de wagen zijn de pijlen prima te zien dus dat geeft vertrouwen. Dan maar binnendoor naar Leeuwarden, ook leuk.
In Leeuwarden nog even naar de stadsgrens, zodat er een klein beetje idee bestaat hoe gefinisht wordt. Terug bij de Kamer van Koophandel blijken we de eersten te zijn, snel gevolgd door Henk Noor met begeleider Jan Ottens. Binnen gekomen blijkt men een complete zaal voor ons gereserveerd te hebben, inclusief koffie, thee en soep dus dat kan alvast niet meer stuk. Tegen zevenen wordt de spanning merkbaar en begint iedereen op zijn manier de boel te regelen. Fiets uitgeladen? Heb je dat kistje nog meegnomen? Niet? O, gelukkig! Tja, dat zijn zo de gesprekken die je opvangt. Ook worden Jochum en Jan voorgesteld die de hele tijd met een wagen op het parkoers zijn om het geheel in goede banen te leiden en assistentie te verlenen als er iemand verdwaalt.
Jan Kooistra spreekt de lopers nog even toe en om zeven uur valt het startschot. Ik druk mijn klokje in en realiseer me dat dat ding vanaf nu heel wat uurtjes te tellen heeft.
Wim Epskamp neemt gelijk de leiding direct gevolgd door Jeffry Oonk, Henk Noor, Ron Theunissen en Lex de Boer. Ik wil niet weer een wedstrijd verknallen en had van te voren besloten op max. 11 per uur te starten. Ik heb al weken last van mijn linker heup, maar die rare blessure doet zich alleen voor als ik wandel. Dat is natuurlijk wel aardig want dat wordt dus doorlopen.
Het gaat eerst richting Sneek. Ik loop eerst in een groepje met Ria Buiten, Cor Westhuis en Johan Vischedijk, maar na een kilometer of vijf ben ik alleen met Cees. Op het eerste stuk wordt er nog af en toe vanaf de kant wat aangemoedigd. Dat houdt echter ook snel op. We lullen weer wat af. Ik vraag mezelf af hoelang we dit volhouden want je moet toch een keer de blaren op je stembanden krijgen. Maar het leidt enorm af en voor we het weten lopen we in Sneek. Bij een tankstation gekomen vraagt Cees of ik een bakkie moet. Mijn eerste gedachte is “ben je gek, we lopen een wedstrijd”. Bij naderinziens kunnen die paar minuten er ook wel bij. Ik heb geen zin om te wachten tot het drinkbaar is en even later loop ik met een bak koffie door Sneek te banjeren. De koffie is nog niet op of we krijgen gezelschap van een fietser die, zo blijkt, de volgende dag aan de estafette meedoet. Hij begeleidt ons tot voorbij IJlst en kan nog mooi een plaatje van ons tweeën schieten. Het begint inmiddels te schemeren en Sloten is in zicht. Dat is plaats drie, nog acht te gaan. Op naar Stavoren. Ik ken die naam alleen uit de geschiedenis en aardrijkskunde boekjes dus ben benieuwd hoe het eruit ziet. Dat dit een illusie is, ben ik al gauw achter want het wordt aarde donker en je ziet geen barst. Het fietspad is van dubieuze kwaliteit dus ga ik maar op de weg lopen. Bij een bushokje zit Jeffey met vriendin Marleen. Het gaat niet en hij wacht om opgepikt te worden.
Bij Nijemirdum is het net of de wereld ophoudt. Cees suggereert dat we uit moeten kijken om niet van de aarde af te donderen, maar gelukkig zien we in de verte toch nog ergens licht branden. Na Aldemirdum moeten we links en ik begin me af te vragen waar dat dan wel zou moeten zijn. Na zo’n anderhalve kilometer begin ik toch te twijfelen en we raadplegen de routebeschrijving. Toch nog maar even door lopen. Ah! een paddestoel, Stavoren rechtdoor 13 km, ja dertien kilometer dat stond ook op de route beschrijving maar dat was twee kilometer terug. We moeten naar links, richting IJsselmeer. De twijfel slaat toe, toch nog maar even recht door, dat gaat per slot van rekening richting Stavoren. Ik begin steeds meer twijfels te krijgen en bij de volgende wegwijzer gaan we links richting IJsselmeer, dan maar drie km omlopen, waar hebben we het over op de tweehonderd. We zitten dan wel weer op de goede route. Gelukkig een juiste keuze. En na het zien van de eerste pijl gaat de fiets aan de kant en worden de bananen, koeken en bouillon uit de tas gehaald om dit heuglijke feit te vieren. In Stavoren aangekomen is het dorp in diepe rust, er gebeurt werkelijk helemaal niets. Wonen er eigenlijk wel mensen? Het lijkt net een museum.. Even verder blijkt er in ieder geval een kroeg te zijn die nog open is. Een aantal jongelui komt net naar buiten en knipperen even met hun ogen. Het dringt langzaam tot hen door dat ze welliswaar veel te veel gezopen hebben maar dat die vent met dat startnummer er echt loopt. De slimste vraagt “wrom llloop jeij zzo harrd” Zou jij ook moeten doen, dan lul je niet zo beroerd, roep ik. Z’n maat begint mee te lopen, maar heeft de hele breedte van de straat nodig en geeft het gauw op.
Van Stavoren gaat het richting Hindeloopen, het is nog steeds aardedonker en het is dus totaal oninteressant waar je zit. Wat wel knap irritant is zijn de muggen, nou waren die er voor Stavoren ook al maar nu worden het hele zwermen. Als ze linea recta je slokdarm invliegen heb je gratis proteïnen, maar in je luchtpijp is een flink probleem. Ik adem dus maar door mijn neus en heb binnen de kortste keren visite in de voorkamer, even snuiten. Zo, die is weg, nou weer een in m’n oog, houden we dat! Cees begint ook al om zich heen te meppen en het geheel is toch wel komisch. Cees krijgt ook last van de slaap en maakt een ongecontroleerde slinger over de weg. Gelukkig is er aan de ene kant een dijk en de andere kant een sloot, dus ver kan hij niet komen. Na een doodsaai donker stuk doemt Hindeloopen op. Gelukkig dat Cees zegt dat dit het dorp is, want voor ik mijn klokje ingedrukt heb zijn we alweer op weg naar Workum.
Richting Workum begint het te dagen en ik begin het nu wat moeilijker te krijgen. Nou al? We zitten nog niet eens op tachtig! Daar wordt ik niet echt vrolijk van. Mijn heup houdt het echter goed, ik voel hem wel, maar het wordt nauwelijks erger. Wat wel erger wordt is de vermoeidheid. Na Workum gaan we even zitten. Toch snel weer in de benen richting Bolsward. Dat zou hondervijf kilometer zijn, halverwege. Het gaat echter steeds beroerder en het tempo zakt tot een dramatisch diepte punt. Ik krijg al weer visioenen over niet kunnen finishen en prop er met moeite een banaan in. Flink wat sportdrank erachteraan en een stuk van de inmiddels bekende maggiblokjes. Zo! En nou rustig doormodderen en afwachten wat er gebeurt. Je lijf is een nogal traag apparaat en je weet nooit of er na een half uurtje weer muziek in komt. Even voor Bolsward maak ik een geintje over mijn bejaarden tempo en trek een sprintje. Hola, dat ging soepel. Ik kan weer aardig vooruit. Ik laat het tempo toch maar even iets zakken om niet gelijk weer alle energie op te branden. Cees oppert dat het wel eens met de dageraad te maken kan hebben en daar kan hij best wel eens gelijk in hebben. Bij de JKM stortte ik ook rond die tijd in, alleen kwam ik er toen niet meer uit.
Even voorbij Hichtum zien we in de verte twee enorme doggen op een erf lopen. Ik grap nog dat die daar wel moeten blijven en Cees mompelt dat het hele lieve beestjes zijn als ze slapen. Waarschijnlijk vinden ze ons ook aardig want ze maken aanstalten om naar de weg te lopen. Ik vraag Cees even aan de buitenkant te gaan fietsen en hij antwoordt grijnzend dat ie wel uitkijkt. Op tien meter gekomen besluit de leider dat hij ons bang gaat maken en komt onheilspellend grommend en blaffend de weg op. Cees besluit ook in de aanval te gaan en scheld het beest totaal verrot. Het enige nette woord wat ik opvang is “blijf” maar de rest is volgens mij veel effectiever. Het beest duikt helemaal in elkaar en neemt de benen. Zijn maat houdt het ook maar voor gezien en ik lig in een deuk om deze vertoning. Zo doe je dat dus. Weer wat geleerd.
Met Harlingen in zicht begin ik wat last van mijn linker wreef te krijgen. Dat was niet de afspraak. Ik had last van mijn heup en niet van mijn voet. Ik ga er vanuit dat het tijdelijk is. Drie kilometer verder weet ik wel beter. Tja, dat was niet opgenomen in de planning. Ik zet mijn veters zo los mogelijk en we gaan verder richting Franeker. De pijn wordt echter steeds erger. Het zal me toch niet gebeuren dat ik voor een zere voet moet stoppen! Ik overleg met Cees en besluit m’n veters dan maar heel strak te zetten om die voet zo min mogelijk te laten buigen. Dat helpt een tijdje, maar het begint nu toch wel echt irritant te worden. OK waar zitten we? Honderdvijfendertig kilometer, da’s mooi. Nog maar zeventig. Ik spreek het uit en langzaam dringt het besef tot mij door dat een normaal mens niet eens aan een halve marathon begint met zo’n voet. Toch maar stoppen? Natuurlijk niet. Een normaal mens begint ook niet aan de elfstedentocht. Ik vraag Cees om Jan en Jochum te bellen. Misschien kunnen die een rolletje sporttape versieren. Dan ga ik proberen er nog wat bruikbaars van te maken. Er wordt na wat heen en weer bellen afgesproken aan het begin van St Annaparochie. Dat is nog wel tien kilometer verder, maar als je het snel zegt is het zo voorbij. Even voor St Annaparochie zie ik tot mijn verbazing Lex de Boer lopen, wat zeg ik, wandelen. Lex heeft het even gehad en we lopen hem voorbij. Nu lig ik dus op de derde positie. Weer een extra stimulans om door te lopen. Aan het begin van het dorp geen Jochum. Dan maar doorlopen en een apotheek opzoeken. Midden in de winkelstraat ontwaar ik een drogist en schiet gewapend met een paar euro’s naar binnen. Ik weet niet wat ze daar binnen gedacht hebben om een nogal verfomfaaide loper compleet met startnummer door de zaak te zien schuiven. Maar bij de kassa moet ik gewoon wachten. Buiten heeft Cees al een tuinstoeltje geregeld uit de naastgelegen ijzerzaak. Riant gezeteld, midden tussen het winkelend publiek, kan operatie voet beginnen. Even later komen Jan en Jochum aanrijden, die dus aan het andere begin van het dorp hebben staan wachten. Wordt het nog gezellig ook.
Op naar Oudebildzijl waar het honderdvijftig kilometer punt is. We hebben na de dip bij Bolsward en de problemen met m’n voet uitgerekend dat als we dat punt in zeventien uur halen, ik de rest kan wandelen. Alles wat daarna hardgelopen wordt is puur winst. Oudebildtzijl gaat mooi binnen de zeventien uur dus dat zit snor. Even later halen we Lex weer in die na operatie voet flink uitgelopen is. Dit stuivertje wisselen zou nog een paar maal plaatsvinden. Een paar kilometer na Oudebildzijl begint mijn voet weer op te spelen. Dit wordt niks zo. Ik probeer zo goed mogelijk op te letten hoe en wanneer het zeer doet. Ik onderneem een nieuwe poging om de druk ergens anders te leggen. Ik heb niet voor niets vijftien meter tape gekocht. Dat zullen we gebruiken ook. Deze ingreep blijkt DE oplossing en ik kan weer prima huppelen. Ik zie de laatste vijfenveertig kilometer dan ook met vertrouwen tegemoet.
Richting Raard staat wederom een grote zwarte hond op ons te wachten en Cees suggereert dat het een oudje is , die toch niets doet. Nou wel dus. Ik wil het ook wel eens proberen en begin tegen het beest tekeer te gaan. Als door een stok geslagen keert het arme beest op zijn schreden terug en weer is het dolle pret. Dit moet een keer fout gaan, want straks komen we er een tegen die alleen fries verstaat. Het begint nu ook warm te worden. Verdween de zon eerst nog regelmatig achter een wolk. Nu schijnt hij er lustig op los. Vlak voor Dokkum komt ons een hele parade oude tractoren voorbij waarvan enkel berijders heftig gebarend aangeven dat ze weten waar we mee bezig zijn. Het gebeuren geeft weer een kilometertje afleiding en voor we het weten zijn we ook Dokkum voorbij. Weer komt de tractor parade voorbij en de herkenning begint groter te worden. Een van de berijders is zou enthousiast dat hij helemaal op de linker weghelft raakt en ternauwernood een tegemoetkomende auto kan ontwijken. We zien het gebeuren met een grote grijns aan. Langzaam vorderen we richting Leeuwarden. Enkele kilometers verder staan onze tractor vrienden langs de kant en weer is het zwaaien en duimen omhoog.
Even voor Bartlehiem zie ik Lex wandelen. Als ik hem passeer vertelt hij dat hij last van zijn knie heeft en dat het nu echt op is. We wandelen even samen op, maar ik voel dat ik het tempo erin moet houden. Ik loop verder en bij Bartlehiem maken we nog even wat foto’s. Even verder krijg ik het idee dat er een schep grind in mijn schoen zit. Ik ga nog maar even in de berm zitten om mijn schoen te legen. Niks steentjes, de hele boel staat in de blaren en het behang is van een paar tenen af. Dat voelt wel als steentjes, maar kan je er niet uitschudden. Even doorbijten dus. In Leeuwarden aangekomen heb ik het idee dat we er bijna zijn, maar dat valt vies tegen. We vorderen kilometer voor kilometer op de rondweg, maar zien nog geen kamer van koophandel. Plotseling zie ik de enorme rotonde die er vlak voor ligt. Cees zegt nog dat we een rot eind om moeten lopen omdat die rotonde zo groot is, maar ik kan alleen nog maar in rechte lijnen denken. Tussen het verkeer door. Opgedonderd met die roestbak! Over het gras van de rotonde, scherp langs de fontein en aan de andere kant weer de weg op. Zo doe je dat. Ik loop op de finish af en zie het verlaten plein. Tja, de massa komt vanavond pas als de finish van de estafette plaats vindt. Toch ben ik dolgelukkig als ik onder het doek doorloop, drieentwintig uur en zeventien minuten. Dat had ik honderd kilometer terug absoluut niet voor mogelijk gehouden. Fantastisch wat een tocht, wat een ups en wat een downs. We zijn het er echter allebei over eens dat het een fantastisch gebeuren is geweest.

Tom Hendriks
tom@hendriks.st 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]