{b}De Annapurna Mandala Trail 2008 (AMT2008){eb}
Buiten Frankrijk weet bijna niemand van het bestaan van de AMT. Globalisering…het zal best, Europa is net zo klein of groot als de taalkennis van haar bewoners. Wanneer Marjan en ik kennis maken met het het deelnemersveld aan deze 8e editie van een meerdaagse bergloop in het Annapurnagebied in Nepal blijken we – naast acht Nepalezen – de enige niet-Fransen in een veld van 48 deelnemers. Van die 48 zijn er 43 die de tocht als renners doen, met alles wat je nodig hebt op je eigen rug, en 5 (waaronder Marjan) als wandelaars, met de mogelijkheid om 10 kg aan bagage af te geven aan een drager. Behalve die rugzak, zijn de termen erg relatief, bergop zijn we allemaal wandelaars, en bergaf blijken sommige wandelaars niet vies van rennen. De voorzieningen in dit gebied zijn prima, we slapen in comfortabele ‘lodges’, voor ontbijt en avondeten wordt gezorgd, het is geen Marathon des Sables, maar omdat we voorbereid moeten zijn op alles tussen tropische temperaturen en -15, is die rugzak met een noodrantsoen en water toch rond de 11 kg bij mij. Het kan lichter, maar dan moet je minder pinnig zijn en dat zal ik de volgende keer zeker zijn…
Over het waarom van zo’n onderneming kun je elders wat vinden (http://www.roger-marjan.110mb.com, m.n de FAQ). Daar staat al wat in over m’n twijfels als ik de ervaring van de andere deelnemers schriftelijk onder ogen krijg. De Nepalezen zijn de elite van hun land. En wat de Fransen betreft: Rondje Mont Blanc, Marathon des Sables, och dat hebben de meesten al wel (vaak meerdere keren) achter de rug. En het zevental dat uit la Reunion kwam heeft natuurlijk allemaal (sommige schuiven ieder jaar aan) de Grand Raid gedaan. Ik ken Nepal. Kom er al sinds 1978 en heb er ook een aantal jaren gewerkt heb. In dat opzicht weet ik dus wel waar ik aan begin. Maar dat deze onderneming echt van geheel andere orde zou zijn dan een gewone trektocht, of dan een gewone bergloop, dat muntje viel pas echt toen ik kennis maakte met de rest.
Dat ik in Cambodja woon, grotendeels zo plat als Nederland en lekker ‘warm’ heeft de voorbereiding ook redelijk non-specifiek gemaakt. Zoveel lopen als er naast werk en gezin in zit, dat was het eigenlijk. In 2006 heb ik deelgenomen aan de Kinabalu Climbathon (http://climbathon.sabahtourism.com/2008/), een halve marathon in oost Maleisie, van 1865 meter naar 4095 meter en terug. Dat was me goed afgegaan. Je moet je vertrouwen ergens vandaan halen. Maar zo’n parcours, met rugzak, en dan de volgende dag opnieuw, en dan opnieuw, mmmmm…. Gelukkig ben ik niet de enige rookie in het gezelschap.
De groep komt op 12 april bij elkaar in een hotel in Kathmandu. De volgende dag wordt doorgebracht met formaliteiten als materiaalcheck, medische controle en geregel van vergunningen, en voor ons, bezoek aan vrienden in in de stad. Er hebben net verkiezingen plaatsgevonden en iedereen is opgelucht dat alles rustig verlopen is. Op 13 april vliegen we ‘s ochtends in twee ladingen naar Pokhara, meteen de bus in voor een tochtje naar Nayapul, en om een uur of half twee begint het inlopen: in drie etappes naar Machhapuchare Base Camp in het zogenaamde ‘Annapurna Sanctuary’ (voor een kaartje: kijk op m’n site). We hebben iedere middag flink regen, hogerop hagel, maar het landschap is spectaculair. Vanaf de tweede dag in een nauwe kloof, met schitterend uitzicht op o.a. de Matterhorn van de Himalaya (de ‘Fishtail’ of Machhapuchare). Marjan loopt helaas op de eerste lange afdaling een peesblessure op aan haar linkerknie en moet daarna flink doorbijten. De goep heeft een ervaren sportarts bij die haar behandeld met injecties en na wat zoeken naar de beste manier om de knie te ontlasten kan ze meekomen. Al worden het nog langere dagen voor haar dan het zowiezo al zijn.
Eerste etappe: op dag vier vertrekken renners en wandelaars rond vijf uur, de wandelaars naar beneden, de renners nog een dik uur naar boven, voor een start bij Annapurna Base Camp op 4150 meter. We vertrekken in een lang lint van hoofdlampjes en zien de zon opkomen in het basecamp. We staan in een cirque van zes tot achtduizenders. Het laat niemand onberoerd. Op een minuut van de start gaat het mis met de beoogde winnaar, de jonge Nepalees Phu Dorjee. Er ligt een beetje sneeuw, een snelle start is gevaarlijk, hij verstapt zich, scheurt een enkelband en de AMT is ten einde voor hem (hij wordt per helicopter geëvacueerd). De rest gaat voor een etappe van 42 km meer dan 3000 meter naar beneden en 1600 naar boven, grotendeels over de paden die we zijn ingelopen. Alleen het laatste stuk een steile klim van een goede 700 meter door schitterende bossen naar Tadapani (2620 m) zijn nieuw. Ik kom als 16e na 7,5 uur behoorlijk kapot over de finish. Kan me niet voorstellen dat Marjan dit met haar knie gaat redden maar tegen zessen, na bijna 13 uur komt bericht dat ze in aantocht is. Wat een doorzettingsvermogen! Later op de avond wordt duidelijk dat een drietal ‘ultras’, Spartathlon en Badwater finishers notabene, het opgegeven hebben. We zitten in een bloeiend rodondendronbos, in de verte een grote groep langur-apen, aan de horizon Annapurna-Zuid, Machhapuchare, Hiunchuli.
Tweede etappe: vandaag gaat het eerst door hetzelfde schitterende bos verder omhoog naar het bekende uitzichtspunt Poon Hill (3210 m). Het uitzicht vanaf hier is zo beroemd omdat je niet alleen het Annapurna massief maar ook de Dhaulagiri en zelfs delen van de Manaslu Himal ziet. Nadeel van een competitie is dat je daar niet veel oog voor hebt. Ondanks een afdaling naar het diepste rivierdal ter wereld, de Kali Gandaki heeft achtduizenders aan weerszijden, is deze dag net wat minder extreem is dan gisteren (37 km, -2720, +1450). De afdaling is wel veel steiler dan gisteren en min of meer ononderbroken, veel door kleine dorpen. Bij de rivier aangekomen is het over een jeepable weg, veel vals plat, nog een uur naar Dana (1450 m). Net als gisteren wordt iedereen met gejuich en veel zorg binnengehaald, iets wat me na 5:50 heel erg goed doet. Ik begin wat routine te krijgen: eerst een liter of anderhalf of twee naar binnen gieten, dan zo snel mogelijk installeren in een kamer, wassen en dan eten, eerst een soepje en dan minstens twee borden van wat de pot schaft. Ik loop Marjan op het eind van de dag tegemoet en geniet van de mogelijkheid om echt om me heen te kijken.
Derde etappe: de massa gaat sprintend van start en ik lig binnen no time uitgeteld aan de staart van het veld. Vandaag gaat het grotendeels heel geleidelijk naar boven en is de etappe weer net wat korter dan gisteren. Ook behoorlijk warm op deze hoogte en voor velen niet hun favoriete soort van parcours, omdat je bijna permanent met die rugzak aan het rennen bent. Mij gaat het uiteindelijk goed af – trainen in de tropen doet hier z’n voordelen gelden – en ik kom als 11e binnen. Inmiddels bevestigt de nieuwe ster van het veld z’n positie: Sonam Sherpa, jongere broer van de in Zwitserland wonende en in Frankrijk rennende Dawa Dachhiri, een door iedereen in onze groep bewonderd loper. Onderweg hebben we spectaculair uitzicht op Annapurna I. Het dorp waar we eindigen, Marpha (2650 m), is toeristisch maar een van de mooiere in de regio (dagtotaal vandaag 5:18). Vers appelsap, applecrumble pie, een schitterend uitzicht vanaf het dak van de lodge. Het aantal lopers dat zich door onze arts voor peesblessures laat behandelen neemt toe. Twee van de Sherpa’s en een van de Sherpani’s zijn ook al geblesseerd. We zijn nu duidelijk in Mustang beland, in de regenschaduw van de hoofdketen van de Himalaya, geologisch is dit onderdeel van het Tibetaans plateau. De bergen worden kaal, de rivier is hier een brede vlakte. ik loop Marjan weer tegemoet en geniet met iedere onbelast stap die ik zet.
Vierde etappe: vandaag een relatief korte etappe, eerst door het rivierdal en over de jeepweg naar Kagbeni, vandaar eerst steil omhoog, dan geleidelijker naar Muktinath (3700), een belangrijk Hindoe pelgrimsoord. Het landschap is hier buitenaards, maar ik voel het klimmen naar de hoogte nu het snel moet. Uiteindelijk ben ik nog geen 3:30 onderweg maar ik kom behoorlijk gesloopt aan. Gelukkig hebben we hier een rustdag. Die wordt gevuld met een fotoshoot in de ochtend en verder samen met Marjan fossielen zoeken (ik weet van een eerder bezoek dat er een enorm ammonieten veld op een half uur lopen is), bezoek aan de tempel, aan een ander dorp in de buurt en veel eten. We zien een grote kudde gemsen en we verbazen ons over de helikopter die wel een keer of acht die dag Indiase pelgrims per 20-tal aanvoert (en een uurtje later weer uitvliegt!). Het is volle maan.
Vijfde etappe: vanochtend gaan we om vier uur van start, 1700 meter omhoog naar de Thorong la (pas), die als ‘stage de liaison’ wordt gedaan: iedereen krijgt er vijf uur voor gerekend, onafhankelijk van de tijd die je er werkelijk over doet. Verstandig is natuurlijk om het dan op je gemak te doen en je krachten te sparen maar in dit soort dingen ben ik een weekdier, en ga standaard met degene mee die ik net bij kan houden. In dit geval betekent dat als gedeelde derde op de top na 3:30, op zich redelijk probleemloos, hetgeen voor zeker een 10-12tal groepsgenoten niet het geval is (hoewel er maar één echte problemen had en naar beneden geholpen moest worden), maar de eindeloze afdaling aan de ander kant – de eerste drie kwartier over sneeuw – gaan me niet gemakkelijk af. Ik drink voor het eerst een colaatje na 4:30 en moet dan nog 2:20 verder. Ik word door een paar lopers die later boven waren ingehaald. Maar het uitzicht op de Annapurna vergoedt veel. Wat ook leuk is zijn de aanmoedingingen van bijna alle naar boven komende trekkers. We zijn overal bekend als de ‘marathon’ en ons wordt regelmatig vrij baan gegeven door een groep klappende en van alles schreeuwende onbekenden. Ik arriveer voor de derde keer in m’n leven in Manang (eerder in 1981 en 2000) maar het is de eerste keer dat ik het dal zie zoals de meeste trekkers het zien: met vrij uitzicht. de veranderingen sinds 2000 zijn gering maar dat zal binnenkort veranderen als de weg af is.
Zesde etappe: de Manang marathon (iedere GPS geeft andere waarden dus we spreken af dat het 35 km is). Het is een rondje Pisang, heen over de valleiweg, terug over de hogere trail via upper Pisang, Gyaru, en Ngyawal. Een etappe met nauwelijks wat op onze rug! Het noodrantsoen, de medicijnen, overlevingsdeken, fluitje. Ik besluit m’n bidons niet te vullen en op cola te gaan. Omdat het een rondje is vandaag hebben we een latere start dus uitslapen en rustig ontbijten voor de verandering. Gisteren was een zware etappe, hoe ik vandaag snel moet gaan wezen is me een raadsel. Natuurlijk gaan de koplopers wel snel van start en trekken me binnen 10 minuten naar het einde van m’n latijn. Ik concentreer me op het vinden van een haalbaar ritme en verder alles uit m’n hoofd zetten. De etappe is typisch ‘Nepali flat’, dat wil zeggen toch nog +/- 1250 meter. Het gros van de positieve hoogtemeters zijn van Pisang naar Gyaru en het is duidelijk dat er meer zijn die moeite hebben met die muur van 500 meter. Maar zonder bagage, met permanent een spectaculair uitzicht om me heen, en wat snelle lopers die in het vizier blijven, eindig ik deze etappe heel behoorlijk in 4:13. Het is de enige etappe die niet door Sonam Sherpa gewonnen wordt (hij wordt ‘slechts’ tweede) maar door een andere Nepalees.
Net als andere dagen vul ik m’n middag met hier wat eten daar wat kletsen. M’n lijf schreeuwt om brandstof. ’s Ochtends komt het meeste er wat vloeibaar weer uit zodat ik de dagen altijd van start ga op het ontbijt en weinig anders. Het kletsen klinkt meer ontspannen dan het is. Ik kan me in zowel het Frans als het Nepalees wel redden maar het is toch behoorlijk werken geblazen. Zeker als ik in een groep zit en ze met elkaar in gesprek zijn.
Zevende etappe: na veel discussies besluit organisator Bruno Poirier om de doorsteek naar Jomosom via het Tilicho meer en de Mandala pas niet te wagen. Er ligt behoorlijk wat sneeuw, er is geen groep vóór ons die een pad getrokken heeft, en wij hebben te veel mensen in de groep die mogelijkerwijs in de problemen zouden komen omdat deze doorsteek minimaal drie a vier uur boven de 5000 vereist. Er is wat gemor onder de gelederen maar de autoriteit van Bruno is (geheel terecht) meer dan voldoende om verdere discussie af te kappen. We gaan dus dezelfde weg terug als heen: over de Thorong La. Vandaag een klim naar Thorong Phedi High Camp (4700 m); ik ben wat huiverig voor overnachten op zo’n hoogte maar we zien wel. De klim vanaf de andere kant ging me verbazingwekkend goed af, vanaf deze kant en twee zware etappes later, heb ik er veel meer moeite mee. Met name de laatste 200 meter, een steil klim van Phedi naar High Camp krijg ik maar net voor elkaar. Ik doe er 3:35 over en zie grijs. We hebben bijna een hele dag hier en die is uiteindelijk heel leuk. Naast de grote lodge ligt een klein uitzichtspunt, ik schat nog geen 100 meter hoger. Ik klim naar boven met Robin, mijn meest directe concurrent en zie dan pas echt waar we zijn. 360 Graden betovering. Ik ben volledig van de kaart, de tranen lopen over m’n wangen. Iets wat daarbij zeker meespeelt is dat er beneden in de lodge en jong Amerikaans stel met hun twee kinderen zit (anderhalf en vier jaar oud), die zich al kleurend, spelend en kletsend prima vermaken. Ik ben acht jaar eerder zelf met mijn bende van vier over deze pas gelopen; m’n jongste was toen vijf. En nog veel langer geleden met een kleintje op m’n rug over een andere vijfduizender.
Achtste etappe: we vertrekken vroeg in de hoop de trekkers voor te zijn. Het pad naar boven is smal en het is zeker het eerste stuk moeilijk passeren. We vertrekken zelf ook in drie groepen – in klassementsvolgorde – telkens 30 seconden van elkaar gescheiden, om te verhinderen dat de snelle jongens te veel opgehouden worden. We zijn de anderen niet voor maar het blijkt allemaal geen probleem want iedereen laat ons meteen door. Het kost me een heel hard uur om boven te komen en ik blijf nog geen minuut op de pas. De energie is op en ik weet dat ik 2650 meter moet dalen en nu heel erg op moet passen. Inderdaad struikel ik verschillende keren en blijf maar net overeind. Wat lager op de berg gaan de warme kleren uit en gaat het – net zoals bijna de gehele tocht – verder in short en t-shirt. Van de pas naar Muktinath duurt 1:30 en ik stop even voor een cola. Van Muktinath is de afdaling heel geleidelijk en ik heb voortdurend Robin in het vizier. Ergens op een volkomen vlak stuk gaat het struikelen eindelijk mis en klap ik vol tegen de grond. De schade valt gelukkig mee, wat wondjes aan de linkerhand, een open knie, een grote bult op het hoofd. Robin komt terug om me overeind te helpen. De val zorgt voor een broodnodige stoot adrenaline die me de laaste twee uur doorhelpt. Het laatste uur is weer door het brede rivierdal van de Kali Gandaki, volkomen plat, rennen/sjokken met rugzak. Het doet me denken aan m’n trainingsparcours buiten Phnom Penh – heet, plat en eindeloos – en dat maakt volhouden makkelijker. Ook de zekerheid dat – als ik overeind blijf – Robin me niet voorbij gaat in het klassement helpt. En dat Marjan daar ergens staat te wachten. Dat ergens blijkt een paar honder meter voor de finish, meters die we samen rennen. De lodge blijkt bijna een echt hotel. Als ik eindelijk zit komen de tranen en de opluchting, ontlading, vermoeidheid en reiniging voelen prima.
Ik eindig 15e in het eindklassement (zie http://www.basecamptrek.com/french/classement.php)
De volgende ochtend vliegen we naar Pokhara, voor een dag aan Lakeside, een dag van vooral veeeel eten en rondslenteren. Behalve voor een kleine groep die-hards die aan het eind van de middag toch nog even voor een herstelloopje van 2 uur naar een paar honder meter hoger gelegen stupa vertrekken. De dag erna terug naar Kathmandu, afscheid nemen van vrienden, laatste inkopen, en ’s avonds een gezamelijk diner met prijsuitreiking. Wow wat een trip!
Voor info over volgende trails (o.a. een 10-daagse in het Everest gebied, november 2008; de volgende AMT in 2009 – info volgt nog – en een nieuwe drieweekse himal race in 2010):
Base Camp Trek & Expéditions, PO Box 3491 Kathmandu Nepal.
Tel : (977 1) 44 11 504/44 15 573 – Fax – 44 12 337.
E-mail : info@basecamptrk.com
Site : http://www.basecamptrek.com
Vertegenwoordiger van Base Camp Trek & Expéditions : Bruno Poirier, 19 Rue des Douettes,
85130 Saint-Aubin-des-Ormeaux. France.
Tel : 06.81.82.08.01. Fax : 02.51.47.62.26.
E-mail : bruno.poirier@ouest-france.fr
Roger Henke
