Op 24 oktober 2006 meldde Gene van Dyck op internet dat François van Camp, zijn trainingspartner en vriend, de dag ervoor overleden was aan de gevolgen van een hersenbloeding. {i}“Çois was een vechter en doorbijter, geen oer talent, maar de resultaten waren er, vraag het maar aan de mensen die hem hebben gekend (bv eerste Belg in New York 1981 – 2 uur 24) en tot gisteren een aktieve en niet te benijden 60 plusser.” {ei}
De ‘Swa’ (Çois) van Camp was afkomstig uit Berchem bij Antwerpen. Hij is in de ultrawereld vooral bekend geworden door zijn doorgaan met tempoversnellingen tot de ‘dood’ er op volgde. De Schipholloop over 61 km rond de Haarlemmermeer was een mooi voorbeeld daarvan: Frans wist die van 1982 te winnen (in 3.49.50) na een bloedstollend gevecht met Henk van Hoek. Een jaar later in de Schipholloop van 1983 waren de rollen omgedraaid: weer liepen in de slotfase Van Hoek en Van Camp samen op kop maar Franske kreeg spierkramp en moest zich minuten lang laten masseren. Hij werd toch nog 3e achter Henk van Hoek (die met 3.41.30 een parcoursrecord liep) en Henk Bronswijk. Nog dramatischer ging het in de Schipholloop van 1984 toen Frans onbedreigd op de overwinning leek af te stevenen maar toen een enorme inzinking kreeg. Citaten uit de Haarlemsche Courant van maandag 5 november 1984: {i}Terwijl bijna elke atleet een (meefietsende) begeleider had, moest Van Camp deze hulp ontberen. En juist dat zou de bescheiden Belg fataal worden. “Ik miste een paar keer een verversingspost en toen ik drinken van omstanders wilde aannemen dreigde de organisatie me uit de wedstrijd te nemen.” Het onvoldoende drinken werd Van Camp in de slotfase dan ook fataal. Binnen een afstand van drie kilometer overbrugde Bronswijk de kloof met de op dat moment strompelende koploper om bij kilometer 55 de Belg definitief achter zich te laten. Van Camp werd zelfs nog voorbij gestreefd door zijn landgenoot Jean-Paul Praet, terwijl een andere Belg, Lucien van Lancker – de man die de wedstrijd in de 22ste kilometer had opengebroken – Van Camp benaderde tot op vier seconden. “Om de derde plaats te behouden moest ik me nog flink forceren,” aldus de winnaar van 1982. Van Camp moest deze slotinspanning bekopen met een enorme krampaanval. {ei} Volgens een reactie van William Verdonck – die zijn allereerste ultraloop liep rond de Haarlemmermeer, in 1983 – is Frans niet lang daarna terug overgestapt naar het kortere werk.
De Swa Van Camp heb ik nog heel goed gekend. Hij heeft me echter nooit iets gezegd over zijn ultralopen van in zijn tijd, ook al wist hij dat ik overgeschakeld was. Ik heb hem ook nooit geassocieerd met ultralopen, heel raar.
We hadden een speciale relatie, die bestond uit elkaar de huid vol schelden en lachen. Hij was zondags ‘s morgens één van de vaste klanten in ons parkje in Antwerpen. We kwamen elkaar dan tegen en liepen samen naar de groep. Het gesprek ging dan als volgt:
“hé ouwe, t’ ga wér ni vooruit hé”
“zwijgt snoteus of ik loop oe ‘d eraf”
“gij toch ni, begot ge zé 105 jaar”
“ja, lacht mor, ik heb dees week nog 10 keer 1000 gedaan in 3’, en ik ben er 55. Da hebt de gij nog nooit in oe léve gekunnen. Toen da’kik zoe jonk was gelak gij dan wier er pas getraind. Gijlie snotters weten ni meer wa loepe is. Ik liep 2h20’ oep de marathon en toen hingt de gij nog on de tetten van oe moeder. Kom joenge volgt mor iszé, k’ zal oe is lére loepe….”
En zo was het elke keer als we elkaar tegenkwamen, in ons Antwerps dialect. De mensen in de buurt schokten van het lachen, want onze conversatie was steeds luid genoeg zodat iedereen in het park kon meegenieten.
Toen ik begon te lopen (eind jaren ’80) was de Swa zowat de betere stratenloper. Ik heb zelfs nog tempowerk voor hem verricht op de piste (5000m). Ik had heel veel respect voor de Swa en hij voor mij. Hij zag een beetje, denk ik toch, de zoon in mij die het lopen voor hem verder zette. Zijn eigen zoon was er aan begonnen, maar gaf er al snel de brui aan.
Swa was een beest, in zijn top jaren durfde hij 3x daags trainen en keihard. Maar Swa was ook een typische havenarbeider, alhoewel hij niet veel gewerkt heeft in zijn tijd, eens hij zijne “boek” had stond hij meer aan ’t kot zodat hij niet hoefde te werken maar wel kon trainen.
Het was een man van uitersten. Soms zag je hem maanden niet en dan hoorde je dat hij elke dag in één of ander havencafé zat, rokende en straalbezopen. Dan stond ie plots weer in het park, enkele kilo’s zwaarder. Na enkele weken was hij weer zo afgetraind als een topper en versloeg hij op de crossen in de vriendenclubs of handelsverbond al zijn leeftijdsgenoten.
Ach ja, het zijn figuren die hier nog steeds wekelijks over de tong gaan, schitterende mensen die het lopen in Antwerpen mooi hebben gekleurd.
Marc Papa, Mortsel
(marc.papanikitas provider telenet.be)
{i}Noot.{ei} Met dank aan Martien Baars voor het maken van de samenvatting hierboven over Swa zijn loopbaan in de Schipholloop. Van de historie van de 20 edities van de Ronde om de Haarlemmermeer cq. de Schipholloop zijn de nodige artikelen op Ultraned verschenen, waaronder een overzicht van de winnaars 1978 – 1997 (publicatiedatum 13 februari 2005): https://www.ultraned.org/n_item/f2722.php
