Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
21 mrt 2017
50 km Salland Trail versus 50 km van Krimpen
3 mrt 2017
Tel Aviv is als Omsk: een mooie stad, maar net iets te ver weg
27 feb 2017
Van het Hoornsemeer tot Landgoed Vosbergen
13 feb 2017
Brocken Challenge 2017
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* 22 mrt 2012: Le Trail des Piqueurs
* 21 mrt 2012: Hardmoors '42'
* 20 mrt 2012: Balaton Szupermaraton 2012: Hajra hajra!
* 14 mrt 2012: Verslag van Micha Havreluk van de 50/100 km van Madrid
* 12 mrt 2012: De Salland Trail 2012: Loopt ie hem of loopt ie hem niet?
* 12 mrt 2012: Verslag Scheveningen-Zandvoort marathon
* 11 mrt 2012: Salland trail 10 maart 2012
* 11 mrt 2012: Han Frenken loopt met Tarahumara indianen in de CCUM
* 10 mrt 2012: Wereld Best Prestatie M60
* 7 mrt 2012: Ludo Depoortere in de 6 uur van Stein
* 6 mrt 2012: Verslag van Thijs Claassens over de 6 uur van Stein
* 5 mrt 2012: De Zes uur van Stein
* 5 mrt 2012: 17DE Meuleberg Recycling 6-uursloop 2012
* Februari
* Januari
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van April 2012
 
Ongeveer twee jaar geleden begon in Gilze mijn leven als ultraloper. Of eigenlijk: loper van verlengde marathons, want ultraloper ben je eigenlijk pas als je langer loopt dan pakweg twaalf uur, aldus loopgod Yiannis Kouros. Mijn debuut als echte ultraloper zal ik nog even uitstellen. De achterliggende winter heb ik sterk overwogen om mee te doen aan de hele Jan Knippenberg Memorial, à 160 kilometers. Maar na de 100 kilometer in Deventer heb ik te lang te weinig duurlopen gedaan. Ergens in februari heb ik definitief mijn verlies genomen: geen JKM. De focus zal nu liggen op de marathon van Zeeuws-Vlaanderen en de zes uur van Den Haag, in respectievelijk mei en juni. Tussendoor zal ik nog deelnemen aan een aantal wedstrijdjes en Gilze was een van de tussenstations.

Deze editie moest echter speciaal worden, dus tussenstation is eigenlijk het verkeerde woord. De wedstrijd is op zichzelf al een bijzonder verhaal. Deze wordt namelijk georganiseerd door een stichting. Stichting ‘De Lotgenoten’ zet zich al jaren in om zoveel mogelijk geld in te zamelen voor een goed doel, te weten kankerpatiënten en hun omgeving. Jaarlijks wordt het ingezamelde geld gebruikt om een specifiek doel te ondersteunen of te realiseren. Ik heb afgelopen winter zelf intens meegevoeld met een kankerpatiënt. Mijn oom, oom Rinus, verloor na een jarenlange strijd van de ziekte. De ziekte sleepte zich al jaren voort en de behandelingen sloegen steeds niet goed aan. Half december ging het ineens heel snel bergafwaarts. Onbegrijpelijk snel. Ingrijpende gebeurtenissen stapelden zich in hoog tempo op en waren veelal van definitieve aard. Dat zijn dingen die je eigenlijk met een pen niet kunt beschrijven. De laatste weken wisselden mooie momenten zich af met dieptepunten in een hospice in Zeeland. Mooie momenten door de liefdevolle verzorging, dieptepunten omdat z’n lichaam hem in de steek liet. Ik mocht die laatste weken met hem meebeleven. Soms zijn er belangrijkere dingen in het leven dan lopen…In Gilze kreeg ik de mogelijkheid om wat te doen voor het goede doel door middel van een zware loopinspanning. En aangezien mijn oom het zo leuk vond als ik in de krant stond na een succesvol verlopen wedstrijd...Gilze moest dus speciaal worden.

Nog even terug in de tijd. Twee jaar geleden begon dus mijn grote avontuur. Een missie richting het standbeeld van koning Leonidas in Sparta. Naar dat moment dat je je hand op een van z’n voeten legt en je dat lauwerkransje op je hoofd krijgt…Ik droom er vaak over en niet alleen ’s nachts. Het wordt een lange weg met vele ups en downs, en zoals het Evangelie van Mattheüs (22:14) wijs opmerkt: “Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.” Als het uiteindelijk niet lukt, kan ik zeggen dat ik het heb geprobeerd. Tijdens die eerste hypermarathon bleek dat het niet alleen een lange weg zou gaan worden, maar ook een moeizame. De race over toen nog 65 kilometer mislukte volledig. Na een goed begin werd het een urenlange lijdensweg: te weinig inhoud en ervaring, waardoor ik bijna zes uur onderweg was geweest. In 2012 dus een tweede poging. Vorig jaar had ik na een blessure namelijk besloten om ‘slechts’ de marathon te lopen. Maar ik wilde graag terugkomen in Gilze voor de 62,5 kilometer. De sfeer rond de wedstrijd is prettig; geen massahysterie, goede verzorging en een persoonlijke benadering. Kortom, alle ingrediënten voor een leuke dag.

Nu naar de wedstrijd zelf, naar de kleedkamer voor de start. De tweevoudige winnaar, de Pool Marcin Sieja, blijkt ook weer aanwezig. Vandaag wil ik winnen, maar die Pool is wel erg goed. Ik merk overigens dat ik voorafgaand aan een wedstrijd altijd onder de indruk raak van de concurrentie. Al die zalfjes, drankjes, gelletjes, meefietsers, en prachtige schoenen! Dat moeten vast en zeker ijzersterke atleten zijn, denk ik op zo’n moment. Het tegendeel is vaak de waarheid: hoe mooier de uitrusting en geavanceerder het voedsel, des te minder hard er gelopen wordt. Ik kleed me om en eet nog wat in deze mooie accommodatie. Om half elf is de start. Het is wel fris en gelukkig ben ik vlak voor de start nog even teruggegaan naar de kleedkamer om mijn shirt met lange mouwen onder mijn singlet aan te trekken. Later zou een vriendelijke meefietsende man van de organisatie mijn shirt aanpakken om bij de finish in mijn tasje te stoppen. Hij blijkt, net als ik, een Roparunner te zijn en dat schept niet alleen een band, maar ook een gezellig praatje onderweg.

De start verloopt naar wens en ik kan een ontspannen tempo inzetten. Ik pak vrijwel meteen de leiding in de wedstrijd. Om me heen is het de eerste kilometers nog een drukte van belang, aangezien er een groot aantal estafetteteams een generale repetitie doen voor de RoPaRun. Wel prettig om mee te dribbelen tussen die lopers, hoewel opletten geblazen met al die meerijdende auto’s en fietsers. Een team met gele shirts zal gedurende de eerste vijf ronden – een rondje is iets langer dan tien kilometer – steeds vlak voor me of net achter mij lopen. Zonder een woord te wisselen leer je ze stuk voor stuk kennen, de lopers en de meefietser. De laatstgenoemde fungeert vooral als prettige praatpaal voor haar lopers. Van een van de lopers volg ik een aantal gesprekjes met de meefietsende dame. Deze loper is een man met een bril en tatoeages op zijn benen. Hij heeft overigens geen geel shirt aan en is naar mijn idee de minste loper van het stel. Ik loop hem een aantal keren voorbij. De eerste keer hoor ik hem praten over het feit dat het nog behoorlijk koud is. En enige tijd later dat het warm is. Ik gniffel bij het horen van deze constateringen, en denk iets in de trant van: ‘concentreer je nou maar op het lopen, want je teamgenoten lopen een stuk sneller.’ De meefietsende dame kan alleen maar bevestigende woorden spreken. Zij heeft in het begin last van koude handen. Ik vraag me in zo’n geval altijd af wat er dan maandag op kantoor wordt medegedeeld aan collega’s. Waarschijnlijk, als ik mag fantaseren, zoiets: ‘...van waterkoud naar snikheet, vreselijk afzien maar toch als sterk collectief de eindstreep gehaald…’. Enfin, dit allemaal geheel terzijde. Het gezelschap zou overigens een paar minuutjes eerder finishen dan ik. Eigenlijk wel jammer, want niets is leuker dan als ultraloper in je eentje een heel team achter je weten te houden.

Na een eerste opwarmronde weet ik dat ik op het goede tempo loop. Dit zal ik moeten volhouden tot het punt van veertig kilometer. Ik neem me voor om tot die tijd zonder vermoeiende overpeinzingen te lopen – gewoon doorlopen, en na 40 kilometer kijken hoe ver je de mentale reserves moet aantasten. De uitvoering van dit plan gaat helaas mis. Neurotisch als ik ben, stoor ik me vanaf het begin enorm aan de tweede loper in de wedstrijd (Boersma). Hij blijft namelijk voortdurend vlak achter mij lopen. En daar kan ik dus niet tegen. Op zo’n moment bekruipt mij een wat primitief gevoel: hij vormt een bedreiging voor de winst, en maakt gebruik van mijn tempo. Een onzinnige en onnodig vermoeiende gedachte. Deze zelfkwelling duurt ruim twee ronden, want na pakweg 23 kilometer maak ik even een sanitaire stop. Oftewel gewoon pissen langs de kant van de weg. Hij komt daarop voorbij zeilen en neemt de sterke Sieja met zich mee. Ik neem voor een kort moment plaats achter de twee en hoor Boersma zeggen dat hij ongeveer ‘funf Stunden’ over de wedstrijd wil doen. Ik vind dat hij nu veel te hard loopt van dat doel, maar ik zeg er niks van. Sieja slaat vervolgens een paar honderd meter verderop af voor een grote of kleine boodschap. (Ik denk een grote want hij neemt een behoorlijke afslag de bossen in). Zonder praten loop ik door. Alleen. Ik wil alleen lopen en niet praten.

Boersma en ik blijven wel bij elkaar in de buurt, maar ik verlies steeds tijd bij de drankpost. Zijn vriendin voorziet hem per fiets van drank en voeding, waardoor hij wel kan doorlopen bij de drankposten. Ik heb eigenlijk nooit, op een uitzondering na, begeleiding bij me. Dat went eerlijk gezegd wel. Sterker nog: ik doe het graag alleen, zeker als ik ernstige kortsluiting tussen de oren krijg. Ik wil niemand lastigvallen als ik weer in zo’n heftige strijd met mezelf ben. Een goede vriend van me reed vorig jaar mee tijdens de Eemmeerloop. Vooraf had ik al gewaarschuwd dat ik op een gegeven moment in zo’n wedstrijd ga zwijgen en blijf zwijgen. Tijdens zo’n fase gaan er overigens de gekste dingen in me om. ‘Je moet nu stoppen en uitstappen’, bijvoorbeeld. Niet echt motiverend dus. Maar hij ging mee, ongeacht wat er zou gebeuren. Hij reikte drankjes aan op de momenten dat het nodig was en ik was hem daar dankbaar voor. Tijdens die loop was het ongeveer 25 graden en dan kom je vanzelf op een punt dat het je niet kan schelen waar de drankpost is en hoe lang dat nog duurt; ik heb nu vocht nodig! Jirsi zorgde dat het in orde kwam. Het gevolg van dat lopen zonder begeleiding is uiteraard wel dat ik steeds tijd verlies ten opzichte van lopers die alles naar wens krijgen geserveerd van hun soigneur. In Gilze is het weer warm, en is zorgvuldig drinken van levensbelang. Een post maar half meepakken levert namelijk vijf kilometer straf op, want zo lang duurt het tot de volgende post. 

Bij de derde doorkomst loopt Boersma voorbij. Hij neemt echter nooit meer dan ongeveer 500 meter. Ik blijf rustig, maar zie wel dat mijn overwinning in gevaar komt. Hij gaat snel. En hij had nog wel gezegd dat hij er ongeveer vijf uur over wil doen. Hij loopt voor dat schema veel te hard, want de klok staat bij de vierde doorkomst na ruim 41 kilometer op ongeveer drie uur en vijf minuten. Hij heeft gebluft, zich misrekend, of wat dan ook, en loopt nu ruim twintig minuten onder dat schema. Dat leidt af en ik word onzeker. Wat moet ik doen: meegaan of m’n eigen tempo lopen? Ik wil hem sowieso niet uit het zicht verliezen dus volg ik, al is het op ruime afstand. Een kilometer voor de vierde doorkomst merk ik dat hij tempo aan het verliezen is. Ik loop nog ontspannen en versnel niet, maar ik kom toch rap dichterbij. Een paar kilometer na die vierde passage loop ik hem voorbij. Hij is druk bezig met voeding en vocht en ik vermoed dat hij te laat is geweest met die twee dingen…

Nu begint de wedstrijd echt. Nog maar twintig kilometer te gaan. De benen voelen goed, de armen willen nog meezwaaien en de ademhaling gaat, ondanks de warmte, soepel. De voeten vormen helaas weer een punt van irritatie en de maag is een beetje leeg. Ik heb net twee gelletjes genomen, maar schakel over op mijn wondermiddel. Je kunt er roest mee verwijderen, maar ook een ultraloop mee winnen: cola. Ik loop nu ook weer achter de auto. En dat is prettig. Aan het begin van de wedstrijd heb ik dat ook even gedaan. De chauffeur dacht toen dat ik de koploper in de marathon was. Een misverstand en de auto verdween even later, om nu, nu de winnaar van de marathon is gefinisht, weer voor me te rijden. Ik ken dit fenomeen nog van vorig jaar: een auto die als het ware de weg voor je plaveit. De aardige chauffeur en bijrijder klokken na ruim 50 kilometer mijn voorsprong. Ik hoop dat de auto zo lang mogelijk weg blijft, want dat zou betekenen dat ik een ruime voorsprong heb opgebouwd. Ik weet dat Boersma niet meer voorin zal terugkeren. Voor de Pool ben ik wel bang. Hij oogde na 23 kilometer totaal niet vermoeid en ik heb ergens gelezen dat hij tijdens de vorige editie toesloeg in de laatste ronde. Ruim vier minuten geven de heren in de auto door. Ik kan gerust zijn; als ik dit tempo doorloop is er niets aan de hand. Maar rustig ben ik nochtans allerminst. Ik ga rekenen: ‘wat als hij nou vijftien per uur gaat lopen en ik slechts twaalf, dan…want mijn voeten willen niet meer en ik heb dorst….’ Hier komen die rare gedachten weer om de hoek kijken. Ik neem bij de laatste post nog een cola en wat sportdrank en loop onbedreigd, maar met af en toe een blik achterom, naar de finish.

Kort nadat ik Gilze voor de zesde maal ben binnengelopen, maar net voor het laatste rechte stuk naar café ‘De Tip’ waar de finish voor de deur ligt, vier ik heel even ingetogen deze geslaagde missie. Ik sta morgen in de krant – wat oom Rinus altijd zo leuk vond...

Na afloop sprak ik overigens nog even met Boersma. Onderweg hadden we niet gepraat en ik voelde me een beetje ongemakkelijk (lees: onbeleefd) door het feit dat ik gedurende de race zelf geen gesprekje had aangeknoopt. Hij was gewoon te snel gegaan tijdens de middenfase van de wedstrijd, maar hij haalde toch zijn doelstelling en was ruim binnen de vijf uur gefinisht. We gingen nog even op de foto en namen de prijzen in ontvangst. Bij deze wil ik de organisatie nogmaals bedanken voor dit fijne evenement. Graag ben ik volgend jaar weer van de partij!


Dave Boone
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
VERSLAGEN van Maart 2012
 
Gelokt door een fantastische beklimming van een met granietzuilen bedekte helling had ik me ingeschreven voor de Trail des Piqueurs in het Franse gebied Livradois in de Auvergne rond het dorpje Saint Jean des Ollieres. Dat ik die helling nooit heb gezien is wel een beetje jammer.

Een week voor de trail bekeek ik nog wat foto’s en filmpjes van de race van vorig jaar. Ook kwam ik nog een verslag tegen van Gideon Zadoks. Hier werd ik toch wel een beetje nerveus van. Door iemand op de atletiekvereniging werd de trail nog het best verwoord met de opmerking: ‘Vind het overigens meer lijken op een survivaltocht dan een hardloop-evenement!’ Het werd allebei.

De start was om 5 uur ‘s ochtends. Ervoor was er nog een briefing door de organisatie maar daar heb ik niets van begrepen. Voor de zekerheid had ik nog wel even gevraagd hoe de markering was. Die markering was over de gehele route uitstekend aangegeven dus dat gaf geen problemen. Het zonnige weer van de dagen ervoor was verdwenen evenals een deel van de temperatuur. Met 5 graden en flinke regen, maar gelukkig weinig wind, mochten we starten. De trail begon in het donker met een afdaling over een weideveld. Daarna volgde een nog goed te belopen nat bospad. Ik zat gelijk aan de staart van het peletonnetje van net 50 lopers. Iedereen liep met een regenjasje, maar ik had een regenponcho van 1 euro om. Voordeel daarvan is dat ook mijn rugzak (officieel waterdicht, maar in werkelijkheid niet echt) droog blijft.

Na zo’n 5 km kwam het eerste serieuze obstakel, een helling bestaande uit granieten zuilen die soms los lagen. Vooral onderin was het lastig om steeds een goede steen te vinden waar ik op kon staan. Hogerop werd het steiler en konden ook de handen worden gebruikt om evenwicht te houden. Wat olielampjes zorgden nog voor een sfeervolle aanblik. Bovengekomen volgde het eerste padloze gedeelte. De lintjes vormden een zigzagroute tussen de bomen. Daarna volgde weer een makkelijker gedeelte met normale paden en af en toe een stukje asfalt door een dorpje. Nu werd het licht en droog. Alleen de paden bleven goed nat. Nadat we een meertje waren gepasseerd begon een lastig stuk door een bos. We volgden vooral een beekdal, waar het pad af en toe dwars door het beekje heen liep. Hier waren ook de eerste modderige gladde hellingen. Daarna volgde weer een open stuk waar voor het eerst de mooie omgeving was te zien. Na de verzorgingspost ongeveer halverwege de eerste ronde volgde een langer stuk door het bos, ook weer vooral langs een beekdal. Ook nu weer liep het pad soms dwars door het beekje en soms liep het beekje over het pad. Daar was dan een pad op de steile hellingen verzonnen door de organisatie. Maar veel moeilijker werd het in het eerste rondje van 38 km niet. De lol begon pas in het tweede rondje.

Na 6:15 uur lopen was ik terug in Saint Jean des Ollieres. Daar zocht ik eerst het toilet op en daarbij heb ik, denk ik achteraf, een richtingwijzer over het hoofd gezien en ben ik waarschijnlijk over de wandelroute doorgelopen die ook met rood-witte lintjes was gemarkeerd. En daardoor heb ik de beruchte helling van de foto’s en filmpjes op de website gemist. Maar niet getreurd er kwamen nog andere leukere hindernissen. In het begin waren dat vooral modderige paden. Een voordeel van als laatste lopen is dat heel goed zichtbaar is waar andere lopers zijn weggegleden. Dat kon ik dan mooi omzeilen. Nadeel was soms weer dat er geen goed stukje meer over was. Ondanks dat het al weer even droog was stroomde het water nog steeds vrolijk over de paden naar beneden. Een tijd lang dacht ik dat ik een steentje in mijn linkerschoen had onder mijn grote teen en een beginnende blaar bij de 1 na kleinste teen, maar bij het uittrekken van de schoen om het vermeende gemene steentje te verwijderen bleek dat door alle nattigheid mijn binnenzool naar voren was geschoven. Die heb ik weer zo goed als kon recht gelegd. Om daarna die zeiknatte modderige schoen weer goed aan te krijgen was nog een hele opgave. Maar nog steeds geen al te grote problemen.

Maar dan kwam het sprookjesbos van het beekje de Martinanches. Het begon nog leuk onderaan het dal. Eerst passeerde ik een wat norse parcourswachter en liep toen tegen het water van de Martinanches op. Deze was hier vrij breed en aan de overkant was wat onduidelijk hoe ik verder moest. Dus ik kijk de man vragend aan hoe verder, maar die keek terug met een blik van ‘jij wil naar de overkant, zoek het maar uit’. En daar had hij wel gelijk in. Even later hield het paadje dat er nog was helemaal op en wat overbleef was een mooi met mos overdekt bos op steile hellingen langs het beekje en grote rotsblokken op de route. Ik vond het net een sprookjesbos. Buiten de lopers van de trail des Piqueurs komt er vermoedelijk nooit een sterveling. Het is dat lintjes een route aangaven anders zou ik nooit geloofd hebben dat de trail hier langs liep. Het eerste stukje liep langs het beekje met verschillende klauterpartijen over de rotsen. Ook het snelstromende beekje moest weer een keer doorgestoken worden. Maar bij het volgen van het beekje raakte ik ineens de lintjes kwijt. Na 100 ondoordringbare meters zonder lintjes ben ik omgedraaid. Na het passeren van het beekje draaide de route gelijk terug steil de helling op en dat had ik gemist. Takken en boomstammetjes gaven de nodige houvast om op de gladde steile helling naar boven te komen. Een keer gleed ik weg toen ik net met beide handen aan een tak en een stam hing. Mijn gezicht kwam in de modder terecht en bij het dichtknijpen van mijn ogen bleek ook mijn linker wenkbrauw enig houvast te bieden, maar toch niet voldoende om boven te komen. Na elke 5 passen omhoog moest ik even stoppen want mijn hartslag galmde door het bos heen. Zulke steile hellingen liggen mij gewoon niet.

Na een stukje hoog op de helling evenwijdig aan het beekje gelopen te hebben liep de route weer naar beneden. Nu hing er ook een touw bij. Weer gleed ik uit en de kramp sloeg in mijn been. Daar hing ik dan, wachtend aan het touw tot de kramp weer wegtrok. Andere steile stukjes naar beneden hadden geen touw en aan de sporen van mijn voorgangers kon ik wel zien dat niet iedereen overeind was gebleven. Ik liet het er niet op aankomen en gleed zittend over de modder naar beneden. Na nog een passage van het beekje en een steile helling met wat touw omhoog was ik eindelijk boven op een normaal pad. Over dit stukje van circa 1,5 km heb ik zeker een uur gedaan. Eigenlijk was dit stukje wel voldoende als leuke dag vulling. Of misschien 2 van deze stukken met een picknick tussendoor. In deze trailachtbaan was ik ook aardig misselijk geworden. Dat kwam het tempo in de rest van de race niet ten goede.

Ook na de Martinanches hield de lol niet op. Gewone paden, modderige paden, bospaden en geen paden wisselden elkaar af. Af en toe was er nog een parcourswachter maar verder liep ik daar alleen rond en volgde het spoor van lintjes. Nog een flink regenbuitje zorgde voor nog wat extra water op de modderige paden. De poncho maar weer snel tevoorschijn gehaald, maar die bleek in het eerste gedeelte wat extra gaten te hebben gekregen dus het was even zoeken naar de juiste voor armen en hoofd. Misschien is op dicht begroeid terrein een poncho toch wat minder handig.

Echt vlak was het nergens, maar omhoog betekent ook weer naar beneden en op de flauwe hellingen omlaag liep ik nog best lekker. Al bleef ook een flauwe helling nooit lang zonder hindernis, vaak lag er wel weer een boomstam over het pad. Ergens rond km 60 na weer een gladde afdaling richting een beek zag ik aan de overkant een steile wand bedekt met een grijs modderlaagje. Niet veel later zag ik daar ook een touw hangen en vrij snel daarna ook de lintjes. Dat touw was zeker 30 meter lang waarvan de eerste 5 meter over de grijze gladde wand. Blijkbaar waren al mijn voorgangers heel boven gekomen, en zelf onderin het dal blijven was ook niet echt een optie dus moe en misselijk pakte ik het touw, zette mijn voeten loodrecht op de wand en ging voorzichtig omhoog. Ook dit lukte weer en de tocht kon weer door. Hier passeerden de laatste 2 lopers mij zodat ik nu helemaal achteraan liep. Na een spontane overgave ging het ineens weer en bij de laatste verzorgingspost kwam ik de andere 2 lopers weer tegen. Vandaar liepen we de laatste 7 km naar de finish gelijk op. Er wachtte nog een lastige passage over de Cascade de la Cruche, een mooie waterval. Wij moesten daarlangs of doorheen omhoog, ook weer zonder pad. Over de rotsen naar boven ging nog wonderwel gemakkelijk nu de misselijkheid weg was, maar met het laatste stukje touw bovenin sloeg mijn hartslag weer op hol en was het weer mis. Maar met nog maar 3 km tot de finish was nog wel vol te houden. Na 71 km en 13:23 uur lopen was ik dan toch bij de finish, als laatste. De organisatoren stonden daar nog enthousiast op ons te wachten maar alle andere feestgangers waren al van het dorpsplein vertrokken.

Zelf reed ik terug naar mijn hotel 12 km verderop. Ik ging gelijk maar op bed liggen. Met het hotel had ik het wel erg getroffen. De eigenaren waren Engelsen, handig om me verstaanbaar te maken, en ze waren ook nog eens bijzonder gastvrij. En ook wel wat bezorgd toen ik ziek en bleek terug kwam van de loop. Na een uurtje werd er thee op bed gebracht en even later was ik daar wel weer aan toe. De volgende ochtend had ik alleen nog maar spierpijn en voelde me wel weer goed. Buiten begon het te sneeuwen en door een witte wereld reed ik naar het vliegveld terug naar huis.

Een geweldige trail, maar misschien iets te lollig. Ik heb onderweg nog wat foto’s genomen die staan op https://picasaweb.google.com/oldboys2009/TrailDesPiqueursMaart2012?authkey=Gv1sRgCIPp9Yuf4fbBZw#
Het zijn niet veel foto’s want de eerste ronde was alles steeds nat en de tweede ronde liep ik vaak rond met modder aan mijn handen, maar ik heb wel geprobeerd enkele hindernissen in beeld te vangen.


Arnold van der Kraan

 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Hard: 'Not easy; requiring great physical or mental effort to accomplish or comprehend or endure'

Moor: 'An open,uncultivated tract with a sandy or gravelly soil supporting low vegetation (typically coarse grasses and Ericaceae) and occasionally scattered tree growth, particularly Pine'. 'Open land usually with peaty soil covered with heather and bracken and moss'.

55 miles: 55 x.1609344 = 88,51392 kilometres

Oftewel: 'Hardmoors 55' betekent een ruim 88 kilometer lange, niet gemakkelijke, koers over de heide die grote fysieke en mentale inspanning vereist om te kunnen volbrengen laat staan te begrijpen (waar je mee bezig bent)'.

Geen enkele taal dan het Engels is beter in staat om in één woord en één getal de ervaring van een hele dag afzien samen te vatten.
Eén getal ontbreekt echter, en wel het meest essentiële. Want de 'heide' van de North York Moors tussen Helmsley en Guisborough is niet hetzelfde als de zacht glooiende purperen heide op bijvoorbeeld de Veluwe of in Drenthe. Het ontbrekende getal is 2700, zijnde het aantal hoogtemeters.

De start was, gelet op wat ons die dag te wachten stond, aan de late kant. Pas om 9 uur vertrokken circa 130 lopers, allemaal voorzien van zware rugzakken met daarin de verplichte uitrusting, vanaf de nogal spookachtige ruïne van Helmsley Castle (het logo van de Hardmoors). Voldoende voeding en water, een noodslaapzak, handschoenen, muts, OS kaart en regendichte kleding behoorden tot de verplichte spullen waarop bij de start werd gecontroleerd. Twee jaar geleden zijn er tijdens een natte en koude editie diverse lopers onderkoeld geraakt en daar heeft men van geleerd.

De Hardmoors 55 volgt het westelijke gedeelte van de Cleveland Way, een 'National Trail' van 110 miles die het North York Moors National Park in noord Engeland omcirkelt. Het oostelijke deel volgt de klifranden van de Noordzeekust tot aan Filey. De route is niet moeilijk te volgen (zei men) omdat hij voorzien is van duidelijke vaste bewegwijzering (zei men). Het symbool is een eikel (er waren momenten later op die dag dat ik mezelf erg op dat symbool vond lijken...).

De eerste 9 miles (wat heb ik een hekel aan die miles, onwillekeurig denk je steeds in kilometers en dan is het altijd weer 160% verder dan je denkt) volgden een gemakkelijk pad in westelijke richting door bossen en landerijen. Dit gedeelte eindigde bij de Sutton Bank met het bekende 'White Horse' figuur op de flanken van de heuvel. Daarna volgde een lang stuk (20 kilometer) in noordelijke richting langs de westrand van het ongeveer 300 meter hoge plateau. Ook dit deel was goed beloopbaar en halverwege werd de natuur om ons heen steeds mooier toen we de echte moors betraden. Uitgestrekte heidevelden afgewisseld door rotsachtige heuveltoppen. Het pad als een slingerend zilverwit lint tot aan de horizon. Schapen en de 'Red Grouse' ofwel het Schotse Sneeuwhoen. Zon en wolken. En naar het westen toe een magnifiek uitzicht over het laagland van de Vale of Mowbray. Prachtig.

Bij het dorpje Osmotherley moesten we afdalen voor de controle in de Village Hall aldaar (dit is geen stadhuis maar het dorpshuis, een soort danszaaltje). Hier waren rijke spijzen uitgestald waar we ons aan tegoed konden doen. Dit was het 35 km punt waar ik om ongeveer één uur 's middags arriveerde, ruim een uur voor de 'cut off' time. No worry dus. Gemiddelde ruim boven boven de 8 km/uur. Hoezo Hardmoors?

In de beschrijving van de route voor wandelaars staat echter het volgende: 'Dag 3 (Osmotherley - Clay Bank) is zwaar. Daar passeer je vier moors gescheiden door kleine dalen en dat is telkens 100 - 150 hoogtemeters. Een echte rollercoaster. Ik had dus gewaarschuwd kunnen zijn. En inderdaad, spoedig ging het stevig omhoog richting de eerste top, de Carlton Moor. Een ruige, winderige top waarop een paar monolieten staan. Er stond ook iemand in een oranje hesje met het woord 'Marshal' er op. Een geheime controle! We hadden namelijk een geplastificeerd kaartje bij ons met twaalf vakjes die allemaal doorboord moesten worden met een verschillend gaatjespatroon. Op de controlepunten stonden ofwel marshals met kniptangen of men had ze daar aan een koordje opgehangen, de zogenaamde 'selfclips'. Bij de start hadden we de posities van die selfclips in onze kaarten moeten markeren en vervolgens was het aan ons om de kleine, fel oranje gekleurde, tangetjes te vinden. De meeste selfclips waren 'verstopt' op de hoogste punten van de heuvels.

'There is a storm front coming up behind you'. Ik keek om in de richting waarheen de marshal wees en zag een loodgrijze lucht opkomen met donkere regengordijnen er onder. Oeps... Dat was niet voorspeld. Het enige voorspelbare van het weer op de Moors is echter dat het onvoorspelbaar is.
En ja hoor, na een kwartier begon het te regenen. Dat was het ergste niet, maar wel dat ik binnen vijf minuten bijna op mijn rug lag. De leisteenplaten waarmee het pad schots en scheef geplaveid was bleken spekglad geworden te zijn. En juist toen volgden er vier toppen: Carlton Bank, de twee toppen van Cringle Moor en tot slot de griezelige Wainstones. Elke top betekende steil omhoog en omlaag over gladde en ongelijke rotstrappen. Toen ik aan de afdaling van de eerste Cringle Moor begonnen was, ontdekte ik tot mijn schrik dat ik de selfclip vergeten was! Een halve mijl terug dus op zoek naar het nietige oranje tangetje dat bovenop de top aan een paaltje in de wind hing te bungelen.
Inmiddels begon ik tijd te verliezen omdat ik erg langzaam afdaalde op de gladde stenen (één keer ging het wat sneller, maar dat was omdat ik toen op mijn rug naar beneden gleed). Na de Wainstones (een top met grote zwarte rotsblokken er op) daalden we af naar de Clay Bank parkeerplaats waar yerrycans met water waren neergezet. Ze waren al bijna leeg, een teken dat al heel wat lopers me voorgegaan waren. Maar die hadden de toppen nog met droog weer kunnen nemen. Toen ging het weer omhoog naar het hoogste punt van de Moors, de Round Hill (454) meter. De ondergaande zon kleurde de heuvelflanken bloedrood, een prachtig gezicht. Toen was het voorlopig gedaan met de heuvels en volgde er een lange en vlakke zandweg langs oude menhirs en 'cairns' die oostwaarts voerde in het snel donker en kouder wordende desolate heidegebied. Hier heeft vroeger een spoorweg gelopen, de Ironstone railway line, vandaar dat het pad zo recht en vlak is.

Ik had al ruim een uur niemand meer voor of achter me gezien. Er waren ook geen bordjes meer met de tekst 'Cleveland Way'. Het licht van mijn hoofdlamp boorde een smalle tunnel in de duisternis waarin knorrende geluiden klonken (vogels?) en het geklots van mijn eigen waterzak. Af en toe een zijpad en de zoveelste donkere menhir. Sterren prikten tussen de wolken door. Nog een uur lopen. Nog geen wegwijzer. Volgens de kaart had ik al lang bij Blowarth Crossing moeten zijn, waar ik scherp naar links had moeten draaien richting het gehucht Kildale waar de volgende bevoorrading was. Diezelfde kaart vertelde me echter ook dat ik mijlenver de diepten van de Moors zou inlopen als ik die afslag zou missen. Daar hield zelfs de kaart op. Had ik dan toch één van die zijweggetjes moeten nemen? Ik kon me herinneren dat bij één ervan een paaltje stond dat ik genegeerd had. Het werd koud, handschoenen aan en een extra shirt. Opeens toch een paaltje met een eikelsymbool, rechts van de weg. Zonder tekst. En het wees naar een smal modderig paadje dat rechtsaf een moerasgebied met hoog riet en diepe waterplassen in dook. Maar ik moest toch linksaf? Ik zag ook geen voetstappen van lopers meer. De twijfel sloeg toe. Ik besloot om te keren, richting de autoweg die ik zo'n drie uur geleden gepasseerd was als laatste teken van de bewoonde wereld. Beter dan hier te moeten overnachten in mijn noodslaapzak. Ik had trouwens bijna geen water meer. Zo gezegd zo gedaan.

Tot mijn opluchting zag ik na een kwartier drie lichtpuntjes naderen. Lopers! Ik liep ze tegemoet en het bleek dat één van hen hier vorig jaar ook gelopen had. Zij zaten er echter doorheen en één van hen was onderkoeld aan het raken en bibberde hevig. We besloten bij elkaar te blijven. En wat bleek? Het paadje naar het 'moeras' waar ik omgekeerd was kwam na nog geen honderd meter uit bij het kruispunt van Blowarth Crossing. Daar stond een wegwijzer met de tekst 'Cleveland Way'. En die wees naar links. Linksaf en toen nog een mijl of 6 struikelend over losse stenen door het donker naar Killdale. Opeens begon de weg te dalen en doemde er heel in de verte aan de horizon een zee van oranje stadlichten op: Middlesbrough. Nog een steile bochtige afdaling over een verharde weg en we waren in Kildale. De geheimzinnige loper wiens lichtje ik al een hele tijd achter me had gezien en die leek in te houden als ik ook inhield, haalde me nu in. 'See you in a moment'.
In de Village Hall werden we opgewarmd met hete koffie. Hier, op het 42 mijlspunt, was de cutoff time om 2100 en tot mijn schrik was het al half negen. We hadden veel tijd verloren omdat er heel voorzichtig gelopen moest worden op de donkere met keien bezaaide weggetjes. Er was nu nog 13 mijl (zo'n 20 km) te gaan met daarin nog de beklimming van Roseberry Topping. Dat zou in het donker meer dan drie uur gaan duren. De loper die achter me aan zat stelde zich voor als de 'sweeper' (naloper), volgens hem zat er verder niemand meer in de race. Wij kregen het dringende advies om niet verder meer te gaan (dan kon hij er ook mee ophouden :-).

Zucht. Dat was het dan. Zo werd de Hardmoors 55 een Hardmoors 42. Dat klinkt treurig, maar zo ervaar ik het niet. Inclusief het verkeerd lopen en teruglopen was het een bijna 70 kilometer lange belevenis die ik niet snel zal vergeten. Aansprekende tijden loop ik op dit soort trajecten al lang niet meer, maar daar gaat het niet om. Het gaat om de belevenis. Ik vergelijk het wel eens met het vanachter glas bekijken van de natuur. Pas als je naar buiten gaat ervaar je echt hoe die is. Tijdens het lopen van een ultra als deze gaat het nog een stapje verder: alsof er nóg een glazen wand wordt weggeschoven, waardoor je alles nog intenser en directer ervaart dan bijvoorbeeld tijdens een ontspannen zondagmiddagwandeling. Er ontstaat een rechtstreekse dialoog met de natuur, een beetje zoals de dieren zelf in de natuur leven en overleven.

Toen ik in de bus de volgende dag terugreed naar Middlesbrough kwamen alle toppen weer langs. Daar ben ik allemaal in één dag overheen gelopen (behalve de Roseberry dan). En dan mag je toch best wel een beetje trots zijn. Hardmoors 55: DNF, Hardmoors '42': finisher!


André Boom 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Van 15 tot en met 18 maart 2012 waren wij te gast aan het Balatonmeer in Hongarije. Daar vond de eerste lustrumeditie plaats van deze etappeloop over 4 dagen. Het evenement in dit sobere land, waar respect nog een deugd is, was tot in de puntjes georganiseerd. Zónder dat je daarbij het idee kreeg dat je in een dwangbuis bivakkeerde! Het ging er ontspannen aan toe en bij alle vragen, over welk klein detail ook, werd zorgvuldig naar een antwoord gezocht. Het enige wat de lopers zelf moesten doen, was lopen! Dat deden we 195,4 kilometer onder een stralend blauwe hemel. Al vanaf de start in Siófok konden we profiteren van een vroeg voorjaar. Dat geeft de ambiance natuurlijk wel een extra impuls. Dat was ook nodig, want ook het natuurschoon in Hongarije is sober te noemen. Het is duidelijk dat niet veel overheidsgeld gaat naar het onderhouden van openbaar groen. Met de bomen nog in de winterstand en de tuintjes niet tot het laatste blaadje aangeharkt, droeg dat bij aan die sobere sfeer.
Bedenk daarbij dat het gemiddelde inkomen van Jan Modaal (ook wel Henk en Ingrid) per maand tussen de € 300 en € 500 ligt, dan kun je je voorstellen dat er maar mondjesmaat geïnvesteerd wordt in modeaccessoires op sportgebied: geen modieuze zonnebrillen en een Garmin blijkt ineens ook minder noodzakelijk… Ze zeggen daar: de benen moeten het doen! De maaltijden in de door de organisatie besproken hotels, waren toereikend en het ontbijt zonder meer royaal. Maar een biertje bij de warme maaltijd is voor de meeste Hongaren al een flinke uitgave en dus werd er vooral water gedronken. Wij waren ons er terdege van bewust dat we in onze handjes mogen klappen dat onze wieg in een ‘rijk’ land heeft gestaan.

De sfeer onderweg bij de 4 etappes (die varieerden van 43,6 tot 52,9 km) was grandioos. Er waren veel volgers per auto, fiets of zelfs op skeelers. Iedereen moedigt elkaar aan: hajra hajra! Persoonlijk vond ik het jammer dat 99,9% van de ondergrond verhard was met voornamelijk asfalt en dat er nauwelijks hoogtemeters waren. Er zullen echter ongetwijfeld lopers zijn die hun neus ophalen voor trails en bergop lopen en daarom had de organisatie waarschijnlijk ook niet te klagen over belangstelling! Pluspunt was wel dat een groot gedeelte over fietspaden ging en wáár auto’s op de route mochten, pasten de bestuurders steevast hun tempo en rijstijl aan aan de omstandigheden. De verzorgingsposten lagen steeds om de 5 tot 7 km en waren rijkelijk voorzien van gevarieerde voeding en drankjes. Niks te klagen!

Bij de finish kon de loper dagelijks een fijn herstelpakket in ontvangst nemen: meerdere flesjes sportdrank, chocoladereep, banaan, etc. Door de organisatie werden voldoende masseurs ingezet om het herstel te bevorderen en van hun diensten kon gratis gebruik worden gemaakt.

Veel lopers deden als team mee aan de Szupermaraton: met 3 tot 4 of met 2 lopers in een team werd in estafettevorm de dagetappe afgelegd. Doorgewinterde lopers met minder vrije tijd, konden inschrijven voor de halve totaalafstand en alleen op zaterdag en zondag mee rennen. Op zaterdag was het voor individuele lopers mogelijk om uitsluitend de marathonafstand af te leggen.
De begeleidende fietsers waren meer dan welkom in het geheel. ’s Ochtends fietsen zij in eerste instantie voor de lopers uit en bij de start werden zij onder luid applaus uitgeleide gedaan door de lopers. En ook bij zoveel variëteit aan loopmogelijkheden, ging steeds alles goed met rugnummers, tijdregistratie, lopers transport, fietsenstalling, etc.

Wij zijn een geweldige ervaring rijker!

Wilma Vissers - loper / Arja van den Broek – fietser
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]