Categorieën
Niet gecategoriseerd

Trail des Caracoles

Verslag van Jean-Antoin van de Rijzen

TRAIL DES CARACOLES

Eerste pinksterdag, zondag 11 mei, stond voor mij dit jaar in het teken van mijn deelname aan de “trail des caracoles” , een trailrun die elk jaar wordt georganiseerd door de RC Namur. Dit jaar werd deze trail gecombineerd met de Trail de Celestes, de jaarlijkse grote trailrun door de Ardennen over 100 km of 100 mijl, maar dit jaar over 100 km. Voor mij was het dus de trail des caracoles, over een afstand van 56 km, met in totaal ruim 1500 hoogtemeters.

De deelnemers aan de trail des caracoles verzamelen bij de provinciale hotelschool, op de Citadel van Namen. Om 5 uur in de ochtend zijn hier de deelnemers van de 100 km al van start gegaan. Wij worden met een touringcar weggebracht, en nadat de buschauffeur toch het voormalige treinstationnetje van Warnant heeft gevonden, gaan wij iets na 9 uur ook van start, na een kleine aanloop zitten we op het parcours van de 100 km, dat we tot aan de finish zullen volgen.

Ik heb weinig vertrouwen in een goede afloop. Vooral vanwege de verwachte warmte. Bij de start voelt het al warm aan, en de temperatuur zal in de loop van de dag oplopen tot 26 graden. Naast de verplichte camelbak (1,5 liter) en hoofdlamp (???). Heb ik ook wat gelletjes, fruitrepen, geld en een mobieltje in mijn bagage voor deze ardennendag.

De eerste helling dient zich al snel aan, en er zouden er nog vele volgen, in allerlei varianten, de meeste onverhard, een enkele met asfalt, van vals plat tot zeer steil, en soms ook op smaak gebracht met stenen, keien, en andere hindernissen, zoals het een echte trailrun betaamt. Ik start zeer behoudend, en kom eigenlijk best in een lekker ritme, op de meeste stukken een lekker rustig looptempo, en op de steile hellingen wandelend. In een lekker ritme passeer ik de eerste 2 posten (alleen water), op 5 en 12 kilometer, en geniet van de natuur en de mooie uitzichten. Na ongeveer 17 km (schat ik, loop bij dit soort wedstrijden altijd zonder horloge), in Yvoir staat een ladder tegen een muurtje, door de ladder op te klimmen komen we op een oude spoorweg, die duidelijk al vele jaren niet meer in gebruik is. Na een klein stukje over de spoorbaan komen we aan de ingang van een spoortunnel, en wordt ook duidelijk waar de hoofdlamp voor nodig is. Hoofdlamp op en de tunnel in dus. Ik probeer eerst op de bielzen te lopen, maar dat is geen goed idee, dan maar ernaast, al staan daar soms wel plassen, maar dat is dan weer goed om de voeten te koelen. In de tunnel is het echt pikdonker, in de grottenmarathon was een lamp ook verplicht, maar had het ook wel zonder hoofdlamp gekund. Hier duidelijk niet. Gelukkig gloort er licht aan het eind van de tunnel, en kan de hoofdlamp weer uit en opgeborgen worden. We gaan gelijk weer de volle zon in en steil omhoog.

Door de organisatie is ons een 3e waterpost beloofd op 21 km. Voor mijn gevoel heb ik die afstand al afgelegd. Ik zet mijn mobieltje aan om te kijken hoe laat het is; half een, ofwel 3,5 uur lopen, dus mijn gevoel klopt wel. Maar goed, niet getreurd, heb toch nog water in mijn camelbak. Ondertussen wordt ik ingehaald door de top 3 van de 100 km, eerst Wouter Hamelinck, en kort daarachter Eric Brossard en Jan-Albert Lantink. Na ongeveer 4 uur Kom ik aan op de grote bevoorrading in Crupet, op 30 km. Hier neem ik even de tijd om goed te eten en te drinken en mijn camelbak bij te vullen.

Tot mijn eigen verassing voel ik me nog opvallend fit, dus maar weer op pad. We lopen nu een paar langere stukken in het open veld, dus vol in de zon en de warmte. Toch blijft het lekker lopen, en kan ik zelfs nog genieten van de uitzichten over de gele koolzaadvelden hier. Bij een steile helling, op ongeveer 40 km, tref ik mijn clubmaat aan, zittend op een steen. Hij heeft er wel eens beter uitgezien. 30 meter verder staan ook 3 lopers vertwijfeld om zich heen te kijken, alsof ze zich afvragen wat hier nou ook weer zo leuk aan is. Ik ga door en tref verderop de helling Wouter Hamelinck aan, die een serieuze klap heeft gekregen hier. Ikzelf kan de motor gelukkig redelijk draaiend houden, al begint er ondertussen wel wat vermoeidheid mee te spelen.

Een paar kilometer verder kom ik bij de laatste waterpost in Dave, op 45 km. Even wat drinken, en weer verder, nog maar 11 kilometer. Aan de overkant mogen we weer verder, dit is het betere steile wandwerk denk ik, als ik de heuvel op kijk en bovenaan inderdaad een markering van de route, zoals ook al eerder gebleken is, is de route uitgezet door iemand met een scherp oog, want niemand die hier een pad ziet, behalve de degene die het parcours uitgezet heeft. Bovenop de helling weer verder in een looppasje.

Enkele kilometers verder kondigt de bebouwing van Jambes en Namen zich aan, en een stukje verder gaat het zowaar voor het eerst in ruim 50 kilometer echt door de bebouwde wereld. Aan de Andere kant van de Maas doemt de Citadel op, met daar boven dus ergens de finish. We steken de rivier over en lopen een stukje langs de Maas, heerlijk vlak…….. voor even, want al snel gaan we rechtsaf en een paar honderd meter verder is het tijd voor het toetje; de beklimming van de Citadel!. Gelukkig heeft de organisatie ook hier weer een vreselijk steil pad naar boven gevonden. Zelfs wandelen is hier teveel voor mij, ik moet op sommige stukken even stilstaan en me als het ware naar bovenslepen. De wetenschap dat daar boven ergens de finish wacht, geeft de laatste restjes energie vrij. Bovenop de Citadel is het gelukkig redelijk vlak, nog een luttele kilometer. Als ik de finishboog passeer en vervolgens stil blijf staan, wordt ik het Frans en in gebaren gemaand door te lopen, de finish is namelijk niet hier, maar binnen, op de 1e verdieping, in de zaal van de provinciale hotelschool. Die paar hoogtemeters kunnen er ook nog wel bij, en uiteindelijk na 7u. en 42 minuten heb ik dan toch de finish bereikt. De verleiding is groot om direct aan het bier van de brouwerij Caracoles te gaan, maar toch nog maar even niet. Eerst wat eten, dan douchen en dan toch maar een lekker biertje van de sponsor, terwijl ik beneden de lopers die de citadel nog opmoeten, de maas over zie steken.
Jean-Antoin van de Rijzen