Spartathlon 2007 als afsluiting ultracariërre.
Nooit meer deze kloteloop, zei ik vorig jaar, nadat ik na 170 km vlak na de Sangaspas de strijd gedesillusioneerd moest staken. Ik zat 5 min. voorbij de limiet en voelde me leeg. Doorgaan had geen zin meer.
Enkele weken later dacht ik er al weer anders over. Ik had toch het gevoel iets niet afgemaakt te hebben. Bovendien was de voorbereiding vorig jaar superslecht en dan toch nog zo’n eind komen biedt toch perspectief.
Dus dit jaar zou alles in het teken staan van een hernieuwde poging de monstertocht tussen Athene en Sparta (246 km) te volbrengen. Alle wedstrijden waar ik aan meedeed beschouwde ik als veredelde trainingen. In mei liep ik tot mijn eigen verbazing ruim 200 km bij de 24 uur van Apeldoorn. Ook de Dodentocht (100 km) in België en Winschoten (8 rondjes) verliepen naar wens. De ronde van Amsterdam over 62 km (uitgezet door Willem Mutze) werd maar liefst 8 keer afgelegd. De laatste 3 maanden liep ik weektotalen van tussen de 170 en 200 km.
Ook deed ik samen met Carel Schrama een paar keer een lange duurloop in de prachtige Kennemerduinen.
Blessures bleven gelukkig uit en ik had echt het idee dat ik in een veel betere conditie was dan het jaar ervoor. Garanties dat je het haalt, heb je echter nooit. Alles zal op de dag van de wedstrijd moeten meezitten.
Een paar km na de start in Athene kwam ik samen te lopen met Carel. Dit zouden we volhouden tot Sparta en dat terwijl we daarover niets hadden afgesproken.
Kort voor Korinthe (80 km) kreeg ik vrij plotseling lichamelijk ongemak, kramp, eerst in de linker- en vervolgens ook de rechterkuit. Al gauw begonnen ook de bovenbenen te protesteren. Ik had totaal geen controle meer over mijn stappen en stuiterde alle kanten op. Normaal gesproken zou dit het einde betekenen van de wedstrijd voor mij.
Gelukkig is er in Korinthe een grote verzorgingspost. Een masseur slaagde er in de krampen enigszins weg te krijgen en voorzichtig ging ik weer op pad. Als door een wonder voelde ik de pijn steeds verder wegtrekken en in het verdere verloop heb ik van de kuiten geen last meer gehad.
Dus, op naar de Sangaspas (160 km). Vooral Carel ontpopte zich hier als een echte klimgeit, de Koreanen stoven verschrikt opzij toen hij kwam aangesneld.
We hadden vanaf Korinthe steeds tussen de 30 en 50 min speling op de limieten en dit gaf een gerust gevoel. Nu kregen we echt het idee dat we het zouden gaan halen.
Helaas kreeg Carel problemen met het binnehouden van voedsel, maar na verloop van tijd ging dat weer beter. Waar ik nog wel angst voor had was de hitte van zaterdagmiddag (boven 30 graden). Dat is me op de lange autoweg naar Sparta ook bijna fataal geworden. De stukjes wandelen werden steeds langer en het op gang komen naar hardlopen ging steeds moeizamer.
Carel was in deze fase de sterkere van ons tweeën, maar hij was zo aardig om bij me te blijven. Zonder hem zou ik het waarschijnlijk niet hebben gered.
Ook kon ik profiteren van Carels begeleidingsteam, Raimon Gort en Rob Koghee.
Deze jongens waren goud waard en hebben ons er op diverse punten doorheen gesleept.
We keken elke keer weer uit naar de verzorgingsposten waar ze zouden staan.
Uiteindelijk kwamen we een klein kwartier voor de limiet van 36 uur aan bij het standbeeld van koning Leonidas. Dit was voor mij een moment om nooit te vergeten; wat een onthaal krijg je daar als finisher. Het is mooi dat het is vastgelegd op video en foto.
Ik besef wel dat ik op een aantal punten mazzel heb gehad bij het slagen van deze missie:
-het gezelschap van Carel zonder wie ik het niet zou hebben gered;
-de steun van Raimon en Rob van het begeleidingsteam;
-het “goede”moment van de krampaanvallen bij Korinthe.
Nog enkele tips (geheel persoonlijk) voor toekomstige Spartathlongangers:
-Mijd hotel Londen van de organisatie. In de buurt zijn genoeg goedkope, goede hotels waar het niet zo hectisch is en je een kamer voor jezelf hebt;
-Een begeleidingsteam is een pré. Zonder kan wel, maar is mijns insziens een stuk moeilijker;
-Probeer zo veel mogelijk zelf te regelen en zo min mogelijk afhankelijk te zijn van de Griekse organisatie.Laten we het voorzichtig zeggen: Grieken zijn nogal chaotisch en zaken efficiënt organiseren gaat ze nogal moeilijk af.
En dan nog even dit:
Vanaf 1990 draai ik mee in het wereldje van de ultralopers. Het heeft mij altijd veel plezier gegeven. Velen heb ik zien komen en gaan.
Met het volbrengen van de Spartathlon denk ik dat het ook voor mij mooi is geweest, een mooi moment om te stoppen met het ultralopen.
Ik sluit niet uit dat ik nog een keer opduik bij een ultraloop, maar dat zal een incident zijn.
Marathons en kortere wedstrijden blijf ik wel doen, dus jullie zijn nog niet van me af.
Simon Pols
