Categorieën
Niet gecategoriseerd

De pijn verdwijnt, de prestatie blijft (Swiss Jura)

Jannet Lange geeft zichzelf haar mooiste verjaardagscadeau: na een week ploeteren in de Swiss Jura Marathon 2008 finishen op de K350 in Basel

2 tassen met vieze, stinkende sportkleding,
93 foto’s,
3 blauwe teennagels,
1 klein blaartje,
1 dikke enkel,
1 gekneusde knie,
1 gekneusde schouder,
schaafplekken,
1 T-shirt,
1 gouden muntje,
1 pet,
1 horloge,
nieuwe vriendschappen
en een hoofd vol prachtige herinneringen.

Dit is de opbrengst van een weekje lopen in Zwitserland.

Vorig jaar, na de Isarrun was ik razend enthousiast. Niet meteen, maar wel nadat ik een paar daagjes had uitgerust. Bram (wie kent hem niet), stuurde me een mailtje met de tip: als je de SJM wilt lopen moet je het nu doen want dit is de laatste keer dat hij in deze vorm wordt gehouden. Nou, lekker dan, ik kan helemaal niet berglopen en ik heb hoogtevrees. Maar toch, het bleef maar spoken in mijn achterhoofd tot ik uiteindelijk in september de knoop doorhakte: ik ga! Mocht het niet lukken, kan ik altijd nog overstappen op de halve afstand. En mocht dat ook niet lukken, geef ik gewoon de schuld aan Bram, vindt ie vast niet erg.

Vrijdag 4 juli 2008 vloog ik naar Basel alwaar ik in een lekker luxe hotel de nacht doorbracht. De komende week zal ik niet echt comfortabel slapen dus nu het nog kan neem ik het ervan. Hoort allemaal bij een goede voorbereiding.

Zaterdag 5 juli 2008: met de trein naar St. Cergue. In Nyon moet ik overstappen en daar zit een grote groep Nederlanders keurig op een rijtje op een bankje. Henk weet dat ik Snickers bij me heb voor onderweg en wil wel graag ruilen tegen mueslirepen. Mooi niet, die heb ik zelf ook wel. We installeren ons in een grote mooie sporthal, hier zullen we de komende 2 nachten doorbrengen.
De deelnemende Nederlanders zijn:
-op de K350: Bram van der Bijl, Erwin Borrias, Gerard van Es, Henk Geilen, Jean-Pierre Gendrault, Markus Kromeich, Wim de Kwant, Jannet Lange, Kees Meeuwsen, Willem Mütze, Carla Rooijers, en Wilma Vissers
-op de K175: Paul Hoyer, Richard Pennink en Maria Verhaar

{b}Zondag 6 juli 2008: Geneve-St. Cergue, 47 km (+1410/-750 m){eb}
Met een bus worden we naar Geneve gebracht, van daar zullen we teruglopen naar St. Cergue, maar dan wel via een omweggetje (lees: een flinke klim- en klauterpartij). Bij de start zien we een man lopen achter een kinderwagen met stro en stront, naast hem loopt een biggetje. Ach, wat lief. Iedereen wil het beestje aanraken, maar het loopt steeds weg. Uiteindelijk weet Erwin een foto van mij te maken met de kleine Miss Piggy, maar het kost veel moeite.
Vlak na de start begint het te regenen en dat blijft het vrijwel de gehele dag doen. Na een km of 15 stoot ik mijn been aan een uitstekende tak wat me m’n eerste blauwe plek oplevert.
’s Avonds blijkt Henk waarschijnlijk dezelfde tak te hebben geraakt en heeft op precies dezelfde plaats een precies dezelfde blauwe plek.
Na 30 km gaan we voor het eerst echt omhoog, sommige stukken zijn glibberig dus ik doe het maar voorzichtig aan. Gedurende 10 km is het alleen maar klimmen. Kees haalt me in en samen gaan we verder. Hoe hoger we klimmen, hoe kouder het wordt en galant als hij is leent Kees me een jasje. Onderweg zie ik een gems, het lijkt wel of het beest me meewarig aankijkt voor het zich met sierlijke sprongen verwijdert. Zo moet dat dus, maar mij lukt het niet. Boven aangekomen waait mijn pet bijna van m’n hoofd. Nu lekker naar beneden, denk ik nog blij. Maar dat valt vies tegen, ik heb moeite met de steile, gladde afdaling. De losliggende stenen maken het er niet beter op en op sommige stukken krijg ik last van mijn hoogtevrees.
Tja, wat doe ik dan ook bij zo’n bergloop. Niet zeuren, doorgaan. Als je nou al begint te mauwen kun je beter naar huis gaan en alleen nog meedoen met vlakke, glad geasfalteerde marathons. Daar is ook niets mis mee, overigens.
Iedereen bereikt vandaag binnen de limiet de finish. Uniek in de geschiedenis van de Swiss Jura Marathon.

{b}Maandag 7 juli 2008: St. Cergue-Le Sentier, 45 km (+1290/-1320m){eb}
Vandaag een prachtige etappe. We lopen uitsluitend door de natuur, geen enkel dorp wordt aangedaan. Carla doet de ontdekking van de week: Henk kan z’n borsten bewegen! Wat een geweldenaar!
Kees, Wim en ik lopen de gehele dag bij elkaar in de buurt. Kees introduceert het eco-lopen: kleine pasjes omhoog om maar zo min mogelijk energie te verspillen. Wanneer ik een stukje omhoog wil joggen wordt ik teruggefloten: hé, je moet wel ecolopen! Ja Kees, goed Kees. We hebben een heel mooie dag, genieten van de prachtige omgeving, staan samen op het hoogste punt van de Swiss Jura, Mont Tendre op 1679 meter te genieten en nemen dezelfde foto’s. Op een gegeven ogenblik moeten we volgens Kees alleen nog maar naar beneden maar wanneer we een bocht omgaan, doemt er een enorme helling voor ons op. Klimmen dus maar weer. Boven zegt Kees: “Nu gaan we alleen nog naar beneden, echt waar, dat weet ik nog van vorig jaar.” En dus moeten we een kilometer later weer flink omhoog. “Nu gaan we alleen nog naar bene….”, probeert Kees, maar aan onze gezichten ziet hij wel dat ie beter z’n mond kan houden. Uiteindelijk mogen we toch naar beneden en samen gaan we over de finish.
Mijn bovenbenen doen behoorlijk zeer dus laat ik me ’s avonds eens goed masseren.
Gisteren heb ik 3 blauwe teennagels gekregen waarvan er één begint los te raken, deze plak ik af. En wie heeft dezelfde teen aan dezelfde voet getaped? Jawel, Henk. Dat schept toch wel een band.

{b}Dinsdag 8 juli 2008: Le Sentier-Fleurier, 56 km (+1650/-1920m){eb}
Net als voorgaande dagen smeer ik me ’s morgens goed in met zonnebrandmiddel zodat er dus weer een bewolkte miezerige dag voor ons ligt. We lopen eerst 10 km langs het meer Lac de Joux. Geheel vlak volgens onze Zwitserse vrienden. Volgens mij niet helemaal, maar ik kom dan ook uit Almere. Vandaag is de langste etappe, 56 km. Dit moeten we in 8 uur en 30 minuten hebben gelopen. Voor mij is die limiet vrij scherp, gezien de snelheden die ik in de vorige dagen heb gehaald. Ook Henk loopt een beetje te mopperen, hij voelt zich niet helemaal optimaal. Ik probeer hem wat op te vrolijken door hem een Snickers te beloven als hij vandaag de limiet haalt. Hij, op zijn beurt belooft me een stuk noga. Nou, daar wil ik best voor lopen.
Bij de eerste, zware, glibberige afdaling haalt Patrizia me in. Ze is Zwitserse en spreekt heel goed Engels. Dat gaat mij beter af dan Duits en al babbelend vervolgen we onze weg. Babbeldebabbel, kwekkerdekwek, daar gaan de dames. Tot we een hoop kabaal achter ons horen: ZURÜCK!!!!! We hebben de wegmarkering gemist en zijn veel te ver doorgelopen, we hadden allang het weiland weer in gemoeten. En het ging zo lekker. Omkeren maar weer en dezelfde weg terug, natuurlijk omhoog. Bij de laatste drinkpost neemt Patrizia een lange pauze, ik blijf zo kort mogelijk stilstaan anders verstijven mijn benen. Jammer, maar ik ga weer alleen verder.
Bovenop de laatste berg is een extra drinkpost ingericht met warme thee. Dat is me zeer welkom want ondanks extra kleding heb ik het behoorlijk koud. De man van de drinkpost vertelt me dat ik nu alleen nog maar naar beneden hoef te lopen, loopt met me mee en wijst me de weg. Alleen nog naar beneden betekent ook hier dat je eerst omhoog moet. Vertrouw nooit een Zwitser die zegt dat iets vlak is of dat je naar beneden gaat. Maar gelukkig is het daarna wel afdalen, hoewel ik dan weer naar een klim verlang. Afdalen is een aanslag op je benen, bij mij wel. Springend van de ene steen naar de andere, struikelend, uitglijdend over modder en koeienvlaaien (wat zijn ze groot!), mopperend en met pijn in m’n voeten kom ik aan in Fleurier. Aan de linker leuning van een bruggetje hangt een wegmarkering, ik zie in mijn linker ooghoek een man met een geel reflecterend jasje en sla vol goede moed links af. Loop vervolgens een paar minuten rechtdoor en kom tot de slotsom dat ik weer verkeerd ben gelopen. Zurück maar weer. Een mevrouw in een auto roept naar me dat ik straks nog 2 keer links moet en dat ik er dan ben. Gelukkig maar, ik ben inmiddels behoorlijk gesloopt. Ondanks alles kan ik toch binnen de limiet finishen waarna me een ijskoude douche in een ijskoude sporthal en een lekker stuk noga wacht. Jammie, dat smaakt naar meer, veel meer. Henk heeft zijn Snickers ook dubbel en dwars verdiend, zeker nadat hij na deze vermoeiende dag nog een poëtisch hoogstandje uit z’n mouw tovert. Ik wil het jullie niet onthouden:

Een meisje uit Almere
Kan niets meer dere
Ze loopt op een berg
dan lijkt ze net een dwerg
Soms is ze net een beest
Maar eigenlijk is alles voor haar een feest
Ze slaapt ’s nachts als een os
Maar dan breekt het gesnurk weer los
Dat is helemaal niet erg
Want ze gaat weer rennen op de berg.

Ik vind het erg mooi.

{b}Woensdag 9 juli 2008: Fleurier-La Chaux-de-Fonds, 47 km (+2020/-1760m){eb}
Willem start vandaag op de kortere afstand, hij heeft te veel last van zijn knie.
Ik smeer me voor de verandering maar eens niet in met zonnebrand, en jawel: de zon breekt door. Er is vandaag een tussenlimiet ingesteld, de 2e verzorgingspost op 27 km moet in 4 uur en 45 minuten bereikt zijn. Eitje, zou je denken. Maar die limiet is er natuurlijk niet voor niets. Als je hem niet haalt word je uit de race gehaald, je hebt hier dan niks te zoeken, wordt ons verteld. Om het extra spannend te maken loopt er een grote groep al na 5 km verkeerd, ik doe natuurlijk lekker mee.
De etappe van vandaag is niet lang, maar wel vreselijk zwaar. We lopen door een prachtig bos. Maar zoals elk bos heeft ook dit veel boomwortels, je kunt bijna nergens je voeten normaal neerzetten. Ze hebben hier de hellingen ook nog eens extra steil gemaakt, er is bijna niet tegenop te lopen. Ik maak angstige momenten door op een heel smal richeltje. Wanneer ik zo dom ben om even naar beneden te kijken durf ik niet meer verder. De ketting die langs de wand is bevestigd maakt het er niet beter op. Waarom hangt dat ding daar? Is hier soms al iemand naar beneden gedonderd? HELLUP!! Met veel moeite loop ik voetje voor voetje verder, ik doe het bijna in m’n broek van angst maar het lukt. Weer een grens verlegd. Wat doe ik mezelf toch aan? Het volgende stuk gaat beter en langzamerhand kom ik bij Patrizia. Zij kan beter afdalen maar ik ga sneller omhoog. Ineens staat ze stil. ‘Kijk!’, roept ze, ‘dat is een Türkenbund, die zijn best zeldzaam.’ Het is een prachtig paarse bloem, een soort lelie. Even een fotootje maken en dan gaan we weer door. De tussenlimiet halen we, we mogen dus doorlopen. Wilma, die we vlak voor de verzorgingspost zien wandelen, treft het minder. Zij heeft te veel last van haar scheenbeen en zal uitstappen.
We zijn nu halverwege de totaalafstand en krijgen een Zwitserse Läckerli (een soort kaneelkoekje). De rest van het parcours is bezaaid met stenen. Dat schijnt ook vaker voor te komen in de bergen en lekker lopen kun je hier niet. Ik maak vandaag maar weinig foto’s, deze dag valt me erg zwaar. Na 7 uur en bijna 59 minuten komen Patrizia en ik meer dood dan levend binnen. We mochten er 8 uur over doen en hebben dus 1 minuut over. Riant!
Ik denk er sterk over om morgen op de kortere afstand te starten, zo verrot als ik nu ben zie ik het helemaal niet meer zitten. Maar op aanraden van Patrizia en het thuisfront neem ik eerst een lange douche, laat me masseren, neem een flinke maaltijd en slaap er een nachtje over. Dank!
De dokter geeft me een zalfje voor enkele kleine pijntjes in m’n enkels, verbandje erom en ik hoor helemaal bij de meerderheid van de groep. Bijna iedereen heeft wel een pleister, tape of verbandje en loopt moeizaam. Behalve Bram en Erwin, die zijn zo fit als een hoentje.

{b}Donderdag 10 juli 2008: La Chaux-de-Fonds-Biel, 53 km (+1520/-2090 m){eb}
Jan(ne)tje huilt, Jan(ne)tje lacht. Dacht ik er gisteren nog over om te stoppen omdat ik me zo slecht voelde, vandaag loopt het als een tierelier. Het is lekker warm, het zweet loopt met straaltjes van m’n hoofd, de strontvliegen zwermen om me heen en ik voel me happy. Het parcours is een stuk beter begaanbaar dan gisteren en we hebben prachtige uitzichten. Omhoog loop ik lekker en zelfs naar beneden gaat het goed. Fotootje hier, fotootje daar, Jannet heeft het goed voor elkaar. Tot 3 km voor de finish. Heel even let ik niet op en boem, daar lig ik. Henk, die bij me loopt, steekt meteen een hand naar me uit. ‘Opstaan, doorlopen, goed voor de doorbloeding’, commandeert ie. Hij hijst me omhoog en we lopen verder. ‘Goh Henk, ik ben voor je gevallen’, probeer ik nog grappig te doen, maar ik voel al wel dat het niet goed zit. Na de finish bekijk ik de schade: schaafwonden aan handen en benen, dikke schouder en knie en blauwe plekken op bovenbeen. Ook is mijn cameratasje kapot. De camera is gelukkig intact. Vooral m’n knie voelt heel slecht, het zal me toch niet gebeuren dat ik door zo’n stomme val niet verder kan? Dit is zwaar kl…….ik bedoel: heel vervelend. Naar de dokter dus maar. Daar komt net Patrizia naar buiten, ze heeft veel pijn aan haar schenen en is vandaag uitgestapt. Morgen gaat ze naar huis. Ze huilt tranen met tuiten. Ik houd het ook niet meer droog en samen janken we even flink uit. Hè, dat lucht op.
Bij de dokter (hij kan trouwens heel mooie hoofdbanden breien) wordt ik ontsmet, beplakt en vertroeteld. Nog een kusje erop en morgen is er weer een dag. Nu ben ik extra gemotiveerd om Basel te halen. Ik heb geen loopblessure, ik ben alleen maar een gevallen vrouw.

{b}Vrijdag 11 juli 2008: Biel-Balsthal, 50 km (+1780/-1720 m){eb}
Ik heb een beroerde nacht gehad. Alles deed zeer en ik kon geen goede manier vinden om te liggen. Bij het opstaan ben ik dan ook behoorlijk stijf maar dat trekt gelukkig redelijk snel weg. De knie en schouder zijn minder dik maar ik heb mezelf vannacht dan ook een soort bewegingstherapie gegeven. Jean-Pierre roept spontaan: ‘Als het niet gaat met Jannet, tillen we haar om de beurt. Ik doe de eerste kilometer.’ Speciaal voor deze gelegenheid scheert hij zijn kin spiegelglad. Het moet al een week geleden zijn dat ie dat voor het laatst heeft gedaan. Hij is nu zo gestroomlijnd dat hij bij de start wegstuift en ik alles weer alleen kan opknappen. Bedankt maar weer, Jan Piet.
Als ik zo om me heen kijk, vallen mijn problemen best mee. De één is nog stijver dan de ander. Iedereen heeft wel wat. En we doen dit vrijwillig! Ik begin vandaag heel rustig. Het is weer lekker warm, de strontvliegen zijn er ook weer en het parcours is weer fantastisch. Heuvel op gaat goed, heuvel af doet mijn knie pijn en moet ik me echt concentreren om normaal te lopen. Toch voel ik snel een verkramping in m’n bovenbeen. Henk en ik lopen vandaag veel samen. De laatste uren voelen we ons allebei behoorlijk moe en hebben veel steun aan elkaar. Kom, bij die koeienvla gaan we weer. Tot de volgende geul, oké? Weet je wat, we doen er nog één, dat kunnen we best. Zo ploeteren we voort. Heb ik een dip, beurt hij me op. Ziet hij het even niet zitten, doe ik de peptalk. De laatste 6 km gaan naar beneden. Mijn bovenbenen trekken het niet meer en langzaam maar zeker verdwijnt Henk uit het zicht. Bij de finish staat een fontein en daar ga ik eens lekker met m’n voeten inzitten. Oh, wat is dat heerlijk. Weer een etappe volbracht. Basel, ik kom eraan!
’s Avonds laat ik me nog maar eens in benen en billen knijpen door de masseur.

{b}Zaterdag 12 juli 2008: Balsthal-Basel, 52 km (+1490/-1700 m){eb}
Ik heb altijd al een ultra op mijn verjaardag willen lopen. Nu is het dan eindelijk zover. Het is alleen niet echt bijdehand van me geweest om er één uit te zoeken waar je vooraf 298 km warm moest lopen. Het zou nu ook wel lekker zijn om gewoon achter de koffie met gebak te zitten. Dom wicht dat ik ben. Hoewel? Ik heb het de hele week, ondanks alle vermoeienissen, reuze naar m’n zin gehad. En als ik dan vanmiddag Basel haal zal dat een geweldig verjaardagscadeau voor me zijn. Eerst nog even 52 km lopen. I.v.m. de regen neem ik mijn fototoestel niet mee, mijn tasje is te gehavend om het goed te beschermen. Bovendien heb ik al mijn energie nodig om veilig naar Basel te komen.
Gisteren heeft de masseur ook mijn knie gefrutseld en die is weer een stukje minder dik. Dat is wel handig, zo kan ik hem weer iets verder buigen. Helaas is deze etappe vooral in het begin veel klimmen en klauteren. Omdat de langzaamsten vandaag een half uur eerder startten moet ik vaak aan de kant om mensen erlangs te laten. Markus, Erwin en Bram komen fris en fruitig langs huppelen en laten mij stikjaloers achter. Bij elke stap naar beneden schiet er een pijnscheut door mijn knie en weer doe ik maar voorzichtig aan. Echter na 25 km wordt het beter: de heuvels wat minder steil en de ondergrond wat beter begaanbaar. Energie heb ik op dit moment nog genoeg dus op de stukken waar het kan zet ik er flink vaart in. De één na de ander haal ik nu in, ook lopers van de K175. Henk is de enige die met me meeloopt. In 1 uur leggen we zelfs meer dan 8 km af. Nooit gedacht dat ik daar nog eens blij mee zou zijn. De laatste 7 km lopen we langs de Rijn. Henk klaagt over een stijve rug en zere benen om vervolgens van me weg lopen. En voor iemand met zere benen gaat hij behoorlijk hard. En dan, eindelijk, de finish. Ik had al gedacht dat ik of met een brede grijns zou gaan finishen of dat ik een potje zou gaan grienen. Het werd de grijns. En hij zit er nog.

Ik heb nog nooit zo hard gewerkt in mijn vakantie. Ik heb veel gelachen en genoten maar ook gehuild, gemopperd, gejammerd, enige ondamesachtige krachttermen geuit en pijn geleden. Maar dit had ik voor geen goud willen missen. In het eindklassement ben ik 6e geworden maar voor mezelf heb ik gewonnen en dat gevoel pakt niemand me ooit meer af.

De meeste mooie plaatjes zitten in m’n hoofd, sommige heb ik op de gevoelige chip vastgelegd. Deze zijn te zien in het fotoalbum van http://jannetlooptlang.punt.nl

Jannet Lange
(jannet.lange provider hetnet.nl)