Categorieën
Niet gecategoriseerd

Lesje in bescheidenheid

Henri Thunnissen in Pieter-ROG-Pad.

Een van de leukste verslagen op Ultraned van de afgelopen jaren vind ik die van Dik Jagersma, waarin hij uitgebreid zijn poging beschrijft om met de trein Enschede op tijd te bereiken om daar de marathon te lopen. Om een lang verhaal kort te maken, dat lukte dus niet en na een halve dag in de trein te hebben gezeten kwam hij onverrichter zake weer thuis.

Dit jaar deed ik voor de vierde keer mee aan het Pieter-ROG-Pad. Ik was keurig op tijd voor de start van de vierde etappe van Stokkum naar Holten en liep de etappe ook in de geplande tijd uit. Maar de volgende dag ging het helemaal mis. In de etappe van Holten naar Loozen (bij Gramsbergen) miste ik figuurlijk gezien de bus. En dat in mijn vijftigste ultraloop (officiële wedstrijden). Wat een feest had moeten werden, werd voor mij een klein drama.

Maar even terug naar het begin van het Pieter-ROG-Pad. Mede door de berichten dat dit wel eens de laatste editie kon zijn, had zich een grote groep ultralopers opgegeven. Uit Nederland waren dat Jenni de Groot, Lex de Boer, Theo Cloosterman, Ubel Dijk en Adrie van Dijk, uit België Jos van de Hende en uit Zweden Andreas Falk en Peter Johansen. Daarnaast deed er een estafette-team mee en waren er een aantal lopers die een of meerdere dagen meeliepen (Roger Kempinski, Koos Rademaker, Thijs Roest Marga Groeneveld en ondergetekende). Samen met de verzorgers en fietsbegeleiders een hele grote en gezellige groep.

Via de site van http://www.monnikentocht.nl was de wedstrijd goed te volgen met dagverslagen en tijden. Ook op Ultraned was al te lezen dat Andreas Falk, Jenni de Groot, Lex de Boer, Ubel Dijk en Adrie van Dijk de finish in Pieterburen haalden. Een prestatie van formaat weet ik uit eigen ervaring. Om het Pieter-ROG-Pad uit te lopen moet je echt wat in je mars hebben want anders haal je het niet. Veel trainingskilometers in de voorbereiding, een 100 kilometer van rond de 10 uur en een goed herstelvermogen zijn aan te bevelen. In de praktijk halen alleen de betere lopers de eindstreep. Dat ik niet tot die groep hoor was me in 2005 al duidelijk geworden toen ik een poging deed de hele tocht te voltooien. Daarbij strandde ik op mijn te geringe herstelvermogen. Dat is voor een deel trainbaar, maar voor een deel ook aanleg. En als je die aanleg niet hebt kan je trainen wat je wilt, maar dan blijft het moeilijk.

Daarom richt ik mij op het lopen van etappes, dit jaar dus twee achter elkaar en zelfs dat bleek een probleem. In de eerste etappe die ik liep ging het tot vijf en veertig kilometer lang lekker, mede dankzij de foutloze routeaanwijzing van mijn fietsbegeleider Wilfred Vruggink. Toen ik het wat moeilijker kreeg heb ik hele stukken gewandeld om te sparen voor de volgende dag, maar ik kwam met 9.28 toch keurig binnen de geplande 9 ½ uur binnen. De volgende dag moesten we het eerste stuk over de prachtig mooie Sallandse heuvelrug bij elkaar blijven. Bungelend achter de groep (de bus in wielertermen) raakte ik het contact kwijt na een plaspauze. Na vijftien kilometer was het wandelen geblazen. Een compleet gebrek aan energie was de oorzaak en dat is ook niet goed voor de moraal. Mijn fietsbegeleider wandelde op een gegeven ogenblik sneller dan ik, maar ik heb doorgezwoegd in de hitte tot het 50 kilometer punt en ben toen gestopt. Eigenlijk een compleet zinloze onderneming, een nieuw dieptepunt. Het voordeel van dieptepunten is echter dat het daarna beter gaat. Bovendien kan je er altijd les(sen) uit trekken. De les voor mij is dat ik volgend jaar gewoon 1 etappe meeloop, of dat ik zorg dat er een aantal dagen tussen 2 etappes inzit. Vervelend voor mij was dat ik na afloop enorm veel blaren had en op een blaar op mijn hak die helemaal open was gegaan een aantal open wonden. Dat was behoorlijk schrikken en zorgt ervoor dat ik het geplande Rondje van Amsterdam waarschijnlijk aan mij voorbij zal moeten laten gaan. Op 1 september bij de Monnikentocht hoop ik wel weer aan de start te staan.

Volgend jaar gaat het Pieter-ROG-Pad gewoon weer door, tenminste als er voldoende deelnemers zijn. Dus goede ultralopers van Nederland, kom op! Het kamperen lijkt misschien Spartaans, maar is gezellig en bovendien slaap je beter dan in een sporthal of jeugdherberg. En een tentje kost niks meer tegenwoordig. Zorg wel voor een makkelijk op te zetten exemplaar, want ik ben zelf altijd nog aan het klooien met mijn tent als de rest al staat. Volgend jaar moet iedereen verplicht een begeleidende fietser en/of GPS mee. Vooral de GPS heeft zich in deze editie bewezen als zeer nuttig. Andreas Falk, Ubel Dijk en Thijs Roest liepen met GPS en dat ging fantastisch. Op dag 6 liep Jos van de Hende in laatste positie vlak voor de vierde verzorgingspost helemaal verkeerd. Die dag hielp ik in de verzorging en zijn we met de auto op zoek gegaan naar Jos, maar helaas niet tijdig gevonden. Jos kwam uiteindelijk weer terug op de route, maar verspeelde wel 1 uur. In de loop van de tropisch warme dag verliep hij zich nog een paar keer en haalde uiteindelijk niet de finish in Rolde. Zonde want hij liep een goed Pieter-ROG-Pad. Had hij GPS gehad (of een begeleidende fietser) dan had hij het hoogstwaarschijnlijk die dag wel gehaald en daarmee ook de hele tocht, want op die laatste dag gaat het niet meer mis. De programmatuur voor het Pieter-ROG-Pad is dankzij Ubel beschikbaar en de GPS-horloges kunnen ook gehuurd worden.

Ik ben er volgend jaar in ieder geval weer bij, voor 1 etappe met GPS. Ik ben dan 50 en weet dan zo langzamer hand wel wat ik wel en wat ik niet kan.

Ach, en af en toe je neus stoten hoort erbij.

Henri Thunnissen