Vincent in de ValkenbergRun 2002

Wederom zet Vincent Schoenmakers zijn loopervaringen op papier. Deze keer een verslag van een voor Vincent erg zware wedstrijd.

{b}PRACHTIGE 6 UURS-LOOP VALKENBERG RUN 12 MEI 2002{eb}

Exact een jaar geleden maakte ik in Breda mijn debuut op de 6 uur. Dat ging toen voortreffelijk, een uitstekende verzorging, fijn parcours, geen stijve ledematen achteraf en ook een afstand die er gezien mijn leeftijd mocht zijn, 62.232 km. Ik kreeg de smaak te pakken, want na de zomervakantie vanaf augustus, heb ik 12 ultramarathons (2×50, 3x6u, 7 mar) gelopen. Reden genoeg dus om weer naar Breda te gaan. Bovendien doen ze mee in de Ultracup klassering, waarin ik na 4 wedstrijden op de 7e plaats sta. Omdat het met mijn eergevoel nog steeds goed zit, was het dan ook een niet te versmade uitdaging, ook om deze reden aanwezig te zijn. Prettig was dat de organisatie de rug- en borstnummers opstuurden zodat je vlak voor de wedstrijd niet allerlei procedures moest afwerken, maar rustig thuis je outfit in orde kon maken.

Zoals de laatste tijd gebruikelijk, reisden ook nu weer Jos Hopman en ondergetekende samen. De temperatuur was ’s morgens nogal broeierig, zodat we ons afvroegen of we het droog zouden houden. Ruim een uur voor de start waren we aanwezig. Toen we het mooie Valkenberg park inliepen, meldde Gijs Honing ons dat de eerste toeschouwer al was gearriveerd. Zondagmorgen 7 uur is niet voor iedereen het tijdstip om te gaan sporten. Anderen moeten nog aan de nachtrust beginnen, komen uit de kroeg, hebben zich daar vol laten lopen en zijn hun oriëntatie kwijt. Dan maar een zachte grasmat opgezocht en snurken.
Omdat er geen bestaande accommodatie aanwezig was, had de organisatie het druk met het opbouwen van de kleedgelegenheden, massageruimte, jury, verzorgingsposten enz.
Jim Dieterman uit Veldhoven stond er hetzelfde voor als ik vorig jaar, het debuut op de 6 uur.
‘Als ik de 50 km haal zal ik heel blij zijn, het is een uitdaging’, zei hij. Ik vroeg me af of er veel Belgen zouden komen, want ook in Kluisbergen werd gelopen, een wedstrijd waar ook de Ultracup belangen op het spel staan. Toch zag ik er nog 6 bij de inschrijvingen staan. Voor Patrick Kloek was het een uitgemaakte zaak. ‘Ik presteer hier veel beter dan in Kluisbergen, hier hebben ze een prachtig parcours, daar is het veel moeilijker’, zei hij overtuigend. Tijdens het omkleden werden we door Ton Epskamp erop attent gemaakt dat zijn dochter Nienke op haar eindexamen VWO een werkstuk over lopers ging maken en of we voor en na de wedstrijd wat vraagjes wilden beantwoorden. Natuurlijk werkte iedereen mee. Eindelijk eens wat meer belangstelling en publiciteit voor een tak van duursporten, die door de media maar eens serieus genomen moet worden. Iedere actie daaromtrent helpt mee ons imago te vergroten. ‘Hoeveel vallen lopers af’, was de titel van de enquete. Mijn startgewicht was 57,5 kg.

En dan is het moment daar, 8 uur, lekker met zijn allen rustig vertrekken, wat kletsen, totdat iedereen in zijn eigen tempo verder gaat. Ik vind het parcours zo fijn omdat het een aparte ambiance heeft. Een grote vijver in het midden van het park met een prachtig spuitende fontein. Een klein oplopend bruggetje, mooie bomen en struiken met daartussen in de uitgestalde picknick spullen en ronde tafeltjes van de supporters. Het geeft een gevoel van, kom op sporters, maak er voor jezelf een mooie dag van, wij zullen ook van jullie genieten.

Na het parcours van 1265 meter 4 keer te hebben afgelegd, zag ik 28.16 min op de tijdklok staan. Dat handhaven zou, 4 ronden per half uur, uitkomen op 48 ronden, berekende ik. Vorig jaar waren het 49 ronden, maar deze keer zat er zo’n afstand beslist niet in. De laatste maanden had ik knieproblemen en in de laatste 2 wedstrijden was het vooral mijn rechter bovenbeen, wat gaande de wedstrijd steeds pijnlijker werd. Maar tussen de oren zat het goed, ik had er zin in en zou er voor gaan. Na bijna 2 uur lopen kwam dan toch nog de voorspelde regen met bakken uit de lucht. De organisatie, toeschouwers, supporters, vluchtten in hun tentjes of onder parasols, maar de smaakmakers van het Valkenberg park liepen gewoon hun wedstrijd.
‘Wat een rotweer, hopelijk niet zoals vorige week Visé de hele wedstrijd lang’, riep ik tegen diverse passerende deelnemers. ‘Nou lekker weertje, mijn weertje, veel zuurstof, ik knap er van op’, waren andere meningen. Ben ik dan de enige die net als vorig jaar graag in bijna tropische temperaturen van 27º loop, vroeg ik me af. Na een klein uurtje werden de buien minder. Sommigen gingen droge kleding aantrekken. Ik liep maar door, was door en door nat, maar dat zou wel opdrogen. Voor het zover was begonnen de spieren in mijn rechterbeen weer vreselijk pijn te doen. Net als vorige week moest ik weer flink afzien en kon mijn been maar amper verder zetten. Kijk, op zo’n moment is het fijn een klein parcours te hebben. Je passeert elkaar veelvuldig en dan is het hartverwarmend als de positieve peptalk van je medelopers je verder helpt. ‘Ik kom niet meer vooruit, ik verrek van de pijn, ik stop ermee en laat mijn benen masseren’, riep ik enkele keren. ‘Kom op’, zei Jos, ‘gewoon even wandelen, dan gaat het over’. Patrick Kloek: ‘dit kennen we allemaal, even inhouden, dan gaat het over’.
Rob v d Hoek: ‘nu wat rustiger, wel volhouden, je kunt het’. Op dat moment zei ik tegen mezelf: ‘ze lullen heel aardig, maar ík voel het’. En toch, na een half uurtje rustig aan gedaan te hebben, ging het beter, de pijn zakte langzaam weg, waarschijnlijk omdat het warmer werd. Nu ben ik ze natuurlijk eeuwig dankbaar dat ik hun raad heb opgevolgd en niet ben uitgestapt.
De rondjes gingen weer sneller en ik had weer oog voor de omgeving. De laatste anderhalf uur kregen de meeste het moeilijk. Dit is te merken aan de loopstijl, de kopjes zijn voorovergebogen en naar de grond gericht, men voert de strijd met zichzelf. Dan komt het echte van de ultraloper boven, doorgaan, volhouden. Ik had mijn dip al gehad en na veelvuldig gebruik gemaakt te hebben van de rijkelijk gevulde verzorgingstafel, kon ik het in de laatste ronden niet laten, links en rechts wat opmerkingen te plaatsen. Ik vond het wat vreemd dat er op het parcours politieagenten kwamen surveilleren. ‘Hier is voor jullie geen droog brood te verdienen’, riep ik lachend, ‘onze supporters zijn geen hooligans, ga vanavond maar naar Ajax-Utrecht’. Ze keken me ietwat meewarig aan, alsof ze wilden zeggen, loop jij maar verder, wij hebben van andere dingen verstand. Een jongen en een meisje liepen langs het parcours. Toen ze mij zag aankomen zei ze tegen haar vriend: ‘hé, zie je dat, dat opaatje kan ook hardlopen’. Dat was even mijn zere been, dus gaf ik een pesterig antwoord terug: ‘dat moet ik wel, de jeugd van tegenwoordig laat het afweten’. Ieder uur gaf Ton Smeets de ronden en kilometerstanden door. Heel fijn dat je op die manier de wedstrijd kunt volgen. Trouwens iedere loper werd door de microfonist genoemd, in tegenstelling tot veel wedstrijden waar alleen maar over de toppers gesproken wordt. Prachtig als je 6 uur lang door steeds dezelfde mensen wordt aangemoedigd. In de laatste ronde gaf ik een mevrouw een hand en bedankte haar voor de oppeppende woorden die ze me steeds toeriep, vooral toen het wat minder ging. Ook kwam ik in die ronde te weten dat Bert de Jong een PR gelopen zou hebben als de trein vanmorgen niet 10 minuten te laat was gearriveerd en dat Carrie v d Beek nu al wist dat hij in Winschoten zijn 100e ultramarathon ging lopen. Bij het stopsignaal liep ik samen met Beate Schwing naar de finish. ‘Mein erste Ultralauf, ich habe neun und vierzig runden gelaufen’, zei ze. Ik kon haar vertellen dat dit goed was voor ruim 62 km, de stand die ik vorig jaar bereikte. Ze werd 1e bij de dames en mijn afstand was toch nog 55.893 km, wat me ontzettend is meegevallen. Ik ging toch even bij de massage langs, hoewel ik wist dat behandeling vlak na een wedstrijd niet goed is. De spierpijn werd er wel minder door. De komende weken zal ik het beslist rustiger aan doen. Enkele weken geen wedstrijden meer om blessures te voorkomen. Op de weegschaal stond 57 kg, 1 pond lichter dan 6 uur daarvoor. Als eerste conclusie van het werkstuk kon ik haar vertellen dat je van hardlopen geen anorexia krijgt, dankzij een goede verzorging.

Het organisatieteam heeft ons weer voortreffelijk loopplezier bezorgd. Waarschijnlijk zijn er de 2 Ultra’s op 1 dag debet aan dat er zo’n kleine 20 solo deelnemers minder waren als vorig jaar. De vele estafetteploegen die ook allen voor het goede doel liepen hebben dit zeker ruimschoots gecompenseerd.
Een verrassing bezorgde ons fotograaf Elske Koulman. De vele foto’s die onderweg van ons genomen werden, zijn diezelfde dag nog heel mooi weergegeven op UltraNed.

Vincent Schoenmakers
vincentschoenmakers@hetnet.nl