Categorieën
Niet gecategoriseerd

Istanbul is een chaos

Theo’s (de Jong) verslag aan Micha over ‘zijn’ 38 km-lange marathonervaring in Istanbul

Ha die Micha,

Istanbul is een chaos. We zijn er acht dagen geweest, maar wat een mensen, wat een drukte. Maar ook heel veel mooie dingen. De Aya Sofia, de Blauwe moskee, het Topkapipaleis, de grote bazaar, allemaal heel geweldig. En natuurlijk de Eurasiamarathon, een marathon tussen twee werelddelen.

De start in Azië, dan de Ata Türkbrug over, halverwege de symbolische grens en verder in Europa. De start dus in Azië. Micha, Micha, wat een chaos. Met een bus er naar toe. Iedereen eruit, en dan sta je opeens tussen honderden, misschien wel duizenden Turken, waarvan de meeste een Turkse vlag bij zich hebben. We verbaasden ons over de kleding van sommige lopers. Lange jassen, hoofddoeken, sommige op gewone schoenen. Ik snapte er niets van. Opeens word ik aan mijn arm getrokken en een Turks meisje probeert mij wat te vertellen. Haar vriendin kwam er bij en die sprak een heel klein beetje Engels. “Marathon, front”. Aha, wij marathonlopers mogen vooraan starten, voor de 15 km lopers. Dus wij met z’n vieren naar voren dringen en dat viel niet mee. In “front” stond een cordon politieagenten. Zij wezen de lege weg af. “Marathon there” wezen ze. Aha, de start van de marathon was dus ietsje verder. Wij op weg. We hadden nog een half uur. Na 5 minuten nog geen start in zicht. Dan maar een beetje hardlopen. Na 10 minuten nog geen start te zien. Dan nog maar wat sneller, en ja, eindelijk, in de verte, de startboog. We hadden toen al twee kilometer hardgelopen. 300 meter voor die startboog klonk het startschot, we konden dus meteen door. Samen met een groot aantal 15 km lopers en heel veel funlopers. Wat een chaos. Die funlopers schoten van links naar rechts, dan stonden ze weer stil of liepen tegen de stroom in, soms met vijf man gearmd. Kortom, een start die ik niet eerder heb meegemaakt.

Al snel liepen we op de brug en namen die grote stap van Azië naar Europa. Echt wel een bijzonder gevoel. Op de brug, hoog boven de Bosporus heb je een prachtig uitzicht op Istanbul, maar ook op het lange lint lopers voor je die een stevige heuvel moeten beklimmen. En ik heb de pest aan klimmen. Dat lukt niet goed meer. Na enige tijd klimmen kon ik Marijke niet meer bijhouden. Het ging echt te snel voor mij. Dus wat rustiger, dan kom ik er wel. En inderdaad, iets gas terug nemen liep een stuk lekkerder. Na een km of 12 moesten de 15 km-lopers linksaf, wij rechtdoor. En Micha, het werd ineens heel rustig. Ver voor mij zag ik nog een paar lopers en ver achter mij ook nog een paar. Brug op, brug af, over de Gouden Hoorn, op weg naar het keerpunt op 24 km. Leuk was het dat je de snelle mensen al weer terug zag lopen. In de verte zag ik Ben en Lies aan komen. Ze hadden het ook zwaar. Het was dan ook best warm. Prachtig weer, tenminste om op het strand te liggen. Geen wind, volop zon en een graad of 23. Even kwam Marijke er aan. Ook die had het niet gemakkelijk, maar ze heeft het wel weer gered, marathon nummer 5. En ik, ik liep maar te denken. Als ik aan de andere kant ben, dan ben ik er bijna. Je kent dat misschien wel Micha, je houdt jezelf voor de gek, je weet het wel, maar je wil het niet weten. Je bent moe, eigenlijk al kapot en je houdt je vast een een gedachte. En die gadachte heeft zich vast gezet. Als ik het keerpunt maar gehad heb, dan red ik het wel. Eerst dat keerpunt, de rest gaat vanzelf. “Marijke, hoe ver nog tot het keerpunt” vraag ik. “Nog even,” zegt ze, “ook nog een rot klimmetje, maar dan ben je er al voorbij. Ik weer verder. Hoe zo nog even, ik zie nog niets. Loop ik dan zo langzaam. Maar dan toch eindelijk, we moeten afslaan, even recht door en daar, ja daar is het keerpunt. Een rotonde. Als beloning mag ik van mezelf even wandelen. Dat werd tijd ook, ik ben kapot. Maar het keerpunt heb ik gehaald. Nog maar 16 km. En weetje Micha, toen ik dat dacht, dacht ik onmiddellijk “wat een kelere eind, nog 16 km, 16 keer 7 minuten, 112 minuten, bijna twee uur. Wat een eind. En van dan af wordt het vooral wandelen.
Na vijf uur wordt de autoweg weer vrijgegeven voor het verkeer. Dus ik, hup het trottoir op. Maar daar is het natuurlijk druk, want de route loopt langs de zee. Allemaal flanerende Turken, drie, vier, vijf gearmd. En echt waar, het leek alsof ze allemaal tegen de marathonrichting in flaneerden. Sommigen keken me stom verbaasd aan, anderen begrepen dat ik gestoord was, een enkeling begreep dat ik met een marathon bezig was en sommigen jongetjes knikten respectvol. Maar niemand ging aan de kant! Mag ik er even langs, in Nederland en Vlaanderen snel gezegd. In het Turks, ik heb geen idee. Ik riep maar wat en soms werd er wat teruggeroepen en dan riep ik ook weer wat terug. Communiceren met de bevolking, vriendjes maken. Maar opschieten deed het niet.
Toen ik bij de vuurtoren de bocht om kwam zag ik, heel in de verte, de Galatabrug die ik nog over moest. Ai, ai, wat ver. Ter plaatse zonk me de moed tot ver onder de schoenen. En tot overmaat van ramp en tot mijn geluk kwam er net een krakkemikkerige ambulance langs die vriendelijk vroeg, deur wijd open, of ik niet in wilde stappen. Nee, natuurlijk niet, dat wil ik niet. Ik had al wel vijf bezemwagens en bezembussen doorgestuurd. Natuurlijk wilde ik dat niet, maar even later weer wel en tja, dat was dan het einde, op 38 km. Weer meer dan de vorige keer. Ik red het nog wel een keer, misschien wel in Leens.

Met vriendelijke groeten,

Theo de Jong