Beste Micha,
Kort geleden heb je mij weer eens flink aan het denken gezet. Bedankt. Mijn visie is nog steeds dezelfde, maar minder afgebakend in tijd. Mijn ervaringen in Genk hebben daarmee te maken.
Zoals je weet hebben Vincent en ik heel wat marathons samen of deels samen afgelegd. In die zin was het niet gek om in Genk ook samen op te gaan. Wel was het gek om tegen de lopers in te gaan en ook om slechts één rondje te lopen.
Niet gek was weer ons geklets over het hardlopen. Daarover denken wij hetzelfde. Lopen doe je voor je plezier, daarover zijn we het roerend eens. En als dat geschiedt in een prachtige omgeving als Genk en dan ook nog eens met een goede organisatie als in Genk en als het dan ook nog eens lekker gaat, dan is lopen echt een plezier. En als die organisatie dan ook nog zorgt voor perfect loopweer, dan is het zelfs voor twee uitgerangeerde ultralopers als wij zijn, weer een plezier.
Maar Micha. Al lopende en kletsende bleven we met één vraag zitten en dat is het ‘waarom’ van het lopen. Ik bedoel, je schiet er niets mee op, je maakt je zelf moe en in veel gevallen heb je het op het einde knap zwaar. En als de tijd dan ook nog eens tegenvalt heb je niet eens een leuke dag.
Zijn lopers dan allemaal masochisten? Wel, ik ken lopers die de marathon met pijn uitlopen, maar niet van opgeven willen weten. In Genk liep ik het laatste rondje met Marijke mee. Voor ons liep Dave Paul, een Engelse loper die af en toe moest wandelen. We hebben hem ingehaald. Zijn tot een grimas vertrokken gezicht maakte duidelijk dat hier een zware, pijnlijke strijd werd gestreden. Zuchten, steunen en piepen, het leek wel een roestige stoommachine met te weinig stoom. Vond hij het nog leuk? Ik heb mijn twijfels, grote twijfels. Maar ook hij ging door, tot de streep.
De start is altijd leuk, de eerste 20, 30 km ook nog, maar daarna begint voor velen het grote lijden. Het enige dat ze dan nog op de been houdt is de gedachte aan het volbrengen. Weer een marathon erbij, weer een streepje. Ik heb het ‘m toch maar weer geflikt. Dat is de drijfveer.
Kijk ik naar mezelf, dan houdt dat me op de been. 100 is het doel. Ik kan het niet, maar 100 is het doel. Daarvoor loop ik nog steeds. Wel kleine stukjes, maar 100 is het doel. Bij anderen is dat doel minder duidelijk aan te geven, maar in ieder kopie is het getal van de gelopen marathons helder. Het getal van de gelopen marathons en deze erbij.
Maar dat is toch gek. Natuurlijk, marathon nummer 20 loop je, die laat je niet schieten. Ook nummer 50 en nummer 100 loop je. En dat Jack Hendrickx in Genk nummer 350 loopt is duidelijk, maar waarom in vredesnaam nummer 372 (Gijs Honing) of nummer 234 (Henk Sipers). Zijn lopers dan toch masochisten? Micha, ik heb er Van Dale op nageslagen en deze geeft aan dat masochisme een ‘psychische gesteldheid is waarbij het ondergaan van vernedering en pijn een belangrijk middel is tot seksuele bevrediging’. En dat laatste dat zie je toch eigenlijk maar weinig onder het lopen gebeuren. Geen masochisten dus, maar ze moeten wel oppassen!
Er verschuilen zich ook heel duidelijk sadisten onder die lopers. Sadisme is, zegt dezelfde Van Dale, ‘het genoegen beleven aan en bevrediging vinden in het pijnigen en kwellen van anderen. Wat te denken in deze van ene Marc P. (om privacyredenen is de achternaam afgekort). Deze loper schept er steeds weer genoegen in de andere lopers voor te blijven en dan bij voorkeur een heel eind voor te blijven. Daarmee pijnigt en kwelt en vernedert hij ze. Dat is puur sadisme. En gek genoeg komt hij er zo maar mee weg. Iedereen vindt het maar gewoon.
Overigens snap ik al die ophef niet over het zeven keer op een rij winnen van de LPM. Als ik zo snel kon lopen, zou ik het ook doen, dus eigenlijk is er niets bijzonders aan.
Micha, we zien elkaar gauw weer.
Gegroet,
{i}Theo de Jong{ei}
