Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
9 dec 2017
42 kilometer (en een beetje) in 42 landen (door Albert Meijer)
4 dec 2017
Bertlicher Straßenlaufe - 3 december 2017
3 dec 2017
BTS 100 Ultra 2017 (DNF, 102KM(+5936m), 23:10:53, 115KM gestopt)
26 nov 2017
Van Abcoude tot Kampen
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
* December
* 30 dec 2003: WAAR WAS NU DIE KROKODIL?
* 30 dec 2003: De 6 uur van Epe / 27 december 2003
* 28 dec 2003: Edwin Lenaerts in de Grottenmarathon
* 24 dec 2003: Dieverzand Boscross Marathon, op en neer, vallen en opstaan
* 15 dec 2003: De Null lauf in St. Georgemarienhütte (D)
* 8 dec 2003: Vincent Schoenmakers in de marathon van Purmerend
* 1 dec 2003: Lange wegen, leegte en kopwind in bijzondere Zuiderzee Marathon
* 1 dec 2003: Hellevaart tijdens 100 km Farao
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van December 2003
 
Dit jaar wordt voor de derde keer de Zuiderzeemarathon georganiseerd, voor mij de tweede deelname. De eerste hoorde ik, vond plaats in december, het landschap was door de sneeuw wit gekleurd. Dit jaar geen sneeuw, ook niet het korte broekenweer van vorig jaar. Wel hebben we heel veel oostenwind. In de bus van Zwolle naar Urk worden we door ‘weerdeskundigen’ al aardig voorbereid van wat ons te wachten staat. ‘De oostenwind hebben we 42 km lang vol op de kop’. ‘Het zal afzien worden’. ‘Wat denk je van die lange rechte stukken waar geen eind aan komt’. ‘Geen bossen, geen huizen die beschutting bieden’, zijn veelgehoorde opmerkingen. Cees van de Woude voegt er nog aan toe: ‘wat zijn we toch eigenlijk gek om vandaag naar Urk te gaan en een marathon in de koude wind te gaan lopen. Bij moeders thuis met een lekker bakkie koffie is het toch veel gezelliger’. Dat zal dan wel allemaal zijn denk ik, maar de uitdaging om zo’n marathon te lopen wordt alsmaar groter.

Bij het tankstation krijgen we nog 25 minuten de tijd voor toiletbezoek, omkleden en eventuele bagage afgeven. Ook kan men al een flesje sportdrank krijgen. Wat is het koud zeg, die 25 minuten lijken wel een uur. Toch zijn er mensen die maar niet kunnen kiezen of ze nu wel of niet een korte broek aan zullen trekken. Rob Tieleman is er een van. Hij loopt vandaag zijn 100e marathon en heeft nummer 100 gekregen. Ook Micha Havreluk, de aimabele Belg die altijd samen met Pier Hulsmans zowat alle Nederlandse marathons loopt, zal vandaag zijn 100e voltooien. Er schijnt nog iemand zijn 100e te lopen, maar die ken ik niet. Simon Pols liep in Amsterdam zijn 100e+1. Het was hem goed bevallen, maar daarna heeft hij nog Havana gelopen. Daar moest nogal gezigzagd worden. In de stad reed het verkeer verder, zonder rekening te houden met de lopers. ‘Vreselijk vieze uitlaatgassen kreeg je binnen’, zegt Simon. Bibberend en klappertandend lopen we naar de start. Lange mensen zoals o.a. Jack Hendrickx wordt vanwege de kopwind veelvuldig aangesproken om haaswerk te verrichten, wat hem de cynische en tegelijk grappige reactie ontlokt: ‘andere keren ben je maar een simpele Brabander, nu ze van me kunnen profiteren, heb ik opeens veel fans’.

Dan klinkt gelukkig het verlossende startschot. Zo’n 190 deelnemers beginnen aan hun marathon die via Kampen naar Zwolle voert. We lopen door het rustige dorpje Nagele naar het mooie Schokland. De eerste 5 km loop ik samen met Theo de Jong. We sluiten aan bij een groepje van 8 mensen met o.a. Janneke Cazemier ertussen. De eerste 5 km gaan in 28 minuten. Theo vindt het tempo voor hem wat aan de lage kant en gaat alleen verder. Zeker met mijn 1.63 meter hoogte is het prettig je te kunnen verschuilen achter brede ruggen. Zo’n 300 meter voor ons lopen ze ook bij elkaar. Ik wil sneller en ga er achteraan. Het lijkt dat ze versnellen. Ik forceer niet om erbij te komen. Enkele kilometers loop ik alleen en verwijt mezelf dat ik uit het groepje gestapt ben. Alleen lopen kost meer energie. Iemand uit Hilvarenbeek en een Belg komen bij me lopen. De eerste loopt nog geen 2 minuten mee of hij ziet een loper met problemen afhaken. De man is zeer sociaal, zegt tegen ons door te lopen en ontfermd zich over de gestrande loper. De Belg heet Jan Blues, is 42 jaar oud, komt uit Hasselt en loopt vandaag zijn eerste marathon. ‘Ik wil rond de 4 uur finishen, lukt dat met dit tempo?’ vraagt hij. Als ik dit bevestig is zijn volgende vraag of hij bij me mag blijven lopen. ‘Waarom loop je je eerste marathon niet in eigen land?’ vraag ik. ‘We hadden getraind voor Bordeaux maar dat kon niet doorgaan. Toen zijn we aan het zoeken gegaan waar de eerstvolgende marathon georganiseerd wordt, dat was de Zuiderzee. Alles is hier plat, geen heuveltje te bekennen, dat kennen wij niet’.

Ik zie Jannet Lange, we lopen er naar toe, net bij het 15 km punt. Jannet merkt op: ‘het bord staat verkeerd, dit is geen 15 km, de vorige 5 loop ik in 28 minuten, nu 25’. Jannet en Dion Joosten die erbij gekomen is, proberen een tijdje ons spoor te volgen maar het gaat voor hen te hard. Na de wedstrijd vertelde Jannet dat de wind vandaag haar grote spelbreker was. Bij de 20 km klok ik (tussen 15 en 20 km) 31 minuten, Jannet heeft gelijk. Eigenlijk maakt het niets uit, want alle marathons zijn altijd even lang. De halve afstand gaat in 1.59. ‘Dat ziet er goed uit’, zegt Jan, ‘als we zo blijven lopen kunnen we onder de 4 uur binnen komen’. ‘Reken er maar niet te veel op’, zeg ik, ‘want het moeilijkste komt nog. Let maar op als je 10 of 15 km verder bent’. De verzorging is perfect, water, sportdrank, soms thee, mandarijnen en bananen. Bij ieder wegoversteek staan er verkeersregelaars die ons vriendelijk en veilig over laten steken. Het gaat goed met Jan. Uitgelaten slaat hij tegen de hand van een verkeersregelaar in Kampen. ‘Wat bent u aardig, zonder jullie kunnen wij hier niet lopen’. Hij vertelt dat hij veel halve marathons in België gelopen heeft, maar dat de organisaties er niet zo goed zijn als hier. Hierna begint Jan moe te worden, het praten wordt minder. We gaan een brug over. Het grote cruise schip Willem Alexander wacht. Iemand van de organisatie vertelt dat de brug na ons open gaat. De tijd die mensen achter ons kwijt zijn met wachten is mooi gecorrigeerd in de uitslag verwerkt.

De zon breekt even door. Het lijkt dat de wind sterker wordt, of zijn het de lange rechte wegen waar geen beschutting te vinden is, die de wind koppiger maken! Staat er een boerderij dan is het 100 tot 200 meter van de weg af gelegen. Vorig jaar kwamen er nog enthousiaste mensen naar buiten, maar de kou heeft ze binnen gehouden. Er fietsen wel supporters mee, ook wordt er gesupporterd door mensen die in auto’s meerijden. De 30 km in 2.49. We halen lopers in o.a. Pier, Dick v Es en Rob Froonhof. ‘Ik ben fier dat ik in mijn eerste marathon op het laatst nog mensen voorbij loop. Ik heb nog energie over’, zegt Jan enthousiast. Ik had hem eerder gezegd dat hij voor zijn eigen prestatie moet gaan en niet naar mij moet kijken, dat ik mijn eigen tempo loop en behoudens onvoorziene omstandigheden onder de 4 uur blijf. De 35 km in 3.18. Jan wordt zenuwachtig: ‘dat halen we niet binnen de 4 uur en ik voel me zo goed’. ‘Ga dan’, zeg ik. Hij twijfelt en vraagt of hij zich opblaast als hij gaat. ‘Verhoog langzaam je tempo als je nog overhebt, succes’, zeg ik. Hij kijkt wat om zich heen alsof hij worstelt met zijn beslissing, kijkt mij aan en met nog 6 km voor de boeg loopt hij van me weg. Oh, Oh, denk ik, dat gaat te hard, hij sprint in korte tijd honderden meters weg. Ginds, de skyline van Zwolle. Nog even en de grote leegte maakt plaats voor de fantasieloze, strakke rijen allemaal dezelfde huizen. De rust van de polder is voorbij. Onderweg foeter je wel eens op de uitgestrektheid van het landschap dat eeuwig duurt, maar hier in de bewoonde wereld is alles weer zoals we het thuis ook kennen. De Zuiderzeemarathon heeft iets bizonders. Jan is teruggevallen, ik heb hem in het vizier. De 40 km in 3.44. Nog even de brug over. Ik heb het niet moeilijk gehad, alles voelt nog goed. Ik finish in 3.56.12, heb een negatieve split gelopen, zo moet het eigenlijk altijd gaan (zie de nuttige tips voor een 24 uur van ultra expert Ton Smeets op 23 sept geplaatst op UltraNed). Jan staat al klaar om me te omhelzen en bedankt me zo dikwijls en intens alsof ik hem mijn winnend lot van de staatsloterij heb cadeau gedaan. ‘Ik was je maar 45 seconden voor, ik had net zo goed bij je kunnen blijven. Deze eerste marathon vergeet ik nooit meer’, lacht hij. Micha en Rob krijgen bloemen van de organisatie voor hun 100e marathon. Theo Cloosterman heeft tot de 30 km me in het zicht gehad, vertelde hij, maar is toen vanwege een voetblessure langzaam verder gelopen en komt op 4.15 binnen.

Bij de prijsuitreiking blijkt dat ik eerste in mijn categorie geworden ben. Jurriaan de Bruijn komt naar me toe en informeert naar mijn tijd. Hij, ook 60+, loopt 3.47. Hij neemt het heel sportief op en zegt: ‘vorig jaar waren er twee prijzen, jij viel er net buiten, je werd derde, nu niet, dat is fijn voor je’. De voortreffelijke organisatie heeft Jurriaan alsnog de prijs gegeven die bij deze overwinning hoort. Heel sportief voor alle betrokkenen.

Ik heb bewondering voor het leger vrijwilligers dat ons het hele parcours van dienst is geweest. De vele oversteken, de 9 verzorgingsposten, de kou. Bedankt, zonder jullie hadden we nooit over de bodem van de Zuiderzee kunnen lopen.



Vincent Schoenmakers
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Na annulering van de Polar Circle Marathon, die gehouden zou worden op 13 september, besloten Henry en Christine Okkersen en Han Frenken deel te nemen aan de 100 km Farao's run in Egypte.
We vetrokken op dinsdag 25 november met British Airways vanaf Dusseldorf via Londen naar Caïro. Hier werden we opgewacht door mensen van de organisatie. Na een rit van 45 min kris kras door Caïro, kwamen we aan in het Intercontinental Pyramids Hotel nabij de beruchte piramides van Gizeh waar wij 5 nachten verbleven.
Woensdag en donderdag bezochten Henry en Christine de Piramides en natuurlijk het Egyptisch museum met de Collectie van Toetachamon. Mijzelf leek het beter om 2 dagen in het luxueuze 5 sterren complex te verblijven met o.a. 5 restaurants, zwembad, winkels, fitness etc en zelfs nog een eigen dierentuin met o.a. flamingo's. Twintig jaar geleden had ik met mijn vrouw Uschi Egypte eerder bezocht.
Het was vooral de mythe die beide Caesar kompanen naar Egypte lokte.

Ergens tussen 690 en 665 voor Christus wilde Farao Tharaqa de fitheid van zijn soldaten testen. Start bij de piramide van Djoser in Sakkara, finish in de oase van Faiyum. Volgens een inscriptie die in 1977 bij opgravingwerkzaamheden is ontdekt, legde de winnaar de foltertocht in acht uur af. Thans in de moderne tijd, wordt de route in omgekeerde richting afgelegd.
Vrijdag 28 november was het de grote dag. Om 03:00 werden we gewekt en een kwartier later zaten we aan het ontbijtbuffet. Om 04:00 vertrokken we in konvooi met politiebegeleiding richting de start bij de Hauwara Piramide nabij de oase van Faiyum. Iedere sololoper werd persoonlijk begeleid door een taxi of busje met chauffeur die helaas meestal geen Engels sprak, maar met gebarentaal lukte het meestal wel.
Iedere sololoper kreeg 10 liter water met zich mee en 2 kilo bananen. Ik had zelf gelukkig nog 6 liter cola bij me en 2 pakken peperkoek aangevuld met Nimm2 (snoepjes met vitamine C) die me later in de wedstrijd over het dode punt hielpen.
Omdat iedere chauffeur de weg het beste wist, viel het konvooi al na 1 km uit elkaar en ging iedereen zijn weg richting oase. Het pakte uiteraard verkeerd uit en de bus van Henry en Christine reed zich vast in het mulle zand in de woestijn ... Gelukkig had iedere deelnemer en chauffeur het telefoonnummer bij zich van de Race Director Gasser Raid. Die kon de bus snel traceren en met zijn 4 wheel drive uit het zand trekken. Het was best een interessant punt voor de Okkersen, nabij de Meidum piramide, maar ondertussen werd voor iedereen de start wel 1 uur later.
De Minister van Toerisme loste het startschot. Het eerste stuk ging door de woestijn en het was een beetje chaotisch, met al die voertuigen al dus veel uitlaatgassen. Na 5 km passeerden we aan de linker kant een gevangenis en werden we begeleid door militairen. De kalashnikovs hingen zichtbaar uit de truck en ik liep bijna in de loop van hun schiettuig.
Verderop werd de weg door de woestijn bewaakt door woestijnsoldaten die verkleed waren als boer. Na 10 km passeerden we een vuilnisbelt, hier rookte het flink en in combinatie met de uitlaatgassen was het een mooi mengsel.
Nadat we de spoorweg passeerden zagen we in de verte weer de Meidum Piramide en vandaar liepen we richting het kanaal.
Het begon heel druk te worden op de route met veel ezels, opgezadeld met aggregaten die men gebruikte voor het water over te hevelen van kanaal naar het land om zodoende tomaten, maïs, graan etc te verbouwen. Sommige dames vervoerden ook aggregaten op het hoofd.
Daar de ramadan voorbij was, hadden alle kinderen vrij van school en werden we door hen ontvangen met uitspraken als 'What's your name?' or 'Money' ... Zelfs de kinderen die op het land aan het werk waren riepen steeds 'Hello' en uiteraard 'What's your name'.
Nadat we het eerste dorp doorkruist hadden, begonnen de kinderen soms wel 30 à 40 meter met ons mee te lopen. Sommige belhamels begonnen zelfs stenen en mest naar ons te gooien, maar gelukkig was er altijd wel een oudere die de kinderen afremde. Er deden hoofdzakelijk Europeanen en Aziaten mee aan deze ultraloop, vandaar dit type aandacht.
Tot 45 km liep ik samen met Henry, want we hadden van tevoren afgesproken dat we zolang mogelijk bij elkaar zouden blijven. Toen in de middag de temperatuur opliep naar 28 graden, begon ik het moeilijker te krijgen. Ik moest Henry laten gaan, en vanaf dat moment begon het voor mij loodzwaar te worden.
Wel liep ik automatisch iets harder als lokale kinderen met mij mee liepen en weer met stenen en mest naar me probeerden te gooien ... Het parcours, dat langs het kanaal liep, werd overheerst door langs scheurende auto’s en trucks uit de jaren zestig, die ons op centimeters voorbij raasden.

Henry liep nog altijd goed en werd voortreffelijk bij gestaan door zijn vrouw. Iedere 5 km werd aangeduid door markeringen op het wegdek en met grote borden langs het parcours.
Na de eerste 45 km nam ik steeds een extra pauze om mijn cola en peperkoek te nuttigen. Daarna moest ik de chauffeur van mijn bus vaak wakker maken want die was dan op de achterbank gaan liggen te slapen. Met mijn manier van wekken was hij niet zo blij: een lekkere boer opgewekt door de vele cola ;-)
Henry kreeg het ook moeilijker vanaf het 60 km punt, maar zijn dipje duurde maar 10 km. Mijn dip duurde helaas wat langer. Pas vanaf het 70 km punt, toen ik mijn maag ledigde in een weiland, ging het gelukkig weer beter. Ik begon weer met cola en peperkoek. Het is een ideale combinatie want het blijft de hele weg aan je gehemelte plakken. Voeg daar nog één van die Nimm2 snoepjes bij en je hebt een ideaal tijdverdrijf.
De meeste lopers kregen het nu moeilijk, maar omdat de zon niet meer scheen, werd het wat aangenamer om te lopen. De Dashur Pyramide was al vanaf 10 km ver te zien. Hier moesten we een pendelstuk van 3,7 km lopen om zodoende op een exacte afstand van 100 km uit te komen. Heel precies door het AIMS gemeten.
Het pendelstuk was weer erg druk met verkeer, kinderen en bijtgrage honden. Het stuk naar de piramide zelf was steil maar het uitzicht des te mooier.
Nu nog maar 10 km richting Sakkara maar omdat we 1 uur later waren gestart, was het toch al duister geworden. De laatste 10 km werden een hellevaart omdat de meeste automobilisten geen licht aan hebben. Op 10 cm afstand van onze voeten reden ze voorbij. Het waren gevaarlijke en hachelijke toestanden. Zelfs moest ik noodgedwongen een keer in de berm springen toen een auto recht op me af kwam rijden. En Henry had last van een truck die hem van de weg wou duwen.
De laatste 5 km voerde het parcours richting de Sakkara piramide. Ook die weg liep toch vrij steil omhoog. Toen ik alleen bovenkwam, stond er niemand van de organisatie om me de weg te wijzen richting finish. In het pikkedonker liep ik wonderwel toch de goede kant op. En werd ik uiteindelijk toch nog opgevangen bij de finish met een zeer mooie medaille en een echt papyrus certificaat.
Daarna nog even met de plaatselijke arabier op de foto en vervolgens terug naar het hotel waar de prijsuitreiking en een award buffet op ons stonden te wachten.
Henry en ik haalden allebei de strenge limiet van 12 uur op dit loodzware parcours. Henry maakte een droomdebuut op de 100 km met een 5e plaats in 10 uur 26 min en 17 seconden en ikzelf passeerde de finish in 10 uur 55 min en 42 sec op een 8e plaats.

Vol tevredenheid gingen we dit vieren in de plaatselijk bar in het hotel. Tenslotte gingen we op de laatste dag van ons verblijf een kamelen-tocht maken van 2 uur rondom de Piramides van Gizeh.
Het was een hellevaart maar toch een avontuur om nooit meer te vergeten.

Han Frenken
info@taxifrenken.nl 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
VERSLAGEN van November 2003
 
Hoe uitzonderlijk is dat wat we genoegen noemen en hoe vreemd is de band ervan met pijn, waarvan je zou denken dat het het tegenovergestelde is. Maar hij die één van beide najaagt moet doorgaans ook het ander accepteren.(Socrates)

Waarom gaat iemand op een donkere, herfstachtige zondag zichzelf afbeulen tegen meedogenloos steile heuvels met grote kans op regen, modderige paden en lage temperaturen? Misschien heeft het iets te maken met de schoonheid van het parcours maar zie je die schoonheid ook nog als je er 55 kilometer op hebt zitten en met inmiddels zwaar verzuurde bovenbenen de zoveelste steile helling opklautert?
Toch zijn er een kleine 200 mensen (schat ik) die op zondag 23 november om 08:05 de uitdaging van bijna 64 kilometer door de Ardennen hardlopen aangaan. Het antwoord op het waarom zit misschien ook besloten in bovenstaande uitspraak van Socrates. Je streeft iets euforisch, het tegenovergestelde van pijn, na. Het bereiken hiervan kost meestal pijn, dat heb ik zelf mogen ondervinden op die bewuste zondag.

Volgens Anton Smeets, was Olne-Spa-Olne voor veel ultralopers van inmiddels vervlogen tijden een substituut voor de ronde om de Haarlemmermeer toen deze kwam te vervallen. Een ronde van 60+ kilometer, de één door het klassieke Hollandse polderlandschap, de ander door de karakteristieke Ardennen. Nu kan ik ze natuurlijk niet met elkaar vergelijken maar gezien de verzuurde bovenbenen die ik nu nog steeds heb denk ik dat het retour rondje in de Ardennen een stuk zwaarder is. Ik ben in ieder geval blij dat deze klassieker nog niet van de ultrakalender verdwenen is want het is een prachtig evenement.

Vanaf het moment dat ik van deze wedstrijd hoorde, dat zal medio 2000 geweest zijn, heb ik al het idee gehad om hieraan mee te doen. De Ardennen ken ik redelijk goed als vakantiegebied: een weekendje met de rugzakken erop uit of een fietstraining voor een fietsvakantie later in datzelfde jaar. Het mooiste vind ik dat je relatief dicht bij huis zit maar toch het gevoel hebt echt in het buitenland te zijn. Dit komt natuurlijk vooral ook door de hardnekkig Frans sprekende bevolking maar ook de huizenbouw en sfeer in de dorpjes doet vaak heel Frans aan.
De voorgaande jaren kwam het er door omstandigheden niet van maar dit jaar durfde ik de uitdaging wel eens aan, ik had de weken er voor veel marathons gelopen en voelde me eigenlijk iedere week wel iets sterker worden.
Toch sta ik die ochtend niet aan de start me het idee: deze doen we ook nog even. Ik weet uit ervaring hoe steil de beklimmingen hier kunnen zijn en bovendien is de afstand van 63,9 kilometer ook niet iets om te onderschatten. Het weer is gelukkig goed, dat wil zeggen: het is droog en er staat niet veel wind. Het is zelfs vrij warm voor de tijd van het jaar, ik schat de temperatuur op een graad of 14.
De avond ervoor ben ik naar Olne gereden en ik heb overnacht in een soort kasteel, wat op 3 kilometer rijden van de startplaats ligt. Henk Harenberg was daar al eerder gearriveerd en tot een uur of elf die avond hebben we aangenaam de tijd kunnen doden met het elkaar sterke verhalen vertellen over hardlopen. Na een vrij slechte nachtrust, zowel Henk als ik zaagden alvast het halve Ardennen woud om, staan we om 06:15 op en bereiden ons voor op een dagje in de buitenlucht. Ik ga voor het eerst met een drinkbelt lopen, er zijn slechts 4 verzorgingsposten op de route dus wat eigen versnaperingen meenemen kan geen kwaad. Bij de startplaats, bij het Chalet in Olne is het natuurlijk al een zenuwachtige drukte van belang en ik ga het laatste kwartier voor de start lekker op een bankje mensen kijken waarbij ik me verbaas over de uiteenlopende outfits die ik in de mierenhoop van atleten voor me zie. Een breed scala dat loopt van durfals in enkel een korte broek en singlet (de snelle jongens vermoed ik) tot aan mensen die high-tech survival kleding combineren met zwaar uitziende rugzakken waar je de noordpool wel mee zou over komen.

Vijf minuten later dan gepland mogen we dan eindelijk op pad en volgens Willem Mütze, die ik sprak voor de wedstrijd zouden de eerste 15 kilometer vrij vlak zijn. Nu is dat natuurlijk een relatief begrip maar vlak zou ik het eerste stuk zeker niet noemen. We mogen na een paar kilometer al een paar behoorlijke klimmetjes maken en je krijgt al een aardige indruk wat je verder staat te wachten. Ik moet duidelijk nog wakker worden. De benen voelen niet echt slecht vandaag maar ik heb last van een beetje onwillige geest. Nou ja, dat gaat wel over, eerst maar even in een ritme komen. Maar daar zit nou net het probleem: door de voortdurende afwisseling van klimmen en dalen en de verschillend soorten ondergrond kom je nooit goed in een ritme.
Na een uur of 2 ben ik voor mijn gevoel eindelijk een beetje warmgedraaid en begin ik te genieten van het lopen in deze mooie omgeving. Ik probeer zoveel mogelijk mijn krachten te sparen en zeker tijdens het klimmen mijn hartslag niet te ver te laten oplopen. Ik ben er geen fan van maar op sommige stukken naar boven moet ik wel wandelen, zo steil is het hier en daar. De route is zeer afwisselend en je loopt door stukken bos, langs weilanden en kleine uitgestorven dorpjes. Soms loop je gewoon over het erf van een boerderij of door een stukje tuin en dan hup, weer steil een paadje naar boven. Met witte kalk en witte plastic linten is de tocht aangegeven en als je niet teveel runner’s high bent is het moeilijk verdwalen. Na ruim 3 uur kom ik aan bij de 2e drinkpost waar ik me te goed doe aan water, gepofte maisrepen met chocola en natuurlijk de onvermijdelijke beker rijstepap. Heerlijk, daar knapt een mens van op. Inmiddels is het ook behoorlijk gaan regenen maar dat houdt gelukkig na een uur weer op dus dat is goed te doen.
Volgens het plan gingen we na Spa te hebben aangetikt weer terug naar Olne (waar doe je het allemaal voor) en ik heb het idee dat in het 2e stuk de beklimmingen wat langer zijn maar er zitten ook een paar afdalingen in waar je behoorlijk tempo kan maken. De ondergrond is soms erg verraderlijk. Veel grote losse stenen, vaak gecamoufleerd door afgevallen bladeren, maken het moeilijk om niet je enkels te verzwikken en ook is het hier en daar wat modderig maar over het geheel genomen zijn dat maar een paar stukken. De tocht gaat me prima af en ik hou mezelf op de been met af en toe een suikerklontje en een slok water uit mijn bidon die zijn diensten wel bewijst na 40 kilometer. Om de 5 kilometer zijn de punten gemarkeerd en dat is wel prettig voor de plaatsbepaling. Tot 55 kilometer heb ik geen enkel probleem maar dan gaat mijn maag een beetje opspelen en doe ik noodgedwongen wat rustiger aan. De laatste 5 kilometer krijg ik gezelschap van ene Jean Claude Roels, een zeer aardige Belg uit Oostende die graag in Nederland zijn wedstrijden loopt en de organisatie en het publiek aldaar prijst terwijl ik mijn bewondering uitspreek voor het hoge niveau van de Belgische top ultralopers. Sport verbroedert want ik deel met hem mijn laatste beetje water, dat had ik beter niet kunnen doen want een kilometer later spurt hij er nog even vandoor om anderhalve minuut eerder te finishen (alsof me dat iets uitmaakt).
Hij had me echter nog wel een pintje beloofd en aangezien ik hem na de finish niet meer tegenkwam heb ik die zelf maar besteld. Voor het schamele bedrag van 6,50 Euro krijgt deze organisatie het voor elkaar om je ook nog eens een mooi shirt te geven en een bord warm eten na afloop. Gek genoeg smaakt dat uitstekend na deze inspanning en ik voel me genoeg om weer 2 uur naar huis te sturen, een hele mooie ervaring rijker.

Jan van de Erve 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Bij de term fifty/fifty denk ik terug aan mijn jeugd. Als er wat dan ook gedeeld moest worden, dan werd er altijd geroepen: “wel fieftie/fieftie hè “ . We waren nog zo jong dat we fifty/fifty nog niet konden spellen, zoals we ook niet wisten hoe je de bij het cowboyspel onmisbare “sjerf” moest spellen. In het weekend van 15 en 16 november 2003 heeft de term fifty/fifty een volstrekt andere betekenis gekregen. Van eerlijk delen is geen sprake, zo heb ik gemerkt. Het is vooral veel, heel veel geven.

Zaterdagochtend om 9.45 uur komen we aan bij de manege de Boschhoeve. “We” zijn in dit geval Angela Veld en ikzelf, beide van de AV Statina uit Culemborg. Angela loopt vandaag haar eerste 50 km. In de Boschhoeve zijn, ondanks dat de start nog ruim een uur op zich laat wachten, al heel wat ultralopers aanwezig. Over en weer worden de ervaringen van de laatste tijd uitgewisseld, waarbij de recent gelopen ‘Rurseemarathon’ regelmatig wordt genoemd, genoemd vanwege het mooie parcours, maar vooral ook vanwege het zware parcours. Na een kopje koffie lopen we om kwart voor elf lopen met de hele groep naar de start. Hier volgt een korte uitleg van Ton Smeets, de onvermoeibare organisator van de zoveelste ultraloop in Soerendonk. Ton bedankt. Het parcours is vrijwel gelijk aan de Fat Ass Fifty van januari, maar om precies aan 50 km te komen moeten we na elke ronde steeds even 40 m heen en terug om een paaltje lopen. Daar is ook de goed voorziene verzorgingspost. Het weer is prima, droog, nauwelijks wind en niet te koud.
Dan klinkt de starthoorn en gaan we op pad. Er ontstaat al gauw een afsplitsing als Jan van de Erve er van doorgaat. Hij zal als eertse eindigen in 3:55:27, een knappe tijd. Ik zit in het tweede groepje dat een hele grote groep wordt. Pas in de derde ronde komt er een echte splitsing met op kop nog steeds Jan van de Erve gevolgd door Herman Krijnen, Rob van de Hoek en Ron Strigencz. Daarachter een groepje met o.a. Han Frenken, Peter Suijkerbuijk, Eric Sweens en ik.
Vanaf de eerste ronde gaan we in een lekker strak tempo van rond de 32 min./ronde. Dat zou neerkomen op een eindtijd van 4:16 en dat zou voor mij net een nieuw PR opleveren. Maar zover is het nog lang niet. Hoewel het lekker gaat weet ik dat ik morgen ook nog moet lopen, dus is het zaak toch wat zuinig met de krachten om te springen. Aan de andere kant, een nieuw PR op de 50 is ook nooit weg. Wat te doen? Voorlopig afwachten. Elke ronde gaat steeds enkele seconden sneller en ik kan het tempo voorlopig bijhouden. Dan in de voorlaatste ronde is er een versnelling (of loop ik opeens wat langzamer) die ik niet kan bijhouden. Laat ook maar gaan, ik kom er wel. Ik probeer het tempo vast te houden, maar bij de doorkomst blijk ik toch bijna anderhalve minuut te hebben ingeleverd. Als je alleen loopt is het toch moeilijker om het tempo vast te houden, zeker op dat stuk tegen de wind in. Het betekent dat ik in de laatste ronde wel heel snel moet gaan om nog een PR te lopen. Nee, dat zit er niet meer en dus laat ik het tempo, met het oog op morgen, flink zakken en kom in 4:22:10 over de streep. Even wat drinken en dan naar de kantine. En dan voel je pas dat het best koud is. In de kantine vul ik mijn zoutvoorraad aan met lekkere warme bouillon. Dat neem ik tegenwoordig steeds mee en het bevalt me goed.
Tot mijn verbazing zie ik Angela al snel aankomen. Ondanks dat ze zelf gokte op een tijd van 4:45 is ze gefinisht in 4:36:49, een knappe prestatie en een geweldig debuut.

Dan de zondag. Totaal andere weersomstandigheden. Het is koud en nat, vooral erg nat. Waarschijnlijk daardoor is ook het aantal deelnemers wat minder. Meer dan 20 zijn het er niet, waaronder ook 7 die gisteren hebben gelopen. En ook vandaag een debutant. Micha Havreluk loopt binnenkort zijn 100ste marathon, maar gaat nu voor het eerst de 50 km attaqueren.
Na de start ontstaat er direct een kopgroepje, maar dat gaat mij te hard. Alhoewel ik me goed voel, merk ik dat ik er gisteren fors aan getrokken heb. Dus doe ik het langzamer aan. Bij doorkomst in Soerendonk lijkt het dorp op deze zondagochtend compleet uitgestorven, er is niemand te zien. Gisteren speelden er kinderen en waren mensen bezig in de tuin of met een verbouwing. Nu is geen mens te zien, geen wonder met al die regen. Want het blijft maar regenen, wel niet hard, maar wel zeer gestaag en na een uur ben ik toch akelig nat, tot op mijn huid. En koud, ik heb het vooral koud. En dat heeft zijn weerslag op mijn tempo. De eerste ronde gaat in ong. 34 minuten, toch 2 minuten trager dan gisteren. De tweede ronde gaat in bijna 35 minuten, dus weer wat langzamer. Bij de verzorging staat Ton net wat bekertjes bij te vullen. “Het is wel erg nat” zeg ik. Ton beaamt dat terwijl het water uit zijn haar druipt. Dan weer verder, de derde ronde. Sinds de eerste doorkomst loop ik geheel alleen, voor mij niemand en achter mij niemand. Op zich wel lekker, maar vandaag valt het me zwaar. Dan zie ik Willy Jonkers aan komen. Even later haalt hij me bij. Hij loopt er nog fris bij, wat ik hem ook zeg. “Na deze nog vijf rondje” antwoordt hij. In een mooi tempo loopt hij opvallend snel bij mij vandaan. Of loop ik zo langzaam? Misschien gisteren toch teveel gevraagd? Misschien wel, bovendien heb ik vannacht wel heel slecht geslapen. Slecht geslapen en slecht gedroomd.

Een lange ultraloop, minstens 80 km in een schitterend landschap en met prachtig weer. Ik loop heerlijk ontspannen en net als vandaag geheel alleen. En ik ben snel, snel, dat wil je niet weten. De wedstrijd van mijn leven. Dan, net voor de finish lig ik op de grond: hartstilstand. Van een afstandje en vanuit de hoogte zie ik mezelf, zie ik mijn lichaam, liggen. En er komen allemaal ultralopers om me heen staan. Ik ken ze allemaal, maar ik weet geen enkele naam. Ze staan om me heen en kijken op me neer. Maar ze doen niets, helemaal niets. Mijn lichaam ligt daar maar en die ultralopers staan daar maar te staren. En ik kan niets doen, kan niets zeggen, ik kan alleen maar toekijken. En niemand, niemand komt op het idee mij, in mijn laatste wedstrijd, even over de finish te dragen!

Ik moet weer aan die droom denken terwijl ik in de regen voort ren. Twee jaar geleden heb ik me laten onderzoeken bij het Sport Medisch Adviescentrum. Daar dacht men een kleine hartafwijking te constateren Dat was aanleiding om mijn hart grondig te laten onderzoeken. Gelukkig was er helemaal niets aan de hand. En, bij die sportkeuring bleek ik een optimale conditie te hebben voor een vent van 35 jaar. Ik was toen 51 jaar!
Het derde rondje gaat weer iets langzamer, maar ik heb het gevoel dat ik nu mijn tempo heb gevonden. In Soerendonk is het, ondanks dat het middaguur al gepasseerd is, nog steeds uitgestorven. Bij de doorkomst even wat drinken. Het drinken beperkt zich tot een half bekertje cola, meer heb ik in dit weer niet nodig. En dan weer verder, nog vijf rondjes. Ik ben al bijna op de helft. En dan gebeurt het. 400 m na drinkpost stap ik op een stuk hout en verzwik mijn enkel. Ai, dat doet zeer. Dat verzwikken gebeurt zo heel af en toe. Als ik dan een kilometertje wandel is de pijn wel weer weg en kan ik weer gaan rennen. Maar vandaag besluit ik te stoppen. Ik heb het al koud en als ik nu een minuut of tien gewoon moet lopen raak ik geheid onderkoeld. Kreupelend loop ik terug naar de Boschhoeve, na me even bij Christine Okkersen, die doorkomsttijden van de lopers noteert, afgemeld te hebben. Ik baal er goed van. Gisteren ging het zo lekker. Ik was snelste man 50+. Ook vandaag zou ik dat wel geworden zijn en dus ook in het eindklassement over twee dagen. Maar ja, dat zit er dus nu niet meer in. Volgend jaar beter.


THEO DE JONG ( viridis@planel.nl )

 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]