Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
14 aug 2018
Monschau Ultrarun nieuwe start
5 aug 2018
Kladno Sri Chinmoy 48 uur
3 aug 2018
Gross Glockner Ultratrail 110 km
26 jul 2018
Dappere renners gaan de snikhete Bokemei Run aan in het Westerpark!
Verslagen in 2018
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
* December
* November
* Oktober
* September
* 25 sep 2011: Jungfrau marathon ofwel de race van de verdwijnende vlaggetjes
* 25 sep 2011: 50 kilometer van Winschoten (met als opdracht ‘genieten’)
* 24 sep 2011: Een warm onthaal in Winschoten
* 20 sep 2011: Op huwelijksreis naar Georgië
* 20 sep 2011: Winschoten 2011: een bittere teleurstelling
* 20 sep 2011: Kedeng-Kedeng in Roelofarendsveen
* 18 sep 2011: Genieten in Roelofarendsveen
* 12 sep 2011: Toad Challenge 2011
* 12 sep 2011: Marathon van Meerssen met babyjogger
* 9 sep 2011: Royal Sky Ultra Marathon
* 4 sep 2011: Als zelfs dromen geen optie meer is
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van September 2011
 
Na de Utrecht marathon (april) en de Stockholm marathon (mei) was het tijd voor de derde marathon dit jaar, de Jungfrau Marathon in Interlaken. Vanuit het regenachtige Nederland rijden we in 9 uurtjes naar het zonnige Interlaken. Vlak voor het centrum worden we door verkeersregelaars naar speciale parkeerplaatsen geleid die voor deelnemers aan de marathon zijn gereserveerd. Allereerst mijn startnummer afhalen. Het is goed georganiseerd. Binnen twee minuten is het geregeld en staan we buiten. Op het grote grasveld voor Grand hotel Victoria komen wat paragliders neer en in de verte zien we een enorme witte berg boven de huizen opdoemen. De eerste kennismaking met de Jungfrau (3454m).

Vervolgens naar Lauterbrunnen waar de auto wordt geparkeerd en dan met de trein naar de eindbestemming Wengen. Wengen is autovrij en ligt een paar honderd meter hoger. Het treintje op de tandradbaan kruipt langzaam omhoog door het Wengenwald, een bos dat we de volgende dag op een onprettige manier zullen ervaren.

Voor het station van Wengen staat de kruier van hotel Kulm Alpenruh met zijn elektrische wagentje al klaar en voor we het weten zitten we op het balkon van onze kamer te genieten van het fenomenale uitzicht op de Jungfrau. Het wachten is op mijn Zweedse runningmate Mikael Björnsson en zijn vrouw Suzanne. Ze vliegen vanaf Stockholm via Kopenhagen naar Basel om vervolgens met de trein naar Interlaken te nemen. Na een hoop op en neer gebel pikken we ze uiteindelijk om half een ‘s nachts op in Lauterbrunnen. Een korte slaap en om 9.00 uur staan we met ruim 4500 lopers klaar voor datgene waarvoor we zijn gekomen; de Jungfrau marathon.

De start is zoals gezegd voor Grand hotel Victoria. Ik voel me goed, ben er klaar voor. Ik heb het idee dat het allemaal wel gaat lukken. Sinds de Stockholm marathon zijn er drie maanden verstreken. Maanden met kleine blessures en onzekerheid. Hamstring, knie, rug, als je de zestig bent gepasseerd gaat het niet meer vanzelf. Maar vandaag voel ik mij goed. Ik prop mijn Succeedpillen naar binnen, eet nog een Powerbar, zet mijn Ipod aan en controleer mijn fotocamera. Alles top. Op het laatste moment hoor ik iemand het woord “sunglasses” uitspreken. Verrek, dat zou ik bijna vergeten. Ik grijp mijn zonnebril uit de tas en lever de bagage in bij de vrachtwagen.

Mikael ben ik intussen kwijt. Die zie ik ook niet meer voor de finish. Ik geloof dat we het beiden op die manier willen. Samen lopen kan eenvoudig niet. Verschillende tempo’s, muziek, inzinkingen. We houden het op een individuele tocht.

Dan klinkt het Zwitserse volkslied en vervolgens begint het aftellen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een vlaggetje boven de menigte uitsteken. Het is een tijdloper. Er zijn er wel een stuk of tien, allemaal met een andere tijd op de vlag. Deze heeft er 4 uur op staan. Ik besluit hem in de gaten te houden. In een vlaag van optimisme denk ik binnen 4 uur binnen te komen. Het startschot klinkt en langzaam zetten de lopers zich in beweging. Ik weet niet hoeveel nationaliteiten er mee lopen maar het zijn er heel wat. In ieder geval veel Nederlanders. We lopen eerst twee rondjes door het stadcentrum van Interlaken en gaan dan richting Lauterbrunnen. Het publiek staat 3 rijen dik, het moeten er tienduizenden zijn. Hop, hop, hop

De temperatuur is goed, tussen de 15 en 18 graden. Spoedig zal het kwik omhoog schieten en boven de 25 graden uitkomen. Veel drinken dus. De eerste klimmetjes zijn easy, we stijgen een paar honderd meter, volgen een smal pad langs de rivier en komen vervolgens langs de spoorlijn uit. De treinen halen ons in en vanuit de ramen schreeuwen de reizigers naar ons. In Zweilütschinen (15 km) komen twee conducteurs in wilde paniek naar ons toe. Als een kudde schapen worden we in een V-vorm geleid en het hele peloton komt voor de spoorbomen tot stilstand. De treinen hebben voorrang en voor ons betekent dat een pauze van een paar minuten. Voor mij geen probleem maar voor een aantal andere lopers wel. Boos schreeuwen ze naar het spoorwegpersoneel dat het geen stijl is maar die geven geen sjoege. Als de bomen opengaan sprint iedereen verder. We bereiken Lauterbrunnen en zijn inmiddels opgeklommen tot 795 meter. De klok staat op 2.01.48 uur. Dan komen we aan bij het Wengenwald. De weg schiet omhoog. Ik begrijp er niets van, de echte stijging zou toch later beginnen? Da’s het nadeel als je vooraf het parcours niet goed bestudeerd. Al snel vallen de eerste slachtoffers. Als we boven komen zit de EHBO post al vol. Ik kijk langs mijn shirt naar beneden en zie bloedplekken. Tepels kapot, een teken dat je veel vocht (zout) verliest. Je shirt gaat dan werken als schuurpapier. Pleisters vergeten, een beginnersfout. Ik ren de EHBO tent in en vraag twee pleistertjes, geen probleem. De onderbreking is opnieuw een welkome pauze. Ik heb intussen de tijdloper met het vlaggetje 5 uur voorbij zien gaan. Langzaam ontstaat het besef dat ik geen gemakkelijke tocht tegemoet ga.

Eindelijk komt Wengen in zicht (1257 meter). Ik heb veel tijd verloren. Wengen is op 30 km van de start en mijn tijd is opgelopen tot 3.33.24 uur. Het vlaggetje 5,5 uur is intussen ook voorbij maar ik maak me nog steeds geen zorgen. Ik zit ruim onder de tijdslimiet (welke tijd is dat eigenlijk?). Uitlopen is nu het motto. Uitlopen en wel zo prettig mogelijk. Ik begin het aardig te voelen in de benen. Mijn kuiten voelen als ballonnen. En door de warmte hebben mijn vingers de vorm van knakworsten aangenomen. Als ik langs een fysiopost kom zie ik een vrije stoel. Ach, waarom ook niet. Ik val neer en wordt gemasseerd door een jonge vrouw. Ze begint de massage van de kuiten maar kijkt mij dan boos aan. “Je kuiten zijn soepel en los” zegt ze in Schwyzerdütsch, “geen massage nodig, daar haal je makkelijk de finish mee, wegwezen”. Het klopt. Vreemd genoeg zijn mijn kuiten super soepel, geen kramp, geen stijve spieren. Wederom doorkruisen we een bos. Op zich gaat het lopen nog wel goed. Bij het 35km punt stop ik even. Ik drink twee bidons leeg, neem nog een gel en een Banana Punch. Nog maar 7 km en dan is het klaar. Maar de weg gaat opnieuw omhoog en wordt zo steil dat ik elke honderd meter even moet stoppen. Het zes uur vlaggetje komt langs. Links van mij gaat een loper over zijn nek. Er komt alleen water uit. Rechts ligt een loper in het gras. Hij kan niet meer. Praten heeft ook geen zin. Ik ga even zitten en wordt ingehaald door een colonne Zombies. Bijna niemand kijkt omhoog. Iedereen staart verstard naar de grond. Een Engelsman ziet mij zitten en ofschoon ik glimlach (vooral niet laten zien dat je moe bent) spreekt hij mij bemoedigend toe “cum on Rob just a few miles”. Ik passeer een helikopter die net een deelnemer inlaad. Er zijn veel uitvallers. “What the hell am I doing here?” Ik passeer het laatste controlepunt “Wixi” op 2000 meter in 5.12.56. Binnen de 6 uur behoort tot de mogelijkheden.

Nog 1,5 km. Dat lijkt een klein eindje maar als je uitgeput bent is dat een hele toer. Ik passeer de Alpenhoornblazers en schiet wat foto’s. Dan kom ik langs de bekende doedelzakblazer die speciaal voor mij een leuk deuntje speelt. Ik bedank hem en start de laatste beklimming. Een controlerend arts vraagt of alles goed gaat. Met mij alles OK. Ik kan nog een grap lanceren: “is this Amsterdam?” De hele controlepost gilt het uit van het lachen. Het zit wel goed.

Dan volgt de laatste beklimming. Ik ben werkelijk aan het eind van mijn krachten. Komt er achter die berg weer een nieuwe of is het eindelijk klaar? Tijdvlaggetjes komen niet meer langs dus ik neem aan dat ik over de 6 uur zit. Als ik boven kom neem ik nog een paar druivensuikers. Daar in de diepte ligt de finish, Kleine Scheidegg. Alleen nog 600 meter omlaag en ik heb het gehaald. Ofschoon ik total loss ben wil ik hardlopend over de finish komen. Vermoeidheid? Nooit van gehoord. Ik start mijn laatste sprint en haal zo nog acht, negen man in. Ze kijken bedonderd maar trekken dan ook nog maar een sprintje. Dan doemt het finishdoek op. Er schiet een brok in mijn keel en ik kijk naar boven, dat beetje hulp kwam goed van pas. Langs de kant staan tientallen mensen te schreeuwen. Hop Rob !! Handig zo’n startnummer met je naam erop. Het is net alsof iedereen je kent. Ik ga steeds harder lopen. De vermoeidheid is weg. Toch komt de laatste piep van de tijdsregistratie als een bevrijding. De klok wijst dik over de zes uur aan. Het zit erop. Ik krijg de medaille om en loop langzaam naar het grote terras voor het beroemde hotel Bellevue. Mijn vrouw komt me tegemoet en zet me op een stoel. Twee minuten later staat er een biertje voor mijn neus en klink ik met runningmate Mikael op de goede afloop. Wat een race ! Veel zwaarder dan ik had gedacht. Ik heb iedere verzorgingspost benut. Heb alles genomen, cola, sportdrank, bouillon, chocolade, banaan, gel etc. Toch sterf ik van de dorst. Ik neem een paar slokken bier maar laat de rest staan. Het gevaar dat de alcohol een negatief effect heeft en dat ik omval is duidelijk aanwezig. Ik haal mijn kleding, ga douchen (jazeker, bovenop de berg is er een doucheruimte ingericht voor zo’n 60 man, klasse !!) en gezamenlijk nemen we de trein(en) naar beneden.

Het doel is bereikt, ik heb genoten. De prachtige omgeving, het heerlijke weer, het afzien (jazeker, een soort sport-sm) en dat goddelijke “finishgevoel”. Ik blijf erbij dat het alle moeite dubbel en dwars waard was.

Wil je meer zien van de diverse (ultra) marathons (foto’s en trailers), ga dan naar: http://www.plijnaar.com


Rob Plijnaar
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Bron: http://arievanhouwelingen.blogspot.com/ (met foto’s)

Zaterdag 10 september; het is 04.30 uur en de wekker gaat. Als de wekker zo vroeg gaat dan doet dat pijn; erg veel pijn. Zelfs toen ik als tiener De Telegraaf bezorgde hoefde ik niet om 04.30 uur mijn bed uit. Maar vandaag wel, want samen met Marco Tramontina ga ik naar Winschoten om deel te nemen aan de 50 km van Winschoten. Er staat ons een lange en hopelijk ook mooie dag te wachten.

Onze deelname is twee weken geleden heel spontaan, zeg maar impulsief bij ons opgekomen. Tijdens ons haaswerk voor de trainingsloop van de Marathon Eindhoven spraken wij over de deelname van onze trainingsmaat Bram van Rijswijk aan het WK 100 km. Wij wilden hem graag aanmoedigen en als we er toch zijn dan kunnen we zelf net zo goed aan de 50 km wedstrijd meedoen. Want als je er toch bent .....

In totaal heb ik drie redenen voor deelname;
1. Bram aanmoedigen,
2. Lange duurlooptraining voor de Marathon,
3. Ik heb altijd al eens willen meedoen aan wedstrijd langer dan de marathon.

Na afloop van ons haaswerk hebben wij onze plannen besproken met Luc en gevraagd of deelname in ons schema past. Luc vindt onze deelname aan de 50 kilometer een prima plan; sterker nog we kunnen er een super weekend van maken door er zondag ook nog een duurloop van 2 uur / 25 km aan vast te plakken. Volgens Luc wordt dit een weekend om nooit te vergeten. Ja, en dat kan je op 2 manieren opvatten.

Marco is een man van de klok en tien voor half 6 komt hij onze straat inrijden. Bij het verlaten van Empel zien we dat de politie op jacht is naar drie jeugdige auto-inbrekers. Deze wedstrijd valt in het voordeel van de politie uit.
Via de Flevopolder en knooppunt Joure komen we na een rit van 2 ½ uur omstreeks 08.00 uur in Winschoten aan. We parkeren de auto dicht bij de finishstraat en de sporthal annex inschrijfbureau. Het is een mooie dag voor de supporters vandaag. Zonnig, lekkere temperatuur en weinig wind. Voor de deelnemers zijn deze omstandigheden minder gunstig. Mij maakt het niet uit; wellicht kan ik mijn bol weer wat aanbruinen.

Na het ophalen van de startnummers en inleveren van de drank voor de verzorgingsposten gaan we buiten op een bankje naar alle activiteiten rondom de sporthal kjken en dat is genieten. Het is erg leuk om alle landenploegen voor de 100 km te zien arriveren. Vele afgetrainde lichamen passeren ons. Het valt op dat er veel lopers zijn die zich tooien met visuele kenmerken. Dit zal wel de categorie zijn als ‘ik met lopen niet opval, dan maar op een andere manier’.

Vandaag zijn er drie wedstrijden:
1 100 kilometer met witte startnummers
2 50 kilometer met gele startnummers
3 10 x 10 kilometer estafette met oranje startnummers.

Er zijn veel, heel veel deelnemers met een wit startnummer. Marco en ik krijgen het idee dat wij de enige 2 deelnemers zijn aan de 50 kilometer. Wij voelen ons watjes / losers t.o.v. de witte startnummers. Voor ons een reden on ons startnummer nog niet op te spelden.

Om 10.00 uur start de 100 kilometer. Gelukkig zien we Bram nog voor de start, zodat we hem succes kunnen wensen. De groep van deelnemers aan de 100 km is groot; enkele honderden deelnemers.
Een kwartier later mogen wij vertrekken, In totaal zijn wij met 90 deelnemers. Opvallend is dat niemand op de 1e rij gaat / wil staan. Bescheiden als ik ben, ga ik daar dan maar staan en even later sluiten Marco, Luc en Oskar ook aan. Wij zijn, incluis Bram, vandaag met 5 Eindhoven Atletiek lopers in Winschoten aanwezig. Niet slecht!

De opdracht is vandaag genieten, genieten en trainen voor onze marathon. We gaan lopen in 4.38 / 4.39 per kilometer, dus rustig aan. Als het lukt, en als we nog zin, moed en kracht hebben gaan we de laatste 10 kilometer versnellen.
Na de start snellen Luc en Oskar uit ons gezichtsveld weg. Vervolgens komen 2 lopers en een groepje van 6 lopers ons voorbij die er ook goed de pas in hebben. Luc en Oskar zien we nooit meer terug, maar van die andere 6 sluit ik niet uit dat we ze gaan stofzuigen.

Het juiste tempo wordt al snel gevonden. De sfeer is Winschoten is fantastisch. Prachtig versierde straten, veel enthousiast publiek en bovenal een mooi parcours om te lopen.
De eerste 10 kilometer gaat snel voorbij in 46.40 minuten. De 2e tien kilometer gaat ook eenvoudig in 46.21 minuten. Wij lopen met ons drieën. Vanaf de start is nog een loper bij ons aangesloten. Uiteraard praat je bij een rustig tempo met elkaar en deze loper verteld dat hij Marcel Swart heet en zich voorbereid voor de Marathon Amsterdam. Hij hoopt in Amsterdam onder een tijd van 2.45 te lopen. Tijdens het lopen blijf ik worstelen met de naam Marcel Swart. Ik ken die naam, maar waar van ook al weer ???

Het voordeel van een 50 kilometer wedstrijd is dat je tijd genoeg hebt om er over na te denken. En opeens schiet het mij te binnen; hij is triatleet geweest. Marcel bevestigd dit. Hij is een keer 4e bij de Hele van Almere geworden. Hij is ook een aantal jaren bondscoach bij de triatlonbond geweest.
Wij hebben in de gelijke periode de lange afstand triatlon in Almere gedaan. Mijn periode lag tussen 1993 tot en met 2000. In die periode heb ik vijfmaal de Hele van Almere volbracht met bijna altijd dezelfde tijden; 3,8 kilometer zwemmen in 1.05-1.10 uur; 180 kilometer fietsen in 5.05-5.10 uur en de marathon in 3.35-4.00 uur.
Marcel is wel de man die het tempo steeds iets opschroeft. Uiteraard is dit zijn goed recht. Marco en ik houden ons eigen tempo aan en bij 26 kilometer neemt Marcel afscheid van ons en vervolgt solo zijn (snellere) weg.

Bij elke 5 kilometer doorkomst staat een verzorgingspost. Ik heb vijf flesjes ingeleverd met voor de 15, 25, 35 kilometer een gelletje erbij. De drank moet je zelf uit een krat pakken (wel even zoeken), maar ik heb tijd genoeg. Het is een training (kilometers maken) en een tijd is niet belangrijk vandaag. De 3e tien kilometer doen we in 46 38. We lopen constant. De benen voelen nog steeds prima.
De zon is achter de wolken vandaan gekomen en het is aardig warm aan het worden in Winschoten. Voor het publiek is dit heerlijk, maar voor de deelnemers, zeker die van de 100 kilometer, is dit minder. Zoals eerder geschreven; warmte maakt mij niets uit, maar om mij heen zie ik veel verhitte gezichten lopen. De verzorging in Winschoten is uitstekend. Bij 500 en 5000 meter staan de officiële verzorgingsposten en daar tussen in vele spons- en waterposten.

Ondanks het vele vochtverlies moet ik halverwege de wedstrijd een sanitaire stop maken en dat komt bij mij niet veel voor. Bij de 32 kilometer stopt Marco voor een 2e sanitaire stop. We spreken af dat ik langzaam doorloop. Ik heb geen goed gevoel bij Marco zijn stop, want even eerder klaagde hij over kramp in de zij omdat hij wellicht te weinig heeft gedronken.
Na een minuutje zie ik Marco nog steeds niet komen. Ik laat het tempo verder zakken en ik blijf omkijken. Ik kijk zelfs teveel om, want ik loop op enig moment de berm in. Helaas Marco zie ik niet meer komen. Ik besluit, met een onprettig gevoel omdat ik Marco alleen laat, solo door te lopen. Ik pak mijn tempo weer op en mijn kilometertijden worden steeds sneller. Ik temporiseer, want ik wil niet teveel lijden in deze wedstrijd en morgen staat er ook nog een 25 kilometer op het programma. Bij het 40 kilometerpunt, 45.05 over de 4e tien kilometer, zie ik Marco staan. Hij is uitgestapt bij 36 kilometer. Vanaf dat punt heeft Marco de kortste weg naar de finish genomen.

In mijn laatste ronde voelen mijn benen nog steeds goed en moet ik voortdurend temporiseren om de kilometertijden rond de 4.30 te houden. Dat ik op dit punt van de wedstrijd moet temporiseren geeft een heerlijk gevoel. Van het snel vertrokken groepje van 6 heb ik de meeste opgeraapt; leuk. Helaas heb ik al vanaf 38 kilometer veel last van mijn maag. Ik heb mijn flesjes van 500 ml sportdrank te snel opgedronken. Dit met gelijktijdige inname van mijn gelletjes zorgen voor de maagklachten. Dit zorgt voor een vreemde combinatie; benen die sneller willen, maar een maag die op de rem trapt. De laatste twee kilometer trap ik echt volop de rem, want ik krijg erg veel last van mijn maag. Toch gaan de laatste tien kilometer in 45.23. Mijn eindtijd is 3.50.06. Tussentijden: 46.40 / 46.21 / 46.38 / 45.05 en 45.23.

Mijn eerste wedstrijd boven de afstand van de marathon zit erop; een fantastische ervaring.
Ik eindig als 6e overall en als 1e 50 plusser met 32 minuten voorsprong op de Italiaan Mauro Firmani en 35 minuten voorsprong op de Pool Janusz Grzegorek. (voor wat deze uitslag waard is).
Tijdens de prijsuitreiking krijg ik een fraaie beker en een bos bloemen. Het is mijn 6e overwinning dit jaar.

Op enig moment brengen Marco en ik onze spullen naar de auto. Onderweg zien wij een deelnemer voor dood op een grasveldje liggen. Hij lijkt echt dood te zijn, want er zit geen beweging meer in. Marco en andere omstanders gaan bezorgd kijken. Het blijkt de Pool Janusz, de nummer drie in mijn categorie te zijn, die ligt bij te komen van de wedstrijd. Alles is goed zegt hij.
Marco kan het niet laten om mij de schuld te geven van dit voorval; “je sloopt je tegenstanders, Arie”.

Op het moment dat we bij de auto komen ontmoeten we ook Bram. Bram had stramme spieren en is uitgestapt. Jammer, erg jammer. Hij had zich zo goed op deze wedstrijd voorbereid.
Bram kunnen we niet meer aanmoedigen, maar alle andere 100 kilometer deelnemers wel, en dat gaan wij dan ook doen. Het is mooi om de Italiaanse geweldenaar Giorgio Calcaterra in 6.27.32 te zien finishen; wat een tijd. Het gemak waar hij mee loopt is indrukwekkend. Top!

Om 18.00 uur verlaten wij Winschoten en om 20.30 uur zijn we weer terug in Empel. Het was een lange dag, maar zeker de moeite waard.
Zondagochtend om 10.00 uur vertrek ik voor mijn duurloop van 2 uur / 25 km. De benen voelen goed en zonder problemen volbreng ik deze training. Het 2e gedeelte van deze training is Elly met mij mee gefietst, zodat ik in “geval van nood” achterop kan springen. Maar dat is niet nodig.

Luc heeft gelijk; dit was een super weekend; een weekend om niet te vergeten!

Arie van Houwelingen
(arie.van.houwelingen<at>ziggo.nl) 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Twee weken na datum druipt de ontgoocheling er nog steeds af. In antwoorden op vragen hoe het is geweest overheerst nog steeds die zweem van ontevredenheid en krijgt de boosdoener van toenmalige dienst nog steeds geen recht op clementie. Heel de zomer hebben we er om gesmeekt, kaarsjes gebrand, al biddend ons hoofd ten hemel gehesen en nu op één van de weinige momenten dat hij/zij dan toch het volk zijn streepje zon gunt, bestaat het dan toch nog dat sommigen hen overladen met alle zonden van Israël of och van waar dan ook. En ik pleit hierbij schuldig.

De donderdag waren we nog in de gietende regen bij 15°C aangekomen in het atletendorp in Stadskanaal, we konden het ons moeilijk voorstellen dat het de zaterdag vollenbak zou zomeren. M’n goeie benen werden loodzwaar onder dit vooruitzicht. Toch slaagde ik er in om het doembeeld van me af te zetten en om goed uitgerust, kalmpjes, goed voorbereid en om vol goeie moed aan de start te verschijnen. En dat heb ik onder andere te danken aan de goeie sfeer in de Belgische Ploeg en de bemoedigende woorden van de coaches. Ook op de organisatie was niks aan te merken, alles was en werd geregeld. Er wachtte ons hier een warm onthaal en daar moest de zon nog niet voor schijnen. Winschoten bruiste van het leven en iedereen was in voor een feestje. En hoewel wij atleten/atletes het feestje aan onze neus moesten laten voorbijgaan, was het toch genieten om te zien hoe het vele volk dit sportief gebeuren een warm hart toedraagt.

Intussen was het WK op gang geschoten en zoals gehoopt en/of verwacht was voelden de benen heel goed aan. Ik kon spontaan, zonder extra onnodige inspanningen het vooropgestelde tempo soepeltjes aan, het voelde heel natuurlijk aan. Maar ik mag stilletjesaan zeggen dat ik op wat ervaring kan teren en ik besefte dus maar al te goed dat een koers pas gelopen is na de volle 100km. Maar overdreven voorzichtigheid was hier anderzijds ook niet aan de orde, onnatuurlijk vertragen zou mij ook niet vrijwaren van de verwachtte strijd met de opkomende warmte. Trouwens dit was ook een WK, dus probeer je te presteren naar best vermogen en ben je het aan jezelf en de ploeg verplicht om te gaan voor het hoogst haalbare. Ik leefde en loopte op hoop dat ik m’n zwart beestje onder de vorm van zwoele hitte vandaag op de knieën zou dwingen en zou slagen in m’n missie.

Ik verzorgde m’n bevoorrading, bleef gefocust, maar trachtte ook zo ontspannen mogelijk te blijven en werd daarbij geholpen door de vele aanmoedigingen van een enthousiaste menigte, door de vele kinderen die ons sponsen aanreikten terwijl hun vriendjes een eindje meeliepen om iets verder de uitgewrongen spons terug aan te nemen. Ultralopen saai? Dan toch niet in Winschoten.

Halverwege kwam ik door na ongeveer 3u34’ of zo, op schema voor mijn beoogde sub 7u15’ die ik tot nu vruchteloos achternahol. Op dat moment had ik er nog goeie hoop op dat het mij nog zou lukken, maar ik wist ook dat het eigenlijk nog allemaal moest beginnen. Na een dikke 60km verloor m’n maag als eerste de strijd tegen de hitte en de hoge luchtvochtigsheidsgraad. Nog een rondje verder werden m’n voeten alsmaar zwaarder want intussen was de moed serieus in m’n schoenen gezakt. M’n hoofd werd alsmaar ijler en ik begon schrik te krijgen, het zouden nog lange 20 kilometers worden en als ik de finish haalde restte mij allleen het vooruitzicht van een zware ontgoocheling.

Tranen prikkelde mijn ogen en het denken aan opgeven spookte door mijn hoofd. Maar de aanmoedigingen van publiek, coaches, volgers, andere atleten sleurden mij er door. En opgeven stond tot nu toe nog steeds niet in m’n woordenboek en ik zou het m’n levenlang mezelf niet vergeven als ik het er die dag zou ingeschreven hebben. Wat wederom voor mij met een gevoel van dramatiek als calvarietocht kan omschreven worden heeft geen recht op een plaatsje in de geschiedenisboeken, wel hoort daarin de Run Winschoten dat er zorgde voor een warm onthaal voor de atleten en dat was niet alleen te danken aan de zon, maar bovenal aan de vele mensen die dit gebeuren mogelijk maakten en dit tot één groot feest maakten. En ook de winnaars bestaande uit de kampioenen, medaillewinnaars en degenen die wel de verwachtingen inlosten verdienen een plekje op het hoogste podium. En ik als verliezer moet nu maar dringend eens m’n ontgoocheling doorspoelen en me terug opmaken om vooruit te blikken, er wacht mij immers nog steeds een sub 7u15’ muur te slopen.


Gino Casier
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Na 17 jaar samenwonen, zijn Mea en ik op 19 augustus 2011 getrouwd. Onze huwelijksreis ging (niet geheel toevallig!) naar Georgië, waar op 10 september. de Kazbegi-bergmarathon werd georganiseerd. Voor Mea de halve en voor mij de hele marathon. De dag voor ons vertrek had ik eerst nog de 50 km. Monnikenloop op mijn naam geschreven (jawel, ik kwam als 1e binnen) en toen met een nachtvlucht van Turkish Airlines via Istanbul naar eindbestemming Tblisi. Het is de hoofdstad van Georgië. Het land is sinds 1991 onafhankelijk, het heeft een eigen, unieke taal met een alfabet van 33 letters en telt zo’n 4,6 miljoen inwoners, waaronder Sandra Roelofs, de vrouw van president Saakasjvili.

Op de luchthaven werden we opgewacht door chauffeur/gids Nico. Het was een zeer vriendelijke, gelovige en beleefde man, die helaas maar twee woorden Engels kende. In de loop van de 10 dagen kwamen we erachter dat hij wél vloeiend Russisch sprak, overgehouden aan de tijd dat hij verplicht in het Russische leger gediend heeft.
De eerste dag hadden we een indrukwekkende stadsexcursie. Tblisi is een moderne stad met veel kerken, kloosters en prachtige gebouwen. Maar je ziet er ook veel armoede. De volgende dag gingen we naar Gudauri, een skioord op 2300 meter waar we 2 dagen ‘trainingskamp’ hadden om alvast aan de hoogte te wennen. In Soest hadden we bij Lijf en Visie al gebruik kunnen maken van een hoogtekamer. Daar werden de omstandigheden op 3000 meter nagebootst en dat was al direct merkbaar bij binnenkomst in die kamer. In Guduari hebben we veel gewandeld en hard gelopen in de prachtige natuur en toen ging het richting Kazbegi. Het dorpje ligt op 5 kilometer van de Russische grens, naast de brandhaarden Zuid-Ossetië en Tsjetsjenië in de Kaukasus. Kazbegi ligt op 1500 meter. De gelijknamige berg is met 5047 meter de op een na hoogste van Georgië. Tijdens de hele en halve marathon zouden wij tot 2170 meter komen, dus zijn we, na ons geïnstalleerd te hebben in het ons pension, de route maar eens gaan verkennen. Wandelend naar het hoogste punt, waar de beroemde 14e eeuwse Tsaminda Samebakerk ligt.

Ziek!
Hoe goed je je ook voorbereidt op zo’n marathon, je hebt nooit alles in de hand. En dat bleek overduidelijk de middag voor de grote dag: ik kreeg hevige diarree en was constant misselijk, zonder wat te eten. De volgende ochtend tóch met veel moeite uit bed gekomen om een poging te wagen voor de zware trail marathon. Ziek, richting de start samen met Mea, om ons te melden en onze startnummers te halen. Onze Duitse loopvrienden van de countrylist waren al aanwezig, ook mijn loopvriend Peter Maier, waarmee ik vorig jaar samen de Minsk marathon heb gelopen. Hij bleek ook diarree te hebben. Gelukkig, gedeelde smart! We spraken af ook dit maal samen de marathon te lopen, zo goed en zo kwaad als dat zou gaan. En dat op slechts een hapje brood.

Na toegesproken te zijn door verschillende notabelen, gingen de hele en halve marathon om 10 over 10 van start. Tien minuten later dan gepland. Het was koud. Maximaal 5 graden, mist, veel wind. Alle dagen ervoor hadden we 25 tot 30 graden gehad en nu stonden veel lopers in een hele outfit mét handschoenen aan de start. Wij ook. Na het startschot gingen de ruim 100 atleten uit 15 landen op pad. In het begin liepen we samen met Mea. We zagen prachtige rivierbeddingen, totdat zij linksaf en wij rechtsaf moesten. Dag Mea, veel succes!

Vleugeltjes
Onze route ging constant omhoog, richting een oude ruïne boven op een heuvel. Daar was het keerpunt met een prachtig uitzicht. Daarna via de doorgaande weg en over grindpaden naar een dorpje waar de tijd leek stil te hebben gestaan. Onze route ging verder, tussen varkens, paarden en kippen door, richting Kazbegi waar het zwaarste deel van de route zou beginnen: de klim naar 2170 meter hoogte. Peter en ik liepen allebei met pijn in maag en darmen. Tot onze verbazing konden we toch goed doorlopen, zonder eten, met slechts af en toe een bekertje water. In Kazbegi kreeg ik weer vleugeltjes: Mea stond er te juichen en vertelde me dat ze 1e was geworden bij de halve marathon. Zó knap van mijn vrouw!

Voldaan en heel gelukkig
Vanaf kilometerpunt 33 ging het bergop, via een trailpad naar de 2170 meter. Het was inmiddels warm geworden en ik had m’n trainingspak uitgedaan. We bereikten het hoogste punt van de route op 38 kilometer. We genoten er van het prachtige uitzicht op de besneeuwde Kazbegiberg. Peter ging foto’s maken bij de kerk en ik nam een moment de tijd om te zitten en bij te komen. Daarna volgde de prachtige, maar gevaarlijke afdaling. Het was een makkie na alle pijn die we gevoeld hadden. Moe, maar voldaan en heel gelukkig, finishten we allebei in 5.20.13. We behoorden tot de 29 lopers (waarvan 1 vrouw) die de finish gehaald hadden. Het was een perfect georganiseerde marathon en inmiddels zijn we weer thuis met een prachtig dry-fit shirt, certificaat en een schitterende medaille.
De Kazbegi-bergmarathon was mijn 98e marathon, gelopen in 58 verschillende landen. Op 1 oktober ga ik de Zeeland-marathon lopen en dan bij de Soester bosmarathon (http://www.bosmarathon.eu) mijn 100e.


Jaap van den Berg
 
 
[ top pagina ]