Categorieën
Niet gecategoriseerd

Verslag WK 100km in Tarquinia

Marc Papanikitas in Italiaanse hel …

{b}Verslag WK 100km in Tarquinia{eb}

{b}De voorbereiding{eb}

Na een toch wel in mijn ogen degelijke voorbereiding was ik klaar voor het WK in Italië.
Vooral mijn laatste zware marathon in Zeeland gaf me het vertrouwen, ik was in staat om in zware omstandigheden een wedstrijd waar ik eerder in opgaf uit te lopen.

Dat Italië in alle opzichten zo rampzalig zou worden was onvoorspelbaar. Ik dacht dat ik alles had meegemaakt in Palermo vorig jaar, dat het niet slechter kon, maar dit was buiten de waard– of beter gezegd, buiten de incompetentie van de Italianen- gerekend.

{b}Het vertrek{eb}

Alhoewel de Belgen kunnen er ook wat van.
In tegenstelling tot andere landgenoten heb ik niet de faciliteiten om in ideale omstandigheden te kunnen vertrekken. Alhoewel ik het geregeld kon krijgen om een half uurtje vroeger te kunnen stoppen met werken ten einde op tijd mijn vlucht te kunnen halen en stressloos de vlieger te kunnen opstappen. Dat was natuurlijk te hoog gegrepen voor onze Belgische normen want na 10’ rijden stonden we al in een gigantische file in Kontich. Razend was ik, paniek alom want mijn vlucht ging om 18h20. Mijn koelbloedige vrouw liet me uiteindelijk de eerste afrit nemen en gelukkig konden we dan het grootste deel van de file ontwijken. In Brussel aangekomen, werken aan de luchthaven. Natuurlijk is alles goed aangegeven zodat het op één of andere manier toch klaarspeel om de geïmproviseerde ingang van de parking te missen en terug op de snelweg naar Antwerpen zitten. De razernij die op een schaal van 1 tot 10 gezakt was naar 3 behaalde alweer een piek en gelukkig was mijn vrouw er weer om de zaak te redden.
Uiteindelijk geraakte ik zeker tijdig aan de gate. Zeker 30’ voor het aan boord gaan. En toen zag ik dat de vlucht een uur vertraging had. Het werden er twee.
Lichte paniek begon alweer te overheersen. Om 22.45u sta ik op de bagageophaalplaats in een bijna uitgestorven luchthaven in Fiumicino 1 carabinieri en 1 slome italiaanse werkman schuifelen daar wat rond. Geen bagage en geen enkele band die er draait. Op de vraag of ze iets weten krijg ik: “mé don’t no nothing”. Over en weer gebel met Jan, de man die in de IAU en mee in de organisatie zit, die me vooral aanmaant om niet te panikeren. Om 00u15’ geraak ik aan de bagage en gelukkig staan ze me op te wachten aan de uitgang. Om 1.30u kom ik in het hotel aan. Daar begin ik in de badkamer van onze kamer mijn drank klaar te maken (20 flesjes met sportdrank vullen- poeder en water mengen-) Gino slaapt als een roos. Om 2.00u kruip ik in het donker naar mijn bed. Blijkbaar beland ik bijna in het verkeerde bed en Gino is wakker. Hij is blij dat ik er ben.
Om 5.30u loopt de wekker af. Niet echt veel en rustig geslapen, maar toch spring ik uit mijn bed, na een snel ontbijt moet ik nog vlug een aantal zaken in orde brengen die ik normaal de avond vooraf doe om van de stress vanaf te zijn, maar die nu niet gedaan waren. Dus nog maar eens haasten en prutsen.

{b}De wedstrijd{eb}

Met André (bondscoach), Jan (IAU lid en bondscoördinator) en mijn coach Ed was er afgesproken om heel rustig te vertrekken aan een tempo van 14,3km/u (4’12”/km). Ik zette me bij de Duitser Summer die er voor bekend staat rustig te starten en vrij egaal te lopen. Summer en ik konden het goed met elkaar vinden en we spraken af om samen te werken. Het ging heel vlot. We kregen een grote groep waar er regelmatig een ontsnapping was, maar summer en ik bleven gewoon ons ding doen. De omloop was relatief zwaar, met een constant klimmen en dalen, lange stukken vals plat en nijdige korte klimmetjes. De weg was vrij geaccidenteerd waardoor je goed moest uitkijken en steeds geconcentreerd moest blijven. De zon scheen en tegen 11.00u was het behoorlijk warm, maar ook hier bleek het bewijs van goed te zitten geleverd, want ik zocht steeds de schaduwrijke plekken en iedereen volgde me. Wat wel opviel is dat er veel geplast werd onderweg, constant zagen we atleten aan de kant staan. Ook ikzelf werd getrakteerd op een overlast van water in de blaas. De eerste keer deed ik het even stilstaand, de tweede al lopend. ik verteerde dat alles vrij vlot en naar mijn gevoel zou ik vandaag een degelijke wedstrijd lopen zonder in de problemen te komen. Rond 22km krijgen we een stevige lange afdaling. Summer maant me aan om kalm te blijven en te proberen het tempo vast te houden, wat wil zeggen stevig afremmen. We lopen op dat moment perfecte de tussentijden die gepland waren. Hier kom ik voor de eerste keer in de problemen, dwz. een kort pijnlijk gevoel in de quadriceps. Ik wijt het aan het te rustig afdalen en het afremmen, en hoop dat het daarna wel wat overgaat. Niet dus, maar het wordt niet erger en dat vind ik ook oké. Op 50km kom ik door in 3h31’, een minuutje langzamer dan gepland, conditioneel zit het perfect, ik voel me reuze. Alleen die verdomde bovenbenen. Het wordt toch erger nu, vooral in de afdalingen is de pijn niet te harden. Ze steken er precies een miljoen naalden door. Tussen 50 en 60 vallen veel toppers uit. Howard Nipperd, de Amerikaan, een top 10 en sub 7 runner pakken we al na 20km. Stanislav lazyuata de Ukrainer, idem als Nipperd valt uit aan 45. Fetizon, de Fransman, vorig jaar nog 4e , gewezen Europees kampioen en de laatste jaren steeds lopen tussen de 6h40’ en 55’, wandelt na 50km. Bula de wit-rus en vice wereldkampioen in 2005 in 6h35’, een kerel die ik versloeg in 2007 in Torhout en in 2006 op de marathon komt heel laat in de wedstrijd bij ons hangen, lost en wandelt tussen 60 en 70 met mij mee. Hij heeft dezelfde pijnen als ik, maar in tegenstelling tot ik loopt/wandelt hij de wedstrijd uit in 8h29’. Mijn tussentijden per 10km zitten rond de 42’30” gemiddeld, afhankelijk van de hellingen. Maar tss 50 en 60 wordt dat 48’ en tss 60 en 70 een 1h02’. De pijn is niet te harden en alweer strand ik op de 70km. Ik probeer nog aan te zetten met Anke die passeert, maar zelfs haar kan ik niet volgen. Hier eindigt voor mij en de helft van de deelnemers het WK.

{b}Naar huis?{eb}

Omdat ik een dag later in Italie was, mag ik een dag langer blijven. Ik besluit me vanuit Tarquinia naar Rome te laten brengen, een dagje daar rond te wandelen en dan van daar uit de trein naar de luchthaven te nemen. Mijn vlucht is op maandag 21h30 in de luchthaven van Fiucimino en ik zou dan om 23h30 landen in Brussel.
Maandag om 5u sta ik op, ik krijg nog een pover ontbijt om 5u30’. Om 6u10’ vertrekt mijn busje naar Rome. Uiteindelijk wordt dat 7u10’, de Italiaanse tijd. Ook de plannen worden gewijzigd. Ik word niet afgezet in Rome, maar op de luchthaven van Ciampino, 30km van Rome, omdat enkele Zweedse atleten daar hun vlucht moeten hebben. Vandaar uit neem ik een shutlle naar Rome. Die doet daar 1h30’ over, het verkeer is moordend. Ik wandel in Rome rond en eet een banaan en twee mandarijnen die ik vanuit het hotel heb meegetchoept.

{b}De hel{eb}

Om 17u30 neem ik de trein naar de luchthaven. Om 18u00 ben ik daar. Ruim 3u30’ voor mijn vlucht vertrekt. Er heerst een lichte paniek ginder en er staan lange wachtrijen. Ik hoor iets over een staking van Alitalia en geannuleerde vluchten, maar niemand kan iets zinnig vertellen. Ik ga in de rij staan om 18u30’ en om 4 uur dinsdagmorgen geraak ik aan de desk. Ik heb ondertussen bijna een vakbondsman op zijn smoel geslagen omdat hij het weigerde ons in het Engels te woord te staan en daarna antwoordde op vragen als: “wanneer wordt er weer gevlogen? Hoe geraak ik thuis? Wanneer zie ik mijn vrouw en kinderen terug?” met “mé now nothing, it’s no my problém, we play it hard, its a strike and nobody’s goes home”.
Mijn gsm is plat, ik ben mijn lader vergeten. De telefoons op de luchthaven werken niet en ik kan het thuisfront niet bereiken. Daar volgen ze de site en er wordt nergens aangegeven dat er iets is. Alles verloopt daar volgens gepland. Via een Belgisch koppel kan ik even naar huis bellen en probeer snel de situatie uit te leggen. Vanaf dat moment is er geen verbinding met het thuisfront. 1000en mensen zitten vast er heerst een gespannen sfeer, er wordt soms gevochten en geroepen, de carabinieris komen regelmatig tussen. Ik durf de rij niet te verlaten anders ben ik mijn plaats kwijt. Ik hoor van alles, maar vooral dat de bal hard wordt gespeeld en we nog dagen zullen vastzitten. We krijgen geen eten, de hotels zouden vol zitten.
Er zijn nog 3 desks open waar 3 mensen de 100en gestrande mensen proberen op te vangen en oplossingen te zoeken. Er wordt geduwd, getrokken, voor gestoken, ruzie gemaakt, gehuild.
Van maandagmorgen 5 uur ben ik op en heb ik non-stop op mijn benen gestaan, het is dinsdag 4 uur ’s morgens, het enigste wat ik in mijn maag heb zijn 2 mandarijnen en die banaan en wat cola van maandagmiddag. Alles is ondertussen gesloten en ik durfde niet weggaan, want weggaan is plaats vergaan en opnieuw beginnen. Het duurt soms 1 uur per wachtende voor er een oplossing of geen wordt gevonden. Op de grond liggen overal mensen te slapen, soms met hun hoofd op hun koffer, of dicht tegen elkaar. Een Brusselse vrouw die gans de tijd bij mij staat besluit om de rij te verlaten. Ze ziet het niet meer zitten, haar benen doen pijn, ze is kapot. Ze had de vlucht van de namiddag moeten hebben. Ze had al een vervangticket gekregen voor de avond. Ik kom eindelijk bij de desklady, een andere Belg, behorend tot een groepje van 4 staat bij de deskdame naast mij, toeval? Ik leg de situatie uit, de dame kijkt in de computer: of ik wil vliegen met de vlucht van SN om 6u30. Wat een domme vraag, ik huil van vreugde, maar onmiddellijk terug 2 voeten op de grond, want die kloteitalianen zijn voor geen haar te vertrouwen. Ik krijg een ticket in de hand gedrukt, iets wat ik daarvoor nog niet had, alleen de mail met de ticketbevestiging van Jan. Ik koester het ding, bekijk het, besnuffel het en dank God. De Belgen naast mij hebben minder geluk, zij krijgen niets, alleen de boodschap dat ze om 5u maar moeten proberen aan de incheck bij SN om te zien of er nog plaats is. Ik haast me naar de terminal, naar B288. Het is 4h30’, maar eerst even naar het thuisfront bellen. Met mijn visakaart kan ik door een toestel mijn vrouw horen, ze huilt, Lucas mijn jongste zoon ligt naast haar ook te huilen, hij vraagt wanneer ik terugkom. Birgit vertelt dat de vlucht van gisterenavond 21u30 wel is toegekomen, ze heeft tot 2 uur ’s nacht op de luchthaven rondgezworven op zoek naar nieuws. Niemand kon haar helpen. Mijn wereld stort even in, rotzakken zijn het die Italianen aan elke verantwoordelijke die er rondliep hebben we gevraagd naar die vlucht, iedereen zei dat er geen vluchten meer waren. Bij elke boodschap die ze afriepen hebben we geluisterd, onze vlucht werd niet afgeroepen. Tevens kon ik er niet op want ik stond 10 uur aan te schuiven voor een ticket. Ze hebben er gelegen bij mij, die spagettivreters. Ik moet er niets meer van hebben. Ik had al lang thuis kunnen zijn.
Terminal B288 en lange rij. Het is 4u50 ik heb alle tijd. Ook hier ambras, voorkruipers en vechtpartijen, carabinieris. Het gaat niet vooruit. De Italianen werken heel rustig alsof er niets aan de hand is. De 4 Belgen staan er ook, ook daar vangen ze weer bot, ontgoocheld druipen ze af. Een Jonge Italiaan die naar Brussel moet heeft geen ticket, hij stond ook al bij ons in de eerste rij en heeft een voorlopig papiertje in de hand gekregen. Aan B288 krijgt hij te horen dat hij niet mee kan. Hij panikeert en huilt. Wordt kwaad, loopt van her naar der overal wordt hij doorgestuurd. Later blijkt dat hij in de computer zat, naam, voornaam, zetelnummer maar dat de kerel waar hij voor stond zijn ticket niet kon afprinten want de printer werkte niet. Hallucinant. Hij zat gelukkig wel op de vlucht want hij is uiteindelijk bij de dame naast die kerel terechtgekomen en haar printer werkte wel.
Om 2’ voor half zeven krijg ik mijn ticket, ik ben woedend, ik ga mijn vlucht missen. Ik loop zo snel mogelijk naar gate B11, trek ondertussen mijn broeksriem uit, mijn broek zakt af tot op mijn billen maar ik trek het me niet aan. Ik stink uren in de wind, heb honger, buikpijn en mijn benen doen verschrikkelijk pijn. Weer een rij. Ik geraak er door en kom aan de gate. En daar zit iedereen rustig te wachten, de vlucht is nog niet vertrokken, er wordt geen vertraging aangegeven. Maar ik denk dat ik bijna thuis geraak. De Brusselse dame staat er ook. Hoe is zij er geraakt? En dan nog voor mij? Ze heeft een ticket kunnen bemachtigen maar is niet via B288 gegaan omdat haar bagage kwijt is. Ze hoopt dat ze zo nog kan opstappen.
Het lint wordt weggedaan, we kunnen naar het vliegtuig. Ik vertrouw het zaakje nog steeds niet, ik zal alleen maar gelukkig zijn als ik in een zetel van een vliegtuig zit dat hoog in de wolken naar Brussel vliegt. Iedereen zit er op, maar de Brussels dame is er niet bij. Jammer voor haar, maar ik ga naar Brussel. We vertrekken om 7u40, meer dan een uur te laat. Ik ben wakker van de dag er voor om 5 uur, dus nu 26 uur. Ook op het vliegtuig slaap ik niet.
Brussel, koud en nat maar ik ben de gelukkigste mensch op deze aardkloot. Zelfs de bagage terugkrijgen duurt maar 15’. Ik stap naar de uitgang. Birgit staat met de kinderen te wachten, we huilen allemaal. Om 12uur zit ik thuis aan tafel. Een kop koffie, broodjes en een ei, meer moet dat niet zijn. Daarna een douche, ik sta er een uur onder. Om een uur of één zet ik me even bij de kinderen in de zetel, 5” later blijk ik te slapen, om 17u30 word ik wakker. Thuis, dit was geen droom, zelfs geen nachtmerrie, dit was echt!

{b}En nu?{eb}

30 uur zonder slaap, 24 uur zonder eten, 26 uur in beweging geweest of rechtgestaan, zonder te zitten. 20 uur non stop stress.
En ik moet ontgoocheld zijn over mijn opgave in het WK?

Er is ondertussen contact geweest met Ed. Tot begin december wordt er niet gelopen, daarna begint de opbouw voor de 100 van Torhout in juli. Alles zal in functie van die éne wedstrijd zijn. Of ik voor de nationale ploeg loop? Ik denk het niet, ik wil alleen nog voor mezelf lopen, na 3 opgaves vind ik van mezelf dat ik het niet meer waard ben om mijn land te vertegenwoordigen. Ook al is het gratis. De nationale kleuren moet je verdienen en niet krijgen.
En nu gaan we slapen want morgen moet ik er 6 uur uit om te gaan werken!

{i}Marc Papanikitas{ei}