Categorieën
Niet gecategoriseerd

DAG HARDLOPEN

Een eerlijk résumé van Vincent over zijn noodgedwongen afscheid van de loopsport

Op verzoek schrijf ik wat laatste ontwikkelingen over mijn gezondheidstoestand. Ben op 27 augustus na aanleiding van een MRI-scan over de totale wervelkolom, op controle in het MMC geweest. Mijn rug is in grote mate versleten. Er zijn geen therapeutische hulpmiddelen beschikbaar om de boel te repareren. Toen ik nog liep was deze slijtage al sluimerend aanwezig, als een soort vermomming, maar kon door het veelvuldig activeren en wekelijkse sportmassage nog een verborgen blessure blijven. Door de verplichte bedrust tijdens het ziekenhuisverblijf raakte de wervelkolom met alles wat er aan vast zit zo van streek, dat de echte blessure zich op een plotseling heftige en afgrijselijke wijze uitte. Dag hardlopen, finito.

Gloort er nog hoop? Met mijn neuroloog ook de balans- en evenwichtsproblemen besproken. Zowel in Veldhoven als op het UMC Radboud in Nijmegen is geen echte oorzaak gevonden. Wel zeggen de behandelende neurologen dat mijn excessieve sportbeoefening geen aanleiding geweest kan zijn. Wat dan wel? Omdat er mogelijk elders meer deskundigheid aanwezig is, word ik door de neuroloog geadviseerd een onderzoek in het Academisch Ziekenhuis in Maastricht te laten verrichten. Uiteraard grijp ik deze mogelijkheid met beide handen aan. Ik bezoek nog regelmatig de sportarts die me middelen aanreikt om de mobiliteit te vergroten, zoals Nordic Walking. Gemiddeld loop ik er dagelijks 8 tot 10 km mee. Het ‘los’ lopen gaat moeizaam. Fietsen op een tweewieler kan ik sinds januari niet meer. Daarom schaf ik een driewieler ligfiets aan.

HERINNERINGEN

Een mooie periode in mijn leven, misschien wel de mooiste. Het waren heerlijke jaren. Wat een onbezorgde tijd! In de tachtiger en negentiger jaren was ik lid van toerclub ’Le Champion’, in die tijd Nederlands grootste vereniging op loop- en fietsgebied. Ik koesterde de racefiets. Er werden ritten in binnen- en buitenland georganiseerd. Je wereld werd uitvergroot, als je weer eens deelnam aan een toertocht van 250 tot 300 km. Ik voelde me een held toen ik nog op 60-jarige leeftijd de top van de Keutenberg (22 procent) bereikte, zonder de grond te raken. Noord-Frankrijk, de Eifel, Ardennen, de Hallembay, een kanjer van een berg waar ik met een vaartje van rond de 80 km vanaf denderde. Wat gaf dat een opwinding.

In de winter werd de fiets ingevet en in de garage gehangen. De conditie hield ik op peil met loopjes in de bossen, en kwam wel eens uit op korte wedstrijden. Ik werd door een lid van Veteranen Nederland uitgenodigd om met 4 mensen (estafette) een 6 uur wedstrijd in Budel bij Ton Smeets te lopen. Wat wordt er van mij verwacht, kan ik wel hard genoeg, vroeg ik me besluiteloos af. Nee, het zou een plezierig onderonsje worden. En het werd een echte openbaring, we werden de hoogst geklasseerde van de 4 teams. Ik weet nog goed dat ik tegen Gijs (toen kende ik hem nog niet met naam) zei, enorm respect te hebben dat hij 6 uur aaneen zoveel km aflegde. ‘Dat kun jij ook’, zei hij. Een half jaar later liep ik in 62½ km in de 6 uur van Breda en was niet moe, maar ontzettend opgewekt. Ik had een afschuwelijk afzien verwacht, maar het gemak waarmee ik de volgende dag weer aan het trainen sloeg, verbaasde me. De fiets bleef voortaan in de garage.

De jaren die volgde zijn van een onvergelijkbare schoonheid. De heerlijkste jaren. De blubber, hagel, sneeuw, regen en hitte waren onderweg vijanden, maar aan de finish liefdevol gekoesterde hindernissen. Van alle 130 wedstrijden heb ik verslagen gemaakt. Waarom? Was het vooruit kijken? De ontroeringsmomenten zijn gek genoeg toegenomen. Als er nu in het weekend wedstrijden zijn, zoek ik mijn verslag van vorig jaar op, en beleef de wedstrijd op dezelfde tijd met kinderlijke spanning mee. Lach me maar uit, maar ik strijd in gedachten mee, wat me met de neus op de betekenis van gezondheid doet belanden.

De meeste mannen lopen het liefst vóór de vrouwen uit, ik niet. Ik genoot van hun schitterende atletische achterkant en een geinig kletspraatje. Soms gingen er heftige rillingen door me heen, als ik me weer bewust werd van het bevoorrecht zijn. Natuurlijk ontkom je niet aan pijntjes, maar die voel je amper, want de finish wacht. De finish. Daar wilde ik zo snel mogelijk zijn. Achteraf gebleken is dat een verkeerde obsessie gebleken. In de afgelopen jaren heb ik er heel veel energie ingestoken en moest daarom voor mezelf een goede prestatie leveren. Omdat je alleen maar kunt presteren als je bezeten ben van je sport, trainde ik hard, maar nam ook voldoende rust. Meedoen om erbij te horen heeft voor mij geen waarde. Dus iedere wedstrijd zo hard mogelijk rammen in de hoop in mijn categorie het hoogst haalbare eruit te halen. Als je zo jaren lang wilt vlammen, mag je dit gerust roofbouw plegen op je lichaam noemen. Soms door het oog van een naald gekropen, tot de kracht van het aanvallen door de spieren en hersenen verhinderd werd. Toch komt er geen einde aan mijn lopersgeluk. Geen spijt, het heeft me verrijkt, ik kon niet anders.

{i}Vincent Schoenmakers{i}