Categorieën
Niet gecategoriseerd

Zonder bananen over de bergen.

Bij deze een verslagje van Henri Thunnissen over de Herfsttocht van de 4-jaargetijdenloop van afgelopen weekend. Het was een prachtige, maar loodzware tocht. Hopelijk wil Willem de tocht vaker organiseren voor ultralopers.

Zonder bananen over de bergen.

Afgelopen zaterdag liep ik de laatste loop van de 4-jaargetijdenloop in de omgeving van Berg en Dal. In totaal 61,5 kilometer bergje op, bergje af al genietend van het mooie weer, de uitzichten en de herfstkleuren. Bij de start een select gezelschap ultralopers, met de bekende gezichten. Slechts 20 lopers voor een van de mooiste en zwaarste lopen ooit gehouden in Nederland is eigenlijk een aanfluiting. Het probleem zal wel zijn dat er veel te weinig ultralopers zijn en teveel wedstrijden. Dat probleem komt binnenkort uitgebreid aan de orde bij de Ultraloop meeting op 10 november. Het lange afstand wandelen doet het duidelijk beter met 68 wandelaars op de 60 kilometer, naast 108 op de 40 kilometer en 64 op de 25 kilometer.

In de voorbereiding had ik een behoorlijke Monnikentocht (60 km) en een matige 50 km van Winschoten gelopen. Na Winschoten was ik mijn motivatie voor het lopen weer even helemaal kwijt. Dat resulteerde in 1 training (10 km in 44 minuten) in de 5 weken tussen Winschoten en Berg en Dal. Wel heb ik in die periode heel wat afgefietst, maar veel slechter voorbereid kan je niet aan de start staan. Mijn verwachtingen waren dus niet erg hoog gespannen. Doel was uitlopen met een tijd binnen de limiet en natuurlijk zoveel mogelijk genieten van de route.

Na de start loop ik voorin, zelfs even als koploper. Het gaat dan ook naar beneden. Bij de eerste klimmetjes zak ik vanzelf terug. Er zitten veel steile beklimmingen in de route, met vaak daarna ook weer steile afdalingen. Heel veel onverhard, met van die paadjes waar je goed moet opletten waar je je voeten neerzet. Je moet overigens ook goed op de route letten. In het begin gaat het een paar keer mis, maar ben ik snel weer ‘’en route’’. Na 5 kwartier ga ik toch twijfelen of alles wel klopt. Volgens de route die ik van internet had geplukt, moest ik allang in Duitsland zijn. Een kwartier later ben ik bij de eerste verzorgingspost en blijkt dat we een nieuwe route lopen, met een extra lus in het begin. Na de eerste post volgt een loodzwaar maar ook bloedmooi deel waarin bewezen wordt dat Nederland niet vlak is, om Bram van der Bijl maar eens te citeren. Zo rond de 20 kilometer staat Willem Mutze op de top van een helling die mij enthousiast aanmoedigt en roept: “Ik had je toch gezegd dat het zwaar was!”

Ik weet de meeste lopers inmiddels voor mij, maar Günther Meinhold en Theo Cloosterman zitten in ieder geval nog achter me. De Duivelsberg herinner ik mij nog van het PieterROGPad en valt na al die andere steile beklimmingen eigenlijk heel erg mee. Ik loop Duitsland in en weer uit op weg naar de 25 km verzorgingspost, die ik in 3.10 bereik. Na mij uitgebreid te hebben gelaafd ga ik op weg naar Groesbeek. In het open veld is het best warm. Voor Groesbeek loop ik weer een stukje dat ik ken van het PieterROGPad, met mooi uitzicht op Groesbeek en het Reichswald. Wandelde ik in het begin alleen de steile stukken, nu wandel ik ook de vlakkere stukken. Alleen hellingafwaarts loop ik nog hard.

Na Groesbeek zit ik op de helft, die ik net boven de 4 uur bereik. Als ik mij niet teveel verloop moet een tijd onder de 9 uur makkelijk lukken bedenk ik mij en loop prompt verkeerd. Ik neem de 25-kilometer route, maar heb na 5 minuten toch het idee dat ik foutloop. Ik vraag een wandelaar, twijfel maar loop nog een stukje door en stuit op een verzorgingspost. Dan weet ik zeker dat ik fout zit en moet ik terug. Dit grapje kost me een kwartier, maar ik blijk niet de enige te zijn geweest die hier fout liep. Willem heeft op 33 ½ kilometer een extra verzorgingspost voor ons neergezet, waar ik Theo en Günther tref die mij tijdens mijn dwaling zijn gepasseerd. Ik kan niet aanhaken bij hun sukkeldrafje en troost mij met de laatste plaats. Gelukkig doe ik mee aan een wandeltocht, dus er zijn genoeg wandelaars op wie ik mij kan richten. Ik heb een stevig wandeltempo en hellingafwaarts loop ik hard. Zo schuif ik langzaam op. Alleen die hele steile hellingen die je ook bij de SintJansberg hebt, zorgen bij mij net als in de eerste 20 kilometer weer voor de nodige problemen. Ik kom gewoon zuurstof tekort, ondanks de medicatie die ik inmiddels heb. Maar goed we komen omhoog en bovendien zal mijn gebrekkige voorbereiding hier ook wel meespelen.

In het mooie Zevendal staat op bijna 42 kilometer een verzorgingspost. Net zoals alle andere verzorgingsposten goed voorzien, maar helaas voor mij hebben ze geen bananen. De eerste helft van een wedstrijd is dat geen probleem, dan willen boterhammen en koek(jes) ook nog wel. Maar verderop in de tijd krijg ik dat simpelweg niet meer naar binnen. Alleen bananen krijg er dan nog in. Met nog bijna 20 kilometer en 3 uur en 6 minuten te gaan wandel ik verder over de Mookerheide, met de Schotse Hooglanders van de foto van ons startnummer. Af en toe kijk ik even om, om te genieten van het mooie uitzicht. Eigenlijk zou je daar meer tijd voor moeten nemen, maar ik weet dat die er niet is Voor mij lopen 2 snelle wandelaars die ik goed kan bijhouden over de Heumense- en Mookerschans en langs het vliegveld van Malden. Daar raak ik weer de nodige tijd kwijt door verwarring over de route. Maar daar komt Jan Willem Dijkgraaf aangelopen, die even was aangegaan in een café. Ik kan zijn wandeltempo net niet volgen, maar trek me wel aan hem op. Even later komen ook Theo en Günther langs die in datzelfde café tevergeefs hadden gewacht op de bediening. Met nog 7 kilometer te gaan bereik ik de laatste verzorgingspost, waar ik snel 2 bekertjes drinken naar binnen gooi om meteen weer door te lopen. Om op tijd binnen te komen zal ik nog stevig door moeten lopen. Op het allerlaatste stuk denk ik helemaal fout te zitten, maar na een bocht zie ik opeens dat ik er bijna ben. Ik word op 8.56.20 afgeklokt en beloon mezelf met een pilsje een bakje soep. De laatste plaats, maar wel gewoon binnen de tijd. Mijn doel gehaald, al had ik het mezelf wat makkelijker kunnen maken door wat minder van de route af te dwalen. Ik heb zo’n 2 ½ kilometer extra gelopen en zo’n 25 minuten verspeeld. Maar ik denk dat bijna iedereen wel wat extra meters heeft gemaakt en tijd verspeeld. Dat is tenslotte ook de charme van zo’n loop.

Op de weg terug naar het Noorden hebben Melchior Ram en ik het over de zwaarte van de tocht. We zijn het erover eens dat het een zware loop was, haast even zwaar als die in Limburg. Als ik de wandelverslagen op de site van sv de Lat lees, hebben de wandelaars het ook over een zware tocht. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de hoeveelheid hoogtemeters van de Herfsttocht. Als ik een voorzichtige schatting maak kom ik op 1250 meter. Maar misschien had een van de deelnemers een horloge met hoogtemeter of weet de organisatie dat.

Op de vraag van Henk Prins of de wedstrijd volgend jaar ook weer kan worden hardgelopen, zei Willem dat als er voldoende belangstelling was er mogelijkheden lagen. Nou Willem ik geef me bij deze op, want ook deze loop is weer een pareltje!

Maar eerst volgend jaar op 19 april de bergloop in Limburg.

Henri Thunnissen