De Dutch Coast Ultrarun by Night, 50 of 90 kilometer, wie verzint zo iets, nou Rinus van der Wal en Ferry van der Ent natuurlijk. Wie loopt nou zo iets, nou uhhhh…ondergetekende bijvoorbeeld. Ruim van te voren inschrijven en dan aan het begin van het jaar de twijfel of de vorm wel toereikend genoeg is om aan een nachtelijke strandloop deel te nemen. Nou laat ik mij op mijn leeftijd niet meer verleiden over het lopen zorgen te gaan maken maar het is wel zo prettig om het gevoel te hebben dat het lekker loopt al is het met de snelheid van een slak. Gelukkig wist ik ook waar die gebrekkige vorm aan lag dus waar zou ik me druk om moeten maken, het komt allemaal wel goed. Toch was het prettig dat twee weken geleden in de Bosmarathon van Assen de inhoud en het tevreden gevoel langzamerhand weer terug kwamen. Na een loopje vorig weekend bij mij in de buurt was het er weer, dat gevoel en het vertrouwen dat het gaat lukken. Nou moet er voor zo’n nachtelijke tocht wel het nodige voorbereid worden maar dat lukte wel met de nodige enthousiasme ondanks drukke werkzaamheden. Op naar Castricum.
Alles gaat vrijdag op schema. Via de polder,over Enkhuizen naar Castricum rijden, ik heb het vaker gedaan dus dat lukt nu ook wel maar waar is die afslag naar Castricum nou? Ik heb geen Tom Tom in de auto, hoogstens een Kees Kees. Twijfel. Er bij Purmerend maar van af en dwars door de provincie naar Alkmaar om vandaar richting Castricum te rijden en ja hoor, bingo! Castricum aan Zee snel gevonden en tref daar een zekere Remco, als ik het goed heb.
Samen lopen we terug naar Castricum in een tempo die ik met mijn leeftijd en trainingsarbeid niet meer gewend ben en ik krijg het er zowaar warm van. Mede doordat Remco een tussendoorweggetje weet komen we ruim op tijd op het station voor de trein naar Den Helder; een gezellig samenzijn met medelopers. Lekker bijgepraat met Jos Akkermans, die ik een tijdje in het loopcircuit heb gemist.
In het Hotel Wienerhof vlak bij het station in Den Helder is het een gekwetter van lopers. De pastaparty is daar net afgelopen en het uitbuiken net begonnen. Handen schudden en bijpraten met diverse mensen. Goed een gesprek te hebben met Kees Meeuwsen waar ik een aantal jaren geleden in Schotland zo opmerkelijk mee heb gelopen, wat ergens het midden hield tussen een portie verlatingsangst en bindingsangst. Het was om het even.
Na een briefing die in het gedruis van kwetterende lopers wat weg valt kan zich iedereen zich buiten op gaan maken voor de groepsfoto met een fotograaf die niet zonder gevaar voor eigen leven op een keukentrapje zijn best staat te doen. En dan mogen we eindelijk gaan lopen. Een stel loop gekke Nederlanders, een paar Duitsers en een enkele Belg en Brit.
Ik loop vanaf het begin mij geheel eigen tempo door de straten van Den Helder met het gevolg dat ik als laatste kom te lopen en bij de zeedijk als laatste Den Helder verlaat. Het is helder, er staat weinig wind en de temperatuur is voor een winter uitermate dragelijk. De golven van de Noordzee klotsen rustgevend op deze zeedijk en de lampjes en lichtjes van de lopers trekken zich langzaam uiteen.
Ik loop als laatste en het maakt mij geen fluit uit, voor mijn 50 kilometer heb ik alle tijd. Het is nu al genieten van de immense sterrenhemel en ben gefascineerd door de lichtshow van Lange Jaap, de plaatselijke vuurtoren. Hoewel ik hem bij me heb draag ik geen hoofdlampje en dat vindt ik wel zo prettig. Mijn ogen kunnen zich op deze manier beter wennen aan het donker en de omgeving. Jos Akkermans, die wel een lampje draagt ,loopt vlak voor mij, maar voelt zich onzeker onder de omstandigheden. Na Fort Kijkduin lopen we op een schuin vlak van de dijk die langzamerhand overgaat in het strand. Eindelijk!
Het is hoogwater maar er is voldoende hard strand om goed te lopen maar het blijft uitkijken voor aanrollende golven om niet nu al natte voeten te krijgen. De kunst is om wat mee te lopen met een golf die op een bepaald moment op zijn hoogtepunt is en zich dan snel terugtrekt. Langzamerhand begin ik wat los te lopen en warm te worden. Zo af en toe haal ik iemand in die een sanitaire stop doet om vervolgens weer voorbij te schieten. Ter hoogte van Julianadorp,op 10 kilometer wordt zoals aangekondigd een stalen buis op het strand gemarkeerd door kerstverlichting, wel aardig maar niet echt nodig want zonder verlichting had ik hem ook wel gezien. Gaandeweg haal ik een groepje met Ton Hendriks, Simon Pols en Gerik Mik in en loop een tijdje met ze op; Jos loopt achter mij. Het valt me op dat door het licht van de hoofdlampjes van anderen ik mij minder kan oriënteren en ga zo lopen dat ik niet vlak voor of vlak achter iemand ga lopen. Ik loop mij eigen tempo en laat de anderen achter. Ik ben lekker los gelopen.
Vlak voor de Hondsbossche Zeewering kom ik Marion Meesters achterop die niet goed loopt en vraagt of ik Rinus heb gezien. Ik heb geen idee, maar volgens mij loopt hij voor mij.
En ja, dan die Hondsbossche Zeewering, dat onding van 5,5 kilometer tussen Petten en Camperduin, asfalt, hard en niet meegevend. Al die keren dat ik hierop gelopen heb was het nooit genieten, hoewel het deze keer wel gaat, in ieder geval beter dan Kees Meeuwsen die ik inhaal en die wat kotsend aan het rondlopen is én zich afvraagt of het nu wel goed gaat. Begrijpelijk, zo’n twijfel. Was er iets met het eten?
Ik loop verder en prijs me gelukkig dat er weer strand komt na zo’n blok asfalt en raak steeds gemotiveerder, heb geen idee van de tijd en eerlijk gezegd maakt dat mij geen bal uit want ik haal het gewoon. Eerst Bergen aan Zee, dan Egmond aan Zee en dan kan het niet meer stuk. Ik concentreer me op de ademhaling en de ontspanning in de spieren. Het strand is hard en breed met af en toe een dam of een rij houten palen die ik voorzichtig omzeil; hier en daar duiken wat muien en zwinnen op die in het donker te herkennen zijn aan de glanzende weerspiegeling van het water; ze lopen altijd richting zee dus moet ik ze altijd rechts van mij houden en dat lukt aardig met hier en daar een stuk met stroomribbels maar ook dat vormt geen probleem. Verder vallen me de lichtflitsen op open zee op en die doen mij denken aan weerlicht, maar er is geen bewolking waar te nemen.
Na Bergen aan Zee richt ik me op de vuurtoren van Egmond die ik op afstand verwacht te zien schijnen maar geen zwaaiende bundel licht, toch twijfel ik niet waar ik ben.
Dan zie ik een rood lichtje in de verte voor mij en focus me daar op. In een cadans loop ik nu lekker door op de extra energie die ik tot mij heb genomen. Terwijl ik het rode lichtje aan het inhalen ben ontwaar ik de vuurtoren met een wat merkwaardig geelrood licht. Opmerkelijk. Ik haal weer een paar lopers in waaronder het rode lichtje wat aan het wandelen is en wat ik de raad meegeef zeker niet af te koelen. Eigenlijk is het niet koud, maar toch. Ik heb sinds Den Helder toch aardig wat mensen achter mij gelaten zonder dat ik me nou met een plaats of eindtijd bezig houdt.
Na nog wat energie tot mij genomen te hebben duik ik een zwart gat in. Er komen wat meer muien en zwinnen en ook meer lopers om in te halen. Er duiken ook palen op, verspreid over het strand die bij nader inzien er niet zijn. Niet op letten en blijven concentreren op ademhaling, spierspanning en gericht zijn op het hier en nu dan staan die palen ook niet in de weg. Een eind verderop doemt er een gestalte op, wel drie keer zo groot als ik, die een enorme paal met zich meetorst en mij voor probeert te blijven. Toch haal ik de gestalte in en wat blijkt, het is een ijzeren kaap aan de duinrand. Doorlopen!
Ik ontwaar een mui met een steile helling die ik voorzichtig wil afdalen om niet in te diep water terecht te komen, maar die helling is er niet. Scheelt een hoop geklauter. Wat het brein allemaal niet voor automatische associaties uit het onderbewustzijn tevoorschijn peutert. Boeiend en leerzaam, maar wel kalm blijven. In de verte zie ik een licht en naar ik vermoed zou ik daar wel eens na toe moeten. Toch is het moeilijk om de afstand in te schatten dus me niet laten verleiden om al teveel conclusies aan dat licht te verbinden. Al doorlopend wordt het licht,van een raam naar ik aanneem,wel steeds wat groter maar het duurt nog een tijdje voor dat ik het idee heb dat ik dichter bijkom. En ja hoor. Meerdere lichten doemen op dus dat moet Castricum zijn. Zoekend naar een duinopgang tussen een stel strandtenten door,verheug ik me over de finish, tevreden en opgelucht. Nog een klein stukje klauteren het duin op.
Ik stap Strandpaviljoen Blinckers binnen en groet iedereen met een goede morgen. Ik kijk op mijn horloge en ik heb er 6 uur 17 over gedaan; een mooie tijd voor mij maar wat telt is het tevreden gevoel dat ik ontspannen en zonder problemen heb gelopen. Er zitten en lopen hier en daar wat gedeprimeerde koppies van 90 kilometerlopers die het niet meer zien zitten laat staan lopen en eigenlijk zo snel mogelijk naar huis willen.
Ik haal wat droge kleren en etenswaar uit mijn auto en ga op mij gemak, opgewekt en nog vol energie mezelf verzorgen wachtend op Kees die ik beloofd heb naar een station te brengen. Druppelsgewijs komen lopers binnen en als ook Kees nog blijkt te leven is het tijd om eens op te stappen, het is nog een aardig stukje naar huis.
Na de bevroren ruiten van de auto gekrabd te hebben zet ik een aantal heren bij het station van Castricum af en ga op weg naar huis in de mist weliswaar. Rond Amsterdam wordt ik nog getrakteerd op een portie zout van een strooiwagen en voorbij Amersfoort kom ik in een regenbui terecht. Het moeilijkste is echter om de slaap voor te blijven nu het lichaam tot rust is gekomen. Dit is toch wel het moeilijkste van de hele onderneming deze nacht Thuis komend duik ik na een warme douche voldaan in bed en nadat mijn vrouw me vraagt hoe het gegaan is val ik na de opmerking, voortreffelijk, als een blok in slaap.
Rinus en Ferry, bedankt en blijf deze tocht organiseren.
Het was geweldig, zeker na die dip van vorig jaar
Herman Euverman
(euver.tep
