Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
3 aug 2017
Eiger Ultra Trail en Swiss Irontrail
17 jul 2017
De 6 uur van Aalter 16-07-17
15 jul 2017
BELFAST
12 jul 2017
Van lopersblok naar schrijversblok - een pelgrimstocht in Sint Annen
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* 31 aug 2006: Als een haas door Brussel
* 29 aug 2006: NEDERLANDSE TEMPOMAKERS IN BRUSSEL MARATHON
* 28 aug 2006: Twee hazen en één konijn
* 19 aug 2006: 100 km Leipzig kost Jannet Lange een nagel
* 16 aug 2006: Ineke en Jack ruim onder de 12 u in Bornemse Dodentocht.
* 15 aug 2006: Jack en Ineke redden mijn 100 km Dodentocht
* 6 aug 2006: O, o, o, wat een koersen, oftewel een (ruime) week uit het leven van een loper!
* 6 aug 2006: West Highland Way Race
* 2 aug 2006: Een geslaagd weekend in de Ardennen
* 1 aug 2006: Vrouwen: je zit er ook áltijd op te wachten!
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Augustus 2006
 
Het weekend van 26 en 27 augustus kondigde zich erg rustig aan, althans een maand eerder leek het er toch op. Niets gepland tot ik te horen kreeg dat er een 24 uur doorging in Sinaai. Lekker rustig lopen voor het goede doel. Dat leek me wel wat. Gerald was er natuurlijk ook voor te vinden en we schreven ons meteen in. Rondjes van acht kilometer leek ons best te doen. Echter het weer wilde maar niet beteren, regen, regen en nog eens regen. Met bakken uit de lucht en daarom zagen we het eigenlijk minder goed zitten om daar een hele nacht door te ploeteren. Hoe dichter de datum kwam hoe minder zin ik had. En toen kwam de verlossing zomaar uit de lucht vallen. Amper een week voor de start zou gegeven worden kreeg ik te horen dat men nog een haas zocht voor de Brussels Marathon en of ik niet in wilde vallen. Meteen hapte ik toe want een volwaardige marathon is natuurlijk niet te versmaden. En die sponsorloop kon ik ook nog per ronde afhaspelen. Het gaf niet of je voor de volle 24 uur inschreef of per ronde. Als het maar genoeg geld opbracht. Dus besloot ik beide maar te combineren. Zaterdag dus naar Sinaai, een klein dorpje in Oost Vlaanderen en zondag de hoofdstad aandoen.

Gerald vertrok echter voor de volle 24 uur en was reeds vrijdag in beweging. Ik zou zaterdagochtend zijn calvarietocht vervoegen. Omstreeks negen uur arriveerde ik in het dorp en vond na een kwartiertje op het parcours Gerald reeds terug. Hij had nu reeds een kleine 90 km afgehaspeld en we bleven de volgende 10 uur samen rustig de rondjes afhaspelen. Meteen kreeg ik te horen dat er nog maar drie deelnemers overgebleven waren. Beide andere waren wandelaars, incluis de organisator, maar die kan of mag eigenlijk niet uitstappen. Gerald had echter een voorsprong van ruim dertig kilometer en besloot het de laatste vier uur ook wat rustiger aan te doen. Op een kaart diende stempels verzameld te worden, een op de startplaats en een op een controlepost. En nu al was zijn kaart haast vol. Dan maar de achterkant gebruiken. Men had maar voor 16 stempels vakjes gedrukt en was in overtuiging dat er toch niemand verder dan 130 km zou komen. Buiten Gerald gerekend dus. Hoewel hij het laatste uur het wat moeilijker kreeg volhardde hij toch en men had reeds besloten dat de laatste ronde gezamenlijk afgelegd zou worden. Dus diende men te wachten tot iedereen op de controlepost was gekomen en zo de laatste drie kilometer af te leggen achter een muziekband. De laatste meters waren echter (ook voor mij) een teleurstelling. Men had alleen aandacht voor de organisator die zelfs het minst aantal kilometers gewandeld had. 120 kilometer bij elkaar gestapt in 24 uur. De tweede plek was goed voor 128 km terwijl Gerald er zo’n 152 km bij elkaar gesprokkeld had. Men duwde zelfs beide deelnemers opzij om foto’s te kunnen maken van hun dorpsgenoot, en dit ook door de plaatselijke pers. Veelvuldig werd hij gehuldigd en met prijzen overladen, en beide andere? Die stonden er voor spek en bonen bij. Jammer eigenlijk want het was tot dan een perfecte organisatie geweest. Dan snel huiswaarts om de slaap te vatten.

De volgende ochtend echter moest ik vroeg uit de veren. Ik kon natuurlijk ook gebruik maken van de hotelaccommodatie die men mij aanbood maar binnen het uur was ik met de trein in Brussel. Eerst wel een half uurtje warm lopen tot aan het station natuurlijk. Op de trein naar de hoofdstad nam ik de tijd om het schema van de doorkomsten grondig uit het hoofd te rekenen. Ik werd verzocht om 3u45’ te lopen en dat had ik nog nooit gedaan. Wel is het zo met het haaswerk dat als je je goed voelt dan mag je niet sneller gaan en andersom ook als het halverwege te moeilijk wordt je dan ook niet terug kan vallen. Je bent als het ware verplicht om eenzelfde tempo aan te houden. Wat een stressgevoel teweeg bracht, en wat als ik veel te snel zou zijn? In Brussel gekomen vervoegde ik al snel de andere “hazen”. Ballonnen opgespeld en tot mijn vreugde wilde men wel met mij wisselen en kon ik toch nog voor 3,30 u gaan. Een tempo dat me meer lag. Snel de tas wegdoen en me ervan te vergewissen dat ik echter geen Championchip gekregen had. Dan stond ik maar niet in de uitslag. Getuigen genoeg die me zien lopen hebben. Op naar de start en meteen was ik al goed herkenbaar. Natuurlijk ben ik in het Marathongebeuren een bekend gezicht maar nu met een ballon erbij viel ik nog meer op. Glunderen dus en door de bekendere atleten grapjes in ontvangst nemen natuurlijk. “Als er maar niet teveel helium in de ballon zit want dan ga je te hoog en te snel” bijvoorbeeld. Dan het startschot en de bende schuifelde de triomfboog onderdoor.

Vorig jaar had ik reeds deze omloop gelopen en had danig op mijn tanden moeten bijten dus wist ik wat er komen zou. Ons eerste richtpunt was de 5 km. Net 10 seconden te vroeg maar dat was nog te doen. Verderop bleef het echter in dalende lijn gaan en vijf kilometer verder was de voorsprong al opgelopen tot 2 minuten. Ik probeerde het tempo omlaag te halen door regelmatig flesjes water rond te delen aan de atleten achter me. Telkens haalde ik die per drie stuks van de tafel en deelde die snel rond. Het was warm die dag en drinken was dus de boodschap. Halfweg de wedstrijd daalden we richting Tervuren en ik wist dat dit een lang en moeilijke strook was. Maar we hadden de wind in de rug en het ging meestal omlaag en daarom kwamen we 2,40 minuten te snel door. Een iemand maakte me hierop attent. Ik antwoordde hem dat we nog enkele moeilijke passages zouden krijgen en we best een minuut op die stroken zouden verliezen. En is het niet beter om te eindigen in 3,29u dan in 3,31u? Hij gaf me gelijk en bleef het tempo volgen. Het groepje was bij de doorkomst van de halve marathon nog vrij groot. In 1,44.10 uur passeerden we de mat. Perfect op schema dus. Dan kwam de doortocht in Tervuren en mochten we langs het museum van Afrika lopen. De enorme vijvers werden gepasseerd, weinig toeschouwers aanwezig daar, trouwens over heel het parcours was er niet echt veel volk te bespeuren.

Nu kwam het moeilijkere gedeelte de lastige klim op de terugweg richting Brussel. Aan de overkant zagen we de laatste lopers ons passeren wanneer we het 34 km punt passeerden. Zij moesten de lus van 12 km rondom Tervuren nog maken. Hier begon de marathon echt. En jawel, het groepje slonk zienderogen. Eerst enkelen maar telkens meer en meer. Was ik dan toch te snel gegaan? Twijfel slaat snel toe. Misschien wel maar er bleven er nog een vijftigtal mijn ballon volgen. Enkele kilometers verder kwamen we in gezelschap van de halve marathonlopers. En jongens wat een mooie meisjes lopen daarin mee. Nu viel het me echt op want normaal heb ik daar jammer genoeg geen tijd en aandacht voor. Het was nu echt moeilijk om uit te maken wie nog de marathon liep en wie niet. Enkelen herkende ik nog wel maar vijftig atleten van gezicht onthouden was iets teveel. We naderden weer de triomfboog en maakten ons op voor de laatste 3 kilometer. Volgens de omroeper onder de boog bleven er nog genoeg in mijn spoor hangen. Hij sprak van een enorme groep achter de haas van de 3,30 uur en wat een prachtig initiatief dit wel niet was. Veel lof dus en gelijk had hij.

Even verderop begon het plots hevig te regenen. Een geknetter als een ratel volgde mijn spoor. Ik keek om of ik kon zien wie dat geluid maakte maar moest toegeven dat ikzelf dat lawaai maakte. Het was niet minder dan het getokkel van de regen op de ballon. Bij de 40e kilometer haakte een van mijn dapperste volgers af. Op die laatste nijdige helling moest hij de rol lossen. “Ga maar” riep hij me toe. Ik probeerde hem er nog bij te houden door iets trager te lopen maar het vat was duidelijk af. Ik liep verder de inmiddels dalende helling af met amper drie personen waaronder een man uit het Engelse Oxford die hier zijn debuut maakte. Hij wilde absoluut bij mij blijven. Dan de laatste meters over een oranje tapijt en de verlossende finish. We eindigden in 3,28.20 uur. Perfect vlak gelopen blijkt want de tweede halve marathon ging exact even snel als de eerste. Dan snel op weg richting kleedkamer en meerdere malen mocht ik de bedankjes in ontvangst nemen van de personen die in mijn groepje gelopen hadden.Ik herkende ze niet allemaal maar ze kenden mij dan toch wel. Wel, dat doet echt deugd. En plots komt mijn dappere medeloper op me af die op de 40 moest lossen. Zelfs hij is nog in 3,29 uur geëindigd. “Dat komt door de iets te snelle doorkomsten. Dan bouw je een voorsprong op” bevestigde hij me. Nog meer genot van mijn kant dus.

Als alles vlot verloopt hou je er toch wel een goed gevoel aan over. En de ballon? Die ging meteen na de douche naar het eerste het beste kind die dat kleinood maar graag in ontvangst nam. Dan snel naar het hotel van de hazen gewandeld om de verhalen van mijn lotgenoten te aanhoren. En blijkbaar was iedereen tussen de een en drie minuten te snel doorgekomen. Het was dan ook een moeilijk parcours om perfect op schema te lopen. Teveel klimmen en dalen dus. Maar toch waren we allen tevreden dat we onze taak tot een goed einde gebracht hadden. Er werd met een goed gevoel afscheid genomen en kon ik samen met Jack Hendriks de trein naar Antwerpen weer opzoeken.

Kloek Patrick
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 

In het 3-jarig bestaan van de Brussel marathon is steeds gebruik gemaakt van Nederlandse hazen. Daarom is het opmerkelijk te noemen dat Patrick Kloek deze keer zijn medewerking gaf. Eigenlijk ook weer niet, want ik geloof dat hij zichzelf al tot Nederlandse Belg of Belgische Nederlander gepromoveerd heeft, vanwege zijn deelname aan vele Nederlandse marathons en ultra’s. Tom Hendriks zal het snelst finishen, hij begeleidt de groep die de tijd van 2.59 willen verwezenlijken. Verder zijn Jan van de Erve, Els Annegarn, Wim Hogentoren, Jack Hendrickx, Vincent, Gijs Honing en Bert de Jong, hij mag er een lange marathon van mag maken. De 4.45 groep is voor hem.

De wedstrijd start al om 9 uur. Daarom heeft de organisator voor hotelkamers gezorgd, zodat we al op zaterdag Brussel kunnen verkennen. In het kloppende hart van Europa zijn vele historische gebouwen, met vooral zijn prachtige markt beslist de moeite van het bezichtigen waard. In de pizzeria smaakte de onderlinge gezelligheid een stuk aangenamer dan de pizza en pasta maaltijden. Dit in tegenstelling tot het uitgebreide ontbijt van de volgende morgen. We zitten in hetzelfde hotel als de topatleten uit Kenia. ‘Ze nemen speciale papjes. Goed in de gaten houden, gaan we ook eens proberen om de snelheid op te voeren’, zeg ik tegen Jack. ‘Nee’, krijg ik als antwoord terug, ‘ze kijken allemaal naar jouw bord, omdat ze willen weten wat iemand moet eten die bijna 70 jaar is en nog marathons loopt’.

We gaan met de metro naar de start en krijgen de bekende ballonnen. Jack en ik hazen de 4.15. Omdat ik Brussel voor de eerste keer loop ben ik heel benieuwd wat ze me voorschotelen. Van alle kanten krijg ik te horen dat het een heel uitdagend parcours is met fikse beklimmingen, terwijl op de Brussel site vermeld staat dat het licht glooiend is. Heuvelachtige parkoersen mijd ik zoveel mogelijk. De spieren in de bovenbenen kunnen dit niet aan. Zo’n 50 deelnemers staan in het vak van de 4.15. Een enkeling spreekt Nederlands, Frans is de voertaal, maar er wordt ook Engels gesproken. De meeste debuteren op de marathon afstand, anderen willen een vlakke race lopen. Er hangen 2 helikopters in de lucht, de wedstrijd wordt op de Belgische tv uitgezonden. Ruim 1250 lopers worden om 9 uur onder de bogen van een koud en regenachtig Jubelplein weggeschoten. Al snel lopen we in een van de drie lange tunnels waar het tempo bij het stijgen behoorlijk terugzakt. Deze fikse hoogteverschillen had ik niet verwacht. Enkele volgers moeten afhaken. Na 6 km lopen we op prachtige brede lanen met vele immens grote standbeelden en imponerende gebouwen. Micha loopt bij ons en geeft uitleg. Rond het 15 km punt zit een klim van wel 2 km lang. De groep breekt, ongeveer de helft haakt af. In de afdaling en bij Tervuren hebben velen de aansluiting weer gevonden. De halve afstand gaat in 2.07, we liggen perfect op schema. Er komt iemand bij me lopen die zegt: ‘ik kan harder, maar doe het niet. Het is mijn eerste marathon en ik wil zonder problemen finishen. Dan krijg ik er schik in en loop er meer’. Zo verstandig is niet iedereen. Soms zie je er enkele wegspringen en na een kwartier weer aansluiten. Dat kost extra kracht, geven ze ook zelf toe. Rond de 30 km zit ook weer zo’n venijnige langzaam omhoog lopende kuitenbijter. Bij de bevoorrading, die trouwens uitermate goed verzorgd is, blijf ik achter in de groep hangen. Het klimwerk vergt met nog 12 km te gaan zijn tol. Degenen die niet kunnen volgen zeggen dat ze even een dip hebben, maar terugkomen. Jack is een man van de klok. Hij wil aan de opdracht van 6 minuten per km voldoen. Dat lukt uitstekend, zij het dat we bij 30 km 1 tot 1½ minuut onder het schema zitten. Heel slim om nog wat te reserveren voor moeilijke momenten.

Brussel komt in zicht. Een enkeling klaagt over stijve beenspieren. Ondanks dat er tussen de 33 en 35 km geklommen moet worden, ruiken er diversen de finish. Ze kunnen op de laatste helling nog versnellingen plaatsen. Jack laat zich zakken om iemand op te halen. De groep scheurt uiteen. Achterblijvers moeten nu echt lossen. Slechts Micha, Pierre Vanhoge, Jack en ik lopen even alleen, de groep heeft zich verspreid. Dan barst er een geweldige bui los. Typisch dat juist hierna de snellen zich weer laten zakken en aanhaken. Ook enkele achterblijvers vinden weer aansluiting. De laatste kilometers zijn een grote afdaling. Op de markt worden we enthousiast en koninklijk onthaald. We lopen de laatste 500 meter over een heus tapijt de Grote Markt op. Brussels respect en waardering voor de prestatie. Een hoofdprijs voor iedereen die de marathon volbracht heeft. We feliciteren elkaar en genieten van de geweldige ambiance.

De brutotijd is 4.12.35, netto 4.11.55, dat is 5.59 per km. Ook de volgers van de andere tempomakers kunnen tevreden zijn. Iedereen is 1 tot 2 minuten beneden de streeftijd gefinisht. Mooier kunnen we het toch niet maken. Toch zullen de kranten de volgende dag schrijven over het inderdaad fantastische parcoursrecord van 2.11 en de geweldige prestaties van de Belgen Rik Ceulemans en Gino Geyte die zich in de Keniaanse top 10 genesteld hebben. Aan de persoonlijke prestaties van de achterhoede is ook een enerverende strijd vooraf gegaan. Brussel bekroond gelukkig al zijn deelnemers.


Vincent Schoenmakers
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Twee hazen en een konijn

Jubelpark, triomfboog, Brussel, ietsjes vóór 9 uur.
Ik begeef me naar de startlijn, of beter, startvak. In Monschau had ik met Gijs H. afgesproken om weer samen in Brussel – hij als beëdigde haas – de ING Brussels marathon te lopen. Vorig jaar was de ‘200-marathons-man’ in dezelfde functie door de organisatie aangesteld. Ik had hem van bij ’t begin – als onofficieel konijn – vergezeld. Gijs leidde toen aanvankelijk de groep van 4.15 u., een job die hij met brio klaarde, want wij liepen op de hoofdstedelijke Grote Markt samen in 4.12 u. over de meet. Samen zeg ik wel, want wij waren de enigen die het beoogde tempo 42 km lang konden vasthouden.
Dus ik naar ‘startvak 4.15’ maar in plaats van Gijs tref ik daar de ballonnetjesmannen Jack H. en good old Vincent aan. Er was zonder mijn medeweten een switch gebeurd. Nu leidde Gijs de groep van 4.30 u. en smalend opperde hij, toen ie even gedag kwam zeggen :” Ze hebben me met 15 minuten gedegradeerd.”
Dat Gijs vorig jaar perfect haaswerk verrichtte, werkte bij onze twee ‘vervanghazen’ blijkbaar als de spreekwoordelijke rode lap op de stier, want bij ’t begin hielden zij een strak tempo van 6 min/km aan. Het scheelde de ganse wedstrijd nauwelijks enkele seconden. Wie ook als haas ‘in ’t zwart’ meeliep was maat Pierre VH, onze ranke Antwerpse 100-marathonman.
Als je zo met drie medemaats – we mogen elkaar loopvrienden noemen, meen ik – op pad bent, dan verblijdt mijn lopershart. En dat beste lezers, is waar het allemaal om gaat. Wij, oudjes in marathonland, samen op pad, al gekkend en schertsend, neem het van me aan, meer moet dat niet zijn. Tijden lopen is geen doel meer op zich. Op onze gevorderde leeftijd moeten wij enkel nog aan vermaak denken.
En dat het genieten was op 27 augustus, staat buiten kijf.

Geleidelijk aan nam het groepje wel in aantal af. Zulks gebeurt naar goede gewoonte vanaf ongeveer km 25.. De Brusselse marathon is niet echt vlak te noemen. In wezen is er geen 100 meter echt vlak! Daarom vallen de eerste slachtoffers na het keerpunt aan het Afrikamuseum: de eerste echte test komt eraan. Wij schrijven km 29. Op de helling die ruim 2 km lang is - niet echt steil maar o zo plattelijk vals of is het valselijk plat – noteren we dus de eerste achterblijvers. En omdat het haaswerk van mijn Nederlandse maats aan de perfectie grenst, is er voor hen van terugkeer geen sprake. Zij blijven nauwgezet die 6 min/km aanhouden. Al moet ik zeggen dat de ‘ballonnen’ een zekere veiligheid ingebouwd hadden. Om zeker niet voor onaangename verrassingen te komen staan, was er geleidelijk aan een voorsprong van 1,5 minuut opgebouwd. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat er verschillende groepsleden na die helling zich nog sterk voelden, en langzaam maar zeker van ons wegliepen. En daar zouden zij Jack en Vincent dankbaar moeten voor zijn. Want een gelijkmatig tempo gedurende 30 km aanhouden is niet iedereen gegeven. Het is dan ook dankzij deze regelmaat dat sommigen nog krachten overhadden om nog een tandje bij te steken.
Op km 37 krijgen we de voorlaatste klim voor de voeten geschoven. Meteen de zwaarste beproeving van de dag. Één kilometer lang omhoog. En net halverwege die kuitenbijter laat een donkere wolk z’n natte vracht los: een heuse wolkbreuk! Gelukkig duurt dit natuurverschijnsel nauwelijks een minuutje of zo. Boven rennen we opnieuw onder de triomfboog door, de startplaats dus. We zijn dan 39 km ver. En we zijn nog met z’n zessen: twee Nederlanders, drie Belgen en een Ier. De laatste hindernis van de dag, de Wetstraat naar boven, nemen we gezamenlijk.
Om 13.13 u. – onder een stralend zonnetje en over een 500 meter lange oranje ING-loper – bollen we uit, onder de aankomstboog.
De Grote Markt is onherkenbaar, een massa volk staat opeengetroept en applaudisseert voor de helden van dag die triomfantelijk de eindmeet passeren, een gegeven dat ons vreemd was tijdens omzeggens het ganse verloop van de wedstrijd! Neen, een marathontraditie is er in mijn vaderland niet, nooit geweest en zal er waarschijnlijk nooit komen. God weet waarom. De apathie voor die langeafstandslopen is mij een raadsel. Gans anders is dit bij onze noorder- en oosterburen. Waarschijnlijk een andere mentaliteit, gestoeld op respect voor degene die een langeafstandsrace volbrengt. In frietenland kijkt de toevallige toeschouwer of voorbijganger eerder laatdunkend neer op die sukkelaars die voortstrompelen over het asfalt, en die zich ‘het’ alleen maar zichzelf aandoen!
En dat we nu tijdelijk een Kim G. en Thia H. hebben … we moeten daar als landgenoten fier op zijn, tuurlijk, maar wat mezelf betreft : al degenen die een marathon of ultraloop finishen, kunnen bij mij op hetzelfde (of meer) waardering rekenen,ongeacht de gelopen tijd.

Bij deze, dank Vincent en Jack (en Pierre) voor de (weer eens) mooie marathondag.

Bij leven en welzijn

Il coniglio, alias het konijn

PS Dit verslag met foto’s kunnen jullie ook lezen op mijn nieuwe, persoonlijke site : http://www.michavreluk.be
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
12 Augustus, 6.00 uur, bibberend sta ik op het startschot te wachten van de 17e 100 km van Leipzig. Vorig jaar was hier het Duitse kampioenschap, dit jaar niet en dat is te zien aan het aantal deelnemers: 64 mannen en 6 vrouwen hebben zich ingeschreven voor de 100 km, 42 mannen en 6 vrouwen zullen uiteindelijk finishen. Ook staan de deelnemers voor de 50 km in het startvak, ongeveer hetzelfde aantal, echter wel veel meer dames.

Exact om 6.00 uur mogen we vertrekken en iedereen stormt meteen aan alle kanten langs me heen. Vertwijfeld vraag ik me af of dit wel goed gaat, ga ik zo langzaam of zij zo snel? Na 5 km (in 31.17) weet ik dat het eerste in ieder geval zo is, maar ik kan echt niet harder, het is eigenlijk ook veel te vroeg voor me. Nou ja, laat ze maar lekker rennen, aan het postuur van enkelen te zien ga ik ze straks wel weer inhalen. Er lopen namelijk enkele gevulde dames mee, echter de winnares van de 100 km ziet eruit als een meisje van 12 jaar, ze weegt dan ook maar 42 kg.

Inderdaad begin ik na 20 km veel mensen in te halen, na 40 km ook de 4e en 5e dame van de 100 km, gelukkig, dan loop ik niet meer als laatste dame. Ook de 3e dame, die eerst een minuut of 30 voor me liep komt langzamerhand dichterbij maar helaas kan ik haar niet meer inhalen en ze eindigt 10 minuten voor me.

Om de 3,3 km is er een uitgebreide verzorgingspost met water, thee, iso, cola, haferschleim, gummibeertjes, koekjes, zoutstengels, rozijnen, etc. Tussen deze verzorgingsposten in is er nog water en cola te krijgen.

Het parcours is mooi, niet echt snel vind ik. Een beetje glooiend en per ronde 6 kleine kuitenbijtertjes. Eerst lopen we 4 km heen (1 km goed asfalt, ½ km slecht asfalt en 2,5 km bospad), dan 2 km rond de Auensee (zand/grindpad), en dan de eerste 4 km terug.
Al na 40 km doen al mijn tenen pijn doordat ze tegen mijn schoenen drukken bij het naar beneden lopen. Na 60 km voelen 9 van de 10 weer goed, alleen mijn grote teen blijft zeer doen en dat word er in de loop van de dag niet beter op, zeker niet als het na 90 km ook nog eens flink gaat regenen. Bij mijn eindsprint voel ik iets knappen en later zal blijken dat mijn nagel er bijna af is gegaan, hij zit nog net vast aan een klein stukje nagelriem, verder ligt ie comfortabel op een waterbedje, een flinke blaar dus. Nou ja, daar ben ik inmiddels ook wel aan gewend.

Ondanks de te reizen afstand (ruim 600 km rijden vanuit Almere) was deze 100 km zeker de moeite waard m.n. door de perfecte, enthousiaste organisatie en het mooie bosrijke parcours. Het centrum van de stad bezit vele prachtig gerestaureerde gebouwen waardoor het de moeite loont om het te combineren met een korte vakantie.

Jannet Lange
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]