Categorieën
Niet gecategoriseerd

Alle drie Vlamingen op het podium

Patrick Kloek over zijn 50 km van Amsterdam

50 km Amsterdam

5 april 2008, vandaag gaat in Amsterdam de 5e wedstrijd voor de Ultracup van start. Meteen krijgen we de keuze uit twee afstanden, de 100 km die om 8 uur van vertrekt en om 12 uur vangt de 50 km aan. Hoewel in het begin van het jaar de 100 km gepland stond kies ik toch voor de 50 km. Gewoon omdat de terugval die ik in de laatste 40 km van een 100 km race krijg bij de helft van die afstand niet zo groot is en ik daarom meer punten voor die cup kan rapen. Lopen met het hoofd heet zoiets dan.

Mijn privé chauffeur (Broer Gerald) brengt me zonder problemen in het Amsterdams bos. Simpel was dat niet, door een zee van water die uit de hemel en vanaf het wegdek opspat. Mijn eerste gedachte is “Als dat zo maar niet de hele dag gaat duren”. We reden dan ook haast door een watergordijn. Toch komen we veilig na een rit van twee uur bij het hockeycomplex aan en mogen nog wat genieten van ten eerste de 100 km lopers die nu een tweetal uurtjes hun rondjes draaien en ten tweede van de laag overvliegende ijzeren vogels in de lucht, die met een razend lawaai hun daling naar Schiphol ingezet hebben. Hoewel de 100 km het hoofdnummer is ga ik mijn verslag toch beperken tot de wedstrijd over de 50 km.

Ik schrijf me in en gaan, nu we nog een anderhalf uur tijd hebben, het parcours verkennen. Een rondje bestaat uit een afstand van 2,200meter en we mogen er zo’n 22 lopen voorafgegaan door een opwarmertje om de afstand vol te krijgen. Dan het parcours: na het spandoek rechtsaf en hier krijgen we de keuze, ofwel de autobaan op of het zandpaadje er net voor. Ik kies voor het tweede. Er volgt een bocht naar rechts door een modderig strookje en we draaien het bos in. Dan weer een recht stuk asfalt om vervolgens een bruggetje over te steken. De eerste valse klim hebben we hiermee gehad. Vrij kort na het bruggetje krijgen we de echte klim, vals plat omhoog maar na een rondje of tien ga je dat toch voelen. Dan een kiezelbaantje dat door een stukje verhard zandpad in twee wordt gedeeld. Links krijgen we een mooi beeld van de overscherende vliegtuigen en verderop rechts een waterplas. Dan keren we weer rechtsom het beekje over en krijgen het volgende kiezelweggetje en het ligt hier zo zacht dat het de kracht uit de benen trekt. Dan maar het grasveldje ernaast op en dat gaat al een stuk beter. Tot die in de loop van de wedstrijd ook murw gelopen wordt. Verderop nog even het steenpaadje op en langs de waterpomp de laatste bocht naar de finish toe. Best een aangenaam rondje want het gaat nooit vervelen gedurende de wedstrijd. En wat een mooi wandelpark als je meer tijd hebt om rond te kijken en het wat mooier weer is.
We zijn weer terug bij het vertrek gekomen en we kunnen ons gaan omkleden. We, ja want Broer Gerald gaat hier ook een kleine dertig kilometertjes trainen. Meteen komen we al een van de toplopers voor de 50 km tegen. Geert Mertens, goed voor 80 km op de 6 uur en een te zware concurrent. De volgende krijg ik al weer aan de start te zien. Lucien Taelman heeft de weg naar Amsterdam gevonden. Ook hij is voor mij een onneembare vesting. Nog zo’n kleppers zijn Cees Verhaege en Jan van den Erve. Stuk voor stuk toplopers op deze afstanden. De rest van de bende (het klinkt misschien oneerbiedig) boezemen me minder schrik in, hoewel er nog altijd eentje bij kan zijn die boven zijn machten kan uitgroeien en daar moet je altijd rekening mee houden. Een grote naam ontbreekt en dat is Paul Beckers die ook voor de cup ging maar geblesseerd thuis moet blijven.

Als de klok op de vier uur staat mogen we van wal steken.Jan van de Erve sprint meteen weg, gevolgd door twee estafettelopers (we hebben dat maar door bij het ingaan van de 2e ronde), Geert Mertens en Lucien Taelman. Ik loop vierde en wat er achter me gebeurt, weet ik zelfs niet. Het weer is gelukkig verbeterd maar het is nu nog fris. Later als de zon er door komt wordt het lekkerder maar twee fikse regen/donderbuien zorgen dat het nooit warm zal worden. We lopen dicht op elkaar want in de langere rechtere stroken zien we elkaar voortdurend lopen. Na een rondje of drie a vier lost Geert de koppositie af met Jan. Verder blijft alles zoals het is. Voor mijn gevoel loop ik de eerste twee ronden te snel en laat Lucien, die net voor me uit loopt gaan en vervolg mijn tempo in een wat rustigere mate. Rondjes van 8,30 minuten worden er van 9,30 tot 10 minuten naargelang ik een drinkpauze of eetpauze inlas. Om de twee rondjes drinken en om de 5 rondjes eten in de vorm van mijn W Cup drinkmaaltijd, vloeibaar voedsel. En het vlot beter nu, geen last van de benen en er is nu voldoende zuurstof in de lucht dat het ademen ook voortreffelijk gaat. En ik neem het in deze aanvangsfase het wat rustig en ga uit gewoonte wat met mijn medelopers praten, die ik voorbij loop. Kortstondige gesprekjes maar genoeg om te weten dat we elkaar kunnen steunen als het nodig is. Dat is de ware aard van het Ultralopen.

Halfweg is er nog steeds niets veranderd. Dat kan ik alleen maar op het bord aflezen want mijn voorgangers zijn al niet meer te zien. Ik verwacht dan meteen ook dat ze me weldra gaan dubbelen. Vooral Lucien dan die na zijn 15 km opwarming zijn gebruikelijke remonte inzet. Ze komen niet en van wat er achter mij gebeurt heb ik ook geen weet. We zijn nu dertig kilometer ver en ik krijg de vermelding dat ik derde lig. “Wat is er met Jan” Vraag ik? Opgegeven blijkt want even verder staat hij aan de kant. “Ging het niet”? vraag ik hem en hij schudt wat bedroefd het hoofd. Begrijpelijk want een podiumplaats laat je nooit graag schieten. Mijn twee voorgangers zijn te sterk voor me, dat wist ik al van voor de start, maar hoe zit het met Cees? Waar zit die nog? En gaat hij in deze laatste ronden nog roet in het eten strooien? Hij weet niet waar ik zit en ik weet niets van hem. Gerald heeft intussen zijn training afgerond en komt wat foto’s nemen. Meteen vraag ik hem om op nummer 26 te letten. Het duurt nog drie ronden voor ik de informatie krijg die ik nodig heb. Met nog twee ronden voor de boeg vermeldt hij me dat hij net vier minuten voor me gepasseerd is. Dat is een geruststelling. Nu geen traditionele inzinking krijgen en we staan op het podium. Ik doe het voorzichtig aan. Was ik gedurende de hele wedstrijd tot dan toe al voorzichtig de bochten doorgegaan dan doe ik het nu nog wat kalmer aan, en het loont want ik kan nog op de rechte stukken weer vol gas geven. Wel krijg ik meer en meer last van loslopende honden. Deze waren al een hele wedstrijd lang storend aanwezig maar nu de vermoeidheid toeneemt wordt het nog een graad lastiger. Toch doen ze niet meer dan even in de weg lopen. Niet op letten en geconcentreerd blijven is de boodschap. Nog het laatste klimmetje, dan dat laatste rotstukje over die kiezeltjes en dan zijn we er. En tevreden kom ik als derde over de meet.

Lucien is in laatste instantie nog over Geert gegaan en gaat met de overwinning lopen. Maar geen van beide hebben we een ronde gedubbeld. Dat betekent toch dat we stevig maar voorzichtig gelopen hebben. De tijden liegen er niet op, Lucien eindigt in 3,30 u terwijl Geert vier minuten (3,34 u) achter hem komt. Ik volg dan weer op vier minuten in 3,38.08 u en eindelijk komt Cees Verhaege ook al op ongeveer 4 minuten na mij als vierde over de meet. Maar wat mooi is (chauvinistisch gezien dan) is dat er drie Belgen aan de start verschenen en ze allen op het podium staan. De prijsuitreiking is dan ook meteen na de aankomst, tussen twee donderbuien door dan. Prima timing hebben ze daar toch. Toch een aangename wedstrijd, een prima organisatie en een prettige sfeer. Een aanrader dus. Met dank voor de gezellige babbels van de 100 km kanonnen (en mijn privé-chauffeur dan ook maar bedanken zeker?)

Patrick Kloek