Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
12 jul 2018
Ik loop weer!
29 jun 2018
Lavardeo Ultra Trail
25 jun 2018
STUNT100 2018
19 jun 2018
Zugspitz Ultratrail 2018
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* 27 jul 2010: Verslag 48 Stunden Bahnlauf Keulen 2010
* 22 jul 2010: 2 mei Bierloop: “Hoe egoïstisch kan een loper zijn?”
* 21 jul 2010: Al Andalus Ultra Trail 2010, the story
* 19 jul 2010: Rondje Amsterdam
* 13 jul 2010: Verslag Moravian Ultramarathon
* 11 jul 2010: German 100 miles trail
* 11 jul 2010: Het rondje Amsterdam
* 5 jul 2010: Verslag 100 km van Ulm
* 5 jul 2010: 7e ronde van Amsterdam
* 4 jul 2010: Le Trail du Tombeau du Chevalier ofte het graf van de ridder ...
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Juli 2010
 
Eindelijk was het dan zover: de 48 uur van Keulen. Ik had me vorig jaar september al ingeschreven en was de laatste die werd toegelaten. Na mij werd een wachtlijst gemaakt. Wat een 48 uur precies zou inhouden? Ik had geen idee maar het leek me wel eens leuk om te doen. Vele mensen hebben moeite met rondjes lopen, ik niet. Sterker nog, ik vind het soms nog prettiger dan over een parcours van A naar B te lopen. Zet mij met mijn neus in de goede richting, zeg wanneer ik moet beginnen met lopen en wanneer ik weer mag stoppen en ik vermaak me in die tussentijd prima. Als ik rondjes loop hoef ik niet te denken. Ik hoef niet op te letten waar ik naar toe moet, ik weet waar de lastige stukken zitten en de verzorging is altijd nabij.

De baan waar we in Keulen oplopen is 309 meter lang. En dat is dus niet lang, dat is kort. Dat is zo kort dat, wanneer je een beetje doorloopt, je in de volgende ronde de geur van je eigen winden nog kunt opsnuiven. De baan is wel stoffig, de sintels moet je om de paar uur uit je schoenen scheppen. En bij een windvlaag stuift het zand omhoog. Mond dichthouden dus. Ik heb 3 paar schoenen en 6 paar sokken bij me en eigenlijk had dat best 2x zoveel mogen zijn. Echt alles zit onder het stof. Om de 6 uur werd er van looprichting veranderd en dan ziet het parcours er ineens weer heel anders uit. Dat wisselen was iets waar ik echt naar uit kon kijken. Alle lopers komen elkaar dan natuurlijk tegen en iedereen gaf elkaar dan een high five. Echt een hoogtepuntje van de dag. Net als de rustpauzes die ik voor mezelf had gepland. Elke 4 uur mocht ik van mezelf even 10 minuten zitten. En daar kon ik me een uur van tevoren al op verheugen. Later werden die pauzes vaker en langer.

De verzorging was perfect. Eten en drinken was er meer dan voldoende. Cola, water, koffie, appelsap, sportdrank, bier, we kregen zelfs een glaasje rosé aangeboden maar dat heb ik niet genomen. Verder brood met kaas, worst of jam, cake, zoutstengels, drop, chips, olijven, fruit, yoghurt, noem maar op, alles was er. En dat waren dan nog maar de tussendoortjes. Als hoofdmaaltijden kregen we vrijdagavond pasta, zaterdagmorgen ontbijt, zaterdagmiddag lunch (aardappels met kip, was te gekruid dus dat heb ik niet opgegeten), zaterdagavond rijst en zondagmorgen weer ontbijt. Tussendoor nog soep en een ijsje of een andere verrassing. En dat zijn dan geweldige traktaties!

Omdat ik geen flauw idee had wat me te wachten stond tijdens deze 48 uur had ik een soort van plan gemaakt. Dat zou ik aanpassen indien nodig. Ik wilde mijn dagen in blokken van 4 uur indelen. Om de 4 uur zou ik 10 minuten gaan rusten. Dat ik dat niet tot het eind zou kunnen volhouden wist ik ook wel maar dan zou ik mijn plan aanpassen. Slapen zou ik gaan doen als ik slaap kreeg want dat kun je niet plannen. Op deze manier wilde ik in ieder geval 250 km lopen. Voor de start kreeg ik van Tom een aantal blarenprikdingetjes (ze hebben vast een naam maar die weet ik niet). Steriel, zodat ik niet met een half roestige speld aan de gang hoefde. Waarom bedenk ik dit soort dingen zelf niet? Van die blarenprikdingetjes heb ik veel gebruik gemaakt.

Vanaf de start ben ik 4 rondes gaan joggen en dan 1 ronde gaan wandelen. Dat ging prima en dat heb ik ook uren lang kunnen volhouden. Op vrijdag ging alles van een leien dakje. Het zou ook niet best zijn als dat niet zo was geweest. De nacht kom ik goed door. Mijn rustpauzes maak ik iets langer dan 10 minuten. In die pauzes ga ik even liggen terwijl Jos me toedekt met een deken, mijn schoenen en sokken uitklopt, mijn spieren licht masseert, me bijvoert met ORS drank, eierkoeken en krentenbollen en me vertelt dat ik goed bezig ben. En dat houdt hij 48 uur vol! Oké, hij gaat 's nachts slapen maar dat heeft ie verdiend en zo kan hij me de volgende dag weer goed steunen. Elke loper heeft wel een Jos bij zich maar mijn Jos is de allerbeste! Zonder een Jos kun je dit bijna niet doen.

Zaterdag begin ik toch wel te voelen dat ik met iets vermoeiends bezig ben. Mijn voeten gaan zeer doen en soms vraag ik me af of dit allemaal nou wel zo leuk is? Ook is mijn rechter voet dik geworden. Er ligt een soort kussen bovenop en dus moet ik mijn veters anders strikken. Maar verder heb ik daar niet echt veel last van. Wanneer ik een bekertje cola drink voel ik ineens een stekende pijn in mijn lip. Er hangt een wesp aan! Gelukkig slik ik hem niet in maar het kreng heeft me wel gestoken en dat doet pijn. Door de vermoeidheid begin ik me nu ook aan kleine dingen te irriteren en dan vooral aan de drie Grieken. Het lijkt wel een Siamese drieling. Gaat er één lopen, dan doen de andere twee dat ook. Gaat er één stilstaan, doen de andere twee het ook. Ze lopen het liefst met z'n drieën naast elkaar zodat je er helemaal omheen moet als je ze wilt inhalen. En wanneer je daar mee bezig bent gaan ze versnellen. 's Nachts zijn ze net zo luidruchtig als overdag, terwijl er mensen proberen te slapen. Ook stappen ze zonder uit te kijken na een rustpauze de baan weer op. Ze proberen zelfs met z'n drieën door het chippoortje (1½ meter breed) te lopen maar dat lukt ze niet. Ik hoop toch niet dat alle Grieken op deze manier lopen.

Verder verloopt de zaterdag voor mij redelijk goed. Mijn spieren voelen goed. Ik heb af en toe een klein pijntje maar niet noemenswaardig. En dan....de tweede nacht. Het is op. Over en uit. Ik ben totaal kapot, leeg en mijn voeten doen zo vreselijk veel pijn. Ik kan er nauwelijks meer op staan. Ik heb het ijskoud, loop vreselijk te rillen ondanks dat ik twee T-shirts en twee jasjes aan heb. Ik kan niet langer dan een half uurtje in beweging blijven. Dan kruip ik onder twee dekens en probeer te rusten. Maar dat lukt ook niet. Mijn beenspieren trekken steeds samen zodat ik continu lig te trappelen. En ik wil slapen! Maar dat lukt dus niet. Ik lig maar te rillen en te trappelen zodat ik van pure ellende maar weer de baan opstap om een paar rondjes te lopen, ondertussen van alles en nog wat etend en drinkend om brandstof binnen te krijgen. Het helpt niet. Bovendien moet ik om de haverklap plassen, wel 10 keer per uur en dat 3 uur lang. Gelukkig weet ik dat probleem te verhelpen door extra veel zout te eten.

In de kleedkamer is het warm dus probeer ik daar te gaan liggen en slapen maar die benen zijn het er niet mee eens. Ik kan gewoon niet blijven liggen. Maar lopen kan ik eigenlijk ook niet. Wat een ellende! Nog nooit heb ik me zo beroerd gevoelt. Het enige wat ik nu wil is naar huis en drie dagen achter elkaar slapen. Maar dan zou ik dus moeten opgeven en dat zit niet in de aard van dit beestje. Mijn langste pauze is deze nacht 45 minuten. Af en toe zie ik Dagmar voorbij komen. Zij ligt op de tweede plaats in het klassement, achter mij dus. Maar het verschil tussen ons is niet onoverbrugbaar. Wanneer Jos 's morgensvroeg opstaat en mij ziet grijpt hij meteen in. Ik krijg een nieuw schema van hem: drie rondjes lopen en dan mag ik 5 minuten zitten. Daarna word ik zonder pardon weer de baan opgewerkt. Als ik in beweging kan blijven ga ik deze wedstrijd winnen. Zo niet, kan Dagmar me inhalen. Maar ook zij voelt zich niet helemaal fris en ze feliciteert me zelfs al. Toch blijf ik haar in de gaten houden. Ik ga natuurlijk niet de overwinning weggeven. Na 46 uur zie ik dat Dagmar weer beter gaat lopen. Dit is het moment dat ik mezelf een schop onder mijn kont geef. 'Ik ga weer lopen en kom niet meer zitten', zeg ik tegen Jos. 'Ik ga deze wedstrijd winnen en een winnares slentert niet. Niet deze winnares!' Maar wat kost het me een moeite. En die voeten doen zo ontzettend zeer.

Barbara komt bij me en zegt: 'Jannet, pas op, Dagmar gaat proberen om een PR te lopen en zal nu dus flink door gaan lopen. Laat je niet die eerste plek afnemen'. Het ontroert me dat ze dit zegt. Wat een sportiviteit. En het geeft me net dat beetje moed dat ik nodig heb om door te gaan. En het gaat ineens ook weer. Er komt nu veel publiek op de baan om het laatste uur te kijken, er speelt een bandje en dan krijg ik de Nederlandse vlag in mijn handen geduwd. Ik geniet nu volop. Dit is mijn feestje. Ik heb zo diep gezeten vannacht en ben zo blij dat ik het niet heb opgegeven dat ik nu blij met die vlag loop te juichen. Zo kan ik nog wel een dag doorgaan. Gelukkig hoeft dat niet en mag ik na 48 uur en 272,56 km stoppen. Mijn doel (>250 km) is bereikt en ik ben ook nog de 1e vrouw en 6e overall.

Nadat iedereen zich heeft opgefrist krijgen we een gezamenlijke lunch. En iedereen krijgt een beker. Hoe hoger je in het klassement bent geëindigd, hoe groter de beker. En daarna kunnen we eindelijk naar huis waar ik zondagavond om half 10 in mijn eigen bed kan kruipen, na dik 61 uur wakker te zijn geweest. En dat voelt zo vreselijk lekker.

Voor wie dit ook wil meemaken: volgend jaar is er weer een 48 uur, zelfde plaats, zelfde tijd.

Jannet Lange
http://jannetlooptlang.punt.nl 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Het moest er een keer van komen maar deze jongen heeft een serieus loopprobleem. Het heeft mij nachten uit mijn slaap gehouden. Wat is namelijk het geval? Ik had besloten om mee te doen aan de nieuwe versie van de bierloop. Het nieuwe aan de bierloop was dat hij nu uit twee verschillende rondjes van ieder exact een marathon bestond. Uiteraard was het de bedoeling om beide rondjes te lopen. ’s Morgens ronde 1, dan even een boterhammetje eten en dan ’s middags ronde 2. En dat was nu precies het probleem. Ik kwam niet uit de vraag of ik die dag 2 marathons zou lopen of een ultra. Een van de grootste problemen die je dus als loper kunt hebben. In mijn ogen vrijwel onoplosbaar en dus een garantie voor slapeloze nachten. Gelukkig lossen sommige problemen zich vanzelf op, maar daarover later meer…….

Inmiddels beschouw ik mij als een ervaren bierloper. Ik kende het concept dus en wist dat je zelf verzorging mocht meedragen en ook moest zorgen dat je de route vond. Op zich twee zaken die je op allerlei manieren kunt regelen. Ik had tijdens de afgelopen edities al alle varianten uitgeprobeerd. Dus van de geadviseerde methode (twee fietsers die allerlei tassen met verpleging aan de fiets hebben hangen en een leesbare print van de route hebben) tot de HG –methode (een lekkend flesje water in de ene hand en een geleende bijna leesbare print van een flink stuk van de route in de andere hand). Ik wist dus uit ervaring dat een fietser met een leesbare print en voldoende eten en drinken het meest optimale was. Dat had ik dus voor deze editie ook geregeld. Althans: ik had de fietstas van mijn vrouw van haar fiets gesloopt. Dit was trouwens zo’n klus dat hij nu nog steeds niet teruggeplaatst is. Vervolgens had ik weken lang allerlei flesjes gespaard en gevuld met cola en in die tassen geplaatst en de vrije plekjes opgevuld met snickers. Toen had ik deze tas op de fiets van mijn zoontje gemonteerd. Na een half uurtje stevig vloeken leerde ik dat het handiger is om eerst de tas op de fiets te maken en hem dan pas te vullen. En als klap op de vuurpijl had ik mijn zoontje gevraagd of hij zondag tijd had om een stukje met pappa te gaan fietsen. Voor een trotse vader is er natuurlijk niets leukers dan een hele dag met je zoontje doorbrengen. Het manneke lekker keuvelend op zijn fiets en pa er een beetje naast aan het joggen: er is echt niets mooiers. Uiteraard binnen grenzen. Het moet natuurlijk voor die jongen ook een beetje leuk blijven. Hij zag het helemaal zitten om een kilometer of 84 te fietsen. Hij was immers twee dagen geleden 12 jaar geworden en fietste ook iedere dag vier keer naar school (bijna een hele kilometer per keer!) Ik weet zeker dat hij het doorzettingsvermogen van mij geërfd heeft (en als de beurs zich zo blijft ontwikkelen is dat waarschijnlijk het enige wat hij van mij zal erven), maar er zijn grenzen. Dus had ik voor de tweede marathon een getrainde fietser achter de hand. Omdat ik niet zo’n voorstaander van inlopen ben vond ik het ook niet noodzakelijk dat mijn zoontje zich warm zou fietsen en had ik dus zelfs vervoer voor de fiets naar de start geregeld. Kortom ik had een schitterende dag voor de boeg.

Ondanks het feit dat het weer er niet zo denderend uitzag hing er weer een heel gezellige sfeer bij de start. Daar ontmoette ik ook Pierre Hulsmans. Pierre had geen fietser dus een samenwerking tussen Nederland en België lag voor de hand. Tevens kon de lege ruimte die in de fietstassen ontstaan was door de wonderbaarlijke verdwijning van een aantal snickers repen mooi opgevuld worden met de flesjes van Pierre. Lekker ontspannen konden we dus op stap gaan. Uiteraard was de routebeschrijving weer perfect. Soms twijfelden we wel maar dat was eigenlijk een kwestie van goed lezen. In grote lijnen was de eerste etappe de laatste etappe van de oude bierloop. En dat hielp natuurlijk ook een beetje om de juiste weg te vinden. Het was mooie route waarbij met name het stuk om en door het imposante klooster van Tongerlo indruk maakte. Wat een “beetje” tegenviel was het weer. Ook dit mag weer in de juiste proportie gezien worden. Als het steeds een beetje harder gaat regenen ben je na verloop van tijd zo nat dat je van een echte zware stortbui niet nog natter kunt worden. Zoals ik al zei was de routebeschrijving heel goed het bevreemde mij dan ook dat we ondanks dat we volgens de gps de afstand al ruim volbracht hadden we het eerste wisselpunt maar niet in het vizier kregen. Toen we langs een bakkerijtje kwamen waar een aantal lopers van estafetteploegen hun calorieënvoorraad aan het bijvullen waren wisten we dat wij nog steeds goed zaten. Hun verbaasde blikken weet ik aan het feit dat zij bewondering hadden voor het feit dat wij, ook al zagen wij er uit als twee totaal verzopen katten, nog soepel keuvelend doorliepen. Toen wij een kilometer of 4 à 5 boven de afstand van het wisselpunt zaten werd het tijd om ons te realiseren dat we de uitdaging aan moesten om zonder leesbril de routebeschrijving te bestuderen. Eigenlijk had een leesbril ook geen toegevoegde waarde want het hemelwater had de duidelijke beschrijving naar een document geconverteerd waaraan een archeoloog de rest van zijn leven kon wijden om het te ontcijferen. De conclusie was duidelijk: wij mochten een stukje terug. Pierre nam de leiding en sloeg bij het eerste grote kruispunt heel resoluut linksaf. Ik wist zeker dat dát niet de richting was van waaruit wij gekomen waren. Maar Pierre vertelde mij dat hij daar vroeger altijd gekoerst had. Dus realiseerde ik mij meteen dat het een gouden greep was om de samenwerking met Pierre aan te gaan: wij zouden met een elegante bocht weer op de route komen. Toen ik na een hele poos vroeg waar we ongeveer op de route zouden komen bleek dat lopers zich soms wel eens kunnen vergissen. Gelukkig hadden we ons allebei vergist: we waren zowel niet de weg terug aan het lopen die we gelopen hadden en ook niet naar het parkoers aan het lopen. Kortom, tijd om een beetje te gaan praten met de mensen die we daar tegen kwamen. Op de route beschrijving was het volgende etappepunt goed te ontcijferen. Het is heel interessant om te leren dat er niet alleen naar Rome vele wegen zijn. Ook Averbode kan via alle windrichtingen benaderd worden. Ook de afstand daar naartoe varieert van ver tot heel ver. Eigenlijk vond ik het op dat moment steeds leuker worden. Je bent zeiknat, hebt geen flauw idee waar je bent en ook geen flauw idee waar je naar toegaat. Dit is toch gewoon puur plezier. Helaas sloeg die opperbeste stemming plotsklaps om en voelde ik mij de grootste klootzak op deze aardkloot.
Mijn zoontje zei namelijk: “ Pappa het gaat niet meer, ik heb het zo koud !” Op dat moment zakte ik finaal door de grond. Ik had, omdat ik zonodig een stukje moest gaan lopen, mijn kind pijn gedaan, daarnaast had ik, omdat ik met alleen mijzelf bezig was, dit niet eens zien aankomen en tot overmaat van ramp kon ik het op dat moment niet oplossen. Natuurlijk wist ik van te voren dat dit een stevig stuk fietsen was maar ik had mij absoluut niet gerealiseerd hoe koud je het door die hevige regen op een fiets kon krijgen. Hier hielp geen regenjasje en lange broek tegen. Als je jezelf door onderdacht handelen in de problemen brengt dan is dat niet echt leuk maar dat is wel heel wat anders dan dat je kinderen de dupe worden van jouw ondoordacht handelen. Dat is iets dat niet mag gebeuren. Zeker niet als je met je eigen pleziertjes bezig bent. Kortom op dat moment was er maar één ding dat telde en dat was om zo snel mogelijk ergens te komen waar dat manneke een beetje op temperatuur kon komen. Gelukkig was het gestopt met regenen. Terug gaan was geen optie dus op hoop van zegen richting het volgende wisselpunt en maar hopen dat de karavaan daar niet vertrokken was. Na een paar kilometer zagen we iemand hardlopen. Op zondagmorgen niet zo’n uitzonderlijk verschijnsel. Toen we even later uit dezelfde richting weer twee lopers zagen komen kregen we het vermoeden dat we uit al de goed bedoelde aanwijzingen toch de goede gekozen hadden. Tot mijn grote verbazing zag ik een bekende fietser, dus wist ik zeker dat ik goed zat. Even verder zag ik Bert staan. En Bert had de schone taak gekregen om met de bus van “ Meer schuim dan Bier” rond te rijden. Dus was ik weer eens door stom geluk en de hulp van anderen uit een zeer hachelijke situatie gered. Mijn manneke kon droge reserve kleren van de mannen aan en de warme bus is.

Een paar kilometer later kwamen wij bij de volgende verzorgingspost en daar stond zoon lief weer met een brede grijns en viel een hele last van mijn schouders. Toen ik zeker wist dat het met mijn jongen weer goed was en ik zag dat hij het prachtig vond om met de mannen in de bus mee te gaan klaarde mijn humeur weer op. Uiteraard heb ik wel mijn lesje geleerd. Bij de post heb ik uit de fietstas nog een flesje cola bemachtigd en daarmee en met een doorweekt stukje papier ben ik de resterende twee etappes van de ochtend marathon gaan bedwingen. Pierre gaf aan dat hij liever iets rustiger wilde lopen dus was ik met mijn gedachten alleen. En daar liep ik dan met mijn flesje cola; of om precies te zijn: mijn halve flesje cola. Uiteraard moet ik nu vertellen dat dát het moment was waarop ik geleerd heb waarom er een dop op een flesje zit. Maar ik heb meer geleerd. Het was voor mij een mooie gelegenheid om een aantal zaken rustig op een rijtje te zetten. Ik vind een stukje lopen leuk en doe het graag en daarom ook regelmatig. Daar is dus niets mis mee ik heb altijd geroepen, zeker omdat daar ook niemand last van heeft. Dat laatste mag dus iets genuanceerd worden. Ik heb hopelijk geleerd dat ik wat meer aandacht moet hebben voor de mensen in mijn directe omgeving. Om mij heen kijken tijdens mijn lopen heb ik steeds gedaan maar zien wat er om mij heen gebeurt moet ik nog leren.

Naar mate de geruststelling dat mijn jongen weer oké was toenam, groeide ook mijn loopplezier weer. Met name de reacties van de toeschouwers die constateerden dat ik mijn begeleidende fietsers kwijt was kon ik weer op waarde schatten en na verloop van tijd kon ik zelfs met een brede grijns uitleggen dat ik voor de gemiddelde fietser veel te snel was. Na precies 4,5 uur en ruim 45 kilometer was ik weer terug bij de start die nu dus finish heette. Het mooiste wat ik toen zag was de smile van mijn jongen die tussen de mannen zat te genieten van een groot stuk Limburgse vlaai. Op dat moment scheen voor mij echt de zon.

Marathon één zat erop en ik stond te popelen om een droog shirt aan te trekken, een colaatje naar binnen te gieten en nummer twee te bedwingen. Op het moment dat ik de cola naar binnen goot begon het buiten ook weer te gieten en het zag er niet naar uit dat daar snel een einde aan zou komen. Dus toen ik aan mijn middagfietser vroeg hoe laat wij zouden vertrekken was voor mij heel snel duidelijk dat ook volwassen kerels niet graag in de regen fietsen. Na mijn ervaringen van die morgen kon ik hem ook absoluut geen ongelijk geven en voelde ik mij behoorlijk bezwaard dat ik het überhaupt gevraagd had. Op dat moment kon ik dus of stoppen of aansluiting zoeken bij een estafette groep. Omdat die gemiddelde maar een kwart marathon liepen kon ik er van uitgaan dat zij een stevig tempo zouden lopen en leek het mij niet verstandig om mij daarbij aan te sluiten. Dus besloot ik om in de loop van de middag een etappe op tempo mee te lopen en had ik dus mooi een oplossing voor de vraag die mij nachten van mijn nachtrust beroofd had. Spontaan als ik ben besloot ik om dan maar de volgende etappe zelf als fietser mee te gaan. Het mooie hiervan was dat ik er geen uur voor nodig had om 100 procent zeker te weten dat ik een goede beslissing genomen had om geen triatleet te worden.

De derde middagetappe heb ik heerlijk als haas meegelopen. Het viel mij niet tegen dat ik nog makkelijk 12 km/h kon lopen. Omdat ik het zonde vond om met mijn zweet de zitting van een auto te gaan besmeuren besloot ik om ook de laatste etappe dan maar meteen mee te lopen. De aardige fietser die toen ook besloot om dan maar mee door te gaan heeft volgens mij een beetje spijt gehad van haar beslissing. Na een kilometer of 7 kwam er een bui uit de categorie wolkbreuk. Het blijft fascinerend om te zien hoe snel en hoe nat je binnen een paar minuten kunt zijn. Als loper heb je daar afgezien van het feit dat je als brildrager niets ziet eigenlijk geen last van. Voor de dame op de fiets gold dat helaas niet. Ik was trouwens blij dat de mannen die ons op dat moment kwamen aanmoedigen in de bus bleven zitten. Nu staat vast dat je met de verwarming lekker hoog en de ramen dicht prima kunt genieten van sportieve prestaties van anderen. Het was gelukkig niet koud en nadat de bui voorbij was waren mijn kleren zo weer droog. Als afsluiting van deze etappe presteerde ik het toch weer om ondanks de gids op de fiets mij behoorlijk te verlopen. Het mooie hiervan was dat ik dus van de verkeerde kant het terrein waar de finish was op kwam. Door deze actie is het mij toch mooi gelukt om die dag meer dan 70 kilometer op de teller te krijgen. Toen ik ’s avonds mijn wel verdiende bierkorf in ontvangst mocht nemen kon ik concluderen dat ik dus 1 op 5 kilometer gelopen had.

Dit is weer een loopje geweest dat mij heel lang zal bij blijven. Het was er een met een lach en een traan. Ik heb weer veel geleerd. In ieder geval heb ik besloten om volgende week met Moederdag eens lekker thuis te blijven maar…..

Volgende jaar heb ik mijn lustrum als bierloper, ik zal mijn uiterste best doen om dan gewoon 2 recht toe recht aan marathons te lopen. In theorie moet dit kunnen lukken……

Henk Geilen
Info provider loopplezier.tk
www.loopplezier.tk
home.hccnet.nl/h.geilen/index.htm
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Het is niet makkelijk om de 5 etappes van de Al Andalusia UltraTrail in detail terug te halen.
Maar ik ga een poging wagen.

Dag 1 ; Van Loja naar Alhama De Granada, 37 km

Vanaf het hotel Manzanil starten we vandaag met een paar `redelijk` vlakke km`s. Daarna begint er een hele lang klim van bijna 10 km. Ik ken het nog van verleden jaar.
Het hoogste punt is op 1420 meter en de weg is zand en losse stenen. Een zware klim. Tussen de bergen is het al bloedheet ondanks dat het pas 10 uur is. Ik stap stevig door, mijn benen voelen sterk. Ik loop een stukje met Richard maar klim net iets sneller.
Als ik boven kom zie ik dat het gemiddelde toch nog 6.6 km per uur was, niet slecht.
Boven is de eerste checkpoint en als mijn kaart gechipt wordt en men zegt dat ik de eerste vrouw ben neem ik een besluit. Ik krijg er een boost energie van, vul mijn water bij en ga racen voor een dagoverwinning. De Spaanse Idoia zit vlak achter me. Maar het is het proberen waard.
Ik ben snel weg van de post en er volgt een heerlijke afdaling waar ik hard naar beneden ren.
Een golf van geluk stroomt door mijn lijf. Dit is wat ik wil en intens van kan genieten. Niemand om me heen, gewoon ik, de bergen en het ruige landschap van Andalusië.
Het tempo ligt hoog en ik weet dat het misschien wel te hoog is, er zijn namelijk nog 4 zware dagen. Maar deze dagetappe nemen ze niet van me af.
Ik finish in 4.16.49. De 15de in het klassement, de eerste vrouw en ik heb 11 minuten voorsprong op de 2de vrouw. Ik voel dat dit een hele andere loopweek gaat worden dan ik gedacht heb. Er gaat geraced worden. Niets foto`s maken, niets chillen op de checkpoints, bijvullen en weg. Ik voel dat er iets gaat gebeuren!

Dag 2 ; Van Alhama De Granada naar Jatar, 42 km

Vorig jaar zat in deze etappe Hell’s Path, een lange zware klim. Race-directeur Paul was bang dat deze etappe nu minder zwaar zou worden: Hell’s Path was namelijk niet meer te lopen door regenval. Niets was minder waar. Het zou voor velen de zwaarste etappe worden.
Het begint met een afdaling, hierna volgde een lange klim. De Spaanse liep 2 km op kop en daarna ben ik er langs gegaan.
Na een km of 20 liepen we op een lang pad, ik haalde mijn ipod uit mijn rugzak, lette dus even niet op en miste een afslag. Aangenomen dat ik goed zat rende ik dus lekker door.
Tot ik bij een asfaltweg kwam en ik geen pijlen meer zag. Shit, fout en dus weer terug.
2 km later kwam ik bij het gemiste punt en liep ik plots bij 5 vrouwen.
Ik baalde ontzettend maar kreeg er wel een stoot adrenaline van. Ik ben tempo gaan lopen tot ik alle vrouwen weer achter me had.
Toch ging het nog een keer mis, ik was volledig in mijn eigen wereld en zag de hele checkpoint niet bij de afslag rechts. Ik rende gewoon rechtdoor. Na 500 meter werd ik terug gehaald door een mtb-er.
In plaats van Hell`s Path zat er nu een ontzettende zware single track in die vooral omhoog ging. Erg technisch en vele lopers gingen daar kapot. Samen met Dieter zijn we de track goed doorgekomen. Hierna volgde er een afdaling waar ik tempo heb gemaakt.
Daar zag ik in de verte Richard lopen. Rond het 32 km punt ging ik hem voorbij.
Een lange vals platte klim kon ik redelijk rennend naar boven komen en na wederom een single track was daar dan de finish na 5.27 uur. Ik pakte ondanks 2 km extra toch 16 minuten op de 2de dame Idoia.

Dag 3; Van Jatar naar Jayena, 42 km

Deze dag begint met 12 km asfalt naar het meer Bermejales. Iedereen liep behoorlijk hard omdat het nu eenmaal harder gaat op asfalt. Ondanks dat ik mijn bovenbenen wel wat voelde kon ik toch lekker afdalen.
Hierna volgen er een paar lange klimmen. Dit is een hersteldag zoals de race-directeur Paul zo mooi zegt. 42 km herstellen, jaja....Dat hij minder zwaar was als de dag ervoor was zeker waar. Ik loop lekker door en weet dat ik op kop loop. Toch wil ik niet te hard gaan want ik weet dat de dag erna de beslissende etappe gaat volgen.
Het gevaar met deze zware races is, is dat het pas beslist is als je na 5 dagen over de finish komt. Want als je hier stuk gaat, ga je echt stuk. Dan spelen de zware factoren zo’n grote rol en moet je mentaal erg sterk zijn om erdoor heen te komen.
Als ik bij een lange afdaling naar beneden vlieg zie ik Ingrid met Cat lopen. Ze is een uur eerder gestart en heeft wederom maagklachten. Ze probeert samen met Cat rustig naar de finish te lopen. Ik wens hun succes en ren verder.
We volgen een mooi deel van de GR route en de laatste 4 km is wederom een prachtige singletrack. Vandaag is Richard 7 minuten eerder dan mij binnen.
Als ik binnen ben na 4.32 uur komt de dokter naar me toe en verteld dat Ingrid uitgestapt is. Ontzettend balen! Ze was zo slap van het overgeven dat het niet meer ging.
De Spaanse Idoia komt maar 10 minuten na me binnen. Op nummer 3 en 4 heb ik al 1.5 uur voorsprong.
Wel heb ik last van een ontstoken teennagel. Maar goed, verder geen blaren dus dat is heel wat.

Dag 4, Jayena naar Cruz Del Comercio, 61 km

Dit zal de dag van de waarheid worden, hier gaan de kaarten geschud worden. Ik heb 40 minuten winst op de nummer 2. Maar in 61 km kan er alles gebeuren.
De avond ervoor worden er 2 lijsten gemaakt met 2 starttijden. De eerste 20 gaan om 9.30 en de rest om 8.30. Ik sta nummer 15 in het algemeen klassement en moet dus om 9.30 starten. Maar de rest van het vrouwenveld start een uur eerder.
Ik besluit te protesteren. Ik wil met de eerste 3 vrouwen starten. Dan kan ik zien wat er gebeurt en zij hebben het voordeel van een uur lopen in relatief koeler weer.
Na discussie krijg ik gelijk. Ik loop tenslotte voor het vrouwenklassement.
Het was een goede keuze want Idoia gaat als een raket weg bij de start. Ik ben even in twijfel. Als je hier te hard weg gaat kun je de prijs wel gaan betalen gedurende de dag.
Ik ga er achteraan maar blijf er een stukje achter. Bovendien heb ik gelijk het voordeel dat ik niet op hoef te letten qua bewegwijzering. We moeten 2 keer het water over. Zij rent erdoor heen. Ik kies stenen en een boomstam zodat mijn sokken droog blijven.
Na ongeveer 5 km kom ik langzaam steeds dichter bij. Bij een klim passeer ik haar. We geven elkaar een high five en lopen door. Dan worden we terug geroepen, we lopen alle 2 verkeerd! Hier versnel ik naar beneden. Een lange singletrack volgt, ik loop lekker door en voel dat ik sterk ben.
We komen bij het meer en lopen er zeker 15 km omheen op een mooi pad. Samen met Paul, onze Engelse vriend volg ik de route. Dan verlaten we het meer en voor we een klim nemen komen we door een verlaten dorp rond het 22 km punt.
Ik zie een bord `kiosk`en een jongetje. Ik vraag hem of hij cola heeft en hij rent naar binnen roept zijn moeder. Wij volgen hem. In een winkeltje achter een huis verkoopt zijn moeder koude cola. Als 2 kleine kinderen proosten Paul en ik, god wat is dat lekker!
Het wordt die dag 45 graden!
We gaan klimmen en ik ben herladen.
Boven op de checkpoint staat plots Idioma weer voor mijn neus als ik water bijgevuld heb.
Ik daal in hoog tempo af en zie haar niet meer, ik zie niemand meer.
Bij checkpoint 3 rond de 40 km zijn we weer in een dorp. Ik ga met Gerard, een Franse loper, in het dorp op zoek naar een bar en wederom vind ik een koude cola. We proosten en ik ga rap weer op pad.
Ik voel me nog steeds erg sterk en kan veel uphill rennen.
4 km voor de finish komen we in een dorp en heeft de organisatie cola neergezet. Wat een topdag! Het warme water is namelijk op een gegeven moment zo smerig dat je heel gelukkig wordt van koude cola.
De laatste 4 km is klimmen naar de camping. Ingrid liep deze dag niet en had gezegd dat ze met me mee zou lopen de laatste 4. Ik zie haar niet en loop dus gewoon door.
Als ik 200 meter voor de finish ben komt ze aanrennen, 'ben je gek geworden of zo 'roept ze van ver. Ik kijk haar verbaasd aan. ‘Je loop absurd hard’ roept ze!
Gek genoeg voel ik me nog steeds goed. Ook na 61 km. Ik finish in 7.09 uur en dat is de 12de plaats in het dagklassement, dat is inderdaad wel hard ja. Ik pak 32 minuten op de tweede vrouw. De kaarten zijn geschud, ik heb nu 1.20 uur voorsprong, dit kan ik niet meer weggeven.

Dag 5; Santa Cruz naar Loja, 34 km

Ik start in de laatste groep vandaag en weet dat er niets meer kan gebeuren.
We beginnen met een afdaling van 4 km van de vorige dag. Ik ga als een gek weg.
Heerlijk, een relatief korte etappe en lekker dalen. Uiteraard volgt er nog een klim maar dan volgt er een hele lange steil afdaling. De quadriceps krijgen enorme klappen hier. Samen met Jacob, onze Deen, daal ik af.
Dan volgt er een lange weg op en neer. Hier beginnen mijn darmen op te spelen (kip van de vorige avond?). Ik moet 3 keer de olijfgaard in en ben Jacob kwijt.
Op cp 3 koop ik samen met Paul in het dorp nog snel een cola en dan beginnen de laatste 7 km`s. Het is vooral afdalen en ik weet dat ik deze race ga winnen met ruime voorsprong.
Ik kan het niet geloven. Zo ongelooflijk sterk gelopen!
Als er nog 2.5 km`s over de weg volgen komt Mario aanrijden met de jeep. Hij draait om en begeleid me. Ik haal nog wat lopers in en voel me ontzettend stoer zo met de jeep en het goede gezelschap van Mario naast me.
In de laatste 700 meter gaat hij vooruit om aan te kondigen dat ik eraan kom.
De laatste km loop ik met een grote grijns, trek mijn shirt recht, doe mijn rugzak los zodat het Herbalife-shirt goed te zien is en ren naar de finish.
Vol zelfvertrouwen, beresterk en overtuigend kom ik over de finish in 3.23 uur, win ik alle etappes en de Al Andalusia Ultra Trail en wordt bovendien 14de in het algemeen klassement. Vele felicitaties volgen en de grijns verdwijnt niet meer die dag.
Richard is al 7 minuten binnen en heeft het waanzinnig gedaan, 17de overall in een beresterk veld!
Ik blijf bij de finish omdat ik oa Cat (uit Singapore) graag binnen wil zien komen. Zij liep hier haar eerste ultra's voor een prachtig doel in Cambodja. Als ze binnenkomt roep ik dat ze mijn held is, als ze in mijn armen huilt, huil ik mee.
Ik hoor dat Idoia zwaar in de problemen is. Na meer dan 5 uur komt ze binnen. Volledig kapot en emotioneel. Ik omhels haar en huil weer mee. Wat een gejank!
Natuurlijk zijn er winnaars maar iedereen weet hoe je hier kunt afzien dus iedere loper verdient respect. Uitlopen als je zo kapot bent toont zoveel karakter! Dat raakt mij.

Deze hele week was er een van oude vriendschappen aantrekken en nieuwe vriendschappen zijn ontstaan. 72 lopers uit 17 landen en een groep van vrijwilligers hebben samen een hele bijzondere week doorgebracht. Loopvriendschappen voor het leven.
Ondanks dat iedereen wel met het klassement bezig is, is er vooral vriendschap en respect in plaats van competitie en dat maakt dit soort lopen zo bijzonder.
Voor mij persoonlijk was dit een piekweek, een onverslaanbaar gevoel wat uiteindelijk uitkwam. Ontzettend trots en met een warm hart denk ik terug aan deze week.
Ingrid, Arend en Richard waren het perfecte NL team.
Helaas moest Ingrid uitstappen door maagproblemen. Toch liep ze nog een hele sterke laatste etappe.
Arend werd 33ste, Dieter, onze Belgische vriend werd 31ste en liep het erg knap uit. Een hele steile leercurve zoals hij het zelf mooi omschreef.
Met Richard heb ik een paar mooie dates gemaakt voor volgend jaar. Nee, niet alleen om bier te drinken. We will be back in Andalusia!

Oh ja, de prijsuitreiking en het feest waren erg gezellig vrijdagavond/nacht.
De zaterdagochtend was zwaarder dan de hele week samen .......

Martine Hofstede
(martinehofstede <at> gmail.com)

PS De nodige foto’s bij dit verslag staan op mijn website http://runtodream.web-log.nl/runtodream/2010/07/al-andalus-ultra-trail-the-story.html
De complete uitslag is te vinden op http://www.alandalus-ut.com/P/news.asp?intnID=29 
 
[ top pagina ]
 

 
 
 
Op 2 juli was het in mijn woonplaats Tegelen 36 graden. De dag erna zou ik meedoen aan het Rondje Amsterdam georganiseerd door Willem Mütze. De weersverwachting voor Amsterdam voor 3 juli was 25 graden en pas in de middag zou af en toe de zon doorbreken. Nu komen de weersvoorspellingen vaak niet uit, maar deze klopte gelukkig heel aardig. Toch voelde ik het zweet al op mijn gezicht toen ik mij om een uur of half negen ’s ochtends in verenigingsgebouw “De Schakel” in Diemen aan het voorbereiden was op de komende loop. Het had in Diemen de avond en of nacht ervoor flink geregend en het was weliswaar afgekoeld naar een graad of twintig, maar de luchtvochtigheid was duidelijk erg hoog. Goed drinken was het devies voor vandaag en zodoende dronk ik voor de start bijna ongemerkt een halve liter cola en een halve liter water.

Om negen uur kon Willem het startsein geven voor 15 ultralopers. Helaas slechts ongeveer de helft van het aantal van de voorgaande jaren. De warmte had waarschijnlijk een aantal potentiële deelnemers afgeschrikt. Er vormde zich een groepje van zeven aan de leiding wat redelijk bij elkaar bleef en dat was maar goed ook, want zeven paar ogen zien de pijlen beter dan één. Ik liep hierdoor slechts twee keer een klein stukje verkeerd, maar dat is gelijk ook een beetje de charme van een loop als deze. Simon Luckett waagde het in de eerste helft keer op keer om de groep aan de voorkant als een soort verkenner te verlaten. Helaas voor hem werd dit niet beloond, want hij miste een aantal keren een pijl en kon dan meestal net weer achterin de groep aanpikken.

De eerste twee verzorgingsposten werden verzorgd door sv De L.A.T. In eerste instantie was ik een beetje verbaasd toen bleek dat zij ook boterhammen met salami in de aanbieding hadden. Al snel drong het tot mij door dat hier de welkome aanvulling in zat voor de zouten, die wij vandaag rijkelijk uit gingen zweten. De derde verzorgingspost na een kilometer of dertig werd verzorgd door Willem en Annemarie en om eerlijk te zijn ik keek er naar uit. Limburgse vlaai tijdens een ultraloop, dat is toch fantastisch! Ik nam hier dan ook uitgebreid de tijd om te genieten van de vlaai, een bekertje cola, even kletsen. We hadden immers alle tijd om de pont van 12.00 uur over het Noordzeekanaal te halen. Ik was als eerste bij deze post gearriveerd en vertrok er pas als zevende loper met nog een flink stuk vlaai voor op de vuist. Al gauw bleek mij toen dat ik alle energie, die in de vlaai zat nodig had om de pont te halen. Probleem was natuurlijk dat de vlaai nog niet verteerd was. Toch stapte ik om 11.59 uur de pont op en kon ik over mijn timing in ieder geval tevreden zijn. Helaas miste één van de zeven uit de oorspronkelijke kopgroep de pont met één minuut en moest zodoende twintig minuten wachten op de volgende.

Aan de overkant van het Noordzeekanaal stond mijn vader te wachten om mij het tweede deel van de loop op de fiets te begeleiden. We hadden er een kleine 33 km op zitten en dus nog ruim 28 te gaan. Er vormde zich nu een groepje van drie, waar behalve ikzelf, Simon en ultradebutant Pepijn deel van uit maakte. Toen wij Zaandam achter ons lieten en Oostzaan in gingen kreeg ik het echter moeilijk. Het duurde even voor ik doorhad wat ik voelde, want dit was toch wel heel lang geleden. Mijn heupgordel met bidon en mijn heuptasje konden gelukkig aan het stuur van mijn vaders’ fiets, want ik had namelijk steken in mijn zij! Twee flinke stukken vlaai eisten ook hun deel van mijn bloed op om verteerd te worden! Gelukkig kon ik in het spoor blijven van mijn twee medelopers. Echter toen ik mijn steken in de zij in Landsmeer weer een beetje te boven was misten we Simon opeens en niet veel later liet Pepijn ook weten dat hij het rustiger aan moest gaan doen. De warmte begon duidelijk zijn tol te eisen.

Na Landsmeer volgde de overtocht over het Noord-Hollandskanaal. Nu is dit niet veel meer dan een brede sloot en je bent dus zo aan de overkant. Dan is het echter wel van levensbelang om te wachten tot het licht groen is, want je stapt zo van de pont de provinciale weg van Amsterdam naar Purmerend op. Vervolgens ging het de polder aan de rand van Amsterdam-Noord in. Bij Zunderdorp was een extra verzorgingspost geplaatst, want de zon was inmiddels redelijk uitbundig gaan schijnen en we liepen al een tijd met de wind in de rug. Het was dus flink zweten en de extra verzorgingspost was zeker geen overbodige luxe.

Toen ik zo’n 50 km had gelopen begon ik het ook wat moeilijker te krijgen, maar dit was niet door de warmte. Ik had het namelijk in mijn hoofd gehaald om deze vrijwel volledig verharde 61 km op sportsandalen te lopen. Van de laatste 20 trainingen voor het Rondje Amsterdam had ik er 15 op sportsandalen gelopen, maar wel allemaal op bospaden en niet langer dan 21 km. Achteraf gezien dus niet vreemd dat het lopen op de sandalen mij steeds moeilijker af begon te gaan. Toch kon ik mijn tempo gelijk houden zelfs op de beroerde klinkers van de Diemerzeedijk. Wat ik aan mijn sandalenavontuur overhield waren een pijnlijke rechtervoet in de dagen na de loop en een hernieuwde waardering voor mijn hardloopschoenen.

De route van het Rondje Amsterdam ging door verbazingwekkend veel groen. De oeverlanden bij Slotervaart, het Twiske en Waterland vond ik persoonlijk het mooist, maar het heeft ook wel wat om vlak langs een druk station te rennen zonder dat je de trein hoeft te halen of langs het westelijk havengebied. Uiteindelijk was ik na 5.44.58 weer terug in Diemen, nettotijd 5.19.24 (zelf gemeten). De zes verzorgingsposten (ik dronk onderweg ca. 5½ liter), twee oversteken per pont, waarvan die over het Noordzeekanaal ongeveer 10 minuten duurde, en zo hier en daar een rood stoplicht hadden alles bij elkaar dus maar 25 minuten gekost.

Na afloop kreeg iedere deelnemer een zeer persoonlijke oorkonde. Je kon namelijk kiezen welke foto’s van jezelf je erop wilde hebben. Zonder meer een leuke herinnering aan een zeer geslaagde ultraloop.

Hans Jurriaans
(hansjurriaans <at> gmail.com) 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]