Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
30 apr 2017
Rietveld natuurmarathon - 29 april
25 apr 2017
Texels best
23 apr 2017
Enschede Marathon - 23 april 2017
23 apr 2017
De volgende keer kies ik een loop rond een kleiner eiland
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* 30 mei 2007: Jaap loopt twee Marathons van Hoorn
* 21 mei 2007: Isarrun 2007: van de monding tot de bron
* 15 mei 2007: Lopen tegen de leegte
* 14 mei 2007: 3e marathon in 4 weken voor Jogger Jo
* 11 mei 2007: Lang geleden, maar nog niet vergeten: Texel
* 10 mei 2007: Bierloop
* 2 mei 2007: De doorsnijding van het Harzgebergte
* 1 mei 2007: Een wedstrijd tussen hondenuitlaters
* 1 mei 2007: Weekendje hardlopen in Amsterdam en omstreken
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Mei 2007
 
Een knal zo hard dat mijn oren er van tuitten. Stomverbaasd kijk ik Lex aan, en dan dringt tot me door dat ik moet gaan lopen. Wat een kanonschot!!

Hoorn is een soort thuiskomen voor mij, hier heb ik op school gezeten, op het Westfries Lyceum. Ik vraag me af of er nog klasgenoten van me meedoen, en of ik ze zou herkennen. Waarschijnlijk niet. We lopen langs de vaart, onder de poort door met een scherpe bocht naar de dijk, richting Venhuizen.

Vroeger fietste ik langs de provinciale weg naar school. Of ik ging liftend, de fiets achterlatend in Enkhuizen. De dijk werd meer een hoogst enkele keer gebruikt. Als het weer eens warm was en ik zin had om buiten te zijn. Toch ken ik bijna iedere bocht in de dijk nog.

Ook de plaatsjes waar we de dijk verlaten en door het dorp lopen roepen herinneringen op. In Schellinkhout woonde de oma van Elly, mijn vriendinnetje. Hem ken ik ook omdat daar meiden uit de klas woonden, en mensen van de zwemvereniging. In Venhuizen woonde een kameraad wiens vader een boomgaard had, en waar ik vaak werkte om een zakcentje te verdienen.

De wedstrijd wordt zo in twee gesplitst, aan de ene kant is er wat in mijn hoofd gebeurt, wat me stil maakt. Aan de ander kant is er de strijd om de plaatsen. Teveel afleiding heeft een slecht effect op me, ik loop de eerste tien kilometer veel te snel, met een te hoge inspanning. Na 10 kilometer roep ik mezelf tot de orde en dwing me er toe rustiger aan te doen.

Na 14 kilometer staan mijn ouders langs de kant. Ik voel me nu even als de jongen van 12 die met wedstrijdzwemmen aangemoedigd werd door pappa en mamma. Ik ben trots en voel dat het nu goed gaat.

Het is warm, de zon is fel. Ik plens zoveel mogelijk water over me heen. Iemand langs de kant, bij een verzorgingspost roept dat ik me niet te nat moet maken. Volgens mij kan dat niet bij dit weer, tenzij je uitgeput raakt. Zodra het warmer is als een 10 graden gooi ik altijd veel water over me heen. Je gebruikt het om af te koelen, ook als je het weer uitzweet. Nathouden is alleen directer en je kunt er daarnaast ook nog bij drinken. Water wat je over je heen gooit onttrekt geen mineralen aan je lijf. Je kunt gericht je hoofd koelen. Kortom ik ben een groot voorstander van het waterballet.

Op 20 kilometer wordt ik voorbijgesneld door Sander Groot. Hij heeft ook in het begin met me meegelopen, maar heeft het slimmer aangepakt. Hij is langzamer gaan lopen en heeft nu over. Ik laat hem gaan, besluit me niet kapot te bijten.

Na Venhuizen draaien we weer de dijk op en kan ik het achterveld inkijken. Ik loop nu prettig ontspannen. Mijn achillespees doet zeer, maar ik weet dat de prijs daarvoor pas over de finish betaald hoeft te worden.

Mensen voor mij storten in, hebben moeite met de afstand of de warmte. Het gooien met water loont, want ik stort niet in en loop met gelijkmatige snelheid door. Op het industrie terrein Hoorn ‘80 haal ik Erik van der Velden in. Hij heeft kramp. Onvoldoende verzorging denk ik bij mezelf. De warmte eist zijn tol.

Op weg naar de finish voel ik mijn achillespees steken. Ik weet dat de prijs hoog zal zijn. Aangekomen feliciteren lopers elkaar. Simon Lucket feliciteert me en neemt me mee, op sleeptouw, want ik strompel. Lopen lukt niet meer, denken ook niet. Eerst denk ik dat ik 10e ben, later blijk ik 6e of 7e te zijn. De zon heeft mijn huid laten gloeien, Simon was 3e, in 2.53, een PR.

In de kleedkamer praat ik nog even met Cees Verhagen en Rut Zoutman. Ik weet weer waarom lopen zo leuk is, maar ik weet ook weer hoeveel pijn het kan doen. Zij weten daar alles van, allebei op de weg terug na blessureleed.

Ik houd me stil, ik weet dat mijn pees nu pijn doet, maar dat ik over 5 dagen weer een stukje kan lopen en dan gewoon weer op kan bouwen.

Als ik naar de parkeerplaats van de auto over de grote Noord naar huis rij voel ik nog een keer de nostalgie door me heen gaan. Hier woonde Jeanette, het vriendinnetje van Bert, mijn vriend. Ik rommelde een beetje met haar en bracht alles in verlegenheid, haar, Bert en mezelf nog het meest. Ik bedenk dat er dingen zijn die na 35 jaar nog jeuken, en dus veel belangrijker zijn als lopen.

Later in de uitslag kom ik tot mijn verbazing Bert tegen. Goed gelopen. Misschien is lopen toch belangrijker als ik denk.

Jaap Vis
jaapvis provider gmail.com 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 

“Ook als je moe bent, red je die laatste 40 km nog wel”, hoor ik iemand al op de 1e dag tegen een, veel te vroeg vermoeide, loopvriend zeggen. Dit knoop ik mijn oren, net zoals ik met de verhalen en tips van Bram, Jan, Theo en Willem doe. Allen zeer ervaren meerdaagse lopers.

Daar voel ik me toch maar miezerig klein bij met mijn 2 2/3 marathon-3-daagse en een marathon-5-daagse ervaring. Maar je moet ergens beginnen dus denk ik er maar niet al te lang over na.

In september 2006 heb ik me al opgegeven voor de Isarrun. Vijf dagen lopen in een prachtige omgeving, dat leek me wel wat. En dat je dan uiteindelijk dik 300 km af moest leggen: daar heb ik maar zo min mogelijk over nagedacht. Een 40 urige werkweek, misschien met wat overuren, of met een klein beetje geluk een ATV uurtje, zo zag ik het.

Het enige doel was Scharnitz op een zo gezond mogelijke manier te bereiken, tijd en klassering waren totaal onbelangrijk. En dat is ook de gehele week zo gebleven, ook toen ik 3e in het klassement was wist ik niet hoeveel speling ik had, mede doordat dame nr. 4 in een andere startgroep liep. (Achteraf begreep ik van het thuisfront dat die wel in spanning hadden gezeten, ikzelf heb lekker relaxed gelopen.)

In januari had ik de start van mijn Isartraining gepland en daar ging het ook meteen mis. De hele maand lopen kwakkelen en een beroerde Midwintermarathon waren mijn deel.

Niet getreurd, er was nog tijd genoeg. In februari ging het al een stuk beter en na een trainingsmarathon (Galgenbergmarathon) in de stromende regen rolde er zowaar een week later in Diever een onverwacht PR uit. Daartegenover stond dan weer een zeer slechte 6 uur van Steenbergen: uitgestapt na 46 km. Moe, zere heup door de scheve weg, gedemotiveerd en heel even balend.

Toen kwam die heerlijk droge, warme aprilmaand. Kilometers sprokkelen maar niet zoveel dat ik vermoeid of geblesseerd aan de start zou staan. Genoeg is beter dan teveel, was het motto. Nou train ik de laatste jaren volgens JET (Jannet’s Eigen(wijze) Trainingsschema) en sindsdien ben ik blessurevrij en ik ga nog vooruit ook, dus daar moest ik dan maar op vertrouwen.

En zo vertrok ik dus 13 mei vol goede moed richting Plattling.

Dag 1: Plattling-Dingolfingen (62,120 km).

We starten om 9.00 uur. Eerst lopen we 14 km de “verkeerde kant” op om bij de plek te komen waar de Isar in de Donau mondt. Daar is een keerpunt en eigenlijk is nu niet moeilijk meer: immer gerade aus naar Scharnitz. Hoe anders zal het blijken, ik zal het de komende dagen vijfmaal presteren om de wegmarkeringen over het hoofd te zien en te verdwalen.

Het is vandaag bloedje heet, ’s avonds op het terras in de schaduw geeft de thermometer 28 ºC aan, overdag zal het dus een graadje of 30 zijn geweest. Vooral de onbeschutte stukken op de dijk zijn niet echt leuk om nu te lopen.

De verzorgingsposten zijn om de 8-11 km, daar laat ik mijn bidon vullen met ijsthee, drink 2-3 bekertjes sportdrank/cola/water, pak 2 handen vol met bananen/koekjes/wafels/zoutstengels/gummiebeertjes en/of andere vastigheid en ga al etend weer op pad. Zo zal het de komende dagen steeds gaan.

De verzorgingsposten kosten soms veel tijd, de vrijwilligers staan uren langs de weg en zijn blij dat ze een praatje met je kunnen maken. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om niet even te socialiseren hoewel ik het wel zo kort mogelijk probeer te houden. Maar zonder deze mensen zouden wij niet kunnen lopen dus moet je ze te vriend houden.

5 Km voor de finish haal ik 3 mannen in die aan het wandelen zijn. “Laufen!”, bijt ik ze toe, en jawel, ze lopen met me mee. “Als een vrouw dat tegen je zegt mag je niet weigeren”, is de reactie van Kurt. En hij is ook degene die me naar de finish loodst, hij weet de weg, houdt auto’s tegen en als toegift brengt hij zelfs mijn koffer nog naar mijn hotelkamer. En man naar mijn hart.

Dag 2: Dingolfingen-Freising (74,580km).

De mensen die gisteren sneller dan 7 min./km hebben gelopen mogen een uur later starten dan diegene die langzamer liep. Ik neem me voor om in elk geval te proberen om elke dag in de late groep te starten zodat ik op m’n gemak kan ontbijten, de tas in kan pakken en nog een half uurtje kan gaan liggen. Een psychologisch voordeel is dan ook dat je na een paar uur de mensen van de eerste startgroep in gaat halen en niet ingehaald wordt.

De temperatuur is vandaag een stuk aangenamer dan gisteren. Mijn benen zijn wel wat stijf maar het valt reuze mee. Onder het lopen masseer ik een pijnlijke plek in mijn linker bovenbeen. Een beetje hard zal ’s avonds blijken want er staan 3 blauwe duimafdrukken op m’n huid.

Wanneer ik Willem inhaal probeer ik even met hem mee te wandelen, iets wat niet meevalt. Hij voelt zich niet goed en zegt na 47 km uit te zullen stappen. Ook Theo heeft het niet gemakkelijk, hij heeft al 2 keer overgegeven wanneer ik hem voorbij kom. Gelukkig kan hij wel doorlopen en bereikt ruim binnen de limiet de finish.

Na een gelukte verdwaalpoging in het finishdorp vang ik nog net een flinke regenbui op, maakt niet uit, ik moest toch douchen

’s Avonds laat ik me door een echte masseuse behandelen, eentje die geen blauwe plekken veroorzaakt.

Dag 3: Freising-Wolfratshausen (71,610 km).

De masseuse van gisteren blijkt gouden handen te hebben, de benen voelen soepel en ik ben er nu zeker van: ik ga het gewoon halen.

Het weer is weer net zo prachtig als gisteren, ik mag in de late groep starten, wat wil een mens nog meer. Een paar uur later weet ik dat: de eerste blaar dient zich aan en al gauw ook nr. 2 t.m. 5. Die laatsten zijn zo vriendelijk om zich onder mijn teennagels te nestelen. Misschien moet ik de volgende keer mijn schoenen toch nog maar een maatje groter kopen.

Een normaal mens zou een blarenpleister of tape gaan plakken, helaas ben ik allergisch voor dat soort dingen (ik krijg er blaren van) dus het enige wat ik kan doen is doorprikken en hopen dat ze wegblijven. (Mocht iemand nog een gouden tip hebben: www(punt)jannet(punt)lange@hetnet(punt)nl)

Bij een verzorgingspost ga ik er dus eens goed voor zitten om ze allen door te prikken. Hierbij krijg ik aanwijzingen van een vrijwilliger: “daar moet je prikken, ja goed zo, en dan daar ook nog maar, ja das ist gut so.”.

Omdat ik mezelf even heel zielig vind, troost ik me met een handvol chocola en voel me daarna alweer een stuk beter. Und weiter geht es.

Dag 4: Wolfratshausen-Fall (59,280 km).

Hondenweer. Wat een vreselijke dag, alleen maar regen, regen en regen. Ik vertrek in een plastic poncho met het idee om deze na een half uur uit te doen als ik opgewarmd ben. Deze poncho blijkt mijn redding te zijn. Ik blijf het ijskoud hebben maar het plastic voorkomt dat ik te ver afkoel. De gehele dag kijk ik strak naar de grond op zoek naar de paarse markeringsstippen van het parcours.

Wanneer ik finish heb ik er dan ook geen flauw benul van waar ik langs ben gelopen, zelfs het grote meer, vlak voor de finish, ontdek ik pas de volgende dag.

Jan maakt het allemaal niet uit, hij is vandaag jarig en geeft zich de dagoverwinning cadeau.

Dag 5: Fall-Scharnitz (58,310 km).

Deze dag doet je de ellende van gisteren snel vergeten, prachtig weer, en een grandioos mooie omgeving. Veel hoogtemeters vandaag maar ik loop heerlijk en hoef ook maar 1 keer blaren te prikken. Dat is geen straf zolang je het goede bankje maar uitkiest om dat te gaan doen. Wat is het hier mooi!

In het dorp Scharnitz, 17 km voor de finish haal ik Theo bij en vraag hem of Jan op kop lag toen hij voorbij liep. “Nee”, is het antwoord, “hij liep 2e”. Verdikkie, het zal toch niet waar zijn dat hij niet wint?

De laatste verzorgingspost is bij de finish, alleen worden wij geacht om nog 2 km omhoog te lopen en dan weer naar beneden. Wanneer ik aankom zie ik Jan staan en het eerste wat ik vraag is: “Heb je gewonnen?” En ja hoor, hij heeft het geflikt! “Der Jan” heeft de Isarrun gewonnen. Na mijn welgemeende felicitaties loop ik nog 2 km heen en weer en mag dan ook finishen.

Na een terugreis van een uur op de aanhanger van een traktor mag ik me dan moe maar zeer voldaan in een warm bad laten zakken.

Het aanbod van Uli (de organisator) om morgen een lekker stukje samen te gaan joggen, sla ik toch maar af.

Volgens sommigen (ik zal geen namen noemen hoor Bram) kan ik best wat vaker een meerdaagse lopen. Mijn eerste reactie was: nee bedankt, maar nu zijn we weer een paar goede nachtrusten verder, de dipjes zijn vergeten, dus…….Zeg nooit niemals.


Jannet Lange 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Onderstaand artikel is verschenen in de Volkskrant op 12 mei 2007. Met toestemming van de auteur Diederik van Hoogstraten (http://nyrunning.volkskrantblog.nl/) overgenomen. Met dank aan Mark de Boer. Via zijn weblog is het orginele artikel te bekijken in PDF-formaat ( http://www.volkskrantblog.nl/bericht/128321 ).

Portret Ultraloper Dean Karnazes – Het Vervolg, De Volkskrant 12 mei 2007

De Amerikaan Dean Karnazes loopt hard. Vijftig marathons in vijftig dagen. 560 kilometer zonder te slapen. 'Als je niet faalt, dan doe je niet genoeg je best. Als je altijd in je comfortabele zone blijft, dan groei je niet.'

Door Diederik van Hoogstraten

Lopen tegen de leegte

Het is 24 graden in San Francisco. De zon schijnt volop, de luchtvochtigheid is laag, het waait zacht. Kinderhoofdjes verbranden ongemerkt op het strand. Het is een typische, perfecte voorjaarsdag in de stad van Dean Karnazes.

De meeste hardlopers zijn na twaalf kilometer hardlopen doorweekt, zeker in dit warme weer. Zo niet Karnazes, een van de beste en bekendste 'ultralopers' ter wereld.
Na een uur rennen en praten, berg op en berg af, ziet hij er uit als een frisse golfsurfer. Bruin en gespierd, een coole verschijning. Een grijze zakdoek houdt het lange haar op z'n plaats, een hippe zonnebril verhult zijn verlegen blik.
'Hardlopen is mijn normale modus operandus', zegt de kleine Californiër. 'Het lijf leert om extreem zorgvuldig om te gaan met voedingsstoffen. Minimale verspilling.'

Hij moet nog drie kilometer naar huis en beantwoordt een laatste vraag. Loopt hij binnenkort nog een marathon? 'Ja, misschien morgen, er is een leuke aan de kust. We zien wel.' De 44-jarige Amerikaan die daags tevoren bedenkt of hij zin heeft in een marathon, is omschreven als super human. Bovenmenselijk. Hij wuift zulke woorden weg.
Maar de reactie van andere stervelingen is niet zo gek. Karnazes voelt immers de behoefte om hartje zomer 160 honderd kilometer te lopen in Death Valley, een van de heetste plekken op aarde. Hij heeft tien maal op rij de Western States Endurance Run afgemaakt, 160 kilometer door de bergen van noordelijk Californië, een van de oudste en zwaarste duurlopen. Hij deed ooit 560 kilometer aan één stuk, zonder te slapen, en liep een marathon op de Zuidpool, als eerste en enige ooit op gewone hardloopschoenen. 'Het was daar koud', merkt hij op.

Het grote publiek maakte kennis met de Amerikaan toen hij vorig jaar vijftig marathons in vijftig dagen in alle vijftig Amerikaanse staten liep. De climax van die onderneming kwam in New York op 5 november, waar hij wonderbaarlijk genoeg zijn beste tijd van de vijftig liep: drie uur en dertig seconden, bijna even snel als de wielrenner Lance Armstrong. (Karnazes' beste tijd ooit was een marathon in Hawaii: twee uur en 42 minuten.)
Niet dat hij moe was. Op 6 november besloot Karno, zoals hij wordt genoemd, terug naar huis te lopen. Iets van vijfduizend kilometer. Vol goede moed begon hij westwaarts te lopen. 'Waarom niet?' Zijn vader, steunpilaar en coach, reed delen mee in het busje dat op dit soort avonturen dient als rijdend thuis. Maar deze tocht was geen goed idee bij de aanvang van de winter, ontdekte de ultraloper. In Missouri gaf hij er de brui aan na 2100 kilometer in 41 dagen.

Karnazes miste zijn vrouw en kinderen. Hij was eenzaam, het weer was ellendig. Het ging niet, hij was een grens tegengekomen, hoewel hij nu nonchalant meldt dat hij het 'zeker' nog eens zal doen, van de oost- naar de westkust lopen. Dat moet dan ergens na 'Australië' zijn, waar hij momenteel aan een wild loopavontuur bezig is: duizend kilometer door ruig terrein met minimale ondersteuning en korte onderbrekingen voor de slaap. 'In het verleden', merkt Karnazes op, 'ben ik wel eens gek genoemd.'

Waar het hem om gaat: aftasten hoe ver je kunt gaan. Het antwoord op de eeuwige waarom-vraag is niet eenduidig. "Waarom' is een uitstekende vraag', schreef hij, 'hoewel verslavingen nooit netjes te definiëren zijn.' Hij zegt: 'Omdat het kan. Ik voel dat ik leef als ik pijn heb en worstel.'

Karnazes is niet de snelste, beste of sterkste 'ultraloper'. Maar hij is mogelijk wel de meest fotogenieke, en hij heeft een groot talent voor public relations. Zijn boek Ultramarathon Man: Confessions of an All-Night Runner werd in 2005 een bestseller, met 200 duizend verkochte exemplaren in de VS en overzee. Het werd vertaald in elf talen. Alle sportbladen zetten zijn perfect gebouwde lijf en mooie kop op het omslag. Iedereen wilde hem spreken. Een gevolg was dat hij dit jaar werd genomineerd voor de lijst van honderd invloedrijkste aardbewoners. Hij haalde het niet, bleek toen het weekblad Time deze maand de lijst publiceerde.

Griekse lopers
Karnazes werd in 1963 geboren in Los Angeles uit Griekse ouders. 'Mijn vader staat er op dat onze voorouders uit hetzelfde dorp komen als Phidippides, de eerste marathonloper.' Karnazes lacht. 'Ik zeg: Pap, we zijn middenin LA opgegroeid. Over welk dorp héb je het? Maar kennelijk stam ik af van een Griekse lijn van grote lopers.'
Op de middelbare school bleek dat hij redelijk hard kon lopen. Maar na de dood van zijn zusje Pary in een auto-ongeluk liet hij de sport links liggen. Karnazes trouwde zijn jeugdliefde Julie. Hij maakte carrière in de marketing-afdeling van een zorgonderneming. En hoewel hij later semi-professioneel windsurfte, was hij vooral 'tijd aan het verspillen'. Het was een leeg bestaan als yuppie in San Francisco.

Zoals vrijwel alle serieuze hardlopers kwam hij bij een keerpunt. 'Je kunt zeggen dat ik ben gered.' Dat punt kwam in een bar waar hij was zonder Julie. Half dronken, een beetje depressief en geneigd om vreemd te gaan. Hij deed het niet, ging naar huis, vond een paar oude schoenen en begon te lopen. Vijftig kilometer later was hij in Half Moon Bay, een prachtig plaatsje aan de Stille Oceaan. De zon was op. Hij kon niet meer lopen. Julie moest hem ophalen. 'In een tijd van grote leegte in mijn leven', schrijft hij, 'wendde ik me tot het lopen om kracht te krijgen.'

Hij kwam tot het volgende inzicht: 'Wij in de westerse wereld zijn geprogrammeerd om pijn te vermijden. Pijn is slecht. We dachten: als we elk voorstelbaar comfort hebben, bevrijd van pijn, dan zijn we gelukkig. Maar mensen ontdekken dat ze zich comfortabel voelen -en tegelijk miserabel. Er is geen strijd meer. Niks is echt moeilijk of pijnlijk.' Hij zelf 'zoekt de pijn op. Ik ga er in.'

Karnazes is een geoefend golfsurfer, windsurfer, snowboarder en mountainbiker. Hij slaapt weinig. Altijd op pad. Inmiddels heeft Karnazes alle beroemde duurlopen in en buiten de VS gelopen. Hij 'doet' 110 tot 150 kilometer per week. Zeven, acht uur lopen is normaal. Onderweg eet hij bergen junk food, pizza, snacks met suiker en zout, calorieën en koolhydraten. (Thuis is hij de gezondheid zelve, verzekert hij: veel vis, salade, water.) Telefoon en credit card mee. Als het even kan de kinderen in het meerijdende busje. En gaan.

Wel moet hij nog steeds part-time werken. Dat hij 'de Lance Armstrong van het lopen' wordt genoemd? Klopt niet. 'Lance is een professionele sportman. Als je de Tour de France wint, komen de sponsors vanzelf. Maar lopen. ..er is geen manier om dat financieel echt uit te buiten. Dus ik zeg: Oké, geld is één ding, maar verrijking en voldoening, dat is van onschatbare waarde.'

Hij loopt voor goede doelen. Voor zieke kinderen, tegen obesitas, voor kankeronderzoek, de lijst is eindeloos. Het mooie, zegt Karnazes, is dat hij goed kan doen, 'terug kan geven', terwijl hij zijn passie volgt. Hij wil best toegeven dat je het ook een obsessie kunt noemen. 'Voor mij gaat het om de fundamentele vrijheid van het lopen. De vrijheid om te gaan rennen. Nu. Dat is nog steeds een wezenlijk gevoel.'

Karnazes heeft geleerd om sociaal te zijn. Zijn aard is verlegen, naar binnen gekeerd. Absoluut niet arrogant of cocky, hoewel hij volgens sommige hardlopers dat imago heeft. In de ultraloopwereld is Karnazes niet per se populair.
Gregg Pressler is een ultraloper uit Oregon. Als redacteur van een lokaal loopblad volgt hij Karnazes. Hij heeft hem ontmoet. Als je je droomleven kon leiden', zegt Pressler, 'hoe zou het er dan uit zien? Ik denk dat Dean die vraag uitmuntend heeft beantwoord.' Pressler weet 'dat Dean zwaar wordt bekritiseerd in de gemeenschap'. Te populair. Zuur gelul, vindt hij. Door Karnazes' verhaal zijn talrijke mensen gaan hardlopen. 'Is dat slecht voor de sport, zoals sommigen in de elite vinden? Onzin.' Karnazes zal nooit zeggen dat hij de snelste is, weet Pressler.
'Maar hij kan weleens de beste levende promotor van hardlopen zijn.'

Geen compromissen
De loper ter sprake 'zit veel en langdurig in zijn hoofd'. Karnazes zegt dat hij daardoor te genieten is voor vrouw en kinderen. Hij ontdekt veel over zichzelf als hij onderweg is. 'Bij de 120e kilometer zul je 100 procent zeker twijfelen aan je vermogen om te finishen.
Dus je kijkt naar binnen en zegt: ik heb getraind, ik heb alles gedaan, ik heb geen compromissen gesloten. En ik ga deze verdomde wedstrijd uitlopen. Psychologisch betekent dat veel.'
Een geheim is er niet. Ja, 'een avontuurlijke instelling'. Maar zijn vermogen om ongelooflijke prestaties neer te zetten zonder geblesseerd te raken, heeft ook te maken met ervaring. 'Je leert waar je grens ligt door die grens steeds verder te duwen. En als je niet faalt, dan doe je niet genoeg je best. Veel mensen zijn bang om te falen. Maar als je altijd in je comfortabele zone blijft, dan groei je niet.'
Karnazes komt soms met onverwachte bronnen voor zijn oneliners, die hij bijeenbrengt op zijn site, http://www.ultramarathonman.com. De actrice Lily Tomlin: 'Lichamelijke oefening is voor mensen die niet tegen drugs en alcohol kunnen.' Of Star Wars-regisseur George Lucas. 'Hij zei: We leven allemaal in kooien en de deur staat wijd open. Er zijn geen regels. Ga lopen. Leef.'

Kader:
Nederland
Nederland heeft een kleine maar actieve gemeenschap van ultralopers. De informatie over wedstrijden in Nederland en Europa is te vinden op de website: http://www.ultraned.org.
Er is ook een ‘Nederlandse Dean’. Zoals Karnazes 50 marathons in 50 dagen liep, is Richard Bottram (41) uit Uden bezig aan 365 marathons in 365 dagen: ruim vijftienduizend kilometer in veertien Europese landen. Net als bij Karnazes en veel andere lopers zit er een verhaal en een idee achter Bottrams passie. Zijn partner Elise Bila overleed op 37-jarige leeftijd aan longkanker. Daarom heet zijn race Run Against Cancer. Bottram wordt gesponsord voor die unieke prestatie. Het geld dat hij daarmee verdient is bestemd voor onderzoek naar kanker en mensen die aan de ziekte lijden. Vooral daarom zijn z'n passie en het project minder waanzinnig dan je in eerste instantie denkt, als niet-ultraloper.

© De Volkskrant

Diederik van Hoogstraten is – net als Mark de Boer - een fervent Volkskrant-blogger: http://nyrunning.volkskrantblog.nl Diederik (37) woont in New York en werkt daar sinds begin 2002 als freelance correspondent in de VS voor onder meer de Volkskrant en Elsevier. Hij is momenteel in training voor zijn 2e marathon.

 
 
[ top pagina ]
 

 
 
 
3e marathon in 4 weken
Na de Rotterdam en Enschede marathon mag ik de derde keer in 4 weken aan de marathonbak tijdens de Maasmarathon Vise-Maastricht-Vise. Deze marathon langs de Maas en door "Üs sjoen Mestreech" wil ik natuurlijk niet missen. Door het Belgisch Kampioenschap belooft het een sterk deelnemersveld te worden. Hoe kan het dat het de Belgen wel lukt om zoveel deelnemers aan de marathon te krijgen en onze Mergelland marathon www.mergellandmarathon.nl moet knokken om 100 lopers aan de start te krijgen?

Limburgse topper Roger Smeets maakt tijdens de Maasmarathon zijn marathon debuut (prognose 2.22uur). Ik ben benieuwd hoe dat afloopt. Andere Limburgers?: Patrick Delait die na de warme Rotterdam Marathon een snellere tijd wil zetten. Inge van Berge zal, gezien haar laatste optreden, hoge ogen gooien bij de dames en heeft zich verzekerd van Wil Goesens en halve haa(n/s) Fons de Bie.

De weergoden zijn ons vandaag gunstig gezind en ik ben in dubio of ik kies voor zekerheid en met Inge (2:48uur) ga lopen of de knuppel in het hoenderhok gooi en kijk waar het schip strandt. De vraag stellen is hem eigenlijk ook beantwoorden want wie niet waagt blijf maagd, (mijn sterrenbeeld) en ik kies voor de groep Luc Henno. De benen voelen prima (5km in 18:45). In onze groep zitten Mark van Erp, Raphael Brabants, Romain Uitdebroeks (10km in 37:40). Dit is zeker geen rustig tempo en de weg is nog lang. Het parcours volgt de Maas stroomafwaarts en we hebben wind mee (15km in 56:46). Hanneke Boon en broer Paul melden zich op de fiets. Bij de sluizen van Ternaaien komen we de loopgroep van de Zweitlanceurs tegen en Henny Hermans loopt spontaan met ons mee (20km in 1:15:46). Het halve marathonpunt wordt genomen in 1:20uur, dit is nagenoeg gelijk aan de tijd van vorig jaar.

De passage door de binnenstad van Maastricht is twee keer niks. De vele bochten en gladde kinderkopjes breken mijn tempo en ik moet de groep laten lopen. Er is duidelijk geen belangstelling voor de marathon en als er al iemand is, loopt hij ook nog in de weg (25km in 1:35:20). Ik krijg een brok in mijn keel als ik Nikola Samardzija, tot voor kort dakloos, zie staan met zijn nieuwe schoenen en kleren (lees hieronder meer). De laptimer op mijn Polar RS200SD horloge heeft er de brui aan gegeven en mijn benen voelen nu ook zo. Ik mag Henny zijn horloge overnemen en ik loop nu met 2 klokjes verder. Het probleem van de benen is moeilijker op te lossen want die zijn niet zo even te wisselen. Als het tegenzit zit ook alles tegen want het begint nu te miezeren en de wind is in ons nadeel (30km in 2:56:10).

Hanneke op de fiets maakt mijn lijdensweg van nabij mee en ze probeert me zo goed mogelijk te verzorgen. Ik probeer de draad weer op te pakken en zie dat andere lopers het nu ook moeilijk hebben. In Eijsden worden we getrakteerd op een extra kasseienstrook. De voeten branden in mijn schoenen door de vele oneffenheden (35km in 2:17:00). Ik zie de snel gestarte Patrick Delait met malheur langs de kant staan, jammer hij liep op plaats 5. Op Belgisch grondgebied zitten er nog een paar leuke stukken vals plat die de snelheid niet echt bevorderen (40km in 2:38:20). Ik verneem dat Inge van Bergen als 1e dame aan een mooie opmars bezig is en zal een schepje op moeten doen om haar voor te blijven. Er staan veel muziekbands die me stimuleren. In de afdaling naar Visé passeer ik Belgisch kampioen Guy de Mol. Guy ziet me voor een Belg aan en is als door een wesp gestoken me even later in sprinttempo voorbij. Na 2:47:20 kom ik in het sfeervolle centrum over de streep en mag me bij de onderzoekers (Cardiaal troponine T release) van het Academisch Ziekenhuis Maastricht melden voor een 2e bloed afnamen.

Roger Smeets doet iedereen versteld staan door bij zijn debuut als 2e te eindigen achter meervoudig winnaar Gerome in een ongelooflijke tijd van 2:17uur. Gaan we van hem nog meer mooie marathon resultaten meemaken?

Lucie van Gastel liep haar eerste marathon en had vooraf de spreuk:
Schijnt bij de finish de zon op je vel, dan smaakt de trappist je wonderwel.
Ze liep de marathon uit maar de godendrank was niet aan haar besteed.

www.jogger.tk
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]