{b}{u}Nederland Zuid-Noord (24 – 28 april 2008){eu}{eb}
Pasen 2008. Na maanden toegeleefd te hebben naar de Jan Knippenberg Memorial, ontving ik van de organisatie slechts enkele uren voor de start een mailtje dat de loop niet doorgaat. Het weer zou te slecht zijn. Hoewel de organisatie alle recht had een eigen afweging te maken, was ik het er zeer mee oneens en ook de manier waarop werd gecommuniceerd zorgde voor veel ergernis. Toch zelf gaan lopen (mijn eerste gedachte) en ook nog Den Helder halen, was in de Noorderstorm zonder goede begeleiding voor mij beslist onmogelijk geweest. Wouter Hamelinck en Rut Zoutman gingen wel, volbrachten de tocht op eigen kracht, respectievelijk geheel zonder en met enige begeleiding onderweg. Maar dat mag een uitzonderlijke prestatie heten van 2 lopers die klassen beter zijn dan ik. Toch voelde ik me na dat weekeinde zeer teleurgesteld en zelfs wat ontdaan. Had ik toch moeten gaan, en dan maar halverwege kapot opgeven? Juist nu lopen in deze barre omstandigheden, was dat niet lopen in de geest van Knippenberg? Voor mij was er in ieder geval iets onherstelbaar beschadigd aan deze loop, veel van het karakter was hiermee verloren gegaan. Een nieuwe loop enkele weken later, was dan ook niet meer aan mij besteed – een puur persoonlijke afweging.
Na een slapeloze nacht was het besluit genomen. Een plan dat al jaren in de kast lag moest worden uitgevoerd: Nederland van het zuidelijkste naar het noordelijkste punt. Solo, alleen over Nederlands grondgebied en zonder gebruik van pontjes. In lengte en qua opzet vergelijkbaar met Knippenbergs rondes IJsselmeer, en dus des te passender. Ik overlegde met Monique, die enthousiast was en zich ook kon vrijmaken. Slechts 3 weken om alles rond te krijgen. Op 24 april van start.
Na enig zoekwerk vinden we de juiste grenspaal bij Sippenacken/Kuttingen, die het Zuidelijkste punt van Nederland markeert. We zijn beiden nerveus. Ik omdat ik weet wat me te wachten staat, Monique omdat ze dat niet weet. Zal ze de route kunnen vinden met het busje, mij niet kwijtraken, op tijd klaar staan met de bevoorrading? Ik ga op de foto en vertrek. Moet nu lopen, de spanning kanaliseren.
De tekenen zijn niet gunstig. Al dagen loop ik te kwakkelen met mijn gezondheid. Een keelontsteking zorgt voor hoestbuien met veel slijm (ik klink als Tom Waits) en ik ben erg zweterig. Te hard gewerkt de afgelopen weken, om nu te kunnen lopen.
De eerste dag gaat behoorlijk, en de uren en kilometers gaan vlot voorbij. De route blijkt overal goed te kloppen, ook met de bus is het goed te volgen en het weer is uitstekend. Om de paar kilometer staat Monique klaar met alle spullen die ik maar nodig heb. Ik navigeer met kaart en GPS, en in de rugzak zit ook drinken en een telefoon voor als we elkaar kwijtraken. Bijna 400 kilometer staat er op het programma, binnen 4 dagen moet ik aan de Groningse waddenkust staan. De eerste dag gaat ondanks maagproblemen met 105 kilometers op schema.
Nederland langs B-wegen, het valt niet eens tegen. Hoewel ieder gehucht tegenwoordig een eigen Vinex-wijk en bedrijventerrein wil bezitten, zitten er hele mooie stukken tussen. Scheurende auto’s en erfhonden zorgen voor angstige momenten.
De tweede dag begint nog goed, maar het hoesten wordt steeds erger en mijn lippen zitten vol pijnlijke losse vellen. Zwager Erik fietst mee vandaag. Richting Nijmegen heb ik een inzinking. Ik ben leeg, moe, ziek en mentaal raak ik de bodem. Het wil niet meer. De laatste 10 kilometers naar Arnhem gaan in meer dan 2 uur, als zelfs wandelen soms teveel is. Ik overweeg uren lang maar te stoppen. Vind dat ik dat niet kan maken naar mijn begeleiders. En wanneer zou ik dit nogmaals gaan doen? Gelukkig weet Erik met zijn gortdroge humor steeds de juiste snaar te raken en halen we in ieder geval Velp vandaag. Het duurt uren voor ik me weer redelijk voel, en ik lig ’s nachts te baden in mijn eigen zweet. Het 4-dagen schema ligt in de prullenbak.
’s Ochtends vroeg voel ik me stijf en brak, maar het lopen gaat niet eens zo slecht. Tussen de hoestbuien door geniet ik van de mooie Veluwezoom op weg naar Deventer. Mentaal hangt de vlag er weer aardig bij en eten en drinken gaat goed, al is het steeds met lange tanden. Jeffry Oonk belt enkele keren uit Uganda en SMS´t: ‘Run, run, run.’, wat de rest van de dagen door mijn hoofd blijft gaan. Onderweg vragen mensen soms wat ik aan het lopen ben. Ik houd me op de vlakte. Slechts een paar mensen weten van deze tocht en zo wil het voorlopig houden ook.
Vandaag mag ik me verheugen in de komst van Jaap Vis, de verse bondscoördinator ultralopen. Jaap is verrast dat ik er nog zo ‘fris’ uitzie, na het telefoontje van Monique had hij kennelijk nog veel slechter verwacht. De voortgang zit er weer beter in. We lopen urenlang parallel aan de Sallandse heuvelrug. Een vreemd gezicht om in het platte Nederland zo’n geïsoleerde ‘berg’ te zien liggen. Inmiddels valt me op dat mijn voeten zeer doen op de keiwegen en ’s avonds blijkt dan ook dat ze aardig gezwollen zijn. Jaap en ik praten inmiddels honderduit – zoals ook altijd als we samen trainen – over fietsen, lopen en de wereld in het algemeen. Maar toch vooral steeds weer over lopen. Wat is het toch met deze vreemde passie die we delen? Het lijkt het saaiste dat er is, is dat soms ook, en toch is er die drang die ons steeds weer op weg dwingt. Een drang die bij mij niet voortkomt uit willen, maar bijna meer uit moeten. Een vreemde stem die roept en trekt. Niet bedoeld als weg naar gezondheid (‘Moet dat dan?’ is het steevaste antwoord op die rare vraag “Is dat wel gezond?”), en met verslaving heeft het al helemaal niets van doen.
Na weer een slechte nacht, beginnen we bij Ommen aan de 4e dag. Hier worden de wegen steeds rechter en saaier, en de komst van Huib vandaag is dan ook prettig. Terwijl hij mijn rugzakje draagt, volgt zijn gebruikelijke spraakwaterval en ik dompel me er genoeglijk in onder. Inmiddels weet ik dat morgen de eindstreep gehaald zal worden. Hoewel mijn voeten en linker onderbeen steeds meer problemen geven, gaat het verder juist steeds beter. Het is het fysiologische wonder van het ultralopen: beter worden gedurende de inspanning. Je weet dat het kan, en toch word je er steeds weer door verrast. ´s Avonds bij de wok-Chinees wordt er voor het eerst goed gegeten, dat moet zich morgen uitbetalen!
Bij de laatste start, nu in Glimmen, zie ik dat mijn voeten flink dik zijn. Ook het linkeronderbeen ´loopt vol´, wat pijnlijk is. Het lopen zelf gaat desondanks makkelijk, en de kilometer vliegen voorbij. Jaap fietst wederom een stukje mee. De pijn in mijn linkerbeen belet me inmiddels normaal te lopen; er zit een ‘ei’ op mijn scheenbeen. Ik slik een handvol paracetamol en een uurtje later gaat het beter. We passeren wat oude waddendijkjes en zien de windmolens aan de kust dichterbij komen. Mijn ogen speuren de horizon af, op zoek naar het monument ´De Noordkaap` het Noordelijkste punt op het vasteland. Eindeloos zijn deze lange rechte wegen. Een half uurtje later poseer ik voor de finishfoto. Het heeft uiteindelijk 7 uur langer geduurd dan de geplande 4 dagen. Mijn GPS geeft 391 km. Een 24-uurs gemiddelde van slechts 91 kilometer, vergelijk dat maar met de 400 km in 43½ uur van Knip’s rondje IJsselmeer. Ik voel geen blijdschap, vooral opluchting. En de tevredenheid zal later toch komen.
Wat dan altijd weer rest is die ene vraag. Waarom doorgaan, als alles in je lijf schreeuwt om rust, als je weet dat het eigenlijk een hopeloze zaak is? Het heeft in ieder geval weinig met trots te maken. Wel met een gevoel dat dit nou eenmaal moet worden gedaan, moet worden afgemaakt. Zoals een schilder moet schilderen, ook als de inspiratie is opgedroogd en zoals de schrijver ondanks zijn writers-block ook niet anders kan dan maar blijven doorworstelen. Het is een onduidelijke maar o zo sterke roep, en ik kan er geen weerstand aan bieden.
Ik ben loper.
Thijs Roest
{i}Opgedragen aan de 2 giganten van het Nederlands ultralopen (Jan Knippenberg en Ron Teunisse) die me al 15 jaar blijven inspireren, en aan Monique zonder wie dit avontuur en vele andere nimmer plaats had kunnen hebben.
Ultrarunning: a little bit of pride and a lot of humility.{ei}
