Categorieën
Niet gecategoriseerd

Nacht van Vlaanderen 100 km Torhout

Verslag van Patrick Kloek die het uitlopen dankt aan zijn broer Gerald.

{u}{b}Nacht van Vlaanderen 100 km Torhout{eb}{eu}

Vrijdag 20 juni staat de negende wedstrijd voor de Ultracup op het programma. Deze gaat door in Torhout en gaat over de 100 km of de Marathon. Alleen de 100 km telt voor de Cup en deze zal ik dan maar moeten beslechten. Het is niet mijn geliefkoosde wedstrijd, eigenlijk mijn zwarte beest onder de Ultrawedstrijden omdat ik het altijd te lastig krijg na 70 km maar vooral omdat ik de pest heb om ’s nachts te lopen. (Dan moet je eigenlijk in je warme bed liggen, vind ik.) Hier komt nog bij dat ik reeds acht keer voordien gestart ben op deze 100 km en hiervan 4 keer voortijdig de kleedkamers moest opzoeken. Buiten de 24 u van Mortsel en de eerste editie van de zes uur van Steenbergen na ben ik op geen andere wedstrijd al vroegtijdig moeten uitstappen, en dat zijn er intussen toch al heel wat. Dus je kan mijn twijfel om hier te startten best begrijpen. Maar in alles is een positief punt te vinden en op mijn wedstrijdlijst naar alle wedstrijden in Torhout gezocht en wat bleek, alle opgaven gebeurde in een onpaar jaar en 2008 is een paar getal dus is er een sprenkeltje hoop. Goed, dus voor de moraal. Eerst nog van halfzes tot twee werken, een uurtje of twee platte rust en dan op weg naar West Vlaanderen. Om iets voor zevenen gearriveerd in een inmiddels heksenketel van wandelaars, joggers voor de 10 km en marathon – en ultralopers. Mijn broer Gerald, net terug uit blessure zou me begeleiden met de fiets en moest de auto nog parkeren wanneer ik al aan de tafel met de borstnummers stond. Na een ommetje via de Trouble – Desk had ik die vrij spoedig en kon ik me in alle rust klaarmaken voor de zware arbeid. Gerald stond buiten met de fiets al te wachten. Rijkelijk voorzien van bananen en cola. Op weg naar de start kom je natuurlijk de overige ultracracks tegen en meteen werden hun strategieën uitgewisseld. Paul van Hiel ging van start voor een tijd van elf uur, terwijl Rudi van Daele dacht in mijn buurt te blijven en samen 8,30 u te lopen. Omdat ik de zwaarte van dit parcours wat ken vertelde ik hem voorzichtig te starten op schema van 9 uur en dan halfweg proberen te versnellen. Van versnellen komt toch niets in huis vond hij en zodoende ging ieder maar zijn eigen weg op. Hij vond een betere compagnon in de vorm van Edwin Lenaerts want die praat niet zoveel onderweg. Beiden zouden zo’n 78 km bij elkaar blijven. Het liep inmiddels tegen achten en na een minuut van stilte voor de overleden Tom Compernolle, een voortreffelijk atleet die in Torhout gehuisvest was kon de meute zich op gang trekken.

Gelukkig stonden de Ultralopers vooraan en hadden we geen last meer van de snellere 10 km lopers. Het parcours dan, dit bestond zoals gewoonlijk uit een voorgerecht van 10 km om dan als hoofdschotel twee lussen van 30 km af te haspelen en ten slotte kregen we als dessert vier rondjes van 7,5 km toegeschoven. Vooral dat laatste stemde me wat tot genoegen want die zouden in het centrum blijven en dan is er altijd wel wat sfeer en voelt die vermoeidheid wat minder aan. Tot mijn teleurstelling gingen die rondjes ook over landelijke donkere wegen. Goed, we waren vertrokken voor de lus van 10 km en de het was dan ook een boeltje aan de eerste drankpost. Iedereen viel aan op de eerste tafel en achteraan stonden ze met hun duimen te draaien als het ware. Na vijftig minuten waren we van de overgrote massa af en bleven er nog enkel de marathon en 100 km lopers over. Op km.punt twaalf stond Gerald te wachtten en konden we beide aan de grote lussen beginnen. En het liep vlot de eerste grote ronde. Nu het nog wat licht was en je kon zien bij wie je liep kon je wat met je medelopers praten. En omdat ik op de marathon wat harder loop dan dit tempo mag je eens met ander volk praten ook. Dat is wel gezellig zo.

Toch haalden we een schema van 8,30 uur op want op elke 10 km strook kwamen we door rond de 50 minuten. Gerald vindt dat ik te hard loop maar het gaat lekker. En ik zie Edwin en Rudi niet voor me dus ga ik beslist niet te hard want vooral Edwin is toch iemand die strakke schema’s kan lopen. Ook Ghislain Dops is wellicht snel gestart want hem vind ik ook nog niet terug. Wel loop ik achter Fons Vekemans en die gaat voor 9,30 u dus is hij wat te snel. De tijden blijven vlak, ook wanneer de marathon lopers ons verlaten hebben en we aan de tweede grote ronde beginnen. Het is inmiddels aardedonker geworden en wat ben ik blij nu ik een begeleider heb.De donkere moeilijke stroken licht hij bij en heb ik een babbelgenoot. (Hij praat en ik antwoordt enkel ja en nee.) En zo gaat de tijd vlot vooruit. Ik passeer Dirk de Pooter die op een sukkeldrafje verder loopt. Dat is niet normaal en hij zal later de strijd moeten staken. Even verderop kom ik vervolgens Walter Baumen tegen, (ook niet normaal want beiden zijn stukken beter dan ik). Hij heeft het ook knap lastig maar hij loopt wel de wedstrijd uit. Op de 50 km kom ik door in een tijd van 4,19 u dus perfect voor 8,40u als eindtijd. Nog steeds heb ik weinig last, enkel pijntjes rond de knieën van de betonnen ondergrond. Het is wel een lastig parcours met die kleine klimmetjes en veel vals platte stroken die verraderlijk omhoog gaan. Rond zestig kilometer zie ik eindelijk Rudi en Edwin voor me uit lopen maar het duurt nog vijf kilometer voor ik me langszij hen kan wringen. Ze lopen nog vrij strak en zien er goed uit. Ik laat ze achter en heb mijn hoop gezet op de 8,30 u in plaats van 9 uur. Bij het eindigen van de laatste ronde rond 70 km mogen we aan de kleine plaatselijke ronden beginnen en mijn hoop word groter om dit schema te houden. Meestal in het dorp en met al die overgebleven mensen langs de kant moet dat wel motiverend zijn en kan je dan het onderste nog eens uit de kan schudden. Maar al spoedig lopen we de stad weer uit en zoeken we de duisternis weer op. En het gaat stevig vals plat ophoog. Dat is een serieuze tegenvaller. De benen worden met de minuut stijver en de stramme spieren in je bovenlichaam beginnen me nu ook al parten te spelen. Vooral de nek en schouders doen pijn, ondanks het toch een 14° warme nacht is en bewolkt.

De eerste plaatselijke ronde lukt nog probleemloos maar bij het ingaan van de tweede ronde voel ik problemen opkomen met de maag. Ik kan alles nog binnen houden maar op de post halfweg dit parcours gaat dat niet meer en stroomt de weinige inhoud van de maag weer leeg. Ik haal mijn tempo weer op en vlot haal ik het centrum van Torhout weer. Deze 10 km hebben me weer 52 minuten gekost dus is er niets aan de hand. Maar dan begint het pas. We zijn aan de 80 km(6,53.40u) gekomen en krijg ik niets meer in mijn oververmoeide lichaam en voel ik me echt leeglopen. Alles gaat stroever. Gerald maant me aan om rustiger tempo op te zoeken maar vooral te blijven lopen. Dat lukt nog wel deze ronde en kom ik op 90 km door in 7,54 u (met een 10 km tijd van 1,00.31 u). De laatste ronde wordt echt een marteling. Was ik de vorige ronden reeds aan het uitkijken waar de km bordjes stonden, deze van 95 km bleef wel ontzettend lang weg. Ik neem me voor om zolang mogelijk te blijven lopen maar niet veel later betrap ik me dat ik me niet aan deze voornemens kan houden. De benen blokkeren en moet ik wel in een wandeltempo overgaan. Afwisselend stappen en lopend zocht ik mijn weg voort door de duisternis. En dan in de laatste vier kilometer komen vier lopers me weer voorbij gesneld waaronder eerst Edwin en later ook Rudi. En ik moet ze laten gaan. Bij het ingaan van de stad kan ik er nog alles uitpersen want ik weet nu dat we aan de laatste kilometer begonnen zijn en die wil ik beslist lopend afleggen. Gelukkig is het donker zodat ik mijn horloge met de gelopen tijd niet kan waarnemen. En dan draai ik ook de markt op, niet ver na Rudi. 9,05.39 uur heb ik erover gedaan en heb daar gemengde gevoelens bij. Spijt omdat die 8,30 u niet gelukt is maar langs de andere kant zijn de tijden die ik hier in Torhout gelopen heb allemaal in die aard. (8,48u en 9,02u) dus is die 9,05 niet onaardig. Later bij navraag bij de andere ultralopers hoor ik dat iedereen tragere tijden geregistreerd heeft. Wel weer de manier waarop ik de laatste 20 a 25 km ruim 35 minuten verspeeld heb. En dat allemaal door die ellendige maag die maar niet mee wil werken. Hoe dan ook, de lastigste wedstrijd voor mij dit jaar is achter de rug en mag ik als dan nog tevreden terug kijken. Hoe dan ook het uitlopen van deze 100 km is mede te danken door mijn broer Gerald die zich opgeofferd heeft om me door die nachtelijke duisternis te helpen.

Met de hoop dat ik het ooit nog wel eens zal leren. Tot de volgende in Assen…

Kloek Patrick