Jojoën in La Magnetoise
Het weekend begon met de Ultracursus in Amersfoort, waar Gerrit van Rotterdam een interessante en plezierige cursus gaf over het trainen voor ultralopen en het lopen van ultra’s zelf. Er was een heel divers gezelschap op afgekomen, waardoor ook vanuit de groep leuke ideeën en ervaringen werden verteld. Ik geef zelf wel training aan baanatleten, maar die kan ik nog niet echt warm maken voor de ultramarathons, dus was het nu vooral voor mezelf een interessante bijeenkomst. De belangrijkste prestatiebepalende factoren werden behandeld waaronder de vocht- en energiehuishouding, wat voor veel ultralopers toch een puzzel is om dat goed op orde te hebben en te houden tijdens een ultraloop. De bijeenkomst vond ik zo zeer geslaagd, en misschien helpt het om meer mensen goed voorbereid aan ultralopen deel te laten nemen.
Na afloop van de cursus reed ik naar Olne. Na me te hebben ingeschreven zocht ik de overnachtingsplaats in Soumagne op. Erwin Borrias, Bram van de Bijl en Wim Kwant hadden voor mij nog een plekje overgelaten op een van de kamers in het Chateau. Met zijn vieren zijn we gaan eten bij de plaatselijke pizzeria die na een vergelijkend onderzoek door Erwin bij eerdere bezoeken als beste werd getest, vooral door de hoeveelheden die op het bord verschijnen. De pizzeria is ook de favoriet van de plaatselijke bevolking want het ruime restaurant was weer helemaal vol. Wij mochten een verdieping hoger gaan zitten. Dat is de plek waar iedere jarige in Soumagne zijn verjaardag viert. 3 keer werd dezelfde neptaart met sterretjes binnengebracht, waarbij een vrolijk verjaardagsmuziekje werd gespeeld. Uiteindelijk hebben we daar goed gegeten en konden nog redelijk bijtijds gaan slapen.
De volgende ochtend vroeg opgestaan, ontbijt met verse broodjes en op tijd naar Olne, waar we met de bus naar Magnee werden vervoerd voor de start. Wat mij altijd weer opvalt is de ontspannen sfeer. De gesprekken gaan vaak nog wel over hardlopen, maar niemand lijkt echt bezig te zijn met de zware tocht die gaat volgen. De meeste deelnemers weten waaraan ze beginnen en zijn goed voorbereid. Ik was dat ook wel, maar heuvelachtige parkoersen blijven voor mij toch een hele aanslag op mijn benen. Minder goed had ik mijn bevoorrading voorbereid. Een paar dagen voor de race ontdekte ik pas dat de bevoorrading onderweg minimaal zou zijn. Ik heb uiteindelijk maar mijn beide drinkgordels omgedaan en wat plakjes koek bij me gestoken. Vanaf het begin was het een gehannes met de beide gordels. Na 2 keer een klein flesje te hebben verloren was ik bijna laatste loper. Nadat ik mijn jasje had uitgedaan omdat het toch wel warm weer was en die om mijn middel had gebonden verloor ik om de beurt al mijn flesjes. Eerst stopte ik ze in mijn broekzak, maar die zakte af door het gewicht. Uiteindelijk heb ik ze in de zakken van mijn jasje opgeborgen. Die zakte vervolgens weer over mijn andere bidonhouder zodat ik de bidon maar weer moeilijk kon pakken en terugstoppen. En zo gingen de eerste 3 kwartier voorbij. Ondertussen jojode ik van groepje naar groepje. Ik loop niet zo snel heuvelop en heuvelaf, maar dat maakte ik meest weer goed op de vlakkere stukken, zodat ik een groepje steeds een paar keer passeerde. Als het parcours dan weer wat technischer werd, een steile afdaling met rotsen of een modderpad, dan liep ik vrij snel weg naar een volgend groepje en begon het jojoën weer opnieuw. Ik leek wel een satelliet die bij iedere planeet een extra zwiepje krijgt.
Na zo’n 14 km aan het eind van een lange steile afdaling was ik ineens door de groepjes heen. Bijna 10 km liep ik solo. Dat betekende ook extra aandacht voor de te lopen route. Een paar keer bracht de aanduiding mij aan het twijfelen. Bij een weg dwars op het pad dat we liepen stonden 3 roze stippen op het open hek aan de overkant van het pad. Een lintje dat een paar meter naar rechts aan een boomtak was gebonden deed mij besluiten maar de weg te volgen. De volgende parkoersaanwijzing bleef echter een tijdje uit en dat geeft dan toch de nodige twijfel. Een rose stip werd dan ook met opluchting begroet. Dat gebeurde zo nog een paar keer, maar steeds bleek mijn logica gelukkig dezelfde als de parkoersuitzetters. Ook ontdekte ik dat vage oranje stippen dezelfde route aangaven en dus een extra hulpmiddel waren om zeker te zijn dat ik nog goed zat.
Na de eerste ravitaillering werd het weer wat drukker op het parcours, maar nu veelal met losse lopers, ieder in hun eigen tempo. 1 loper ben ik tot aan het einde ruim 10 keer gepasseerd en evenzovele keren kwam hij mij weer voorbij. Ik voorop op de technisch moeilijker gedeelten en hij voorop op de makkelijkere heuvels en de te wandelen stukken. Omdat hij op de laatste heuvel telefonisch aan zijn vriendin moest melden dat hij op de laatste heuvel liep kon ik hem toch nog net voorblijven, maar belangrijker vond ik dat ik binnen de 8 uur wilde finishen en dat ook lukte.
Echt veel oog voor de omgeving had ik niet. Bij Olne-Spa-Olne vond ik het vooral grauw, maar dat lag ook aan het weer. Toen rond het middaguur de zon doorbrak zag ik wel dat het ook daar mooi en kleurrijk was. Maar uiteindelijk was ik toch meer bezig met het lastige parcours, mijn onwillige bidon, de te lopen tijd en een pijnlijk rechterbeen. En ik had op de Ultracursus nog wel geleerd dat je vooral moet genieten van het lopen. Uiteindelijk heb ik toch wel genoten maar dan vooral van de ‘onloopbare’ stukken waar ik steeds een paar passen vooruit dacht om deze met zo weinig mogelijk snelheidsverlies te passeren. Na afloop was het weer gezellig in de kantine van courier pour le plaisir, maar dat ging een beetje langs me heen omdat ik altijd een klein uurtje nodig heb om bij te komen van zo’n loop. Ook daarvan heb ik een plausibele verklaring gehoord op de Ultracursus, en helaas is daar niet zo veel aan te doen, of ik zou nog even een tijdje rustig moeten uitlopen, maar daar had ik niet zo veel puf meer voor.
Met de soepele organisatie en de goede sfeer zijn de lopen van courier pour le plaisir een aanrader voor iedereen die van lopen buiten de gebaande paden houdt.
Arnold van der Kraan
