Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
3 aug 2017
Eiger Ultra Trail en Swiss Irontrail
17 jul 2017
De 6 uur van Aalter 16-07-17
15 jul 2017
BELFAST
12 jul 2017
Van lopersblok naar schrijversblok - een pelgrimstocht in Sint Annen
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* 24 aug 2003: 24 u en 6 u van Welden
* 18 aug 2003: In Welden komen de echte liefhebbers van het afzien aan hun trekken
* 18 aug 2003: Gezien de omstandigheden ben ik tevreden.
* 13 aug 2003: Waar je als loper aan moet denken bij grote hitte
* 9 aug 2003: Drie dagen rennen en genieten in Dieverbrug
* 5 aug 2003: Hitte geen beletsel voor doorzetters in marathon 3-daagse Dieverbrug
* 5 aug 2003: Henk Sipers over de marathon 3-daagse
* 4 aug 2003: Eten! Niet vergeten
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Augustus 2003
 
16 augustus, één week na de 100 km Dodentocht en twee weekjes na de drievoudige marathon sta ik weer aan de start voor een mega-evenement. In Welden wordt het klokje rond gelopen. Vorig jaar scoorde ik erg hoog met iets minder dan 187 km en was het bloedheet. Nu waren de voorspellingen beter. Niet te koud in de nacht maar vooral frisser tijdens de dag. Dat beloofde veel. Ik ging ervan uit dat ik met mijn conditie eindelijk de magische 200 kmgrens kon bereiken. Gerald ging het ook nog eens wagen. Hij was nog nooit verder gekomen dan 102 km en was er ook gerust in. . Het enige wat me wel wat deed opschrikken was een verstopte neus en keel, naar later zou blijken een griepje. Toch dacht ik geen hinder te ondervinden. Aangekomen zette Gerald zijn tent op terwijl ik besloten had er geen mee te brengen. Wilde ik de 200 bereiken moest ik wel doorlopen. Vooral de andere 24uurs specialisten waren al aanwezig. Rob van den Hoek kwam wel erg laat maar net op tijd. Hij zou ook voor de 200 gaan. Verder ook enkele Italianen en jawel, Theo Cloostermans en Regina Geene gingen het ook proberen. Het sein klonk en we liepen met 19 deelnemers over het toch wel lastige rondje. Een stukje wegrand dat wat afgebrokkeld was, dan een enorm lange rechte strook tussen de velden, enkele bochten en weer recht op recht maar dan licht klimmend. Vooral in de nacht waren deze lange rechte stukken moordend, dat wist ik nog van de vorige edities. Nu haalde ik de nacht niet eens. Na 3 ronden ( 3,216km per ronde) haalde de Italiaan ons in. Hij lag al een ronde voor. Ik liep op met Dirk de Poorter, de latere winnaar. “Ofwel is hij erg goed ofwel zit hij straks aan de kant”. Het laatste gebeurde. Met mij vlotte het ook niet want na twee uur moest ik me reeds voortslepen en begon het rekenen. Als ik zo doorliep haalde ik de 150 km niet eens, dan kon ik misschien maar beter stoppen en morgen de 6 uur proberen. Met zulke gedachten gaat het natuurlijk niet lukken en ik besloot tot de marathon te lopen en dan het voor gezien te houden. Ik zag enorm op om in die nacht nog te moeten lopen. En dan tegen dit tempo en de vaart ging steeds maar naar omlaag. Neen, opgeven en gokken op de zes uur zou slimmer zijn. Dat gebeurde dan ook. De laatste keer over de championchipmatten leverde me 41,888 km op en ik liep nog 300 meter verder voor ik omdraaide. Kwestie om de marathon juist volbracht te hebben. Vervolgens kroop ik in de tent van Gerald en probeerde wat te slapen. Gerald bleef verder zijn rondjes draaien en soms nam hij een uurtje rust mee. Ik wist dat hij wanneer hij zou blijven liggen hij door zou blijven slapen en niet meer wakker te krijgen is dus porde ik hem na elk uur slaap wakker zodat hij weer weg kon. Dat lukte vrij aardig zo.

Tegen de ochtend kwam ik ook de tent weer uit. Ik ging een rondje met Gerald mee als opwarming voor de zes uur die weldra zou van start gaan. De eersten die ik ontmoette waren Jan VandenDriesche en Mark Papanikitas. Zij zouden 4 uur lopen als training. En natuurlijk ook de oudgedienden zoals Tom Hendricx, Theo de Jong en Vincent Schoenmakers. Om elf uur klonk het tweede startsignaal en met verse chip en borstnummer vertrok ik voor mijn tweede wedstrijd. Het eerste uur ging het nog redelijk maar dan begon het verval weer opnieuw (wat had ik dan verwacht?). Ik was tevreden geweest met 60 km maar zelfs die werden me niet gegund. Toch volbracht ik de wedstrijd door in het laatste uurtje nog drie rondjes te kunnen afmalen doordat Annie Van Butsele me nog meetroonde. Het lukte me dus en ik mocht weer 58 km op mijn teller zetten. Jan en Mark waren sneller uit de wedstrijd gestapt en Lucien Taelman nam de leiding over en gaf hem niet meer af. Bij de 24 uur werd het slachtveld van de nacht weer duidelijk zichtbaar. Rob van den Hoek strandde ver van zijn geplande 200 en eindigde met 144 km. Dirk de Poorter won als enige boven de 200 met 228 km en Mark Meirlaen volgde als tweede met 190 km. Gerald viel net buiten de prijzen en eindigde toch knap 5e met 147 km. Voor zijn doen erg goed.

Besluit: Misschien is het lopen van 24 wedstrijden per jaar toch net iets teveel geweest? Volgende wedstrijd zien we het wel weer. Hopelijk afspraak in het prachtige (heb ik me laten vertellen) Rondje Voorne.

Kloek Patrick
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Ruim twee weken geleden, op 1 augustus, reden Theo Cloosterman, Regina van Geene en ik naar Diever om er de driedaagse te lopen. Heel voorzichtig vertelden ze mij dat ze van plan waren, als ze de driedaagse goed waren doorgekomen, 14 dagen later deel te nemen aan de 24 uur van Welden. Ik viel even stil om dit te verwerken en zei toen heel verbouwereerd: ‘echt waar, weet je wel waar je aan begint, het is een dubbele 12 uur, het zal vreselijk pijn lijden worden’. ‘Dat beseffen we’, antwoordde Theo, ‘maar we willen de sfeer proeven van zo’n evenement, kijken hoever we kunnen komen’. Regina koppelde er meteen een vraag aan vast: ‘jij gaat toch ook wel mee, het zal jou gemakkelijker afgaan dan ons’. Als ze me zo strelen wordt ik zwak en zeg wel eens dingen waar ik later spijt van heb. Ik had een heel serieus excuus. Na de midzomermarathon ook weer in Diever, kreeg ik een enkelblessure die maar niet over ging. ‘Als in deze 3 dagen mijn enkelblessure niet opbreekt, zal ik erover nadenken’, beloofde ik. Mijn enkel kreeg met 3 marathons achter elkaar natuurlijk te weinig rust, dus tijdens ons verblijf aldaar, werd wel duidelijk dat ik moest afzien van deze krachtsinspanning. Ik stuurde beiden een kaart met succeswensen, waarop ik tevens vermeldde dat ze zondagmiddag 5 uur tussen de 130 en 140 km rijker zouden zijn.

Jos en ik gaan wel naar Welden maar dan voor de 6 uur. We zijn er op tijd, want we waren hoogst benieuwd naar Theo en Regina. Het zijn bijters, aan uitvallen denken ze niet. Nadat we de auto geparkeerd hebben zien we ze al aankomen. Ze hebben er ieder 100 km opzitten en hebben al die tijd samengelopen. Ze hebben het zwaar, maar gaan door, laat daar geen misverstand over bestaan. In de nacht zijn ze niet gaan slapen, maar hebben rustig doorgelopen. Rob van den Hoek was zijn kousen aan het verwisselen. Hij vertelde plotseling slaap te krijgen en heeft liefst 7 uur gepit. Die tijd had hij liever gelopen, maar slaap overmand je, zeker bij krachtsinspanningen. ‘s Nachts brandde er hier en daar een peertje, voor de rest was het een donker en leeg parcours. Dat stimuleert niet echt tot prestaties’, aldus Rob.

De controles en tijdopneming gebeurt gelukkig met champion-chips. Niets is prettiger voor de loper dan dat hij zeker weet dat zijn prestatie correct wordt weergegeven. Ze hebben in Welden een mooi systeem. Iedereen, ook degenen die een eigen chip heeft, krijgt een chip van de organisatie. Met een bandje is die gemakkelijk om de enkel te bevestigen. De eigen chip kun je laten zitten, die geeft wel een signaal, maar alleen de chip van de organisatie registreert op nummer en naam. En dat alles plus sportdrank, cola, water, belegde broodjes voor slechts 6 euro. Dus organisaties, allemaal over naar chip, er zijn dan geen problemen meer met tellen. Dat de kleedkamers en toiletten op een school waren ondergebracht was duidelijk te merken. ‘Voor de keuze van de wc hebben ze eerst jou maat genomen’, zei Gijs lachend tegen me. ‘Zelfs de tafels en stoelen hebben ze aan je aangepast’, grapte een ander. Er wordt heel wat afgelachen bij het omkleden. Wedstrijd spanningen zijn dan meteen weggeëbd. In tegenstelling tot mijn outfit van de laatste maanden heb ik vandaag een mouwtjesshirt aangedaan. Het is kil aan de start, dus blij dat we kunnen vertrekken. Er zijn 33 deelnemers. We lopen in een groepje met een man of vijf en constateren dat het parcours prettiger loopt dan in Diever. Je kunt ook eens van je afkijken, in plaats van geconcentreerd de obstakels op de paden te ontwijken. Veel te zien is er niet, wat weilanden en ook in België ontkom je er niet aan nl de uitzichtbelemmerende en landschap vervuilende maïsvelden. Op die hoogte zit ook een klimmetje. Het parcours heeft een lengte van 3215,85 meter. De eerste ronde kom ik door in 17 minuten. De eerste 3 ronden in 53 minuten. Zonder enkelproblemen moet er 60 km ruimschoots inzitten, denk ik op dat moment. Mijn gedachten waren nog niet koud of in de volgende ronde begint mijn linker enkel weer. De afgelopen weken heb ik minimaal 3 keer daags met ijs gekoeld. De laatste week ook helemaal niet gelopen. Na een paar uur wordt de pijn heviger en slaan twijfels toe. Maar als ik de 8 van de 23 overgebleven 24 uur deelnemers zie werken, met ongetwijfeld heviger pijnen dan ik, geeft dit me moed.

Er liggen er 3 aan kop, waarvan ik alleen Lucien ken. Het lijkt dat Tom en Jan even sterk zijn. Jan is in de beginfase de snelste. In de tweede helft trekt Tom goed door. Aan Jan zijn manier van lopen is te zien dat het moeilijker gaat. Op het laatst herstelt hij zich, maar niet genoeg om Tom van een ronde voorsprong af te houden. Uiteindelijk zal Lucien, wereldkampioen op de 6 uur 90 km, zag ik op zijn shirt staan, ruim de 82 km passeren. Philip Verdonck, die met William zijn vader, weer in september de Spartathlon gaan lopen, is tweede. Tom heeft zo zijn best gedaan om het geen eenzijdig Belgisch onderonsjes podium te laten worden, dat hij als derde finishte.

Je komt onderweg geen praat tekort. Gerald zit erom verlegen, het stimuleert hem om even getrokken te worden in de laatste uurtjes van de 24. Zijn broer Patrick is op zaterdag fanatiek begonnen, maar bracht het niet verder dan 13 ronden. Hij geeft zijn lichaam nog één kans zich te herstellen, want na een goede nachtrust begint hij om 11 uur aan de 6 uur. Ook dat wordt geen succes. ‘Misschien heb ik de laatste tijd toch teveel van mijn mezelf gevraagd’, zegt hij vol zelfkennis. Ik krijg gaandeweg de wedstrijd een beeld van de 24 uur lopers. Lange stukken joggen wisselen ze af met wandelen. Regina blijft hoofdzakelijk dribbelen. Theo is even uit zijn ritme. ‘Mijn benen willen niet meer vooruit’, zegt hij als ik passeer, maar hij blijft lopen. Lopers lijken soms net gewone mensen. Als het wel eens moeilijk gaat, willen ze best naar hun lichaam luisteren en het tempo aanpassen, maar dat moet niet te lang duren. Het is mooi loopweer, af en toe regent het. Voor mij geen schitterend weer, dan moet de zon beter haar best doen. Rond de 4 uur heb ik toch het marathonpunt bereikt. Het gaat steeds moeilijker, die verdomde enkel ook. De rondjes gaan in 20 en 21 minuten. Bij 18 ronden kom ik door in 5.53 u. Iemand van de organisatie zegt dat ze geen restmeters opmeten, maar dat je vóór de 6 uur aan de laatste ronde kunt beginnen, als je hem volledig aflegt. Ze maken dan een rekensommetje en weten wat je restmeters zijn. Ik ben wel zo fanatiek dat ik in normale omstandigheden de ronde was ingegaan, nu prevaleert het verstand, dat zegt dat ik mogelijk toch al te ver doorgelopen ben. Het kilometeraantal is 57,89. Gezien de omstandigheden ben ik redelijk tevreden.

Ik heb heel snel Regina en Theo gevonden en uiteraard mijn waardering uitgesproken voor hun durf en moed. ‘Je kaart heeft ons houvast gegeven, we moesten en zouden boven de 130 uitkomen’, zegt Regina serieus of ironisch, daar ben ik nog niet achter. Theo is tot 131,85 gekomen, Regina 135,07. Een grote beker voor de best geklasseerde vrouw, is een fantastische compensatie voor het schitterende lijden onderweg. Het is peanuts-lijden, ronduit gezellig voor iedere deelnemer. Een mens kan meer dan hij denkt. Wie weet!!! Als je de 2 marathons niet meetelt die ik vroeger ooit gelopen heb, is dit mijn 50e. In 2000 begonnen, wel wat laat. De 100 wil ik halen, niet in leeftijd, dat zou een kwelling zijn voor anderen, maar als aantal. Voor de 100 club doe ik mijn best. Wat die leeftijd betreft, daar dacht ik aan, toen we op de terugweg een bord tegenkwamen met de tekst: ‘Hoe hoger de snelheid, hoe lager het I Q’. Met veel fantasie kun je dit op veel onderwerpen van toepassing laten zijn, maar niet op hardlopers. Ultralopers hebben allen een bovengemiddeld I Q. Ze zijn niet snel tevreden met zichzelf. Merkwaardig? De gekwelde loper kan tegen een stootje, dat is vandaag bewezen.



Vincent Schoenmakers
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Dat was mijn antwoord op de vraag van mijn vrouw Marijke of ik tevreden was met mijn gelopen afstand in de Zes uur van Welden. En de omstandigheden waren niet echt gunstig. Dinsdag kreeg ik laag in mijn rug last van spit. Zitten was een ramp, rechtop staan kon ik niet, liggen ging redelijk als het tenminste niet te lang was. In beweging blijven was het devies, maar dan toch slechts langzaam lopend, want hardlopen was niet mogelijk. Na een bezoek aan de fysio en veel oefeningen ging het steeds beter. Maar op vrijdagavond mailde ik Vincent Schoenmakers nog dat ik niet naar Welden zou gaan. Zaterdag ging het zo goed dat ik de hele dag bij mijn dochter heb staan klussen, schilderen, wastafels omhangen, verf krabben e.d. En zaterdagmiddag besloot ik toch naar Welden te gaan, maar al met al was het geen echt optimale voorbereiding.
Zondagmorgen vroeg op en om 7.15 vertrokken naar Welden. Over de snelweg en grote provinciale weg naar Oudenaarde (B) ging prima. Maar om vandaar naar Welden te geraken is een crime. Het is minder dan 10 km, maar ik heb drie personen moeten vragen waar Welden lag. Om 10.15 was ik dan eindelijk in Welden. Een vriendelijke Belg vertelde me dat iets verderop parkeerplaatsen waren en jawel, ik kon mijn auto recht tegenover de inschrijving parkeren. Wat een weelde. Toen ik uitstapte zag ik Theo Cloosterman en Regina Geene aankomen. Beiden deden mee aan de 24 uur. Het was op het parcours zwaar vertelden ze. Het 100 km punt waren ze allang gepasseerd, maar ze hadden het moeilijk. Voorlopig gingen ze vooral wandelen. Uiteindelijk zou Regina als eerste vrouw eindigen met ruim 135 km.
Bij de inschrijving kregen we een handgeschreven starnummer en een chip die dmv een klittenbandje om de enkel werd bevestigd. Het handgeschreven startbewijs is kostenbesparend en het enkelbandje tijdbesparend, zeker als je als 24 uur loper schoenen wilt verwisselen. Prima geregeld.
De start was om 11 uur precies. Twee deelnemers mochten de eerste ronde niet over de chipmat omdat ze die al voor de wedstrijd een keer gepasseerd waren, waarop Gijs Honing opmerkte: ”nou, dan blijf je toch lekker een rondje zitten, je bent toch al geregistreerd”.
De rondjes waren ruim 3,2 km lang. Het stuk door Welden, circa 800 m, was leuk en afwisselend met ook nog wat publiek, maar de rest van de ronde was stil en op den duur saai, ook omdat er totaal geen publiek was. Zelfs fietsers hadden geen opbeurende opmerkingen. Eén mountainbiker mopperde zelf op ons! Steeds in Welden moesten we even van het asfalt af, door de tent met de verzorging en over de mat. Omdat de verzorging slechts bestond uit water en sportdrank had ik mijn eigen cola en eierkoeken meegebracht.
Ik had bedacht dat als ik circa 5:30/km zou lopen ik tegen de 65, 66 km zou afleggen. En het ging voorspoedig. Wel weer wat last van mijn maag door opspelend maagzuur, maar een rennie deed wonderen. De een na de andere ronde ging voorbij. En gemiddeld deed ik daar 17:30 18:00 over, met andere woorden mijn tempo was goed. Hoewel heel Europa gebukt gaat onder langdurige hitte en droogte, liepen we hier in Welden de eerste twee uur in de regen. En met een graad of 18 was het ook niet echt warm. Vincent mopperde een beetje dat het hem al bijna weer te koud was. Maar het was wel een gekke gewaarwording na maanden van droogte weer in de regen te lopen. Na drie uur lopen had ik ruim 10 rondjes afgelegd. Dat ging dus lekker. Ook de volgende vier gingen nog in een lekker vlot tempo. Bij doorkomst 12 een eierkoek gegeten, weggespoeld met cola en maar weer verder. Patrick Kloek zei dat het niet zo goed ging maar doordat ik m’n mond vol had kon ik alleen maar wenken, zo van” kom op man, zet door”. Eerder had hij al verteld dat hij de vorige dag de 24 uurs race na 3 uren voor gezien hield. Her ging totaal niet. En nu een 12 uur later wilde hij in de 6 uur proberen er toch nog wat van te maken. Maar als het niet gaat, gaat het niet. Kletsen kon hij gelukkig nog als de beste.
Na ronde 14 werd het moeilijker, ik voelde de krachten uit mijn benen vloeien. Nog maar een eierkoek gegeten. Maar het ging steeds moeilijker. Ook begon mijn rug steeds meer pijn te doen. Dan maar een tandje lager en voorthobbelen. In de laatste twee rondes heb ik zo af en toe gelopen om mijn rug te ontzien.
Drie minuten voor het einde van de zes uur kwam ik voor de 19de keer door. Om de zes uur vol te maken zou ik nog een ronde moeten hebben gelopen. Dan zou daar het gemiddelde per km van worden berekend, waarna dan die afstand keer drie bij mijn afstand zou worden opgeteld.
Opvallend vond ik het gebrek aan enthousiasme bij de het publiek. De binnenkomende atleten werden niet op applaus onthaald. Slechts twee keer werd er hard geapplaudisseerd, beide keren bij binnenkomst van een plaatselijke estafette loper. Ik liep een meter of 15 achter een van die lopers, maar op het moment dat ik voorbij kwam klonk er geen enkel klapje meer. Ze keken me apathisch aan. Hoe anders was dat in Dieverbrug twee weken geleden!
Maar goed, ik had mijn tweede zes uur erop zitten en gezien de omstandigheden was ik tevreden met mijn afstand van ruim 61 km.


THEO DE JONG
(viridis@planet.nl)
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Bij deze temperaturen vragen vele lopers zich af wat wel en niet kan. Ik deed een week geleden mee aan de marathon-3-daagse en ondervond de hinder van de hitte, ondanks dat dit niet de rede was waarom ik de derde dag uitstapte. Afgelopen weekend liep ik de marathon van Monschau met een heerlijke vroege, koele start en een zeer warme finish. Wat kan en wat kan niet. Onderstaand artikel vond ik op een Duitse site en heb geprobeerd dit te vertalen om een ieder hier over te informeren. Soms denken we dat we de hele wereld aankunnen met alle gevaren van dien.

Groetjes Henk Sipers http://members.home.nl/ultrasport/index.htm


De poriën van de huid proberen door verdamping van zweet de lichaamstemperatuur te doen dalen. Het waterverlies moet door veelvuldig drinken gecompenseerd worden. Door het zweten verlies je ook mineralen zoals magnesium, maar ook ijzer en andere sporenelementen. Bij droge warmte merkt men minder van het zweten dan in een vochtige omgeving. Bij de hoge temperaturen kan ook meespelen de zon en de stresscombinatie jetlag, voedselverandering, hoogte en zwoel weer.

Trainen:
Drink voor het lopen veel sappen met magnesium, natriumrijk mineraalwater, groentesap en vruchtenthee. Begin de training goed gehydreert. Bij loopbelastingen van langer dan een uur moet je onderweg drinken. Vermijdt koffie en alcohol. Eet mineraalrijk.Draag lichtkleurige kleding, zoals luchtige shirts, korte broek en eventueel een cap met nekbescherming. Wrijf potentiële schuurplekken, zoals onder je armen en tussen je benen, in met vaseline. Bescherm je tepels. Vermijdt directe zonnestraling en ozon, loop s ‘morgens en s’ avonds en vooral op schaduwrijke plekken.

Bij wedstrijden:
Loop maar kort in, en neem drinken mee naar de start. Maak je hoofd en shirt nat met water. Drink van af het begin van de wedstrijd en schudt water over je hoofd. Draag dunne synthetische sokken die niet dubbel gaan zitten. Zoek tijdens de wedstrijd de schaduw op en loop op plekken waar de wind waait. Bij vroege start (koel) kan de eerste helft bewust iets sneller gelopen worden.

Na de wedstrijd:
Vul onmiddellijk na de wedstrijd het vocht te kort aan, vermijdt alcohol, die verzwakt het immuunsysteem en verlangzaamt het regeneratievermogen.

Sinds weken vragen vele lopers zich af of ze wel moeten lopen met dit hete weer. Ook vanwege het feit dat velen zich voorbereiden op een herfstmarathon. Het trekt de meeste naar het zwembad en een alternatieve training wordt gestart. Dat is allemaal prima maar niet iedereen is zo verstandig. Zo worden de omstandigheden snel vergeten en wordt de gezondheid op het spel gezet. Zo kan de training snel met een Kreislaufkollaps (flauw vallen) eindigen.

Genoeg drinken:
Wie beweegt, begint te zweten. De functie van het zweten is het lichaam te beschermen tegen oververhitting. Als het zweten stopt op gronde van vochtverlies, dan ben je er zeer slecht aan toe. Dit moet je vooral voorkomen. Om het lichaam continu door te laten zweten moet je een liter water per uur drinken tijdens de training.

Mineralenverlies:
Zweten heeft ook een klein nadeel, je verliest waardevolle mineralen. Daarom is het verstandig mineraalwater (met natrium) vruchtensap of isotonische drank tot je te nemen.

Opgepast OZONALARM
Bij hoge temperaturen vormt zich door de UV-straling van de zon ozongas. Dit gas irriteert de luchtwegen en kan in de longen ontstekingen van de longblaasjes veroorzaken en zo de ademhaling beïnvloeden. Ongeveer 10-20 % van de bevolking zijn daar gevoelig voor e hebben hevige reacties hierop. Op enkele plaatsen is s ‘middags de kritische waarde van 180 microgram Ozon per kubieke meter overschreden. Waardes onder de 120 microgram kunnen bij deze mensen al een reactie veroorzaken zoals een zware astma-aanval.

Bij welke temperaturen kan men trainen?
Experts raden aan alleen bij temperaturen onder 25 graden Celsius te trainen.

Warmte heeft een negatieve invloed op je prestaties. Wie wel eens heeft deelgenomen aan een wedstrijd tijdens grote hitte, die weet dat hij enkele dingen kan vergeten tijdens deze wedstrijd zoals b.v. een goede tijd. Dit komt vanwege het feit dat het meeste bloed circuleert in de oppervlakkige circulatie en daardoor het spierweefsel niet meer voldoende voorziet met zuurstof en voedingstoffen. De spieren werken dan als bij een sprinter, in het anaërobe bereik. Het gevolg: Het lichaam kan niet de normale prestatie neerzetten.

vertaald van de site http://www.laufen-in-koeln.de

 

 
[ top pagina ]