Categorieën
Niet gecategoriseerd

Mikel Knippenberg over de ontstaansgeschiedenis van “de mens als duurloper”

Artikel op losseveter, inclusief een voorstukje van Mark de Boer met interessante reacties.

{b}Een beduimeld exemplaar van “de mens als duurloper”{eb}

Bij veel ultralopers ligt hij op het nachtkastje, bij sommigen schijnt er zelfs een beduimeld exemplaar onder het kussen te liggen. Dit zijn de gelukkigen, de lopers die De mens als duurloper van Jan Knippenberg eind jaren tachtig hebben gekocht of er later eentje vonden in de schappen van de Slegte. Ik las het boek in 1987, geleend uit de lokale bibliotheek. Als student kostte het hardloopleven al veel te veel dus boeken kocht ik sporadisch. Toen ik met een boekenbon in de boekhandel een keus moest maken tussen Triathlon in de lage landen en het boek van Knip werd het een praktisch boek, met trainingsschema’s die mij moesten leiden naar een succesvolle triatlon.

Met verbazing las ik het boek van Knippenberg, over indianen die binnen de kortste keren Montezuma wisten te vertellen dat Cortés op het strand stond. Binnen vierentwintig uur hadden de Azteken vierhonderd kilometer overbrugd met het onheilspellende nieuws, of over de mythische race van de Cheyenne toen de dieren en mensen nog met elkaar konden praten. En over de Tamahumara met hun loopspelen en meerdaagse lopen. Verre volkeren, vreemde gewoonten.

Maar wat bleek, ook ogenschijnlijk doodnormale westerlingen liepen afstanden veel verder dan de gebruikelijke 42195 meter. Hoewel ik het boek bij tijd en wijle langdradig vond en ook iets te belerend wist Jan Knippenberg mij toch wel te raken. Ik begon bijna te denken dat het ultralopen niet vreemd was. Maar na mijn eerste marathon een jaar later heb ik dat hele ultraloopgebeuren snel weten te verdringen. Tweeënveertig kilometer hardlopen was al te veel van het goede, laat staan vierentwintig uur hardlopen op een Londense gravelbaan. Gekkenwerk

Maar ik werd wijzer. Ik ging werken, verkocht mijn racefiets en de hardloopschoenen verdwenen achter in een kast. Tot het moment, jaren later, dat ik op een doordeweekse avond, in het donker, de eerste schreden zette in een tweede loopleven. Na een paar jaar volgde weer een marathon, de Rotterdamse natuurlijk want dat is de enige echte Nederlandse klassieker. Op de streep op de Coolsingel kwam het besef terug waarom het in mijn eerste loopleven maar bij twee marathons is gebleven. Het was nog steeds te ver. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. Van lieverlee werd het van één marathon per jaar, twee, drie tot één per maand. De stap van 42 naar meer was dan ook snel gemaakt.
En dan kom je vanzelf in een wereld die ultralopen heet. En in die wereld hoorde ik men geregeld spreken als: “in geest van Jan Knippenberg”. Iets was dus wel of niet in de geest van het boek wat ik vijftien jaar eerder las. Het Boek, ja het werd met hoofdletters uitgesproken, was een soort van bijbel geworden. Het werd tijd voor een hernieuwde kennismaking. In deze tijd van googlen, internetantiquariaten en virtuele marktplaatsen zou het een kwestie van een uurtje of zo zijn dat ik een exemplaar zou vinden. Mooi niet, het boek was onvindbaar of er werden prijzen voor gevraagd die ik niet wil betalen voor een boek.
Een bevriende ultraloper bracht uitkomst, hij had ooit een dagje achter het kopieerapparataat van zijn baas gestaan en het hele boek gekopieerd. Een paar dagen later plofte een dikke envelop op de mat, honderdtien A-viertjes, mijn exemplaar van De mens als duurloper.
Het jaarlijkse kerstvakantieweekje Texel stond voor de deur. De envelop ging mee, want een week Texel is wandelen, hardlopen en veel lezen. Hangend op de bank las ik mijn stapeltje A-viertjes, zocht en vond mijn antwoorden op vragen over waarom mensen meer dan de marathon liepen en nog steeds lopen.

Lees verder op: http://www.themazecorporation.net/lv/?p=9345

{b}Mikel Knippenberg over de ontstaansgeschiedenis van “de mens als duurloper”{eb}

De eerste woorden van De mens als duurloper werden op papier gezet op een oude mechanische typemachine in een blokhut op Texel rond het jaar 1987. De tweede herziene druk werd vrijwel helemaal digitaal gecomponeerd en geredigeerd vanuit een herenhuis in Amsterdam aan de Herengracht in het jaar 2008. Eénentwintig jaar later. Wat is er allemaal voorgevallen tussen deze voor de hardloopwereld bijzondere jaren? Waarom heeft het zolang geduurd voor er een herduk verscheen? Hoe is deze herdruk tot stand gekomen? Hieronder een korte chronologie.

In de periode 1985-1987 schrijft Jan Knippenberg zijn Oude Testament van het hardlopen. Het groeide al snel uit tot een cultboek voor een select groepje hard- en duurlopers. Hoewel het goed werd ontvangen was er nooit vraag naar een herdruk, er waren genoeg boeken gedrukt. Tót zijn dood in november 1995 bleef dit zo. Mondjesmaat, door mond op mond reclame, raakte een steeds breder publiek geïnteresseerd in zijn boek. Rond het jaar 2000 kwam er wel een vraag naar herdruk. Zelfs uit het buitenland kwam interesse, waaronder Duitsland. Helaas was het oorspronkelijke manuscript met veel oorspronkelijke illustraties inmiddels verloren gegaan bij een brand. De rechten van het boek waren na de dood van Jan overgegaan op de Erven Jan Knippenberg. Waarbij Hanna Knippenberg, de weduwe van ‘Knip’, het aanspreekpunt was.

Sinds het jaar 2000 werd Hanna Knippenberg herhaaldelijk gebeld door mensen van verschillende pluimage met de vraag of zij aan de slag konden met het erfgoed van Ultragoeroe Knippenberg. Alleen zij wist dat Jan een werkexemplaar had met diverse aantekeningen dat van pas zou komen bij een mogelijke herdruk. Ze had met zichzelf afgesproken dat het erfgoed toekwam aan haar twee zonen: Jonathan (21) en Mikel (27). Wanneer een van beide het initiatief nam zou er werk van worden gemaakt. Inmiddels raakte ook filmmaker Dirk Jan Roeleven in de ban van Knippenberg. In 2003 startte hij met zijn tijdloze privé project: een documentaire over ‘Knip’ op zoek naar de oerbeweging, de stilte en de essentie van het hardlopen. De belangstelling nam verder toe en de telefoon rinkelde herhaaldelijk, maar Hanna bleef rustig. Zij besefte dat dit boek tijdloos is en dat een jaar meer of minder helemaal niet uitmaakte.

Lees verder op: http://www.themazecorporation.net/lv/?p=9346