Categorieën
nieuws verslagen

Ik ben ik

De laatste week van mei voelde als een warm bad. Na twee en een halve week Marokko, een avontuur dat voor mij pittiger voelt dan een ultra, volgden nog vier prachtige lange lopen. Warme dagen, wind, zon, mooie gesprekken, stilte en heel veel kilometers. In totaal ruim 220 kilometer in één week.

Het lichaam werd moe, zoals dat hoort. Maar het hoofd werd meer vermoeider.

Ik leef met het syndroom van Usher. Mensen zien vaak wat ik verlies: een stukje gehoor, een stukje zicht. Wat ze niet zien, is wat ervoor terugkomt. Het voortdurende werk van mijn hersenen om van alle losse indrukken één begrijpelijke wereld te maken. Dat is onzichtbare arbeid. Iedere dag opnieuw.

Misschien is dat wel de grootste uitdaging. Niet wat ik niet meer kan zien of horen, maar de energie die nodig is om alles wat er nog wel binnenkomt te verwerken.

Toch blijf ik doen wat ik graag doe.

Lopen. Reizen. Genieten. Vader zijn. Partner zijn. Vriend zijn.

Soms is alleen zijn makkelijker. Dan hoef ik niets uit te leggen en alleen mijn eigen weg te volgen. Maar samen is mooier. Samen geeft kleur aan het leven, ook als het soms meer vraagt. Volgende week wacht de uitdaging van 100 mijl. Nu voelt het als een mooie reis waarvan ik niet precies weet waar het eindigt. En dat hoeft ook niet.

Ik ben trots op mijn gezin. Op mijn vrouw, die overzicht brengt waar ik soms fladder. Op mijn dochters, die ieder op hun eigen manier hun weg vinden in de wereld. Zij inspireren mij net zo goed als ik hen.

Deze week heeft me opnieuw iets geleerd. Ik hoef niet alles uit te leggen. Ik hoef niet altijd begrepen te worden. Ik mag gewoon zijn wie ik ben.

Want uiteindelijk blijft één ding overeind:

Ik ben ik.

Met alles wat lukt.

Met alles wat moeilijk is.

Met alles wat nog komt.

En morgen is morgen.

Eddy Hedemann

(De 220 kilometer waren de Schipholloop 60 km en 3 controle rondes van de 100 mijl van Sint Annen.)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *