Nacht van Vlaanderen 2007, een persoonlijk fiasco.
Wat een van de geplande hoogtepunten voor 2007 moest worden is een hopeloze ontgoocheling geworden. De twee doelen die ik voor dit jaar gesteld had waren de Nacht van Vlaanderen, 100 km door het nachtelijke West Vlaamse platteland en de nog te organiseren 24 uur in Mortsel van Marc Papanikitas. Het eerste hoogtepunt leverde vooral frustraties op.
Het had zo mooi kunnen zijn. Rustige voorbereiding door vooral veel haaswerk te leveren. Daardoor mocht ik een rustiger tempo hanteren dan normaal voor me was. Daarom leefde ik ook ontspannen naar de Nacht toe. Alles liep vlot, niets ging echt grondig fout, tot zelfs een persoonlijk record op een 5000 meter tijdens een pistemeeting toe, kortom het kon niet stuk gaan. Twee weken voor de Nacht hield ik op de 6 uur van Haarlemermeer een flinke test en die verliep door een val niet erg succesvol. Maar niet alleen de valpartij speelde me parten. Gebrek aan adem en vooral vrij spoedig last van verzuurde benen. Gebrek aan ijzer in het bloed, een probleem waar ik de laatste jaren veelvuldig mee te maken heb. Meteen na het Nederlandse onderonsje richting arts en dat leverde me weer een aantal weken pillen slikken op. Nu achteraf gezien moest de Nacht wel grondig fout gaan, want op twee weken tijd krijg je nooit voldoende ijzer in je lichaam om optimaal te presteren. Toch wilde ik het proberen. Zelfs een buikgriep twee dagen voor de wedstrijd kreeg me niet klein. Twee immodiumtabletten konden geen soelaas brengen. Veel vochtverlies is daar dan natuurlijk het resultaat van, maar ik durfde niet ziek bellen op het werk omdat ik voor die vrijdag een dag verlof gevraagd had en anders dreigde ik die kwijt te spelen. Dus bleef ik werken. Donderdag echter kreeg ik te horen dat er volk te kort was op het werk en moest ik mijn broodnodige dag verlof weer inleveren. Dat betekende weer om half vijf uit bed, zwaar werken tot twee, om half drie thuis arriveren en dan een uurtje later weer op weg om richting Torhout te sporen. Van enige slaap of rust kwam niets in huis. En ik had al een liefde-haat relatie met de Nacht. Van de 8 keer dat ik gestart ben moest ik er dus vier keer uitstappen.
En toch stond ik nog aan de start vol goede moed. Ik had me voorgenomen om gewoon uit te lopen en geen tijd neer te zetten. Gewoon de limiet van 13 uur halen was de opzet. Voor de start moest ik weer aan de kant, een goed teken, wat je kwijt bent kan je niet meer hinderen onderweg. Dan de start, veel te warm aangekleed natuurlijk maar met gedachte aan de koude nacht en ochtend vertrok ik toch met thermisch materiaal en lange broek. En het eerste rondje ging gepland in een rustig tempo. 55 minuten voor 10 km. Dat tempo moest ik aan houden. Bij het ingaan van de eerste grote ronde moest ik weer aan de kant en dat nog drie maal gedurende de volgende kilometer. Maar dan beterde het, tijdens het verdere verloop van de wedstrijd moest ik niet meer aan de kant. Toch een positief punt. Voorts had ik motilium meegenomen om, telkens de maag opspeelde, een zuigtabletje tot me te nemen. Dat is ook weer een traditioneel probleem tijdens mijn wedstrijden. Maar ik ging er van uit dat elke atleet die op zulke ultrawedstrijden start wel een of ander probleem heeft om tegen te kampen. En het ging goed tot halfweg de eerste ronde. Op kilometer 25 ging voor de eerste keer het licht uit. Normaal wat vroeg want ik verwachtte die klop zo’n 10 kilometer verder. Nu begonnen de benen al flink te verzuren. Nochtans hield ik het tempo mooi op iets onder het uur per 10 km. De eerste ronde verliepen met deze kleine probleempjes eigenlijk vlekkeloos.
Het marathonpunt werd gerond in 4,19uur wat duidde dat ik perfect op schema zat. Ik rekende zelfs nog een uurtje verlies in de tweede helft van de wedstrijd. En toch flakkerde een sprankeltje hoop in me op om nog rond de 10 uur te duiken. Even snel als de gedachte gekomen was, zo spoedig was die ook weer verdwenen. Want dan had ik dichter in het spoor van Kris Foster moeten lopen, die ging ook voor de 10 uur. En zij was met haar begeleider Jean-Claude Roels in geen velden of wegen te bespeuren. Het werd vooral donkerder en donkerder. En dat speelde in mijn nadeel gedurende de volgende grote ronde. Blijkbaar lijd ik aan een lichte vorm van nachtblindheid want ik moest goed opletten dat ik de juiste richtingaanwijzingen zag. Bijna overgeconcentreerd zocht ik mijn weg door het duister.
Inmiddels hadden de marathonlopers het parcours verlaten en liepen we alleen in de koude donkere nacht. Ergens halfweg de tweede ronde gebeurde het onverwachte. Ik werd de verkeerde kant opgestuurd. Ook deels mijn fout want ik moest maar op de juiste markeringen letten. Even wat twijfel en het duurde vrij lang eer ik mijn fout in de gaten had. Wel kwam ik terug uit op een punt waar ik een twintigtal minuten voordien reeds gepasseerd was. Meteen zonk de moed in mijn schoenen. De benen die meer en meer verzuurden, foutieve wegen en nu kwam zelfs een man van zeventig me voorbijgesneld. Het was die druppel teveel. Ik begon te wandelen; omdat lopen haast niet meer ging, Strompelend tegen een tempo van nog geen 7 per uur probeerde ik de ronde te vervolledigen. Ik had toen al besloten dat ik de volgende ronde niet meer zou aanvatten. Net voor het ingaan van de derde ronde kwam Maria me voorbij. Ook zij was de verkeerde kant opgelopen en wilde ook het bijltje er bij neerleggen. Samen zochten we ons de weg naar Torhout terug.
Bij het terugdraaien van de derde ronde en de terugweg richting finish kwam Ludo, een snelwandelaar het laatste rondje ingedraaid. Hij riep ons om nog mee te gaan en even was er twijfel maar ik besefte al snel dat het over en out was. De nacht zal me nooit liggen en ik moet me gewonnen geven. De Nacht is sterker gebleken dan mijn nietig persoontje. Zo kompleet leeg heb ik me nog nooit gevoeld en het enige wat overblijft is spijt, ontgoocheling en woede omdat ik niet naar mijn eigen lichaam geluisterd heb dat me erop drukte om maar op de marathon te moeten startten. Maar je bent Ultraloper of je bent het niet en dan kan je soms nogal eens hard op je bek gaan. Het had zo mooi kunnen zijn. Een kleine 80 km haalde ik in 8.10 uur en met nog vijf uur te gaan moet achteraf gezien de honderd er misschien nog ingezeten hebben, hoewel het wel heel nipt geweest zou zijn om de limiet nog te halen. Het enige wat me nu nog rest is de pijn en het besef dat ik nog maandenlang ijzer zal moeten slikken voor ik mijn oude niveau weer enigszins kan halen. Als dat nog te halen valt natuurlijk. Maar dat is dan weer een doel om naar toe te werken. Binnen de twee weken staat de volgende marathon reeds op het programma en tegen dan is die nacht weer verleden tijd.
Met felicitaties aan allen die deze zware klus geklaard hebben, groet ik u,
Kloek Patrick
