Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
21 mrt 2017
50 km Salland Trail versus 50 km van Krimpen
3 mrt 2017
Tel Aviv is als Omsk: een mooie stad, maar net iets te ver weg
27 feb 2017
Van het Hoornsemeer tot Landgoed Vosbergen
13 feb 2017
Brocken Challenge 2017
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* 31 mrt 2004: De 6u van DTS en de lange vingers van de Binnenmaas
* 29 mrt 2004: 50 keer de kuitenbijter van Wijdewormer beklimmen
* 25 mrt 2004: Le Trail du Pays Dogon, een onvergetelijke ervaring
* 22 mrt 2004: Storm in de polder
* 21 mrt 2004: Binnenmaas non-stop storm in de polders
* 14 mrt 2004: Diever marathon door gebied vol natuurlijke verrassingen
* 12 mrt 2004: Lopen in Stein
* 8 mrt 2004: Ondanks opspelende maag toch een nieuw PR in Stein
* 8 mrt 2004: Alles wat een ultraloper zich wensen kan
* 8 mrt 2004: Wereldrecords en uitstekende Nederlandse prestaties in Stein
* 7 mrt 2004: Te veel is te veel
* 6 mrt 2004: Husum-Lopend door de Friese geschiedenis
* 1 mrt 2004: Ook Patrick Kloek loopt van Brussel naar Genk
* 1 mrt 2004: Van Brussel naar Genk om naar Mali te gaan.
* Februari
* Januari
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Maart 2004
 
Dat de Binnenmaas 2004 zwaar was is genoegzaam gememoreerd. Het herstel van lijf en leden leek goed te verlopen. Om dat te bevorderen had ik daarvoor dinsdag afgezien van de trainingsavond van mijn club Statina en in plaats daarvan slecht een ‘rondje boer’ gedaan. Een ‘rondje boer’ is bij ons de deur uit, dan over de vier km over lekdijk, dan de lekdijk af, langs de kaasboer, de lekdijk weer op en naar huis, al met al 10 km. Het werd dus 10 km rustig lopen en genieten van de lekuiterwaarden. En de rest van week? Rust, rust, rust.

Dus, zo dacht ik, ik kan er wel weer tegenaan in Wijdewormer. Zes uur rondjes lopen op een parcours van 1234 meter. In Stein liep ik 64,542 km en hier in Wijde Wormer moest dat toch wel 65 km kunnen worden, dacht ik. Hoe anders ging het.

Een prachtige dag, half bewolkt, weinig wind en een heerlijk looptemperatuurtje. Samen met Jos, Vincent en Regina was ik al ruim op tijd in de gezellige kantine van DTS. De verzorging was er perfect. Al snel liep de kantine vol met veel bekende gezichten. Zelfs Lex de Boer was er, helaas nog niet om te lopen.

Bij de start krijgen we een korte uitleg van Rob Steijger, die organiseert en niet daarom niet meeloopt. Dan de start en we zijn op weg, samen met de marathonlopers. Het eerste rondje vond ik het nog wat frisjes, maar alras ging mijn jack uit want de zon liet zich goed voelen. Dat kon je ook zien aan het speenkruid waarvan op tal van plaatsen langs het parcours de gele bloemetjes wijd open stonden en de lente aankondigden.

Intussen lopen Peter Zuidema en ik al ruim twee uur en het gaat perfect. Ik klok elk derde rondje en steeds gaan die rondjes in 20:15 tot 20:30. Zeer vlak en heel gemakkelijk. Ook het derde uur gaat goed. Het vierde uur wordt iets moeilijker, maar het gaat nog steeds goed. Maar dan, na 4 uur 10, minuten eigenlijk binnen een rondje, is het plotseling gedaan. Alsof de kracht zo uit mijn benen vloeide, alsof er in plaats van spieren pap, zure pap in zit. Het lopen is opeens niet leuk meer. En het gekke is dat ik het niet voelde aankomen. Het gebeurde opeens, pats boem, weg met de lol, pijn in mijn bovenbenen, alsof ik spierpijn heb. Het tempo gaat drastisch omlaag; de 20 minuten worden 22 minuten.

Voor mij zie ik opeens Henry Okkersen wandelen. Een half uur eerder is hij me nog voor de tweede keer voorbij gegaan. Ik besluit even met hem te kletsen. En wat blijkt, ook bij hem was het opeens over, weg tempo, weg plezier. De Binnenmaas, schoot het me door het hoofd, heeft kennelijk toch heel wat meer kracht gekost dan we hadden gedacht. Vincent kwam langzaam voorbij lopen. Bij hem hetzelfde, opeens was het over. Ook bij hem de lange vingers van de Binnenmaas.

Dan maar langzaam verder, wandelen dan weer rennen. Soms gaat het weer wat beter, dan is het weer niets. Ik word er beroerd van. Ook een beetje letterlijk, misschien teveel gedronken voor zo weinig inspanning. Ik zet maar weer aan, maar stop al heel snel en gooi het teveel aan water en thee eruit. Dat lijkt een goed besluit te zijn. Het lopen gaat daarna weer goed, ik heb er weer plezier in en ga zelfs weer lopers inhalen. Maar het is te laat voor een mooie afstand, we hebben nog maar 10 minuten te gaan. Nog tien minuten en dan stoppen. Kan ik de 60 nog halen of niet. Nee dus, het worden niet meer dan 59652 meters. Veruit mijn slechtste zes uur. Maar ja, zo gaat dat. Soms denk je wel eens dat je de hele wereld aan kan, dat je lichaam alles kan. Week na week elk weekend een marathon, een 50 km of een zes uur. En dan, na wat extra inspanning blijkt mijn lichaam toch heel gewoon, heel menselijk te zijn. Het was gewoon nog niet hersteld van de Binnenmaas, het had nog wat tijd nodig om de reserves weer aan te vullen. En als je daar als eigenaar van zo’n prachtige loopmachine geen rekening mee houdt, gaat het fout. Zoals nu in Wijde Wormer. Het is een goede leer: op tijd rusten en herstellen is belangrijk, heel belangrijk. Het positieve is dat ik, na een uurtje of zo rustig lopen, weer vooruit kon, weer wat meer tempo kon maken en er weer plezier in had.

Bovendien hoorde ik daar in Wijde Wormer voor de eerste keer van het jaar de fitis. De fitis, een klein zangvogeltje dat ten zuiden van de Sahara overwintert om in het voorjaar weer naar ons kikkerlandje terug te keren om een nestje te bouwen en te broeden. Een reis van tussen de ruim 8000 kilometer en non-stop de Sahara over en dat voor een vogeltje van nog geen 10 gram! En wij, wij noemen ons ultralopers als we 60, 70 of 100 kilometer lopen?

THEO DE JONG
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
‘Ge bent ondertussen een halve Hollander, waar zien we je de volgende keer?’ zeg ik tegen winnaar Emiel Dierckx, die om 6 uur met een grote beker en een bos bloemen op het punt staat naar België af te reizen. ‘Ik kom hier graag, het zijn mooie en gezellige wedstrijden bij jullie en goed georganiseerd’, antwoordt hij. Dit geeft meteen de sfeer weer van een dagje Wijdewormer.

Rob, de organisator, is een fervente loper. Zeker enkele keren in de maand zien we hem actief in wedstrijden. Dus weet hij als geen ander wat een goede wedstrijd organiseren inhoudt. Op een parcours van 1234 meter, waar behalve een 6 uur ook nog eens op dezelfde tijd een marathon gehouden wordt, vergt zonder Champion Chips nogal wat tel- en rekenwerk. Zo’n evenement zonder calamiteiten laten verlopen is al een prestatie op zich.

De gezellige drukte in de kantine wijst erop dat iedereen weer barstensvol energie zit en blij is, die hier op sportieve wijze kwijt te kunnen. Jack Hendrickx, pas terug uit Zuid-Afrika, waar hij in Oudshoorn een marathon gelopen heeft, vertelt dat het daar zelfs koud was. Ook hier is het vandaag nog geen korte broekenweer. Een hardloper is gauw tevreden, hij moet het vandaag doen met een flauw lentezonnetje. Rob van den Hoek maakt voor de start nog enkele foto’s van het clubje van vijf (Han, Tom, Henry, Jos, Vincent), dat zich inzet voor de 100mcnl club. Binnenkort zul je er meer over horen. Er zijn wat aanvullingen betreffende het reglement en er wordt serieus werk gemaakt van officiële kleding met logo op singlet en broekje, die aangeschaft kunnen worden door diegenen die 100 (ultra)marathons gelopen hebben.

De eigen verzorgingsposten nemen hun plaatsen weer in langs het parcours. Er worden stoelen en tafels met daarop de nodige spullen geplaatst. Opvallend is dat men exact dezelfde plaats kiest als vorig jaar, waarschijnlijk strategisch opgesteld om zo weinig mogelijk tijd te verliezen. Voor mij is dit niet nodig. ’s Morgens eet ik veel en tijdens de wedstrijd maak ik er een gewoonte van, na elke 2 ronden een half bekertje cola met een half bekertje water aan te lengen. Elke 4de ronde neem ik er wat banaan of peperkoek bij.

Als je gestart bent doemt er al meteen bruggetje voor je op. De eerste keer lijkt het vals plat, maar als de uren vorderen, wordt het een echte kuitenbijter. Met nog een klinkerweg erbij van zeker 500 meter, kun je het totale parcours redelijk gevarieerd noemen. Het eerste uur heb ik altijd opstartproblemen. Je voelt overal wat pijntjes, het lichaam moet nog wennen aan de 6 uur belasting, alsof het nu al weet wat het allemaal in die laatste uren te wachten staat. Daarom begin ik rustig te lopen in ronden tijden van 7 minuten. Gijs loopt bij me in de buurt. Bij de verzorging drinkt hij al lopend. Ik heb al dikwijls bewonderend gekeken naar mensen die dit kunnen. Ik heb het ook wel eens geprobeerd, maar dan verlies ik de helft van het vocht. Ik blijf het proberen, je bent immers nooit te oud om te leren. In het tweede uur voel ik dat het beter gaat, ik ga passeren. Rob van den Hoek en Jack komen bij me lopen, ze doen de marathon. We vinden het opvallend dat er hier zoveel Brabanders meelopen. Jack heeft er wel een verklaring voor: ‘wij Brabanders zijn nou eenmaal sportiever dan de rest van Nederland’. Gelukkig lopen er geen andere provincies in ons gezelschap, dus krijgt hij gelijk. Ik voel dat ik flink aan het versnellen ben, rondjes laag in de 6 min. Tegelijkertijd realiseer ik me dat dit niet ongestraft kan blijven. En jawel hoor, tegen de 3 uur beginnen mijn enkel en kuiten op te spelen. Daarbij overvalt me nog niet eerder herkenbare vermoeidheid. Ik druk mijn tempo, maar dat veraangenaamt het lopen niet. Henry komt voorbij: ‘ik zit erdoor’, zegt hij. Even later zie ik hem wandelen samen met Theo de Jong. ‘Kom lekker bij ons lopen’, zegt Theo. ‘Ik zit er ook door, maar probeer aan de gang te blijven’, antwoord ik. Kun je van toevalligheid spreken als wij drieën, die vorige week in storm en regen de 66 km van Binnenmaas gelopen hebben, het nu even laten afweten? Het heeft ongetwijfeld te veel kracht gekost. Van mezelf weet ik dat als er zich een dip voordoet er ook weer het moment komt dat het lekker gaat. Ik moet er deze keer lang op wachten. Jannet Lange, die het parcoursrecord zal verbeteren, haalt me in: ‘Het is niet dikwijls voorgekomen dat ik jou voorbijloop’, zegt ze. Bij de verzorging drink en eet ik wat meer.

Emiel ligt in het begin een flink stuk voor. Toch komt het groepje Tom en Wim Epskamp dichterbij. Tom springt weg. Dubbelen ze me de eerste 3 uur elk half uur, na 3 uur zelfs om de 25 / 20 minuten. Het lijkt alsof Tom vleugeltjes krijgt. We moedigen hem aan. Het verschil met Emiel bedraagt slechts 200 meter. ‘Alé Tom, op naar de Belg, ge kunt hem verslaan’, roep ik. De volgende ronde wordt het gat niet kleiner, het loopt op tot 500 meter. Tom krijgt het moeilijk. Emiel passeert me: ‘als enige Belg heb je nu de Hollanders te pakken’, lach ik (als medewerker van de Cup moet ik natuurlijk neutraal blijven). Ik voel mijn krachten terugkeren, eigenlijk gek dat het altijd zo werkt. Met nog 37 minuten te gaan hoor ik dat ik 45 ronden heb afgelegd. Dan kunnen er nog wel 5 bij, denk ik, met 50 zit ik over de 60 km grens. En ja hoor, met een tandje hoger passeer ik nog 5 keer vóór de 6 uur de finishlijn. Dan nog voor de laatste keer de kuitenbijter op, wat me 371 restmeters oplevert. Met een resultaat van 62,071 km is dit toch weer een mooie overwinning op mezelf.

Rob, het dagje Wijdewormer zit er weer op. Niet alleen de 2 parcoursrecords houders hebben er een mooie sportieve dag opzitten, we hebben er allemaal van genoten, het liep op rolletjes. De 3e editie zit erop. Mede door de inspanningen van je grote vrijwilligersschaar, til je deze 6 uur ieder jaar weer naar een hoger niveau.

Vincent Schoenmakers
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
“Waarom u gaan afpeigeren bij 40° C in een land waar niets is?” Die vraag is me vele malen gesteld. De uitdaging was ook voor mij niet voor de hand liggend. Alhoewel ik er geen schrik van had, was er toch de bezorgdheid over het behouden van een goede gezondheid. De hitte, met mogelijke uitdrogingsverschijnselen en de onhygiënische omstandigheden waarin ginds geleefd wordt, konden het plezier vlug vergallen. Bovendien werd ik 8 dagen voor de afreis geconfronteerd met een gescheurde enkelband waardoor 160 km lopen in deze toestand onverantwoord en wellicht ook onmogelijk zou worden. Toch wou ik zien hoe ver ik kon gaan in deze nieuwe zoektocht naar extreme grenzen, naar geluk en naar competitie. Bovendien intrigeerde me de ontdekking van een andere manier van leven en overleven, samen met de mystiek die er rond hangt.
Het engagement, dat ik aanging om geld te zoeken om een volk te steunen dat het zeer moeilijk heeft ondanks hard werken, versterkte het gevoel dat ik dit zeker moest doen. De zoektocht naar sponsors en de sponsorloop die ik organiseerde, leverde € 2.515,- en veel steunende reacties op. Hieronder het relaas van de 7 dagen die ik er beleefde…

Zondag 14 maart 2004

Als de bagage gepakt is, wip ik in de voormiddag nog bij de kinesist binnen om een stevige tape rond mijn geteisterde enkel te leggen. Daarna de laatste uitgebreide middag voor de komende 8 dagen en om 13.51 u. zit ik op de trein richting Brussel, waar ik een kleine 2 uur later de Thalys naar Parijs neem. Om 20.00 u. is er afspraak in de luchthaven Charles de Gaulle. Iedereen probeert de voorraadtank maximaal te vullen met sandwich, boterham of koekjes want de volgende dagen gaat het heel wat minder zijn.

Maandag 15 maart 2004

Na een vermoeiende nachtvlucht landen we om 07.40 u. plaatselijke tijd op de kleine luchthaven van Mopti. Niet alleen de temperatuur is hier anders; in de ochtend is het zo’n 25° C, ook het dorre rood-bruine landschap en de ‘vreemd’ geklede mensen bevestigen dat het hier een andere wereld is.
Onze bagage gaat op 2 jeeps waarmee we zo’n 70 km verder naar onze startplaats vervoerd worden.
In “Hotel Togona” worden we met luide geweerschoten en een wild dansende menigte ontvangen. Na de middag worden we verrast op een smakelijk middagmaal. De worm, die de geoliede salade probeerde te ontglippen, namen we er maar met de glimlach bij.
Bij onze verkenning van Bandiagara, onze startplaats waar zo’n 11.000 zielen wonen, stoot ik op een ‘medicijnman’ die mijn voet wilde genezen met kruiden en plaatselijke rituelen. Hij had slechts 3 dagen nodig. Als ik zijn kaartje meekrijg, blijkt dat de goede man ook nog toeristengids en antiquair is. Toch probeer ik het in ieder geval op mijn manier. Ik hou het maar bij de goede zorgen van voor mijn vertrek van dr. Paul Houben en kinesist Johan Vranken.
Terug in ‘ons kamp’ is er de verplichte medische en technische controle. De medische controle passeer ik “onder voorbehoud” en de technische controle is ok. Mes, kompas, spiegel, overlevingsdeken, fluitje, zonnepet, zaklamp met reservebatterijen, slaapzak en de minimaal 7.500 kcal waren thuis zorgvuldig bij elkaar gezocht. Honger wilde ik vooralsnog niet te veel lijden; dus nam ik zo’n 13.000 kcal (+/- 4 kg) aan eten mee voor de 5-daagse looptocht. Mijn totaal rugzakgewicht bedraagt zo’n 10 kg inclusief 1,5 l water voorraad.
De organisatie bezorgde ons bovendien iedere dag 6 liter water tijdens en na de wedstrijd en een gezamenlijk avondmaal in de dorpjes waar we telkens overnachtten.

Dinsdag 16 maart 2004

De eigenlijke wedstrijd is gisteren gestart na de technische controle. We, er zijn uiteindelijk 17 lopers waaronder 2 Malinezen, hebben 3 l water gekregen om de avond mee rond te komen en om ons ontbijt te voltooien. Wie niet te gulzig is geweest, zou nog zo’n 1,5 l moeten overhouden voor de eerste 10 km van de echte wedstrijd.
De nacht op de grond in een tent is hard en kort. De temperatuur zakt tot zo’n 20° C en vanaf 4 u. ’s morgens lossen ezels en hanen elkaar af om maar iedereen op tijd aan de start te krijgen. Als de ochtend gloort, rond 6 u., begint men her en der een vuurtje te stoken om de noodzakelijke koffie of soep te kunnen nuttigen. Ik hou het bij wat droge ontbijtgranen (300 kcal) en wat amandelnoten met rozijnen. Mijn drinkbussen vul ik met 3-action sportdrank en rehydratatiezout.
Om 08.15 u. worden we op weg geschoten met een kalasjnikov-geweer, type ’14-’18 inclusief 20 cm steekvlam. Ik vertrek van achteren, nog licht trekke-benend want de tape is nog geen ‘sneller’ werk gewoon. Snel is veel gezegd want de weg, richting een uitgedroogde rivierbedding die we moeten doorlopen, is zeer ongelijk en ik wil toch zover mogelijk geraken. Dus strompel ik achter de bende aan waarbij ik tijd maak voor af en toe een foto. Toch heb ik na zo’n 4 km, op het einde van de rivierbedding, 1 loper ingehaald. Ik voel me te goed om zo heel achteraan te lopen en mijn voet doet niet echt pijn. In Bandiagara lopen we over rood-bruine stoffige zand/kiezelwegen. Ik voel me beter en beter worden en na 10 km bij de eerste bevoorrading loop ik al in 4de positie. Het dorre landschap verandert even en we passeren enkele groen-blauwe ajuinvelden waar jongens en meisjes voortdurend emmers water dragen. Vanaf km 20 wordt het zwaarder. De temperatuur kent geen genade en kruipt richting 35° C in de schaduw. De droge oostenwind die we de eerste 3 dagen tegen hebben, maakt het niet aangenamer. Als bonus golft de weg voortdurend op en af. Ik haal Soury, de Malinees die veel te snel gestart is, in en we praten wat en blijven enkele kilometers in elkaars buurt. Soury loopt heel ongelijkmatig, dan 500 m aan 12 km/u, dan wandelt hij weer 500 m. Als hij me aanmaant door te lopen, krijg ik het gezelschap van een jongetje met een fiets die +/- 20 cm uit het spoor staat. Hij praat goed Frans en gidst me naar het aankomstdorp Dourou. Op 1 km van het spandoek komt een uitgelaten menigte van jongens en meisjes me tegemoet gestoven. Een van de jongens vraagt: “votre nom?” en 3 tellen later loopt de hele bende langs me op waarbij ze luidop mijn naam scanderen. Het contrast tussen de armoede in de dorpen en de vreugde die van de kinderen afstraalt, grijpt me enorm aan. Ik krijg tranen in mijn ogen en kippenvel. Ik finish als 3de in 3h21 voor de 29 km bij een temperatuur van 38° C in de schaduw. Het feit dat mijn voet ook nog zo goed is doet diepe opgekropte emoties van angst en onzekerheid loskomen. Dit moet één van de gelukkigste momenten uit mijn ‘loopcarrière’ zijn.
’s Avonds worden we verrast met een optreden met hevige maskerdansers waarbij o.a. ‘de jacht op het konijn’ en een aanmoedigingsdans werd uitgevoerd. De diepere bedoeling van die dansen was om contacten te leggen met de onzichtbaren om zo een betere toekomst af te smeken. Heel het volk was op post om het optreden bij te wonen en enkele ‘would-be’ politieagenten hanteerden de stok om te nieuwsgierige kinderen op afstand te houden. Als achteraf blijkt dat onze toebedeelde watervoorraad onvoldoende is, kunnen we niet anders dan enkele ¾-liters bier naar binnen gieten; kwestie van overleven. Dit ritueel zou trouwens de volgende dagen een gewoonte worden. Dat de temperatuur van het bier in de loop van de avond de hoogte in ging, namen we er maar bij.

Woensdag 17 maart 2004

De nacht in mijn lichtgewicht slaapzak van slechts 500 gr was weer veel te kort door luidruchtige kwasten die de voorkeur hebben in de ochtend en namiddag te slapen. We moesten echter om 6.00 u. eruit en al om 7.30 u. op pad.
Wij verlaten het dorpje via enkele kleine steegjes langs typische woninkjes en graanschuurtjes. Het pad loopt over schuin aflopende rotsen en ik zit weer achteraan in de groep. Op een lang smal zandpad vormen we een mooi lint want inhalen gaat hier niet. Zo bereiken we de rand van het plateau. We dalen via een gevaarlijke kloof met rotsblokken de falaise af. Ik daal af als een oud mannetje en word door verschillende lopers ingehaald. Geen erg want deze serieuze test van mijn enkel wordt met glans doorstaan. Beneden zwoegen we verder over een los zandpad tussen enkele tuintjes. Af en toe zakken we 10 cm diep weg en raken nog amper vooruit. Proberen te lopen is hier zinloos. We komen bij een waterput waar we ons kunnen afkoelen. De weg loopt verder tussen de falaise aan de linkerkant en grote zandduinen aan de rechterkant. Het is zoeken tussen magere koeien en geiten naar de meest beloopbare paadjes. Aanvankelijk zit ik op de hoofdweg met los zand. Ik wijk dan naar links uit en passeer een dorpje. De weg loopt wel wat om maar er kan tenminste gelopen worden. Twee kindjes in een vaalbruin broekje staren mij bewegingsloos aan. De kans is groot dat ze nog nooit een loper in tenue met rugzak gezien hebben. Regelmatig komen vrouwen met kruiken water op hun hoofd me tegemoet. Telkens weer een welgemeend “ça va?” en een vriendelijke glimlach. Plots sta ik voor een beekje dat deel uitmaakt van een irrigatiesysteem. De weg verder moet ik even zoeken maar na wat zigzag bewegingen vind ik een uitweg. Een klein jongetje dat vlot Frans spreekt, loopt probleemloos 3 km langs me op. Voor zijn aanmoedigingen en gezelschap geef ik hem een energiereep. Verder in Amani passeer ik een ‘heilig water’ met kaaimannen. Als ik mijn fototoestel neem, snelt de plaatselijke souvenirhandelaar me toe met de mededeling dat hiervoor betaald moet worden: 1.000,- Cfa (zo’n € 1,5,-). Het feit dat mijn geld ergens onderaan in mijn rugzak zit, doet me mijn fototoestel vlug wegsteken. Voorbij het dorp wijzen de pijltjes rechts aan. De plaatselijke fanclub schreeuwt me toe rechtdoor te lopen. De 2 koplopers, Bernard en Didier liepen hier voorbij voordat de bewegwijzering was aangebracht. Ik tracht voetstappen te vinden in het mulle zand als even later van rechtsaf een jeep aankomt. Het zijn Alain en Fernand, de mensen van de organisatie die me direct de goede weg wijzen. Ik heb pech want de weg die ik moet nemen is even ver als de weg rechtdoor maar praktisch onbeloopbaar door het vele zand. Constant wordt gezocht naar het beste spoor, dat er echter niet is. In Irelli kom ik aan na 3.07 h voor de 27 km; terug goed voor de 3de plaats.
De temperatuur in de schaduw is hier nu al 35° C. De laatste lopers doen er zo’n 5 uur over en zijn er niet al te best aan toe. Een fototoestel bovenhalen zou lijken op leedvermaak en dat doe ik dus niet. De combinatie hitte, vermoeidheid en een niet-optimale maag speelt sommigen duidelijk parten. Mijn enkeltape lijkt zijn beste tijd gehad te hebben. Ik verwijder hem en gun mijn lichtgezwollen voet wat rust. ’s Avonds zal de dokter een nieuwe tape aanbrengen. Ik voel me nog goed en speel zonder problemen 2 porties spaghetti ‘Carrefour’ binnen; goed voor zo’n 1.000 kcal. Die worden dan weer doorgespoeld met de nodige hoeveelheid gerstenat. Om aan dat bier te geraken, moet er telkens een halsbrekende steile beklimming gedaan worden via rotsen en een gevaarlijke trap.
Na het traditioneel gezamenlijk avondmaal, spaghetti met kip, zoeken we ons tentje weer op. De plaatselijke tam-tam-band kan het echter niet laten gedurende enkele uren het beste van zichzelf te geven om hun blijdschap te uiten voor ons bezoek. Toch slagen ze er niet in om mij lang uit mijn slaap te houden.

Donderdag 18 maart 2004

Het ontwaken gebeurt weer met hanengekraai en ezelgebalk. Dit zou de zwaarste dag worden, namelijk de dag van de marathon. In overleg met de gids wordt de etappe echter ingekort tot 24 km. Er worden temperaturen van boven de 40° C voorspeld en de extra verplaatsing met de 4x4 die we zouden moeten maken om exact 42 km te lopen, verhinderen het vroege starten. De ‘tragere’ lopers zouden, aangezien het parcours vandaag redelijk zwaar zou zijn, 8 uur of langer bezig zijn en dat in de heetste periode van de dag. De meesten juichen de parcourswijziging toe. 24 of 42 km, ik had ze met evenveel plezier gelopen. Het is steeds in het laatste stuk van de etappes dat ik beter presteer omdat mijn tempo redelijk constant blijft, daar waar anderen na een paar uur vermoeid beginnen te geraken.
Om iets voor 8 zijn we weg. De top 2 is al vlug uit zicht. Na een 5-tal km de enige serieuze hindernis van de dag; een 100 m hoge rode zandduin die we moeten zien te bedwingen. Dit gebeurt afwisselend lopend en wandelend. Even na de top is de bevoorrading. Hierna kunnen we ons laten uitbollen richting de falaise waar we heel dicht langs lopen. Een steil oplopende flank bezaaid met talrijke rotsblokken en typische boabab-bomen doen ons even op een andere planeet wanen. Terug in de bewoonde wereld stort er weer een bende schoolkinderen op me af. “Troisième”, troisième, … en als er ééntje even later mijn naam vraagt: “Eddy”, “Eddy”, “Eddy”. Zouden ze die echte kampioen Eddy hier ook kennen? Enkele kilometers verder een jongetje dat minder geluk heeft. Hij gaat niet naar school en heeft ook geen tijd om te supporteren. In een grote ronde kom stampt hij zonder verpozen gierst klein met een grote stamper. Yendouma, waar de aankomst vandaag is, zie ik in de verte liggen. Ik moet echter eerst nog enkele kronkels maken vooraleer ik er arriveer. De ontvangst is weeral grandioos. Twee rijen kinderen, over enkele 100 meters, vormen een ritmisch applaudisserende haag waartussen ik, weeral als 3de, naar het spandoek mag lopen. De gevoelens die losgemaakt worden door zoveel contrasten zijn met geen pen te beschrijven. Onmiddellijk word ik door de dorpschef geknuffeld waarbij hij ons duidelijk maakt dat hij zeer blij en vereerd is met ons bezoek.
Als we ’s avonds willen gaan slapen, krijgen we ook hier weer een gratis optreden aangeboden.

Vrijdag 19 maart 2004

Er zou vroeg gestart worden vandaag want er staan 36 km op het programma. Stipt om 5 u. wordt iedereen aangemaand zich uit zijn tent te hijsen. De dagelijkse “soin des pieds” wordt iedere dag wat langer. De dokter doet er bijna 1 uur over om alle voeten wat ‘in orde’ te hebben. De mijnen zijn nog in perfecte staat. Het enige wat ik doe is iedere dag een vers paar Thorlo-sokken aantrekken.
Het is tenslotte toch bijna 7 u. voordat we weg zijn. De weg is aanvankelijk zeer moeilijk vanwege het vele losse zand en het gevoel is vergelijkbaar met het beklimmen van een steile berg. Ik verbaas mij erover dat er verschillende lopers zo snel starten. Pas na enkele kilometers als de weg wat beter is, krijg ik terug contact met de middenmoot. De 2 koplopers zijn alweer vertrokken. Kilometer 10 bereik ik pas na 1.20 u. Hier lopen we door een dorpje en slaan dan rechtsaf waarna we de falaise via een rotspad, dat aanvankelijk lichtjes omhoog
loopt maar uiteindelijk sterk stijgt, terug beklimmen. Ik doe dit heel behoedzaam want de klim die in totaal 1.200 m lang is, bevat heel wat grote rotsblokken. Ik bewonder de vrouwen met een grote emmer water op hun hoofd, die ik hier tegenkom. Zij moeten deze gevaarlijke weg dagelijks maken om te overleven. In het dorpje boven is immers geen water beschikbaar. Boven hebben we een mooi zicht op de 200 m lager gelegen uitgestrekte vallei en op het dogondorp Banani, dat we daarnet doorkruisten. Vanaf Bongo, waar enkele grote gebedstafels staan om een goede toekomst af te smeken, moeten we nog 23 km over een stoffige rode zand/kiezelweg die de warmte lijkt aan te trekken. Op de rotsvlakten langs beide zijden van de weg verschijnt regelmatig een kolom gesluierde dogonvrouwen, die op hun hoofd vrachten naar huis sjouwen. Dan slingert de weg lichtgolvend door een wijds, doods landschap. Ik vergeet even het huidige en mijn gedachten dwalen af naar het thuisfront. Hoe zou het zijn met ‘de klein mannen’? Kunnen ze voor mij supporteren via het internet? Eigenlijk mis ik ze wel! Als ik km 35 voorbij ben, zie ik Alain, één van de organisatoren, zich wassen in een poel beneden langs de weg. Een plas verder een vrouw die hetzelfde doet. Als Alain mij ziet, spurt hij hals over kop naar me toe en koelt me af met zijn natte, frisse T-shirt. Het doet deugd! In de verte komt een stofwolk op me af waaruit een bende jongens en meisjes te voorschijn komt, die me de laatste hectometers over licht omhoog lopende platte rotsen naar de aankomst leidt. Ik bereik Lougouroucoumbo en er is weer een welgemeende ontvangst van de dorpschef en het schoolhoofd.
Het avondmaal eten we uit onze eigen gamellen en met ons eigen bestek, daar er hier niks aanwezig is. De taaie haan met spaghetti smaakt er niet minder om. We zoeken rond 21 u. voor de laatste keer ons matje op om weer eens een veel te korte nachtrust te hebben.

Zaterdag 20 maart 2004

’s Nachts weer redelijk wat wakker gelegen en gepiekerd over de laatste etappe. Wat zou ik doen? Zou ik proberen de 1ste te volgen of gewoon op gevoel lopen? Mijn fototoestel heeft definitief de geest gegeven; dus foto’s hoef/kan ik niet meer maken. Mijn enkel en de rest van mijn lichaam voelen goed aan en ik heb nog wat reserves daar ik de vorige 4 dagen niks geforceerd heb. Ik besluit zo lang mogelijk aan een stevig tempo te lopen, tenminste als het parcours geen grote risico’s vereist.
Het startsignaal voor de laatste 29 km en ik loop meteen op kop met Soury, de Malinees die de vorig dag opgaf maar zich nu weer goed voelt en zich nog een laatste keer wil meten. Soury haakt na een km of 2 af en iets verder sluit de top 2 bij me aan. In de afdalingen neem ik het commando en in de beklimming volg ik het opgelegde tempo. Bij de 1ste bevoorrading lopen we juist 12 km/u. Hier verlaten we de weg en lopen we eerst over een licht stijgend rotsplateau en later op een verlaten droge vlakte, waar we van teken tot teken lopen. Hier is geen pad af weg te bespeuren. Na km 15 in 1.15 u. belanden we op een vlakte die veel weg heeft van een groot petanqueveld. Nog verder verandert de omgeving in een soort maanlandschap met een licht blinkende oppervlakte, waarin sporadisch kleine kraters zijn met op de bodem nog wat water. Bernard, de leider, stelt voor om samen te blijven om zo een mooie aankomst te hebben met de top 3. Het klassement van de eerste 3 kan toch niet meer gewijzigd worden. Wij hebben er geen probleem mee. Bij km 20, die we bereiken in precies 1.40 u., zijn we net op tijd voor de bevoorrading. 12 km/u bij een temperatuur van meer dan 30° C met een rugzak van toch nog een kg of 7 à 8, dat had men nog niet gehad. Ik voel me echter goed en wil doorvlammen. Didier begint echter te zwalpen. Hij moet verschillende moeilijke kilometers verbijten waarin hij amper vooruit geraakt. De laatste kilometers komt hij er toch terug wat door. Van in de verte zien we het aankomstdoek hangen aan de ingang van een klein peulendorpje van amper een paar 100 zielen. Die zijn echter allen op de been om ons een onvergetelijk laatste rechte lijn te bezorgen waarin we hand in hand over de streep lopen en waarna we elkaar in de armen vallen van blijdschap en ontroering. Ik deel wat spullen uit, die ik nu niet meer nodig heb; de wedstrijd is immers ten einde!

Zondag 21 maart 2004

Op de prijsuitreiking ontvang ik een typische ‘tamboerijn’ en een houten beeld van een dogonvrouw.
Daarna is er de uitgebreide maaltijd en het feest duurt tot aan ons vertrek om 3 u. ’s morgens. Dit wordt in extremis met 2 uur vervroegd. Het afscheid tegen enen valt enorm zwaar. Door allerlei omstandigheden zal het nog 23 uur duren voordat ik thuis gelukkig maar moe aankom…

Dankwoord

Ik heb het ongelofelijke geluk gehad dat ik iets heel aangrijpends maar tegelijk iets heel moois heb mogen beleven. Beelden en gevoelens zullen voor eeuwig in mijn geheugen gegrift staan. Het schril contrast tussen immense, onmenselijke armoede en het kunnen uiten van zoveel vreugde en vriendelijkheid heeft me van binnen geraakt. Ik wil iedereen bedanken die hun steentje hebben bijgedragen. Carine voor de mentale en logistieke steun reeds vanaf de eerste voorbereidingen. Ward, Wietse, Lennert en Robbe voor de tijd die ze me gegeven hebben om alles georganiseerd en gerealiseerd te krijgen. Alle sponsors die ervoor gezorgd hebben dat ik met een mooi bedrag de mensen ginds heb kunnen gelukkig maken. Alle mensen die me gesteund hebben bij mijn sponsorloop, zowel organisatorisch, als sympathisanten, als deelnemers aan de wedstrijd en alle schenkers voor dit goed doel.
Tenslotte dokter Paul Houben en kinesist Johan Vranken die de laatste week alles uit de kast haalden om me enigszins wedstrijdklaar te krijgen.

Voor foto’s en meer informatie verwijs ik graag naar mijn website http://www.lopersgeluk.tk

Edwin Lenaerts
 

 
[ top pagina ]
 

 
 
 
Een select groepje had zich ingeschreven voor de 3e Binnenmaasloop in Maasdam. Het zou een aparte editie worden want de weersvooruitzichten zagen er op zijn zachtst gezegd niet gunstig uit om meer dan 60 kilometer door de vlakke, open polder te lopen. Vorig jaar had ik hier ook al deelgenomen maar waar er toen een lentezonnetje scheen en de wind niet al te hard waaide stond er voor dit jaar windkracht 8 met stevige buien op het menu.

Ik haal eerst met de auto Peter (Zuidema) op van station Barendrecht alvorens de Ford dealer van der Burgh weer op te zoeken die ook dit jaar zo vriendelijk is om zijn showroom voor de lopers en hun gevolg beschikbaar te stellen. Ik moet er eigenlijk nog niet aan denken om een stuk te gaan hollen als ik voor de wedstrijd een lekker bakkie koffie zit te drinken in de warme showroom en de bomen buiten vervaarlijk heen en weer zie zwiepen.
Vorige week liep ik voor mijn doen best een zware (want snelle) marathon en afgelopen week kon ik goed merken dat mijn lichaam daar nog van moest herstellen. Ik heb dus rustig aan gedaan met de trainingen en hoop dat ik vandaag ondanks het zware weer de 63,5 kilometer toch op een behoorlijke manier kan afwerken. Ik zie het toch vooral als training voor de 100 kilometer in mei.

Om kwart voor 10 worden we weggeschoten met vooraf de mededeling dat door de wind de verzorgingstafels worden weggeblazen dus dat we niet teveel van de verzorgingsposten onderweg moeten verwachten. Dat is ook wat denk ik, vorig jaar kreeg de organisatie veel kritiek van de lopers vanwege de slechte bevoorrading onderweg en nu dit weer. Achteraf blijkt het allemaal wel mee te vallen, er zijn toch 2 windvrije plekken gevonden en er was voldoende te drinken en te eten dus van mij geen klachten. Wat mij vorig jaar eigenlijk meer dwars zat was dat een aantal lopers na de eerste ronde niet door de finish doorkomst liepen, een extra lusje van misschien nog geen 500 meter, maar rechtdoor doordat de organisatie in het begin bij de juiste afslag geen verkeersregelaars had staan. Ook dit is gelukkig goed geregeld dit jaar en na afloop wordt ons ook nog verteld dat onlangs de afstand tot op de mm is opgemeten en 63,5 km bedraagt en niet 66 zoals ook nog weleens werd vermeld.

Allemaal verbeteringen ten opzichte van vorig jaar dus maar nu de loop zelf nog, want zoals eerder gezegd: het weer zat vandaag, de eerste dag van de lente nota bene niet echt mee.

Het kluitje lopers wordt al snel een lintje (het zijn er niet zoveel) en natuurlijk zijn Edwin van de Loop en Wim Epskamp al snel 2 stipjes aan de horizon en moeten wij, zwakkere broeders en zusters het onderling maar uitvechten wie de 3e plaats mag opeisen. Ik loop een tijdje in het gezelschap van Henk Sipers met zijn 2e ik (=rugzak) en wat later met Nico Swanink die altijd veel foto’s tijdens marathons maakt. Ik kende zijn naam wel van zijn website van de Kennemerrunners (http://www.kennemerrunners.nl/ ) en ik vind het leuk om daar nu ook een gezicht op te kunnen plakken. Na een kwartiertje begint het al te regenen en door de harde wind striemt het water zo hard dat het af en toe zeer doet. Fijn, zo’n stukje lopen door de polder! Na een kilometer of 6 laat ik ook Nico achter me en mag ik, naar later blijkt, de barre tocht alleen afmaken. Het lopen gaat heerlijk en ik heb geen last van pijntjes of naweeën van vorige week dus ik haspel mijn kilometertjes rusig maar vastberaden af. Na 1 ronde weet ik weer precies hoe de omgang in elkaar steekt: de lange rechte wegen door de polder en af en toe een huis wat je even uit de wind houdt maar verder geen enkele beschutting. Aan het einde van de 1e ronde haal ik nummer 3 in maar hij blijkt te stoppen en dus lig ik nu op de 3e plek, wat mij overigens niet zo veel boeit want om met Joop te spreken: Parijs is nog ver.

De 2e ronde blijkt achteraf de makkelijkste, het lijkt wel of de wind wat minder is en ik heb bijna geen last van regenbuien. Wel beginnen de estafetteteams me af en toe een beetje te irriteren. Eigenlijk zijn wij (sololopers) maar een “bijnummer” want deze loop is vooral bedoeld als training voor estafetteteams die later dit jaar de ROPA run gaan doen, de estafetteloop van Rotterdam naar Parijs (dit jaar trouwens de start in Parijs dus de PARO run) om geld in te zamelen voor het Daniel den Hoed ziekenhuis. De busjes rijden soms rakelings langs me heen en ik moet eerlijk bekennen dat het een beetje steekt om steeds weer ingehaald te worden door lopers die soms wel door 3 fietsers uit de wind worden gehouden en na hooguit 2 km weer in een warme auto stappen. Maar goed, ik moet natuurlijk niet zeuren, ik wil dit zelf.
Na 2 rondes heb ik 3:30 op de klokken staan, niet eens zo slecht eigenlijk. Ik vraag aan de man in de jurywagen of hij mijn voorgangers nog heeft gezien maar die liepen als een trein volgens hem. Ik verklap hem dat er op ultragebied in Nederland dan ook weinig snellere lopers dan deze twee zijn.

Nog maar een rondje dan. Deze begint gelijk al met een plensbui van jewelste. Ook heb ik het idee dat de wind weer sterker wordt, ik pas mijn tempo een beetje aan. Het belangrijkste vandaag is heel blijven en ik zie een beetje op tegen het stuk tussen de 5 en 10 km waar je de wind echt vol op de kop krijgt. Het is inderdaad een loodzwaar stuk voor de 3e keer en ik ben blij dat ik aan het einde rechtsaf mag. Hoewel blij; je spieren moeten nog even bijkomen van de inspanning van het tegen de wind inboksen maar krijgen daarvoor bijna geen kans want je wordt letterlijk vooruit geblazen door de wind. Ik zit er eigenlijk best een beetje doorheen maar opeens fietst er een vrouw naast me die vraagt of ik haar niet meer herken. Het blijkt een ex-collega van me te zijn en ik praat mezelf met haar weer een beetje uit mijn dalletje. Zij gaat de ROPA run op de fiets begeleiden, haar man gaat lopen en het is leuk om na 2 jaar weer eens het een en ander uit te wisselen.

Het laatste stukje valt me eigenlijk niet echt mee maar ja, nog 2 kilometer en met een zekere 3e plek: ik moet niet mekkeren! Het lopen ging me stukken beter af dan vorig jaar, mijn eindtijd is daar nogal illustratief voor want 5 uur 31 is wel 3 kwartier sneller dan vorige jaar. En dat onder deze omstandigeheden! De loopconditie is natuurlijk ook veel beter dan vorig jaar. Het is ook wel eens leuk om een beker te krijgen voor de 3e plaats en het klinkt natuurlijk niet slecht om 3e te worden achter 2 ultrakanonnen als Epskamp en v.d. Loop. Dat er een kloof gaapt van ruim 40 minuten moet je dan maar even voor lief nemen!

Een van de mooiste dingen van deze wedstrijd is toch wel het gratis bier na afloop en dat laat ik me dan ook goed smaken. Eén voor één komen de andere 63km lopers binnen en zoals het hoort in “ons” wereldje wordt iedereen hartelijk ontvangen en gefeliciteerd met zijn prestatie. Want zeg nou zelf: 63 kilometer draven door een polderlandschap met windkracht 8 en enorme hoosbuien, iedereen die dat volbrengt is voor mij een winnaar.
Tot slot nog een pluim voor de organisatie en alle vrijwilligers. Het was allemaal wat mij betreft prima voor elkaar en deze loop verdient echt nog wel wat meer deelnemers.

Jan van de Erve
21-03-2004
http://www.ultralopen.cjb.net
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]