Met een dertigtal, voornamelijk Walen, 1 Nederlander Henk Sipers, 1 Duitser Eberhard Schaaf en 2 Vlamingen Wouter Hamelinck en ondergetekende, verzamelen we op zaterdag 2 februari om 18.30 in de vertrekhal te Zaventem. 2 uur later doorklieven we het luchtruim richting Parijs om op de luchthaven Charly de Gaulle nog 6 Franse medelopers op te pikken. Samen zetten we enkele uurtjes later koers naar Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. 200 km ten zuiden van deze stad met bijna 4 miljoen inwoners gaan we een “self-supporting” loopwedstrijd over ongeveer 140 km proberen af te haspelen.
De wedstrijd is weer een organisatie van Alain Charlier en zijn “Iron Organisation”. Ook deze keer gaat er weer een deel van het inschrijvingsgeld naar humanitaire hulp, o.a. naar de Luikse associatie Tesfay, die probeert om Ethiopische weesjes in hun familie te laten opgroeien. Een ander deel is bestemd voor het bouwen en bevoorraden van scholen in Ethiopië.
Nadat we ons visum aanschaffen, treffen we in de aankomsthal van de luchthaven mijn gelukkige broer Luc en zijn vriendin Pascale. Zij trekken een maand rond in Ethiopië en maken van de gelegenheid gebruik om ons 4 dagen te volgen. Iron Organisation ziet op haar beurt de opportuniteit om een paar extra bevoorraders te strikken.
Met 2 ”alle-terrein-busjes” wacht ons nu een helse rit naar de oevers van het Langano-meer. Dit is één van de kratermeren in de riftvallei die ontstaan zijn als een overblijfsel van een turbulent geologisch verleden. De laatste kilometers kunnen enkel nog per jeep of te voet afgelegd worden. Het worden voor ons nog 3 lange, stoffige maar mooie Ethiopische kilometers. Op onze eindbestemming krijgen we per 4 personen een hut met alle comfort aangeboden. De 4 niet-franstaligen van ons gezelschap mogen samen hun laatste voorbereidingen voor de wedstrijd treffen. Ik mag de nacht doorbrengen dicht tegen Wouter aan in een “twijfelaar”. Voordat we in bed duiken, hebben we eerst nog de technische controle. Er wordt o.a. nagegaan of we al het vereiste overlevingsmateriaal en voldoende calorieën in onze rugzak gepropt hebben. Wat we niet nodig hebben, wordt voor 4 dagen achter slot en grendel geplaatst.
De nacht is goed geweest en we krijgen voor het startschot nog een ontbijt aangeboden. Ik neem geen enkel risico en hou het bij wat cornflakes en een sneetje met jam. Mijn strijdmakkers Wouter, Henk en Eberhard doen zich te goed aan één van de vele omelet-mogelijkheden op de menukaart. Er volgt nog een officiële toespraak maar om half 10, de zon laat al goed van zich voelen, zijn we dan toch weg. Ik heb me vooraf als doel gesteld om zoals meestal comfortabel te lopen en dat zou theoretisch goed moeten zijn voor een plek tussen de vijfde en tiende positie op 29 vertrekkers.
De laatste 2 maanden is de training, op een paar enkelverzwikkingen en een lichtzeurende hamstring na, goed meegevallen. Weken met een kilometeromvang van tussen de 80 en 100 km en een 3-tal vlot gelopen (ultra)-marathons geven het zelfvertrouwen een zetje in de goede richting. Positief is ook dat warme klimatologische omstandigheden tot nu toe altijd in mijn voordeel hebben gewerkt.
Tijdens de eerste hectometers vrezen we nog even belachelijk gemaakt te worden door enkele Ethiopische lopers, maar het blijken geen echte toppers te zijn. Het tempo en het duurvermogen dat zij ontwikkelen is niet echt wat van die atletische lichamen verwacht kon worden. Bij de eerste bevoorrading rond kilometer 12 zijn zij allen al uit de wedstrijd verdwenen. Ik kon intussen opschuiven van een zesde/zevende positie in het begin naar een derde positie. De 2 koplopers Wouter en Bernard (die de 4 vorige Afrikaanse trails in Mali en Niger won) heb ik soms in de verte in het vizier. Wat verderop loopt er een tijdje een dorpsbewoner langs mij op. In het begin mij luid aanmoedigend maar even later krijg ik een tik tegen mijn hoofd. Ik denk eerst nog aan een slechtgegeven aanmoediging, maar terstond krijg ik nog 2 harde tikken tegen mij. Als ik mij even boos maak, schrikt de hansworst enkele meters achteruit. Wat meer dan wat luid geschreeuw volgt er niet meer.
Tot de 2de bevoorradingspost rond km 22 loopt voor de rest alles perfect. We duiken hier een nationaal park in en het parcours verandert van goed beloopbare wegen naar moeilijk oneffen, stoffige paden met een hoog trail-gehalte. De hoeveelheid en type zand dat her en der het lopen bemoeilijkt, zijn heel divers. Het vervelendst is het type “bloem”-zand; zo fijn dat je amper voelt dat je erdoorheen loopt. Je schoenen en sokken zitten er wel dadelijk vol van en de hindernissen die eronder verscholen liggen, zijn heel verraderlijk. Met mijn zwakke enkels wordt het noodlot dan ook getart. Al vlug sla ik tot 2 maal toe mijn linkervoet om, alhoewel ik op dat moment heel behouden loop. Ook op mijn tenen ontluiken enkele blaren vanwege te weinig plaats in mijn schoenen door het op bezoek zijnde fijne zand. Ik zak terug tot op een vijfde positie en het plezante gevoel blijft nog amper op positief. Ik vrees al voor de volgende dagen, terwijl de eerste dag nog niet gestreden is. Als even later Nicolas en dan ook Eric (mijn voorlopers) op een flauwe helling beginnen te wandelen, kom ik gauw terug tot bij hen. Ik wandel even mee en er worden enkele woorden gewisseld. We vertrekken even verder gezamenlijk, maar eerst Nicolas en wat later Eric moeten me toch laten gaan. Er volgt nog een 3 kilometer lange afdaling tot aan de rand van het Shala-meer. Ik finish hier op een 10-tal minuten van Bernard en 3 minuutjes achter Wouter die het laatste half uur heel moeilijke momenten doormaakte. Wat later arriveert Henk relatief fris en tevreden in de middenmoot. We hebben vandaag de gelegenheid om ons “op te frissen” aan een warmwaterbron. Het meer is besmet met bilharzia, een wormziekte waarbij de larven de intacte huid kunnen binnendringen en waarna de wormen via de bloedbanen verschillende organen kunnen aantasten. Enkele dorpsbewoners wassen zich niettemin onverstoord in dit meer. Na de wasbeurt is er gelegenheid -om indien nodig- de dokter op te zoeken om de wonden (vooral blaren en doorschuurwonden van de rugzak) bij te werken. Ik laat door Luc mijn geteisterde linkerenkel intapen. Op mijn menukaart staat, zoals overigens elke dag tijdens deze trail, koude curry-soep en koude pasta. Proefondervindelijk stelde ik thuis vast dat ik zowel mijn soep als mijn 3’-pasta ook gaar kreeg met koud water als ik maar wat geduld opbracht. Als dessert had ik nog enkele gedroogde abrikozen in mijn rugzak zitten. Tegen de avond krijg ik tentbezoek van Tine, freelance journalist voor o.a. Runners World. Als ervaren marathonloopster tracht ze hier de geheimen van “den ultra” te doorgronden. Hier en daar loopt zij een stuk met ons mee.
Op dag 2 staat een etappe van 40 kilometer op het programma waarbij we van het Shalameer naar het Abidjatameer lopen waar we dan de volgende dagen omheen zullen lopen. Op mijn ontbijt staan enkel een paar handen vol cornflakes met chocolade en achteraf een flinke geut water. Mijn 2 bidons van 75 cl worden gevuld met sportdrank. Er zijn vandaag 3 bevoorradingsposten voorzien, waarbij de lopers telkens een genummerde fles water van 1.8 liter ter hun beschikking krijgen. Het is bij de start om 08h40 al behoorlijk warm en vandaag zou het kwik tot 38°C in de schaduw stijgen. Schaduw die we overigens vandaag amper te zien krijgen. Er staat vandaag slechts één hindernis op het programma, nl. een lange, geleidelijke, kronkelende klim over enkele kilometers naar de eerste bevoorrading. Het is tijdens die klim dat ik bij Wouter kom en zie dat hij zich vandaag heel slecht voelt. Geen kracht in de benen en elke spiervezel in zijn lijf doet zeer. Wouter maant me aan om maar dadelijk door te lopen. Bernard is op dat ogenblik al uit mijn gezichtsveld verdwenen en achter mij is, in geen tijd, ook niemand meer te bespeuren. Dat zal de rest van de etappe ook zo blijven. Afleiding wordt geboden door talrijke kijklustigen langs de weg. Niet allemaal waren ze even vriendelijk of hadden ze dezelfde bedoelingen. Dikwijls word ik van heel dichtbij begeleid door kinderen die me aanmoedigen met kreten als “birre” (de plaatselijke munteenheid) of “gimme your camera”. Wat verder tref ik drie niet-slecht-uitziende pubermeisjes. Als ze me begroeten met “give me your money” zien ze er plots niet meer zo leuk uit. Wat verderop belandt er een steen langs mij. Achteraf hoor ik dat de slippers van Eberhard uit zijn rugzak gestolen zijn. Er zijn vandaag nog lopers met stenen bekogeld. Halfweg de etappe moeten we een groot duinenveld over. De duinen zijn wel niet zo hoog, maar de hindernis is toch van die aard dat mijn schoenen vlug aan een leegmaakbeurt toe zijn. Als ik terug op een breder pad kom, is de bewegwijzering zoek. Ik loop enkele malen heen en weer zonder veel succes. In de verte komen enkele jongens aangelopen met een lege, blauwe spuitbuis. Een type spuitbus met biodegradeerbare verf waarmee Alain de route uittekent. Met hulp van de jongens kom ik wat later terug op de goede weg. “Weg” is eigenlijk wat te goed uitgedrukt, want we lopen eigenlijk gewoon tussen en over kleine, meestal begroeide heuveltjes met hier en daar een ezelspaadje.
Het is moeilijk in een goed tempo te komen en de verschroeiende hitte van vandaag werkt ook niet echt stimulerend. Toch bereik ik met een fatsoenlijk gevoel een grote zanderige vlakte waar ik in de verte iets wat op een 4×4 gelijkt. Dichterbij gekomen blijkt het het finishersdoek te zijn. Voor de rest nog enkele zwarte jongetjes en Bernard die al een kwartiertje onder een grote boom ligt te bekomen. Wat later komt organisator Alain ons wat verwonderd compagnie houden. Een kwartier na mij komt nummer 3 over de finish en de volgende uren komt ook de rest van het deelnemersveld in vrij diverse toestand over de finish. Wouter is er het slechtste aan toe, hij heeft overal pijn, zijn spijsvertering ligt overhoop en hij doet meer dan 2 uur langer over het traject dan de winnaar. Ondanks zijn jonge leeftijd heeft hij een ijzersterke wil en zal hij zelden de handdoek werpen. Voor Wouter bestaat de rest van de dag uit platliggen met af en toe een spurt naar een beschermende struik. Wat immodiumtabletten en wat rehydratatiezout zouden er voor moeten zorgen dat Wouter terug wat mens wordt. Tegen de avond treffen we ook de cameraploeg van Televesdre terug in ons kamp. Hun chauffeurs samen met bevoorraders Luc en Pascale zijn de hele dag zoek geweest. Kaartlezen is blijkbaar ook niet hun sterkste punt en raad van anderen slaan ze in de wind. Diezelfde chauffeurs zorgen tijdens de avond nog voor animatie als ze als avondmaal een geit kelen, die ze eerder ergens op de kop getikt hadden. Het meer waarlangs we kamperen is langs de oeverrand over honderden meters bevolkt met een enorme kolonie roze flamingo’s.
De derde dag zou de marathonafstand overwonnen moeten worden. Tijdens de briefing wordt ons duidelijk gemaakt dat we rond km 20 doorheen een rivier moeten. Het water staat niet hoger dan kuithoogte en Alain heeft de oversteek zelf al gewaagd. Het traject om daar te geraken is echter niet zo heel duidelijk. De “klassementslopers” zijn een beetje onzeker en willen zeker geen onnodige kilometers maken. De start is heel behouden en een groepje van een man of 10 zondert zich geleidelijk aan af. Voor mij ook een perfect scenario, want een onrustige nacht met onrustige darmen brengen toch wat onzekerheid. Aan mijn beperkt ontbijt wordt vandaag ook een immodium toegevoegd. Het gevoel is redelijk maar zeker niet van die aard om het tempo te verhogen. Wouter moet ons al vlug laten gaan en moet regelmatig beroep dan op zijn rolletje toiletpapier. Een rolletje dat overigens vandaag uit zijn rugzak gegrist zou worden. Ook de jeep van de dokter wordt vandaag bestolen, waarbij onze verzorgingskoffer de buit is. De kopgroep heeft, alhoewel ze zo omvangrijk is, veel moeite om de signalisatie tot aan de oversteek te volgen. Er worden regelmatig stukken gewandeld, omdat niemand weet welke de goede richting is. Ook bij de rivier is iedereen de kluts kwijt. Enkelingen steken al vlug over, maar één meter lijkt mij toch ruim meer dan de kuiten van de niet al te grote Alain. Met een zestal zoeken we nog wat verder en een kilometer verder wagen we ons ook aan de oversteek. Het water reikt ons tot net aan de middel. Vanaf nu moeten we ons vooral oriënteren op ons kompas, waarbij ‘richting oosten’ moet aangehouden worden. We passeren een dorpje, maar helaas nog geen markeringstekens. Wie we hier wel treffen zijn o.a. Wouter, Henk en nog enkele anderen. Zij hebben de rivier ook op een andere plaats overgestoken. We krijgen geleidelijk aan terug zicht op het meer, maar door de route die we lopen hebben we de waterpost gemist en hier en daar geraakt er iemand door zijn voorraad heen. Het is dan wel wat minder warm dan gisteren, maar het kwik stijgt toch tot ruim boven de 30° C. Dan zien we in de verte toch een jeep aangestoven en die ons, koplopers, al een tijdje aan het zoeken is. Na onze dorstlessing wordt het tempo wat opgeschroefd. Een drietal loopt voorop en Bernard en ik blijven op een honderdtal meter volgen. Uiteindelijk zal ik vandaag vierde ex-aequo finishen. De etappewinnaar is al een tiental minuten binnen. Hij heeft de rivier bij het eerste punt dadelijk overgezwommen en heeft dus nog een andere route gelopen. Door onze afgelegde, maar verkeerde route haalden we vandaag ook niet de marathonafstand. Ook de ontmoeting met het camerateam ging aan onze neus voorbij, omdat die opgesteld stond bij de voorziene doorwaadplaats. Het eindklassement lijkt buiten onvoorziene omstandigheden vast te liggen, want morgen wacht de kortste etappe over nog slechts 26 à 27 kilometer. Als we na de briefing en het door Alain aangeboden biertje, het eerste in 3 dagen, de tent inkruipen, horen we aan de andere kant van het meer licht gerommel. Wouter voorspelt voor morgen het begin van het regenseizoen.
Rond een uur of vijf worden we wakker gewaaid door een stevige bries, die onze tent wil meenemen. Wat later horen we licht gedruppel en niet veel later regent het redelijk stevig. Wij slapen bij gebrek aan overzeil enkel onder onze ondertent en dat die niet waterbestendig is, hebben we vlug geweten. Wouter probeert te schuilen tegen de ingang, die iets meer beschutting geeft. Ik kruip nog wat dieper in mijn slaapzak en tegen dat die doornat is, stopt het met regenen en is het bijna tijd om op te staan. In de tent staan hier en daar enkele plassen en enkele spullen zijn helaas nat geworden. Voor de start wordt hier en daar wat gepraat. Bernard polst wat de bedoelingen zijn van de achtervolgers. Iedereen lijkt tevreden met de huidige stand van zaken en niemand wil er echt invliegen. Een rustige trip lijkt in de maak. Dit is echter buiten Wouter gerekend, die gisteren terug goed gegeten heeft en ook een goede nachtrust had. Hij vertrouwt mij ’s morgens ook toe dat hij zijn lenzen nodig heeft om een aanval te kunnen plaatsen. Die aanval plaatst hij meteen na de start. Bernard komt verwonderd vragen of ik hier van af wist. Ik zeg hem dat ik wel een sterk vermoeden had. Bernard lijkt zich ook niet al te belachelijk willen laten maken en legt ons ook een stevig achtervolgingstempo op. Na enkele kilometers loop ik alleen nog in zijn spoor. Bernard vindt dit perfect en bij de steilere klimmetjes en op de technisch moeilijkere stukken wacht hij telkens op mij. De etappe vandaag is veruit de mooiste met een heel afwisselend landschap met mooie klimmetjes en vergezichten en met hier en daar een kudde dieren. Vanwege het relatief hoge tempo heb ik enkel de struisvogels gezien waarlangs we liepen. Ik krijg wat last een stekel in mijn ondervoet. Ik stop even maar langs de buitenzijde kan ik niets zien. Dan maar effen doorbijten, het is maar een uurtje meer. We zijn net voor de tweede keer een plateau beklommen, als we in de verte een wat verdwaasde Wouter aantreffen. De route stopt hierboven. Wouter heeft al wat op en af gelopen. We verspreiden ons en proberen ergens een blauwe markering te vinden. Helaas, er zijn er geen. Alain werd tijdens zijn bewegwijzering overvallen. Zijn zakken werden leeggemaakt en zijn spuitbus werd afgenomen. Hij slaat op de vlucht. Als hij beneden is, geeft hij iemand van de plaatselijke helpers de opdracht naar boven te gaan om te lopers te begeleiden. Dit verzoek wordt door die mannen in de wind geslagen. Na een 10-tal minuten ronddolen, zien we beneden aan het meer Alain en ook de aankomstboog van de wedstrijd staan. Er wordt wat over en weer geroepen en Alain tracht ons van beneden een weg naar onder te gidsen. Hier gebeurt wat niemand nog nodig had. Bernard daalt het eerst heel behoedzaam af, ik volg met Wouter in mijn spoor. Na de eerste bocht verliest Bernard de grip op de ondergrond. Hij valt enkele meters naar beneden en komt onzacht neer met een voetbreuk tot gevolg. Enkele toegesnelde helpers dragen Bernard naar de finish. Wouter en ik blijven enkele minuten verweest achter. De fun is eraf. Heelhuids beneden geraken en zien hoe het met Bernard gesteld is, daar draait het nu om. Wat later komen ook de andere lopers, die wel de goede weg worden opgestuurd, binnen gesijpeld. De verslagenheid en de collegialiteit is groot. Een half uurtje later wordt de eerst bak fris bier gekraakt. Ik zie Bernard voor het eerst terug lachen. Ik voel me direct een stuk beter. De sfeer wordt geleidelijk aan terug vrolijker. Met deze fijne bende kan het niet anders. In het hotel zijn 6 kamers gereserveerd waar we ons na 4 dagen nog eens echt kunnen wassen. Dat doet deugd. Ook de maaltijd pasta bolognese is best te pruimen. Vooraleer de terugreis naar Addis Abeba wordt ingezet, worden nog heel wat flesjes bier geledigd.
Voor we naar huis moeten wacht ons nog een ontvangst op de ambassade van België in Addis Abeba. Als gasten zijn ook Derartu Tulu (Olympisch kampioen 10000 m vrouwen) en Fita Bayisa (voormalig Olympisch brons op de 5000 m) uitgenodigd. Na het welkomstdrankje en de foto’s op het terras van de ambassade wordt ons nog een warm buffet aangeboden, waarna de prijsuitreiking volgt.
Deze trail in Ethiopië is de enige in zijn soort die in dit land georganiseerd wordt/(werd?). Alain vertrouwt mij toe dat hij nu ook weet hoe het komt. De organisatie, die meer deed dan hun best, moet regelmatig kunnen vertrouwen op de helpers. In dit geval was het niet altijd even makkelijk om de mensen van ginder duidelijk te maken dat het soms wel belangrijk is om een afspraak na te komen. Improvisatie is de voorbije dagen bijna meer regelmaat dan uitzondering geweest. Ook het gevoel van onveiligheid ten opzichte van de opdringerige en soms agressieve kinderen, gaf een wat negatieve bijklank. Het mooie landschap, de fijne groep en het onbezorgde lopen, zorgden er echter voor dat dit avontuur weer iets onvergetelijks zal blijven. Ik wil de organisatie maar ook alle deelnemers bedanken voor de fijne tijd samen, maar ik ben vooral Carine en onze 4 zonen dankbaar dat ze mij dit plezier gegund hebben.
{i}Edwin Lenaerts{ei}
