Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
3 aug 2017
Eiger Ultra Trail en Swiss Irontrail
17 jul 2017
De 6 uur van Aalter 16-07-17
15 jul 2017
BELFAST
12 jul 2017
Van lopersblok naar schrijversblok - een pelgrimstocht in Sint Annen
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* 30 aug 2010: Mijn eerste 100 km: Hulshout 21/8
* 29 aug 2010: Aan elke kuit een masseur
* 24 aug 2010: ‘Bon promenade!’
* 23 aug 2010: 24 uur van Viborg
* 17 aug 2010: ZWITSERLEVEN
* 15 aug 2010: Rustig starten en “vlak” leren lopen op de Dodentocht
* 12 aug 2010: Immenstädter Gebirgsmarathon: zuppa!!
* 6 aug 2010: Rallarvegslopet
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Augustus 2010
 
Zutendaal, 23 augustus 2010

Uit het dagboek van een loper

Een eerste 100 km-wedstrijd lopen dat is ..... voor mij alleszins meer dan 11 uur lopen. Omgerekend 100.000 meter, 20 rondes van 5 km, zowat 100.000 passen. Lopen van Zutendaal tot Brussel. Of omgekeerd als je dat liever doet.

Een zestal maanden voorbereiden. Iets willen waarvoor je eigenlijk bang bent of je het wel kan, of je het wel echt wil. Maar ik wil het en als ik iets wil... 100 km lopen: zinloos voor de een, misschien zelfs belachelijk of zot, het 'nec plus ultra' voor de ander, al is die laatste groep wellicht in de minderheid. Starten met 25 deelnemers, waarvan het merendeel oude rotten in het vak, die dit al enkele keren gedaan hebben, meermaals per jaar doen of nog verder lopen. Gelukkig start er vandaag nog een andere debutant op de 100 km. Hij heeft er wel al eens 60 gelopen. Ik maximaal 45 km aan een stuk. Dus ik ben werkelijk het groentje. Niemand die daar smalend over doet. Je wenst elkaar succes.

Klaar, pistoolknal en starten maar. Vaststellen dat iedereen sneller dan jou begint, terwijl je weet dat dit je niet mag ontmoedigen en je je eigen tempo moet aanhouden, maar toch. Had ik hier wel aan moeten beginnen, ga ik me niet belachelijk maken. Ophouden met die negatieve gedachten. De weg ligt al klaar voor je, je hoeft er alleen maar op te lopen en je hebt de eerste twaalf uren toch niets beter te doen. Na 5 km stel je vast dat die afstand natuurlijk vlot gaat, maar je polsslag blijft op 158 terwijl je in training maar gemiddeld 135 slagen per minuut hebt. Heel wat meer dan 60 in rust. Ga je dit wel volhouden? Trager lopen strookt dan weer niet met je schema voor de officiële 12-uren limiet. Want deze wedstrijd wordt nationaal georganiseerd als regelmatigheidscriterium voor lange afstandslopers.

Ik ben blij wanneer ik mijn vrouw Hilde zie bij de eerste doortocht aan de grote bevoorradingspost. Nu al twijfelen welke sportdrank ik deze ronde zal nemen. Toch zorgen dat ik genoeg blijf drinken. Een volle emmer van 10 liter op het hele traject. Ga ik nu al wat eten, een stukje banaan of wat peperkoek, zet ik wel of niet mijn pet op, nu al de zonnebril? De temperatuur zal vandaag gestaag boven de 25 graden Celsius klimmen zonder regen en met een nachttemperatuur van 20°. Prachtig terrasjesweer volgens Frank Deboosere.

Bij elke doortocht krijg ik al meer routine maar ben ik wat bezorgd om mijn oplopende tussentijden. Je wilde toch trager lopen, waarom dan zeuren. Halverwege het parcours stop je telkens 'n vijftigtal meter voor de officiële waterpost en ga je snelwandelen om je loopspieren even wat rust te gunnen. Het wordt warmer en ik begin nu ook net als de anderen mijn rug en hoofd met een volle spons nat te maken. Niks voorzichtig meer; een halve liter ineens. Water dat druipend over je hoofd, je rug en je borstkas loopt en op die manier voor afkoeling zorgt. Alsof je voortdurend in een regenbui zonder druppels voortbeweegt.
Na 8 ronden blij vaststellen dat je al over de marathonafstand bent. Maar ook niet meer dan dat, want nog 60 km te gaan. Alhoewel je daar niet aan denkt. Je mag je enkel focussen op de volgende bevoorradingspost, anders haak je misschien af. Wel voel je je af en toe misselijk van steeds maar weer te drinken, wat smaakt wel en wat niet, vergeet niet te eten; 'n stukje peperkoek is in het begin nog lekker maar een gedroogde abrikoos smaakt nu beter, banaan blijft altijd goed verteerbaar en ook wat zout bij je cola of sportdrank doet wonderen.

Je loopt met je benen en toch loop je eigenlijk vooral met je hoofd. Je wil alles onder controle houden. De eindmeet halen begint al van bij de start. Weer 'n doortocht langs de tijdsregistratie. Er zit al wat meer volk op het kerkplein, je loopt nu op wolken. Ook het kleine aantal vaste toeschouwers, verspreid over het wegparcours, begint je al te herkennen. Je knikt vriendelijk terwijl de een in zijn tuinstoel even stopt met het lezen van de krant, de ander met het wieden van het onkruid. Niet iedereen heeft een vrije dag zoals ik. Sommigen blijven verwonderd kijken, anderen knikken vriendelijk terug, reiken je een spons aan of vullen de waterbekertjes bij op hun eigen tafeltje, dat ze voor jou klaargezet hebben. Niemand heeft hen dit gevraagd en toch doen ze het. Je bent blij met de aandacht en hun steun. Ook de vrijwilligers die het verkeer in goede banen leiden en auto's en fietsers kordaat tegenhouden om je voorrang te verlenen, doen je deugd en ik bedank ze dan ook regelmatig. Op die manier heb ik het gevoel dat ik hun belangeloze inzet een beetje kan vergoeden. Voor één familie ben ik zelfs hun favoriete loper en dat is zeker niet omdat ik de snelste ben. Ik heb blijkbaar hun sympathie gewonnen door af en toe met een kwinkslag te reageren bij mijn passage. Na een tijdje zijn ze blij als ze het fluogroene shirt met het borstnummer van 'den honderdenzeven' zien aankomen. Hij mag zeker niet uit de wedstrijd stappen. Zo blijft ook hun 100 km spannend. Het doet goed dat mensen die je totaal niet kennen, spontaan en zonder beloning met je meeleven en voor je supporteren. Ze willen dat je slaagt voor jezelf en ook 'n beetje voor hen. Op die manier zitten zij tenslotte mee in de wedstrijd.

Niet elke ronde loopt even vlot, gaat het het ene moment nog prachtig, gevleugeld, dan is een ander moment weer wat doorbijten en vechten. Vechten tegen een gevoel van misselijkheid, de zon die in je rug prikt, een tekort aan suiker waardoor je bij de waterpost in het gras moet gaan liggen met tintelende vingertoppen en wazig zicht. Net niet even van de wereld. Paniek komt op maar mijn geest blijft helder. Ga ik nog verder kunnen, is dit het einde, verlies ik niet te veel tijd, ik moet toch zeker niet de handdoek in de ring gooien, ik ben nog maar net over de helft. Zes maanden training. Ik vraag nog een extra bekertje water en daarna nog een aan de jonge vrijwilliger om het over mijn hoofd te kunnen gieten. Hij is bezorgd, gaat het wel, lukt het, wil je wat drinken. Na vijf minuten sta ik terug op. Wankel ik niet, kan ik terug starten? Oef, het gaat, godzijdank kan ik weer lopen. Blijkbaar een hapering in de software, gelukkig geen crash van de harde schijf. Lampjes terug op groen. Nooit gedacht dat ik na 50 km blij zou zijn dat ik terug kan gaan lopen. Ondertussen komt 'n vrijwilliger van Het Rode Kruis op de fiets even poolshoogte nemen. Bedankt, alles loopt weer op wieltjes. Beiden gerustgesteld, fiets hij verder.

Iets later zegt de andere nieuweling dat hij afhaakt als ik hem bereik. 'Dit is niet te doen. Veel te warm.' Hij wenst me succes. Er zijn ondertussen al verschillende lopers gestopt, hoor ik. Dit is niet goed voor mijn moreel, ook bij mij komt er twijfel op, ik zit nog maar pas over de helft en blijkbaar geven zelfs ervaringsdeskundigen er vandaag vroegtijdig de brui aan. Neen, ik ben voor de 100 km gekomen, en die zal ik, als God het belieft, uitlopen. Ik heb niet voor niets wekenlang getraind, zowat 2 marathons verspreid over zaterdag en zondag in de topweekends. Niet beschikbaar voor gezin en huishoudklussen. Met goedkeuring van mijn Hilde, die me dit van harte gunt, bezorgd is voor overdaad en altijd zorgzaam klaar staat met eten en tijdig gewassen sportkleding. Niet het minst uit dank voor haar wil en zal ik slagen. Ook deze ochtend is ze weer vroeg met mij vertrokken en nog steeds trouw op post aan de bevoorrading. Vooral lang wachten om me dan na elk halfuur snel van nieuwe drank te voorzien, mijn tussentijden te noteren en te hopen dat dit blijft duren. Voor haar 'n wedstrijd in een wedstrijd. Zij moet zich haasten om mij voldoende traag te laten lopen. Gekke wereld. Tegen vier uur zal ze zich opnieuw haasten om tijdig op een al langer vastgelegd verjaardagsfeest van een vriendin te kunnen zijn. Schoonzus Lieve en dochter Rein lossen haar af, ik kan gelukkig rekenen op een uitgebreid ondersteuningsteam. Het geeft kracht als je vertrouwde gezichten ziet die er speciaal voor jou zijn.
Dit maakt het lopen aangenaam. En de volgende ronden loopt het weer gesmeerd. Ver voorbij mijn langste trainingsafstanden. Ik voel dat ik kan slagen, de zon schijnt en ze mag schijnen. Mijn te vroeg overleden ouders lopen in gedachten met mij mee. Ik kijk naar boven en knipoog. Dit voelt goed. Ik ga door. Toeschouwers langs de weg worden bekenden. Het is de moeite. Je geest controleert je lichaam en doet dat voortreffelijk. De opkomende spierpijnen zijn een zinvol onderdeel van het ritueel. Geloof kan bergen verzetten, maar dit is daarom nog niet gemakkelijk. Je slaagt enkel door er gepassioneerd aan te beginnen en vooral vol te houden. Natuurlijk moet je gespaard blijven van blessures, maar dan nog: waar 'n wil is, is een weg.

Ook al is mijn weg blijkbaar nog altijd 30 km lang. Dan opeens lichte paniek. Ik moet nog zes ronden. Ik dacht vijf. Mijn stappenteller is te optimistisch. Ik begin te tellen, te rekenen, te herrekenen, blijf lopen, neen ga harder lopen, aan dit tempo heb je theoretisch maar 6 minuten overschot op de eindlimiet. Ik moet, ga harder lopen. Kan ik dit wel volhouden, hoe zit het met mijn hartslag, het zijn wel nog meer dan vijf ronden. Sneller aan de bevoorradingsposten, sponzen onder het lopen, niet stoppen. En wat als ik over de 12 uren ga, mag ik uitlopen, is mijn opdracht nog geslaagd, wil ik dat wel. Niet panikeren, gewoon doen en vooral: keep on running.

Ik blijf naar mijn gevoel hard lopen, ronde na ronde win ik nu tijd terug, mijn doel blijft binnen de limiet finishen, ik ga nu toch niet opgeven zeker. Verdomme neen. Als ik dit tempo kan volhouden gaat het lukken, benen beginnen zwaarder te worden, dit tempo lukt, mijn gelaatsuitdrukking wordt grimmiger, ik lach eerder groen dan van harte, maar ik win tijd. Dat is nu het voornaamste. Geest over lichaam. Kalm blijven maar toch code rood en alarmfase vier. Geen tijd te verliezen. Toeschouwers gaan nog meer aanmoedigen, hoeveel ronden nog, niet opgeven, we willen je zien slagen. Ik steek achterblijvers van de eveneens georganiseerde marathon voorbij, zij na pakweg 25 km, ik na 80 km. Twee doorgewinterde 100 km lopers, met eerst meer dan drie ronden voorsprong op mij, hebben vandaag te vroeg te veel brandstof opgebruikt en kunnen nu alleen nog maar wandelen. Ze bijten letterlijk door. Traag maar gestaag halen ze het uiteindelijk, maar hun eindtijd wordt niet veel scherper dan de mijne.

Elf van de 25 deelnemers aan de 100 km zullen trouwens maar finishen. Het verhaal van de haas en de schildpad. Ik loop nu op mijn snelste tempo. Samen volhouden, wandelaars, schuifelaars en lopers. Respect voor al deze lopers, zij het van de 100 dan wel 42 km. Hun inspanning is even groot, zo niet groter dan die van mij. Samen volharden om je doelen in het leven te bereiken. Dit is eigenlijk geen lijden, wel onder moeilijke omstandigheden doorgaan met volop te leven en zo te genieten van kostbare momenten. Voor de tv zitten is gemakkelijker, maar als je het beste van jezelf kan en wil geven, krijg je oneindig veel meer terug.

Alweer enkele ronden verder. Broer Bart en zijn schoonvader Lambert wisselen Rein en Lieve af. 'Volhouden', roepen ze allen en weer monter ik op. Dit gaat lukken. Ik voel nu mijn eerste en gelukkig enige blaar aan mijn kleine rechterteen. Verrek, dit zal me niet tegenhouden. Doorgaan, volhouden. Even gedreven willen je nieuwe vrienden langs het parcours dit ook. Je moet slagen in jouw en hun wedstrijd. De schemering zet in. Ik wissel zonnebril voor gewone bril. De laatste ronde. Ik kan misschien iets trager gaan, ik zou wel willen want mijn benen weten het nu ook van die laatste ronde. Ik durf niet, wat als er toch nog iets gebeurt. Dus blijf ik even hard doorgaan, ik stop bijna niet meer aan de bevoorradings- en waterposten. Iedere toeschouwer wenst me intussen uit de grond van zijn of haar hart al proficiat. Je voelt dat het gemeend is. Ik dank iedereen terwijl ik stug volhoud. Ik had graag meer tijd gehad om hen uitgebreid te bedanken want zij hebben mee mijn wedstrijd gemaakt.

Geen gedoe met sponsen meer, geen extra bekertjes water, ik durf niets meer aannemen. Dit kan, mag, zal niet fout gaan. Ik wil zelfs maximaal mijn eindtijd verbeteren. Ook als beginneling wil deze jongen vandaag winnen, winnen van zichzelf. De laatste kilometer, 1000 m, 100.000 cm, ja zelfs 1 miljoen millimeter. Een kilometer kan lang zijn, beton is hard. Maar ik zou deze laatste kilometer voor geen meter willen missen. Hoe kleiner hij wordt, des te groter de voldoening. Hebben ze de meet nu niet iets verder gelegd? 'Nr. 107, Jos Thijs, beëindigt na 11:45:37 zijn 100 km,' galmt het door de luidsprekers. Opnieuw kijk ik naar boven. Ik knipoog.

Felicitaties, applaus, 'n t-shirt met reclame van KBC Verzekeringen Hulshout en een lingeriecheque van 10 euro van 'n winkel in Heist op den Berg. Mijn beloning is vele malen groter: je eigen ambitie succesvol volbrengen. En nu mag je stoppen, moet je stoppen, want je benen weigeren vanaf hier dienst. Je geest zegt immers dat het doel bereikt is en de motor slaat dan automatisch af. Bart staat bij de meet, ik leg mijn hand op zijn schouder om niet te wankelen; zijn schouder letterlijk en figuurlijk symbool voor de onvoorwaardelijke ondersteuning die veel mensen je zo niet maandenlang, dan zeker vandaag, hebben gegeven. 100 km lopen kan en wil je niet alleen. Onmiddellijk rinkelt de telefoon. Hilde aan de lijn. Is het gelukt, ja, blij en fier. Dit wordt even het gespreksonderwerp op haar feestje.

Nu nog een professionele beenmassage door twee vriendelijke jongedames die met plezier overuren presteren. Daarna een douche zonder die dames maar met opnieuw veel en nu gelukkig warm water. Het is mijn traagste douchesessie ooit. Voorzichtig en rechtstaand uitkleden om zeker je knieën niet te moeten plooien, want je bovenbenen protesteren heftig. De sproeier brengt verkwikking, maar ik durf de douchegel niet laten vallen, want dan moet ik hem oprapen. Ook afdrogen en aankleden gaan zeer behoedzaam. Daarna tevreden en nog vol adrenaline naar huis.

Deze 100 km lopen is voor mij meer dan zomaar wat lopen of 'n schijnbaar nutteloos tijdverdrijf, dat ik graag beoefen. Het leert je dingen in perspectief te zien en met passie te doen, 'n verrijking als mens, een overwinning op jezelf waarbij je geest je lichaam voortdrijft. En het mooiste is vast te stellen dat anderen met je meeleven en blij zijn in jouw plaats, zonder afgunst en met respect. Als je je hiervoor openstelt is mijn overwinning ook jouw overwinning.

Het leven biedt ieder van ons talrijke en verschillende kansen, maak er gretig gebruik van. Begin vandaag en doe het met een glimlach. Want die glimlach is besmettelijk en kost niets.

Jos Thijs
jos.thijs <at> dommel.be 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
De (zwarte) Meermarathon smaakt naar mééééér met aan elke kuit een masseur

Ondanks veel tegenslag heeft de Meermarathon weer een leuk marathon gerealiseerd.

In de ochtend waaide de hekken nog weg en stond het gras blank van de vele buien maar met veel arbeid, kunst en vliegwerk kon er om 14.00 gestart worden voor een hele marathon, halve of een x aantal rondjes van 4.2 km.

Een leuke kleinschalige marathon met betrokken vrijwilligers en een professionele organisatie.

Bij de drinkpost werd al van verre gevraagd wat je wilde drinken en kreeg je de juiste peptalk.

Die had ik wel nodig want de benen waren zwaar, net zoals het parcours met kiezels, bruggetjes, soppend gras.

Aan de finish stond Wilma Dierx die eerste dame was geworden, heel collegiaal en sportief haar zonnebloemen uit te delen aan mij als tweede dame en aan Magda als derde dame.

Tijdens de massage kreeg ik een ware VIP behandeling met voor elke kuit een masseur.

Dan ga je toch helemaal blij en tevreden naar huis.

Els Annegarn 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
'Bon promenade!’

Dat werd mij toegewenst door de dame die op het 19 km punt achter de tafel met bevoorrading zat. Toen ik het woord ‘promenade’ via een internetwoordenboek vertaalde naar het Nederlands, leverde dit onder andere het volgende op: uitstapje, excursie, mars, trektocht, wandeling, pleziertochtje, ommetje, voettocht, rondreis, expeditie.
Die mevrouw had het dus kennelijk goed begrepen: wat deze mensen, uitgerust met camelbacks, rugzakken en loopstokken aan het doen waren had niets met hardlopen te maken. Maar: Pleziertochtje? Ommetje? Dat was het toch ook weer niet.

Nee, laten we het maar een pittige dagmars met hindernissen noemen, deze 50 kilometer lange ‘Trail des Fantomes’ in de dalen van de Ourthe bij La Roche.
De naam van deze expeditie is goed gekozen, want het spookte inderdaad. Hoe kan ik anders de 9 uur en 30 minuten verklaren die ik voor die ‘luttele’ 50 kilometers nodig heb gehad? Want ik heb toch echt wel doorgelopen. Nou goed, er moest onder een hoek van veertig graden een rotswandje beklommen worden met als enig aangrijpingspunt een rammelende ijzeren ketting; de snelstromende Ourthe moest doorwaad worden, zonder houvast, over spekgladde keien in kniediep water; er zaten 2400 meters omhoog en natuurlijk evenzovele omlaag in die ronde van 50 kilometer; er lagen tientallen omgevallen boomstammen over het pad, dat bezaaid was met rotsblokken of armdikke boomwortels; één van mijn speciaal voor dit soort trails aangeschafte loopstokken brak al na 15 kilometer als een lucifershoutje af zodat ik met twee ongelijke exemplaren verder moest; mijn (te) vol gepropte rugzak viel drie keer spontaan open waarna ik de inhoud weer terug moest zien te vinden tussen varens en doornen; ik heb 27 foto’s gemaakt (foto maken = stoppen, rugzak afgespen, fototoestel eruit, foto maken, toestel terug, slokje drinken, dropje eten, rugzak dicht, rugzak aangespen: 2 minuten per foto oftewel in totaal 54 minuten artistieke bezigheid); ik heb twee meter boven de Ourthe langs een richeltje van 10 cm breed geschuifeld, me krampachtig aan een scheur in de rotswand vastgrijpend (na eerst 2 minuten te staan twijfelen of ik dit wel zou gaan durven); ik ben 20 minuten kwijtgeraakt doordat ik geen pijlen meer zag en, in de veronderstelling verdwaald te zijn, weer een heel stuk ben teruggelopen; van het begin af aan heb ik elke helling die die naam verdiende (en dat deden ze bijna allemaal) wandelend genomen. Want met je energie moet je zuinig zijn, zeker als het warm, drukkend en onweersachtig is.

Maar de beloning was een prachtige totaal-experience in de Ardennennatuur. Dichterbij dan tijdens een trail als deze kan die niet komen. Het klimmen werd beloond met fantastische uitzichten, de doorkijkjes op de soms idyllisch murmelende, soms geruststellend ruisende, soms over watervallen en stroomversnellingen angstaanjagend bulderende Ourthe waren onvergetelijk. Hoe vermoeider je bent, hoe dieper de indrukken bij je naar binnen gaan.

Het was niet alleen vermoeidheid die me langzaam deed gaan. Op een gegeven moment begon ik zó van deze bezigheid te genieten dat het mij niet lang genoeg kon duren. Waarom haasten en risico’s lopen om zo snel mogelijk weer terug te zijn? Dat ik (bijna) als laatste op de Place du Bronze in La Roche terugkeerde betekende dat ik (bijna) het langst van al dit moois heb kunnen genieten. En dat is toch ook een mooie prijs.

De zwaarste tocht van België, staat er op de site. Dat waag ik een beetje te betwijfelen. Olne-Spa-Olne bijvoorbeeld, in ijs en modder, doet er beslist niet voor onder. Maar als mijn verkrampte dijen en pijnlijke armen (ja, door die loopstokken!) voor zich mogen spreken, dan moet het zeker geen sinnecure geweest zijn, deze spookloop door de Ardennen.

André Boom 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Nadat in mei j.l. het piekmoment van 2010 uitmondde in een compleet fiasco, stond revanche symbolisch met hoofdletters in de niet aanwezige agenda geschreven. Alhoewel de benen nog niet super voelen, is de emotie toch sterker dan de ratio: het debuut op een 24 uur. Op basis van revanche een wedstrijd starten is risicovol omdat de geest sterker kan zijn dan de toestand van het lichaam.

In het week-end van 14 en 15 augustus j.l. organiseerde de Lions Club Viborg Denemarken o.a. een 24 uur. Voor de wedstrijd stond verkenning van het parkoers gepland. Een geweldig mooie ronde. Een redelijke pittige ronde van in totaal 5,73 km. Gedurende de eerste kilometer een pittig klimmetje van circa 250 meter. Na anderhalve kilometer weer een 100 meter stijging. Vervolgens tussen de twee en drie kilometer een slingerend bospad met veel glooiingen. Daarna op circa drieenhalve kilometer honderd meter stijging waarna de laatste twee kilometer relatief eenvoudig zijn. Het parkoers is rond een meer genaamd de Sonderso. Totaal tweederde is verhard van de gehele ronde.

Zaterdagmiddag twaalf uur wordt het startschot gegeven. In totaal starten ongeveer een kleine vijftig deelnemers met daarnaast een estafette-loop over vierentwintig uur waaraan een kleine 3.500 lopers deelnemen. Onder ideale weersomstandigheden starten we. Deze omstandigheden veranderen gedurende de vierentwintig uur niet.

De eerste 4 uur ligt het tempo iets te hoog, totaal een halve kilometer per uur boven het geplande tempo. Na vier uur de eerste dip welke snel voorbij is. Vervolgens bewust overgestapt naar een lager tempo. Bewuste keuze omdat debuteren met een afstand van tweehonderd kilometer of meer niet reeel is. De planning is sowieso finishen. Indien dit mogelijk is totaal eenendertig ronden (een kleine hondertachtig kilometer) af te leggen.
Na tien uur volgt de tweede serieuze dip welke een uur duurt. Zelfvertrouwen beneden peil. Is tien uur maximaal? Telkens op een serieuze ultra-afstand is dit de ervaring tot nu toe. Wil er niet aan toegeven. Toch komt het goed. Het verval tussen de eerste twaalf uur en de tweede twaalf uur valt te overzien, in totaal elf kilometer minder gelopen gedurende de tweede helft t.o.v. de eerste helft.

Verbazing bij het zien van de tenten van de solo-lopers. Gaan ze kamperen? Rennen is toch de bedoeling? Idem verbazing bij de slaapzakken, tafels, stoeltjes, keukenspullen etc.. Wil je in de verleiding gebracht worden te rusten, dan wordt het hierdoor alleen maar makkelijker gemaakt. Een aantal lopers eten zelfs een complete warme maaltijd en of een ontbijt. Een paar slapen echt serieus in hun tent. In totaal kost het circa een uur te eten en te drinken, drieentwintig uur rennen zonder te wandelen. Een openbaring.

Dezelfde verbazing gedurende de nachtelijke uren, lopers in trainingspakken soms met handschoenen, terwijl de temperatuur een kleine vijftien graden bedraagt. Niet echt te begrijpen of is warmte c.q. kou een subjectief begrip?

Aangezien de ronde 5,73 kilometer is, worden er geen restmeters opgenomen maar mag je na 23,5 uur niet starten aan de laatste ronde. Na vierentwintig uur en vier seconden gefinisht, waardoor restmeters minder relevant zijn. 177,63 kilometer (31 ronden) resulteert in een derde plaats bij de heren.

Na afloop een moment van evaluatie: vierentwintig uur vloog relatief snel voorbij, had het tempo nog wel een tijdje kunnen volhouden en een vierentwintig uur is eenvoudiger te overzien dan een punt tot punt loop over bijvoorbeeld een honderd miles in Zuid Afrika of op de Ardennen omdat je geen bagage hoeft mee te sjouwen en daarnaast niet attent hoeft te zijn de route niet te verliezen.

Het jaar 2010 is door vierentwintig uur naar tevredenheid afgesloten. De tevredenheid heeft trouwens meer te maken met de rangschikking dan met de afgelegde afstand.

Wordt vervolgd,

Henk Harenberg
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]